Está en la página 1de 3

LesSchemaFormulier

Student: Sil Heesakkers


Kempelklas: V1E
Stageschool + plaats: Het Venster, Gemert
Groep: Kleutergroep B
Mentor: Ingrid Hannink
Vak/onderwerp: Nederlands (Taalbeschouwing in de enge zin)
Datum: 7-01-2020

Bij welke bekwaamheidseisen ben ik me het meest aan het ontwikkelen (zie stageplan)?
Vakinhoudelijk bekwaam Pedagogisch bekwaam
x Vakdidactisch bekwaam Brede professionele basis
Aandacht- en actiepunten die voor mij centraal staan bij deze activiteit (verdere uitwerking stageplan)
Aandachtspunten: zorgen voor betrokkenheid van de kinderen. (oogcontact maken, gebruik van
intonatie en mimiek) Consequent zijn (stoppen als de muziek stopt en snel een ‘maatje zoeken’)

Wat weet ik van de beginsituatie van de kinderen (niveau en belevingswereld) voordat de activiteit
start?
Er worden vaker dingetjes gedaan met rijmen. Met sinterklaas had mijn mentor ook iets gedaan met
rijmen. Ik houd deze oefening aan als het niveau waar ik op kan voort borduren.

Wat is het lesdoel voor de kinderen?


Aan het einde van de les kunnen kinderen rijmen met woorden met een- of twee lettergrepen. Ze
kunnen luisteren naar hun ‘maatje’ en leren van hem/haar.

Wat moet ik klaarleggen/ voorbereiden voordat de activiteit start?


- Een jas
- Een das
- Een tas
- Rijmwoorden met een of twee lettergrepen op een a4’tje
- YouTube liedje ‘sneeuwvlokje’

Wat zijn mogelijke knelpunten in deze activiteit? En hoe denk ik die te voorkomen of op te lossen?
De kinderen worden druk vanwege de ruimte die ze krijgen om door elkaar heen te lopen en te roepen.
Ik moet er voor zorgen dat ik adequaat optreedt als leraar, als ik zeg stop dat de kinderen dan ook echt
stoppen. Dit moet ik van te voren duidelijk afspreken met ze.

Welke theorie gebruik ik ter voorbereiding? (benoemen, verdere uitwerking stageplan)


De theorie die we bij onderwijskunde hebben geleerd over de vijf kenmerken van coöperatief leren.
Mix&koppel is een voorbeeld van een coöperatieve werkvorm
Fasering: Inhoud: Lesverloop:
Tijd Welke inhoud komt aan bod? Hoe verloopt de les? Hoe ziet mijn rol als leerkracht eruit? Hoe zorg ik voor betrokkenheid?
Lesfasen Hoe ziet de organisatie eruit? Welke (ICT) materialen heb ik nodig?
Inleidende Terugblik rijmen De kinderen komen in een kring zitten. Ik start met een voorbeeld: jas-das-tas. Ik heb een jas, das en een tas
fase Uitleg mix&koppel meegenomen en ik zeg wat ik heb meegenomen. Zo hoop ik dat het kwartje valt bij de kinderen en ze horen dat de
woorden op elkaar rijmen. Vervolgens leg ik uit hoe mix&koppel in zijn werking gaat.

Kern Mix&koppel Ik zet een muziekje aan op de achtergrond, ’sneeuwvlokje’, een liedje dat te maken heeft met het thema van nu,
namelijk: winter. De kinderen mogen door de klas lopen (binnen de kring) en zodra de muziek stopt, zoeken ze een
‘maatje’, die geef je een hand en je begroet elkaar. Ik noem hardop een woord met een- of twee lettergrepen. Het is
de bedoeling dat je zoveel mogelijk rijmwoorden tegen je ‘maatje’ zegt. Ik vraag daarna om de aandacht en ik vraag
kort even rond bij twee of drie kinderen welke rijmwoorden zij hadden verzonnen. Daarna zet ik de muziek aan en
herhaalt het zich weer.

Als ik merk dat het te druk wordt leg ik het even stil en probeer ik het opnieuw.

Slot Terugblik in de kring Iedereen gaat weer op zijn of haar plekje zitten. Ik vraag of ze het leuk vonden en of er goed is samengewerkt.
Ik sluit af met vertellen wat er daarna op de planning staat.
Evaluatie

Wat deed ik goed tijdens deze activiteit? Wat kan er beter?


Leuke introductie doordat ik wat spulletjes had meegenomen. Dat spreekt de kinderen meteen aan.
Leuke coöperatieve werkvorm waardoor iedereen actief deelnam aan de les
Goede overloop naar volgende activiteit.

Ik had consequenter moeten optreden

Het lesdoel voor de kinderen is wel/niet gehaald, omdat:


Het lesdoel is wel behaald omdat ik van alle kanten goede rijmwoorden heb gehoord. Het samenwerken
tussen de kinderen ging ook goed, er was duidelijk sprake van directe communicatie met de ander.
Iedereen gaf elkaar netjes een hand bij aanvang van het gesprek. De oudste kinderen die al heel veel
rijmwoorden konden verzinnen maakten er een soort van competitie van waardoor de jongsten voelden
dat ze ook hun best moesten doen.

De kinderen waren wel/niet betrokken, omdat:


De kinderen waren wel en niet betrokken, omdat ze wel allemaal mee deden omdat het een interactieve
les was. Maar ze waren ook een beetje afgeleid omdat ze heel druk waren tijdens het rondlopen.

Reactie van de mentor

Richtvragen:
Wat is de algemene indruk van de activiteit?
Wat waren sterke punten van de student in deze activiteit? En wat kon beter?
Hoe zijn de actiepunten van de student teruggekomen in deze activiteit?

Leuke vorm van lesgeven met een leuke introductie van de les
Je uitleg is duidelijk door de rust in je stem
Je maakt goed oogcontact met de kinderen en durft ze te corrigeren, heel goed
Je mag iets enthousiaster zijn.