Está en la página 1de 4

LesSchemaFormulier

Student: Bo Klokgieters
Kempelklas: V1B
Stageschool + plaats: De Vlinder te Geldrop
Groep: 1/2
Mentor: Dieuwertje Baijens
Vak/onderwerp: Taalles over klanken/ enge zin
Datum: -

Bij welke bekwaamheidseisen ben ik me het meest aan het ontwikkelen (zie stageplan)?
x Vakinhoudelijk bekwaam Pedagogisch bekwaam
x Vakdidactisch bekwaam Brede professionele basis
Aandacht- en actiepunten die voor mij centraal staan bij deze activiteit (verdere uitwerking stageplan)
Niveadifferentiatie aanbrengen in mijn lessen.

Wat weet ik van de beginsituatie van de kinderen (niveau en belevingswereld) voordat de activiteit
start?
De leerlingen leren één voor één de letters, maar hier zijn ze al bijna mee klaar. Ik heb een paar
leerlingen in de klas waarvan Nederlands de tweede taal is. In deze groep zitten zowel leerlingen van
groep 1 als van groep 2.

Wat is het lesdoel voor de kinderen?


Verschillende klankgroepen/klanken herkennen in woorden en deze onderscheiden.

Wat moet ik klaarleggen/ voorbereiden voordat de activiteit start?


 De tafels en stoelen moeten aan de kant gezet worden.
 Blaadjes met verschillende klankgroepen zoals “aa” en “ee”
 Blaadjes met plaatjes erop van voorwerpen die de leerlingen kennen.

Wat zijn mogelijke knelpunten in deze activiteit? En hoe denk ik die te voorkomen of op te lossen?
 Een mogelijk knelpunt zou kunnen zijn dat de leerlingen het lastig vinden om na zo’n dag school
stil op hun stoel te moeten zitten. Daarom heb ik de les zo gemaakt dat er voor de leerlingen
mogelijkheden zijn om even te kunnen bewegen.
 Een ander knelpunt zou kunnen zijn dat leerlingen, met name de NT2 leerlingen, niet op de
woorden kunnen komen of de klanken niet gelijk herkennen. Om dit te voorkomen, heb ik in
plaats van woorden plaatjes gebruikt. Dit zijn plaatjes van dingen die de leerlingen in het
dagelijks leven vaak tegenkomen.
Welke theorie gebruik ik ter voorbereiding? (benoemen, verdere uitwerking stageplan)
Dit is een les in enge zin. Hiervoor heb ik gebruik gemaakt van de theorie over lessen in een enge zin. Dit
heb ik van de lessen, uit het lesboek en uit de PowerPoint gehaald.
Fasering: Inhoud: Lesverloop:
Tijd Welke inhoud komt aan bod? Hoe verloopt de les? Hoe ziet mijn rol als leerkracht eruit? Hoe zorg ik voor betrokkenheid?
Lesfasen Hoe ziet de organisatie eruit? Welke (ICT) materialen heb ik nodig?
De les begin ik met een liedje over de boerderij. In dit liedje komen verschillende klanken van boerderijdieren naar
Introductie Liedje boerderijdieren. voren. Deze doe ik na het filmpje allemaal nog een keertje voor. Ik laat de kinderen het nazeggen. Zo horen de
(+-10 min.) leerlingen de verschillende klanken die de boerderijdieren maken. Liedje: https://www.youtube.com/watch?
v=EfR0cauoU68

Na het liedje leg ik plaatjes van verschillende boerderijdieren op een paar plekken in de klas neer. Elk dier
Herkennen en verdelen van de representeert een klankgroep. De koe is bijvoorbeeld “oe” van moeeee. De kat “au” van maauuww enzovoorts. De
klankgroepen. leerlingen hoeven niet te weten dat dit zo geschreven wordt, als ze de klanken maar herkennen. Ook de klanken “ee”,
Kern “uu” en “oo” zullen aan bod komen. Ik laat de leerlingen plaatjes zien van voorwerpen die zij in het dagelijks leven
(+-15 min.) vaan tegen komen. Bijvoorbeeld een schoen. Deze hoort natuurlijk bij de koe want deze woorden klinken hetzelfde. Ik
kies steeds een leerling uit die het plaatje in de hoek van de juiste klankgroep mag leggen. Ik denk dat het lastiger is
om woorden met “oe” en “au” te herkennen dan woorden met “ee” en “oo”. Hiermee heb ik dus niveaudifferentiatie
in mijn les aangebracht.

Als afsluiter heb ik voor de kinderen blaadjes met de klanken erop uitgeprint. De leerlingen mogen zelf een klank
Afsluiting Tekeningen maken kiezen. Hierbij moeten de leerlingen dingen proberen te tekenen die dezelfde klank hebben. Dat is de moeilijkere
(+-15 min.) versie. De makkelijkere variant is gewoon inkleuren. Hiermee sluit ik de les af. De tekeningen hang ik daarna op in de
klas in de groepen van de klanken met het plaatje van een voorwerp/dier van dezelfde klank. Zo zien zij deze vaker in
de klas en hopelijk blijft het dan iets beter of sneller hangen.
Evaluatie

Wat deed ik goed tijdens deze activiteit? Wat kan er beter?

Het lesdoel voor de kinderen is wel/niet gehaald, omdat:

De kinderen waren wel/niet betrokken, omdat:

Reactie van de mentor

Richtvragen:
Wat is de algemene indruk van de activiteit?
Wat waren sterke punten van de student in deze activiteit? En wat kon beter?
Hoe zijn de actiepunten van de student teruggekomen in deze activiteit?