Está en la página 1de 84

TECHNISCHE HOGESGMOQL Afdeling der Weg- en Waterbouwkunde

Physische technologie
van de
waterzuivering
T E C H N IS C H E H O G E S C H O O L Afdeling der Weg- en Waterbouwkunde

Physische technologie
van de
waterzuivering

Twintigste vakantiecursus in drinkwatervoorziening


4 en 5 januari 1968

Overdruk uit H 2 0 TiJdschrift voor drinkwatervoorziening en afvalwaterbehandeling


Reeds zijn in onderstaande volgorde in boekvorm verschenen de voordrachten van
de volgende cursussen: l . Filtratie, 2. Vervaardiging van buizen voor transport- en
distributieleidingen, 3. Winning van grondwater, 4. Waterzuivering, S. Hygisnische
aspecten van de drinkwatervoorziening, 6. Het transport en de distributie van leiding-
water, 7. Keuze, aantasting en bescherming van materialen voor koud- en warm-
waterleidingen, 8, 9 en 10. Enige wetenschappelijke grondslagen der waterleiding-
techniek I, LI en 111, 11. Radioactiviteit, 12. Het grondwater, 13. De Rijn, 14. Nieuwe
ontwikkelingen in de waterleidingtechniek op fysisch, chemisch en biologisch gebied,
15. De watervoorziening en de industrie, 16. Gebruik van moderne statistische
methoden, 17. Kunstmatige infiltratie, 18. De biologie van de watervoorziening,
19. Snelfiltratie.
Voorwoord Bij het vierde lustrum van deze vakantiecursussen zien we in gedachten weer
hoe het begon (1948) en hoe het groeide. De eerste commissie, die deze
cursussen, een nieuw begrip in die tijd, organiseerde bestond uit de heren
prof. W. F. J. Krul, voorzitter, ir. C. Biemond, ir. A. W. Meijer t, ir. J. B.
Leeuwenberg t en P. B. C. D. Tol, secretaris.
De Afdeling der Weg- en Waterbouwkunde wil in prof. Krul en zijn opvolger
prof. Huisman, hen danken, die sedert het begin hun beste krachten gaven
aan deze cursussen.
Deze cursus, een vorm van postdoctorale vorming, heeft temidden van de
inmiddels verschenen vele nederlandse postacademiale cursussen, aan actualiteit
niet ingeboet, integendeel neemt de waardering nog allerwege toe. Zij was en is
nog een stimulans voor de stichting van nieuwe postacademiale cursussen.
De postacademiale vorming is in deze tijd niet slechts nuttig, maar noodzakelijk,
hoewel de Wet op het wetenschappelijk onderwijs er niets over vermeldt;
wellicht is dit slechts nog een kwestie van tijd.
De fundamentele wetenschappen, de kennis der technieken zowel als de vak-
kennis breiden zich versneld uit en vormen een te uitgebreide stof om deze
in de beschikbare tijd tot haar recht te doen komen.
De overdracht der vakkennis komt daardoor als eerste steeds meer in het
gedrang en neemt af omdat er aan de Afdeling in het onderwijsprogramma
te weinig plaats meer voor is. Zij dient nog slechts als oefenvoorbeeld bij het
toepassen van de fundamentele wetenschappen en technieken.
Hoewel de samenleving aandringt op beperking van de studieduur blijft de
noodzaak tot uitbreiding der leerstof dreigen. Harmonie tussen uitbreiding
van de wetenschap en bekorting van studieduur kan worden gezocht in twee
richtingen, waarbij de afgestudeerden toch de titel van civiel-ingenieur blijven
voeren:
1. in splitsing van de Afdeling in vier hoofdrichtingen, waaraan de Senaat der
Technische Hogeschool haar goedkeuring reeds hechtte;
a. de hoofdrichting der waterbouwkunde
b. de hoofdrichting der verkeerskunde en wegbouwtechniek
c. de hoofdrichting der utiliteitsbouwkunde en bouwtechniek
d. de hoofdrichting der civiele gezondheidstechniek
Het bezwaar is denkbaar, dat in een der genoemde richtingen a, b of c
afgestudeerden, in een werkkring van de richting d worden tewerk gesteld.
Om deze categorie in de gelegenheid te stellen de daartoe nodige aanvul-
lende kennis te vergaren en bij te blijven is
2. het postdoctorale onderwijs ingesteld.
Deze cursus heeft als voorbeeld en stimulans vanaf zijn stichting steeds
meer aan dit doel beantwoord. Zij is gevolgd door meerdere en uitgebreider
cursussen, die steeds meer aan gebleken behoeften voldoen. Een van deze
is de Stichting Postacademiale Cursussen in de Gezondheidstechniek, die
dit jaar met drie cursussen uitkwam.
Ik wil eindigen met de wens dat deze cursussen het volgende lustrum met
succes tegemoet mogen gaan.
De Voorzitter van de Afdeling
der Weg- en Waterbouwkunde,
Prof. ir. L. van Bendegom
IR. K. W. H. LEEFLANG
SUMMARY
Physical Process in Water Porification
Apart from two special filtration processes, viz. microstraining
and diatornite fitration, the course deals with physical processes
as aeration, sedimentation, coagulation, flocculation and adsorb-
tion. Stiii much research is wanted for the better understanding of
these processes which are of utmost irnportance in the production
of a wholesome water.

