Está en la página 1de 168

J a a r v e r s l a g 2 0 0 5

Hoofdpunten uit het verslag

n Omzetstijging van 13% (€ 88 mln) tot € 785 mln

n Forse stijging operationele nettowinst (+22%)

n Nettowinst € 36,4 mln (+35%)

n Belangrijke last (€ 10,5 mln) impairments

leaseportefeuille

A t h l o n
n Succesvolle integratie Unilease

n Herfinanciering leaseportefeuille Unilease (€ 257 mln)

n Operationele nettowinst per gewoon aandeel € 2,25

(2004: € 1,91)

H o l d i n g
n Dividendstijging 34% van € 0,71 naar € 0,95

N . V .
B U I L D I N G B R I D G E S

J a a r v e r s l a g
C O N N E C T I N G M A R K E T S Athlon Holding N.V.

Wieger Bruinlaan 98

Postbus 196

2130 AD Hoofddorp

telefoon +31 (0)23 567 57 00

fax +31 (0)23 561 47 48

athloninfo@athlonholding.nl
2 0 0 5

www.athlonholding.nl
Athlon Holding N.V. Jaarverslag 2005

1
Tenzij anders vermeld, zijn marktcijfers afkomstig van Datamonitor, Londen.

An English version of the Report and Financial Statements 2005 is available. In case of contradictions between the
English and the Dutch version, the latter shall prevail.

2
Inhoud

Van de voorzitter 4
Profiel 6
Strategie 7
Cijfers in beeld 11
Vijfjarenoverzicht 13
Risicobeheersing 15
Aandeelhoudersinformatie 23
Corporate Governance 31
Bestuur 35
Bericht van de Raad van Commissarissen 37

Verslag van de Raad van Bestuur


Financieel resultaat en vermogen 43
Autoleasing 53
Schadeherstel 59
Maatschappelijke verantwoordelijkheid 62
Personeel en organisatie 63
Milieu en huisvesting 67
Vooruitzichten 68

Jaarrekening 2005
Geconsolideerde winst- en verliesrekening 70
Geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat 71
Geconsolideerde balans 72
Geconsolideerd kasstroomoverzicht 74
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening 76
Athlon Holding N.V. – enkelvoudige balans 143
Athlon Holding N.V. – enkelvoudige winst- en verliesrekening 144
Toelichting op de enkelvoudige jaarrekening van Athlon Holding N.V. 145

Overige gegevens
Accountantsverklaring 157
Statutaire bepalingen en voorstel inzake resultaatbestemming 158
Gebeurtenissen na balansdatum 158

Verslag van de Stichting Continuïteit Athlon Holding N.V. 159


Ondernemingen en management 160
Begrippenlijst 161

3
Drs. H. Bierstee, voorzitter Raad van Bestuur

4
Van de voorzitter

Schaalvergroting
Het economisch herstel in Europa begint steeds meer vorm te krijgen, hoewel er per land nog
flinke verschillen zijn waar te nemen. Athlon heeft zich door versterking van haar kernactiviteiten
een goede uitgangspositie verworven om ten volle te profiteren van het verbeterende economisch
klimaat. Voor die goede uitgangspositie was een belangrijke turnaround nodig die leidde tot de ver-
koop van de dealerbedrijven in 2001 en de verhuuractiviteiten in 2002. Met de aankondiging van de
verkoop van de schadeherstelketen concentreert Athlon zich voor de toekomst volledig op lease.
Die beweging van Athlon is te verklaren uit een sterk veranderende Europese automarkt. Ook al
zijn de effecten van een economisch verenigd Europa op dit moment nog nauwelijks zichtbaar, het
is al wel duidelijk dat de regels van het spel ingrijpend zijn veranderd. Er zal meer concurrentie
komen, de distributie van auto’s – via dealerschappen – zal aanzienlijk veranderen en de wijze
waarop bijvoorbeeld onderhoud, onderdelendistributie en schadeherstel verloopt, zal in belangrijke
mate worden beïnvloed door nieuwe verhoudingen tussen fabrikanten, dealers, leasemaatschap-
pijen en andere grote fleetowners in de Europese markt.
Onze strategie in deze veranderende autowereld is duidelijk. Wij willen internationaal zijn bin-
nen Europa en wij willen door onze omvang schaalgroottevoordelen behalen en een prominente
marktpositie bezetten. Athlon behoort tot de belangrijke Europese spelers als onafhankelijk in-
ternationaal leasebedrijf. In schadeherstel was die internationalisering voor ons niet binnen een
redelijke termijn mogelijk, door de structuur van de door ons beoogde markten in Frankrijk en
Duitsland, en door de concurrentieverhoudingen in die landen. Dat houdt in dat autoschadeherstel
om strategische redenen niet langer tot de kernactiviteiten van Athlon kan worden gerekend.
Een en ander betekent niet dat Athlon nu ‘klaar’ is. Integendeel. Schaalgrootte is voor Europese
leasemaatschappijen een conditio sine qua non. Met de acquisitie van een leasemaatschappij in
Spanje geeft Athlon verdere invulling aan haar internationale ambitie. Verdere versterking van de
huidige positie in de landen buiten de Benelux waarin Athlon nu actief is, staat hoog op de agenda.
Daarnaast zijn wij alert op nieuwe mogelijkheden in andere Europese groeimarkten.
De integratie van Athlon Car Lease en Unilease is succesvol, binnen de tijd en binnen budget afge-
rond. De aangekondigde verkoop van de schadeherstelbedrijven moet dit jaar zijn beslag krijgen. Met
andere woorden, Athlon kan haar aandacht ten volle richten op haar cliënten in de kernactiviteit auto-
leasing. Mede dankzij de inzet van haar medewerkers is Athlon er in geslaagd ook in 2005 weer goede
resultaten te behalen. Daarom besluit ik met een welgemeend woord van dank aan de medewer-
kers voor de bijdrage die zij in het afgelopen jaar hebben geleverd aan het succes van Athlon.

5
Profiel

Geografische Athlon is een internationale aanbieder van operationele (full service) autoleasing, met focus op de
omzetverdeling
(in %) zakelijke markt. Athlon heeft een holdingstructuur en is actief in zes landen: Nederland, België,
100 Luxemburg, Duitsland, Frankrijk en Spanje. De werkmaatschappijen rapporteren rechtstreeks aan
55 53 54 60 62
de Raad van Bestuur. De gewone aandelen van Athlon Holding N.V. zijn genoteerd aan Euronext
90
Amsterdam. Daarin behoort Athlon tot het Next Prime-segment en is opgenomen in de Next 150-
80 index.
In 2005 werd met circa 1.600 medewerkers een netto-omzet van bijna € 800 mln behaald, waarvan
70
circa 40% in het buitenland.
60

Autoleasing
50
Onder de naam Athlon Car Lease biedt Athlon autoleasing aan, primair voor zakelijke cliënten.
17
18
40 13 Athlon koopt auto’s en stelt deze voor een periode van twee tot vijf jaar ter beschikking van
18
17 opdrachtgevers. Een onderdeel van de dienstverlening is het voeren van de administratie voor het
30
13
14 ter beschikking gestelde wagenpark en het beheren van autoregelingen. Tevens draagt Athlon voor
11
20 opdrachtgevers de operationele risico’s verbonden aan het gebruik van de auto, zoals onderhoud,
7 7
19
16
17 verzekering en schadeherstel.
10 15 14
De autoleaseactiviteiten richten zich op operationele lease en wagenparkbeheer. Bij operationele
7
5
0 lease is ook het off balance-element voor de klant van belang. Bij de vaststelling en uitvoering van
’01 ’02 ’03 ’04 ’05 *
hun strategie laten de individuele leasemaatschappijen zich leiden door de kernwaarden innovatie,
Nederland klantgerichtheid en kostenefficiency.
België/Luxemburg
Frankrijk
Door haar kennis van het autoproduct in combinatie met geavanceerd informatiemanagement biedt
Duitsland
Athlon de cliënt niet alleen kostenbeheersing maar ook transparantie en gemak. Met name voor
*herrekend naar IFRS
de zakelijke cliënt is dit een onderscheidend voordeel. In autoverhuur richt Athlon zich alleen op de
zakelijke cliënten van de leasemaatschappijen: de zogeheten captive verhuur.

Autoschadeherstel
Onder de naam CARe Schadeservice beschikt Athlon in Nederland over een landelijke keten van
48 universele schadeherstelbedrijven. De keten heeft een toonaangevende positie in de overigens
gefragmenteerde schadeherstelmarkt. CARe Schadeservice richt zich vooral op grotere marktpar-
tijen zoals leasebedrijven, verzekeringsmaatschappijen en andere fleetowners. Daarnaast waren in
België ultimo 2005 vier vestigingen operationeel.

6
Strategie

Groeidoelstelling Geografische verdeling


aantal medewerkers
Winstgroei en continuïteit zijn de ondernemingsdoelen van Athlon Holding. Volumegroei is hiervoor (ultimo jaar)

een voorwaarde. Ten eerste om de internationale concurrentiepositie te kunnen handhaven in 2750

1.852
Europese markten waarin naar verwachting op termijn een beperkt aantal grote spelers dominant
2500
zal zijn. Ten tweede om schaalvoordelen te kunnen behalen, bijvoorbeeld op het gebied van finan-
2250
ciering, inkoop en ICT.
Als financiële doelstelling wil Athlon, te rekenen vanaf 1 januari 2004, de omzet en de leasepor- 2000

tefeuille tot 2009 met tenminste 50% laten groeien, deels autonoom, deels door acquisities. Deze
1750 1.377 1.278
1.361
groei mag geen afbreuk doen aan de winst per contract. Dit kan worden bereikt door verlaging 1.299

van inkoop- en onderhoudskosten, genereren van volume en uitbreiding van het dienstenpakket. 1500

Acquisities moeten na minimaal een jaar bijdragen aan de groei van de winst per aandeel. 1250

Daarnaast streeft Athlon naar een resultaat voor belastingen van jaarlijks gemiddeld minimaal 20%
1000
van het eigen vermogen en een jaarlijkse gemiddelde autonome groei van de winst per aandeel
van 5 tot 10%. Voorts is het beleid erop gericht de huidige credit ratings van Standard & Poor’s en 750 125

Moody’s ten minste te handhaven en waar mogelijk te verbeteren. 327


500
203 238
230
195
250 319
Bij het realiseren van de ondernemingsdoelen richt Athlon zich op internationale zakelijke mark- 98
93
157 93 88
117
ten. Uit onderzoek blijkt dat bij het Europese bedrijfsleven de tendens van outsourcing nog steeds 0 93 111

’01 ’02 ’03 ’04 ’05


toeneemt. De Europese leasemarkten zouden in elk geval tot 2010 nog groeien met zo’n 4% per
Nederland
jaar. In de landen waarin Athlon actief is, varieert de gemiddelde jaarlijkse groei naar verwachting België/Luxemburg

tussen 2 en 4%. In Spanje wordt een groei van circa 8% verwacht. Frankrijk
Duitsland

Realisatie financiële doelstellingen De strategie die Athlon volgt is adequaat gebleken voor het
realiseren van de doelstellingen. In het afgelopen jaar is de winst voor belasting per contract licht
gestegen van € 387 in 2004 naar € 389 in 2005. In het referentiejaar 2003 bedroeg de winst per
contract € 357. Het rendement op het eigen vermogen voor belasting en afschrijving waarde klan-
tenbestand en fusiekosten was in het afgelopen boekjaar 25% (2004: 24%). De autonome groei
van de winst per aandeel was 11,5%.

Europese expansie
Athlon heeft de ambitie om in operationele lease tot de belangrijke aanbieders in Europa te be-
horen. Volgens de laatste Datamonitorgegevens wordt nu een dertiende plaats ingenomen. Deze
positie wordt gerealiseerd met een aanwezigheid in inmiddels zes Europese landen. Enkele grotere
marktpartijen uit de gegevens van Datamonitor kunnen echter niet als Europese aanbieder gekwa-
lificeerd worden. Om bovengenoemde ambitie te kunnen realiseren zijn versterking in bestaande
markten en het betreden van andere markten noodzakelijk.
Hoewel het accent op operationele leasing ligt, omvatten de leaseactiviteiten ook zogenaamde off
balance-contracten (wagenparkbeheer-, ROB- en brandstofcontracten). Vooral tijdens beperkte eco-
nomische groei is de managementaandacht sterk gericht op het behalen van efficiencyvoordelen.
Belangrijke graadmeter voor expansiemogelijkheden in de diverse nationale markten is de ontwik-
kelingsfase waarin de betreffende markt zich bevindt. Die wordt vooral gemeten aan het percentage
van operationele lease in het zakelijk gebruikte wagenpark. In Nederland ligt deze penetratiegraad
op 55%. Groei in omzet en marktaandeel zal hier beperkter zijn dan in de landen waarin deze pe-
netratiegraad lager ligt: België 35%, Frankrijk 40%, Duitsland 18% en Spanje 45%. In deze nog
jonge markt komt de groei met name voort uit de nu nog in omvang bescheiden markt voor zakelijk
gebruikte auto’s. Doel voor de komende drie jaar is het marktaandeel te vergroten door autonoom
7
harder te groeien dan de markt. In de Benelux staat Athlon qua omvang op de tweede plaats. Voor
de langere termijn wil Athlon een top-3-positie behouden. Randvoorwaarde is de winstgevendheid
hierbij te handhaven.

Acquisities Hoewel de focus in de Benelux ligt op volumetoename van de leaseportefeuille door


autonome groei, worden verdere acquisities niet uitgesloten. Duitsland en Frankrijk vormen voor
Athlon potentieel de twee grootste leasemarkten in Europa. Voor expansie in deze markten wordt
niet alleen autonome groei, maar ook groei door middel van acquisities beoogd. Athlon streeft in
deze markten naar een portefeuille van minimaal 25.000 à 30.000 contracten ultimo 2006 waar-
door significante schaalvoordelen ontstaan. Athlon ziet in beide landen dan ook groeikansen voor
professionele, door ICT-toepassingen ondersteunde, leasediensten.

Athlon verkent de mogelijkheden van het betreden van andere groeimarkten in Europa waarbij
Zuid-Europese landen vooralsnog het meest attractief lijken. De eerste stap is gezet door de over-
name per 1 januari 2006 van een klein maar rendabel leasebedrijf in Barcelona. De Spaanse ope-
rationele-leasemarkt is de afgelopen jaren sterk gegroeid. Ook voor de toekomst worden in deze
markt hoge groeipercentages voorzien.

Schadeherstel Onderzoek in Frankrijk en Duitsland heeft aangetoond dat onder de huidige


marktomstandigheden verdere internationale expansie van de autoschadeherstelactiviteiten niet
past binnen de strategische prioriteiten van Athlon. Dat heeft geleid tot het besluit dat schadeher-
stel niet meer tot de kernactiviteiten van Athlon wordt gerekend. Daarnaast valt te constateren dat

8
Strategie

de marktpositie van CARe belemmeringen ondervindt juist door haar binding met Athlon. Mede om
die reden meent Athlon dat CARe baat heeft bij een meer zelfstandige positie.

ICT
In de wereld waarin Athlon opereert, volgen de ontwikkelingen elkaar steeds sneller op. Zo zal bij-
voorbeeld autoproductie op voorraad steeds meer worden vervangen door ‘Build To Order’-proces-
sen waarbij de leaseklant de auto via internet voorziet van zijn eigen wensenpakket, van uitvoering
tot accessoires.
Het beleid van Athlon is erop gericht om de snelheid van de technologische ontwikkelingen niet al-
leen te volgen, maar daarop ook te anticiperen. Athlon beschouwt het als een competitief voordeel
om de modernste ICT-mogelijkheden aan te kunnen bieden om in te spelen op de toenemende
informatiebehoefte van klanten. Bijvoorbeeld door informatie toegankelijk te maken via de meest
uiteenlopende kanalen. Klanten en zakenpartners van Athlon willen online actie kunnen nemen,
waar en wanneer ze dat wensen.

Athlon zorgt ervoor dat deze ontwikkelingen binnen haar bedrijven zo geruisloos mogelijk worden
opgevangen door een ICT-omgeving die intrinsiek onderdeel is van de bedrijfsprocessen. Om
dit te realiseren wordt het beleid langs twee sporen vormgegeven: ICT Governance en ICT
Alignment. ICT Governance is gericht op het minimaliseren van de risico’s en het verbeteren van
de performance van de ICT-processen. ICT Alignment betreft het afstemmen van de ICT-functie op
de behoeften van de business en het realiseren van een flexibele organisatie die snel op de markt
kan reageren.

9
10
Cijfers in beeld

Netto-omzet Verdeling netto-omzet Bedrijfsresultaat/ Resultaat voor belasting


(in miljoenen euro’s) (in procenten) netto-omzet en nettowinst
(in procenten) (in miljoenen euro’s)
1300 100 7 60
6 8 9 11 9 6,8
1.261
1200 6,5 55
19
90 92 91 89
91 6 53,4
1100
50
80 5,5
1000 1.038
45
46,1
75 5
900 931 70
41,1
4,9 40
4,5 40,3
800
60
785 4 35 36,4 36,4
4,1
700
33,1
697 50 3,5 30
600 3,5

3
25 26,9
40
500
2,5
20
400 30
2
15
300
1,5
20 13,4
200 10
1 10,8
1,1
10
100 0,5 5

0 0 0 0
’01 ’02 ’03 ’04 * ’05 ’01 ’02 ’03 ’04 * ’05 ’01 ’02 ’03 ’04 * ’05 ’01 ’02 ’03 ’04 * ’05

*herrekend naar IFRS Schadeherstel *herrekend naar IFRS Resultaat voor belasting
Dealeractiviteiten Nettowinst
Autolease en -verhuur
*herrekend naar IFRS
*herrekend naar IFRS

Winst per Cash flow per Balanstotaal Solvabiliteit


gewoon aandeel aandeel* (in miljoenen euro’s) (in procenten)
(in euro’s) (in euro’s)

2,75 2,75 2000 50

2,5 2,5 45
1900 1.934
2,54
37

2,25 2,32 2,25 1.897


40
2,20 1800
2,15 1.772
2 2
2,10 44
35
1,95 1.728
1700
1,75 1,75
1,76
30
30 30 30 30 30
1,5 1,5 1600

25
1,39
1,25 1,25 1500
1.480
92
20
1 1 1,03
1400
1.389
1.382 15
0,75 1.388 79 72
0,75
14
1300
12
1.310 1.310 10
0,5 0,5 11
10 10
0,45
1200
0,25 0,25 5

0 0 1100 0
’01 ’02 ’03 ’04 * ’05 ’01 ’02 ’03 ’04** ’05 ’01 ’02 ’03 ’04 * ’05 ’01 ’02 ’03 ’04 * ’05

*herrekend naar IFRS *excl. afschrijving lease- en Kapitaalintensieve activiteiten Kapitaalintensieve activiteiten
verhuurauto’s Overige activiteiten Overige activiteiten
**herrekend naar IFRS *herrekend naar IFRS *herrekend naar IFRS

11
2005 2004 2003 2002 2001

Groepsbalans (x € mln)
Lease- en verhuurportefeuille 1.668,4 1.567,5 1.174,7 1.187,2 1.204,0
Overige vaste activa 107,4 95,3 86,8 63,3 59,1
Vlottende activa 158,0 108,9 120,6 138,4 217,1
1.933,8 1.771,7 1.382,1 1.388,9 1.480,2

Eigen vermogen 168,8 214,0 182,5 155,0 136,0


Voorzieningen2 - - 10,4 19,1 17,1
Langlopende verplichtingen 1.340,2 1.025,4 816,0 535,0 461,9
Kortlopende verplichtingen 424,8 532,3 373,2 679,8 865,2
1.933,8 1.771,7 1.382,1 1.388,9 1.480,2

Aansprakelijk vermogen
Eigen vermogen 168,8 214,0 182,5 155,0 136,0
Preferente aandelen 69,0 - - - -
Achtergestelde lening 15,0 15,0 29,8 12,5 31,8
252,8 229,0 212,3 167,5 167,8

Groepswinst- en
verliesrekening (x € mln)
Netto-omzet 784,5 697,3 930,9 1.037,8 1.260,8

Bedrijfsresultaat 53,2 34,5 38,1 11,0 43,5


Resultaat joint ventures 0,2 1,9 3,0 2,4 2,6
Resultaat voor
belastingen 53,4 36,4 41,1 13,4 46,1
Winstbelastingen (17,0) (9,5) (0,8) (2,6) (13,0)
Nettowinst 36,4 26,9 40,3 10,8 33,1

Voorgestelde winst-
verdeling (x € mln)
Toevoeging c.q. onttrekking
aan reserves 19,9 10,5 27,3 (0,8) 19,9
Dividend:
n Cumulatief preferent3 - 2,6 2,6 2,6 2,6
n Converteerbaar preferent3 - 1,5 1,5 1,2 -
n Gewoon 16,5 12,3 8,9 7,8 10,6

12
Vijfjarenoverzicht1

2005 2004 2003 2002 2001

Per cumulatief preferent


aandeel van € 0,25
nominaal
Aantal uitstaande aandelen 4.200.000 4.200.000 4.200.000 4.200.000 4.200.000
Vergoeding 0,62 0,62 0,62 0,62 0,62
Gestort per aandeel 11,00 11,00 11,00 11,00 11,00

Per converteerbaar
financieringspreferent
aandeel van € 0,25
nominaal
Aantal uitstaande aandelen 1.300.000 1.300.000 1.300.000 1.300.000 -
Vergoeding 1,13 1,13 1,13 0,92 -
Gestort per aandeel 17,50 17,50 17,50 17,50 -

Per gewoon aandeel van


€ 0,25 nominaal
Aantal uitstaande
aandelen ultimo 17.346.671 17.229.521 15.552.080 15.661.580 15.657.080
Nettowinst4 2,10 1,39 2,32 0,45 1,95
Dividend 0,95 0,71 0,57 0,50 0,68
Intrinsieke waarde 9,73 8,42 7,30 5,49 5,74
Beurskoers ultimo 22,49 19,40 14,10 9,00 13,75
Koers/winst
verhouding ultimo 10,71 13,96 6,08 20,00 7,05

Medewerkers
(aantal ultimo) 1.726 1.790 1.680 1.835 2.623

1 2005 en 2004 zijn gebaseerd op IFRS; de overige jaren op NL-GAAP

2 Onder IFRS zijn de voorzieningen opgenomen onder de langlopende en kortlopende verplichtingen

3 Vergoeding op preferente aandelen wordt met ingang van 2005 ten laste van het resultaat gebracht

4 Berekend op basis van gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen

13
Jean Philippe Ravanel, Athlon Car Lease France, landenmanager Frankrijk
”Dat doen wij de hele dag: oplossingen naar de klant brengen.”
14
Risicobeheersing

Sinds 2004 heeft Athlon een Enterprise Risk Management-systeem (ERM) ingevoerd, gebaseerd
op het raamwerk van het Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission
(COSO). Dit risicobeheersingssysteem voorziet in een gecoördineerde aanpak om te beoordelen of
de genomen risicobeheersingsmaatregelen in totaliteit en in onderlinge samenhang adequaat zijn
om het management tijdig te informeren over de mate waarin doelstellingen worden behaald.
In 2004 is begonnen met een systematische analyse van de omstandigheden en gebeurtenissen
die belemmerend kunnen werken op het halen van doelstellingen. Daarnaast zijn de binnen Athlon
bestaande maatregelen om dit type risico’s te beperken geïnventariseerd, vastgelegd en getoetst
aan het raamwerk. Deze aanpak is in 2005 voortgezet en vanuit de voor ERM ingerichte orga-
nisatiestructuur ondersteund. Deze organisatiestructuur voorziet onder meer in een permanent
risicobeoordelingsteam (Permanent Risk Assessment Group) en ad hoc risico beoordelingteams
(Temporary Risk Assessment Groups) die bij gelegenheid worden gevormd door het samenbrengen
van wisselende deskundigen. Voorts vindt regelmatig overleg plaats tussen de risk officers van de
dochterondernemingen, medewerkers van Business Control en de Interne Accountantsdienst. De
Interne Accountantsdienst is in 2005 tweemaal gevraagd om te adviseren over verbeteringen in het
ontwerp en de werking van het risicobeheersingssysteem.
De aanbeveling om met behulp van specifieke software het risicobeheersingssysteem efficiënter
te maken is in 2005 opgevolgd. Hiertoe is in het derde kwartaal software aangeschaft, die in het
vierde kwartaal is geïmplementeerd, waardoor het mogelijk is om de strategische en direct daar-
aan gerelateerde doelstellingen, risico’s en belangrijke beheersingsmaatregelen centraal vast te
leggen en decentraal te bewerken. Een bijkomend voordeel van deze centrale vastlegging is dat
‘best practices’ kunnen worden beschreven en uitgewisseld. De software maakt het verder mogelijk
om beoordelingen van de vastgelegde risico’s en de werking en het bestaan van de beheersings-
maatregelen te initiëren en te documenteren. Dit leidt tot efficiëntere beheersing omdat er op con-
15
sistente wijze kan worden gerapporteerd en omdat er eenvoudiger een chronologisch inzicht kan
worden verkregen van veranderingen in de status van een beheersingsmaatregel en een restrisico.
Uiteindelijk betekent dit dat een betrouwbaar oordeel kan worden gevormd over de werking van
het risicobeheersingssysteem gedurende het jaar in plaats van een oordeel over de werking van
een beheersingsmaatregel of de hoogte van een restrisico op een bepaald moment. Een evaluatie
van de software zal, nadat een geheel jaar ervaring is opgedaan, tegen het einde van 2006 worden
gemaakt. Voor 2006 bestaat verder het voornemen om waar mogelijk kwantitatieve analyses toe
te voegen aan de informatie waarop thans de risicobeoordeling wordt uitgevoerd.
Behalve op een weergave van de onderscheiden risico’s wordt in het navolgende ingegaan op de
gevoeligheid van het resultaat voor externe invloeden.

Strategische risico’s
Athlon is alleen actief in landen in de eurozone, zodat zij geen valutarisico’s loopt. Ook zijn de
resultaten niet erg gevoelig voor grote renteschommelingen omdat zoveel als mogelijk de bin-
nenkomende en uitgaande kasstromen rentetypisch op elkaar afgestemd worden. Teneinde de
rentepositie te bepalen en te beheersen wordt maandelijks een analyse gemaakt van de gevoelig-
heid voor veranderingen in de kapitaalmarktrente. Voor verdere informatie wordt verwezen naar
paragraaf 25 in de jaarrekening.
Vanaf 2007 zal het Basel II akkoord van kracht worden voor financiële instellingen. Tengevolge
van het akkoord zullen kredietverschaffers de rentevergoedingen op verstrekte leningen op een
andere wijze vaststellen dan tot nu toe gebruikelijk. Dit kan gevolgen hebben voor de hoogte van
de financieringskosten van de ondernemingen. Op basis van hetgeen thans bekend is, verwacht
Athlon echter dat dit akkoord voor haar geen nadelige invloed zal hebben op de toekomstige finan-
cieringskosten en de concurrentiepositie.

Tot de groeistrategie behoort het doen van acquisities. Daarbij bestaat het risico dat er geen ge-
schikte overnamekandidaten beschikbaar zijn. De geschiktheid van een overnamekandidaat wordt
bepaald op basis van diverse, vastgelegde criteria. In beginsel worden acquisities in de landen
waar Athlon actief is, samengevoegd met de bestaande ondernemingen. In de afgelopen jaren
heeft Athlon diverse samenvoegingen succesvol afgerond: Hiltermann Lease en Interleasing, Autop
Deutschland en AV Leasing en Athlon Car Lease en Unilease in Nederland en België. Mede op basis
van evaluaties van deze eerdere samenvoegingen zijn diverse maatregelen beschreven die de kans
van slagen bij toekomstige samenvoegingen verder verhogen.

Veranderingen in de huidige wet- en regelgeving kunnen invloed hebben op de bedrijfsvoering en


het resultaat. Dit betreft met name de fiscale regelgeving en meer in het bijzonder de regelgeving
met betrekking tot de fiscale bijtelling. De ervaring leert echter dat verhoging van de bijtelling nau-
welijks invloed heeft. De afschaffing van de bpm (‘luxebelasting’) in Nederland vormt daarbij een
specifiek risico. Als gevolg hiervan kan de marktwaarde van gebruikte auto’s dalen. Dit risico is ech-
ter beperkt aangezien het ministerie van Financiën een langjarige uitloop van de bpm overweegt
en gelijktijdig, door de invoering van een differentiatie van de bpm afhankelijk van onder meer de
mate van uitstoot van koolstofdioxide, de bpm een andere grondslag geeft. Bovendien kan op basis
van de met de cliënten afgesloten contracten een eventueel negatief effect op de opbrengst van de
ex-leaseauto worden doorberekend.
Meer en verbeterde regels op het gebied van verkeersveiligheid en technologische ontwikkelingen
gericht op het vergroten van de veiligheid van voertuigen zullen op termijn leiden tot een afname
16
Risicobeheersing

van het jaarlijkse aantal schadegevallen. De CARS 21 High Level Group, bestaande uit vertegen-
woordigers van de auto-industrie, de Europese Commissie, nationale overheden en diverse belan-
genorganisaties, heeft op hoofdlijnen afspraken gemaakt over veiligheid en milieu. Deze afspraken
geven weliswaar een duidelijke richting aan op het gebied van veiligheid en milieu, maar het tempo
en de mate van invloed van deze ontwikkelingen zijn niet precies vast te stellen.

Financiering
Beperkingen in financieringsmogelijkheden en renterisico’s vormen de belangrijkste financiële risi-
co’s. Voor Athlon wordt het grootste beslag op de financiële middelen gevormd door investeringen
in de auto’s voor leasing. De leaseauto’s moeten gefinancierd worden voor een periode van gemid-
deld 36 maanden. Voor de financiering is flexibele toegang tot de kapitaal- en geldmarkt vereist.
Daarvoor is ten minste een investment grade rating noodzakelijk. Een duidelijk strategisch concept,
goede resultaten, een gezonde vermogenspositie en uiteraard het tijdig voldoen aan aflossings- en
renteverplichtingen zijn hiervoor belangrijke voorwaardes. Door securitisatie van de leaseporte-
feuille wordt de groep van met name niet-bancaire kredietverschaffers uitgebreid en vermindert
het financieringsrisico. Daarnaast wordt gebruik gemaakt van obligatieleningen, syndicaatslenin-
gen, bilaterale leningen en commercial paper.

Operationele risico’s
De operationele risico’s verschillen per activiteit. Voor de leasevloot gelden als belangrijkste: de
kredietwaardigheid van de opdrachtgever (debiteurenrisico), het onderhoudsrisico, het cascori-
sico en het risico met betrekking tot de restwaarde van de auto. Voor het beheersen van het
debiteurenrisico zijn procedures opgesteld. Deze procedures regelen onder meer dat met behulp
van externe informatie de kredietwaardigheid van een cliënt wordt beoordeeld. Met een cliënt die
activiteiten ontplooit die een onacceptabel risico vormen, wordt geen relatie aangegaan. Een on-
derdeel van de procedures is tevens dat er een verdeling in risicocategorieën wordt gemaakt op
basis waarvan de cliënten worden gevolgd. Daarnaast worden periodieke rapportages vervaardigd
om zicht te houden op de ontwikkeling van het debiteurenrisico. Athlon streeft in dit verband naar
voldoende spreiding over verschillende bedrijfssectoren van haar klantenkring (zie overzicht pagina
55). Bovendien dient als zekerheid het eigendom van de aan de klant ter beschikking gestelde auto.
Per contract worden reserveringen getroffen voor reparatie, onderhoud en banden (ROB). Deze
reserveringen zijn gebaseerd op voortdurende analyse en schattingen van de werkelijke kosten,
waardoor het risico dat reserveringen onjuist worden vastgesteld beperkt blijft.

Gezien de omvang van de totale leaseportefeuille brengt Athlon het cascorisico niet onder bij
een assuradeur, maar draagt zij dit risico grotendeels zelf. Het risico met betrekking tot de rest-
waarde van de auto’s na afloop van het leasecontract wordt beperkt door de in de onderneming
aanwezige kennis van de markt voor gebruikte auto’s en de jarenlange ervaring met de taxatie
van restwaardes. Het bedrag dat ultimo 2005 is geïnvesteerd in ‘restwaardes’ en niet is afgedekt
door zogenaamde terugkoopverklaringen, bedraagt € 892 mln. Ter beperking van het restwaarde-
risico zijn bij alle werkmaatschappijen procedures van toepassing. Deze procedures voorzien onder
meer in periodiek overleg over de gehanteerde en te hanteren restwaardes. Periodiek worden
tevens verschillende rapportages vervaardigd en geanalyseerd. Indien op grond van de opbrengst
van recent verkochte auto’s of door onvoorziene, toekomstige, marktomstandigheden in een land
twijfel ontstaat of bij het einde van lopende leasecontracten gemiddeld nog winst zal worden
behaald op te verkopen auto’s, wordt een impairment test uitgevoerd. Zonodig vindt afwaardering
17
18
Risicobeheersing

19
van de leaseportefeuille plaats. Ultimo 2005 bedraagt de totale afwaardering € 11,5 mln. Auto’s die
voortijdig ‘terugkomen’, hebben een groter restwaarderisico omdat de boekhoudkundige afschrij-
ving geen gelijke tred houdt met de marktwaardeontwikkeling.
Het operationele risico bij autoschadeherstel bestaat uit onderbezetting van de beschikbare werk-
plaatscapaciteit (huisvesting en medewerkers). Dit risico wordt beperkt door met grotere opdracht-
gevers afspraken op jaarbasis te maken over het verwachte volume van het te leveren scha-
deherstelwerk. Intern wordt dit risico beperkt door hantering van flexibele arbeidscontracten en
toepassing van het werklastverdelingssysteem CAReVIEW, waardoor de omzetverdeling over de
vestigingen zoveel mogelijk wordt geoptimaliseerd.

Milieu
Het risicoprofiel van de groep voor wat betreft het milieu is door de aard van de belangrijkste
activiteit, leasing, zeer beperkt. Met name bij de schadeherstelbedrijven krijgt het milieurisico
veel aandacht; daar is het milieuaspect ondergebracht in een integraal kwaliteitssysteem. Bij de
schadeactiviteiten zijn de milieurisico’s in de afgelopen jaren nauwkeurig in kaart gebracht en is
een groot aantal saneringen reeds uitgevoerd. Athlon heeft een bedrag van circa € 0,8 mln onder
kortlopende schulden opgenomen voor lopende en komende saneringen. De operationele risico’s
op het gebied van milieu worden beperkt door investeringen in preventieve controles, apparatuur
en veiligheidsmaatregelen.

Informatisering
Bij de leasemaatschappijen van Athlon zijn complexe automatiseringssystemen in gebruik. Deze
systemen ondersteunen de verkoop en het beheer van contracten, de afhandeling van operationele
activiteiten (aankoop van de auto, onderhoud, verzekering, vervangend vervoer, brandstof, houder-
schapsbelasting, verkoop) en het verstrekken van (fleet)managementinformatie aan de klanten.
De bij schadeherstel in gebruik zijnde systemen ondersteunen het bedrijfsproces onder andere
door het vastleggen van specifieke klantafspraken, het maken van een voor- en nacalculatie van te
repareren schades, het verdelen van de opdrachten over de beschikbare capaciteit en het registre-
ren van de tijdsbesteding per reparatie.
Gezien het feit dat de Athlon-bedrijven strategisch afhankelijk zijn van goed functionerende sys-
temen, wordt op basis van de ERM-procedures nadrukkelijk gestuurd op de volgende ICT beleids-
onderwerpen:

Business Continuity & Recovery Athlon heeft een project uitgevoerd met betrekking tot de
continuïteit van bedrijfsvoering in het algemeen en gegevensverwerking in het bijzonder. Door
middel van dit project, ‘Athlon Business Continuity’, zijn de risico’s gedetailleerd in kaart gebracht
en zijn beheermaatregelen getroffen. In het geval van een calamiteit dient een werkmaatschappij
binnen 48 uur weer operationeel te zijn met haar business-kritische processen en mag er maximaal
vier uur aan data verloren zijn gegaan. Om hieraan te kunnen voldoen is er groepsbreed gekozen
voor een centrale co-locatie waarnaar data gerepliceerd zullen worden. In 2006 zal de co-locatie
operationeel worden. Tevens is in 2005 een Europees groepscontract afgesloten voor uitwijk van
werkplekken. Deze uitwijkmogelijkheid zal eveneens in 2006 operationeel zijn.

Informatiebeveiliging Binnen Athlon zijn richtlijnen opgesteld voor informatiebeveiliging. Deze


richtlijnen volgen de Britse standaard voor informatiebeveiliging BS7799, die als ‘best practice’

20
Risicobeheersing

gehanteerd wordt. Daarbij zijn drie deelgebieden te onderscheiden, ook wel de CIA-principes ge-
noemd:
n Confidentiality, beschermen van informatie tegen niet-geautoriseerd gebruik;
n Integrity, beschermen van accuratesse en compleetheid van de informatie;
n Availability, zorgdragen voor de beschikbaarheid van de informatie op het juiste moment.

Met ingang van 2006 worden audits op de naleving van de richtlijnen uitgevoerd. Daarnaast is het
beleid aangepast aan nieuw gedefinieerde risico’s.

BSA Compliance De Business Software Alliance (BSA) zet zich in tegen softwarepiraterij. Hiertoe
voert zij regelmatig audits uit bij bedrijven. Sinds 2004 brengt Athlon eventuele omissies in kaart
met betrekking tot het softwaregebruik en de licentieadministratie. De Athlon-bedrijven moeten
kunnen aantonen dat voor ieder gebruikt softwarepakket voldoende licenties aanwezig zijn. Op de
naleving hiervan wordt toegezien. Het komende boekjaar zal onderzocht worden in hoeverre cen-
traal ICT asset management hiertoe kan bijdragen.

Rapportage
Binnen Athlon bestaan uniforme richtlijnen met betrekking tot de rapportage van zowel financiële
als niet-financiële informatie. Deze richtlijnen bevorderen een tijdige en accurate rapportage van
de voor de bedrijfsvoering belangrijke indicatoren. Door de richtlijnen van de belangrijke indicato-
ren eenduidig te definiëren bestaat tevens de mogelijkheid om de werkmaatschappijen onderling
te vergelijken en daaruit voortvloeiende verschillen te analyseren. Tezamen verbetert dit het tijdig
inzicht in de mate van realisatie van de doelstellingen, ondersteunt het het nemen van beslissin-
gen en verhoogt het de betrouwbaarheid van de communicatie. Op de naleving wordt vooral door
Business Control en de Interne Accountantsdienst toegezien.

Naleving van interne en externe regelgeving


Naleving van regelgeving (compliance) is een collectieve verantwoordelijkheid van de Raad van
Bestuur van Athlon Holding. Het toezicht vindt zoveel mogelijk intern plaats. De werkmaatschap-
pijen houden op diverse niveaus op basis van procedures toezicht op regelgeving. Hierbij verlenen
onder andere Business Control en de Interne Accountantsdienst van Athlon Holding ondersteuning.
Ook voert de Holding zelfstandig onderzoeken uit. Athlon maakt voor het toezicht op regelgeving
eveneens gebruik van externe organisaties. Dit betreft niet alleen de controle van de jaarrekening,
maar ook controle door een externe organisatie op bijvoorbeeld de naleving van de calculatieregels
voor schadeherstel en van de belastingwetgeving.

