Está en la página 1de 5

ARTEVELDEHOGESCHOOL Campus Brusselsepoortstraat, Brusselsepoortstraat 93 – 9000 Gent

Educatieve bachelor lager onderwijs

Naam student: Sven Reynaert Leergroep OLO B1


Naam mentor: Gwen Dhondt Klas 3A Aantal lln.: 19
School: Campus Glorieux

…DAG 2019 Handtekening mentor + datum:


/11/25/

Van 11u tot 12u


Leergebied(onderdeel): Nederlands (spelling)
Lesonderwerp: Banaanwoorden

Leerplandoelen: Taalverwerving Leerplan: ZILL



TOsn4 : Bij het schrijven aandacht besteden aan zins- en tekststructuur, lay-out en beeldende
elementen, leesbaarheid, spelling en interpunctie

MEva1 Technische en instrumentele computervaardigheden ontwikkelen


- 2.5-12j Onder begeleiding experimenteren met de bediening van mediamiddelen ui…
- 5-8j ICT-basisvaardigheden ontwikkelen voor het bedienen van mediamiddelen …
- 6-12j Het toetsenbord exploreren
- 8-12j Inhoud en/of bestanden delen
- 8-12j Navigeren in een applicatie

Leerinhoud:
 Banaanwoorden zijn vreemde woorden, waarbij er geen medeklinker verdubbeling na een korte
klank word gebruikt.
 …

Lesdoelen:
1. De kinderen kunnen gewone woorden van banaanwoorden onderscheiden. (TOsn4)
2. De kinderen kunnen correct banaanwoorden schrijven.( TOsn4)

Beginsituatie specifiek voor deze les:


Situering in het leerproces: aanbrengen inoefenen
Voorkennis van de klasgroep:
De leerlingen kunnen woorden correct spellen, maar zijn wel gewend van de medeklinker na een
korte klank te verdubbelen. Dit mag niet bij banaanwoorden, en dit moeten ze dus nog leren. Ze
weten nog niet wat banaanwoorden zijn. Ze kunnen wel voldoende Nederlands om woorden te
herkennen, ook als dat vreemde woorden zijn.
Leerling specifieke gegevens + acties:
 Reda -> verliest makkelijk concentratie -> extra aanmoedigen om te werken
 Issa -> slordig geschrift -> moedig hem aan om zo veel mogelijk zijn best te doen en nauwkeurig
te schrjven

1
ARTEVELDEHOGESCHOOL Campus Brusselsepoortstraat, Brusselsepoortstraat 93 – 9000 Gent
Educatieve bachelor lager onderwijs

Bronnen: volgens de APA-normen


 Tijdvoortaal, Herlinde roose/Annelore Tanghe, uitgeverij Van In
 …

Bijlagen: bordschema, ingevulde werkbladen, teksten …


 Poster met daarop getekende banaanwoorden
 Nog niet- ingevulde werkblaadjes (tijd voor taal, accent -spelling)

Materiaal / locatiewijziging:
 Smartboard
 Poster
 Post-its

Lesopbouw

1. Verkennende opdracht: banaanwoorden in groepjes op een poster vinden


Oriënteren verwerven verwerken afronden
De kinderen kunnen gewone woorden van banaanwoorden onderscheiden. (TOsn4)

Afspraken
1.) Je praat met je groepje en overlegt
2.) Je roept niet
3.) Jullie stoppen en worden stil op het einde van de opdracht.

Organisatie

De leerlingen zitten per vier. Ze letten op het smartboard die vooraan in de klas staat. Bijlagen
worden uitgedeeld na de uitleg.

Instructie

Hallo jongens en meisjes. Vandaag ga ik een klein stukje les geven. Zo dadelijk ga ik jullie allemaal
per groepje een poster geven. Op de posters zien jullie verschillende dingen en mensen getekend.
Jullie mogen zo dadelijk wat jullie zien op deze kaartjes schrijven. Dit zijn post-itjes, dus je kan deze
gewoon onder de tekening kleven. Overleg met de andere jongens en meisjes in de groep over wat je
ziet. Probeer zo veel mogelijk woordjes te vinden. Het is een wedstrijd, dus probeer er zo veel
mogelijk te vinden. (deelt uit) En start!
(lln. Doen de opdracht.)
Oké. De tijd is om.