Physische technologie van de waterzuivering


algemene inleiding

In zijn inleiding tot de achttiende Het is in dit verband leerrijk een cursus herinneren zich ongetwijfeld
vakantiecursus, welke aan de biologie vergelijking te trekken met de oudste de magistrale voordracht van dr. Ives.
in het waterleidingbedrijf was gewijd, methode in de moderne waterzuive- Wij verheugen ons allen over de be-
wees ir. Biemond erop, dat ondanks ringstechniek, die hoewel in opzet een langrijke bijdrage door prof. dr. Lerk
de steeds stijgende waterbehoefte en physische, in wezen een biologische aan het vraagstuk van de snelfiltratie,
de steeds sterkere vervuiling van de was, nl. het langzame zandfilter. Dit speciaal wat de ontijzering betreft,
grondstof oppervlakte water, biologi- is heden ten dage praktisch nog het- gewijd.
sche zuiveringsmethoden geenszins als zelfde als toen het bijna 140 jaar ge- Filtratieprocessen zijn eveneens in de
een afgedane zaak mochten worden leden voor het eerst werd gebouwd. huidige cursus aan de orde, zij het
beschouwd. Integendeel, daar waar Aan het wezenskenmerk, de concen- processen van zeer speciale aard.
aan de biologische processen voldoen- tratie van biologische activiteit in een Deze zijn:
de ruimte en tijd wordt gelaten, zoals construeerbare vorm, viel niets meer
te veranderen, de vorm zelf liet alleen 1. De rnikrozeef, gebouwd en inge-
dat bovengronds in spaarbekkens en
betere constructiemethoden toe. Zo- richt om zeer bepaalde materie
ondergronds bij infiltratie het geval
dra de langzame filtratie wijkt voor (plankton) uit het water te verwijderen.
is, blijven zij een uiterst belangrijke
de snelle, verandert dit beeld. Con- Een normaal zeefproces dus, dat zich
bijdrage tot de zuivering leveren. De
structie van de filterbak, opbouw van onderscheidt door de continue wer-
voorwaarde daartoe is, dat deze pro-
het bed, middelen tot periodieke king, gepaard aan een uiterst fijne
cessen zich in een natuurlijk milieu
schoonmaak, om maar enkele aspec- maaswijdte. Welke plaats dit werktuig
en in het natuurlijke tempo kunnen
ten te noemen, vormen even zovele in de zuiveringstechniek kan innemen,
af spelen.
zal u door drs. Lips worden uiteen-
problemen, die onderzoek en experi-
Dit houdt ook in, dat - de spaar- ment vereisen. De snelfiltratie kon gezet.
bekkens eenmaal gebouwd of het in- daardoor het belangrijke en boeiende 2. Het diatomeenfilter, een werk-
filtratieveld ontsloten zijnde - tech-
onderwerp vormen van de 19e cursus, wijze waarbij het filtrerend medi-
nische ingrepen in het biologisch het vorige jaar gehouden. um tijdens de filtratie wordt opge-
proces tot de uitzonderingen zullen De cursus snelfiltratie sloeg als het bouwd en, nadat het door verstopping
behoren. Als zodanig staat feitelijk al- ware een brug tussen de cursus biolo- onwerkzaam is geworden, wordt weg-
leen de opheffing van de stratificatie gie en de huidige. Snelfiltratie is te geworpen. Tot nu toe uitgevoerd voor
in diepe bekkens te boek. De hoe- beschouwen als een in hoofdzaak kleine installaties (zwembaden) en
veelheid energie, die daarvoor wordt physisch proces, dat samen kan gaan voor industrile toepassingen waar
vereist, is slechts gering. met chemische (oxydatie van ijzer en een volmaakt slibvrij effluent wordt
Met de physische processen, die van- mangaan) zowel als met biologische verlangd, is het m.i. toch niet uitge-
daag en morgen aan de orde zijn, is processen (nitrificatie). Processen die sloten dat het ook op grotere schaal
het anders gesteld. Zij spelen zich zo snel verlopen, dat zij zich binnen toepassing zal kunnen vinden. Wij zijn
binnen enkele uren, vaak in minuten het beknopte bestek en de beperkte zeer benieuwd wat ir. Fikken over
of zelfs onderdelen van seconden af. tijdsduur van de snelfiltratie (ev. deze filtratiewijze gaat meedelen.
Zij laten zich veelal samenpersen in droogfiltratie) kunnen realiseren. De overige processen, die op het pro-
beperkt bestek en vereisen toevoer van De erkenning van snelfiltratie als gramma staan zijn zeer verscheiden
energie, soms van niet onaanzienlijke physisch proces, werd drijfveer tot van werking en bedoeling, maar alle
hoeveelheden energie. Hier ziet de nader onderzoek. De IWSA stelde van physische aard. Dit laatste moet
technikus zich voor de opgave gesteld daartoe een permanente commissie in, echter niet al te nauw worden opge-
het proces zodanig te leiden dat op waarin de onderzoekers van verschil- vat. De natuur kent geen van de in-
