Está en la página 1de 6

De processie van de paljas.

Een boek van een politicus over zijn partij en loopbaan levert niet altijd de meest boeiende
lectuur op. Als het recente verleden en heden er in beschreven – vaak herschreven – worden,
is zo’n boek bovendien dikwijls vooral propaganda. Een strategisch hulpstuk, een
marketingmiddel. Van een (zittend) partijvoorzitter in permanente campagne moet en kan
geen kritisch, afstandelijk of objectief boek over zichzelf en zijn partij verwacht worden. Het is
uiteraard selectief, subjectief en instrumenteel. Maar daarom niet per se oninteressant of
irrelevant.

In dit boek schrijft Tom Van Grieken over zijn eigen loopbaan en partij. Het is geen biografie,
hoewel persoonlijke elementen af en toe in beeld lopen. De auteur zet zelfs zijn persoonlijkheid
op een kier. Hier en daar leidt dat even tot glorificerende eigenliefde, maar gênante
hagiografische excessen zijn vermeden.

Van Grieken schrijft over zijn drijfveer, over hoe Antonio Gramsci hem inspireert, over hoe diep
het VB gezakt was als zelfs na de terreuraanslagen in Brussel in maart 2016 pas na drie weken
de eerste journalist belt. Over een ander onderwerp. In dit boek vertelt hij hoe 2016 dan toch
een kanteljaar werd. Een opbouw naar verkiezingen van 14 oktober 2018, waar de partij ‘als
een feniks uit de as is herrezen en zich terug op de politieke kaart zet’. Dat zou uiteindelijk
leiden tot een ‘historische trendbreuk’: het Paleis nodigt het VB uit, het VB accepteert die
uitnodiging.

Van Grieken beschrijft hoe het ‘Gouden Dageraad’-incident een keerpunt in zijn
voorzitterschap werd: hij wordt de baas. (Al geldt een gouden regel, ook in de Wetstraat, dat
wie zoiets zegt het doorgaans niet is.) Hoewel de buitenwereld de sanctie voor Dewinter
destijds eerder las als het bewijs dat Van Grieken nog altijd te omzichtig met de Antwerpse
kopman moest omspringen. De machtspositie van Van Grieken is pas na 26 mei 2019 in beton
gegoten. Al toont die zich nog kwetsbaar als hij door de extreme vleugel in verlegenheid
gebracht wordt. Dat geldt ook vaak voor andere voorzitters.

Dat succes op 26 mei 2019 was mede het gevolg van het godsgeschenk dat het VB, met dank
aan N-VA, in het Marrakeshpact kreeg. En uiteraard zaten veel andere omstandigheden – een
klimaat van politieke crisis en onzekerheid – mee. Van Grieken beschrijft ook het eerste
persoonlijke gesprek dat hij ooit met Bart De Wever voerde, naar aanleiding van de Vlaamse
regeringsvorming na de verkiezingen van 26 mei 2019. Het is bijna onvoorstelbaar dat beide
heren elkaar nooit eerder ontmoetten, en dat die eerste ontmoeting al diende om ev. samen
een regering te maken. Een regering maken hangt zeer af van persoonlijk onderling
vertrouwen, tussen mensen die elkaar bij voorkeur al eerder ontmoet hebben. Van Grieken
vertelt hoezeer De Wever schrok toen bleek dat de VB-voorzitter zoveel N-VA-medewerkers
kent. En: ‘ik heb daar ook écht met De Wever gesproken en er onder meer mijn eerste
ballonetje opgelaten richting gemeenteraadsverkiezingen van 2024’. Helaas blijft dat ballonetje
in de lucht: de auteur vertelt de lezer niet wat hij daarmee precies bedoelt. Hij vertelt wel dat
er met De Wevern ‘een soort van band ontstaat’, al is De Wever ook een groot ‘acteur’. Maar
wel een die enkele hindernissen voor de samenwerking met het VB gemakkelijk ‘als

1
struikelstenen had kunnen gebruiken maar die hij besloot te negeren’. Zoals de ‘erg
ongelukkige’ en ‘domme’ uitspraken van een VB-Kamerlid over holebi-rechten.