Conclusie
Met betrekking tot de financiële risico’s is Athlon van mening dat haar risicobeheersingssysteem,
waarvan de werking gedurende het verslagjaar is gecontroleerd en vastgesteld, een redelijke
garantie biedt dat de financiële rapportage geen materiële fouten bevat. Het risicobeheersings-
systeem richt zich ook op andere risico’s, waarvan de belangrijkste hiervoor zijn beschreven. In
2006 zullen de voor business continuity en recovery noodzakelijke co-locatie en uitwijkmogelijk-
heden door alle groepsmaatschappijen kunnen worden benut. Overigens zijn er geen belangrijke
tekortkomingen bekend en zijn er bovendien geen aanwijzingen dat het risicobeheersingssysteem
in 2006 niet goed zal werken.

21
Hans Blink, Athlon Car Lease Nederland, landenmanager Nederland
”Een grensoverschrijdend totaalaanbod.”

22
Aandeelhoudersinformatie

Voor zover de in dit hoofdstuk opgenomen informatie is ontleend aan documenten, zoals statuten,
overeenkomsten betreffende uitgifte van aandelen, (interne) reglementen en rapporten, is het uit-
gangspunt geweest om de meest essentiële elementen uit die documenten zo juist mogelijk samen
te vatten en weer te geven.

Notering
Athlon Holding is een structuurvennootschap, waarvan de gewone aandelen van nominaal € 0,25
zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam en doorlopend worden verhandeld. Daarbij wordt ge-
bruik gemaakt van drie liquidity providers, Rabo Securities, SNS Securities en Kempen & Co.
Door ondertekening van het Inclusion Agreement met Euronext behoort Athlon tot het Next
Prime-segment.

Tevens is Athlon op grond van haar marktkapitalisatie opgenomen in de Next 150-index. Vanaf be-
gin maart 2005 maakt Athlon Holding deel uit van de Amsterdam Small Cap Index (AScX-index).
23
Koers en omzet 2005 2004

Hoogste koers € 22,50 € 19,49


Laagste koers € 18,60 € 13,90
Koers ultimo € 22,49 € 19,40
Gemiddelde dagomzet 47.972 23.988

Alle uitstaande gewone aandelen van Athlon worden vrij verhandeld; circa 40% is in handen van
grootaandeelhouders. De gemiddelde dagomzet in het aandeel Athlon is in het afgelopen jaar ge-
stegen. Hierbij moet worden opgemerkt dat deze omzetcijfers slechts een beperkt inzicht geven
in de liquiditeit van het aandeel. Achtergrond hiervan is dat diverse handelstransacties buiten
Euronext om plaatsvinden en daarmee niet in de genoemde omzetcijfers zijn opgenomen.

Relatieve koersontwikkeling Athlon Holding

Kapitaal en aandelen
Het maatschappelijk kapitaal van de vennootschap bedraagt € 20 mln en bestaat uit 25 mln ge-
wone aandelen, 10 mln cumulatief preferente aandelen, 40 mln preferente aandelen en 5 mln
gewone converteerbare financieringspreferente aandelen. Alle genoemde aandelen hebben een
nominale waarde van € 0,25. Van de 40 mln preferente aandelen is er geen geplaatst.
In de onderstaande tabel zijn de mutaties in het geplaatste aandelenkapitaal met ingang van 2005
weergegeven.
Op 30 juni 2004 zijn in het kader van de overname van de resterende 50% van Unilease 1.564.591
gewone aandelen uitgegeven.

24
Aandeelhoudersinformatie

Mutaties Aantal Aantal Aantal Nominale


aandelenkapitaal gewone cumulatief converteerbare waarde (€)
aandelen preferente financierings-
aandelen preferente
aandelen

Stand per 1 januari 2004 15.661.580 4.200.000 1.300.000 5.290.395


Stand per 31 december 2004 17.229.521 4.200.000 1.300.000 5.682.380
Stand per 1 januari 2005 17.229.521 4.200.000 1.300.000 5.682.380
Emissie gewone aandelen 600 - - 150
Uitgeoefende opties 116.550 - - 29.138
Stand per 31 december 2005 17.346.671 4.200.000 1.300.000 5.711.668

De cumulatief preferente en converteerbare preferente aandelen zijn in gevolge de IFRS-bepalin-


gen vanaf 1 januari 2005 niet als eigen vermogen, maar als verplichting in de balans opgenomen.

De in 1999 uitgegeven 4,2 mln cumulatief preferente aandelen op naam vertegenwoordigen ultimo
2005 bijna 20% van het totaal geplaatste aantal aandelen en zijn niet genoteerd aan enige effec-
tenbeurs. Omdat de uitgifteprijs (€ 11) van deze aandelen beneden de beurskoers van de gewone
aandelen lag, is door middel van een stemrechtovereenkomst het stemrecht naar rato van de
kapitaalinbreng beperkt tot 45% per aandeel. Het dividend op deze aandelen bedraagt thans per
jaar 5,65% van de kapitaalinbreng en geldt tot 15 februari 2009. Herziening van dit percentage
geschiedt door het opnieuw vaststellen van het basispercentage en de dividendopslag (tussen 0 en
250 basispunten), onder goedkeuring van de vergadering van houders van cumulatief preferente
aandelen. Er bestaat geen aflossingsverplichting.
De verhandelbaarheid van de cumulatief preferente aandelen is onderworpen aan de bepalingen
van de in artikel 16 van de statuten opgenomen blokkeringsregeling. Athlon heeft de betrokken
aandeelhouders schriftelijk verklaard desgevraagd bereid te zijn overleg te plegen over vervreem-
ding, aflossing of conversie in gewone aandelen in een periode van vijf tot tien jaar na uitgifte
(1999) van de onderhavige aandelen.

In maart 2002 zijn 1,3 mln converteerbare financieringspreferente aandelen geplaatst bij
Natexis-dochter Bail Banque Populaire S.A. Dit als onderdeel van de samenwerking tussen
Natexis en Athlon Car Lease France op het gebied van operationele lease. Nadat aan onderstaande
conversievoorwaarden was voldaan, is op 6 maart 2006 door de Raad van Bestuur, met instem-
ming van Natexis, besloten deze preferente aandelen te converteren in gewone aandelen.

De uitgifteprijs van deze aandelen lag met € 17,50 ruim 22% boven de beurskoers van het gewone
aandeel op dat moment. Ook deze aandelen hadden geen notering.
Het nog verschuldigde dividend komt overeen met 6,47% van de kapitaalinbreng.
Conversie was mogelijk op basis van één-op-één en op basis van ‘value for value’. Eén-op-één-
conversie door de aandeelhouder was op ieder moment mogelijk. Athlon had het conversierecht,
nadat de koers van het gewone aandeel gedurende twintig aaneengesloten handelsdagen boven de
uitgifteprijs van € 17,50 vermeerderd met 30% lag (€ 22,75).

25
26
Aandeelhoudersinformatie

Preferente aandelen
Bij de Stichting Continuïteit Athlon Holding N.V. staat op basis van een overeenkomst voor onbe-
paalde tijd een optie uit tot het door de Stichting nemen van preferente aandelen tot een maximum
van 99,99% van het geplaatste kapitaal (zie ook pagina 159).

Personeelsopties
Ten laste van de vennootschap worden opties op gewone aandelen uitgegeven aan bestuurders
en een groep leidinggevenden. Deze optieregeling biedt de mogelijkheid om aan functionarissen
op sleutelposities een aanvullende prestatiebeloning toe te kennen. Doel van deze regeling is om
het belang van de ondernemingsleiding en dat van de aandeelhouders op één lijn te brengen. De
toekenning vond tot en met 2003 jaarlijks plaats op 1 oktober onder goedkeuring van de Raad van
Commissarissen tegen een prijs die gelijk is aan de slotkoers op 30 september daaraan vooraf-
gaand. Met ingang van 2004 is de toekenningsdatum 1 april van ieder jaar. Deze wijziging hangt
samen met de met name voor de leden van de Raad van Bestuur geldende toekenningscriteria.
Deze criteria zijn afgeleid van de langetermijndoelstellingen en het jaarlijks verloop daarvan. Het
behalen hiervan wordt in maart van ieder jaar bij bespreking van de jaarrekening door de Raad van
Commissarissen getoetst. Voor het overige management wordt voor wat betreft de criteria voor
optietoekenning en andere voorwaarden aansluiting gezocht bij de systematiek die geldt voor de
Raad van Bestuur.
Per jaar kan maximaal 1,5% van het aantal uitstaande gewone aandelen aan opties worden ver-
leend. De looptijd van de tot en met 2001 toegekende opties bedraagt vijf jaar. Voor de vanaf
oktober 2002 toegekende opties bedraagt de looptijd zeven jaar. De opties kunnen in beginsel
pas na drie jaar worden uitgeoefend. Op het optieplan is tot en met 2004 de interne gedragscode
‘Melding en reglementering van transacties in effecten Athlon Holding N.V.’ van toepassing. In 2005
zijn mede onder invloed van de Nederlandse Corporate Governance Code en de misbruikwetgeving
twee nieuwe effectenreglementen ingevoerd.
In onderstaande tabel zijn de toegekende en ultimo 2005 uitstaande optierechten weergegeven.

Jaar Aantal toegekend %* Aantal uitstaand Uitoefenkoers (€)

2001 181.100 1,2 78.850 11,30


2002 110.050 0,7 92.550 8,10
2003 234.800 1,5 226.450 11,18
2004 75.250 0,5 68.300 17,20
2004 9.500 0,1 9.500 16,45
2005 201.540 1,2 200.040 20,19

* percentage aantal toegekende opties ten opzichte van totaal aantal geplaatste gewone aandelen

27
Belangrijkste aandeelhouders
Per 1 maart 2006 zijn de volgende grootaandeelhouders (van 5% of meer van het totaal geplaatste
kapitaal) van gewone, cumulatief preferente en converteerbare financieringspreferente aandelen
bij de vennootschap bekend:

n Bail Banque Populaire S.A. converteerbare financieringspreferente aandelen 6,0%


n Delta Deelnemingen Fonds N.V. gewone aandelen 8,6%
n Delta Lloyd Levensverzekering N.V. cumulatief preferente en gewone aandelen 7,6%
n Fortis Utrecht N.V. cumulatief preferente en gewone aandelen 11,6%
n Gestion Deelnemingen V gewone aandelen 5,1%
n Breedinvest B.V. cumulatief preferente en gewone aandelen 5,0%
n Eureko B.V. gewone aandelen 5,2%
n A. van Herk gewone aandelen 6,4%
n A. Strating gewone aandelen 5,0%

Dividendbeleid
Het in april 2004 door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders goedgekeurde dividendbeleid
luidt als volgt.
Bij de vaststelling van de hoogte van het dividend dat in contanten wordt uitgekeerd, wordt
rekening gehouden met de doelstellingen om de winst per aandeel jaarlijks met 5 tot 10% auto-
noom te laten groeien. Dit is op middellange termijn alleen te realiseren door groei van het aantal
leasecontracten met ten minste 5 tot 10%. Deze groei is slechts mogelijk indien verschaffers van
vreemd vermogen de hiervoor benodigde financiering verstrekken. Hiertoe is het noodzakelijk om
het eigen vermogen te versterken. Het percentage van de gewenste toename van het eigen vermo-
gen is ten minste gelijk aan de beoogde toename van de leaseportefeuille. Daarnaast is dat percen-
tage afhankelijk van de door financiers en ratinginstituten gestelde eisen en beoogde acquisities.
Naar verwachting zullen deze uitgangspunten er in beginsel niet toe leiden dat minder dan 35%
van de voor gewone aandeelhouders beschikbare winst, zoals die tot nu toe berekend werd, zal
worden uitgekeerd.

Investor relations
Ook in het verslagjaar heeft de Raad van Bestuur intensief contact onderhouden met de kapi-
taalmarkt. Onder andere wordt twee maal per jaar een persconferentie gehouden en zijn diverse
analistenpresentaties in binnen- en buitenland gegeven. Sinds 2004 biedt Athlon belangstellenden
de gelegenheid om door middel van webcasting via het internet de analistenpresentaties te volgen.
Voorts worden op individuele basis contacten onderhouden met institutionele beleggers. Daarnaast
voert Athlon een intensief investor-relationsprogramma om ook particuliere beleggers te interes-
seren voor het aandeel Athlon Holding. In dat kader heeft Athlon onder andere deelgenomen aan
een aantal bijeenkomsten voor particuliere beleggers en de Dag van het Aandeel, georganiseerd
door de Vereniging van Effectenbezitters (VEB).

28
Aandeelhoudersinformatie

Credit rating
Athlon wordt door zowel Moody’s (Baa3, positive outlook) als Standard & Poor’s (BBB-, stable out-
look) beoordeeld. Beide ratings zijn ‘investment grade’ en van hetzelfde niveau. In een toelichting
wordt bijvoorbeeld gesteld dat ‘de rating de consistente onderliggende winstgevendheid, de hoge
kwaliteit van de leaseportefeuille, de naar hun aard beperkte risico’s van autoleaseactiviteiten en
de solide balansstructuur weerspiegelt’. Hiermee kunnen de financieringsmogelijkheden worden
uitgebreid en de kosten van de financiering worden verminderd. Athlon is een van de weinige
Nederlandse lokale beursfondsen met een ‘investment grade’-rating.
In 2003 en februari 2005 hebben Athlon Car Lease Nederland respectievelijk Unilease een deel
van hun leaseportefeuille gesecuritiseerd. De bij aanvang verwachte gewogen gemiddelde loop-
tijd van beide transacties is vijf jaar. De transacties zijn beoordeeld door twee rating agencies, te
weten Moody’s en Fitch. Het grootste deel van het schuldpapier, de ‘notes’, heeft een triple-A rating
gekregen. De notes zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam.

Financiële agenda

n 19 april 2006 Algemene Vergadering van Aandeelhouders


n 21 april 2006 Notering ex-dividend
n 26 april 2006 Betaalbaarstelling dividend
n 12 mei 2006 (na beurs) Publicatie 1e kwartaalcijfers 2006
n 25 augustus 2006 (voor beurs) Publicatie halfjaarcijfers 2006
n 25 augustus 2006 Persconferentie halfjaarcijfers 2006
n 25 augustus 2006 Analistenbijeenkomst halfjaarcijfers 2006
n 10 november 2006 (voor beurs) Publicatie 3e kwartaalcijfers 2006

De agenda voor de Algemene Vergadering van Aandeelhouders staat op www.athlonholding.nl en


is tevens verkrijgbaar op het hoofdkantoor van Athlon Holding, Wieger Bruinlaan 98 te Hoofddorp
en wordt op verzoek toegezonden, telefoon +31 (0)23 567 57 00. De vergadering zal worden ge-
houden in het Sheraton Amsterdam Airport Hotel, Schiphol Boulevard 101 op luchthaven Schiphol,
Haarlemmermeer en begint om 15.00 uur.

29
Paul Dewit, Athlon Car Lease Belgium, landenmanager België
”Een brug slaan maakt oplossingen mogelijk die er daarvoor niet waren.”
30
Aandee
C lohr o
pou rdaet res G
i no fvoerr m
n aant ci e

Tijdens de jaarlijkse Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 19 april 2005 zijn de hoofd-
lijnen van het Corporate Governance-beleid, de structuur en de wijze van uitvoering (inclusief de
afwijkingen van de Nederlandse Corporate Governance Code) daarvan met aandeelhouders be-
sproken en toegelicht. Daarbij zijn door aandeelhouders geen bezwaren aangedragen. Athlon leeft
de Code na. Deze is inmiddels ingebed binnen de onderneming.

Op dezelfde datum - in samenhang met de invoering van de Code en de Wet tot wijziging van het
structuurregime - zijn de statuten van de vennootschap onder goedkeuring van aandeelhouders
aangepast. Hierbij zijn diverse codebepalingen in de statuten opgenomen.
De relevante documentatie, waaronder de statuten, het Corporate Governance-beleid en de diverse
reglementen, is gepubliceerd op de website: www.athlonholding.nl onder De Onderneming/Corporate
Governance.
31
32
Corporate Governance

Implementatie
Gedurende het verslagjaar hebben zich geen substantiële veranderingen in het Corporate
Governance-beleid van Athlon voorgedaan. De gerapporteerde en toegelichte afwijkingen gelden
onverkort en zijn opgenomen op de website. Begin 2005 zijn de eerder vastgestelde reglementen
van de Raad van Commissarissen en de Raad van Bestuur, alsmede de profielschets en het
rotatieschema, op de website geplaatst. Met het van kracht worden van de Wet marktmisbruik per
1 oktober 2005 kon eveneens het Algemene en het Bijzondere reglement Effectenbezit en trans-
acties Athlon Holding N.V. worden gefinaliseerd. Ook dit reglement is op de website geplaatst.
In december is het reglement inzake de melding van misstanden (de klokkenluidersregeling)
afgerond. Dit trad per 1 januari 2006 in werking. Naast de gebruikelijke interne meldingsmogelijk-
heden voorziet de regeling in een extern meldpunt.
Voor de verdere implementatie gedurende 2005 van de risicomanagementsystemen (ERM en ABC)
wordt verwezen naar pagina 15 en verder. Een in dit kader te introduceren gedragscode is nog
onderwerp van studie. Athlon meent overigens dat integriteit geen dode letter mag zijn en de af-
wezigheid van een dergelijke code geen excuus voor individueel onoorbaar handelen.

Naleving en handhaving van de Corporate Governance Code


Athlon is van oordeel dat zij de Code naleeft, hetgeen niet betekent dat ook iedere codebepaling
wordt toegepast. Hierbij wordt verwezen naar de hiervoor bedoelde afwijkingen van een aantal
codebepalingen en de toelichting daarop. In het bijzonder zijn de best-practicebepalingen II.3.2
t/m II.3.4 en III.6.1 t/m III.6.3 nageleefd. Er hebben geen transacties plaatsgevonden waarbij
(potentieel) tegenstrijdige belangen van materiële betekenis ten aanzien van bestuurders of com-
missarissen speelden. Voorts hebben geen transacties in de zin van best-practicebepaling III.6.4
plaatsgevonden.

33
Raad van Commissarissen

drs. C.J. Brakel (1937), voorzitter per 1-1-2003


Nationaliteit: Nederlandse. Geslacht: mannelijk. Commissariaten: Aalberts Industries N.V., United
Services Group N.V. (voorzitter), PCM Uitgevers. Eerste benoeming: 2002. Lopende termijn: 2005
tot 2009. Aandelenbezit Athlon Holding N.V.: geen.

dr. W.M. van den Goorbergh (1948), vice-voorzitter


Nationaliteit: Nederlandse. Geslacht: mannelijk. Commissariaten: Bank Nederlandse Gemeenten
N.V., NIBC N.V., De Welten Groep Holding B.V. (voorzitter). Eerste benoeming: 2003. Lopende
termijn: 2003 tot 2007. Aandelenbezit Athlon Holding N.V.: geen.

O. Heijn (1949)
Nationaliteit: Nederlandse. Geslacht: mannelijk. Huidige functie: directeur Plevier Beleggingen
B.V. Nevenfunctie: supervisor Japan Asia Venture Fund. Eerste benoeming: 1994. Lopende
termijn: 2002 tot 2006. Aandelenbezit Athlon Holding N.V.: 84.262

drs. J.H. van Heijningen Nanninga (1946)


Nationaliteit: Nederlandse. Geslacht: mannelijk. Huidige functie: partner Egon Zehnder Internatio-
nal B.V. Commissariaten: Krauthammer International België, United Services Group N.V. Neven-
functies: Raad van Advies CVC, Advisory Board Nederland World College. Eerste benoeming: 2005.
Lopende termijn: 2005 tot 2008. Aandelenbezit Athlon Holding N.V.: geen

De commissarissen hebben geen zakelijke relatie met Athlon Holding N.V. anders dan het commis-
sariaat. Geen van de commissarissen bekleedt een bestuursfunctie bij de vennootschap.

34
Bestuur

Raad van Bestuur

drs. H. Bierstee (1946), voorzitter


Nationaliteit: Nederlandse. Geslacht: mannelijk. In dienst bij Athlon als bestuursvoorzitter sinds
augustus 1993. Aandachtsgebieden: strategie, IR/communicatie, P&O, onroerend goed, milieu en
schadeherstel in Nederland. Aandelenbezit Athlon Holding N.V.: 3.278

M.J.M.R. Claus (1945)


Nationaliteit: Belgische. Geslacht: mannelijk. In dienst bij Athlon sinds juni 1991, lid Raad van
Bestuur sinds maart 2001. Aandachtsgebieden: autoleasing in België, Luxemburg, Frankrijk en
Spanje, schadeherstel in België. Aandelenbezit Athlon Holding N.V.: 3.000

ir. N.M.P. van den Eijnden (1959)


Nationaliteit: Nederlandse. Geslacht: mannelijk. In dienst bij Athlon sinds mei 1994, lid Raad van
Bestuur sinds maart 2001. Aandachtsgebieden: autoleasing in Nederland en Duitsland. Aandelen-
bezit Athlon Holding N.V.: 2.500

J. Slootweg RA (1957)
Nationaliteit: Nederlandse. Geslacht: mannelijk. In dienst bij Athlon sinds mei 1992, lid Raad van
Bestuur sinds maart 2001. Aandachtsgebieden: financiën, treasury en ICT. Aandelenbezit Athlon
Holding N.V.: 3.550

Secretaris van de vennootschap

mr. J.E. Demper (1951)


In dienst bij Athlon sinds januari 1988.
35
Jean Kerschen, Athlon Car Lease Luxembourg, landenmanager Luxemburg
”Groot genoeg om de klus te klaren, klein genoeg voor de menselijke maat.”
36
Bericht van de Raad van Commissarissen

Hierbij bieden wij u de door de Raad van Bestuur opgemaakte jaarrekening 2005 van Athlon
Holding N.V. ter vaststelling aan. Deze jaarrekening is gecontroleerd door KPMG Accountants N.V.
De accountantsverklaring is opgenomen onder ‘Overige gegevens’ op pagina 157.

Wij stellen u voor de jaarrekening 2005 vast te stellen. Voorts stellen wij voor de leden van
de Raad van Bestuur voor de door hen in het verslagjaar blijkens de jaarrekening verrichte
handelingen en de leden van de Raad van Commissarissen voor het door hen gehouden toezicht te
dechargeren. De statutaire winstverdeling is vermeld op pagina 158. Wij adviseren u het dividend-
voorstel van de Raad van Bestuur te aanvaarden en het contante dividend op de gewone aandelen
over 2005 vast te stellen op € 0,95 per gewoon aandeel van nominaal € 0,25.

Toezicht op beleid en werkzaamheden


In termen van externe ontwikkelingen bleek het verslagjaar voor Athlon Holding een betrekkelijk
rustige periode. Met de noodzakelijke aandacht van het management voor de inmiddels succesvol
afgeronde integratie van het in 2004 overgenomen Unilease in Nederland en België was dit een
passende omstandigheid.
37
Voorts bepaalden, zoals vrijwel jaarlijks het geval is, de (her)financiering van de activiteiten
in het algemeen en de herfinanciering van de Unileaseportefeuille door middel van een tweede
securitisatie in het bijzonder met regelmaat het overleg met de Raad van Bestuur.

Strategie en ondernemingsplan 2005 Na ongewijzigde vaststelling van de strategische doelen


en het meerjarenplan in 2004 is in augustus nadrukkelijker stilgestaan bij dit onderwerp. Besloten
is de ingezette strategie te continueren. Door het bereiken van de marktpositie als één na grootste
in de Benelux is de gewenste plaats van de autolease-onderneming in haar thuismarkt bereikt.
Meer aandacht is thans nodig voor de expansie in Frankrijk en Duitsland ten behoeve van de aldaar
noodzakelijke schaalgrootte. Verheugd stellen wij wel vast dat een eerste, zij het nog bescheiden,
stap in het kader van de Europese ambitie is gezet in een voor Athlon nieuwe, maar belangrijke
jonge markt als Spanje. Naast de integratie van Unilease, de herfinanciering van de Unileasepor-
tefeuille en een aantal kwalitatieve projecten (zie pagina 41) vormde realisatie van de begroting
voor 2005 (nettowinst van € 34,9 mln volgens IFRS) een belangrijke doelstelling voor de Raad van
Bestuur. Deze doelstellingen zijn ruimschoots gerealiseerd. Wij hebben er vertrouwen in dat dit
evenzeer het geval zal zijn met de door ons in december van het boekjaar goedgekeurde plannen
en begroting voor het jaar 2006.

Lopende zaken Per kwartaal zijn de algemene operationele gang van zaken en de daaruit voort-
vloeiende resultaten met de Raad van Bestuur besproken. Tijdens de vergadering in maart met de
Raad van Bestuur is in aanwezigheid van de externe accountant aan de hand van diens rapport
van bevindingen in het bijzonder aandacht gegeven aan de naleving van het proces van financiële
verslaglegging en de wet- en regelgeving. In augustus is stilgestaan bij de voortgang van de im-
plementatie van het Athlon Enterprise Risk Managementsysteem. Hierbij was eveneens de externe
accountant aanwezig.
In december zijn het functioneren en de lopende werkzaamheden van de Interne Accountants-
dienst besproken. Ook is buiten de aanwezigheid van de externe accountant diens functioneren
aan de orde geweest.
Met betrekking tot het risicobeheersings- en controlesysteem waren in het boekjaar met name
de organisatie daarvan binnen de dochterondernemingen en het interne rapportagesysteem de
belangrijkste gespreksonderwerpen.
Wij hebben geconcludeerd dat de implementatie in voldoende mate vordert, maar dat die bij
een aantal dochterondernemingen meer tijd vraagt. Omtrent de werking zijn tot dusver bij ons
geen twijfels gerezen. Vastgesteld mag worden dat van het systeem een bewustwordende en pre-
ventieve werking uitgaat.

De onafgebroken aandacht voor de financiering van de activiteiten van de onderneming, waarbij de


continuïteit en het kostenniveau daarvan een belangrijke rol spelen, kwam tot uiting in de voorbe-
reidingen van een voorgenomen uitgifte van een obligatielening en de aanpassing van de interne
financieringsstructuur.
Ten slotte hebben wij aan het eind van het jaar stilgestaan bij het managementdevelopmentbeleid
en het binnen de onderneming aanwezige potentieel. Hier bepaalt de omvang van de betrokken
werkmaatschappij voor een belangrijk deel de mogelijkheden.

Functioneren en samenstelling Raad van Commissarissen


In het verslagjaar heeft de Raad van Commissarissen zes maal met de Raad van Bestuur en één
38
Bericht van de Raad van Commissarissen

maal onderling vergaderd. Beide colleges waren vrijwel altijd voltallig aanwezig. Tijdens deze laat-
ste vergadering is het functioneren van de Raad van Bestuur en de individuele leden besproken
tegen de achtergrond van de honorering op basis van het betreffende beleid.
Ook het eigen functioneren van de Raad als totaal en dat van de individuele leden zijn in bedoelde
vergadering aan de orde geweest.

Samenstelling In de aandeelhoudersvergadering op 19 april 2005 traden de heren drs. C.J. Brakel


en dr. ir. A.W. Veenman volgens rooster af. Alleen de heer Brakel kwam voor herbenoeming in
aanmerking. Derhalve diende in de vacature die de heer Veenman achterliet, voorzien te worden.
Voor deze vacature gold het versterkte aanbevelingsrecht van de ondernemingsraden.
In nauw overleg met de Raad van Bestuur, mede namens de Raad van Commissarissen, hebben
de ondernemingsraden aanbevolen om de heer drs. J.H. van Heijningen Nanninga naast de heer
Brakel aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders voor te dragen voor benoeming tot com-
missaris. Beide voordrachten pasten in de nieuwe profielschets. In bovengenoemde aandeelhou-
dersvergadering werden de heer Brakel voor een periode van vier jaar en de heer Van Heijningen
Nanninga voor een periode van drie jaar benoemd.
De heer O. Heijn zal op 19 april 2006 volgens rooster definitief aftreden en heeft de vennootschap
dan twaalf jaar als commissaris gediend. Wij zijn hem zeer erkentelijk voor zijn inzet en het ter
beschikking aan Athlon stellen van zijn ervaringen. In het kader van zijn opvolging zal de Raad van
Commissarissen de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 19 april 2006 voorstellen om de
heer drs. J.G. Drechsel te benoemen tot lid van de Raad van Commissarissen. Zijn persoonsgege-
vens worden bij het desbetreffende agendapunt verstrekt. De heer Drechsel vervult sinds 2001 de
functie van directievoorzitter van de zakenreisorganisatie BCD N.V. Daarvoor was hij enige jaren
lid van de Raad van Bestuur van Koninklijke KPN N.V. na vele jaren diverse internationale leiding-
gevende functies bij Koninklijke Shell Groep bekleed te hebben. Met zijn benoeming verzekert
onze Raad zich van deskundigheid en ervaring op het gebied van marketing en commercie. Voorts
voldoet de heer Drechsel aan de meer algemene eisen van de profielschets, zoals internationale
ervaring en actief zijn in het bedrijfsleven.

Gelet op de huidige en voorgenomen samenstelling en de op grond van de profielschets noodzake-


lijk aanwezige deskundigheden menen wij dat de individuele leden onafhankelijk zijn in de zin van
best-practicebepaling III.2.1 van de code-Tabaksblat en dat de Raad adequaat is samengesteld.

Bezoldiging Raad van Commissarissen


De in april 2004 door aandeelhouders vastgestelde honorering voor commissarissen van € 30.000
voor leden en € 40.000 voor de voorzitter is in 2005 niet aangepast. Evenmin zijn aan commissaris-
sen andere vormen van bezoldiging of leningen verstrekt.

Remuneratie Raad van Bestuur


Het honoreringsbeleid voor de leden van de Raad van Bestuur respecteert de bestaande arbeids-
overeenkomsten voor onbepaalde tijd, alsmede de vigerende vertrekregelingen.

Het honoreringsbeleid voor de leden van de Raad van Bestuur dat tijdens de Algemene Vergadering
van Aandeelhouders op 19 april 2005 is besproken en geen bezwaren ontmoette, is gericht op het
aantrekken, behouden en motiveren van de best gekwalificeerde en meest ervaren bestuurders.
Deze zijn van belang voor de ontwikkeling en implementatie van de strategie, het genereren van
39
waarde voor aandeelhouders en het dienen van de belangen van overige stakeholders. De bezoldiging
van de Raad van Bestuur kent een honoreringspakket dat bestaat uit het vaste inkomen, een
variabel inkomen op korte termijn en een variabel inkomen op lange termijn.

Beloningsstructuur Het vaste inkomen bestaat uit het vaste brutojaarsalaris, inclusief het in het
vaste maandsalaris begrepen deel van de vakantietoeslag. Voor de kwantitatieve gegevens wordt
verwezen naar paragraaf 23 in de jaarrekening.
Het variabele inkomen voor de korte termijn (tantième) bedraagt maximaal 50% van het vaste
inkomen. Hiervan is 70% gerelateerd aan collectieve kwantitatieve resultaatdoelstellingen en 30%
aan specifieke kwalitatieve jaardoelstellingen.
De resultaatgerelateerde doelstelling bestaat uit realisatie van het jaarbudget conform een
glijdende schaal: voornoemd 70%-deel wordt volledig uitbetaald indien het behaalde resultaat
hoger is dan 110% van het budget. Geen uitbetaling vindt plaats indien het behaalde resultaat
minder dan 85% van het budget bedraagt.
De verhouding tussen het variabele en het niet-variabele deel is bepaald op basis van de wens om
te komen tot een marktconforme beloningsstructuur voor bestuurders van naar omvang vergelijk-
bare ondernemingen. De 70/30-verhouding binnen het variabele deel brengt het relatieve belang
van financiële en kwalitatieve doelstellingen tot uitdrukking.
Uitbetaling van het variabele netto-inkomen geschiedt voor 100% in contanten, waarna voor 40%
daarvan aandelen Athlon Holding N.V. gekocht dienen te worden. Deze mogen gedurende drie jaar
niet worden vervreemd. Ter additionele beloning zal bij instandhouding van het dienstverband na
drie jaar nog een overeenkomstig aantal aandelen om niet toegekend worden ten laste van de
optieruimte in dat jaar. Deze aandelen mogen voor een periode van vijf jaar of tot het einde van
het dienstverband als die periode korter is, niet worden vervreemd.
40
Bericht van de Raad van Commissarissen

Het variabel inkomen voor de lange termijn bestaat uit jaarlijks toe te kennen opties op basis van
het Athlon Optie Reglement (zie ook pagina 27 voor de hoofdlijnen van dit reglement). Maximaal
kunnen opties toegekend worden met een waarde van 50% van het totale vaste inkomen. Hierop
worden de na drie jaar om niet te verkrijgen aandelen, zoals hiervoor vermeld, in mindering ge-
bracht. De toekenning is afhankelijk van de realisatie van de langetermijndoelstellingen die zijn
gesteld in het kader van de strategie en het geldende meerjarenplan. Deze zijn: een omzetgroei
van 50% in de periode 2004-2009, een gemiddelde jaarlijkse toename van de winst per aandeel
van 5 tot 10% en een resultaat voor belasting van jaarlijks gemiddeld tenminste 20% van het eigen
vermogen. Bij de vaststelling van de variabele beloningscomponenten aan de hand van de gereali-
seerde criteria heeft de Raad van Commisarissen de discretionaire bevoegdheid positief of negatief
af te wijken als bijzondere omstandigheden betreffende de gang van zaken binnen de onderneming
daartoe aanleiding geven.

Beloning in 2005 Het vaste inkomen van ieder lid van de Raad van Bestuur is per 1 januari 2005
in lijn met dat van de overige medewerkers verhoogd met 4%. Tevens is het maximale tantième
(variabele inkomen korte termijn) uitgekeerd, aangezien de jaardoelstellingen 2004 ruimschoots
behaald zijn. Deze doelstellingen betroffen een nettowinst volgens NL-GAAP van € 29,6 mln (de
gerealiseerde nettowinst, na correctie van de effecten van de overname van Unilease, bedroeg
€ 33,1 mln) en het realiseren van vier kwalitatieve projecten gedurende 2004: de implementatie
van de code-Tabaksblat, het opzetten van een geïntegreerd risicomanagementsysteem, onderzoek
naar de mogelijkheden van ‘object financing’ en de overname van Unilease. Conform de regeling
hebben de leden van de Raad van Bestuur voor een bedrag van 40% van het tantième aandelen
Athlon Holding N.V. aangekocht.

Beloning in 2006 Per 1 januari 2006 is het vaste inkomen van de leden van de Raad van Bestuur
niet verhoogd. Voorts verwachten wij ook in 2006 het maximale tantième over 2005 te kunnen
uitkeren nu tot ons genoegen wederom de voor 2005 gestelde jaardoelen zijn behaald. Deze doelen
waren het realiseren van de begrote nettowinst in 2005 ad € 34,9 mln (werkelijk behaald € 36,4
mln) en het afronden van drie kwalitatieve projecten: integratie van Unilease, onderzoek naar de
mogelijkheden van een verzekeringscaptive en een project ter zake van management develop-
ment. De langetermijndoelstellingen zijn ongewijzigd.
De Raad van Commissarissen heeft vastgesteld dat de resultaten in 2005 hiermee in lijn zijn.
Daarom kunnen aan de leden van de Raad van Bestuur opties tot het maximum (50% van het vaste
inkomen) worden toegekend.

Athlon Holding kende ondanks matige economische omstandigheden in de voor haar relevante
markten in 2005 een goed jaar, waarin met name intern vele zaken verder op orde zijn gesteld. Dit
is het geval dankzij de inspanningen van alle medewerkers en directies, alsmede van de leden van
de Raad van Bestuur. Wij waarderen hetgeen zij met hun inzet hebben bereikt.

Hoofddorp, 1 maart 2006


De Raad van Commissarissen
41
Holger Rost, Athlon Car Lease Germany, landenmanager Duitsland
”Focus op samenwerking met onze zusterbedrijven in Europa.”
42
Verslag van de Raad van Bestuur

Financieel resultaat en vermogen

n Forse stijging operationele nettowinst (+22%)


n Groei van de leaseportefeuille (+4%)
n Succesvolle integratie Unilease
n Herfinanciering leaseportefeuille Unilease (€ 257 mln)

Omzetontwikkeling
De geconsolideerde netto-omzet van Athlon was in 2005 € 785 mln, 13% hoger dan in 2004
(€ 697 mln). Door de fusie in Nederland en in België in de eerste helft van 2005 tussen Athlon Car
Lease en het in 2004 geacquireerde Unilease is de netto-omzet van Unilease niet meer separaat
geadministreerd. De autonome groei van de netto-omzet is benaderd door de netto-omzet van
Unilease over de eerste helft van 2005 pro-forma gelijk te stellen aan de netto-omzet in de eerste
helft van 2004 (€ 74 mln). Aldus benaderd nam de autonome netto-omzet toe met 2%.
In Nederland nam de omzet toe met € 71 mln tot € 507 mln. De omzet van Unilease, bepaald zoals
hiervoor aangegeven, bedroeg naar schatting € 64 mln, hetgeen leidt tot een autonome groei van
43
€ 7 mln. De autonome toename van de leaseomzet bedroeg met € 10 mln ruim 2% bij een gemid-
delde autonome groei van het aantal contracten met 1,9%. De omzet ontwikkelde zich derhalve
nagenoeg in lijn met het toegenomen contractvolume. De omzet bij schadeherstel nam af met
€ 2,5 mln door de stagnerende sturing door leasemaatschappijen.
De omzet in België en Luxemburg nam met € 14 mln toe tot € 140 mln (+11%). Deze stijging wordt
in belangrijke mate veroorzaakt door een omzettoename als gevolg van de overname van Unilease
Belgium (+ € 10 mln). De autonome groei van de omzet uit gefactureerde leasetermijnen (+3,0%)
ligt lager dan de gemiddelde groei van de leaseportefeuille die uitkwam op 7,5%. Dit houdt ver-
band met de relatief sterke groei van de off-balance contracten die een lagere omzet genereren. In
Frankrijk nam de omzet uit de lease-activiteiten met 8% toe tot € 53 mln, en in Duitsland met 3%
tot € 106 mln. In beide landen is de groei licht lager dan die van de gemiddelde contracttoename.

Geografische omzetverdeling (in € mln) 2005 % 2004

Nederland 507 16,3 436


België en Luxemburg 140 11,1 126
Frankrijk 53 8,2 49
Duitsland 106 2,9 103
Totaal omzet 806 12,9 714
Omzet tussen activiteiten 21 23,5 17
Totaal netto-omzet 785 12,6 697

Winst
Het resultaat voor belastingen van Athlon nam in 2005 toe met € 17,0 mln van € 36,4 mln tot
€ 53,4 mln. Deze toename is vooral behaald bij leasing (€ 15,2 mln), maar ook de ‘overige activi-
teiten’ lieten een beter resultaat zien (€ 2,0 mln). Daar stonden lagere resultaten bij schadeherstel
(€ 0,2 mln) tegenover. De volgende bijzondere posten zijn in dit resultaat begrepen:

In € mln 2005 2004

Fusies en integraties van lease- en verhuurbedrijven - (10,8)


Impairment autoleasing (10,5) (3,0)
Overige bijzondere posten autoleasing 4,5 -
Subtotaal bijzondere posten autoleasing (6,0) (13,8)
Bijzondere posten overige activiteiten 0,5 -
Totaal bijzondere posten (5,5) (13,8)

De impairment van de leaseportefeuille in 2004 en 2005 betreft Duitsland en Frankrijk.