Ik kom zo dadelijk de posters en post-its ophalen. Jullie mogen tegelijk jullie taalboek halen en naar
pagina 19 gaan. Dat doen we NU.

2
ARTEVELDEHOGESCHOOL Campus Brusselsepoortstraat, Brusselsepoortstraat 93 – 9000 Gent
Educatieve bachelor lager onderwijs

Jullie zien waarschijnlijk op pagina 19 de poster staan, met daarboven alle woordjes die jullie konden
vinden. We gaan de woordjes overlopen. Telkens als we een woord overlopen hebben mogen jullie
die ook onderaan overschrijven.

ICT integratie:

Via cueprompter op het smartbord scrollen de banaanwoorden die de leerlingen moesten zoeken
zeer traag naar beneden. Er worden telkens nieuwe banaanworden op getoond. Als de
leerlingen een banaanwoord hadden gevonde voordat het op bord kwam krijgen ze een
punt. Het groepje met de meeste punten op het einde wint.

Afspraken:
1. Iedereen werkt apart.
2. Kijk niet af bij je buur.
3. Steek je vinger in de lucht als je een vraag hebt

ICT integratie:

Er staan extra oefeningen rond banaanwoorden op de klaswebsite. Diegene die op voorhand klaar
zijn mogen achteraan in de klas op de computer deze extra oefeningen maken als
tempodifferentiatie.

3. Bespreking: De oefeningen worden klassikaal overlopen en verbeterd.


oriënteren verwerven verwerken afronden

De kinderen kunnen correct banaanwoorden schrijven.( TOsn4)


Organisatie:
 De leerlingen zitten op hun plaats

We gaan nu de oefeningen overlopen. (overlopen de oefeningen door de kinderen om de beurt te


laten antwoorden.)
Richtvragen:
 Hoe spel je dat woord?
 Welk woord zou daar nog kunnen passen?
 Is er iemand die dat niet begrijpt?

ICT:
De verbetering gebeurt via pickerwheel: de namen van de leerlingen worden op de tool gezet. De
leerling waarop het wiel land is aan bod om de oefening luidop te beantwoorden, waarna deze
verbetert word.

4. Klassikale bespreking: beschrijven banaanwoorden

3
ARTEVELDEHOGESCHOOL Campus Brusselsepoortstraat, Brusselsepoortstraat 93 – 9000 Gent
Educatieve bachelor lager onderwijs

oriënteren verwerven verwerken afronden


De kinderen kunnen gewone woorden van banaanwoorden onderscheiden. (TOsn4)
De kinderen kunnen correct banaanwoorden schrijven.( TOsn4)

Wie kan mij nu eens vertellen wat banaanwoorden zijn? (antwoord) Inderdaad, banaanwoorden zijn
vreemde woorden. Daardoor mogen we na een korte klank, geen dubbele medeklinker
schrijven.
Richtvragen:
 Wat zijn banaanwoorden?
 Wat is een voorbeeld van een banaanwoord?

ICT integratie:

Op de klaswebsite staat er een quiz gemaakt in genially rond banaanwoorden. De leerlingen worden
getest of ze goed hebben opgelet.

Bijlagen:

Evaluatie: Ik vind dat de les redelijk goed verlopen is. Ik betrok de kinderen en zorgde ervoor dat ze de theorie goed
begrepen. Ik vind wel dat ik de kinderen meer zelf de opdracht had moeten laten maken. Af en toe vroeg ik of iedereen mee
was, en liet de kinderen zo meevolgen. Ik zorgde wel soms niet voor de nodige rust, bijvoorbeeld tijdens hun opdracht in
groepjes.

4
ARTEVELDEHOGESCHOOL Campus Brusselsepoortstraat, Brusselsepoortstraat 93 – 9000 Gent
Educatieve bachelor lager onderwijs