In dit boek beschrijft Van Grieken de frustratie over de desinteresse van traditionele media, die
veel erger is dan de uitsluiting door het zgn. cordon médiatique. En hoe vanuit die desinteresse
de partij alles moest inzetten op sociale media, volgens nogal wat analyses een deel van de
verklaring voor haar succes op 26 mei 2019. Maar dit boek is meer dan een kroniek van
zelfverklaarde historische feiten en de eenzijdige verantwoording zonder tegenwoord van
gemaakte keuzes. Het beschrijft ook hoe de partij langs congressen, over identiteit,
soevereiniteit en vrijheid, en langs een boek over ‘Toekomst in eigen land’ ideologisch wil
herbronnen en verbreden. Hoe Van Grieken ‘bereid was om tot het einde van de regenboog te
lopen om dat goud te vinden’ en hij uiteindelijk toch de mosterd bij Geert Wilders vond: de
‘aha-erlebnis, een eye-opener’: ‘ons’, een woord dat ‘als geen ander beter het wij-gevoel van
het verbindend nationalisme omschrijft’. ‘Ons’ wordt het kernwoord voor de campagne van
2018. Vanaf dan positioneert het VB zich tussen het roodgroene linkse ‘permissieve
opengrenzenmodel’ en de ‘asociale besparingspolitiek van N-VA’, die als nationalistische partij
noch staatkundig noch op het vlak van migratie potten breekt.

Zo’n strategische positionering heeft nood aan een ondersteunend verhaal, aan een
ideologische onderbouw. Ook die beschrijft Van Grieken in dit boek. Zoals alle partijen roept
ook het VB één breuklijn uit tot hét centrale politieke strijdveld. Van waaruit bijna alle
maatschappelijke kwesties consequent en consistent benaderd kunnen worden. Zoals alle
andere partijen zet het VB zichzelf in dat debat op een unieke en toekomstgerichte positie. In
de politiek is de strijd om hét thema immers belangrijker dan die tussen de posities die op dat
thema ingenomen worden. Wie kan bepalen waarover gesproken wordt, heeft meer dan half
gewonen. Voor het VB is de centrale breuklijn die tussen globalisten versus nationalisten.
Nationale en culturele identiteit is hét centrale thema in het politieke debat. In VB-taal staan
de ‘moreel superieure’ roodgroene bonobo’s, liberalen en andere gutmenschen uit de oikofobe
elite tegenover een heterogene groep van gewone mensen die door globalisering buiten spel
gezet worden.

Van Grieken toont zich in dit boek ook als een ideoloog van zijn partij, zeker in hoofdstuk 10,
zoals De Wever dat voor N-VA is of Beke dat voor CD&V was. Het VB is onmiskbaar populistisch,
een term die voor een goed gesprek beter van morele bijklank ontdaan wordt. De ‘nieuwe
politieke breuk is die tussen globalisten en nationalisten’, de fundamentele sociale breuklijn is
die ‘tussen volk en elite’. De Wetstraat tegen de ‘Volksstraat’. Daarom kiest het VB ‘voor de
gewone Vlaming en niet voor de elites’. Die laatste wordt gemakkelijk arrogantie en veel andere
miserie verweten. Het VB is de partij van het volk, tegen de elite. In een tijd waarin het
establisment of systeem niet meteen de hoogste populariteit noteert, is dat geen
onaantrekkelijke electorale uitvalsbasis.

Maar het VB wil ook, in haar nieuwste bestaansfase, tot dat systeem behoren. Tenminste, ook
tot het regerend deel daarvan. Want in het parlement en vele raden, ook van bestuur, is het
VB deel van het apparaat. Buiten dit boek beschreef Van Grieken in interviews na het succes
van 26 mei 2019 de levensloop van partijen zoals het VB in het rechts spectrum. Eerst is er het
verzet, de nationalistische oppositie die hard trapt tegen het systeem. De rebelse fase van

2
Dewinter, Le Pen, enz. Dan is er de tweede fase, die van de nepperds, de phoneys, à la Sarkozy,
De Wever of Berlusconi. En dan de derde fase: die van de nationalistische beleidspartij.

In die derde fase, ‘missie 2024’, wil het VB de grootste partij van Vlaanderen worden. Opdat
men de partij niet meer zou kunnen negeren: het VB wil besturen. In steden en gemeenten,
maar ook op Vlaams niveau. In die interviews verwees Van Grieken naar een plan om partijen
als CD&V en Open VLD te overtuigen om met hem in een coalitie te stappen. Na 26 mei 2019
heeft het alvast niet gewerkt. Het bestond uit inhoud en pragmatisme.