In Duitsland daalden de prijzen van gebruikte auto’s in maart 2005. Dit was het gevolg van de
invoering van de Europese richtlijn ter beperking van de uitstoot van fijnstof. Deze fijnstof wordt
onder andere in de vorm van roetdeeltjes door dieselauto’s uitgestoten. Direct na invoering van de
richtlijn bleek dat de maximumuitstoot door deze auto’s werd overschreden. Hierdoor ontstond de
verwachting dat de Duitse regering maatregelen zou treffen om de uitstoot terug te dringen. Dit
zou de kosten van het gebruik van een dieselauto verhogen, waardoor de waarde van gebruikte
auto’s terugliep. In het verdere verloop van het jaar was geen sprake van prijsherstel. Hierdoor was
het noodzakelijk om de boekwaarde in de lopende contracten met € 8,8 mln te verlagen.
44
Verslag van de Raad van Bestuur

In Frankrijk werd de gebruikte automarkt getroffen door een importverbod in Algerije van jonge
gebruikte auto’s. Hierdoor daalden de opbrengstprijzen van deze auto’s. De verwachting is dat dit
verbod eind 2006 zal zijn opgeheven. De boekwaarde is in 2005 met € 1,7 mln verlaagd (2004:
€ 2,0 mln). De overige bijzondere posten uit het verslagjaar 2005 zijn eenmalige baten als gevolg
van herbeoordeling van verplichtingen.
Het resultaat over 2004 werd negatief beïnvloed door eenmalige kosten van de fusie tussen Athlon
Car Lease en Unilease in Nederland en België. Deze kosten bedroegen € 10,8 mln.
Na eliminatie van deze bijzondere posten nam het leaseresultaat voor belasting over 2005 toe met
€ 7,4 mln. De resultaatsverbetering bij autoleasing is voor € 4,4 mln het gevolg van de acquisitie
van het 50%-belang in Unilease en voor € 6,5 mln van voordelen uit de fusie met Unilease. Daarte-
genover staat een hogere afschrijving van de post ‘waarde klantenbestand’ ad € 1,2 mln en lagere
overige resultaten autolease (€ 2,3 mln).
De verbetering bij ‘overige activiteiten’ (€ 2,0 mln) is voornamelijk het gevolg van lagere rente-
lasten door de herfinancieringen in de tweede helft van 2004 en begin 2005. Dit bedrag is ge-
deflatteerd door de toepassing van IAS 39 met ingang van het boekjaar 2005. Als uitvloeisel van
deze standaard worden de preferente aandelen niet langer geclassificeerd als eigen vermogen maar
als langlopende rentedragende schulden. De op deze aandelen verschuldigde dividendbetaling
(€ 4,1 mln) wordt verantwoord als interestkosten ten laste van het resultaat over 2005. In 2004
was deze post onderdeel van de winstbestemming. Als de vergelijkende cijfers over 2004 ook
zouden zijn aangepast en dus in 2004 de dividendbetaling ook ten laste van het resultaat was ge-
bracht, zou het resultaat ‘overige activiteiten’ verbeterd zijn met € 6,1 mln.

De belastingdruk nam toe van 26,1% tot 31,8%. Indien het resultaat voor belasting wordt ge-
schoond voor een aantal belangrijke bedragen waarover geen belasting verschuldigd is, zoals het
preferente dividend, de afschrijving waarde klantenbestand, het resultaat van Duitse vennoot-
schappen en het aandeel in het resultaat van joint ventures, dan is sprake van een daling van de
belastingdruk in 2005 van 29,0% tot 27,5%. Deze daling is met name het gevolg van een lager
belastingtarief in Nederland (nominaal tarief van 31,5% versus 34,5% in 2004) en hogere baten
uit de financieringsstructuur via Frankrijk. In de jaarrekening is onder paragraaf 7 een uitgebreide
analyse van de belastingdruk opgenomen waarin alle genoemde elementen cijfermatig worden
uitgewerkt.
De nettowinst verbeterde op grond van het bovenstaande met € 9,5 mln van € 26,9 mln tot
€ 36,4 mln. De ontwikkeling van de operationele nettowinst inclusief impairments leaseportefeuilles
en overige bijzondere posten (zie hiervoor) geeft echter een beter beeld van de operationele gang
van zaken. De berekening van de operationele nettowinst kan als volgt worden weergegeven:

In € mln 2005 % 2004

Nettowinst 36,4 35 26,9


Bij: afschrijving waarde klantenbestand 2,5 1,3
Bij: nettofusiekosten - 7,1
Bij: vergoeding preferente aandelen 4,1 -
Totaal operationele nettowinst 43,0 22 35,3

45
46
Verslag van de Raad van Bestuur

Van de toename van de operationele nettowinst is € 2,1 mln (6%) toe te schrijven aan de acquisi-
tie van Unilease. Het vorenstaande leidt tot een operationele nettowinst per gewoon aandeel van
€ 2,24 (2004: € 1,81) op basis van het aantal uitstaande aandelen ultimo jaar. Uitgaande van het
gemiddeld aantal aandelen in beide jaren bedraagt de operationele nettowinst per gewoon aandeel
in 2005 € 2,25 en in 2004 € 1,91 (+18%).

Contant dividend
De nettowinst over 2005 bedraagt € 36,4 mln en is beschikbaar voor gewone aandeelhouders.
De hoogte van het dividend dient vastgesteld te worden met inachtneming van het in april 2004
door de Algemene Vergadering van Aandeelhouders vastgestelde dividendbeleid. Dit beleid houdt
rekening met de groeidoelstelling van de winst per aandeel van 5 tot 10% en de door financiers en
rating agencies gestelde solvabiliteitseisen.
Na acquisitie van het Spaanse Business Renting op 1 maart 2006 daalt de solvabiliteit van Athlon
Holding N.V. met 1%. Hiermee rekening houdend, maar ook met de solvabiliteitseisen van de
rating agencies, stelt de Raad van Bestuur voor het dividend te verhogen van € 0,71 (2004) naar
€ 0,95 (+34%) per gewoon aandeel van € 0,25. Dit komt overeen met een contant dividend van
€ 16,5 mln. De stijging van het contant dividend per gewoon aandeel is daarmee hoger dan de
toename van de operationele nettowinst die steeg met 22%. Dit leidt ertoe dat 45% van de voor
gewone aandeelhouders beschikbare winst van € 36,4 wordt uitgekeerd en dat € 19,9 mln wordt
toegevoegd aan de overige reserves.

Balanstotaal en aansprakelijk vermogen


Het balanstotaal bedraagt ultimo 2005 € 1.934 mln (ultimo 2004: € 1.772 mln). De autonome
stijging met € 162 mln is voor € 98 mln het gevolg van de groei van het aantal on-balance
contracten met circa 2% en een stijging van de gemiddelde investering in een leasecontract door
prijsstijging van auto’s (+3,4%).
Onder IFRS mogen bepaalde verhoudingen met financiële instellingen niet meer worden gesal-
deerd. Hierdoor is de balans met € 32 mln verlengd. Onderdeel van de securitisatietransactie uit
februari 2005 is dat een bedrag van € 16 mln moet worden aangehouden op een depositorekening.
Dit bedrag is verwerkt in de post ‘overige financiële activa’.
Tenslotte zijn de handelsvorderingen en overige vorderingen toegenomen met € 16 mln. In tegen-
stelling tot de gang van zaken in 2004 vond een automatische incasso van vorderingen op lease-
klanten niet in december 2005, maar in januari 2006 plaats.
Onder invloed van IFRS zijn de preferente aandelen (€ 69 mln) per 1 januari 2005 gereclassificeerd
van eigen vermogen naar langlopende schulden. De gerealiseerde winst over 2005 (€ 36,4 mln)
wordt toegevoegd aan het eigen vermogen, terwijl het dividend over 2004 (€ 12,3 mln) daaraan
wordt onttrokken. Per saldo daalde het eigen vermogen met € 45 mln tot € 169 mln. Het aanspra-
kelijk vermogen waarin preferente aandelen wel worden meegeteld was ultimo 2005 toegenomen
met € 24 mln tot € 253 mln.

Solvabiliteit boven de norm


Voor het beoordelen van de solvabiliteit van Athlon is het verschil tussen autoleasing en auto-
schadeherstel essentieel. Voor beide activiteiten gelden immers verschillende solvabiliteitsnormen.
De lease-activiteiten hebben door hun kapitaalintensieve karakter grote invloed op de balanspositie
en de solvabiliteit. De kasstroom van deze activiteiten is in hoge mate voorspelbaar. De hoogte
van het minimale solvabiliteitspercentage wordt mede bepaald door de eisen van bankiers en
47
rating agencies. Om ook in de toekomst de toegang tot de financiële markten te blijven behouden,
is ten minste handhaving van de bestaande credit rating vereist. Tegen de geschetste achtergrond
moet het percentage minimaal 8 zijn. De schadeherstelactiviteiten stellen hogere eisen aan het aan-
sprakelijk vermogen. Daarom is de solvabiliteitsnorm voor deze activiteiten op 30% gesteld.
Doordat Athlon 30% van het aansprakelijk vermogen als vaste norm voor schadeherstel- en overige
activiteiten ‘bestemt’, blijft een jaarlijks wisselend percentage over voor de lease- en captive ver-
huuractiviteiten. Deze ratio bleef het afgelopen jaar boven de norm van 8%. Uit onderstaande
tabel blijkt dat ultimo 2005 de solvabiliteitsratio van de autolease-activiteiten van Athlon op basis
van het eigen vermogen na aftrek van geactiveerde goodwill 11,6% is. Ultimo 2004 was dit 10,9%.

Ultimo 2005 Totaal Autoleasing Schadeherstel- en


Athlon overige activiteiten

Balanstotaal (x € mln) 1.934 1.897 37


Af: deposito’s securitisatie 72 72 -
Af: goodwill en waarde klantenbestand 20 16 4
Gecorrigeerd balanstotaal 1.842 1.809 33

Aansprakelijk vermogen (x € mln) 253 239 14


Bij: hedge reserve 2 2 -
Af: goodwill en waarde klantenbestand 20 16 4
Af: voorgestelde winstverdeling 16 16 -
Saldo aansprakelijk vermogen 219 209 10

Saldo aansprakelijk vermogen/


totaal vermogen (%) 11,9 11,6 30,0

Zoals uit bovenstaande opstelling blijkt, worden voor de berekening van de solvabiliteit het
balanstotaal en het eigen vermogen zoals opgenomen in de balans van Athlon gecorrigeerd. Dit
is het gevolg van afspraken die Athlon heeft gemaakt met de financiers. De verhouding van het
aansprakelijk vermogen voor de lease-activiteiten en het totaal vermogen, berekend volgens
bovenstaande methode, mag niet lager zijn dan 0,08. Als de verhouding lager is dan hebben de
kredietverleners het recht het krediet op te zeggen. Met een dergelijke afspraak voorkomen de
financiers dat het weerstandsvermogen van Athlon daalt onder een niveau dat door hen als wense-
lijk wordt beschouwd. Met 11,6 % blijft Athlon boven deze minimumgrens.

Liquiditeit
Voor de balans van Athlon is de post ‘lease- en verhuurportefeuille’ sterk bepalend. De omloopsnel-
heid van deze activa is hoog. De gemiddelde nog resterende looptijd van de leaseauto’s bedraagt
circa twee jaar. Voor auto’s in de verhuur bedraagt dit circa twaalf maanden, gebaseerd op een
maximale looptijd van twee jaar. De investeringen hiervoor worden gefinancierd uit opgenomen
leningen.

48
Verslag van de Raad van Bestuur

De opgenomen leningen expireren als volgt:

2006 € 225 mln


2007 € 36 mln
2008 € 370 mln
2009 en verder € 918 mln
Totaal € 1.549 mln

Het in 2006 vervallende bedrag van € 225 mln betreft voor € 104 mln opgenomen commercial
paper. Het restant betreft kortlopende schulden aan banken. Vervallend commercial paper zal
worden geherfinancierd door nieuw uit te geven commercial paper of door het niet gebruikte deel
van de syndicaatsfaciliteiten.

De verdeling van de te verwachten kasstroom uit de ultimo 2005 uitstaande lease- en verhuurcon-
tracten is als volgt: impairmentverliezen

2006 € 619 mln


2007 € 458 mln
2008 € 367 mln
2009 en verder € 224 mln
Totaal € 1.668 mln

Kredietvoorwaarden Indien Athlon niet voldoet aan een aantal eisen die zijn vastgelegd in
kredietovereenkomsten kunnen de financiers de aan Athlon verstrekte kredieten opzeggen. Daar-
naast bestaat de eis dat activa zonder toestemming niet bezwaard mogen worden. In de syndicaats-
leningen en de bilaterale kredietfaciliteiten zijn hiertoe toetsingscriteria opgenomen. De belangrijk-
ste criteria zijn:
n De verhouding tussen het aansprakelijk vermogen zoals hiervoor gedefinieerd (zie pagina 48) en het
totaal vermogen van de lease-activiteiten (solvabiliteitsratio) moet minimaal 0,08 zijn en dezelfde
verhouding voor de schadeherstel- en overige activiteiten moet minimaal 0,3 zijn.
n De verhouding tussen de boekwaarde van de leasecontracten en het rentedragend vreemd ver-
mogen (asset indebtedness cover) moet tenminste gelijk zijn aan 1.
n De verhouding tussen de voor rentebetalingen beschikbare kasstroom (EBITDA) en de te betalen
interestkosten (rentedekkingsratio) moet tenminste gelijk zijn aan 5.
Athlon voldoet ruimschoots aan deze criteria. Zo is de solvabiliteit voor leasing 11,6% en voor de
overige activiteiten 30%. De asset indebtedness cover is 1,13 en de rentedekkingsratio is 9,9.

Bij de securitisatieprogramma’s zijn activa als zekerheid overgedragen aan de investeerders. Van de
syndicaatsbanken en overige financiers is hiervoor toestemming verkregen. De bij de securitisatie
van activa verkregen gelden moeten drieëneenhalf jaar na aanvang van de programma’s (mei 2003
en februari 2005) geleidelijk worden terugbetaald. Het aflossingsschema is gelijk aan het schema
van te ontvangen kasstromen uit in de gesecuritiseerde leaseportefeuille ondergebrachte contrac-
ten. Vervroegde aflossing moet plaatsvinden indien de groep niet langer voldoet aan ook voor de
syndicaatsleningen geldende criteria en aan voor deze transacties specifiek overeengekomen crite-
ria. Deze criteria betreffen onder andere het kredietverlies dat mag worden geleden op de klanten-
portefeuille, alsook betalingsachterstanden. Athlon voldoet ook hier aan de criteria.
49
Treasury
Athlon voert een beleid gericht op het verwerven van aantrekkelijk geprijsd kapitaal en op de
rentetypische matching van looptijden van leningen en contracten. Omdat Athlon uitsluitend actief
is in landen in de eurozone, staat het resultaat niet onder invloed van valutafluctuaties.

Athlon heeft een potentieel renterisico omdat de rentecashflows uit autoleasing gebaseerd zijn
op een vaste (lange) rente, terwijl de rentecashflows op haar leningen voornamelijk gebaseerd zijn
op een variabele (korte) rente. Door het gebruik van renteswaps (derivaten) worden de rente-
cashflows van haar activiteiten en leningen op elkaar afgestemd. De renteswaps worden uitsluitend
gebruikt voor het afdekken van renterisico’s. Door de afwijkingen van de verwachte duur van
leasecontracten die kunnen ontstaan door voortijdige contractbeëindiging of -verlenging, vindt
voortdurend bijstelling plaats. Ultimo 2005 was tot een bedrag van € 1.150 mln (2004: € 892 mln)
aan renteswaps afgesloten.

Duration en gap-rapportage Voor haar renterisicomanagement stelt Athlon een duration


en gap-rapportage op. Met behulp van deze rapportage wordt maandelijks inzicht verkregen in
de rentegevoeligheid van de activiteiten. Hierbij worden de rentetypische looptijden van de
lease-, leningen- en derivatenportefeuilles met elkaar vergeleken. Indien deze voor 100% op
elkaar afgestemd zijn, bestaat er voor Athlon in het geheel geen renterisico. Echter, omdat het
onmogelijk is om elk leasecontract één-op-één rentetypisch te financieren, bestaat er altijd een
zekere mismatch. Op basis van verschillende rentescenario’s wordt het effect berekend van
bepaalde renteveranderingen op het resultaat en, op lange termijn, op het eigen vermogen. Hierbij
dient Treasury te opereren binnen de limieten die zijn vastgelegd door de Raad van Bestuur en de
Raad van Commissarissen. Indien dreiging bestaat dat deze limieten worden overschreden, worden
additionele derivaatcontracten afgesloten om het renterisico verder te beperken.

IAS 39 Onder IAS 39 dienen wijzigingen in de marktwaarde van toegepaste derivaten opgeno-
men te worden in het resultaat. Indien aan een aantal voorwaarden wordt voldaan, biedt IAS 39
echter ook de mogelijkheid om wijzigingen in de marktwaarde via het eigen vermogen te verwer-
ken. Athlon past sinds 1 januari 2005 ‘macro cash flow hedging’ toe. Hiermee is het tot die datum
uitgevoerde rente-hedgingbeleid voortgezet. Bij dit beleid wordt het renterisico op geconsolideerd
niveau beoordeeld. In 2005 konden de waardeveranderingen van de rentederivaten grotendeels via
het eigen vermogen verwerkt worden. Hierdoor was de directe invloed op het resultaat beperkt.

Syndicaatleningen Ter financiering van haar activiteiten heeft Athlon in het verleden verschil-
lende ‘gecommitteerde’ syndicaatleningen afgesloten, waarvan de laatste drie in 2004, te weten:
n in juli 2004 een kredietfaciliteit van € 320 mln, met een looptijd van vier jaar;
n in december 2004 een kredietfaciliteit van € 405 mln, met een looptijd van vijf jaar;
n in december 2004 een achtergestelde kredietfaciliteit van € 15 mln, met een looptijd van
vijf-en-half jaar.

50
Verslag van de Raad van Bestuur

Naast (vervroegde) herfinanciering van bestaande leningen dienen de bovengenoemde leningen


tevens als gecommitteerde back-upfaciliteit voor het bestaande commercial paper programma en
voor de financiering van autonome groei. Daarnaast was er de beschikking over bilaterale ‘onge-
committeerde’ kredietfaciliteiten. Ter vermindering van de afhankelijkheid van banken heeft Athlon
in de afgelopen jaren ook geld aangetrokken door middel van alternatieve financieringsvormen,
zoals commercial paper en een tweetal securitisatieprogramma’s. De gemiddelde kosten van krediet-
verlening daalden hierdoor verder in 2005.

Securitisatieprogramma’s Medio 2003 heeft Athlon een securitisatieprogramma afgerond op de


leaseportefeuille van Athlon Car Lease Nederland. Hierbij werd € 330 mln geleend op de kapitaal-
markt door middel van uitgifte van schuldpapier.

Bij een securitisatie worden de vorderingen op klanten uit hoofde van de financiering van de
leaseauto en het recht op de verwachte opbrengstwaarde van de leaseauto bij expiratie van
de leaseovereenkomst verkocht aan een speciaal voor dit doel opgerichte vennootschap. Deze
vennootschap betaalt een vergoeding die gelijk is aan de boekwaarde van de leaseportefeuille. Met
deze vergoeding zijn bestaande leningen afgelost.

In februari 2005 is een tweede securitisatieprogramma in de markt geplaatst op de leaseporte-


feuille van Unilease Nederland. Hierbij werd € 245 mln geleend op de kapitaalmarkt door middel
van uitgifte van schuldpapier. Deze tweede securitisatie heeft dezelfde kenmerken als het eerste
securitisatieprogramma, d.w.z. een verwachte gewogen gemiddelde looptijd van vijf jaar, waarbij
de eerste aflossingen na drie-en-half jaar plaatsvinden. Ook deze transactie is door rating agencies
Moody’s en Fitch beoordeeld. Het grootste deel van het schuldpapier, de ‘notes’, heeft een triple-A
rating. De notes worden genoteerd aan Euronext Amsterdam.
Mede dankzij de sterke ‘performance’ van het eerste securitisatieprogramma was het plaatsings-
proces van het schuldpapier succesvol, de transactie vele malen overtekend en de rentevergoeding
die de investeerders vroegen lager. De groep institutionele investeerders laat een goede spreiding
zien over tien Europese landen.

Obligatielening Gegeven de positieve ontwikkelingen op de kapitaalmarkt heeft Athlon in 2005


de mogelijkheden onderzocht van en de voorbereidingen getroffen voor een obligatielening. In
november hebben daartoe gesprekken plaatsgevonden met institutionele beleggers in verschil-
lende Europese landen. De obligaties zijn - na balansdatum - in januari 2006 in de markt geplaatst.
De omvang bedraagt € 250 mln.

Credit Rating Athlon wordt zowel door Moody’s (Baa3, positive outlook) als Standard & Poor’s
(BBB-, stable outlook) beoordeeld. Beide ratings zijn ‘investment grade’. In juni 2005 heeft Moody’s
bij de rating van Athlon (Baa3) de outlook gewijzigd van ‘stabiel’ naar ‘positief’.
Deze opwaardering weerspiegelt, aldus Moody’s, de constante verbetering van het financierings-
profiel in combinatie met de consistente onderliggende winstgevendheid en de hoge kwaliteit van
activa.

51
Paul Harms, Athlon Car Lease Spain, landenmanager Spanje
52 ”Verschillen in lokale cultuur, mentaliteit en gedrag zullen altijd blijven bestaan.”
Verslag van de Raad van Bestuur

Autoleasing

n Gunstige vooruitzichten leasemarkten


n Toenemend belang schaalvergroting
n Succesvolle afronding integratie Unilease in Athlon Car Lease
n Intensivering van de samenwerking tussen de nationale bedrijven

Leasemarkten: structurele groei In Europa zijn duidelijke tekenen van herstel van de economie
te signaleren. Een vergrote economische bedrijvigheid, banengroei en groei in met name de dienst-
verlenende sector zijn gunstig voor de operationele-leasemarkten. Niet alleen bereiken bedrijven
balansverkorting door hun wagenpark te outsourcen, de ‘auto van de zaak’ speelt ook een steeds
belangrijkere rol in het arbeidsvoorwaardenpakket van werknemers.
Hoewel de economische omstandigheden in Nederland licht verbeterden, was in 2005 eerder nog
sprake van stagnatie dan van groei van de leasemarkt van 0,5%. In België en Frankrijk bedroeg
de groei respectievelijk circa 4,5% en 4%. Van de Duitse markt zijn geen separate gegevens be-
schikbaar voor de deelmarkt operationele-lease. De inschatting is dat deze marktgroei ook ruim
4% bedroeg. In Spanje werden de afgelopen jaren groeipercentages van meer dan 10 behaald. De
penetratiegraad per land (zie pagina 7) geeft aan dat er voldoende potentieel zit in de voor Athlon
relevante markten. In het segment ‘zakelijk gereden auto’s’ neemt het aandeel operationele lease
ten opzichte van financiële lease en auto’s in eigen beheer dan ook al een groot aantal jaren toe.
Ook in absolute aantallen laat de operationele-leasevloot jaar in jaar uit een gestage groei zien.
De algemene verwachting is dat in de komende jaren nog geen breuk in deze trend zichtbaar is.
Daarnaast zullen bedrijven, mede onder invloed van Basel II, scherper letten op hun financiering en
53
eerder hun wagenpark uitbesteden. Leasing vormt dan een aantrekkelijk alternatief voor een eigen
wagenpark en doet geen beroep op het kapitaalbeslag van een organisatie.

Schaalvergroting Mede onder invloed van Europese regelgeving is de positie van leasemaat-
schappijen in Europa versterkt. Door verdere liberalisering van de tot nu toe beschermde auto-
markten beoogt de Europese Commissie meer marktwerking en vrijere concurrentie. Een van de
gevolgen daarvan is dat leasemaatschappijen steeds meer belang krijgen bij schaalgrootte. De al
eerder ingezette trend van concentratie in de branche zal naar verwachting versterkt doorzetten.
Zo zijn bekende namen in de Nederlandse markt top-10 zoals Auto Lease Holland, Lease Concept
en Top Lease door fusies verdwenen. Athlon heeft daaraan bijgedragen door Interleasing, Unilease
en Hiltermann te integreren in Athlon Car Lease. Ook in België zet de concentratie zich door. In het
boekjaar hadden leasemaatschappijen uit de top-5 een marktaandeel van ruim 65%. In Frankrijk
is die concentratie nog groter: de top-5 van leasebedrijven beheerst 76% van de markt. De Duitse
markt daarentegen is nog gefragmenteerd. Zowel in Frankrijk als in Duitsland bestaan sterke merk-
gebonden leasemaatschappijen die gelieerd zijn aan autofabrikanten.
Behalve op schaalvergroting richten leasemaatschappijen zich op kostenverlaging, efficiencyverbe-
tering en productverbreding onder andere door inzet van geavanceerde informatisering.

Marktoriëntatie Na een periode van interne gerichtheid als gevolg van twee opeenvolgende fusies
van leasebedrijven ligt de focus nu op een proactieve marktbenadering. In dat kader zijn in de loop
van 2005 enkele innovatieprojecten geïnitieerd die geleid hebben tot voor klanten belangrijke pro-
ductvernieuwingen. Voorbeelden zijn de benzinesite, het kostenbesparingsprogramma Save Lease
en Athlonline.com, een Europees rapportage-instrument voor verbetering van de internationale
dienstverlening.

Internationale samenwerking In 2005 is een aanzet gegeven voor intensivering van de samen-
werking tussen de nationale bedrijven. Het gaat hierbij om operationele aspecten van de bedrijfs-
voering zoals gezamenlijk inkoop, hetgeen mogelijk is geworden door invoering van de Europese
Monti-richtlijn. Daarnaast betreft het commerciële activiteiten gericht op het bedienen van inter-
nationale klanten door middel van onder andere Athlonline.com en de op internationale markten
gerichte website Athloncarlease.com.

Marktaandeel Op basis van marktaandeel neemt de groep in de Benelux de tweede plaats in. Het
marktaandeel van Athlon in operationele autoleasing en wagenparkbeheer is in Nederland gegroeid
tot circa 10,5%, België bleef stabiel op 13%. In Frankrijk en Duitsland is het marktaandeel nog
bescheiden. Het per 1 januari 2006 overgenomen Spaanse leasebedrijf Business Renting vertegen-
woordigt met ruim 3.100 contracten eveneens een gering marktaandeel. De groeivooruitzichten
zijn echter gunstig. Aangezien deze acquisitie na balansdatum heeft plaatsgevonden is zij nog niet
opgenomen in onderstaand totaaloverzicht.

In totaal heeft Athlon een portefeuille van ruim 136.000 (+4,4%) leasecontracten.

54
Verslag van de Raad van Bestuur

Aantal leasecontracten* 31-12-2005 % autonoom 31-12-2004 markt**

Nederland 72.000 3,9 69.300 680.000


België/Luxemburg 29.700 3,8 28.600 250.000
Frankrijk 13.500 8,9 12.400 1.200.000
Duitsland 21.100 3,9 20.300 600.000
Totaal 136.300 4,4 130.600

* Inclusief de captive verhuurvloot.

** Deze cijfers per 31 december 2005 zijn bij benadering vastgesteld op basis van gegevens van branchevereningen, Datamonitor

en marktpartijen.

De boekwaarde van de auto’s voor leasing bedraagt ultimo 2005 € 1.620 mln. Zij worden geleasd
door klanten die werkzaam zijn in de volgende bedrijfssectoren:

In € mln € %

Handel 342 21
Productiebedrijven 255 16
Financiële dienstverlening 165 10
Bouwnijverheid 118 7
ICT 112 7
Energie 101 6
Transport, post en telecom 91 6
Sociaal maatschappelijke dienstverlening 43 3
Onderwijs 25 2
Onroerend goed en zakelijke activiteiten 24 1
Overheid 23 1
Overig 321 20
Totaal 1.620 100

55
Gang van zaken autoleasing
De omzet van de lease-activiteiten nam toe met € 94 mln tot € 718 mln. Hiervan is € 74 mln het
gevolg van de consolidatie van Unilease. De autonome groei was € 20 mln ofwel 3,2%.
De autonome groei van de gemiddelde leaseportefeuille van de groep was 3,9% ten opzichte van
2004. Het relatieve achterblijven van de omzet bij de groei van de leaseportefeuille is grotendeels
het gevolg van de toename van het gemiddeld aandeel van het aantal fleetmanagement- en brand-
stofcontracten in de leaseportefeuille van 16% naar 17%.
De gerealiseerde opbrengst uit verkopen van ex-leaseauto’s bedroeg € 285 mln (2004: € 270 mln).
In lijn met de IFRS-bepalingen wordt deze opbrengst niet als omzet verantwoord. De toename van
de opbrengst is het gevolg van de toename van het aantal verkochte auto’s door de consolidatie
van Unilease.

Integratie Unilease in Athlon Car Lease Bij de aankondiging in mei 2004 van de fusie van
Unilease en Athlon Car Lease in Nederland en België is de verwachting uitgesproken dat de fusie
binnen een periode van twee jaar afgerond zou worden. De (eenmalige) nettofusiekosten waren
geraamd op € 7,1 mln. De (structurele) nettofusievoordelen van circa € 4,5 mln zouden in 2007
volledig gerealiseerd worden. Daarnaast was de verwachting dat door de samenvoeging in Neder-
land en België circa 85 arbeidsplaatsen verloren zouden gaan.
Door het spoedig verloop van de integratie, zowel in Nederland als in België zijn beide fusies al in
juli 2005 afgerond. Mede daardoor zijn de daarmee gepaard gaande kosten binnen het gestelde
budget gebleven. De nettofusievoordelen in 2005 bedroegen € 4,5 mln. Een andere positieve ont-
wikkeling is dat de fusievoordelen al in 2005 grotendeels tot uiting zijn gekomen in het resultaat.
In totaal zijn door de integratie conform de verwachting ruim 80 arbeidsplaatsen (FTE’s) komen te
vervallen.

Resultaten autoleasing Het resultaat voor belasting nam toe van € 34,3 mln tot € 49,5 mln
(+44%). Het resultaat in 2005 is negatief beïnvloed door de afschrijving ‘waarde klantenbestand’
van € 2,5 mln (2004: € 1,3 mln).
In het resultaat is een bedrag begrepen van € 4,4 mln dat is toe te schrijven aan de acquisitie van
50% van de aandelen van Unilease. In 2004 werd voor de fusie die plaatsvond na de acquisitie een
bedrag voorzien van € 10,8 mln. De autonome groei van het operationeel resultaat voor belasting
bedraagt derhalve € 1,2 mln (2,6%). Deze autonome toename is ondermeer te danken aan kosten-
voordelen van € 6,5 mln door de fusie tussen Athlon Car Lease en Unilease in Nederland en België
en overige bijzondere posten (€ 4,5 mln). Daarnaast behaalden de captive verhuuractiviteiten
in Nederland en België hogere resultaten. Hiertegenover stonden hogere impairmentlasten in
Frankrijk en Duitsland van € 7,5 mln.
De debiteurenverliezen namen toe van € 1,7 mln tot € 1,8 mln.

Resultaten per land In Nederland steeg de omzet met 21% (tot € 425 mln) sterker dan de
autonome toename van de gemiddelde leaseportefeuille met bijna 2%, voornamelijk onder invloed
van de acquisitie van het resterende 50%-belang in Unilease dat in 2005 volledig is geconsolideerd
(in 2004 zes maanden). In een fractioneel stijgende markt was toch sprake van een behoorlijke
autonome groei van het aantal contracten (+3,9% tot 72.000) en de omzet. Mede als gevolg
van de kostenbesparingen door de integraties van de leasemaatschappijen nam het resultaat in
Nederland sterk toe. De joint venture met de verzekeringsmaatschappij Centraal Beheer Achmea,

56
Verslag van de Raad van Bestuur

Wagenplan, is met 2.600 contracten nog bescheiden van omvang, maar heeft positief bijgedragen
aan de winst.
In België en Luxemburg werd een autonome groei van het aantal leasecontracten bereikt van 3,8%
tot 29.700, terwijl de omzet met ruim 11% tot € 133 mln steeg. Hiervan was € 10 mln het gevolg
van de consolidatie van Unilease. De autonome omzetstijging met 3% bleef licht achter door het
toegenomen aandeel van fleetmanagementcontracten. Het resultaat voor belasting nam toe.
In Frankrijk nam de omzet uit leaseactiviteiten met 8% toe. Het totaal aantal leasecontracten
steeg tot 13.500 (+8,9%). Multifleet, de joint venture van Athlon met Natexis-dochter Bail Banque
Populaire, die de backoffice-activiteiten voor de leasebedrijven van de twee partners verzorgt, ont-
wikkelt zich naar tevredenheid. Het resultaat in Frankrijk nam licht toe ondanks de in het tweede
halfjaar genomen impairmentverliezen (€ 1,7 mln) op de leaseauto’s. Deze verliezen zijn genomen
na een - naar verwachting tijdelijk - importverbod van de Algerijnse regering voor jonge gebruikte
auto’s. In 2004 was al een bedrag van € 2,0 mln afgewaardeerd.
In Duitsland behaalde Athlon Car Lease een groei in het aantal contracten van 3,9% tot 21.100, ten
gevolge waarvan de omzet met 3% tot € 106 mln toenam. Het resultaat stond onder druk omdat
ook in Duitsland de markt voor gebruikte auto’s negatief werd beïnvloed. Oorzaak was de onzeker-
heid over eventuele regeringsmaatregelen met betrekking tot de uitstoot van fijne stofdeeltjes door
dieselauto’s. Naar aanleiding hiervan is een impairmentlast genomen (€ 8,8 mln).

ICT en e-business Bij alle Athlon-bedrijven is gewerkt aan verschillende projecten die hebben
bijgedragen aan technische en organisatorische verbeteringen op het gebied van ICT. Alle werkmaat-
schappijen hebben maatregelen getroffen in het kader van ‘business continuity’ en informatie-
beveiliging.
Daarnaast is in 2005 een Europese Athlon Car Lease-website (www.athloncarlease.com) ge-
lanceerd. Aan een Europees Datawarehouse wordt momenteel gewerkt. Dit heeft tot doel om
Europese wagenparkbeheerders informatie te verstrekken over de vloot die zij in de verschil-
lende landen bij Athlon hebben ondergebracht. Medio 2006 zal dit Datawarehouse in gebruik
worden genomen.

Belangrijkste toepassing van e-business bij de leasemaatschappijen is het openstellen van het
eigen interne systeem via een externe ‘schil’ voor klanten, berijders en wagenparkbeheerders. Met
behulp daarvan hebben klanten de mogelijkheid om vrijwel het gehele leaseproces online te volgen
en interactief aan te sturen. Deze voorzieningen leiden niet alleen tot kostenbesparingen bij zowel
klant als leasebedrijf, maar vergroten ook de servicemogelijkheden.

In Nederland en België zijn de systemen van Athlon Car Lease en het voormalige Unilease succesvol
samengevoegd. In Frankrijk is het nieuwe backofficesysteem in gebruik genomen en in Duitsland is
gewerkt aan de verbetering van Athlonline, waarmee de berijder de calculaties online kan uitvoeren.

In het lopende boekjaar zal verder onderzocht worden in hoeverre standaardisatie en migratie naar
één rekencentrum synergievoordelen oplevert. Tevens wordt bekeken welke voordelen centraal
assetmanagement kan bieden.

57
Johan van Klinken, CARe Schadeservice, Nederland
58 ”De echte verbinding tussen klant en bedrijf heeft altijd met emotie te maken.”
Verslag van de Raad van Bestuur

Schadeherstel

n Stabilisering van het aantal schadegevallen


n Aandeel CARe Schadeservice in gestuurde schadestroom gehandhaafd
n Omzetafname met 2,8% tot € 87 mln
n Kostenreductie door efficiëntieverbetering

Omzetontwikkeling Het schadewerkaanbod in de markt van herstelbedrijven is in 2005 ongeveer


gelijk gebleven in vergelijking met het voorgaande boekjaar. Van een seizoenpatroon is nog in be-
perkte mate sprake, waarbij het schadeaanbod in het eerste en het vierde kwartaal hoger is dan in
de overige twee kwartalen. Het totale marktvolume bedraagt circa € 1 mld.
Het aantal schadegevallen kan in de toekomst verder afnemen als gevolg van verkeersveiligheid
bevorderende maatregelen en technologische ontwikkelingen op het gebied van veiligheidsvoorzie-
ningen in voertuigen. Focwa verwacht dan ook een voortgaande afname van het marktvolume tot
het jaar 2010. Afwijkingen van deze trend worden veroorzaakt door de invloed van weersomstan-
digheden en economische ontwikkelingen.
De structurele overcapaciteit in de schadeherstelbranche zal uiteindelijk leiden tot vermindering
van het aantal schadeherstelbedrijven.

Ontwikkeling van de gestuurde schadestroom CARe Schadeservice richt zich voornamelijk op


de gestuurde schadestroom binnen de zakelijke markt. Het gaat hierbij om schades die door lease-
maatschappijen, verzekeringsmaatschappijen en eigenaren van grote wagenparken rechtstreeks
worden ondergebracht bij geselecteerde schadeherstelbedrijven.
De gestuurde schadestroom heeft zich in 2005, na een teruggang gedurende de twee voorgaande
59
jaren, gestabiliseerd op circa € 480 mln. Zowel het schadeaanbod van leasemaatschappijen als het
gestuurde aanbod van verzekeringsmaatschappijen bleef op het niveau van vorig jaar.
Hoewel het totale volume van de schadeherstelmarkt in de toekomst zal afnemen, neemt het vo-
lume op de voor CARe belangrijke deelmarkt van de gestuurde schade naar verwachting wel toe.

Marktaandeel CARe Schadeservice is in Nederland marktleider in de gestuurde schadestroom


en behoort tot de grootste aanbieders van autoschadeherstel op basis van een ketenconcept. In
de gestuurde schadestroom heeft CARe Schadeservice haar marktaandeel kunnen handhaven. De
verdergaande concentratie van leasebedrijven leidt tot het ontstaan van een afnemend aantal
klanten.
Het door CARe Schadeservice in de schadeherstelbranche geïntroduceerde ketenconcept wordt ook
succesvol door andere aanbieders toegepast, waardoor de concurrentie met deze veelal bij een
franchiseformule aangesloten bedrijven toeneemt.
Het ketenconcept stelt CARe in staat om aan de eisen van de markt te blijven voldoen en de tech-
nologische ontwikkelingen bij te houden, waardoor zij een toenemend aandeel in het segment van
de verzekeraars kan behalen.

Samenwerking Samen met verzekeraar Achmea heeft Athlon een joint venture opgericht onder
de naam PartsPlan. De onderneming ondersteunt de inkoop van onderdelen voor autoschadeher-
stel. Zij werkt daarbij voor zowel CARe Schadeservice als voor de door Achmea als partner geselec-
teerde herstelbedrijven. Athlon en Achmea hebben tot deze samenwerking besloten om daarmee
inkoopvolume en kennis te bundelen en de inkoopfunctie als aparte activiteit te professionaliseren.
De twee partners hebben beiden een 50% aandeel in PartsPlan.

Belgische schademarkt Ook in België stabiliseerde het schademarktvolume op het niveau van
vorig jaar. De gestuurde schadestroom is in België nog in ontwikkeling. De verwachting is dat ook
in deze markt de concentratie van het schadeaanbod bij een beperkt aantal schadeherstellers zal
toenemen.

Gang van zaken autoschadeherstel


De omzet van CARe Schadeservice in Nederland en België is in 2005 afgenomen met 2,8% tot € 87 mln
(2004: € 89,5 mln). Het resultaat voor belastingen kwam uit op € 2,4 mln (2004: € 2,6 mln).