Van Grieken toont zich niet enkel als ideoloog, maar ook als pragmaticus. Naar aanleiding van
de formatiegesprekken met De Wever schrijft hij: ‘Wie ernstig wil onderhandelen moet volgens
ons op de eerste plaats op zoek gaan naar het haalbare. Hiervoor vergelijken we ons eigen
programma met dat van de anderen en gaan we op zoek naar concrete maatregelen die niet
alleen in ons programma terug te vinden zijn maar ook in dat van de N-VA, CD&V of Open VLD
staan. We gaan dus bewust op zoek naar de grootste gemene deler. Dit heeft niets te maken
met water bij de wijn doen maar alles met een realistische kijk op de onderhandelingen. De
strategische doelstellingen die we formuleerden gingen wél verder dan die van de andere
parijten, maar de maatregelen hebben we eerst afgetoetst teen de programmapunten en
voorstellen van de N-VA, CD&V en Open VLD.’ In een niet ver verleden zou het VB deze
realitische kijk, de zoektocht naar de grootste gemene deler, waarbij eigen strategische doelen
eerst afgetoetst worden aan programma’s van traditionele partijen, verworpen hebben. Als
verraad voor het pluche, typisch voor de elite.

De auteur is klaar voor Missie 2024, de vraag is of iedereen in zijn partij mee deze overtocht
van zeer succesvolle zweeppartij naar beleidspartij kan maken. Dat vergt immers nogal wat
verandering. Het VB zal uiteraard als onervaren bestuurder leergeld betalen, maar op termijn
– blijkt uit de ervaring van N-VA – leren ze die lessen wel. Dat bestuurlijk-technische deel van
de transformatie is niet de grootste uitdaging. Die zit eerder bij de mentale omslag die voor
besturen nu eenmaal nodig is. Ook het beleid van radicale partijen zal, om allerlei redenen, veel
minder radicaal zijn dan ze jaren hebben bepleit. De zuivere leer der beginselen moet wijken
voor het pragmatisch compromis. Een explosieve kwestie die de Vlaamse beweging al lang met
zich meesleept. Het VB is sinds haar ontstaan een gesloten anti-systeem- en strijdpartij, die
zichzelf ook afsluit van wetenschappelijk onderzoek. Velen zijn gesocialiseerd in vijanddenken.
Missie 2024 vergt ook een culturele omslag. Het VB polariseert en provoceert vaak, zet groepen
tegenover elkaar: dat maakt beleid voeren voor een hele gemeenschap moeilijk.

Het is onzeker of het VB even succesvol in de meerderheid als in de oppositie zal zijn. Als
zweeppartij heeft zij de voorbije decennia onmiskenbaar gewogen, als beleidspartij dreigt de
ontgoocheling. Temeer omdat sommigen die een coalitie met het VB bepleiten dat openlijk
doen om het VB tegen de muur te laten rijden. Het VB, zonder enige bestuurservaring en
worteling in de nerven van het complexe bestuursapparataat, en met een veeleisende
achterban, neemt een groot risico. Beleid radicaal en werkbaar houden, ook binnen de
rechtsstaat en allerlei bovenstatelijke verplichtingen, zal bovenaardse stuurmanskunde
vereisen.

Van Grieken sukkelt bovendien met een intern probleem dat hem ook extern in de problemen
brengt. In dit boek toont de auteur voor verschillende partijgenoten innige waardering. Maar

3
er is ook een tikje voor fake onafhankelijke Dries Van Langehove, en – zeker voor wie tussen de
lijnen lijst – kletsen voor Filip De Winter. Waarover Van Grieken op verschillende bladzijden
ergernis verbergt. De uitspraak van Dewinter ‘het probleem is niet de vergrijzing, maar de
verbruining’ ontlokte Gerolf Annemans de uitspraak ‘lap, het is gebeurd’ waarna Van Grieken
het drama van de verkiezingen van 2014 beschrijft. De suggestie is duidelijk. En later ook
letterlijk. Met ‘déze Filip Dewinter die op déze manier aan politiek doet’ zal het VB nooit meer
de verkiezingen winnen, merkt Van Grieken naar eigen zeggen op tijdens het partijbureau
daags na die verkiezingen.