De omzetdaling in Nederland is het gevolg van de afname van het schadeaanbod van een belang-
rijke leaseklant. Dankzij de toename van het schadeaanbod van verzekeringsmaatschappijen is de
omzetdaling beperkt gebleven. De personeelssterkte is afgestemd op het omzetniveau, waardoor
de personeelskosten konden worden verminderd. Ondanks de personeelskostenreductie daalde het
resultaat voor belastingen ten opzichte van het jaar 2004, doordat de overhead- en huisvestings-
kosten onvoldoende gereduceerd konden worden.

60
Verslag van de Raad van Bestuur

Inrichting organisatie CARe Schadeservice omvatte eind 2005 in Nederland 48 vestigingen,


waarvan twee servicestations, en in België vier vestigingen.
De servicestations zijn een uitwerking van de clusterorganisatie, waarbij per cluster gestreefd
wordt naar een combinatie van servicestations, vestigingen gespecialiseerd in kort cyclisch schade-
werk en vestigingen gespecialiseerd in grote schades.

Kwaliteit Het backofficesysteem CAReFlow biedt de mogelijkheid om de dienstverlening aan klanten


te uniformeren en te verbreden en de kwaliteit van de dienstverlening te optimaliseren.
Op basis van de verzamelde gegevens is CARe in staat om de prestaties van de vestigingen te
meten aan de hand van Key Performance Indicators (KPI’s) en zodoende de kwaliteit te bewaken.
De kwaliteitsbewaking is uitgebreid met intern uitgevoerde operationele audits, waarbij per ves-
tiging op locatie een beoordeling wordt gemaakt van de juiste toepassing van de voor de klanten
belangrijke gedragsregels.

Uitbreiding dienstverlening Onder de naam NEXius is de dienstverlening verder uitgebreid. De


gehele schadeafhandeling, van aanmelding van de schade tot het innen van de verhaalschade,
neemt NEXius van de klanten over. De dienstverlening is gericht op kleinere lease- en verhuur-
bedrijven en verzekeraars.

Schadebedrijven in België De Belgische schadeherstelbedrijven zijn per 1 juli 2005 gefuseerd


tot één juridische eenheid onder de naam ‘CARe Carrosserie N.V.’. Hiermee is de verdere ontwik-
keling van het ketenconcept ingezet, waarbij de uniformering van de frontofficeprocessen en de
dienstverlening centraal staan.
De omzet en het resultaat bleven stabiel in vergelijking met vorig jaar. Uitbreiding van het aantal
vestigingen in België, tot een keten met landelijke spreiding, is afhankelijk van de mogelijkheid om
schadeherstelbedrijven te verwerven die qua locatie passen in het vestigingsbeleid.

ICT en e-business Het in 2004 opgeleverde backofficesysteem CAReFlow is in het afgelopen jaar
verder aangepast en uitgebouwd. Door CAReFlow is integratie mogelijk met andere systemen,
zoals het planningsysteem, waardoor de efficiëncy toeneemt en de foutenkans afneemt. De website
is vernieuwd en de beschikbaarheid van data is veilig gesteld door de inrichting van een uitwijkloca-
tie. Om de onderlinge uitwisseling van informatie tussen medewerkers te ondersteunen is in 2005
een bedrijfsportal met de naam CAReShare geïntroduceerd. Hierdoor is het mogelijk om snel en
eenduidig informatie beschikbaar te stellen over klantafspraken en frontofficeprocedures.
In België heeft een selectieprocedure plaatsgevonden voor de aanschaf van een nieuw op de
Belgische schadeherstelmarkt afgestemd schademanagementsysteem. Het geselecteerde pro-
gramma zal in het lopende jaar geïmplementeerd worden en bijdragen aan de optimalisering van
het ketenconcept.

61
Maatschappelijke verantwoordelijkheid

De combinatie van ondernemen en maatschappelijke verantwoordelijkheid (MVO) is van alle jaren.


Wederzijdse invloed staat vast, maar heeft de laatste decennia meer aandacht en structuur ge-
vraagd en, terecht, gekregen.

Athlon heeft dan ook uitgesproken een impuls aan het MVO-beleid te willen geven, maar niet eerder
dan dat het beleid passend is gemaakt binnen de kernactiviteiten, aansluit bij de cultuur van de on-
derneming en daarmee een breed draagvlak heeft. Teneinde dat beleid vorm te geven is Athlon in
2005 partner geworden van MVO Nederland en is binnen de onderneming internationaal onderzoek
gedaan naar de huidige MVO-activiteiten en de ambities op dit terrein.
Opvallend en verheugend hierbij was dat vele geïnterviewde medewerkers aangaven MVO-activi-
teiten te willen ontwikkelen als onderdeel van de activiteiten van hun bedrijf en niet zozeer omdat
de buitenwereld dat van Athlon vraagt. Tevens kwam naar voren dat er reeds diverse activiteiten
verricht worden die het label ‘maatschappelijk verantwoord’ verdienen. Genoemd mogen worden
de initiatieven van Athlon Car Lease Nederland op het gebied van zuiniger rijden en goedkoop
tanken (Save Lease), waarmee de Fleet Innovatieprijs 2005 werd gewonnen, en van CARe Scha-
deservice in samenwerking met de Focwa en het ministerie van Sociale Zaken op het gebied van
arbeidsomstandigheden. Voorts heeft Athlon Car Lease Germany een aantal medewerkers de ge-
legenheid gegeven voor de organisatie van een fundraisingevenement ter ondersteuning van het
Olympisch Comité voor Gehandicapten Sport.

Het genoemde onderzoek mondde uit in een voorstel voor een systematische aanpak van MVO bin-
nen Athlon. Met de uitvoering van dat voorstel is in oktober 2005 begonnen. Gebruik makend van
de zogeheten GRI-indicatoren wordt gekeken naar mogelijke prioriteiten en initiatieven die Athlon
op dit gebied zal ontwikkelen. Een tweede stap is het bepalen van de ambities als basis voor het te
formuleren beleid, het inhoudelijk kader. Dit kader dient daarna concrete invulling te krijgen vanuit
de werkmaatschappijen. Ten derde volgt het communiceren over het gekozen beleid en over de
invulling daarvan. Athlon wil dit project in de loop van 2006 afronden.

De beschreven aanpak is wezenlijk voor het welslagen van het MVO-beleid van Athlon. Het bin-
nen de onderneming breed gedragen project zal dan ook resulteren in duurzame maatschappelijke
betrokkenheid en verantwoordelijkheid, ongeacht tijdstip en (toevallige, trendmatige) omstandig-
heden.

62
VVeerrssllaagg vvaann ddee Rr a a d v a n B
bestuur

Personeel en organisatie Aantal medewerkers


(gemiddeld FTE)

2500
Het boekjaar stond in het teken van de afronding van de fusies van de leasebedrijven in Nederland
en België en de verdere professionalisering van de organisatie. Daarnaast zijn initiatieven geno- 2375
2250
men om de internationale samenwerking te intensiveren en te komen tot een uniform Europees
2000
aanbod.
1956

1750
Werkgelegenheid stabiel Door het ingezette economische herstel in de landen waar Athlon actief
1638
1500 1594 1607
is, lijkt de daling van de werkgelegenheid tot staan gebracht. In de laatste maanden van 2005 nam
deze zelfs licht toe. Toch bleven de regionale verschillen in het werkeloosheidsniveau hoog. Zo wer-
1250
den vooral in de landen waar Athlon actief is nog relatief weinig nieuwe arbeidsplaatsen gecreëerd.
1000
Hierdoor bleef het aanbod op de arbeidsmarkt vrij ruim. Medewerkers bleven terughoudend om
van werkkring te veranderen met het oog op de nog steeds onzekere economische situatie. Gevolg
750
hiervan was dat het personeelsverloop beperkt bleef en dat ontstane vacatures relatief gemakkelijk
500
werden ingevuld.

250
Betaalbaarheid sociale stelsel De vergrijzing en de daarmee gepaard gaande kosten in de ver-
0
dere toekomst waren in vele landen van Europa aanleiding om de bestaande pensioenregelingen
’01 ’02 ’03 ’04 ’05
ter discussie te stellen en indien noodzakelijk en mogelijk aan te passen.
De voorstellen in Nederland, Duitsland, Frankrijk en België om de pensioenleeftijd te verhogen
ontmoetten grote weerstand. In Nederland is inmiddels tot een aantal veranderingen in het soci-
ale stelsel besloten, die met ingang van 2006 zullen worden doorgevoerd. De herziening van de
wetgeving op het gebied van zorg, pensioen en WAO heeft in 2005 een wissel getrokken op de
personeelsafdelingen van met name de Nederlandse bedrijven. Vooral de late besluitvorming door
de overheid zette de implementatie onder sterke druk.
Anders dan bedoeld, brachten de nieuwe wet Walvis en de geïntroduceerde levensloopregeling
administratieve lastenverzwaring mee voor de werkgever. Voor veel werknemers brengt met name
het nieuwe zorgstelsel veelal een kostenverhoging met zich mee.

Integratie leaseactiviteiten Het in 2004 ingezette integratieproces van Athlon Car Lease Neder-
land en Unilease is voorspoediger verlopen dan gepland en is nog in het boekjaar 2005 afgerond.
In de eerste helft van het boekjaar zijn verschillende afdelingen van Unilease overgeplaatst naar
Athlon Car Lease. Per 1 juli 2005 waren de laatste overplaatsingen een feit. Ruim 50 medewerkers
zijn niet ingegaan op het aanbod voor overplaatsing vanwege de toegenomen woon-werkafstand.
Zij hebben gebruik gemaakt van het met de ondernemingsraden overeengekomen sociaal plan. In-
clusief degenen die ontslag hebben genomen, vervroegd zijn uitgetreden of een dienstverband voor
bepaalde tijd hadden, zijn in totaal 90 medewerkers niet opgenomen in de nieuwe organisatie.
Met behulp van een daarvoor opgesteld integratieplan is aan de hand van specifieke cultuuraspec-
ten gewerkt aan de samenwerking binnen de beide fusieorganisaties.

In België zijn door toename van de woon-werkafstand en het vervallen van enkele arbeidsplaatsen
van de 30 Unilease medewerkers slechts zeven personen naar de nieuwe organisatie overgegaan.
Hierdoor zijn zowel in Nederland als in België direct een aantal vacatures ontstaan. Aan de werving
voor deze vacatures is in de tweede helft van 2005 veel aandacht besteed.

63
Gemiddeld aantal FTE’s Kortere lijnen schadeactiviteiten Om te komen tot een nauwere aansluiting van beleid en uit-
(in procenten)
voering en tot een intensievere samenwerking tussen de operationele units is het management-
team van CARe Schadeservice versterkt met twee operationele managers. Het doel van deze or-
60
ganisatieaanpassing is het verkleinen van de afstand tussen het hoofdkantoor en de regionale

55 57
vestigingen. De informatie-uitwisseling is verder geïntensiveerd door periodieke bijeenkomsten
54 van de vestigingsmanagers met de medewerkers van het hoofdkantoor. Om ook hoofdkantoorme-
50
dewerkers beter inzicht te geven in operationele aspecten heeft een groot aantal van hen in 2005

45
stage gelopen op een vestiging.
44

40 41 Internationale activiteiten Als gevolg van de verhuizing van de Belgische Unileaseactiviteiten

35
naar Brussel en de noodzaak van verdere versterking van de organisatie vanwege de groei heeft
Athlon Car Lease Belgium in 2005 35 nieuwe medewerkers aangenomen. Daarnaast werd de direc-
30
tie versterkt met een operationeel directeur.

25
In het kader van de verdere professionalisering van de organisatie werd in het afgelopen boek-
jaar bij het Belgische leasebedrijf een plan opgesteld dat voorziet in intensivering van het human
20
resourcesbeleid (HR). Verder heeft een groot aantal medewerkers IT-trainingen gevolgd, in het

15
bijzonder voor het werken met Atlas.

10
Ook in Duitsland stond verhoging van de kwaliteit van de organisatie in 2005 centraal. Allereerst

5
werd de directiestructuur gewijzigd. De buitendienst en de verkoopbinnendienst werden onder een
éénhoofdige leiding gebracht, waardoor het aantal directieleden kon worden teruggebracht van zes
2 2
0
naar vijf. Dit heeft geleid tot een betere afstemming van de back office op de commerciële activitei-
Lease Schade- Overig
en
verhuur
herstel
ten. Als uitvloeisel van het kwaliteitsprogramma hebben veel medewerkers opleidingen gevolgd. Dit
’04
betrof vooral cursussen voor leidinggevenden, commerciële medewerkers en ICT-medewerkers.
’05

Bij Athlon Car Lease France heeft in het afgelopen jaar een uitgebreide inventarisatie van com-
petenties plaatsgevonden voor nagenoeg alle functies. Op basis van deze inventarisatie zijn de
functieprofielen geherdefinieerd. In Frankrijk was het belangrijkste onderdeel van het kwaliteits-
verbeteringsproces het in 2005 gestarte project gericht op verandering van de bedrijfscultuur. Doel
van het programma is te komen van een individuele focus naar een cultuur gericht op collectieve
prestatie. Hiertoe zijn eerst de kernwaarden van de onderneming vastgesteld en zijn deze later,
door middel van presentaties en discussiebijeenkomsten, verankerd bij de medewerkers.

In 2005 is bij het Franse leasebedrijf een nieuw ICT-systeem geïntroduceerd. Dit systeem is in de
tweede helft van het boekjaar operationeel geworden.
Evenals bij de andere Athlon-ondernemingen werd veel aandacht besteed aan opleidingen. Dit
betrof vooral ICT-trainingen.

Samenwerking Athlon-bedrijven In het afgelopen jaar is intensief gewerkt aan kennisuitwis-


seling en samenwerking tussen de verschillende nationale leasebedrijven van Athlon. Zo wordt er
samengewerkt op het gebied van risicomanagement, commercie, maatschappelijk verantwoord
ondernemen, ICT, operations en personeel en organisatie.

Arbeidsvoorwaarden Per 1 januari 2006 is er door de veranderingen in de Nederlandse wetge-


ving veel veranderd in het arbeidsvoorwaardenpakket van de Athlon-medewerkers. Het gaat hierbij
om de invoering van de nieuwe basisverzekering voor zorg, de levensloopregeling als vervanging
64
Verslag van de Raad van Bestuur

van de VUT, de wijziging van de pensioenregeling in de sector en het vervangen van de WAO door
de WIA. Het beleid van Athlon is erop gericht om op de genoemde gebieden marktconforme col-
lectieve regelingen aan de medewerkers aan te bieden om zo als werkgever toegevoegde waarde
te geven. In Nederland is in 2005 met de ondernemingsraad overeenstemming bereikt over de
harmonisatie van de arbeidsvoorwaarden van de gefuseerde leaseondernemingen. Ook in België is
de harmonisatie bij het leasebedrijf afgerond.

Voor CARe Schadeservice is in het afgelopen boekjaar een nieuwe cao afgesloten met een looptijd
van 33 maanden. Deze regeling gaat in op 1 januari 2006 en voorziet in een structurele loonsver-
hoging in 2006 van 1%. In de vorige cao bedroeg deze in 2005 2,2%.

Bij de invoering van het nieuwe flexibele systeem van keuze in arbeidsvoorwaarden (cafetariasysteem)
is door de harmonisatie en de wijzigingen in de sociale wetgeving enige vertraging opgetreden. De
implementatie van dit nieuwe systeem zal in 2006 plaatsvinden.

In Nederland is eind 2004 een medewerkerstevredenheidsonderzoek uitgevoerd. Kernpunten die


uit dit onderzoek naar voren komen, waren de vraag naar begeleiding bij de persoonlijke ontwik-
keling en de behoefte aan doorgroeimogelijkheden en grotere verantwoordelijkheid. Op basis van
de onderzoeksresultaten zijn de interne opleidingsmogelijkheden in de vorm van de leaseacade-
my verder uitgebreid. Daarnaast is een proefproject gestart waarbij voor medewerkers Toekomst-
gerichte Ontwikkelings Plannen (TOPPER) worden opgesteld. Deze plannen worden in overleg met
de medewerkers zelf ontwikkeld en voorzien in opleidingen en ervaringstrajecten die passen bij
de persoonlijke ambitie van de betrokkenen. Een ander belangrijk aandachtspunt was de commu-
nicatie tussen hoofdkantoor en vestigingen. Met de introductie van virtuele teams zijn de eerste
stappen gezet om de samenwerking tussen hoofdkantoor en vestigingen te optimaliseren.

Bij CARe is in 2005 een vervolg gegeven aan de in 2004 gestarte trainingen klantgerichtheid. Daar-
naast hebben de vaktechnische opleidingen veel aandacht gekregen.

Arbo en verzuim

In 2005 maakte een preventief gezondheidskundig onderzoek bij een aantal ondernemingen deel
uit van het arbobeleid. Tevens werd een groot aantal leidinggevenden getraind in verzuimbegelei-
ding. Ook andere aspecten van het arbobeleid hebben de nodige aandacht gekregen.
Het ziekteverzuim voor geheel Athlon is in 2005 verder gedaald naar 4,7% (2004: 4,9%).

Het overleg met de ondernemingsraden heeft ook in 2005 constructief bijgedragen aan de verdere
ontwikkeling van de onderneming.

65
66
Verslag van de Raad van Bestuur

Milieu en huisvesting

Athlon wil bij al haar beslissingen, naast economische, financiële en technisch-sociale aspecten,
tevens rekening houden met de aspecten veiligheid, gezondheid, welzijn en milieu. In de dagelijkse
praktijk betekent dit dat de zorg voor arbeidsomstandigheden en het milieu deel uitmaakt van het
ondernemingsbeleid. Het management is verantwoordelijk voor de nadere uitwerking, invoering
en controle van dit beleid. Binnen de holding worden de kaders vastgesteld door de afdelingen
Personeel en Organisatie en het Bedrijfsbureau, daarbij waar nodig ondersteund door externe
deskundigen.

Bij de leasebedrijven zijn de milieurisico’s gering. Binnen de schadeketen zijn specifieke functiona-
rissen aangewezen om risico’s te monitoren en te beheersen. Zij rapporteren daarbij aan de directie.
Jaarlijks wordt in een jaarplan dat gericht is op de eigen bedrijfsvoering, richting gegeven aan de
uitvoering van het beleid op werkplekniveau en wordt verslag gedaan over de gedane en nog uit te
voeren inspanningen op het gebied van arbeidsomstandigheden en milieu.

Door binnen de bedrijven periodiek preventief werkende audits uit te voeren wordt het manage-
ment gestimuleerd om conform het beleid te werken. In het kader van haar maatschappelijke
verantwoordelijkheid stelt Athlon zich op het standpunt dat eventueel door haar toedoen veroor-
zaakte vervuilingen op een verantwoorde wijze dienen te worden gesaneerd. Hoewel gedurende
de afgelopen jaren het aantal potentiële vervuilingsbronnen sterk is verminderd, moet er nog een
aantal in het verleden veroorzaakte vervuilingen worden gesaneerd. Voor deze risico’s is een vol-
doende grote voorziening opgenomen. Deze nam gedurende 2005 af van € 1,3 mln tot € 0,8 mln.

In het verslagjaar is bij de schadeherstelbedrijven het aantal overheidscontroles toegenomen. Bij


de initiële controles lag de nadruk voornamelijk op de naleving van de milieuwetgeving. Daarnaast
is actief gevolg gegeven aan de periodieke inspecties van apparatuur. In enkele gevallen is door de
bevoegde instantie geëist energiebesparingonderzoeken uit te voeren. In de komende jaren zullen
de nodige investeringen moeten worden gedaan om aan de eisen van de wet te blijven voldoen.
Naast door de wet opgelegde eisen zijn ook duurzaamheidsaspecten voor Athlon bepalend om, door
onderzoek, de belasting van het milieu in kaart te brengen. Het huidige beleid van de overheid is
in belangrijke mate gebaseerd op stimulering van energiebesparing door middel van andere in-
strumenten dan directe regulering. Voorbeelden hiervan zijn de meerjarenafspraken voor de lichte
industrie. Bij CARe Schadeservice krijgt reductie van de milieubelasting onder andere gestalte door
duurzaam bouwen en verdere ontwikkeling van energieprestatienormen.

De inzet van energie-efficiënte apparatuur is afhankelijk van de technologische mogelijkheden en


de terugverdientijd van de investeringen. In de operationele audits bij de autoschadeherstelbedrij-
ven zijn de belangrijkste milieuaspecten opgenomen. Door deze werkwijze worden milieurisico’s
voortdurend beoordeeld.

Tijdens het verslagjaar hebben zich geen milieucalamiteiten voorgedaan.

Huisvesting Het huisvestingsbeleid van Athlon is gebaseerd op huur van onroerend goed. Daarbij
wordt, met name bij de schadeherstelketen CARe, gestreefd naar flexibele huurovereenkomsten.
Ook in het afgelopen boekjaar is een aantal van deze flexibele huurovereenkomsten afgesloten.
67
Verslag van de Raad van Bestuur

Vooruitzichten

In 2005 bedroeg de operationele nettowinst € 43,0 mln. Gezien de ontwikkelingen in 2005


verwacht de Raad van Bestuur voor 2006 een operationele nettowinst die hoger is dan € 43,0 mln.
Hierbij wordt er van uit gegaan dat CARe niet voor eind 2006 zal zijn verzelfstandigd.

Hoofddorp, 1 maart 2006

De Raad van Bestuur


drs. H. Bierstee, voorzitter
M.J.M.R. Claus
ir. N.M.P. van den Eijnden
J. Slootweg RA

68
Jaarrekening 2005

69
Geconsolideerde winst- en verliesrekening (in € mln)

Ref. 2005 2004

Netto-omzet 1,3 784,5 697,3

Lease- en verhuurkosten 4 534,3 460,0


Interestkosten 52,5 48,1
Schadeherstelkosten 10,0 15,6
Overige kosten 4 82,9 90,6

Kostprijs van de omzet 679,7 614,3

Brutowinst 104,8 83,0

Verkoop- en algemene beheerkosten 5 51,6 48,5

Bedrijfsresultaat 53,2 34,5

Aandeel in resultaat joint ventures 14 0,2 1,9

Resultaat voor belastingen 53,4 36,4

Winstbelastingen 7 (17,0) (9,5)

Nettowinst* 36,4 26,9

Winst per gewoon aandeel (€) 20 2,10 1,39


Verwaterde winst per gewoon aandeel (€) 20 2,01 1,38

* Volledig toe te rekenen aan aandeelhouders van Athlon Holding N.V.

70
Geconsolideerd overzicht van het totaalresultaat (in € mln)

Ref. 2005 2004

Kasstroomafdekking (derivaten) 19 0,0 -


Beloning in aandelen 19,23 0,6 0,2

Nettowinst rechtstreeks verwerkt


in het eigen vermogen 0,6 0,2

Nettowinst over het boekjaar 36,4 26,9

Totaalresultaat over het boekjaar* 37,0 27,1

* Volledig toe te rekenen aan aandeelhouders van Athlon Holding N.V.

Het effect van de toepassing van IAS 32 en IAS 39 per 1 januari 2005 bedraagt € 2,5 mln (last)
en houdt een daling in van de afdekkingsreserve van € 2,4 mln en een daling van de overige
reserves van € 0,1 mln.

71
Geconsolideerde balans (in € mln)

ACTIVA Ref. 31 december 2005 31 december 2004

Vaste activa
Operationele-leaseauto’s 8 1.532,2 1.441,2
Financiële-leasevorderingen 9 88,2 81,5
Verhuurauto’s 10 48,0 44,8

Lease- en verhuurportefeuille 1.668,4 1.567,5

Immateriële activa 11 29,3 31,8


Uitgestelde belastingvorderingen 12 3,8 4,2
Overige materiële activa 13 30,4 32,6
Overige financiële activa 14 43,9 26,7

107,4 95,3

1.775,8 1.662,8

Vlottende activa
Activa aangehouden voor verkoop 15 14,0 10,8
Voorraden 1,6 1,5
Te vorderen vennootschapsbelasting 1,4 3,1
Handelsvorderingen 16 53,9 40,9
Overige vorderingen 17 55,8 52,5
Geldmiddelen en kasequivalenten 18 31,3 0,1

158,0 108,9

1.933,8 1.771,7

72
PASSIVA Ref. 31 december 2005 31 december 2004

Eigen vermogen*
Geplaatst aandelenkapitaal 4,3 5,7
Agioreserve 136,8 202,9
Overige reserves (8,7) (17,4)
Onverdeeld resultaat 36,4 22,8

19 168,8 214,0
Langlopende verplichtingen
Rentedragende leningen 21 1.323,9 1.012,3
Uitgestelde belastingverplichtingen 12 16,1 12,5
Voorzieningen 22 0,2 0,6

1.340,2 1.025,4
Kortlopende verplichtingen
Rentedragende leningen 21 224,7 341,5
Vooruitontvangen onderhoudsbijdragen 47,9 43,8
Te betalen vennootschapsbelasting 1,5 0,9
Voorzieningen 22 2,2 10,4
Handelsschulden 57,0 55,4
Overige schulden 24 91,5 80,3

424,8 532,3

1.933,8 1.771,7

* Volledig toe te rekenen aan aandeelhouders van Athlon Holding N.V.

Het aansprakelijk vermogen bedraagt:


n Eigen vermogen 168,8 214,0
n Preferente aandelen1 69,0 -
n Achtergestelde lening2 15,0 15,0

252,8 229,0

1 De preferente aandelen zijn vanaf 1 januari 2005 opgenomen onder langlopende rentedragende leningen.

2 De achtergestelde lening is opgenomen onder langlopende rentedragende leningen.

73
Geconsolideerd kasstroomoverzicht (in € mln)

Ref. 2005 2004*

Ontvangsten van afnemers, inclusief


interestinkomsten van € 93,5 mln
(2004: € 83,9 mln) 1.049,3 936,5
Betalingen aan leveranciers en werknemers (554,6) (509,5)
Betaalde rente (inclusief IRS-effect) (52,5) (48,1)

442,2 378,9
Ontvangen dividend - 2,7
Betaald dividend 19 (12,3) (13,0)
Betaalde winstbelasting (9,7) 7,6

Nettokasstroom uit bedrijfsactiviteiten 420,2 376,2

Ontvangsten uit de verkoop van:


n teruggenomen lease- en verhuurauto’s 284,8 269,7
n overige materiële activa 2,2 0,8

Verwerving van:
n lease- en verhuurportefeuille 8,9,10 (781,3) (675,2)
n dochterondernemingen, na aftrek
van de geldmiddelen van het
verworven belang 2 - (32,5)
n overige materiële en immateriële activa 11,13 (7,2) (7,6)
Uitgaven in het kader van ontwikkeling
van software 11 (2,9) (1,9)
Joint ventures (inclusief mutatie
vorderingen/schulden) 14 (1,4) 2,2
Mutatie overige financiële activa
(exclusief joint ventures
en deposito’s securitisatie) 14 0,4 0,1

Nettokasstroom uit
investeringsactiviteiten (505,4) (444,4)

Voor vervolg van de tabel: zie pagina 75.

74
Ref. 2005 2004*

Ontvangsten uit langlopende leningen 394,9 316,7


Aflossingen uit langlopende leningen (147,1) (220,3)
Ontvangsten uit achtergestelde leningen 21 - 15,0
Aflossingen achtergestelde leningen - (29,8)
Toename deposito’s securitisatie 14 (16,0) -
Toename eigen vermogen door emissie 19 - 25,0
In- en verkoop eigen aandelen/
uitoefening opties 19 1,5 1,3
Kapitaalbelasting 0,0 (0,1)
Mutatie kortlopende schulden (136,2) (39,7)

Nettokasstroom uit
financieringsactiviteiten 97,1 68,1

Nettotoename van geldmiddelen


en kasequivalenten 11,9 (0,1)

Geldmiddelen en kasequivalenten
op 1 januari 18 0,1 0,2
Toepassing van IAS 32 en IAS 39
per 1 januari 2005 34 19,3 -

19,4 0,2

Geldmiddelen en kasequivalenten
op 31 december 18 31,3 0,1

* De ontvangsten van afnemers en betalingen aan leveranciers en werknemers bevatten met ingang van 2005 tevens ontvangsten

en betalingen uit hoofde van zogenaamde doorloopposten (houderschapsbelasting en brandstof). De vergelijkende cijfers over

2004 zijn aangepast.

75
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Introductie
Athlon Holding N.V. (de ‘vennootschap’) is een in Hoofddorp gevestigde aanbieder van autoleasing
en autoschadeherstel. De geconsolideerde jaarrekening van de vennootschap over het boekjaar
2005 omvat de vennootschap en haar dochterondernemingen (gezamenlijk aangeduid met de
‘Groep’) en het belang van de Groep in joint ventures.
Het bestuur heeft op 1 maart 2006 de jaarrekening opgemaakt. De jaarrekening zal ter vaststelling
worden voorgelegd aan de Algemene Vergadering van Aandeelhouders op 19 april 2006.

Overeenstemmingsverklaring
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met International Financial
Reporting Standards zoals aanvaard binnen de EU (hierna: ‘IFRS’). Dit is de eerste geconsolideerde
IFRS-jaarrekening van de Groep. Bij de opstelling van deze geconsolideerde jaarrekening is IFRS 1
First Time Adoption of International Financial Reporting Standards toegepast.

Een verklaring van de invloed van de overgang naar IFRS op de gerapporteerde financiële positie,
financiële resultaten en kasstromen van de Groep is opgenomen in paragraaf 33 van de toelichting.
Opgemerkt wordt dat IFRS 5 ‘Activa aangehouden voor verkoop en beëindigde activiteiten’ ver-
vroegd is toegepast vanaf 1 januari 2004. IFRS 7 ‘Financiële instrumenten – toelichtingen’ is pas
vanaf 1 januari 2007 verplicht en dientengevolge niet toegepast.
Paragraaf 34 bevat nadere gegevens omtrent de gevolgen van de toepassing van IAS 32 en IAS 39
met ingang van 1 januari 2005.

Gehanteerde grondslagen bij de opstelling van de geconsolideerde jaarrekening


De jaarrekening luidt in miljoenen euro’s, tenzij anders wordt aangegeven.
De geconsolideerde jaarrekening is opgesteld op basis van historische kostprijs, behalve waar het
de afgeleide financiële instrumenten betreft, die tegen reële waarde zijn verantwoord.

Het opstellen van de jaarrekening in overeenstemming met IFRS vereist dat de leiding oorde-
len vormt en schattingen en veronderstellingen maakt die van invloed zijn op de toepassing van
grondslagen en de gerapporteerde waardes van zowel activa en verplichtingen als van baten en
lasten. De schattingen en daarmee samenhangende aannames zijn gebaseerd op ervaringen uit
het verleden en op diverse andere factoren die gegeven de omstandigheden als redelijk worden
beschouwd. De uitkomsten hiervan vormen de basis voor de beoordeling van de boekwaarde van
activa en verplichtingen die niet op eenvoudige wijze uit andere bronnen blijkt. De daadwerkelijke
uitkomsten kunnen afwijken van deze schattingen. De schattingen en daaraan ten grondslag lig-
gende aannames worden doorlopend getoetst. Herzieningen van schattingen worden opgenomen in
de periode waarin de schatting wordt herzien, indien de herziening alleen voor die periode gevolgen
heeft, of in de periode van herziening en toekomstige perioden, indien de herziening gevolgen heeft
voor zowel de verslagperiode als toekomstige perioden.

In paragraaf 32 wordt nader ingegaan op beoordelingen door de directie bij het toepassen van IFRS
die belangrijke gevolgen hebben voor de jaarrekening en op schattingen die een aanmerkelijk risico
in zich bergen van een materiële aanpassing in het volgende jaar.

De hierna uiteengezette grondslagen voor financiële verslaggeving zijn met uitzondering van de
grondslagen voortkomend uit de toepassing van IAS 32 en IAS 39 consistent toegepast voor alle
76
gepresenteerde perioden in deze geconsolideerde jaarrekening, alsmede bij het opstellen van de
IFRS-openingsbalans op 1 januari 2004 in het kader van de overgang naar IFRS. Gebruikmakend
van de onder IFRS 1 geboden vrijstelling, wordt de jaarrekening van de vennootschap pas vanaf
1 januari 2005 opgesteld met inachtneming van IAS 32 en IAS 39 en blijft aanpassing van de
vergelijkende cijfers hieromtrent achterwege. In paragraaf 33 wordt nader ingegaan op de invloed
van de overgang naar IFRS op de weergegeven financiële positie, het financiële resultaat en de
kasstromen van de Groep. Hierbij worden tevens aansluitingsoverzichten van de geconsolideerde
balans en resultatenrekening gegeven waarin de in voorgaande jaarrekeningen gerapporteerde
bedragen, in overeenstemming met de voorheen toegepaste verslaggevingstandaarden (te weten
in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en de wettelijke be-
palingen inzake de jaarrekening zoals opgenomen in Titel 9, Boek 2 BW, hierna: ‘NL-GAAP’) worden
aangepast naar IFRS.
De grondslagen voor financiële verslaggeving zijn door de, van de Groep deel uitmakende, onder-
nemingen consistent toegepast.

Grondslagen voor consolidatie


(a) Dochterondernemingen
Dochterondernemingen zijn die entiteiten waarover de Groep zeggenschap heeft. Er is sprake van
zeggenschap indien de Groep de mogelijkheid heeft om, direct of indirect, het financiële en ope-
rationele beleid van een entiteit te bepalen teneinde voordelen te verkrijgen uit de activiteiten
van de entiteit. Bij de beoordeling of er sprake is van zeggenschap wordt rekening gehouden met
potentiële stemrechten die op dat moment uitoefenbaar of converteerbaar zijn. De jaarrekeningen
van dochterondernemingen zijn in de geconsolideerde jaarrekening opgenomen vanaf de datum
waarop voor het eerst sprake is van zeggenschap, tot aan het moment waarop deze eindigt.

Over de speciaal voor securitisatietransacties opgerichte vennootschappen (Athlon Securitisation


B.V. en Athlon Securitisation 2005 B.V.) heeft de Groep tevens zeggenschap. Deze vennootschap-
pen worden dan ook als dochterondernemingen beschouwd en opgenomen in de geconsolideerde
jaarrekening van de Groep.

Intercompany transacties, saldi en ongerealiseerde resultaten op transacties binnen de Groep wor-


den bij het opstellen van de jaarrekening geëlimineerd.

(b) Joint ventures


Joint ventures betreffen ondernemingen waarover de Groep in het kader van een contractuele
afspraak gezamenlijke zeggenschap heeft. De geconsolideerde jaarrekening omvat het evenredig
aandeel van de groep in joint ventures gebaseerd op de ‘equity’ methode en wel met ingang van
de datum waarop voor het eerst gezamenlijke zeggenschap wordt uitgeoefend tot aan de datum
waarop deze eindigt.

(c) Overige
Door het opnemen van de dochteronderneming Athlon Car Lease Germany GmbH & Co. KG in de
geconsolideerde jaarrekening van Athlon Holding N.V. is deze onderneming, op grond van para-
graaf 264b van het Duitse Handelsgesetzbuch vrijgesteld van publicatie- en controleplicht van de
jaarrekening, conform de voorschriften die gelden voor deze onderneming.

77
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Vreemde valuta
Transacties luidend in vreemde valuta worden in euro’s omgerekend tegen de geldende wisselkoers
per transactiedatum. In vreemde valuta luidende monetaire activa en verplichtingen worden per
balansdatum in euro’s omgerekend tegen de op die datum geldende wisselkoers. De bij omreke-
ning optredende valutakoersverschillen worden in de winst- en verliesrekening opgenomen. Niet-
monetaire activa en verplichtingen die in een vreemde valuta luiden en op basis van historische
kosten worden gewaardeerd, worden omgerekend tegen de wisselkoers per transactiedatum. Niet-
monetaire activa en verplichtingen in vreemde valuta’s die tegen reële waarde worden opgenomen,
worden in euro’s omgerekend tegen de wisselkoersen die golden op de data waarop de reële waar-
des werden bepaald.

Algemene behandeling bijzondere waardeverminderingen


Per balansdatum wordt voor alle activa van de Groep - met uitzondering van voorraden en uitge-
stelde belastingvorderingen - beoordeeld of er sprake is van signalen die op bijzondere waarde-
vermindering duiden. Is dat inderdaad het geval, dan wordt een schatting gemaakt van de reali-
seerbare waarde van het desbetreffende actief. De realiseerbare waarde is de hoogste van de reële
waarde onder aftrek van verkoopkosten en de bedrijfswaarde. Bij de bepaling van een eventuele
bijzondere waardevermindering worden de activa geclassificeerd naar de kleinst identificeerbare
groep activa die een instroom van kasmiddelen genereert die in ruime mate onafhankelijk is van
de instroom van kasmiddelen van andere activa of groepen van activa (kasstroomgenererende
eenheden).
De geactiveerde goodwill wordt telkens op de balansdatum getoetst op bijzondere waardevermin-
dering. De goodwill is bovendien per 1 januari 2004 (de datum waarop op IFRS is overgegaan) op
bijzondere waardevermindering getoetst, ook al was er toen geen indicatie voor een bijzondere
waardevermindering.

Er wordt een verlies uit hoofde van bijzondere waardevermindering verantwoord indien de boek-
waarde van een actief of de kasstroomgenererende eenheid waartoe het actief behoort, hoger is
dan de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst- en
verliesrekening verantwoord.

Bijzondere waardeverminderingsverliezen opgenomen met betrekking tot kasstroomgenererende


eenheden worden eerst in mindering gebracht op de boekwaarde van eventueel, aan kasstroomgene-
rerende eenheden (of groepen van eenheden) toegerekende goodwill en vervolgens naar rato in min-
dering gebracht op de boekwaarde van de overige activa van de eenheid (of groep van eenheden).

Bijzondere waardeverminderingsverliezen met betrekking tot goodwill worden niet teruggedraaid.


Bijzondere waardeverminderingsverliezen met betrekking tot overige activa worden teruggedraaid
voor zover de schattingen zijn veranderd aan de hand waarvan de realiseerbare waarde was be-
paald, zij het slechts voor zover de boekwaarde van het actief in kwestie niet hoger is dan de boek-
waarde zoals die – na aftrek van afschrijvingen en amortisatie – zou zijn bepaald als geen bijzonder
waardeverminderingsverlies was genomen.

De grondslagen voor financiële verslaggeving ten aanzien van operationele-leaseauto’s en finan-


ciële-leasevorderingen bevatten een nadere beschrijving van de behandeling van bijzondere
waardeverminderingsverliezen met betrekking tot deze specifieke activa.
78
Afgeleide financiële instrumenten en afdekking
Door de Groep wordt, ter afdekking van het uit het leasebedrijf voortvloeiende renterisico, gebruik
gemaakt van afgeleide financiële instrumenten. In principe betreffen dit uitsluitend renteswaps.
Door de Groep worden, in overeenstemming met het treasurybeleid, geen derivaten voor handels-
doeleinden aangehouden of uitgegeven. Derivaten die echter niet in aanmerking komen voor hedge
accounting worden verwerkt als handelsinstrumenten.

Afgeleide financiële instrumenten worden tegen reële waarde verantwoord. De reële waarde van
renteswaps is het geschatte bedrag dat door de Groep zou worden ontvangen dan wel betaald om
de swaps per balansdatum te beëindigen, rekening houdend met de actuele rentevoet en de actu-
ele kredietwaardigheid van de tegenpartijen van de swaps.

Voor zover afgeleide financiële instrumenten worden aangewezen als afdekkingstransactie, is de


verantwoording van een eventueel daaruit voortvloeiend(e) winst of verlies afhankelijk van de aard
van de afgedekte post. Afgeleide financiële instrumenten zijn binnen de Groep in principe bedoeld
om de variatie in kasstromen van rentedragende leningen af te dekken. De Groep maakt hierbij
gebruik van macro cash flow hedge accounting. Toepassing van cash flow hedging is toegestaan
op voorwaarde dat de hedge effectief is. Dit is het geval wanneer de verandering in de contante
waarde van de kasstromen van de interest rate swaps wordt gecompenseerd (binnen een bepaalde
bandbreedte) door de veranderingen in de contante waarde van de verwachte kasstromen van de
rentedragende leningen. Het effectieve gedeelte van een eventue(e)l(e) winst of verlies op het
afgeleide financiële instrument wordt rechtstreeks in het eigen vermogen verwerkt, terwijl het niet-
effectieve gedeelte onmiddellijk in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen.

Voor zover afgeleide financiële instrumenten niet worden aangewezen als afdekkingsinstrument,
wordt de winst of het verlies uit hoofde van de herwaardering naar reële waarde rechtstreeks in de
winst- en verliesrekening opgenomen.

Operationele-leaseauto’s
Deze post omvat de in het kader van operationele-leasecontracten geleaste auto’s. Er is sprake
van operationele-leaseauto’s voor zover nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico’s en voor-
delen door de Groep worden behouden. De desbetreffende activa worden in de balans overeenkom-
stig de aard van het actief opgenomen als operationele-leaseauto’s, zijnde materiële activa.
De operationele-leaseauto’s worden verantwoord tegen kostprijs onder aftrek van cumulatieve af-
schrijvingen en eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. De activa worden
over de gebruiksduur van gemiddeld drie à vier jaar lineair afgeschreven naar de verwachte rest-
waarde. De afschrijvingskosten worden in de winst- en verliesrekening verwerkt onder lease- en
verhuurkosten. De restwaardes van de activa worden jaarlijks beoordeeld.

De kostprijs van de operationele-leaseauto’s bestaat uit de inkoopprijs en de eventuele direct toe-


rekenbare kosten, verband houdende met het in de voor het beoogde gebruik gewenste staat bren-
gen van het desbetreffende actief. Invoerrechten en niet-restitueerbare inkoopbelastingen alsmede
investeringsverschillen worden in de inkoopprijs verwerkt, terwijl eventuele handelskortingen bij
het berekenen van de inkoopprijs in mindering worden gebracht. Voorts wordt rekening gehouden
met lease incentives en volumebonussen die conform de verwachte duur van de lease worden af-
geschreven.
79
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Direct toerekenbare kosten die gericht zijn gemaakt met het oog op het genereren van opbrengsten
uit een operationele lease worden over de duur van de lease aan de inkomsten toegerekend naar
gelang inkomsten uit lease worden verantwoord.

Verliezen uit hoofde van bijzondere waardeverminderingen zijn doorgaans het gevolg van een
negatieve ontwikkeling in de restwaarde van de leaseauto’s. Per balansdatum wordt beoordeeld of
er sprake is van signalen die op bijzondere waardevermindering duiden. Is dat inderdaad het ge-
val, dan wordt een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde van het desbetreffende actief.
Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden genomen indien de boekwaarde van het operati-
onele-leaseactief de realiseerbare waarde te boven gaat. De realiseerbare waarde wordt gedefini-
eerd als de hoogste waarde van enerzijds de reële waarde minus de verkoopkosten en anderzijds
de bedrijfswaarde van het actief. De bedrijfswaarde bestaat uit de verwachte verkoopresultaten bij
vervreemding van het object en overige geschatte toekomstige kasstromen die aan het object kun-
nen worden toegewezen. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden direct in de winst- en
verliesrekening verantwoord en onder lease- en verhuurkosten verwerkt.

Financiële-leasevorderingen
Autoleasecontracten waarbij nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico’s en voordelen door
de Groep worden overgedragen aan de lessee, worden gekenmerkt als financiële-leasevorderingen.
Deze contracten worden verantwoord als financiële-leasevordering tegen een bedrag gelijk aan de
contante waarde van de minimale leasebetalingen (inclusief gegarandeerde restwaarde) en de niet-
gegarandeerde restwaarde zoals die aan de Groep toekomt, na aftrek van noodzakelijk geachte voor-
zieningen voor dubieuze debiteuren en eventuele cumulatieve waardeverminderingsverliezen. Direct
toerekenbare kosten zijn inbegrepen in de initiële bepaling van de financiële-leasevorderingen.
Het verschil tussen de bruto-investering in de lease en de contante waarde van de invorderbare
minimale leasebetalingen is onverdiende interest en wordt over de looptijd van de lease verantwoord
tegen een constant rendement op de netto-investering in de financiële lease.
Op balansdatum wordt nagegaan of er sprake is van signalen die erop duiden dat de financiële lease
aan bijzondere waardevermindering onderhevig is. Dat is het geval voor zover er een verschil is tus-
sen de boekwaarde van het actief en de contante waarde van de voor de toekomst verwachte, tegen
de oorspronkelijke effectieve rentevoet verdisconteerde kasstromen. Een zodanig verlies uit hoofde
van waardevermindering wordt direct in de winst- en verliesrekening verantwoord en opgenomen
onder lease- en verhuurkosten.

Verhuurauto’s
De kostprijs van de voor verhuur aangehouden auto’s bestaat uit de inkoopprijs daarvan, vermeer-
derd met de eventueel direct toerekenbare kosten voor het op het gewenste operationele niveau
brengen van genoemde activa. Bij de berekening van de inkoopprijs worden invoerrechten en niet-
restitueerbare inkoopbelasting in de prijs inbegrepen en handelskortingen worden in mindering
gebracht. Ook wordt rekening gehouden met volumekortingen, die over de gebruiksduur van de
activa worden afgeschreven.
De verhuurauto’s worden opgenomen tegen kostprijs onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen
en eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. De verhuurauto’s worden li-
neair afgeschreven over de gebruiksduur tot de verwachte restwaarde. De afschrijvingskosten
worden verwerkt onder lease- en verhuurkosten.

80
Herziening en, voor zover nodig, aanpassing van de restwaarde en de gebruiksduur van de activa
vinden telkens op balansdatum plaats.
Bijzondere waardeverminderingsverliezen zijn doorgaans het gevolg van een negatieve ontwikke-
ling van de restwaarde van de verhuurauto’s. Per balansdatum wordt beoordeeld of er sprake is van
signalen die op bijzondere waardevermindering duiden. Is dat inderdaad het geval, dan wordt een
schatting gemaakt van de realiseerbare waarde. Bijzondere waardeverminderingsverliezen worden
in de winst- en verliesrekening verantwoord en onder lease- en verhuurkosten opgenomen op het
moment dat en voor zover de boekwaarde van de verhuurauto’s de realiseerbare waarde daarvan
overtreft.

Immateriële activa
(a) Goodwill
Alle bedrijfscombinaties worden verantwoord onder toepassing van de overnamemethode, waarbij
als goodwill worden verantwoord de bedragen zoals die ontstaan bij de overname van dochteron-
dernemingen, geassocieerde ondernemingen en joint ventures. Met betrekking tot bedrijfsoverna-
mes die hebben plaatsgevonden vanaf 1 januari 2004, vertegenwoordigt de goodwill het verschil
tussen de kostprijs van de overname enerzijds en de netto reële waarde van de overgenomen
identificeerbare activa, verplichtingen en voorwaardelijke verplichtingen anderzijds. Voor zover
het overnames van vóór de bovengenoemde datum betreft, is de goodwill gebaseerd op de veron-
derstelde kostprijs, die gelijk is aan de waarde die hieraan op grond van de voorheen toegepaste
NL-GAAP werd toegekend. De classificatie en verwerking van bedrijfscombinaties die vóór 1 januari
2004 hebben plaatsgevonden, is niet aangepast voor de opstelling van de IFRS-openingsbalans per
1 januari 2004 (zie paragraaf 33).
De goodwill wordt verantwoord tegen kostprijs onder aftrek van cumulatieve bijzondere waarde-
verminderingsverliezen. De goodwill wordt aan kasstroomgenererende eenheden toegerekend en
wordt jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst in plaats van te worden afgeschreven.
Negatieve goodwill die bij een overname ontstaat, wordt direct in de winst- en verliesrekening
verwerkt.

(b) Waarde klantenbestand


De waarde klantenbestand houdt verband met de waardering van de klantenportefeuille van over-
genomen ondernemingen. Het actief wordt tegen kostprijs verantwoord zijnde de reële waarde op
overnamedatum voor een bedrag dat gelijk is aan de economische voordelen die naar verwachting
aan de Groep toekomen. Dat bedrag wordt bepaald aan de hand van redelijke aannames die de nauw-
keurigste schatting vormen zoals de leiding die kan maken van de economische situatie zoals die zich
gedurende de gebruiksduur van het actief zal voordoen. Op het actief wordt lineair over de geschatte
gebruiksduur (van vijf tot tien jaar) afgeschreven. Per balansdatum wordt beoordeeld of er sprake
is van signalen die op bijzondere waardevermindering duiden. Is dat inderdaad het geval dan wordt
een schatting gemaakt van de realiseerbare waarde en wordt de boekwaarde indien nodig herzien.
Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen worden onder lease- en verhuurkosten
in de winst- en verliesrekening verantwoord.

(c) Intern ontwikkelde software en overige immateriële activa


Aangekochte licenties voor computerprogrammatuur worden geactiveerd voor de aanschafprijs.
Kosten inzake het geschikt voor gebruik maken van deze programmatuur worden eveneens geacti-

81
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

veerd. Genoemde kosten worden over de geschatte gebruiksduur (van drie tot vijf jaar) afgeschre-
ven. Met het onderhoud van computersoftware samenhangende kosten worden als kostenpost
verantwoord naarmate zij worden gemaakt. Kosten die direct toerekenbaar zijn aan de productie
van onder het beheer van de Groep vallende, afzonderlijk herkenbare, unieke softwareproducten,
waarmee naar alle waarschijnlijkheid economische voordelen zullen kunnen worden gegenereerd
die de kosten na één jaar overtreffen, worden als immateriële activa verantwoord. Tot de directe
kosten worden gerekend de personeelskosten van de softwareontwikkelaars en een redelijk ge-
deelte van de desbetreffende overheadkosten. Op de als activa verantwoorde ontwikkelingskosten
voor computerprogrammatuur wordt over de geschatte gebruiksduur afgeschreven.

Overige materiële activa


De post overige materiële activa bestaat uit terreinen en gebouwen en overige bedrijfsmiddelen
die tegen kostprijs worden verantwoord onder aftrek van cumulatieve afschrijvingen (dit geldt niet
voor terreinen) en eventuele cumulatieve bijzondere waardeverminderingsverliezen. De direct aan
de verwerving van de activa in kwestie toe te rekenen kosten maken deel uit van de kostprijs.

Kosten van latere datum worden uitsluitend in de boekwaarde van het actief opgenomen dan wel,
al naar gelang de situatie, als apart actief opgevoerd voor zover het waarschijnlijk is dat de toe-
komstige economische voordelen met betrekking tot het actief aan de Groep zullen toekomen en
de kostprijs van het actief betrouwbaar kan worden bepaald. Alle overige kosten worden als last in
de winst- en verliesrekening verantwoord in het jaar waarin zij worden gemaakt.

Op terreinen wordt niet afgeschreven. De afschrijving op overige materiële activa wordt lineair over
de geschatte gebruiksduur in de winst- en verliesrekening verwerkt. De geschatte gebruiksduur
luidt als volgt:

Gebouwen 16-50 jaar


Overige bedrijfsmiddelen 3-10 jaar

De restwaarde en gebruiksduur van de activa worden, mits significant, jaarlijks beoordeeld en waar
nodig herzien.

Overige financiële activa


De post overige financiële activa betreft voornamelijk deposito’s uit hoofde van securitisatie en
investeringen in joint ventures.

Activa aangehouden voor verkoop


Deze post bestaat uit teruggenomen leaseauto’s en gebouwen (inclusief terreinen) aangehouden
voor verkoop. De desbetreffende activa worden verantwoord tegen boekwaarde dan wel, indien
lager, reële waarde onder aftrek van verkoopkosten. De berekening van het resultaat bij verkoop
vindt plaats aan de hand van een vergelijking tussen de opbrengst en de boekwaarde. De op ver-
kochte leaseauto’s behaalde resultaten worden in de winst- en verliesrekening verantwoord als
onderdeel van de lease- en verhuurkosten.

82
Voorraden
Voorraden zijn met name gerelateerd aan het schadeherstelbedrijf en worden verantwoord tegen
kostprijs dan wel, indien lager, de opbrengstwaarde. De opbrengstwaarde is de geschatte verkoop-
prijs in het kader van de normale bedrijfsvoering, verminderd met de geschatte kosten van voltooi-
ing en de verkoopkosten.

Handels- en overige vorderingen


Handelsvorderingen worden verantwoord tegen geamortiseerde kostprijs onder aftrek van een
noodzakelijk geachte voorziening voor dubieuze debiteuren. De voorziening wordt getroffen indien
is vastgesteld dat de Groep er niet in zal slagen om het geheel aan uitstaande bedragen te innen.
Verliezen op handelsvorderingen worden in de winst- en verliesrekening verantwoord als onderdeel
van de overige kosten in de kostprijs van de omzet.

Geldmiddelen en kasequivalenten
Geldmiddelen en kasequivalenten bestaan uit kas- en banksaldi en andere onmiddellijk opvraag-
bare deposito’s.

Aandelenkapitaal
Preferent aandelenkapitaal
Het preferente aandelenkapitaal wordt geclassificeerd als eigen vermogen indien dit niet-aflosbaar
is en de dividenduitkeringen vrijwillig zijn, of indien het aflosbaar is maar uitsluitend naar keuze
van de vennootschap. Dividend op preferent aandelenkapitaal geclassificeerd als eigen vermogen
wordt opgenomen als winstuitkering binnen het eigen vermogen.
Preferent aandelenkapitaal wordt geclassificeerd als een verplichting indien het op een bepaalde
datum aflosbaar is, of naar keuze van de aandeelhouders aflosbaar is, of indien dividenduitkerin-
gen niet vrijwillig zijn. Dividend op dergelijke aandelen wordt als interestkosten opgenomen in de
winst- en verliesrekening.

Inkoop van eigen aandelen


Bij verwerving door de Groep van aandelen in de vennootschap wordt de koopprijs met inbegrip
van alle rechtstreeks daaraan toerekenbare kosten in mindering gebracht op het eigen vermogen
(reserve eigen aandelen) tot op het moment dat de aandelen worden ingetrokken, heruitgegeven
of vervreemd. Bij de verkoop of heruitgifte van die aandelen op een later tijdstip wordt de daarvoor
ontvangen prijs in het eigen vermogen verwerkt, onder aftrek van rechtstreeks aan de transactie
toerekenbare kosten.

Rentedragende leningen
Rentedragende leningen worden in eerste instantie verantwoord tegen kostprijs onder aftrek van toe-
rekenbare transactiekosten en worden vervolgens tegen de geamortiseerde kostprijs gewaardeerd,
waarbij een eventueel verschil tussen de kostprijs en de aflossingswaarde op basis van de effectieve
rentemethode in de winst- en verliesrekening wordt opgenomen over de looptijd van de leningen.
Rentedragende leningen worden onder de kortlopende verplichtingen verantwoord tenzij aan de
Groep het onvoorwaardelijke recht toekomt om de lening ten minste één jaar na balansdatum af
te lossen.

83
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Voorzieningen
Voorzieningen voor milieuherstel, reorganisatiekosten en rechtsvorderingen worden verantwoord
wanneer de Groep een in rechte afdwingbare of feitelijke verplichting heeft als gevolg van een ge-
beurtenis in het verleden en het waarschijnlijk is dat voor de afwikkeling van die verplichting een
uitstroom van middelen nodig is. Indien het effect daarvan materieel is, worden de voorzieningen
bepaald door de verwachte toekomstige kasstromen contant te maken op basis van een disconte-
ringsvoet vóór belasting die een afspiegeling is van de actuele markttaxaties van de tijdswaarde
van geld en, waar nodig, van de specifieke risico’s met betrekking tot de verplichting.

Voorzieningen voor reorganisaties worden opgenomen wanneer de Groep een gedetailleerd en


geformaliseerd reorganisatieplan heeft goedgekeurd en een aanvang heeft gemaakt met de
reorganisatie of deze publiekelijk bekend heeft gemaakt. Voor toekomstige bedrijfslasten worden
geen voorzieningen getroffen.

Er wordt een voorziening voor verlieslatende contracten opgenomen in het geval dat de door de
Groep naar verwachting uit het contract te behalen voordelen lager uitvallen dan de onvermijdbare
kosten om aan de verplichtingen uit hoofde van het contract te voldoen.

Personeelsbeloningen
(a) Pensioenregelingen
De Groep hanteert diverse pensioenregelingen die doorgaans worden gefinancierd door middel van
betalingen aan verzekeringsmaatschappijen of aan het ‘Pensioenfonds Metaal en Techniek’, zijnde
het pensioenfonds voor de branche. Alle pensioenregelingen worden verantwoord als toegezegde-
bijdrageregeling. Toegezegde pensioenregelingen worden eveneens als toegezegde bijdrageregeling
verantwoord, aangezien het hier regelingen van meerdere werkgevers betreft in het kader waarvan
geen uitgebreide gegevens per werkgever omtrent de activa en verplichtingen van de regelingen
voorhanden zijn en dientengevolge het aandeel van de Groep in het overschot of het tekort van het
bedrijfstakpensioenfonds niet te bepalen is.

Een toegezegde-bijdrageregeling is een pensioenregeling in het kader waarvan door de Groep een
vaste bijdrage aan een apart fonds wordt afgedragen. Er rust op de Groep geen in rechte afdwingba-
re of feitelijke verplichting om extra bijdragen te storten in het geval er door het fonds onvoldoende
activa worden aangehouden om alle werknemers de uitkeringen te doen toekomen met betrekking
tot hun diensten in de verslagperiode en voorgaande perioden. De bijdragen worden in de winst- en
verliesrekening verantwoord als personeelskosten op het moment van verschuldigd zijn.

(b) Op aandelen gebaseerde beloningen


De aandelenoptieregeling stelt de Raad van Bestuur en een selecte groep leidinggevende functio-
narissen van de Groep in staat om aandelen in de vennootschap te verwerven. De aandelenopties
kunnen bij in dienst blijven na een wachtperiode van drie jaar worden uitgeoefend tegen de uit-
oefenkoersen van de aandelen per de toekenningsdatum. De reële waarde van de in ruil voor de
toegekende opties door de desbetreffende medewerkers geleverde prestaties wordt als kostenpost
verantwoord, waarbij het eigen vermogen met eenzelfde bedrag wordt verhoogd. De kosten worden
verdeeld over de wachtperiode.

84
(c) Ontslagvergoedingen
Door de Groep worden ontslagvergoedingen verantwoord in het geval zij zich aantoonbaar verbon-
den heeft tot hetzij de beëindiging van het dienstverband van werknemers conform een gedetail-
leerd en geformaliseerd plan dat geen ruimte laat voor intrekking, hetzij het bieden van ontslagver-
goedingen als gevolg van een aanbieding ter stimulering van vrijwillige ontslagname. Beloningen
die na meer dan één jaar na de balansdatum verschuldigd worden, worden tot hun huidige waarde
verdisconteerd.

(d) Winstdeling en bonusregelingen


Door de Groep wordt een verplichting verantwoord ten aanzien van winstdelingen en bonusrege-
lingen.

(e) Management in sleutelposities


De leden van de Raad van Bestuur worden door de Groep beschouwd als management in sleutel-
posities.

Vooruitontvangen onderhoudsbijdragen
Deze post heeft betrekking op van lessees ontvangen betalingen voor onderhoudswerkzaamheden
aan leaseauto’s welke nog aan garages dienen te worden afgedragen. De verplichtingen worden
als kortlopend aangemerkt omdat ze naar verwachting binnen de normale exploitatiecyclus van het
leasebedrijf worden afgewikkeld. De verwachte winstmarge op de ontvangen onderhoudsbetalin-
gen wordt verdeeld over de contractuele looptijd.

Netto-omzet
De netto-omzet is exclusief omzet aan segmenten en bestaat uit de instroom van door de Groep
voor eigen rekening (te) ontvangen economische voordelen. Namens derden geïnde bedragen ten
aanzien waarvan door de Groep slechts beperkte risico’s worden gedragen en in het kader waarvan
zij als tussenpersoon wordt beschouwd, zoals brandstof, houderschapsbelasting en WA-verzeke-
ring, zijn geen aan de vennootschap toevloeiende economische voordelen en worden uitsluitend
voor de hierop behaalde marge in de netto-omzet verwerkt.
Er wordt geen omzet verantwoord voor zover het innen van het desbetreffende bedrag in hoge
mate onzeker is.
Operationele-leasetermijnen welke gedurende de verslagperiode door de lessees verschuldigd
worden, worden lineair over de leaseperiode als omzet verantwoord.
De verantwoording van rentebaten met betrekking tot financiële-leasevorderingen is zodanig dat
er elke periode sprake is van een constant rendement op de netto-investering in de financiële-
leasevorderingen.
De verhuuromzet bestaat uit de opbrengsten uit verhuur van auto’s. Genoemde omzet wordt lineair
over de looptijd van de verhuur verantwoord.

Kostprijs van de omzet/verkoop- en algemene beheerkosten


De bij het verwerven van de lease- en verhuuromzet gemaakte kosten, zoals afschrijving, onder-
houd en kosten in verband met schade, worden als lease- en verhuurkosten verantwoord.
De interestkosten bestaan met name uit financieringskosten van operationele-leaseauto’s en
financiële-leasevorderingen die aan de hand van de effectieve rentevoetmethode in de winst- en
verliesrekening worden verwerkt.
85
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

De directe kosten van schadeherstel worden separaat onder kostprijs van de omzet verantwoord.
Personeelskosten en overige indirecte kosten worden toegerekend aan de overige kosten in de
kostprijs van de omzet en aan de verkoop- en algemene beheerkosten conform een hiertoe be-
paalde verdeelsleutel op basis van een redelijke schatting.

Winstbelastingen
De belasting naar de winst of het verlies over het boekjaar omvat de over de verslagperiode ver-
schuldigde en verrekenbare winstbelastingen en uitgestelde winstbelastingen. De winstbelasting
wordt in de winst- en verliesrekening verantwoord, behoudens voor zover deze betrekking heeft op
posten die rechtstreeks in het eigen vermogen worden opgenomen, in welk geval de belasting in
het eigen vermogen wordt verwerkt.
De over het boekjaar verschuldigde en verrekenbare belasting is de naar verwachting te betalen
belasting over de belastbare winst over het boekjaar, berekend aan de hand van belastingtarieven
die zijn vastgesteld op balansdatum, dan wel waartoe materieel reeds op balansdatum is besloten,
en aanpassingen op de over voorgaande jaren verschuldigde belasting.

Uitgestelde belastingverplichtingen worden verantwoord voor tijdelijke verschillen tussen de boek-


waarde van activa en verplichtingen ten behoeve van de financiële verslaggeving en de fiscale
boekwaarde van die posten. De verplichtingen worden nominaal gewaardeerd. Het bedrag van de
uitgestelde belastingverplichtingen is gebaseerd op de wijze waarop de boekwaarde van de activa
en verplichtingen naar verwachting zal worden gerealiseerd of afgewikkeld, waarbij gebruik wordt
gemaakt van de belastingtarieven die zijn vastgesteld op balansdatum, dan wel waartoe materieel
reeds op balansdatum besloten is.

Er wordt uitsluitend een uitgestelde belastingvordering opgenomen voor zover het waarschijnlijk
is dat er in de toekomst belastbare winsten beschikbaar zullen zijn die voor de realisatie van de
actiefpost kunnen worden aangewend. Het bedrag van de uitgestelde belastingvorderingen wordt
verlaagd voor zover het niet langer waarschijnlijk is dat het daarmee samenhangende belasting-
voordeel zal worden gerealiseerd.
Belastingvorderingen en -verplichtingen worden alleen gesaldeerd indien sprake is van een fiscale
eenheid en het voornemen bestaat de vorderingen en verplichtingen op netto-basis af te wikkelen.
Additionele winstbelastingen naar aanleiding van dividenduitkeringen worden op hetzelfde moment
opgenomen als de verplichting tot uitkering van het desbetreffende dividend.

Segmentatie
Een segment is een duidelijk te onderscheiden onderdeel van de Groep dat goederen levert of dien-
sten verleent (bedrijfssegment), of dat die goederen levert of diensten verleent in een bepaalde
economische omgeving (geografisch segment), dat een van andere segmenten afwijkend risico- en
rendementsprofiel heeft.

De Groep onderscheidt de volgende bedrijfssegmenten:


n Lease en verhuur
n Schade
n Overig (met name holdingactiviteiten, zoals Treasury)

86
87
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Paragraaf Pagina

1 Segmentatie 89
2 Acquisities 92
3 Netto-omzet 92
4 Kostprijs van de omzet 93
5 Verkoop- en algemene beheerkosten 94
6 Personeelskosten 94
7 Winstbelastingen 95
8 Operationele-leaseauto’s 97
9 Financiële-leasevorderingen 98
10 Verhuurauto’s 100
11 Immateriële activa 101
12 Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen 103
13 Overige materiële activa 105
14 Overige financiële activa 107
15 Activa aangehouden voor verkoop 108
16 Handelsvorderingen 108
17 Overige vorderingen 109
18 Geldmiddelen en kasequivalenten 109
19 Eigen vermogen 110
20 Winst per gewoon aandeel 113
21 Rentedragende leningen 115
22 Voorzieningen 118
23 Personeelsbeloningen 119
24 Overige schulden 125
25 Risicobeheer en toelichting financiële instrumenten 126
26 Reële waarde 129
27 Investeringsverplichtingen 129
28 Voorwaardelijke verplichtingen 129
29 Verbonden partijen 130
30 Groepsentiteiten 130
31 Gebeurtenissen na balansdatum 130
32 Schattingen en oordeelsvorming door de leiding 131
33 Verklaring van de overgang naar IFRS 131
34 Aansluiting inzake de toepassing van IAS 32 en IAS 39 vanaf 1 januari 2005 141

88
1 Segmentatie

Met betrekking tot de bedrijfs- en geografische segmenten van de vennootschap wordt informatie
verstrekt, waarbij de primaire segmentatiebasis, zijnde die van het bedrijfssegment, gebaseerd is
op de bestuurlijke structuur en de interne rapportagestructuur van de Groep. Prijsstelling tussen
segmenten onderling geschiedt op zakelijke, objectieve grondslag.

De activa volgens de balans zijn bepaald exclusief vorderingen op dochterondernemingen. Aange-


zien de resultaten van de kernactiviteiten zijn berekend op basis van normatieve financiering, zijn
de verplichtingen per kernactiviteit eveneens op basis hiervan bepaald. De normatieve financiering
gaat uit van 8% eigen vermogen voor de autolease- en verhuuractiviteiten en 30% eigen vermogen
voor de schadeherstel- en overige activiteiten. De omzet aan segmenten is bepaald op basis van
gefactureerde bedragen, rekening houdend met verstrekte kortingen.

De investeringen per segment worden gevormd door de totale in de verslagperiode gemaakte


kosten voor de verwerving van activa van het segment die naar verwachting langer dan één ver-
slagperiode in gebruik zullen zijn.

Geografische segmenten
De bedrijfssegmenten worden per land bestuurd. Bij de presentatie van informatie op basis
van geografische segmenten wordt uitgegaan van de geografische locatie van de dochteronder-
nemingen.

89
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Bedrijfssegmenten (in € mln)

Lease en verhuur
2005 2004

Activa 1.906,1 1.741,5


Investeringen in joint ventures 2,2 0,9
Verplichtingen 1.751,4 1.599,2
Investeringen* 748,9 633,5
Afschrijvingslast boekjaar* 367,9 314,3
Bijzondere waardeverminderingsverliezen 10,5 3,9

Netto-omzet 717,1 623,2


Omzet aan segmenten 1,0 1,3

Omzet 718,1 624,5

Bedrijfsresultaat 49,3 32,4


Aandeel in resultaat joint ventures 0,2 1,9

Resultaat voor belastingen 49,5 34,3

Winstbelastingen

Nettowinst

Verdeling netto-omzet in % 91,4 89,4


Bedrijfsresultaat in % van de omzet 6,9 5,2

Geografische segmenten (in € mln)

Nederland
2005 2004

Activa 1.089,4 973,4


Investeringen* 413,5 278,1
Netto-omzet 489,6 421,9

* Investeringen en afschrijvingslast boekjaar hebben betrekking op operationele-leaseauto’s, verhuurauto’s, immateriële en overige

materiële activa

90
Schade Overig Eliminatie Totaal
2005 2004 2005 2004 2005 2004 2005 2004

27,7 30,2 - - - - 1.933,8 1.771,7


0,3 - - - - - 2,5 0,9
19,4 21,1 (5,8) (62,6) - - 1.765,0 1.557,7
1,9 2,6 0,3 0,2 - - 751,1 636,3
3,5 3,9 0,3 0,2 - - 371,7 318,4
- - - - - - 10,5 3,9

67,4 74,1 - - - - 784,5 697,3


19,6 15,4 - - (20,6) (16,7) - -

87,0 89,5 - - (20,6) (16,7) 784,5 697,3

2,4 2,6 1,5 (0,5) - - 53,2 34,5


0,0 - - - - - 0,2 1,9

2,4 2,6 1,5 (0,5) - - 53,4 36,4

(17,0) (9,5)

36,4 26,9

8,6 10,6 - - - - 100,0 100,0


2,8 2,9 - - - - 6,8 4,9

België/Luxemburg Duitsland Frankrijk Totaal


2005 2004 2005 2004 2005 2004 2005 2004

360,2 354,8 336,2 310,1 148,0 133,4 1.933,8 1.771,7


139,1 170,1 137,7 134,2 60,8 53,9 751,1 636,3
136,0 123,0 106,1 103,1 52,8 49,3 784,5 697,3

91
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

2 Acquisities

Door de Groep is op 29 juni 2004 voor een bedrag van € 31,3 mln de resterende 50% van de aan-
delen in Unilease N.V. verworven. Unilease heeft over het tweede halfjaar 2004 een nettowinst van
€ 2,1 mln aan de geconsolideerde winst over het boekjaar 2004 bijgedragen.

3 Netto-omzet (in € mln)

De netto-omzet vloeit voort uit de volgende activiteiten:

2005 2004

Lease 680,4 593,2


Verhuur 36,7 30,0
Schadeherstel 67,4 74,1

784,5 697,3

Van de leaseomzet heeft 97,4% (2004: 97,7%) betrekking op operationele-leasecontracten en


2,6% (2004: 2,3%) op financiële-leasevorderingen.

92
4 Kostprijs van de omzet (in € mln)

Lease- en verhuurkosten

2005 2004

Afschrijving operationele-leaseauto’s (lineair) 350,6 298,9


Bijzondere waardeverminderingsverliezen 10,5 3,0
Resultaat uit verkoop teruggenomen leaseauto’s (6,3) (5,7)
Afschrijving waarde klantenbestand (immateriële activa) 2,5 1,2
Overige lease- en verhuurkosten 177,0 162,6

534,3 460,0

Overige kosten

2005 2004

Personeelskosten 62,4 59,3


Afschrijving immateriële activa 3,0 2,8
Afschrijving overige materiële activa 4,0 4,5
Debiteurenverliezen 1,8 1,7
Fusies en integraties* - 10,8
Overige 11,7 11,5

82,9 90,6

* 2004: inclusief bijzonder waardeverminderingsverlies op overige materiële activa ad € 0,9 mln

93
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

5 Verkoop- en algemene beheerkosten (in € mln)

2005 2004

Personeelskosten 24,7 22,4


Afschrijving immateriële activa 1,3 1,2
Afschrijving overige materiële activa 1,8 2,0
Overige verkoop- en algemene beheerkosten 23,8 22,9

51,6 48,5

6 Personeelskosten (in € mln)

2005 2004

Lonen en salarissen 57,4 56,9


Tijdelijke werknemers 5,9 3,6
Verplichte sociale verzekeringspremies 10,2 9,5
Bijdragen aan toegezegde-bijdrageregelingen 3,3 3,1
Overige 10,3 8,6

87,1 81,7

Van de bovenstaande personeelskosten is € 62,4 mln begrepen in de post overige kosten van de
kostprijs van de omzet (2004: € 59,3 mln) en € 24,7 mln in de post verkoop- en algemene beheer-
kosten (2004: € 22,4 mln).

Het gemiddelde aantal fte’s is als volgt opgebouwd:

2005 2004

Autolease en -verhuur 700 648


Schadeherstelbedrijf 875 917
Holding 32 29

1.607 1.594

94
7 Winstbelastingen (in € mln)

Opgenomen in de winst- en verliesrekening

Ref. 2005 2004

Acuut verschuldigde winstbelastingen:


n Verslagjaar 12,7 0,8
n Aanpassingen van voorgaande jaren (0,9) (0,5)

11,8 0,3
Uitgestelde winstbelastingen:
n Ontstaan en afwikkeling van tijdelijke
verschillen 9,4 6,8
n Gebruik van in voorgaande perioden
opgenomen fiscale verliezen 0,4 3,9
n Verlaging belastingtarief (0,2) (0,1)
n Mutatie uit hoofde van opgenomen
fiscale verliezen (4,4) (1,4)

12 5,2 9,2

17,0 9,5

95
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Aansluiting met het effectieve belastingtarief

2005 2004
% %

Resultaat voor belastingen 53,4 100,0 36,4 100,0


Bij: vergoeding preferente aandelen 4,1 -
Bij: afschrijving waarde klantenbestand 2,5 1,2
Bij/af: resultaat Duitse vennootschappen
(onbelast) 2,1 (2,9)
Af: aandeel in resultaat joint ventures (0,2) (1,9)

61,9 32,8

Winstbelastingen op basis van het Nederlandse


belastingtarief (2005: 31,5% en 2004: 34,5%) 19,5 11,3
Af: belastingbate inzake structuur Frankrijk (2,7) (1,1)
Af: belastingbate inzake tariefwijziging Nederland (0,2) (0,1)
Bij/af: overige verschillen 0,4 (0,6)

Winstbelastingen volgens geconsolideerde


winst- en verliesrekening 17,0 31,8 9,5 26,1

Het resultaat van Duitse vennootschappen (inclusief rentebaten die de Nederlandse houdstermaat-
schappij heeft ontvangen van de Duitse vennootschappen) is separaat vermeld aangezien hierover
geen belasting verschuldigd is door cumulatieve verliezen en fiscale faciliteiten.

De juridische status van de Franse houdstermaatschappij heeft over 2005, gebruik makend van
bestaande fiscale faciliteiten, tot een voordeel van € 2,7 mln geleid (2004: € 1,1 mln).

De wijziging van het Nederlandse vennootschapsbelastingtarief vanaf 1 januari 2006 in 29,6% leidt
in 2005 tot een vrijval van de uitgestelde belastingverplichtingen ad € 0,2 mln (2004: € 0,1 mln).

Het verschil tussen voor buitenlandse dochterondernemingen nominale belastingtarieven en het


Nederlandse nominale belastingtarief is begrepen in de post overige verschillen.

96
8 Operationele-leaseauto’s (in € mln)

2005 2004

Kostprijs:
n Stand 1 januari 2.081,8 1.535,3
n Acquisities - 450,6
n Investeringen 692,6 581,5
n Desinvesteringen (556,7) (485,6)

n Stand 31 december 2.217,7 2.081,8

Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen:


n Stand 1 januari 640,6 453,5
n Acquisities - 152,5
n Afschrijvingslast boekjaar 350,6 298,9
n Bijzondere waardeverminderingsverliezen 10,5 3,0
n Desinvesteringen (316,2) (267,3)

n Stand 31 december 685,5 640,6

Boekwaarde 1 januari 1.441,2 1.081,8


Boekwaarde 31 december 1.532,2 1.441,2

De leaseovereenkomsten afgesloten door de Groep betreffen voornamelijk operationele full service


autoleasecontracten.

De bijzondere waardeverminderingsverliezen worden nader toegelicht in paragraaf 25.

De toekomstige minimale leasebetalingen op grond van niet-opzegbare operationele-leasecontrac-


ten bedragen € 815 mln (2004: € 783 mln) en zijn als volgt invorderbaar:

2005 2004

< 1 jaar 361 355


1 – 5 jaar 452 418
> 5 jaar 2 10

815 783

Operationele-leaseauto’s zijn verpand voor een bedrag van € 607,4 mln (2004: € 350,0 mln)
in verband met de securitisatie van een deel van de leaseportefeuille van Athlon Car Lease
Nederland B.V.

97
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Door Unilease is ultimo 2004 voor € 338 mln stil pandrecht op leaseauto’s verstrekt aan
kredietinstellingen. Een deel van de betrokken leaseauto’s is begrepen in de post financiële-lease-
vorderingen. In 2005 is dit stil pandrecht opgeheven ten gevolge van de securitisatietransactie van
de Unilease-portefeuille.

9 Financiële-leasevorderingen (in € mln)

De financiële-leasevorderingen betreffen voornamelijk personen- en bedrijfsauto’s. Het gemiddelde


leasecontract heeft een looptijd van één tot vier jaar, waarbij de eigendom van het geleaste actief
aan het einde van de looptijd overgaat. De gedurende de looptijd van het leasecontract gefactu-
reerde rente is gebaseerd op de marktrente. Het risico op oninbare vorderingen is afgedekt door
middel van de onderliggende activa.

De gemiddelde vaste rentevoet van de financiële-leasevorderingen bedraagt 5,6% (2004: 5,9%).

Bruto-investering en onverdiende financieringsbaten

2005 2004

Bruto-investering in financiële-leasevorderingen 97,2 90,7


Onverdiende financieringsbaten 9,0 9,2

Contante waarde financiële-leasevorderingen 88,2 81,5

Bruto-investering in financiële-leasevorderingen, met resterende looptijden

2005 2004

< 1 jaar 35,3 30,4


1 – 5 jaar 58,2 56,8
> 5 jaar 3,7 3,5

97,2 90,7

98
Netto-investering in financiële-leasevorderingen, met resterende looptijden

2005 2004

< 1 jaar 34,1 29,4


1 – 5 jaar 51,3 49,6
> 5 jaar 2,8 2,5

88,2 81,5

De voorziening voor oninbare financiële-leasevorderingen bedroeg per 31 december 2005 nihil


(2004: nihil).

De restwaardes van nagenoeg alle financiële-leasevorderingen worden beschouwd als gegaran-


deerd.