Zoals in alle partijen ontkent men ook in het VB de interne verschillen en zeker de spanningen
tussen strekkingen. Men zegt dan doorgaans dat de vijandige buitenwereld die verzint om de
partij intern te verdelen, waarmee ongeveer alles ontkent kan worden. Maar het valt niet te
ontkennen: het VB van Tom van Grieken is radicaal-rechts, dat van Filip Dewinter, Dries Van
Langenhove, Sam Van Rooy en nog enkele anderen is extreem-rechts. Die extreem-rechtse
flank brengt de ‘gematigde vleugel’ – voor velen buiten het VB uiteraard nog altijd te extreem
– die aan beleid wil deelnemen vaak in verlegenheid. Alleen heeft die participationalistische
radicale vleugel voor hun beleidsplannen ook de stemmen van die extreme vleugel nodig. Het
succes van het VB is immers ook dat van die extreme vleugel.

Een coalitie is niet enkel een inhoudelijk bestuursakkoord. Ook als het VB pragmatische,
haalbare, binnen de nationale, Europese en internationale rechtsregels functionerende
voorstellen doet, blijven coalitiepartners en hun achterban grote moeilijkheden hebben met
de extreme taal en vleugel. Die eventuele coalitiepartners hebben geen zin om zich ten aanzien
van media en hun achterban steeds te moeten verontschuldigen en verantwoorden waarom
zij met ‘zo’n partij’ besturen. Wat een lid van de meerderheid zegt, straalt onvermijdelijk ook
af op die meerderheid zelf. Als fake onafhankelijk Kamerlid Dries Van Langenhove in mei 2020
gaat spreken op de Conferentie van American Renaissance, een white supremacist en dus
racistische organisatie, worden veel inspanningen van de radicale vleugel om het VB als
‘aanvaardbaar’ voor te stellen teniet gedaan. Woorden hebben, evenzeer als daden, inhoud en
betekenis. Ze beschrijven niet enkel maar maken ook de werkelijkheid en zijn dus nooit
onschuldig.

Voor velen bij ev. coalitiepartners en hun achterban zal niet de radicale maar de extreme
vleugel het beeld van het VB bepalen. Telkens als Van Grieken die moet verdedigen, uitleggen,
nuanceren of berispen, toont hij zich het zwakst. Niet overtuigend. Debatfisches die zeggen dat
andere partijen niet moeten bepalen wat een VB’er zegt of denkt, of dat de poco’s van de linkse
media het VB weer in een racistische hoek willen duwen, overtuigen enkel de eigen
overtuigden. In zijn antwoord op de kritiek op de spreekbeurt van Van Langenhove bij American
Renaissance kwam Van Grieken niet verder dan dat Van Langenhove geen Belanger is. ‘Ik
spreek me niet uit over iemand die geen lid is van de partij’, noteerde De Standaard. Pijnlijk.

Het laatste, tiende hoofdstuk is een inhoudelijke onderbouw van ‘de synthese van het Vlaams
Belang als dominante bestuurspartij’. Het is eenvoudig om voor en tegen die visie te zijn, maar
het geheel vormt meestal een vrij degelijke inhoudelijke en zelfs ideologische onderbouw van
de maatschappijvisie van het VB. Geen xenofobe of racisitische prietpraat. Sommige delen
klinken als linkse analyses, in VB-taal heet dat sociaal. Die maatschappijvisie is populistisch,
gebouwd op ‘ons’ en op de bescherming van de eigen volksgemeenschap. Het is een

4
benadering die velen aanspreekt en kan aanspreken: ‘De brede Vlaamse en Westerse
middenklasse is in de steek gelaten door de politieke elites’. Het is een gedachte die, zo blijkt
ook uit opinieonderzoek, herkenbaar is. Voor jong en oud. In steden, zeker ook in meer landelijk
gebied, waar de (culturele) verkleuring van de samenleving trager maar even onvermijdelijk is.
Het VB speelt meesterlijk in op het verlangen van velen naar meer herkenbaarheid van de eigen
thuis, naar bescherming tegen een boze bedreigende buitenwereld en naar geborgenheid
waarin men zichzelf kan blijven. Het VB heeft die gevoelige snaar geraakt en weet als geen
ander hoe die te bespelen. Dat is niet verboden, dat is nu eenmaal het spel. Het is aan de
anderen om een even slim tegenverhaal te ontwikkelen. Dat zal bepalen of het VB nog verder
zal groeien.