99
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

10 Verhuurauto’s (in € mln)

2005 2004

Kostprijs:
n Stand 1 januari 52,2 45,6
n Acquisities - 16,7
n Investeringen 48,4 45,3
n Desinvesteringen (45,1) (55,4)

n Stand 31 december 55,5 52,2

Afschrijvingen:
n Stand 1 januari 7,4 7,6
n Acquisities - 3,7
n Afschrijvingslast boekjaar 8,5 7,8
n Desinvesteringen (8,4) (11,7)

n Stand 31 december 7,5 7,4

Boekwaarde 1 januari 44,8 38,0


Boekwaarde 31 december 48,0 44,8

100
11 Immateriële activa (in € mln)

Goodwill Waarde Intern Overige Totaal


klanten- ontwikkelde immateriële
bestand software activa

Kostprijs:
n Stand 1 januari 2004 5,3 - 17,1 3,3 25,7
n Acquisities 5,0 15,0 - 2,8 22,8
n Investeringen/intern ontwikkeld - - 1,9 1,7 3,6
n Reclassificaties - - 0,2 0,6 0,8
n Desinvesteringen - - - (0,2) (0,2)

n Stand 31 december 2004 10,3 15,0 19,2 8,2 52,7


n Investeringen/intern ontwikkeld - - 2,9 2,0 4,9
n Desinvesteringen - - (0,7) (3,0) (3,7)

n Stand 31 december 2005 10,3 15,0 21,4 7,2 53,9

Afschrijvingen:
n Stand 1 januari 2004 1,5 - 9,3 2,3 13,1
n Acquisities - - - 2,4 2,4
n Afschrijvingslast boekjaar - 1,2 3,3 0,7 5,2
n Reclassificaties - - - 0,3 0,3
n Desinvesteringen - - - (0,1) (0,1)

n Stand 31 december 2004 1,5 1,2 12,6 5,6 20,9


n Afschrijvingslast boekjaar - 2,5 3,4 0,9 6,8
n Desinvesteringen - - (0,6) (2,5) (3,1)

n Stand 31 december 2005 1,5 3,7 15,4 4,0 24,6

Boekwaarde 1 januari 2004 3,8 - 7,8 1,0 12,6


Boekwaarde 31 december 2004 8,8 13,8 6,6 2,6 31,8
Boekwaarde 31 december 2005 8,8 11,3 6,0 3,2 29,3

101
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

De acquisities in 2004 hadden betrekking op de overname van het resterende 50%-belang in


Unilease.
De eerste waardering van het klantenbestand van € 15 mln is bepaald aan de hand van discontering
van geschatte toekomstige netto kasstromen uit deze klantrelaties. De geschatte kasstromen zijn
gebaseerd op financiële gegevens van Unilease, waarbij een correctie is aangebracht ten aanzien
van de verwachte klantenmigratie. Het gehanteerde discontotarief is gebaseerd op een rentevoet
van 4,4% (= risicovrije rentevoet op basis van staatslening met tienjarige looptijd), vermeerderd
met een geschatte opslag voor Athlon uit additionele risicopremieheffingen.

Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen


De afschrijvingen worden in de winst- en verliesrekening in de navolgende posten verantwoord:

2005 2004

Kostprijs van de omzet 5,5 4,0


Verkoop- en algemene beheerkosten 1,3 1,2

6,8 5,2

Er zijn geen bijzondere waardeverminderingsverliezen verantwoord.

Toetsing op bijzondere waardevermindering voor kasstroomgenererende eenheden die


goodwill bevatten
De goodwill wordt toegerekend aan de volgende groepen van kasstroomgenererende eenheden:

2005 2004

Autolease-ondernemingen 5,0 5,0


Schadeherstelbedrijven 3,8 3,8

8,8 8,8

IFRS vereist ten aanzien van goodwill dat er een jaarlijkse bijzondere waardeverminderingstoetsing
plaatsvindt. De goodwill wordt toegerekend aan vier aparte kasstroomgenererende eenheden. De
aan de kasstroomgenererende eenheid Athlon Car Lease Nederland toegerekende goodwill met
betrekking tot de overname van Unilease in 2004 bedraagt € 4,2 mln.
De toets op bijzondere waardevermindering van de goodwill en de vaststelling van de realiseerbare
waarde is door de vennootschap bepaald op basis van berekeningen van de bedrijfswaarde. Deze
berekeningen zijn gebaseerd op kasstroomprognoses.

Toetsen op bijzondere waardevermindering voor overige immateriële activa


Door de Groep is nagegaan of er zich gedurende het boekjaar situaties hebben voorgedaan welke
van negatieve invloed kunnen zijn op de waardering van de immateriële activa (niet zijnde good-
will). Aangezien zich ten aanzien van 2005 en 2004 geen signalen inzake waardevermindering
hebben voorgedaan, is een uitgebreide toetsing op waardevermindering door de Groep achterwege
gebleven.
102
12 Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen (in € mln)

In de balans opgenomen uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen


De uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen zijn als volgt toe te rekenen:

Activa Verplichtingen Verschil


2005 2004 2005 2004 2005 2004

Lease- en verhuurauto’s 0,0 0,9 (17,7) (13,4) (17,7) (12,5)


Overige materiële activa 0,2 0,4 (2,1) (2,1) (1,9) (1,7)
Immateriële activa 1,5 1,9 0,0 - 1,5 1,9
Voorzieningen 0,5 3,2 (0,1) - 0,4 3,2
Overige posten 2,6 2,0 (6,0) (6,0) (3,4) (4,0)
Voorwaartse
verliesverrekening 8,8 4,8 - - 8,8 4,8

Belastingvordering/
(verplichting) 13,6 13,2 (25,9) (21,5) (12,3) (8,3)
Saldering van belasting-
vorderingen en
–verplichtingen (9,8) (9,0) 9,8 9,0 - -

Nettobelastingvordering/
(verplichting) 3,8 4,2 (16,1) (12,5) (12,3) (8,3)

De uitgestelde belastingvordering ad € 3,8 mln betreft fiscale verliezen en verrekenbare tijde-


lijke verschillen in Frankrijk (2004: € 3,1 mln). Deze uitgestelde belastingvorderingen zijn
opgenomen aangezien het waarschijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winst beschikbaar zal
zijn die de Groep kan aanwenden voor de realisatie van deze vorderingen.

Niet in de balans opgenomen uitgestelde belastingvorderingen


De navolgende uitgestelde belastingvorderingen zijn niet verantwoord:

2005 2004

Fiscale verliezen 7,0 5,9


Verrekenbare tijdelijke verschillen (1,9) (1,5)

5,1 4,4

De hieraan ten grondslag liggende fiscale verliezen zijn onbeperkt compensabel. Onder de huidige
belastingwetgeving vervallen de verrekenbare tijdelijke verschillen niet.
Inzake deze posten zijn geen uitgestelde belastingvorderingen verantwoord omdat het niet waar-
schijnlijk is dat er in de toekomst belastbare winst beschikbaar zal zijn die de Groep kan aanwenden
voor de realisatie van dergelijke vorderingen.

103
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Mutaties in tijdelijke verschillen gedurende het boekjaar

Stand Acquisities Opgenomen Stand


1 januari in resultaat 31 december
2004 2004

Lease- en verhuurportefeuille (5,2) (1,7) (5,6) (12,5)


Overige materiële activa (1,8) - 0,1 (1,7)
Immateriële activa 2,6 - (0,7) 1,9
Voorzieningen 0,7 - 2,5 3,2
Overige posten (1,2) 0,2 (3,0) (4,0)
Voorwaartse verliesverrekening 7,3 - (2,5) 4,8

2,4 (1,5) (9,2) (8,3)

Stand Opgenomen Stand


1 januari in resultaat 31 december
2005 2005

Lease- en verhuurportefeuille (12,5) (5,2) (17,7)


Overige materiële activa (1,7) (0,2) (1,9)
Immateriële activa 1,9 (0,4) 1,5
Voorzieningen 3,2 (2,8) 0,4
Overige posten (2,8)* (0,6) (3,4)
Voorwaartse verliesverrekening 4,8 4,0 8,8

(7,1)* (5,2) (12,3)

* Het verschil ten opzichte van de stand 31 december 2004 betreft het effect van de toepassing van IAS 32 en IAS 39 vanaf

1 januari 2005 (zie paragraaf 34).

104
13 Overige materiële activa (in € mln)

Gebouwen Overige Vooruit- Totaal


en bedrijfs- betalingen
terreinen middelen

Kostprijs:
n Stand 1 januari 2004 24,2 40,7 0,5 65,4
n Acquisities 6,2 3,1 - 9,3
n Investeringen 1,2 4,7 - 5,9
n Reclassificaties - (0,1) (0,5) (0,6)
n Desinvesteringen (0,4) (1,9) - (2,3)

n Stand 31 december 2004 31,2 46,5 - 77,7


n Investeringen 1,1 4,1 - 5,2
n Reclassificaties 1,1 (1,1) - -
n Desinvesteringen (1,7) (5,5) - (7,2)

n Stand 31 december 2005 31,7 44,0 - 75,7

Afschrijvingen en bijzondere
waardeverminderingsverliezen:
n Stand 1 januari 2004 9,1 26,4 - 35,5
n Acquisities 1,8 2,4 - 4,2
n Afschrijvingslast boekjaar 1,7 4,8 - 6,5
n Bijzondere waardeverminderingsverliezen 0,9 - - 0,9
n Reclassificaties - (0,3) - (0,3)
n Desinvesteringen (0,5) (1,2) - (1,7)

n Stand 31 december 2004 13,0 32,1 - 45,1


n Afschrijvingslast boekjaar 1,6 4,2 - 5,8
n Reclassificaties 0,4 (0,4) - -
n Desinvesteringen (1,4) (4,2) - (5,6)

n Stand 31 december 2005 13,6 31,7 - 45,3

Boekwaarde 1 januari 2004 15,1 14,3 0,5 29,9


Boekwaarde 31 december 2004 18,2 14,4 - 32,6
Boekwaarde 31 december 2005 18,1 12,3 - 30,4

105
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Zekerheid
Per 31 december waren er geen overige materiële activa verpand bij wijze van zekerheid voor aan
de Groep verstrekte bankleningen.

Afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen


De afschrijvingen en bijzondere waardeverminderingsverliezen worden in de winst- en verlies-
rekening in de navolgende posten verantwoord:

2005 2004

Afschrijvingen:
n Kostprijs van de omzet (overige kosten) 4,0 4,5
n Verkoop- en algemene beheerkosten 1,8 2,0

5,8 6,5

Bijzondere waardeverminderingsverliezen:
n Kostprijs van de omzet (overige kosten) - 0,9

106
14 Overige financiële activa (in € mln)

De samenstelling van de post overige financiële activa is als volgt:

2005 2004

Deposito’s inzake securitisaties 41,0 25,0


Investeringen in joint ventures 2,5 0,9
Overig 0,4 0,8

43,9 26,7

De deposito’s komen voort uit de garantiebedragen die door de Groep zijn overeengekomen in de
securitisatietransacties (nadere details hierover zijn opgenomen in paragraaf 21). Deze middelen
zijn niet vrij beschikbaar en worden naar verwachting niet binnen één jaar aangewend door de
onderneming.
De vennootschap heeft een 50%-belang in zowel de joint venture Wagenplan als de joint venture
PartsPlan. De voornaamste activiteiten van Wagenplan betreffen autoleasing, die van PartsPlan
inkoop van onderdelen.

De navolgende posten vertegenwoordigen het aandeel van de Groep in de activa en verplichtingen,


omzet en kosten van de joint ventures:

2005 2004

Vaste activa (inclusief leaseportefeuille) 22,1 17,5


Vlottende activa 1,4 1,1
Langlopende verplichtingen (17,4) (8,8)
Kortlopende verplichtingen (3,6) (8,9)

2,5 0,9

Omzet 12,6 13,1


Kosten (12,4) (13,0)

0,2 0,1

107
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Het aandeel in resultaat joint ventures betreft:

2005 2004

Unilease (2004: zes maanden) - 1,8


Wagenplan en PartsPlan 0,2 0,1

0,2 1,9

15 Activa aangehouden voor verkoop (in € mln)

2005 2004

Teruggenomen leaseauto’s 12,8 9,6


Gebouwen en terreinen 1,2 1,2

14,0 10,8

De teruggenomen leaseauto’s worden grotendeels binnen twee maanden verkocht. De resultaten


op de verkoop van deze leaseauto’s worden netto in de winst- en verliesrekening opgenomen als
onderdeel van de post lease- en verhuurkosten in de kostprijs van de omzet.

16 Handelsvorderingen

De handelsvorderingen worden onder aftrek van een noodzakelijk geachte voorziening voor dubi-
euze debiteuren verantwoord. Per 31 december 2005 bedraagt deze voorziening € 3,7 mln (2004:
€ 4,5 mln).

108
17 Overige vorderingen (in € mln)

2005 2004

Vooruitbetalingen/vorderingen inzake primaire activiteiten 47,0 44,5


Belastingen (exclusief vennootschapsbelasting) en
sociale lasten 4,0 5,2
Vooruitbetalingen/vorderingen inzake algemene kosten 4,8 2,8

55,8 52,5

De vooruitbetalingen en vorderingen inzake primaire activiteiten hebben onder andere betrekking


op brandstof, verzekering, houderschapsbelasting, bonussen en schadeafwikkeling.

18 Geldmiddelen en kasequivalenten (in € mln)

2005 2004

Banktegoeden inzake securitisaties 31,2 -


Overige geldmiddelen en kasequivalenten 0,1 0,1

31,3 0,1

De banktegoeden aangehouden in verband met securitisaties zijn niet ter vrije beschikking, de
overige geldmiddelen en kasequivalenten wel.

109
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

19 Eigen vermogen (in € mln)

Mutatieoverzicht van het eigen vermogen

Geplaatst Agio-
aandelenkapitaal reserve

Stand 1 januari 2004 5,3 178,3


Winstbestemming 2003 - -
Nettowinst 2004 - -
In- en verkoop eigen aandelen - -
Emissie gewone aandelen 0,4 24,6
Beloning in aandelen - -
Uitgeoefende opties 0,0 -
Reservering preferent dividend - -
Overige mutaties - -

Stand 31 december 2004 5,7 202,9

Effect toepassing IAS 32 en IAS 39 (1,4) (67,6)

Stand 1 januari 2005 4,3 135,3


Winstbestemming 2004 - -
Nettowinst 2005 - -
Beloning in aandelen - -
Uitgeoefende opties 0,0 1,5
Overige mutaties - -

Stand 31 december 2005 4,3 136,8

110
Wettelijke reserve Afdekkings- Reserve Overige Onverdeeld Totaal
deelnemingen reserve eigen aandelen reserves resultaat

14,8 - (0,9) (60,0) 36,2 173,7


- - - 27,3 (36,2) (8,9)
- - - - 26,9 26,9
- - 0,9 0,4 - 1,3
- - - - - 25,0
- - - 0,2 - 0,2
- - - 0,0 - 0,0
- - - - (4,1) (4,1)
(13,4) - - 13,3 - (0,1)

1,4 - - (18,8) 22,8 214,0

- (2,4) - (0,1) - (71,5)

1,4 (2,4) - (18,9) 22,8 142,5


- - - 10,5 (22,8) (12,3)
- - - - 36,4 36,4
- - - 0,6 - 0,6
- - - - - 1,5
0,2 0,0 - (0,1) - 0,1

1,6 (2,4) - (7,9) 36,4 168,8

111
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Geplaatst aandelenkapitaal

Aantal x 1.000 Gewone aandelen Niet-aflosbare Niet-aflosbare


cumulatief converteerbare
preferente financierings-
aandelen* preferente
aandelen*
2005 2004 2005 2004 2005 2004

Uitstaand 1 januari 17.230 15.662 4.200 4.200 1.300 1.300


Uitgeoefende opties 117 1.568 - - - -

Uitstaand 31 december 17.347 17.230 4.200 4.200 1.300 1.300

* De preferente aandelen worden in overeenstemming met IAS 32 vanaf 1 januari 2005 verantwoord als rentedragende leningen op

basis van de aan deze aandelen verbonden contractuele verplichtingen zoals nader beschreven in paragraaf 21.

Het maatschappelijk kapitaal bedraagt € 20 mln en bestaat uit 25 mln gewone aandelen, 10 mln
cumulatief preferente aandelen, 40 mln preferente aandelen en 5 mln in gewone aandelen conver-
teerbare financieringspreferente aandelen. Alle genoemde aandelen hebben een nominale waarde
van € 0,25. Van de 40 mln preferente aandelen is er geen geplaatst. De houders van gewone aan-
delen zijn gerechtigd tot dividend zoals dit van tijd tot tijd wordt gedeclareerd.
De houders van gewone aandelen hebben tevens het recht tot het uitbrengen, tijdens vergaderin-
gen van de vennootschap, van één stem per aandeel. De cumulatief preferente aandelen hebben
een contractuele beperking van het stemrecht naar rato van de kapitaalinbreng (45%). De con-
verteerbare financieringspreferente aandelen hebben een stemrecht dat gelijk is aan dat van de
gewone aandelen.
Alle rechten op door de Groep zelf aangehouden aandelen in het kapitaal van de vennootschap (zie
hierna) worden opgeschort totdat de desbetreffende aandelen opnieuw worden uitgegeven.

Afdekkingsreserve
De afdekkingsreserve bestaat uit het effectieve gedeelte van de cumulatieve mutatie in de reële
waarde van kasstroomafdekkingsinstrumenten, na aftrek van winstbelasting.

Reserve eigen aandelen


De reserve voor eigen aandelen van de vennootschap omvat de kostprijs van de aandelen van de
vennootschap die door de Groep worden aangehouden. De vennootschap heeft in de loop van 2004
alle door haarzelf aangehouden aandelen in haar eigen kapitaal afgestoten (109.500 aandelen).

112
Onverdeeld resultaat
De winstverdeling vindt plaats overeenkomstig artikel 32 van de statuten van de vennootschap. De
voorgestelde winstverdeling kan als volgt worden weergegeven:

2005

Dividend op gewone aandelen 16,5


Toevoeging aan overige reserves 19,9

Nettowinst 36,4

Het voorgestelde dividend per in aanmerking komend gewoon aandeel bedraagt hierbij € 0,95
(2004: € 0,71). Het dividendvoorstel is niet in de balans verwerkt en er zijn geen gevolgen voor
de winstbelasting.

20 Winst per gewoon aandeel (in € mln)

Winst per gewoon aandeel


De berekening van de winst per gewoon aandeel kan als volgt worden weergegeven:

2005 2004

Nettowinst 36,4 26,9


Af: dividend op cumulatief preferente aandelen - (2,6)
Af: dividend op converteerbare financieringspreferente
aandelen - (1,5)

Aan gewone aandelen toe te rekenen nettowinst 36,4 22,8

Gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen 17.302.866 16.375.613

Winst per gewoon aandeel (in €) 2,10 1,39

113
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Het gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen is als volgt berekend:

Ref. 2005 2004

Aantal gewone aandelen uitstaand per 1 januari 19 17.229.521 15.552.080


Effect van gehouden eigen aandelen 19 - 32.600
Effect van uitgegeven aandelen
(met name in juni 2004) 19 73.345 790.933

Gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone aandelen 17.302.866 16.375.613

Verwaterde winst per gewoon aandeel


De berekening van de verwaterde winst per gewoon aandeel kan als volgt worden weergegeven:

2005 2004

Aan gewone aandelen toe te rekenen nettowinst 36,4 22,8


Resultaatsverbetering ten gevolge van verkoop
ingekochte aandelen - 0,0
Vergoeding na belastingen op converteerbare
financieringspreferente aandelen 1,5 -

Aan gewone aandelen toe te rekenen nettowinst


(verwaterd) 37,9 22,8

Ref. 2005 2004

Gewogen gemiddeld aantal uitstaande gewone


aandelen 17.302.866 16.375.613
Effect van conversie van financieringspreferente
aandelen 21 1.300.000 -
Effect van aandelenopties 23 214.057 177.686
Effect van in- en verkoop eigen aandelen - 76.900

Gewogen gemiddeld aantal gewone aandelen


(verwaterd) 18.816.923 16.630.199

Verwaterde winst per gewoon aandeel (in €) 2,01 1,38

114
21 Rentedragende leningen (in € mln)

Deze toelichting bevat informatie over de contractuele bepalingen van de rentedragende leningen
van de Groep. Nadere gegevens omtrent de renterisico’s waaraan de Groep is blootgesteld, worden
verstrekt in paragraaf 25.

Langlopende verplichtingen

2005 2004

Kredietinstellingen 668,9 682,4


Schuldbewijzen 575,3 318,3
Cumulatief preferente aandelen 46,2 -
Converteerbare financieringspreferente aandelen 22,8 -
Zelffinanciering door lessees 10,7 11,6

1.323,9 1.012,3

De post schuldbewijzen ultimo 2004 is na aftrek van € 12,2 mln aan liquide middelen die aange-
wend moeten worden voor financiering van nieuwe auto’s of terugbetaald moeten worden aan de
houders van de schuldbewijzen (A en B notes). Ultimo 2005 bedraagt het desbetreffende saldo
nihil.

115
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Kredietinstellingen
De schulden aan kredietinstellingen omvatten zowel syndicaatsleningen als bilaterale leningen.
De beschikbare faciliteiten uit hoofde van syndicaatsleningen en de hieruit opgenomen bedragen
kunnen als volgt worden weergegeven:

Overeenkomst, datum 2005 2004


Beschikbaar Opgenomen Beschikbaar Opgenomen

31 oktober 2002
n 3-jaarslening - - - 278,0

27 juli 2004
n 4-jaarsfaciliteit revolverend 320,0 220,0 320,0 100,0

14 december 2004 – I
n 5-jaarsfaciliteit revolverend 130,0 130,0 130,0 125,0
n 5-jaarslening 275,0 275,0 275,0 -

14 december 2004 – II
n 5,5 jaar, achtergesteld 15,0 15,0 15,0 15,0

Stand 31 december 740,0 640,0 740,0 518,0

In 2005 zijn geen nieuwe syndicaatsleningen afgesloten.


Met de banksyndicaten zijn ratio’s overeengekomen met betrekking tot solvabiliteit, rentedekking
en de verhouding tussen investering in leaseauto’s en rentedragende leningen. Ultimo 2005 en
2004 voldoet de Groep aan deze ratio’s. De renteopslagen die verschuldigd zijn op deze leningen
zijn afhankelijk van de ratings van Athlon zoals bepaald door Moody’s en Standard & Poor’s.

Schuldbewijzen
In 2003 en 2005 is door middel van securitisatietransacties € 607,4 mln (2003: € 350,0 mln en
2005: € 257,4 mln) van de leaseportefeuille (betreft toekomstige vorderingen van Athlon Car
Lease Nederland B.V. op klanten waarmee een leasecontract is afgesloten en de voorgecalculeerde
opbrengst van te verkopen leaseauto’s (na expiratie van het leasecontract)) verkocht aan speci-
aal voor deze securitisatietransacties opgerichte vennootschappen (Athlon Securitisation B.V. en
Athlon Securitisation B.V. 2005). Door deze vennootschappen zijn ter financiering van deze trans-
acties schuldbewijzen uitgegeven. Tot zekerheid voor de nakoming van aflossings- en rentever-
plichtingen zijn de auto’s en vorderingen op klanten verpand. Tevens worden deposito’s uit hoofde
van deze transacties aangehouden.
De securitisatieprogramma’s hebben elk een juridische looptijd van tien jaar en een zogenaamde
revolving period van 3,5 jaar, waarna de contracten uitlopen en aflossing plaatsvindt.
Rekening houdend met een gemiddelde looptijd van de gesecuritiseerde leasecontracten van 3,5
jaar zullen de securitisatieprogramma’s een verwachte gewogen gemiddelde looptijd hebben van vijf
jaar. Athlon Securitisation B.V. en Athlon Securitisation B.V. 2005 worden als dochteronderneming
beschouwd en zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van Athlon Holding N.V.
116
De schuldbewijzen uitgegeven in 2003 zijn onderverdeeld in A (€ 316,5 mln), B (€ 14,0 mln) en
C notes (€ 19,5 mln). De A en B notes zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam. De C notes worden
gehouden door Athlon Beheer Nederland B.V. De rente die op jaarbasis wordt vergoed op de notes
is gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met een opslag. Bij een eventuele vereffening zijn de
C notes ondergeschikt aan B notes en B notes ondergeschikt aan A notes. Gezien het verwachte
aflossingsschema zal het bedrag aan schuldbewijzen ultimo 2010 nihil zijn.
De schuldbewijzen uitgegeven in 2005 zijn onderverdeeld in A (€ 241,0 mln), B (€ 3,8 mln) en
C notes (€ 12,6 mln). De A en B notes zijn genoteerd aan Euronext Amsterdam. De C notes worden
gehouden door Athlon Beheer Nederland B.V. De rente die op jaarbasis wordt vergoed op de notes
is gelijk aan driemaands Euribor verhoogd met een opslag. Bij een eventuele vereffening zijn de
C notes ondergeschikt aan B notes en B notes ondergeschikt aan A notes. Gezien het verwachte
aflossingsschema zal het bedrag aan schuldbewijzen ultimo 2010 circa € 57,2 mln bedragen. Het
gemiddelde vaste rentepercentage van schulden aan kredietinstellingen en de schuldbewijzen is,
rekening houdend met de afgesloten Interest Rate Swaps, 3,4% (2004: 3,7%).

Cumulatief preferente aandelen


Op 15 februari 1999 zijn door de vennootschap 4,2 mln niet-aflosbare cumulatief preferente aande-
len uitgegeven waarop gedurende een termijn van tien jaar een vast jaarlijks dividend ten bedrage
van 5,65% van de uitgiftekoers wordt uitbetaald. Na die tien jaar wordt het percentage herzien. Het
dividend wordt jaarlijks achteraf betaalbaar gesteld. Er bestaat geen aflossingsverplichting.
De preferente aandelen hebben een nominale waarde van € 0,25 en zijn uitgegeven tegen een
koers van € 11. De opbrengst van deze emissie bedroeg € 46,2 mln.

Converteerbare financieringspreferente aandelen


Op 7 maart 2002 heeft Athlon Holding N.V. via onderhandse plaatsing 1,3 mln converteerbare
financieringspreferente aandelen geplaatst tegen een koers van € 17,50. De aandelen hebben een
nominale waarde van € 0,25 en zijn niet aan Euronext genoteerd. De opbrengst van de emissie
bedroeg € 22,8 mln. Het vaste dividend op de converteerbare financieringspreferente aandelen
bedraagt 6,47% van de uitgiftekoers. Herziening van het dividendpercentage vindt om de vijf jaar
plaats. Er bestaat geen aflossingsverplichting.
Conversie is mogelijk op basis van één-op-één aandeel en op basis van ‘value for value’. Eén-op-één-
conversie door de aandeelhouder is op ieder moment mogelijk. Athlon Holding N.V. heeft het conver-
sierecht nadat de koers van het gewone aandeel gedurende twintig aaneengesloten handelsdagen
boven € 22,75 (zijnde de uitgifteprijs van € 17,50 + 30%) heeft gelegen.

‘Value for value’-conversie door de aandeelhouder is mogelijk in de volgende situaties:


n vijf jaar na uitgifte van de onderhavige aandelen;
n beëindiging van de samenwerkingsovereenkomst in Frankrijk, tenzij de oorzaak daartoe te wijten
is aan of gelegen is in de invloedssfeer van Natexis;
n verkrijging van de zeggenschap over Athlon door een derde, met uitzondering van de Stichting
Continuïteit Athlon Holding N.V.;
n herkapitalisatie van reserves, winst of agio door verhoging van de nominale waarde van aan-
delen;
n uitkering van reserves of agio in contanten of in effecten anders dan als normaal dividend;
n uitgifte aan aandeelhouders van obligaties of enig financieel instrument, anders dan aandelen
Athlon Holding;
117
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

n overname, fusie of split-up van Athlon anders dan in het kader van het gebruikelijke portefeuille-
management van Athlon;
n inkoop van eigen aandelen tegen een prijs boven de koers;
n uitbetaling van een exceptioneel hoog dividend.
Bij deze conversie wordt voor de vaststelling van het aantal te verkrijgen gewone aandelen door
middel van een overeengekomen formule rekening gehouden met de uitgifteprijs, de gemiddelde
koers van het gewone aandeel over een periode van tien aaneengesloten handelsdagen vóór de
conversiedatum en het aantal te converteren aandelen.
Zowel de cumulatief preferente als de converteerbare financieringspreferente aandelen zijn tot en
met 31 december 2004 verantwoord als eigen vermogen en zijn als gevolg van de implementatie
van IAS 32 en IAS 39 per 1 januari 2005 gereclassificeerd als rentedragende leningen.

Kortlopende verplichtingen

2005 2004

Kredietinstellingen 120,7 225,2


Commercial Paper Programma 104,0 116,3

224,7 341,5

Het Commercial Paper Programma is effectief geworden in september 2000 en heeft een omvang
van € 250 mln. De kortlopende verplichtingen zijn rentedragend - rekening houdend met afgeslo-
ten Interest Rate Swaps - tegen een gemiddelde rentevoet van 3,0% (2004: 3,4%).

22 Voorzieningen (in € mln)

Reorganisatie Overige Totaal

Stand 1 januari 2005 10,4 0,6 11,0


Toevoegingen - 0,0 0,0
Onttrekkingen (7,0) 0,0 (7,0)
Vrijval (1,2) (0,4) (1,6)

Stand 31 december 2005 2,2 0,2 2,4

Looptijd:
n Langlopend deel - 0,2 0,2
n Kortlopend deel 2,2 - 2,2

De reorganisatievoorziening van € 10,4 mln per 1 januari 2005 is aangewend voor de fusie tussen
Unilease en de Nederlandse en Belgische leaseactiviteiten.
De overige voorzieningen betreffen met name pensioenverplichtingen.

118
23 Personeelsbeloningen

Pensioenverplichtingen
In de post personeelskosten (zie paragraaf 6) is een bedrag van € 3,3 mln (2004: € 3,1 mln) aan
personeelskosten opgenomen inzake bijdragen in pensioenregelingen.
Vrijwel alle Nederlandse pensioenregelingen zijn ondergebracht bij of gebaseerd op regelingen met
het ‘Pensioenfonds Metaal en Techniek’. Deze toegezegde pensioenregelingen worden als gevolg
van het ontbreken van uitgebreide informatie verantwoord als toegezegde bijdrageregeling. Het
genoemde bedrijfstakpensioenfonds, waarbij circa 65% van de Nederlandse werknemers van de
Groep is ondergebracht heeft per 31 december 2005 een dekkingsgraad van 129%. Ingeval van
tekorten dan wel overschotten kunnen pensioenregelingen prospectief worden aangepast.

Op aandelen gebaseerde beloningen


Aandelenkoopplan
In 2003 is een aandelenkoopplan tussen Athlon Holding N.V. en de leden van de Raad van Bestuur
overeengekomen. In dit plan is overeengekomen dat 40% van de netto bonusbetaling wordt aan-
gewend voor aankoop van aandelen Athlon Holding N.V. Deze aandelen moeten drie jaar worden
aangehouden waarna voor ieder aandeel, verkregen via het plan, één aandeel om niet door Athlon
Holding N.V. aan de leden van de Raad van Bestuur wordt toegekend. De waarde van deze aande-
len wordt in mindering gebracht op de voor dat jaar geldende optieruimte. De van Athlon Holding
N.V. verkregen aandelen dienen te worden aangehouden voor telkens een periode van tenminste
vijf jaar of tot tenminste het einde van het dienstverband indien deze periode korter is.
Per 31 december 2005 hebben de leden van de Raad van Bestuur 12.328 (2004: 6.945) aandelen
Athlon Holding N.V. in bezit.

Optieregeling
Ten laste van de vennootschap worden opties op gewone aandelen uitgegeven aan bestuurders en
een groep leidinggevenden. Het doel van deze optieregelingen is het belang van de ondernemings-
leiding en dat van de aandeelhouders op één lijn te brengen door genoemde personen een aanvul-
lende prestatiebeloning toe te kennen ter bevordering van de gang van zaken bij de onderneming
op lange termijn en daarmee de aandeelhouderswaarde te verhogen. Per jaar kan maximaal 1,5%
van het aantal uitstaande gewone aandelen aan opties worden toegekend. De toekenning vond tot
en met 2003 jaarlijks plaats op 1 oktober onder goedkeuring van de Raad van Commissarissen
tegen een prijs die gelijk is aan de slotkoers op 30 september daaraan voorafgaand. Met ingang
van 2004 is de toekenningsdatum 1 april van ieder jaar. In verband hiermee zijn aan de Raad van
Bestuur in 2004 geen opties toegekend.

Er zijn drie aandelenoptieregelingen waarvan de toekenning van vóór 7 november 2002 dateert.
In overeenstemming met de overgangsbepalingen van IFRS 1 en IFRS 2 zijn de grondslagen voor
opname en waardering zoals vermeld in IFRS 2 niet toegepast op deze regelingen.

De looptijd van de tot en met 1 oktober 2001 toegekende opties bedraagt vijf jaar. Voor de vanaf
oktober 2002 toegekende opties bedraagt de looptijd zeven jaar. Toegekende opties kunnen in
principe pas na drie jaar worden uitgeoefend tegen de uitoefenkoers, zijnde de marktkoers van de
aandelen op de datum van optietoekenning.

119
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

De toegekende opties worden in onderstaande overzichten nader gespecificeerd.

Toegekende opties drs. H. Bierstee

Jaar Aantal Aantal Aantal Aantal Uitoefen-


toegekend uitgeoefend vervallen uitstaand koers (€)

2000 26.400 26.400 - - 13,65


2001 30.000 - - 30.000 11,30
2002 15.000 - - 15.000 8,10
2003 49.800 - - 49.800 11,18
2004 - - - - -
2005 33.950 - - 33.950 20,19

155.150 26.400 - 128.750

Toegekende opties M.J.M.R. Claus

Jaar Aantal Aantal Aantal Aantal Uitoefen-


toegekend uitgeoefend vervallen uitstaand koers (€)

2000 8.000 8.000 - - 13,65


2001 23.600 19.500 - 4.100 11,30
2002 11.800 - - 11.800 8,10
2003 39.400 - - 39.400 11,18
2004 - - - - -
2005 26.830 - - 26.830 20,19

109.630 27.500 - 82.130

Toegekende opties ir. N.M.P. van den Eijnden

Jaar Aantal Aantal Aantal Aantal Uitoefen-


toegekend uitgeoefend vervallen uitstaand koers (€)

2000 6.000 6.000 - - 13,65


2001 19.000 - - 19.000 11,30
2002 9.500 - - 9.500 8,10
2003 36.900 - - 36.900 11,18
2004 - - - - -
2005 26.830 - - 26.830 20,19

98.230 6.000 - 92.230

120
Toegekende opties J. Slootweg RA

Jaar Aantal Aantal Aantal Aantal Uitoefen-


toegekend uitgeoefend vervallen uitstaand koers (€)

2000 3.000 3.000 - - 13,65


2001 19.000 - - 19.000 11,30
2002 9.500 - - 9.500 8,10
2003 36.900 - - 36.900 11,18
2004 - - - - -
2005 26.830 - - 26.830 20,19

95.230 3.000 - 92.230

Toegekende opties J.W. Verouden (voormalig bestuurder)

Jaar Aantal Aantal Aantal Aantal Uitoefen-


toegekend uitgeoefend vervallen uitstaand koers (€)

2000 21.600 21.600 - - 13,65


2001 24.500 24.500 - - 11,30

46.100 46.100 - -

Toegekende opties overig personeel

Jaar Aantal Aantal Aantal Aantal Uitoefen-


toegekend uitgeoefend vervallen uitstaand koers (€)

2000 77.350 55.750 21.600 - 13,65


2001 65.000 48.750 9.500 6.750 11,30
2002 64.250 17.500 - 46.750 8,10
2003 71.800 7.600 750 63.450 11,18
2004 75.250 5.700 1.250 68.300 17,20
2004 9.500 - - 9.500 16,45
2005 87.100 - 1.500 85.600 20,19

450.250 135.300 34.600 280.350

Onder de vervallen opties zijn mede begrepen de ingetrokken opties.

121
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Het aantal aandelenopties en het gewogen gemiddelde van de uitoefenprijzen van deze opties
luiden als volgt:

2005 2004
Gewogen Aantal Gewogen Aantal
gemiddelde opties gemiddelde opties
uitoefenprijs uitoefenprijs

Uitstaand 1 januari 11,78 594.200 12,58 738.500


Toegekend 20,19 201.540 17,12 84.750
Uitgeoefend 12,56 116.550 12,30 112.750
Vervallen 17,19 3.500 20,20 116.300

Uitstaand 31 december 14,12 675.690 11,78 594.200

Uitoefenbaar 31 december 171.400 179.250

De gewogen gemiddelde aandelenkoers per de datum van uitoefening van de in 2005 uitgeoefende
opties bedroeg € 20,49 (2004: € 17,16).
De uitoefenkoers van de per 31 december 2005 uitstaande opties ligt tussen de € 8,10 en € 20,19
(2004: € 8,10 en € 17,20) bij een gewogen gemiddelde resterende contractuele looptijd van 4,7
jaar (2004: 4,4 jaar).
De reële waarde van de diensten die in ruil voor de toegekende aandelenopties worden ontvangen,
wordt op basis van de reële waarde van de toegekende opties ten laste van het resultaat gebracht.
De geschatte reële waarde is gebaseerd op een binomiaal model. Met verwachte vervroegde uitoe-
fening wordt in het desbetreffende model rekening gehouden.

122
Reële waarde van verstrekte aandelenopties en veronderstellingen (in € mln):

Raad van Leidinggevende


Bestuur functionarissen
2005 2004 2005 2004

Reële waarde op de waarderingsdatum 3,06 - 3,02 3,92

Aandelenkoers 20,19 - 20,19 17,20


Uitoefenkoers 20,19 - 20,19 17,20
Verwachte volatiliteit (gewogen
gemiddeld) 22,5% - 22,5% 32,5%
Wachtperiode 3 jaar - 3 jaar 3 jaar
Contractuele looptijd opties 7 jaar - 7 jaar 7 jaar
Verwachte looptijd opties 7 jaar - 5,8 jaar 5,8 jaar
Dividend – verwachte gemiddelde groei 7% - 7% 7%
Risicovrije rentevoet (op basis van
Nederlandse staatsleningen) 3,4% - 3,4% 3,8%

De verwachte volatiliteit is gebaseerd op historische volatiliteit, waarbij een correctie wordt aan-
gebracht in verband met verwachte wijzigingen in de volatiliteit in de toekomst als gevolg van
algemeen beschikbare informatie.

Aandelenopties worden onder een dienstverleningsconditie toegekend en, voor de Raad van Bestuur,
tevens onder een niet-marktgerelateerde conditie, te weten de realisatie van langetermijndoelstel-
lingen. Met genoemde voorwaarden wordt bij het berekenen van de reële waarde van de geleverde
prestatie op de toekenningsdatum geen rekening gehouden. Er worden geen marktgerelateerde
condities gesteld.

Personeelskosten Raad van Bestuur (in € mln)


De beloning van de Raad van Bestuur maakt deel uit van de personeelskosten (zie paragraaf 6) en
kan als volgt worden gespecificeerd:

2005 2004

Korte termijn beloningen 1,8 1,7


Beloningen betaalbaar op termijn (pensioenen) 0,3 0,3

2,1 2,0
Op aandelen gebaseerde betalingen 0,3 0,1

2,4 2,1

De korte termijn beloningen omvatten periodieke beloningen en gereserveerde bonussen.

123
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Beloning per bestuurder (in €)


De beloning per bestuurder over 2005 kan als volgt worden weergegeven:

Periodieke Bonus Beloningen Totaal


beloningen 2005 betaalbaar op
termijn
(pensioenen)

drs. H. Bierstee 349.700 166.036 156.381 672.117


M.J.M.R. Claus 310.242 131.222 52.489 493.953
ir. N.M.P. van den Eijnden 280.072 131.222 65.198 476.492
J. Slootweg RA 280.072 131.222 61.341 472.635

1.220.086 559.702 335.409 2.115.197

De beloning per bestuurder over 2004 kan als volgt worden weergegeven:

Periodieke Bonus Beloningen Totaal


beloningen 2004 betaalbaar op
termijn
(pensioenen)

drs. H. Bierstee 336.920 159.650 148.828 645.398


M.J.M.R. Claus 299.969 126.175 50.470 476.614
ir. N.M.P. van den Eijnden 269.970 126.175 51.261 447.406
J. Slootweg RA 269.970 126.175 62.123 458.268

1.176.829 538.175 312.682 2.027.686

Voor twee leden van de Raad van Bestuur bestaat de pensioenregeling uit een gemaximeerde ge-
indexeerde middelloonregeling en voor boven het maximum uit een beschikbare premieregeling.
Zowel de gemaximeerde geïndexeerde middelloonregeling als de beschikbare premieregeling is
een verzekerde regeling en kent vanaf 1 januari 2006 een richtleeftijd voor pensioen van 65 jaar.
Om te kunnen voldoen aan de contractuele afspraken kan de pensioenleeftijd worden vervroegd
naar 62 jaar. De uitkering van 62 tot 65 jaar bedraagt maximaal 70% van het laatstgenoten vaste
jaarsalaris.
Voor de twee andere leden van de Raad van Bestuur is een beschikbare premieregeling van toe-
passing. De pensioenleeftijd voor de voorzitter is contractueel vastgelegd op 62 jaar en voor het
andere lid op 65 jaar.

124
De op aandelen gebaseerde betalingen hebben betrekking op toegekende aandelenopties en op het
aandelenkoopplan. Er is voor wat betreft toegekende aandelenopties in 2005 voor een bedrag van
€ 0,2 mln aan personeelslasten verantwoord (2004: € 0,1 mln) en voor wat betreft het aandelen-
koopplan een bedrag van € 0,1 mln (2004: nihil).

24 Overige schulden (in € mln)

2005 2004

Vooruitontvangsten/schulden inzake primaire activiteiten 59,8 53,4


Preferent dividend 4,1 4,1
Belastingen (exclusief vennootschapsbelasting)
en sociale lasten 6,1 4,1
Personeel gerelateerde kosten 8,9 9,2
Reële waarde derivaten 3,4 -
Overige 9,2 9,5

91,5 80,3

De vooruitontvangsten en schulden inzake primaire activiteiten hebben onder andere betrekking op


interest op rentedragende schulden, verzekering en te verstrekken volumebonussen.

125
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

25 Risicobeheer en toelichting financiële instrumenten

In deze paragraaf wordt nader ingegaan op de risico’s waaraan de Groep is blootgesteld en wordt
een beschrijving gegeven van de gehanteerde methoden ter afdekking van deze risico’s.
In het kader van de normale bedrijfsvoering loopt de Groep met name de volgende risico’s: prijs-
risico (met inbegrip van restwaarderisico), kredietrisico, renterisico, risico’s ten aanzien van aan-
sprakelijkheid/verzekering en ICT-risico. Er wordt ter afdekking van het risico van schommelingen
in rente gebruik gemaakt van afgeleide financiële instrumenten.

Risicobeheer in het algemeen


Het systeem van risicobeheer waarmee binnen de vennootschap wordt gewerkt (Enterprise Risk
Management), is gebaseerd op het door de COSO, de ‘Committee of Sponsoring Organizations of
the Treadway Commission’, opgestelde kader. Hoewel het systeem van risicobeheer geen garantie
biedt dat de bedrijfsdoelstellingen ook inderdaad zullen worden gerealiseerd, biedt het wél een
gecoördineerde aanpak om te bepalen of de maatregelen van risicobeheer zowel in hun geheel als
onderling afdoende zijn om bijtijds informatie te verkrijgen over de mate waarin aan de doelstel-
lingen wordt voldaan. Standaardisering van de risicoanalyses is met name een nuttige strategie bij
het op doelmatige wijze onderkennen, bevestigen en overdragen van relevante informatie.

Specifiek met het leasebedrijf samenhangende risico’s

Prijsrisico
Het prijsrisico omvat het risico dat de Groep er niet in slaagt om winstgevende contracten af te
sluiten. De volgende componenten in de leasetermijnen maken onder meer deel uit van het prijs-
risico: restwaarde, rente, onderhoud en verzekeringen. De prijsstelling is zowel bij aanvang van
het contract als gedurende de looptijd van belang (hercalculatie). De prijsstelling wordt regelmatig
beoordeeld teneinde te voorkomen dat er onjuiste prijzen worden gehanteerd.
Ten aanzien van het restwaarderisico wordt door de Groep een beleid aangehouden waarbij voor
alle dochterondernemingen uniforme procedures dienen te worden toegepast en verhoging van
de zogenaamde standaardrestwaardes in principe niet is toegestaan. Is er toch een verhoging,
dan vinden uitgebreide analyses plaats op de toekomstige winstgevendheid van de klant en het
contract. De standaardrestwaardes worden periodiek vastgesteld en geëvalueerd door restwaar-
decommissies. In deze commissies zitten medewerkers die specifieke deskundigheid, uitgebreide
marktkennis en jarenlange ervaring hebben met het taxeren van restwaardes. Behalve van eigen
kennis en ervaring maken deze medewerkers voor het schatten van restwaardes tevens gebruik
van extern aanwezige informatie hieromtrent.
Ultimo 2005 bedraagt het totaal aan ongedekte restwaardeposities € 892 mln (2004: € 847 mln).
Gedurende 2005 zijn indicaties naar voren gekomen die geleid hebben tot een nadere toetsing op
bijzondere waardevermindering van specifieke leaseauto’s. Deze indicaties betroffen vooral een
daling van de opbrengsten van verkochte auto’s in Duitsland in maart 2005. Onzekerheid over de
eventuele regeringsmaatregelen met betrekking tot de uitstoot van fijne stofdeeltjes door diesel-
auto’s was de aanleiding. Algerije sloot begin oktober 2005 de grenzen voor gebruikte auto’s uit
Frankrijk en andere EU-landen. Hierdoor verdwijnt voorlopig een afzetgebied. De boekwaarde van
specifieke leaseauto’s is dientengevolge verlaagd.
Nadere toetsingen, waarbij de toekomstige winstgevendheid van deze auto’s is vergeleken met
de boekwaarde, hebben geleid tot bijzondere waardeverminderingsverliezen van € 10,5 mln (2004:
126
€ 3,0 mln) die in de winst- en verliesrekening zijn verantwoord onder de post lease- en verhuurkos-
ten. Ultimo 2005 bedraagt het totaal aan verantwoorde bijzondere waardeverminderingsverliezen
€ 11,5 mln (ultimo 2004: € 4,5 mln).

Kredietrisico
De Groep beschikt over een kredietbeleid, op basis waarvan het kredietrisico continu in de gaten
wordt gehouden. Bij het sluiten van een overeenkomst met een klant wordt zijn kredietwaardigheid
aan de hand van extern ingewonnen informatie getoetst. De Groep streeft ernaar om het klanten-
bestand voldoende te spreiden over verschillende bedrijfssectoren. De eigendom van de aan de
klant ter beschikking gestelde auto dient tevens als zekerheid.
Investeringen anders dan in leasecontracten mogen uitsluitend in liquide effecten plaatsvinden,
en dan nog alleen met wederpartijen wier kredietwaardigheid minstens hetzelfde is als of hoger
dan die van de Groep. Transacties waarbij met afgeleide financiële instrumenten wordt gewerkt,
worden gesloten met hoog kredietwaardige wederpartijen waarmee door de Groep een salderings-
overeenkomst is gesloten.
Op de balansdatum is geen sprake van significante concentraties van kredietrisico.

De maximale blootstelling aan kredietrisico wordt vertegenwoordigd door de boekwaarde van de


leaseportefeuille (operationele-leaseauto’s en financiële-leasevorderingen) onder aftrek van de
restwaarde van de operationele-leaseauto’s. Deze maximale blootstelling bedraagt ultimo 2005
€ 728 mln en komt alleen tot uiting indien alle wederpartijen volledig in gebreke blijven.

Rente- en liquiditeitsrisico

Renterisico
Het beleid van de Groep is erop gericht om risico’s ten gevolge van veranderingen in de rente te
beperken tot de daartoe door de Raad van Bestuur vastgestelde limieten. Een van deze limieten
is dat het maximale renterisico van de Groep als gevolg van toekomstige veranderingen van de
rentecurve niet groter mag zijn dan 1% van het totaal van het zichtbaar eigen vermogen en de
preferente aandelen.

De Groep loopt een kasstroomrenterisico aangezien de (vaste) rente zoals begrepen in de nog
te ontvangen lease- en verhuurtermijnen gemiddeld een langere looptijd heeft dan de te betalen
(variabele) rente op lang- en kortlopende leningen.

De Groep beheerst het kasstroomrenterisico door gebruik te maken van in euro’s luidende Interest
Rate Swaps (IRS), door middel waarvan variabele rente (overwegend één-, drie- en zesmaands
Euribor rente) op oorspronkelijk lang- en kortlopende leningen wordt omgezet in een vaste rente.
De IRS-contracten vervallen tussen januari 2006 en december 2009 en hebben een vaste rente die
varieert tussen 2,1% en 3,3% (2004: 2,1% en 3,3%). Per 31 december 2005 bedraagt de nomi-
nale waarde van de door de Groep afgesloten renteswaps € 1.150 mln (2004: € 892 mln).
Het mogelijke kasstroomrenterisico dat de Groep loopt wordt ondermeer gevolgd door middel
van het maandelijks opstellen van een zogenaamd gaprapport waarin tevens een aantal rente-
scenario’s is opgenomen. In dit gaprapport worden rentetypische looptijden onderkend teneinde
vast te stellen of sprake is van een mismatch tussen de kasstromen uit de leasecontracten en
de daartoe aangetrokken financieringen. In de kasstromen van zowel de leasecontracten als de
127
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

financieringen is rente begrepen. Bij het bepalen van de kasstromen uit de leasecontracten wordt
rekening gehouden met verwachte vervroegde aflossingen van contracten.
IRS worden door de Groep geclassificeerd als instrumenten ten behoeve van kasstroomafdekking
en worden tegen reële waarde verantwoord. Het verschil tussen de reële waarde en de boekwaarde
van de IRS per 1 januari 2005 is – onder aftrek van belastingen – in de openingsbalans per 1 janu-
ari 2005 verwerkt als afdekkingsreserve (onderdeel van het eigen vermogen). De reële waarde van
de IRS per 31 december 2005 bedraagt € 3,4 mln negatief (2004: € 3,5 mln negatief).

De financiële-leasevorderingen ad € 88 mln zijn rentetypisch gematched gefinancierd.

Liquiditeitsrisico
Bij de financiering van de Groep en tijdens het beheer van posities ontstaan liquiditeitsrisico’s,
zijnde het risico dat de Groep niet in staat is activa tegen geschikte looptijden en tarieven te
financieren.
De Groep beschikt over een gevarieerde financieringsbasis. Fondsenverwerving vindt plaats met
behulp van een uitgebreid scala van instrumenten, waaronder commercial paper, syndicaatslenin-
gen, securitisaties, obligatielening en bilaterale kredietovereenkomsten met banken. Dit verhoogt
de financieringsflexibiliteit, beperkt de afhankelijkheid van één enkele geldbron en drukt in het al-
gemeen de financieringslasten. De Groep streeft ernaar om de continuïteit en de flexibiliteit van de
financiering in evenwicht te houden door gebruik te maken van gecommitteerde overeenkomsten
met uiteenlopende looptijden. De Groep volgt het liquiditeitsrisico op continue basis door wijzigin-
gen in financiering, benodigd ter realisatie van haar strategie en doelstellingen, in kaart te brengen
en te volgen.

Aansprakelijkheids-/verzekeringsrisico
Het aansprakelijkheids-/verzekeringsrisico behelst het risico dat de eigenaar van het leaseobject
aansprakelijk wordt gehouden voor zowel eigen als bij derden veroorzaakte schade. De Groep han-
teert als beleid dat risico’s inzake wettelijke aansprakelijkheid worden ondergebracht bij verzeke-
raars. Met betrekking tot cascoverzekeringen draagt de Groep het risico zelf. Ter beperking van dit
risico wordt periodiek de ontwikkeling van de schadelasten afgezet tegen de in de leasecontracten
opgenomen verzekeringstarieven, waarbij de reservering voor nog uitstaande schade op basis van
extern ingewonnen informatie (schaderapporten) en van binnen de eigen organisatie aanwezige
kennis en standaardschadebedragen per schadesoort wordt bepaald.

ICT-risico
De dagelijkse werkzaamheden zijn in hoge mate afhankelijk van de betrouwbaarheid en continuïteit
van de ICT-infrastructuur. De hiermee samenhangende risico’s worden door de Groep beheerst aan
de hand van een reeks maatregelen, waaronder het project ‘Athlon Business Continuity’, waarbij
risico’s gedetailleerd in kaart zijn gebracht en beheersmaatregelen zijn getroffen. Daarnaast zijn
onder meer richtlijnen opgesteld voor informatiebeveiliging.

In 2006 zullen de voor business continuity en recovery noodzakelijke co-locatie en uitwijkmogelijk-


heden door alle dochterondernemingen kunnen worden benut.

128
Gevoeligheidsanalyse

Prijsrisico (restwaarderisico)
De opbrengst van gebruikte auto’s en de boekwaarde bij expiratie zoals opgenomen in de leasecon-
tracten zijn bepalend voor het resultaat ‘verkoop teruggenomen leaseauto’s’. De Groep verwacht
ongeveer 35.000 teruggenomen leaseauto’s in 2006 te verkopen. Indien het verschil tussen op-
brengst en boekwaarde bij expiratie van het leasecontract gemiddeld € 100 hoger of lager uitval-
len zal dit een positieve respectievelijk negatieve invloed op het resultaat voor belasting hebben
van € 3,5 mln.

Kredietrisico
Over de periode 2001 tot en met 2005 varieerde het verlies uit hoofde van oninbare vorderingen
tussen de 0,11% (2005) en 0,43% (2003) van de gemiddelde investering in de lease- en verhuur-
portefeuille. Indien deze verliezen in 2006 toenemen met 0,1% (10 basispunten) zal dit een nega-
tieve invloed op het resultaat voor belastingen hebben van € 1,7 mln.

Renterisico
Op basis van het renterisicobeleid van de Groep wordt gestreefd naar een minimalisering van de
invloed van renteschommelingen op het resultaat. De rentegevoeligheid wordt geïllustreerd aan
de hand van de invloed van een parallelle stijging van de rentecurve met 100 basispunten (1%)
als deze zich begin januari 2006 binnen korte tijd zou voordoen en van blijvende aard zou zijn. Op
basis van de rentepositie per 31 december 2005 zou een dergelijke stijging van de rentecurve
leiden tot een toekomstig verlies van € 2,2 mln.

26 Reële waarde

De reële waarde van de financiële-leasevorderingen is nagenoeg gelijk aan de boekwaarde ad


€ 88,2 mln. Hetzelfde geldt voor de rentedragende leningen die hetzij een variabele rente hetzij
een korte looptijd hebben. De Interest Rate Swaps ter afdekking van de variabele rente zijn tegen
marktwaarde gewaardeerd.

27 Investeringsverplichtingen

De per balansdatum bestaande investeringsverplichtingen hebben betrekking op reguliere acti-


viteiten, zoals de inkoop van leaseauto’s. Per genoemde datum hebben deze verplichtingen een
gebruikelijke omvang.
De huurverplichtingen van de Groep bedragen per 31 december 2005 € 49,8 mln (2004: € 51,5
mln), waarvan € 8,7 mln binnen één jaar vervalt (2004: € 8,2 mln).

28 Voorwaardelijke verplichtingen

Er is geen sprake van voorwaardelijke activa of verplichtingen waarvan melding dient te worden
gemaakt.
129
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

29 Verbonden partijen

Identiteit van verbonden partijen


De dochterondernemingen en de joint ventures (zie paragraaf 30 en 14) alsmede de directie-
leden en leidinggevende functionarissen van de Groep gelden als met de vennootschap verbonden
partijen.
Door de joint ventures worden de behaalde resultaten uit activiteiten zowel aan de vennootschap
als aan de andere deelnemer ter beschikking gesteld.

Transacties met leden van de Raad van Bestuur


Met betrekking tot de beloning van de Raad van Bestuur en nadere gegevens omtrent hun deel-
neming in de aandelenoptieregeling van de Groep wordt verwezen naar paragraaf 23.

30 Groepsentiteiten

De activa van de Groep bevinden zich met name in de volgende dochterondernemingen:

Dochterondernemingen Land van Belang


vestiging 2005 2004

Athlon Car Lease Nederland Nederland 100% 100%


CARe Schadeservice Nederland 100% 100%
Athlon Car Lease België België 100% 100%
Athlon Car Lease Luxemburg Luxemburg 100% 100%
CARe Carrosserie België 100% 100%
Athlon Car Lease Duitsland Duitsland 100% 100%
Athlon Car Lease Frankrijk Frankrijk 100% 100%

31 Gebeurtenissen na balansdatum

In januari 2006 heeft de Groep met succes haar eerste Eurobondlening voor een bedrag van € 250
mln en een looptijd van drie jaar geplaatst. De Floating Rate Note Eurobond heeft een rentecoupon
van driemaands Euribor plus 55 basispunten. De lening zal worden gebruikt om bestaande leningen
te herfinancieren en voor vergroting van de kredietfaciliteit.

Op 1 maart 2006 heeft de Groep de aandelen van Business Renting España verworven. Deze
vennootschap heeft op overnamedatum ruim 3.100 contracten, terwijl de nettowinst over 2005
€ 1,6 mln bedroeg. Voor goodwill en waarde klantenbestand is een vergoeding van € 13 mln
betaald.

130
32 Schattingen en oordeelsvorming door de leiding

Het bestuur bespreekt periodiek met de commissarissen de kritische grondslagen voor financiële
verslaggeving en de hierbij behorende schattingen. De besprekingen hebben betrekking op zowel
ontwikkeling en keuze als informatieverschaffing en daadwerkelijke toepassing hiervan.
In paragraaf 11 worden de aannames en de daaraan klevende risicofactoren met betrekking tot de
waardering van immateriële activa nader beschreven.
Paragraaf 25 bevat een uitgebreide analyse van het restwaarde- en het kredietrisico van de Groep.
De schattingen van restwaardes en de spreiding van het klantenbestand over verschillende be-
drijfssectoren worden daarbij tevens besproken.

33 Verklaring van de overgang naar IFRS (in € mln)

Zoals hiervoor gemeld, is dit de eerste geconsolideerde jaarrekening van de Groep die is opgesteld
in overeenstemming met IFRS.

De in deze jaarrekening beschreven grondslagen van financiële verslaggeving zijn toegepast bij het
opstellen van de jaarrekening over 2005, de in deze jaarrekening gepresenteerde vergelijkende
informatie over 2004 en bij het opstellen van de IFRS-openingsbalans per 1 januari 2004 (de over-
gangsdatum van de Groep).

Bij het opstellen van de IFRS-openingsbalans heeft de Groep in voorgaande jaarrekeningen ge-
rapporteerde bedragen, die waren opgesteld in overeenstemming met de voorheen toegepaste
verslaggevingsstandaarden (zijnde NL-GAAP), aangepast. Een verklaring van de invloed van de
overgang van NL-GAAP naar IFRS op de financiële positie, financiële resultaten en kasstromen van
de Groep, wordt uiteengezet in deze paragraaf.

131
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Aansluitingsoverzicht van de balans

ACTIVA 1 januari 2004


Effect van
overgang naar
Ref. NL-GAAP IFRS IFRS

Vaste activa
Operationele-leaseauto’s a 1.136,7 (54,9) 1.081,8
Financiële-leasevorderingen a - 37,7 37,7
Verhuurauto’s 38,0 - 38,0

Lease- en verhuurportefeuille 1.174,7 (17,2) 1.157,5

Immateriële activa b 12,6 - 12,6


Uitgestelde belastingvorderingen c 3,5 3,0 6,5
Overige materiële activa e 31,1 (1,2) 29,9
Overige financiële activa d 43,1 (1,8) 41,3

90,3 0,0 90,3

1.265,0 (17,2) 1.247,8


Vlottende activa
Activa aangehouden voor verkoop e - 10,5 10,5
Voorraden e 10,9 (9,3) 1,6
Te vorderen vennootschapsbelasting 13,8 - 13,8
Handelsvorderingen 44,3 0,3 44,6
Overige vorderingen 47,9 - 47,9
Geldmiddelen en kasequivalenten 0,2 - 0,2

117,1 1,5 118,6

1.382,1 (15,7) 1.366,4

132
31 december 2004
Effect van
overgang naar
NL-GAAP IFRS IFRS

1.545,3 (104,1) 1.441,2


- 81,5 81,5
44,8 - 44,8

1.590,1 (22,6) 1.567,5

29,5 2,3 31,8


3,4 0,8 4,2
33,8 (1,2) 32,6
26,9 (0,2) 26,7

93,6 1,7 95,3

1.683,7 (20,9) 1.662,8

- 10,8 10,8
11,1 (9,6) 1,5
3,1 - 3,1
40,8 0,1 40,9
52,5 - 52,5
0,1 - 0,1

107,6 1,3 108,9

1.791,3 (19,6) 1.771,7

133
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Aansluitingsoverzicht van de balans

PASSIVA 1 januari 2004


Effect van
overgang naar
Ref. NL-GAAP IFRS IFRS

Eigen vermogen
Geplaatst aandelenkapitaal 5,3 - 5,3
Agioreserve 178,3 - 178,3
Overige reserves (37,3) (8,8) (46,1)
Onverdeeld resultaat 36,2 - 36,2

f 182,5 (8,8) 173,7

Langlopende verplichtingen
Rentedragende leningen 784,8 - 784,8
Vooruitontvangen onderhoudsbijdragen g 31,1 (31,1) -
Uitgestelde belastingverplichtingen c 4,4 (0,3) 4,1
Voorzieningen 0,5 0,1 0,6

820,8 (31,3) 789,5

Kortlopende verplichtingen
Rentedragende leningen 227,1 - 227,1
Vooruitontvangen onderhoudsbijdragen g 15,0 26,2 41,2
Te betalen vennootschapsbelasting 1,1 - 1,1
Voorzieningen h 5,5 (1,8) 3,7
Handelsschulden 41,8 - 41,8
Overige schulden 88,3 - 88,3

378,8 24,4 403,2

1.382,1 (15,7) 1.366,4

134
31 december 2004
Effect van
overgang naar
NL-GAAP IFRS IFRS

5,7 - 5,7
202,9 - 202,9
(8,8) (8,6) (17,4)
23,7 (0,9) 22,8

223,5 (9,5) 214,0

1.012,3 - 1.012,3
34,0 (34,0) -
16,4 (3,9) 12,5
0,6 0,0 0,6

1.063,3 (37,9) 1.025,4

341,5 - 341,5
15,9 27,9 43,8
0,9 - 0,9
10,5 (0,1) 10,4
55,4 - 55,4
80,3 - 80,3

504,5 27,8 532,3

1.791,3 (19,6) 1.771,7

135
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

a) Leasecontracten
Classificatie van leasecontracten (IAS 17)
De classificatie van door de Groep afgesloten leasecontracten is onder IFRS gebaseerd op de mate
waarin de aan de eigendom van een geleast actief verbonden risico’s en voordelen bij de lease-
maatschappij of de lessee liggen. Een leasecontract wordt geclassificeerd als een operationele lease
indien niet nagenoeg alle aan de eigendom verbonden risico’s en voordelen worden overgedragen
aan de lessee (en dus worden behouden door de Groep).
Als gevolg van de invoering van IFRS heeft de Groep nadere beoordelingen uitgevoerd om te be-
palen wie het economisch risico draagt. Op basis van deze beoordelingen is de classificatie van de
leasecontracten in een beperkt aantal gevallen gewijzigd, wat geleid heeft tot verantwoording van
financiële-leasevorderingen per 1 januari 2004 ten bedrage van € 37,7 mln.

Waardering van (operationele-) leasecontracten (IAS 16 en IAS 17)


Onder NL-GAAP werden de operationele-leaseauto’s tegen kostprijs gewaardeerd onder aftrek van
annuïtair bepaalde afschrijvingen. Onder IFRS is annuïtair afschrijven op dergelijke auto’s niet
meer toegestaan en wordt op lineaire basis afgeschreven. Per 1 januari 2004 heeft dit geleid tot een
daling van het eigen vermogen met € 10,9 mln en een daling van de balanspost operationele-
leaseauto’s met € 15,7 mln. Het effect op het resultaat over 2004 is € 0,1 mln (lager resultaat).
Voorts werden onder NL-GAAP volumebonussen gepassiveerd en via een vaste verdeelsleutel in
de winst- en verliesrekening verantwoord. IFRS schrijft evenwel voor dat dergelijke bonussen over
de gemiddelde looptijd van de desbetreffende leasecontracten in het resultaat moeten worden
verantwoord. Deze wijziging heeft per 1 januari 2004 geleid tot een daling van de waarde van de
leaseportefeuille met € 1,5 mln en een daling van het eigen vermogen met € 1,0 mln. Het effect op
het resultaat over 2004 is € 0,2 mln (hoger resultaat).
Ten gevolge van de acquisitie van Unilease per 29 juni 2004 zijn de waarderingsverschillen tussen
NL-GAAP en IFRS per 31 december 2004 substantieel groter dan per 1 januari 2004.

b) Bedrijfscombinaties (IFRS 3)
De Groep heeft IFRS 3 toegepast op alle bedrijfscombinaties die zich sedert 1 januari 2004 (de
datum van de overgang naar IFRS) hebben voorgedaan. Per die datum wordt goodwill niet meer
afgeschreven maar jaarlijks op bijzondere waardevermindering getoetst.
De Groep heeft gebruik gemaakt van de in IFRS 1 geboden vrijstelling om IFRS 3 niet met terug-
werkende kracht toe te passen op bedrijfscombinaties zoals die zich vóór 1 januari 2004 hebben
voorgedaan.
De boekwaarde van de immateriële activa per 1 januari 2004 is als gevolg van gebruikmaking van
de vrijstelling niet gewijzigd. Per 31 december 2004 is de boekwaarde van de immateriële activa
met € 2,3 mln toegenomen als gevolg van:
n de herwaardering naar IFRS van de investering in joint ventures (Unilease), die de goodwill met
€ 1,5 mln heeft doen toenemen;
n het terugdraaien van de onder NL-GAAP in 2004 verantwoorde afschrijvingen, die de goodwill met
€ 1,6 mln heeft doen toenemen;
n de waarde klantenbestand. Deze is onder IFRS als gevolg van de overname van Unilease in juni
2004, vastgesteld op € 15 mln. De waarde klantenbestand heeft betrekking op de per overname-
datum aan de klantrelaties van Unilease toe te rekenen waarde. Aangezien deze waarde op de
goodwill in mindering is gebracht, heeft dit geen invloed op de boekwaarde van het totale im-
materiële actief per overnamedatum. De afschrijving op de waarde klantenbestand in 2004 heeft
136
als gevolg dat de boekwaarde van de immateriële activa per 31 december 2004 met € 1,2 mln is
afgenomen;
n de interne ontwikkeling van software. Dit heeft ertoe geleid dat de immateriële activa per
31 december 2004 met € 0,4 mln zijn toegenomen.

c) Uitgestelde belastingvorderingen en -verplichtingen


De in deze paragraaf beschreven wijzigingen hebben ertoe geleid dat de uitgestelde belastingvor-
deringen zijn toegenomen en de uitgestelde belastingverplichtingen zijn afgenomen (op basis van
een belastingtarief van 34,5%).

Ref. 1 januari 2004 31 december 2004

Leaseportefeuille a 5,3 6,8


Immateriële activa b - (0,1)
Handelsvorderingen (0,1) 0,0
Vooruitontvangen onderhoudsbijdragen g (1,3) (1,6)
Voorzieningen h (0,6) 0,0

3,3 5,1

Wijziging belastingtarief (34,5% naar 31,5%) - (0,4)

3,3 4,7

Opgesplitst in:
n Toename uitgestelde belastingvorderingen 3,0 0,8
n Afname uitgestelde belastingverplichtingen 0,3 3,9

Voor wat betreft de winst- en verliesrekening over het boekjaar 2004 heeft de overgang naar IFRS
ertoe geleid dat de belastinglast met € 0,4 mln is toegenomen.

d) Overige financiële activa: investeringen in joint ventures


Onder NL-GAAP werden investeringen in joint ventures gewaardeerd op basis van de nettover-
mogenswaarde aangepast naar de grondslagen van de Groep. Door de overgang naar IFRS en de
als gevolg hiervan gewijzigde grondslagen is de ‘equity’-waarde van de desbetreffende investerin-
gen gewijzigd. De investering in Unilease is hierdoor per 1 januari 2004 met € 1,8 mln afgenomen
(in mindering gebracht op het eigen vermogen), voornamelijk als gevolg van de lagere waardering
van operationele-leaseauto’s in het kader van IFRS. Dit laatste is voornamelijk veroorzaakt door
het afschrijven op lineaire basis in plaats van op annuïtaire basis, zoals hiervoor reeds toegelicht.

e) Activa aangehouden voor verkoop (IFRS 5)


Leaseauto’s die door klanten zijn ingeleverd om te worden (door)verkocht, worden conform IFRS 5
separaat op de balans vermeld in plaats van verantwoord als voorraden.
Onder deze post zijn tevens gebouwen en terreinen die verkocht zullen worden verwerkt.

137
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

f) Eigen vermogen
De invloed van de aanpassingen op het eigen vermogen kan als volgt worden weergegeven:

Ref. 1 januari 2004 31 december 2004

Operationele-leaseauto’s a (11,9) (15,8)


Goodwill b - (11,9)
Waarde klantenbestand b - 13,8
Overige immateriële activa b - 0,3
Investering in joint ventures d (1,8) (0,2)
Vooruitontvangen onderhoudsbijdragen g 3,6 4,5
Voorzieningen h 1,2 0,0
Uitgestelde belastingen (wijziging belastingtarief) c - (0,4)
Overige 0,1 0,2

Totale aanpassing eigen vermogen* (8,8) (9,5)

* Volledig toe te rekenen aan aandeelhouders van Athlon Holding N.V.

g) Vooruitontvangen onderhoudsbijdragen (IAS 1 en IAS 18)


Onder NL-GAAP werd het resultaat op de onderhoudscomponent van het leasecontract pas ver-
antwoord bij beëindiging van het leasecontract. IFRS daarentegen schrijft voor dat het verwachte
resultaat lineair over de looptijd van het leasecontract wordt verantwoord. Dit heeft geleid tot een
daling van de vooruitontvangen onderhoudsbijdragen per 1 januari 2004 met € 4,9 mln en een
stijging van het eigen vermogen met € 3,6 mln. De invloed op het resultaat over het boekjaar 2004
is te verwaarlozen.
De vooruitontvangen onderhoudsbijdragen worden conform IAS 1 ingedeeld als kortlopend, aan-
gezien ze naar verwachting binnen de normale exploitatiecyclus van het leasebedrijf zullen worden
afgewikkeld.

h) Voorzieningen (IAS 37)


Onder NL-GAAP is voor zogenaamde contractrisico’s tot en met 1999 een voorziening gevormd
voor verliezen uit hoofde van de vroegtijdige beëindiging van contracten en restwaarderisico’s.
Genoemde voorziening is met ingang van 2000 in vijf gelijke jaarlijkse termijnen aan het resultaat
toegevoegd. Aangezien IFRS een dergelijke voorziening niet toestaat, is de resterende voorziening
– onder aftrek van uitgestelde belastingen – ten gunste van het eigen vermogen vrijgevallen. Dit
resulteert per 1 januari 2004 in een stijging van het eigen vermogen met € 1,2 mln en een daling
van de voorzieningen met € 1,8 mln. De invloed op het resultaat over het boekjaar 2004 is € 1,3
mln (lager resultaat inclusief effect Unilease).

138
Aansluitingsoverzicht van de geconsolideerde winst- en verliesrekening 2004

Ref. NL-GAAP Effect IFRS


van overgang
naar IFRS

Netto-omzet i 1.020,1 (322,8) 697,3

Lease- en verhuurkosten i 782,0 (322,0) 460,0


Interestkosten 48,1 - 48,1
Schadeherstelkosten 15,6 - 15,6
Overige kosten j 87,2 3,4 90,6

Kostprijs van de omzet 932,9 (318,6) 614,3

Brutowinst 87,2 (4,2) 83,0

Verkoop- en algemene
beheerkosten j/k 52,1 (3,6) 48,5

Bedrijfsresultaat 35,1 (0,6) 34,5

Aandeel in resultaat
joint ventures 1,8 0,1 1,9

Resultaat voor belastingen 36,9 (0,5) 36,4

Winstbelastingen c (9,1) (0,4) (9,5)

Nettowinst* 27,8 (0,9) 26,9

Winst per gewoon aandeel (€) 1,45 (0,06) 1,39


Verwaterde winst per
gewoon aandeel (€) 1,43 (0,05) 1,38

* Volledig toe te rekenen aan aandeelhouders van Athlon Holding N.V.

139
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

i) Verantwoording omzet (IAS 16, IAS 18 en IFRS 5)


De aanpassingen hebben hoofdzakelijk betrekking op resultaten uit verkoop van teruggenomen
leaseauto’s en de aflossing van financiële-leasevorderingen (als gevolg van de reclassificatie van
de leaseportefeuille), die in het kader van IFRS uit de omzet en de kostprijs van de omzet worden
geëlimineerd. Daarnaast worden gefactureerde WA-verzekeringspremies niet langer bruto als om-
zet verantwoord, maar wordt slechts de behaalde marge als omzet verwerkt.
IFRS 5 en IAS 16 schrijven voor dat de verkoop van teruggenomen leaseauto’s niet bruto als om-
zet mag worden verwerkt. Het behaalde nettoresultaat wordt in het kader van IFRS onder de post
lease- en verhuurkosten in de winst- en verliesrekening opgenomen. Deze wijziging heeft zowel de
omzet als de kostprijs van de omzet met € 270,4 mln verlaagd.
De reclassificatie van de leaseportefeuille conform de vereisten van IAS 17 heeft geresulteerd in
een daling van zowel de omzet als de kostprijs van de omzet met € 20,9 mln, aangezien aflossin-
gen op de financiële-leasevorderingen niet in de winst- en verliesrekening worden verantwoord (in
tegenstelling tot de afschrijvingsopbrengsten en -kosten van de operationele-leaseauto’s).
Namens derden geïnde bedragen ten aanzien waarvan door de Groep slechts beperkte risico’s
worden gelopen en waarvoor de Groep als tussenpersoon wordt beschouwd, zoals de WA-verze-
kering waarbij in het algemeen de houder van de leaseauto juridisch de risiconemer is en niet de
leasemaatschappij, worden conform IAS 18 niet langer bruto in de omzet verantwoord. Alleen de
behaalde marge wordt als omzet verantwoord. Als gevolg van deze wijziging is zowel de omzet als
de kostprijs van de omzet met € 31,5 mln gedaald.
Per saldo bedragen bovenstaande wijzigingen € 322,8 mln waarmee de omzet afneemt. De kost-
prijs van de omzet neemt mede door toedoen van overige wijzigingen (zie a, b en h) af met
€ 322,0 mln.

j) Allocatie afschrijvingslasten/activering software


Ten gevolge van een nauwkeuriger allocatie van afschrijvingslasten van immateriële en overige
materiële activa zijn de overige kosten onder de kostprijs van de omzet toegenomen met € 3,8 mln.
Een tegengesteld effect doet zich voor bij de verkoop- en algemene beheerkosten.
Ten gevolge van de activering van software (zie b) is de kostprijs van de omzet afgenomen met
€ 0,4 mln.

k) Op aandelen gebaseerde beloningen (IFRS 2)


Met betrekking tot op aandelen gebaseerde beloningen van de Groep wordt vanaf 1 januari 2004
IFRS 2 toegepast, met uitzondering van de vóór 7 november 2002 toegekende op aandelen ge-
baseerde beloningen. Door de Groep zijn in 2004 en 2005 op aandelen gebaseerde beloningen
toegekend.
Onder IFRS worden deze transacties verantwoord tegen de reële waarde. Deze aanpassing heeft
geleid tot een toename van de kostprijs van de omzet over het boekjaar 2004 met € 0,2 mln,
waarbij het eigen vermogen wordt tegengeboekt. Hierdoor heeft de invoering van IFRS 2 per saldo
geen invloed op het eigen vermogen.

Toelichting op belangrijke aanpassingen op het kasstroomoverzicht over 2004


Er is geen sprake van belangrijke verschillen tussen het onder toepassing van IFRS opgestelde kas-
stroomoverzicht en het onder toepassing van NL-GAAP opgestelde kasstroomoverzicht.

140
34 Aansluiting inzake de toepassing van IAS 32 en IAS 39
vanaf 1 januari 2005 (in € mln)

Ref. IFRS Effect van IFRS


31 december toepassing 1 januari
2004 IAS 32/39 2005

Activa
Uitgestelde belastingvorderingen b/c 4,2 1,2 5,4
Overige vorderingen c 52,5 (5,3) 47,2
Geldmiddelen en kasequivalenten d 0,1 19,3 19,4

Passiva
Eigen vermogen - geplaatst aandelenkapitaal
en agioreserve a 208,6 (69,0) 139,6
Eigen vermogen - afdekkingsreserve b - (2,4) (2,4)
Eigen vermogen - overige reserves c (18,8) (0,1) (18,9)
Rentedragende leningen langlopend a/c 1.012,3 63,9 1.076,2
Rentedragende leningen kortlopend d 341,5 19,3 360,8
Overige schulden kortlopend b 80,3 3,5 83,8

a) Preferente aandelen (IAS 32)


Door de vennootschap zijn cumulatieve preferente aandelen (€ 46,2 mln) en converteerbare finan-
cieringspreferente aandelen (€ 22,8 mln) uitgegeven.
Onder NL-GAAP werden deze aandelen als eigen vermogen gepresenteerd, terwijl het desbetref-
fende dividend via de winstverdeling werd verantwoord. Onder IFRS dienen de preferente aandelen
te worden aangemerkt als rentedragende leningen, aangezien er sprake is van een verplichting om
het preferente dividend uit te keren.
De gevolgen van deze wijzigingen zijn:
n het eigen vermogen neemt per 1 januari 2005 af met € 69,0 mln;
n het preferent dividend wordt vanaf 2005 verwerkt als interestkosten.

De bovenstaande wijzigingen zijn niet van invloed op:


n de door financieringsinstellingen vereiste solvabiliteitsratio’s, aangezien is afgesproken dat het
preferente aandelenkapitaal bij de berekening van de solvabiliteit mede in aanmerking wordt
genomen;
n de winst per gewoon aandeel.

b) Derivaten (IAS 39)


Door de Groep worden ter afdekking van renterisico’s renteswapcontracten (IRS) afgesloten, waar-
mee variabele rente op leningen wordt omgezet in vaste rente. Deze IRS worden in principe altijd
tot aan de vervaldatum aangehouden.

141
Toelichting op de geconsolideerde jaarrekening

Onder NL-GAAP werd de reële waarde van de IRS alleen toegelicht en niet verantwoord in de jaar-
rekening. IFRS schrijft evenwel voor dat de marktwaarde van de IRS op de balans dient te worden
verantwoord. Dit heeft geleid tot een stijging van de overige kortlopende schulden met € 3,5 mln
en een daling van het eigen vermogen per 1 januari 2005 met € 2,4 mln.
Mutaties in de reële waarde van IRS mogen bij gebruikmaking van kasstroomafdekking via het
eigen vermogen worden verantwoord op voorwaarde dat de effectiviteit van het afdekken van de
renterisico’s wordt aangetoond. Dit behoeft niet op microniveau te geschieden (afzonderlijke lenin-
gen en IRS), maar kan op macroniveau gebeuren (leningportefeuille, IRS-portefeuille). Dit laatste
wordt door de Groep aangeduid met ‘kasstroomafdekking op macroniveau’. Het verantwoorden
van mutaties in de reële waarde van IRS via het eigen vermogen kan met zich meebrengen dat
met ingang van 1 januari 2005 zich (bescheiden) schommelingen in het eigen vermogen voordoen.
Voor zover de afdekking niet effectief is, wordt dat deel van de mutatie in de reële waarde in het
resultaat verwerkt.

c) Waardering van leningen tegen geamortiseerde kostprijs (IAS 32/39)


De Groep maakt gebruik van financieringen waarvoor upfront fees worden betaald. Het betreft hier
door consortia van banken ter beschikking gestelde kredietfaciliteiten en een securitisatie (2003).
Onder NL-GAAP werden de initiële kosten geactiveerd en lineair over de looptijd afgeschreven. IFRS
schrijft voor dat de syndicaatsleningen tegen geamortiseerde kostprijs worden verantwoord, het-
geen impliceert dat de upfront fees aan de hand van de effectieve rentevoetmethode in de kostprijs
worden verwerkt. Per 1 januari 2005 zijn hierdoor het eigen vermogen met € 0,1 mln en de overige
vorderingen met € 0,2 mln gedaald.