Al kan het VB ook nog over eigen voeten struikelen. Haar discours mag scherp zijn maar om
aanvaardbaar te zijn voor de brede centrumkiezers niet ranzig. Missie 2024 is gebouwd op de
verhoopte groei in die middengroepen. Na de zeer succesvolle Vlaamse verkiezingen van 2004,
dankzij de veroordeling wegens racisme, stond het VB op haar toppunt. Maar ook toen slaagde
ze er niet in om de poorten van het systeem open te breken. Haar oproep om de stoottroepen
te versterken, werden niet langer gehoord. Kiezers dropen ontgoocheld af. Ook omdat er met
N-VA een gematigder alternatief was opgestaan, met een breder programma. Dat wel kon
besturen, en dus nuttiger was. Het signaal was immers al gegeven. En is voor vele kiezers net
dat niet dé functie van het VB: een signaal geven aan anderen, daarom niet zelf de problemen
oplossen.

Want al slijt het ‘politiek correcte denken’ in grote delen van de samenleving af, dan nog blijft
ook de radicale vleugel voor velen in het centrum te extreem. Het VB is naar eigen zeggen hard
tegen het systeem, niet tegen mensen. Dat onderscheid is soms vals of te gemakkelijk. Er
bestaat bijv. geen islam zonder moslims. Wie de islam onverzoekbaar acht met ons, met de
‘eigen volksgemeenschap’, sluit moslims uit. Als het VB ‘taboedoorbrekend’ wijst op het
verband tussen criminaliteit en afkomst, is de focus op bepaalde bevokingsgroepen
nadrukkelijk, maar komt het ‘systeem’ dat hen tot – onvergoeilijke – misdaad brengt veel
minder in beeld. Van Grieken herhaalt ook in dit boek dat ‘mits de nodige inspanningen en
respect’ ook nieuwkomers deel kunnen zijn van ‘onze volksgemeenschap’. En tegelijk dat
immigratie nooit ‘ons duurzame kostbare weefsel mag aantasten en het moeizaam
opgebouwde solidariteitsmodel ondergraven’. Maar als de voorwaarden om tot ‘onze
volksgemeenschap’ te behoren zeer streng zijn, is de openheid enkel theoretisch.

De komende jaren zijn allicht de meest cruciale in het bestaan van het VB. Dat klinkt bizar,
gezien de partij ooit rond de kiesdrempel en irrelevantie dobberde. En velen toen het VB zelfs
zagen verdwijnen. Dat zal ze niet. Ook het buitenland leert dat dit soort partijen, met haar
blijvende thema’s die rugwind hebben, structureel deel zijn van het hedendaags partijsysteem.
Iets anders is winnen in 2024, en dan voor Missie 2024 vooral niet ten koste van N-VA. Als ook
CD&V of Open VLD in beeld moeten komen, zal het VB de komende jaar veel in betere relaties
met die partijen moeten investeren. En dus laten zien dat er met het VB bestuurd kan worden.

Sinds haar bestaan tot 2019, evolueerde het VB – met hoogten en laagten – langs grotendeels
dezelfde verhaallijn. Die van een radicale, populistische, anti-systeempartij. Voor het eerst
sinds haar bestaan wil ze nu zo expliciet en ambitieus de omslag maken naar een radicale
beleidspartij. Dat is de meest extreme verandering in dat bestaan. De moeder der moeder der

5
verkiezingen in 2024 opent daartoe mogelijkheden. Op Vlaams, maar zeker lokaal niveau. Als
het dan niet lukt, dreigen – zoals twintig jaar geleden, na 2004 – velen allicht ontgoocheld af te
druipen.

Met ‘ons’ wil het VB van Vlaanderen in 2024 het ‘Zwitserland aan de Noordzee’ maken. De
‘sociaal voelende volksnationalisten’ moeten daarvoor eerst over en door de bergen. Dit boek
toont welke weg de reisleider ziet. Het is daarom interessant en relevant. Het valt af te wachten
of zijn kiezers en partijgenoten op de bus blijven zitten.