In verband met strikte regelgeving IFRS inzake saldering worden de upfront fees met ingang van
1 januari 2005 niet meer verwerkt onder de overige vorderingen doch gesaldeerd met de rente-
dragende leningen. Het saldo per genoemde datum betreft € 5,1 mln en per 31 december 2005
€ 4,4 mln.

d) Geldmiddelen en kasequivalenten (IAS 32)


In verband met strikte regelgeving IFRS inzake saldering worden bepaalde banktegoeden aan-
gehouden inzake securitisatie niet meer gesaldeerd met de rentedragende leningen (kortlopend)
doch verwerkt onder de geldmiddelen en kasequivalenten. Het saldo per 1 januari 2005 bedroeg
€ 19,3 mln.

142
Athlon Holding N.V. – Enkelvoudige balans (in € mln)

ACTIVA Ref. 31 december 2005 31 december 2004*

Vaste activa
Immateriële vaste activa 1 0,4 19,1
Materiële vaste activa 2 0,1 0,1
Financiële vaste activa 3 248,4 144,6

248,9 163,8
Vlottende activa
Handels- en overige vorderingen 4 1,8 4,6
Liquide middelen 0,0 59,8

1,8 64,4

250,7 228,2

PASSIVA Ref. 31 december 2005 31 december 2004*

Eigen vermogen
Geplaatst aandelenkapitaal 4,3 5,7
Agioreserve 136,8 202,9
Wettelijke reserve deelnemingen 1,6 1,4
Afdekkingsreserve (2,4) -
Overige reserves (7,9) (18,8)
Onverdeeld resultaat 36,4 22,8

5 168,8 214,0

Voorzieningen 6 4,6 6,3


Langlopende verplichtingen 7 69,0 -
Kortlopende verplichtingen 8 8,3 7,9

250,7 228,2

* Aangepast voor vergelijkingsdoeleinden

143
At h l o n H o l d i ng N. V. – E nke l voudig e winst- en verliesrekening (in € m ln)

Ref. 2005 2004*

Aandeel in resultaat van ondernemingen


waarin wordt deelgenomen, na belastingen 10 36,4 26,9

Nettowinst 36,4 26,9

* Aangepast voor vergelijkingsdoeleinden

144
Toe l i cht i ng op de e nkelvoud ig e jaarrekening van Athlon Hold i n g N. V.

Algemeen
De enkelvoudige jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met Titel 9, Boek 2 BW en maakt
deel uit van de jaarrekening 2005 van Athlon Holding N.V. (de ‘vennootschap’).
Ten aanzien van de enkelvoudige winst- en verliesrekening is gebruik gemaakt van de vrijstelling
ingevolge artikel 2:402 BW.

Grondslagen voor de waardering van activa en passiva en de resultaatbepaling

Algemeen
De vennootschap maakt voor de bepaling van de grondslagen voor de waardering van activa en
passiva en resultaatbepaling van haar enkelvoudige jaarrekening gebruik van de optie die wordt
geboden in artikel 2:362 lid 8 BW. Dit houdt in dat de grondslagen voor de waardering van activa
en passiva en resultaatbepaling (hierna ‘waarderingsgrondslagen’) van de enkelvoudige jaarreke-
ning van de vennootschap gelijk zijn aan de grondslagen zoals toegepast voor de geconsolideerde
IFRS-jaarrekening. Deze geconsolideerde IFRS-jaarrekening is opgesteld in overeenstemming met
International Financial Reporting Standards zoals aanvaard binnen de EU (hierna ‘IFRS’). Verwezen
wordt naar pagina 76 tot en met 86 van de geconsolideerde jaarrekening voor een beschrijving van
deze grondslagen.

Financiële vaste activa


Deelnemingen, waarop invloed van betekenis wordt uitgeoefend, alsmede joint ventures worden op
basis van de ‘equity’-methode gewaardeerd.

Aandeel in resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen


Het aandeel in het resultaat van deelnemingen omvat het aandeel van de vennootschap in de resul-
taten van deze deelnemingen. Resultaten op transacties, waarbij overdracht van activa en passiva
tussen de vennootschap en haar deelnemingen en tussen deelnemingen onderling heeft plaatsge-
vonden, zijn niet verwerkt voor zover deze als niet-gerealiseerd kunnen worden beschouwd.
Teneinde de functie van Athlon Holding N.V. binnen de groep te benadrukken zijn de baten en
lasten, voortvloeiend uit de ten dienste van de deelnemingen uitgeoefende activiteiten door Athlon
Holding N.V. beschouwd als aandeel in resultaat van ondernemingen waarin wordt deelgenomen.

Stelselwijziging
Als gevolg van het toepassen van de waarderingsgrondslagen die in de geconsolideerde jaarreke-
ning worden gehanteerd in de enkelvoudige jaarrekening, heeft de vennootschap een stelselwij-
ziging doorgevoerd. Deze stelselwijziging is het gevolg van het hanteren van de optie van artikel
2:362 lid 8 BW. Door gebruik te maken van deze optie kan aansluiting behouden blijven tussen het
geconsolideerde en enkelvoudige eigen vermogen.
De enkelvoudige jaarrekening was voorheen opgesteld volgens de in Titel 9 BW 2 genoemde grond-
slagen voor waardering van activa en passiva en resultaatbepaling. De stelselwijziging van de
waarderingsgrondslagen, die retrospectief wordt verwerkt, heeft invloed gehad op het eigen ver-
mogen en het resultaat. De impact op het eigen vermogen per 1 januari 2004 en 31 december 2004
bedraagt respectievelijk € 8,8 mln en € 9,5 mln (lager eigen vermogen). De impact op het resultaat
over 2004 bedraagt € 0,9 mln (lager resultaat).

145
T oe l i c h t i n g op de e nke l voudi ge jaarrekening van Athlon Hold ing N .V .

Omwille van vergelijkbaarheid zijn de vergelijkende cijfers aangepast op basis van de gewijzigde
waarderingsgrondslagen. Voor nadere informatie hieromtrent wordt verwezen naar paragraaf 33
van de geconsolideerde jaarrekening waarin de overgang naar IFRS nader wordt verklaard.

De vergelijkende cijfers zijn niet aangepast voor zover de stelselwijziging betrekking heeft op IAS
32 Financiële instrumenten: toelichting en presentatie en IAS 39 Financiële instrumenten: verwer-
king en waardering, onder gebruikmaking van de onder IFRS 1 geboden vrijstelling. Door gebruik
te maken van deze optie zijn deze standaarden pas vanaf 1 januari 2005 van toepassing. De im-
pact op het eigen vermogen per 1 januari 2005 bedraagt € 71,5 mln en wordt nader toegelicht in
paragraaf 34 van de geconsolideerde jaarrekening. Voorts is voor de classificatie van financiële
instrumenten ten behoeve van de bepaling van het enkelvoudige eigen vermogen het principe
van economische realiteit gehanteerd omdat dit principe tevens wordt gehanteerd in de geconso-
lideerde IFRS jaarrekening. Voorheen was de classificatie van onderdelen van het eigen vermo-
gen gebaseerd op de juridische vorm van het financiële instrument. De hiermee samenhangende
presentatiewijziging wordt separaat toegelicht in het mutatieoverzicht van het eigen vermogen en
betreft een reclassificatie van het eigen vermogen naar de verplichtingen van € 69 mln.

De aansluitingsoverzichten voor de enkelvoudige balans en resultatenrekening, waarbij de effecten


van de stelselwijziging per jaarrekeningpost zichtbaar zijn gemaakt, zijn opgenomen op de vol-
gende pagina’s.

146
Overzicht effect stelselwijzigingen balans (in € mln)
In onderstaand overzicht wordt het effect van de gewijzigde waarderingsgrondslagen op de enkelvoudige balans
weergegeven.

1 januari 2004 31 december 2004*


Titel 9 BW2 Effect van Titel 9 BW2 Titel 9 BW2 Effect van Titel 9 BW2
met overgang met met overgang met
waarderings- waarderings- waarderings- waarderings- waarderings- waarderings-
grondslag grondslag grondslag grondslag grondslag grondslag
Titel 9 BW2 naar IFRS volgens IFRS Titel 9 BW2 naar IFRS volgens IFRS

Vaste activa
Immateriële vaste activa 0,0 - 0,0 18,0 1,1 19,1
Materiële vaste activa 0,3 - 0,3 0,1 - 0,1
Financiële vaste activa 203,4 (8,1) 195,3 155,1 (10,5) 144,6

203,7 (8,1) 195,6 173,2 (9,4) 163,8

Vlottende activa
Latente belastingvorderingen 1,0 - 1,0 - - -
Handels- en overige vorderingen 15,4 - 15,4 4,6 - 4,6
Liquide middelen 0,5 - 0,5 59,8 - 59,8

16,9 - 16,9 64,4 - 64,4

220,6 (8,1) 212,5 237,6 (9,4) 228,2

Eigen vermogen
Geplaatst kapitaal 5,3 - 5,3 5,7 - 5,7
Agioreserve 178,3 - 178,3 202,9 - 202,9
Wettelijke reserve deelnemingen 14,8 - 14,8 1,4 - 1,4
Overige reserves (52,1) (8,8) (60,9) (10,2) (8,6) (18,8)
Onverdeeld resultaat 36,2 - 36,2 23,7 (0,9) 22,8

182,5 (8,8) 173,7 223,5 (9,5) 214,0

Voorzieningen 19,9 0,7 20,6 6,2 0,1 6,3


Kortlopende verplichtingen 18,2 - 18,2 7,9 - 7,9

220,6 (8,1) 212,5 237,6 (9,4) 228,2

*Exclusief het effect van de toepassing van IAS 32 en IAS 39. De vergelijkende cijfers per 31 december 2004 zijn niet aangepast gebruik makend van de onder

IFRS 1 geboden vrijstelling.

147
T oe l i c h t i n g op de e nke l voudi ge jaarrekening van Athlon Hold ing N .V .

In paragraaf 33 van de geconsolideerde jaarrekening worden de aanpassingen nader toegelicht.

Overzicht effect stelselwijzigingen winst- en verliesrekening (in € mln)


In onderstaand overzicht wordt het effect van de gewijzigde waarderingsgrondslagen op de enkel-
voudige winst- en verliesrekening over het boekjaar 2004 weergegeven

Titel 9 BW2 met Effect van Titel 9 BW2 met


waarderings- overgang waarderings-
grondslag waarderings- grondslag
Titel 9 BW2 grondslag volgens IFRS
naar IFRS

Aandeel in resultaat van


ondernemingen waarin wordt
deelgenomen, na belastingen 27,8 (0,9) 26,9

Nettowinst 27,8 (0,9) 26,9

In paragraaf 33 van de geconsolideerde jaarrekening worden de aanpassingen nader toegelicht.

148
1 Immateriële vaste activa (in € mln)

Goodwill Waarde Overige Totaal


klanten- immateriële
bestand vaste activa

Aanschafprijs 18,5 - 0,7 19,2


Cumulatieve afschrijvingen en
waardeverminderingen (0,8) - (0,4) (1,2)

Boekwaarde 31 december 2004


(Titel 9 BW2 met waarderingsgrondslag
Titel 9 BW2) 17,7 - 0,3 18,0
Effect stelselwijziging exclusief IAS 32
en IAS 39 (12,7) 13,8 - 1,1

Boekwaarde 31 december 2004


en 1 januari 2005 (Titel 9 BW2 met
waarderingsgrondslag volgens IFRS) 5,0 13,8 0,3 19,1

Investeringen/intern ontwikkeld - - 0,2 0,2


Afschrijvingslast boekjaar - - (0,1) (0,1)
Desinvesteringen (5,0) (13,8) - (18,8)

Boekwaarde 31 december 2005 - - 0,4 0,4

Aanschafprijs - - 0,9 0,9


Cumulatieve afschrijvingen en
waardeverminderingen - - (0,5) (0,5)

Boekwaarde 31 december 2005 - - 0,4 0,4

De desinvesteringen hebben betrekking op de verkoop van Unilease binnen groepsverband.

149
T oe l i c h t i n g op de e nke l voudi ge jaarrekening van Athlon Hold ing N .V .

2 Materiële vaste activa (in € mln)

Gebouwen Overige Totaal


en terreinen materiële
vaste activa

Aanschafprijs 0,3 0,5 0,8


Cumulatieve afschrijvingen en
waardeverminderingen (0,3) (0,4) (0,7)

Boekwaarde 31 december 2004


en 1 januari 2005 (Titel 9 BW2 met
waarderingsgrondslag Titel 9 BW2
en volgens IFRS) 0,0 0,1 0,1
Investeringen 0,0 0,1 0,1
Afschrijvingslast boekjaar (0,0) (0,1) (0,1)

Boekwaarde 31 december 2005 0,0 0,1 0,1

Aanschafprijs 0,3 0,6 0,9


Cumulatieve afschrijvingen en
waardeverminderingen (0,3) (0,5) (0,8)

Boekwaarde 31 december 2005 0,0 0,1 0,1

3 Financiële vaste activa (in € mln)

2005 2004

Deelnemingen in groepsmaatschappijen 59,3 45,3


Vorderingen op groepsmaatschappijen 189,0 98,9
Overige vorderingen 0,1 0,4

248,4 144,6

150
Deelnemingen Vorderingen op Overige Totaal
in groepsmaat- groepsmaat- financiële
schappijen schappijen vaste activa

Stand 31 december 2004


(Titel 9 BW2 met waarderings-
grondslag Titel 9 BW2) 55,8 98,9 0,4 155,1
Effect stelselwijziging
(exclusief IAS 32 en IAS 39) (10,5) - - (10,5)

Stand 31 december 2004


(Titel 9 BW2 met waarderings-
grondslag volgens IFRS) 45,3 98,9 0,4 144,6
Effect toepassing IAS 32 en IAS 39 (2,5) - - (2,5)

Stand 1 januari 2005 42,8 98,9 0,4 142,1


Verstrekte leningen - 90,1 - 90,1
Afgeloste leningen - - (0,3) (0,3)
Desinvesteringen (binnen Groep) (27,8) - - (27,8)
Resultaat deelnemingen 44,3 - - 44,3

Stand 31 december 2005 59,3 189,0 0,1 248,4

De namen en zetels van de belangrijkste ondernemingen waarin Athlon Holding N.V. rechtstreeks
of middellijk deelneemt, zijn vermeld op pagina 160. Voor zover niet anders vermeld, bedraagt
het belang 100%. Niet opgenomen zijn de namen van vennootschappen waarvan de omvang van
geringe betekenis is. Een volledig overzicht van deze deelnemingen ligt ter inzage bij het Handels-
register.

4 Handels- en overige vorderingen (in € mln)

2005 2004

Vorderingen op groepsmaatschappijen 1,4 2,2


Te vorderen vennootschapsbelasting - 1,1
Overige vorderingen 0,4 1,3

1,8 4,6

Onder de handels- en overige vorderingen zijn geen vorderingen op (gewezen) bestuurders en


commissarissen opgenomen.

151
T oe l i c h t i n g op de e nke l voudi ge jaarrekening van Athlon Hold ing N .V .

5 Eigen vermogen (in € mln)

Geplaatst Agio-
aandelenkapitaal reserve

Stand 1 januari 2004 5,3 178,3


Effect stelselwijziging (overgang IFRS) - -
Winstbestemming 2003 - -
Nettowinst 2004 - -
In- en verkoop van eigen aandelen - -
Emissie gewone aandelen 0,4 24,6
Beloning in aandelen - -
Uitgeoefende opties 0,0 -
Reservering preferent dividend - -
Overige mutaties - -

Stand 31 december 2004 5,7 202,9

Effect toepassing IAS 32 en IAS 39 (1,4) (67,6)

Stand 1 januari 2005 4,3 135,3


Winstbestemming 2004 - -
Nettowinst 2005 - -
Beloning in aandelen - -
Uitgeoefende opties 0,0 1,5
Overige mutaties - -

Stand 31 december 2005 4,3 136,8

152
Wettelijke reserve Afdekkings- Overige Onverdeeld Totaal
deelnemingen reserve reserves resultaat

14,8 - (52,1) 36,2 182,5


- - (8,8) - (8,8)
- - 27,3 (36,2) (8,9)
- - - 26,9 26,9
- - 1,3 - 1,3
- - - - 25,0
- - 0,2 - 0,2
- - 0,0 - 0,0
- - - (4,1) (4,1)
(13,4) - 13,3 - (0,1)

1,4 - (18,8) 22,8 214,0

- (2,4) (0,1) - (71,5)

1,4 (2,4) (18,9) 22,8 142,5


- - 10,5 (22,8) (12,3)
- - - 36,4 36,4
- - 0,6 - 0,6
- - - - 1,5
0,2 0,0 (0,1) - 0,1

1,6 (2,4) (7,9) 36,4 168,8

153
T oe l i c h t i n g op de e nke l voudi ge jaarrekening van Athlon Hold ing N .V .

Geplaatst aandelenkapitaal en gewone aandelen


Paragraaf 19 en 20 van de geconsolideerde jaarrekening bevatten nadere informatie inzake het
eigen vermogen en de winst per gewoon aandeel. Nadere informatie inzake het aandelenkoopplan
en de optieregelingen is opgenomen in paragraaf 23 van de geconsolideerde jaarrekening.

Agioreserve
De agioreserve omvat de opbrengsten uit de uitgifte van aandelen voorzover deze hoger zijn dan
het nominale bedrag van de aandelen (opbrengsten boven pari). De gehele agioreserve kan als
vrij agio in de zin van de Wet op de inkomstenbelasting 1964 worden aangemerkt.

Wettelijke reserve deelnemingen


De wettelijke reserve deelnemingen heeft betrekking op reserves die volgens lokale wettelijke
bepalingen moeten worden aangehouden.

6 Voorzieningen (in € mln)

Uitgestelde Pensioenen Totaal


belasting-
verplichtingen

Stand 31 december 2004


(Titel 9 BW2 met waarderings-
grondslag Titel 9 BW2) 5,9 0,3 6,2
Effect stelselwijziging exclusief
IAS 32 en IAS 39 - 0,1 0,1

Stand 31 december 2004


en 1 januari 2005 (Titel 9 BW2 met
waarderingsgrondslag volgens IFRS) 5,9 0,4 6,3
Toevoegingen 3,5 - 3,5
Onttrekkingen (4,8) (0,1) (4,9)
Vrijval (0,2) (0,1) (0,3)

Stand 31 december 2005 4,4 0,2 4,6

154
7 Langlopende verplichtingen (in € mln)

2005 2004

Cumulatief preferente aandelen 46,2 -


Converteerbare financieringspreferente aandelen 22,8 -

69,0 -

In paragraaf 21 van de geconsolideerde jaarrekening worden de cumulatief preferente aandelen en


de converteerbare financieringspreferente aandelen nader toegelicht.

8 Kortlopende verplichtingen (in € mln)

2005 2004

Vergoeding preferente aandelen 4,1 4,1


Te betalen vennootschapsbelasting 1,5 -
Overige schulden 2,7 3,8

8,3 7,9

Onder de kortlopende verplichtingen zijn geen schulden aan groepsmaatschappijen opgenomen.

9 Risicobeheer en toelichting financiële instrumenten

In paragraaf 25 van de geconsolideerde jaarrekening wordt een gedetailleerde toelichting gegeven


op het risicobeheer en de door de Groep gebruikte financiële instrumenten.
De vennootschap maakt geen gebruik van afgeleide financiële instrumenten. Deze instrumenten
worden afgesloten door groepsmaatschappijen.
De reële waarde van de in de balans verantwoorde financiële instrumenten benadert de boek-
waarde ervan.

10 Toelichting op de enkelvoudige winst- en verliesrekening

De financiële gegevens van de vennootschap zijn in de geconsolideerde jaarrekening verwerkt.


Derhalve vermeldt de enkelvoudige winst- en verliesrekening slechts het aandeel in het resultaat
van ondernemingen waarin wordt deelgenomen, na belastingen.

155
T oe l i c h t i n g op de e nke l voudi ge jaarrekening van Athlon Hold ing N .V .

11 Niet in de balans opgenomen verplichtingen

Voor nagenoeg alle Nederlandse groepsmaatschappijen heeft de vennootschap aansprakelijkheids-


verklaringen afgegeven ingevolge artikel 403.1f Titel 9, Boek 2 BW. Het totaal aan schulden van
deze vennootschappen bedraagt € 1.512 mln (2004: € 1.326 mln).
Overeenkomstige aansprakelijkheidsstellingen gelden voor Athlon Car Lease Germany GmbH & Co
KG en Athlon France SNC.
De vennootschap heeft zich garant gesteld voor schulden van buitenlandse groepsmaatschappijen
aan kredietinstellingen ten bedrage van € 47 mln (2004: € 64 mln).
De vennootschap vormt samen met haar Nederlandse dochterondernemingen een fiscale eenheid
voor de heffing van vennootschapsbelasting en omzetbelasting. Elke vennootschap is volgens de
standaardvoorwaarden aansprakelijk voor te betalen belasting van alle bij de fiscale eenheid be-
trokken vennootschappen.

12 Bezoldiging van bestuurders en commissarissen

Inzake de bezoldiging van bestuurders wordt verwezen naar paragraaf 23 van de geconsolideerde
jaarrekening.
Voor commissarissen is een bedrag van € 135.448 (2004: € 135.448) aan bezoldigingen ten laste
van de onderneming gekomen.
De bezoldiging per commissaris bedraagt € 31.362 (2004: € 31.362). De voorzitter van de commis-
sarissen ontvangt een hogere bezoldiging, namelijk € 41.362 (2004: € 41.362).

Hoofddorp, 1 maart 2006

De Raad van Commissarissen

drs. C.J. Brakel


dr. W.M. van den Goorbergh
O. Heijn
drs. J.H. van Heijningen Nanninga

De Raad van Bestuur

drs. H. Bierstee
M.J.M.R. Claus
ir. N.M.P. van den Eijnden
J. Slootweg RA

156
Overige gegevens

Accountantsverklaring

Opdracht
Wij hebben de in dit verslag op pagina 70 tot en met pagina 156 opgenomen jaarrekening 2005 van
Athlon Holding N.V. te Hoofddorp gecontroleerd. De jaarrekening bestaat uit de geconsolideerde
en de enkelvoudige jaarrekening. De jaarrekening is opgesteld onder verantwoordelijkheid van de
leiding van de huishouding. Het is onze verantwoordelijkheid een accountantsverklaring inzake de
jaarrekening te verstrekken.

Werkzaamheden
Onze controle is verricht overeenkomstig in Nederland algemeen aanvaarde richtlijnen met be-
trekking tot controleopdrachten. Volgens deze richtlijnen dient onze controle zodanig te worden
gepland en uitgevoerd, dat een redelijke mate van zekerheid wordt verkregen dat de jaarrekening
geen onjuistheden van materieel belang bevat. Een controle omvat onder meer een onderzoek
door middel van deelwaarnemingen van informatie ter onderbouwing van de bedragen en de toe-
lichtingen in de jaarrekening. Tevens omvat een controle een beoordeling van de grondslagen voor
financiële verslaggeving die bij het opmaken van de jaarrekening zijn toegepast en van belangrijke
schattingen die de leiding van de huishouding daarbij heeft gemaakt, alsmede een evaluatie van
het algehele beeld van de jaarrekening. Wij zijn van mening dat onze controle een deugdelijke
grondslag vormt voor ons oordeel.

Oordeel met betrekking tot de geconsolideerde jaarrekening


Wij zijn van oordeel dat de geconsolideerde jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte
en de samenstelling van het vermogen op 31 december 2005 en van het resultaat en de kasstromen
over 2005 in overeenstemming met International Financial Reporting Standards zoals aanvaard
binnen de Europese Unie en voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de jaarrekening zoals
opgenomen in Titel 9 Boek 2 BW voorzover van toepassing.
Tevens zijn wij nagegaan dat het jaarverslag voor zover wij dat kunnen beoordelen verenigbaar is
met de geconsolideerde jaarrekening.

Oordeel met betrekking tot de enkelvoudige jaarrekening


Wij zijn van oordeel dat de enkelvoudige jaarrekening een getrouw beeld geeft van de grootte en
de samenstelling van het vermogen op 31 december 2005 en van het resultaat over 2005 in over-
eenstemming met in Nederland algemeen aanvaarde grondslagen voor financiële verslaggeving en
voldoet aan de wettelijke bepalingen inzake de enkelvoudige jaarrekening zoals opgenomen in Titel
9 Boek 2 BW.
Tevens zijn wij nagegaan dat het jaarverslag voorzover wij dat kunnen beoordelen verenigbaar is
met de enkelvoudige jaarrekening.

Amstelveen, 1 maart 2006

H. Arendse RA
KPMG Accountants N.V.

157
Overige gegevens

Statutaire bepalingen en voorstel inzake resultaatbestemming


Ingevolge artikel 32 van de statuten van de vennootschap staat de winst ter beschikking van de
Algemene Vergadering van Aandeelhouders, die deze geheel of gedeeltelijk kan bestemmen tot
vorming van – of storting in – een of meer algemene of bijzondere reservefondsen.
De vennootschap kan aan de aandeelhouders en andere gerechtigden tot de voor uitkering vatbare
winst slechts uitkeringen doen voor zover het eigen vermogen groter is dan het gestorte en opge-
vraagde deel van het kapitaal vermeerderd met de reserves die krachtens de wet moeten worden
aangehouden.

De Algemene Vergadering van Aandeelhouders wordt voorgesteld de nettowinst over 2005 als volgt
te bestemmen:

2005

Dividend op gewone aandelen 16,5


Toevoeging aan overige reserves 19,9

Nettowinst 36,4

De nettowinst over 2005 is opgenomen in het eigen vermogen onder de post onverdeeld
resultaat.

Gebeurtenissen na balansdatum
Op 6 maart 2006 heeft de vennootschap 1,3 mln converteerbare financieringspreferente aandelen
omgezet in gewone aandelen in de verhouding 1 op 1. Voor deze gewone aandelen is notering aan
Euronext Amsterdam aangevraagd. De winst per gewoon aandeel daalt door deze toename van het
aantal geplaatste gewone aandelen met € 0,07 op jaarbasis.
Het dividend over het boekjaar 2006 zal voor de omgezette aandelen pro rata bestaan uit preferent
en gewoon dividend.
Conversie door Athlon was mogelijk aangezien de beurskoers van de gewone aandelen gedurende
een periode van twintig dagen onafgebroken meer dan € 22,75 noteerde.

Voor de overige gebeurtenissen na balansdatum wordt verwezen naar paragraaf 31 van de


geconsolideerde jaarrekening.

158
Verslag van de Stichting Continuiteit

De Stichting Continuïteit Athlon Holding N.V. heeft als doel het bevorderen en verzekeren van de
continuïteit en zelfstandigheid van Athlon Holding N.V. en de met deze vennootschap verbonden
onderneming, alsmede het behartigen van de belangen van die onderneming en allen die daarbij
betrokken zijn.
De Stichting tracht dit doel te bereiken door het voor eigen rekening verwerven en/of houden
van preferente aandelen in het kapitaal van de vennootschap en het uitoefenen van de daaraan
verbonden stemrechten.
Teneinde uitgifte door Athlon Holding N.V. aan de Stichting van de hier bedoelde aandelen terstond
mogelijk te maken is een overeenkomst inzake plaatsing van preferente aandelen (optieovereen-
komst) gesloten.
Het aantal door de Stichting te verwerven preferente aandelen kan maximaal 99,9% van het
geplaatste kapitaal bedragen. Daarop dient alsdan ten minste 25% van het nominale bedrag te
worden gestort.
Tot dusver zijn geen preferente aandelen bij de Stichting geplaatst. De Stichting heeft geduren-
de de verslagperiode geen werkzaamheden verricht anders dan waartoe zij krachtens statuten
gehouden is.

In het verslagjaar trad de heer drs. R. Pieterse op grond van het rotatieschema af. Hij is her-
benoemd voor een periode van vier jaar.
Op 3 oktober jl. bereikte ons het bericht dat onze oud-voorzitter, de heer prof. dr. J.R. Glasz is
overleden. Wij blijven ons hem herinneren als een zeer deskundig bestuurslid en een aimabel
mens.

Naar het gezamenlijk oordeel van de vennootschap en de Stichting is de Stichting onafhankelijk


van de vennootschap, een en ander in de zin van bijlage X bij het Beursreglement van Euronext
N.V. te Amsterdam.

Hoofddorp, 1 maart 2006

Het Bestuur
prof. mr. M.W. den Boogert, voorzitter
O. Heijn
drs. R.B. Lenterman
ir. J.C. de Mos
drs. R. Pieterse

159
Onderneming en management
per 1 maart 2006
Athlon Holding
Raad van Bestuur
drs. H. Bierstee (voorzitter)
M.J.M.R. Claus
ir. N.M.P. van den Eijnden
J. Slootweg RA

Nederland Luxemburg
Athlon Car Lease Nederland, Almere* Athlon Car Lease Luxembourg,
H.J. Blink, algemeen directeur Luxemburg*
drs. R. Sikkel J. Kerschen, algemeen directeur
J.R. Rutgers
A.W. van der Lugt Frankrijk
T.J.M. Mekel Athlon Car Lease France, Parijs*
Wagenplan (50%), Almere J.Ph. Ravanel, algemeen directeur
CARe Schadeservice, Vianen mevr. F. Goudmand
drs. J. van Klinken, algemeen directeur M. Longret
A.L. van Dalen D. Velay
P.W.G. van Hugten F. Vantal
PartsPlan (50%), Apeldoorn Multifleet (51%), Parijs
F. Vantal
België
Athlon Car Lease Belgium, Brussel* Duitsland
P. Dewit, algemeen directeur Athlon Car Lease Germany,
mevr. A.M. Jorissen Meerbusch*
mevr. C. Haeck H. Rost, algemeen directeur
A. Vercammen D. Hüls
Fleet Solutions, Brussel R. Meyer
J. Serrien L. Vanderheijden
CARe Carrosserie, Brussel
M.J.M.R. Claus Spanje
Athlon Car Lease Spain, Barcelona
drs. P. Harms, algemeen directeur
J. Rigat Cerols
* Partner in Fleet Synergy International

Corporate staf
Projects en Procurement Secretariaat van de vennootschap/
H. Pietersz, directeur Juridische zaken
Bedrijfsbureau mr. J.E. Demper
P. Mikmak Personeel en Organisatie
Informatisering L.J. Hartog
D.A. van Zantvliet Treasury
Financial Reporting drs. M.E. van Suylichem
W.J. Krijkamp AA Secretariaat Raad van Bestuur
Business Control mevr. S.P. Christiaan
160 drs. M.F. Boekestijn
Begrippenlijst

Autonome ontwikkeling
De ontwikkeling van bijvoorbeeld omzet of andersoortige resultaten zoals deze in (enige periode
van) het verslagjaar is geweest bij bedrijven die ook in de vergelijkbare periode van het vooraf-
gaande verslagjaar deel uitmaakten van de groep (‘oud op oud’).

Achtergestelde lening
Geldlening, waarbij het recht van de geldgever op terugbetaling in geval van liquidatie pas
gehonoreerd wordt nadat eerst alle andere schuldeisers zijn voldaan.

Bancair Akkoord Basel II


Overeenkomst tussen de nationale centrale banken die zorgdraagt voor een gezond en betrouw-
baar financieel-economisch systeem, onder andere door het stellen van minimale kapitaalvereisten
aan financiële instellingen.

Captive verhuur
Autoverhuur door leasemaatschappijen aan klanten van die leasemaatschappijen. Het gaat hierbij
vooral om de inzet van voorloopauto’s of vervangend vervoer.

Cascorisico
Risico op niet-verhaalbare schade aan de leaseauto door verlies, diefstal en aanrijdingen.

Clusterorganisatie
Organisatievorm waarbij de schadevestigingen in een regio bestuurlijk en administratief zijn sa-
mengevoegd.

Commercial paper
Verhandelbaar rentedragend papier (vermogenstitels) met een looptijd die niet langer is dan twee
jaar, uitgegeven door een niet-bancaire instelling.

Converteerbare financieringspreferente aandelen


Aandelen waaraan enig voorrecht boven gewone aandelen is verbonden met betrekking tot de
winstverdeling en die onder bepaalde omstandigheden en voorwaarden omgewisseld mogen
worden in gewone aandelen.

COSO-model
Het in 1992 door het ‘Committee of Sponsoring Organizations of the Treadway Commission’
ontwikkelde raamwerk voor interne risicobeheersing.

Credit rating
Waardering van een bedrijf door een ratinginstituut (bijvoorbeeld Standard & Poor’s) waarbij wordt
beoordeeld in hoeverre een bedrijf aan zijn betalingsverplichtingen kan voldoen (kredietwaardig-
heid).

161
Begrippenlijst

Cumulatief preferente aandelen


Aandelen waaraan enig voorrecht boven gewone aandelen is verbonden met betrekking tot de
winstverdeling over het laatste boekjaar én over vorige boekjaren, indien geen of minder dividend
is uitgekeerd in laatstbedoelde jaren.

Enterprise Risk Management-systeem (ERM)


Het door Athlon op basis van het COSO-model ontwikkelde interne beheersings- en controle-
systeem.

Financiële leasing
Leasevorm waarbij het economische risico (waardevermindering) door de klant wordt gedragen.
Deze is economisch eigenaar van het object. Veelal gaat het juridisch eigendom – na betaling van
de slottermijn – over van de leasemaatschappij naar de klant.

Fleetowners
Bedrijven of instellingen met een zakelijk gebruikt wagenpark in eigendom.

Gestuurde schadestroom
Schadeaanbod dat door verzekeringsmaatschappijen, leasemaatschappijen en wagenparkeigenaren
rechtstreeks wordt ondergebracht bij geselecteerde schadeherstellers.

Goodwill
Het positieve verschil tussen de betaalde prijs en de reële waarde van de bij een overname-
transactie betrokken identificeerbare activa en passiva.

GRI-indicatoren
Internationale richtlijnen voor duurzaamheidsverslaglegging, gepubliceerd door het Global Repor-
ting Initiative.

Interest Rate Swaps (renteswaps)


Financiële instrumenten (derivaten) waarmee kortlopende renteverplichtingen die voortvloeien uit
leningen met een variabele rente, geruild worden met een bancaire tegenpartij tegen langlopende
renteverplichtingen en vice versa. Hiermee worden renterisico’s afgedekt.

Investment grade
Een door ratinginstituten verleend zodanig hoog kredietwaardigheidsniveau, dat de kans op het
niet kunnen voldoen aan rente- en aflossingsverplichtingen en, in het uiterste geval, op faillisse-
ment relatief beperkt is.

Macro cash flow hedging


Een systeem waarbij de afstemming van de renteherzieningsdatum van opgenomen leningen
en rente-instrumenten die gebruikt worden om de rentetypische looptijd van de opgenomen
leningen te wijzigen, niet op individuele basis plaatsvindt. De rentewijzigingsdata voor opgenomen
leningen en rente-instrumenten liggen binnen een periode van 30 dagen.

162
Begrippenlijst

Netto-omzet
De omzet na aftrek van de omzet tussen kernactiviteiten (segmenten).

Offbalancecontracten
Wagenparkbeheercontracten waarbij de auto niet door het leasebedrijf is gefinancierd en deze
derhalve niet op zijn balans is geactiveerd.

Operationele leasing
Leasevorm waarbij het economisch risico (waardevermindering) door de leasemaatschappij wordt
gedragen. Deze is zowel economisch als juridisch eigenaar van het object.

Outsourcing
Het uitbesteden van veelal niet-kernactiviteiten door een onderneming om gelden vrij te maken
voor investeringen in kernactiviteiten.

Restwaarde
Getaxeerde waarde van het object na afloop van de gebruiksperiode.

ROB-contracten
Contracten waarbij de leasemaatschappij zorg draagt voor reparatie, onderhoud en banden.

Securitisatie
Het door een onderneming onderbrengen van kapitaalgoederen in een separate juridische
entiteit, als zekerheid voor externe financiers van die kapitaalgoederen.

Syndicaatslening
Geldlening aan een onderneming verstrekt door een groep banken (syndicaat), waarvoor één
overeenkomst wordt gesloten.

Universeel schadeherstelbedrijf
Een schadeherstelbedrijf dat in staat is om alle voorkomende schadeherstelwerkzaamheden uit te
voeren aan alle merken en typen auto’s.

Voorloopauto
Huurauto, die voor een berijder van een nieuwe leaseauto wordt ingezet tijdens de levertijd van de
bestelde leaseauto en/of de proeftijd van de berijder.

Wagenparkbeheer
Verzameling van alle activiteiten die een leasemaatschappij verricht met als doel het operationele
en financieel/administratieve beheer van een wagenpark van een klant uit handen te nemen.

163
Fotografie
Cover Sylvensteinbrücke, Beieren, Duitsland
Pagina 2,58 Erasmusbrug, Rotterdam, Nederland
Pagina 8 Pont Rouge, Lyon, Frankrijk
Pagina 10 Pont de Wandre, Luik, België
Pagina 14,46 Viaduc de Millau, Millau, Frankrijk
Pagina 18 Köhlbrandbrücke, Hamburg, Duitsland
Pagina 22,40 IJburg, Amsterdam, Nederland
Pagina 26 Pont de Normandie, Calvados-Le Havre, Frankrijk
Pagina 30 Pont Guillemiens, Luik, België
Pagina 32 Puente Alameda, Valencia, Spanje
Pagina 34 Pont Saint Bénézet, Avignon, Frankrijk
Pagina 36 Pont Victor Bodson, Luxemburg, Luxemburg
Pagina 42 Hohenzollernbrücke, Keulen, Duitsland
Pagina 52 Puente Zubizuri, Bilbao, Spanje
Pagina 66 Rheinkniebrücke, Düsseldorf, Duitsland

Realisatie
Publicis Consultants|Van Sluis

164
J a a r v e r s l a g 2 0 0 5

Hoofdpunten uit het verslag

n Omzetstijging van 13% (€ 88 mln) tot € 785 mln

n Forse stijging operationele nettowinst (+22%)

n Nettowinst € 36,4 mln (+35%)

n Belangrijke last (€ 10,5 mln) impairments

leaseportefeuille

A t h l o n
n Succesvolle integratie Unilease

n Herfinanciering leaseportefeuille Unilease (€ 257 mln)

n Operationele nettowinst per gewoon aandeel € 2,25

(2004: € 1,91)

H o l d i n g
n Dividendstijging 34% van € 0,71 naar € 0,95

N . V .
B U I L D I N G B R I D G E S

J a a r v e r s l a g
C O N N E C T I N G M A R K E T S Athlon Holding N.V.

Wieger Bruinlaan 98

Postbus 196

2130 AD Hoofddorp

telefoon +31 (0)23 567 57 00

fax +31 (0)23 561 47 48

athloninfo@athlonholding.nl
2 0 0 5

www.athlonholding.nl