zo economisch mogelijke wijze een zo lende nationaliteit hun denkbeelden delingen die wij tot eigen gerief plegen
hoog mogelijk rendement wordt ver- kunnen uitwisselen. Degenen onder u aan te brengen. Zelf heb ik het voor-
kregen. die deelgenomen hebben aan de 19e recht gehad in deze zaal te mogen
uiteenzetten, dat er geen scherpe volkomen helder en voor de zintuigen naar wij vertrouwen vruchten zal af-
grens te trekken valt tussen dode en in elk opzigt aangenaam drinkwater werpen in de vorm van beter en effi-
levende materie. Hoeveel minder mag op, dat door die leden der commissie, cinter werkende filters, zo is er ook
men dan verwachten, dat physische welke zich bepaaldelijk met dit onder- op de gebieden die in deze cursus
processen zich zullen voltrekken, zon- werp hebben bezig gehouden, dikwijls worden besproken, nog zeer veel
der dat de chemie om de hoek komt gedurende eenigen tijd zonder eenig speurwerk te verrichten. Speurwerk,
kijken. Bij enkele van de besproken nadeel is gebruikt." dat nodig zal zijn om ook in de toe-
onderwerpen (coagulatie-adsorptie) is Uit de ouderwetse bewoordingen hebt komst, onder steeds moeilijker om-
het dan ook zeer duidelijk, dat zij u reeds begrepen, dat dit niet een standigheden wat kwantiteit en kwali-
zich in het grensgebied tussen chemie citaat is uit een voorstel aan de ge- teit betreft, de consument niet alleen
en physica bewegen. Indien dus de meenteraad van Rotterdam tot op- een betrouwbaar, maar ook een aan-
thans behandelde processen onder de richting van de Berenplaat, maar genaam produkt af te leveren. Het is
titel ,,physische technologie" zijn sa- waarschijnlijk verwacht u toch niet, immers kenmerkend, dat de eerste op-
mengevat, wil dit niet meer zeggen, dat het dit jaar juist honderd jaar ge- gave van de centrale drinkwatervoor-
dan dat daarin het physische aandeel leden is, dat deze regels werden ge- ziening, de hyginische betrouwbaar-
overheerst. drukt. Zij zijn te vinden in het nog heid, wel voortdurende waakzaamheid
De processen, waar het over gaat, zijn altijd belangwekkende ,,Rapport aan blijft vragen, maar technisch weinig
u allen wel bekend: aratie, bezinking den Koning van de Commissie be- problemen meer biedt. Maar met het
en de ev. daaraan voorafgaande co- noemd bij zijner Majesteits besluit van voortschrijden van welstand en water-
agulatie en de adsorptie. Wellicht bent den 16de July 1866, nr. 68, tot onder- beschaving is de tweede opgave, die
u geneigd op te merken, dat de prak- zoek van drinkwater in verband met van de levering van een aangenaam
tijk van de coagulatie nog slechts in de verspreiding van cholera en tot de drinkwater, steeds meer naar voren
weinig Nederlandse waterleidingbe- aanwijzing der middelen ter voorzie- gekomen. Deze opgave te miskennen
drijven wordt toegepast. Daaruit te ning in zuiver drinkwater", dat in 1868 beschouwen wij thans evenzeer als een
wiilen concluderen dat dit onderwerp verscheen. hyginische fout. De in deze cursus
nimmer Nederlandse aandacht zou Het is de betrekkelijke overvloed aan besproken processen dragen nu in
hebben getrokken, ware evenwel vol- natuurlijk grondwater, waarin ons hoge mate tot het welslagen van deze
maakt onjuist. Wat te zeggen van de land zich jarenlang heeft verheugd, en tweede opgave bij. Daarmede is het
volgende uitspraken: die in het laatste decennium zo ge- verwerven van dieper inzicht onmis-
,,Hierboven is reeds gesproken van lukkig met kunstmatig grondwater baar geworden.
den reeds voorlang bekenden invloed, kon worden aangevuld, die deze stem Dit diepere inzicht betreft dan de ver-
dien eene geringe hoeveelheid aluin van 100 jaar geleden nog zo weinig schijnselen van aantrekking en afsto-
op troebel water uitoefent. De com- weerklank heeft doen vinden. Wij zijn ting, die zich tussen deeltjes onderling
missie meent echter, om voor de hand er evenzeer van overtuigd, dat gezien of aan grensvlakken voordoen. De
liggende redenen, dit zout niet voor de de komende verbruiken, die voor het voorwaarden van een goede aratie,
zuivering van drinkwater te mogen grootste deel uit oppervlaktewater d.w.z. het zoveel mogelijk bereiken
aanbevelen, maar heeft beproefd een zullen moeten worden gedekt - en van het thermodynamische evenwicht
ander, dat in werking daarmede over- dan nog oppervlaktewater van min of tussen gas- en vloeistoffase, zal wor-
eenkomt en aan minder bedenkingen meer bedenkelijke kwaliteit - het den behandeld door prof. Beek, waar-
uit het oogpunt der gezondheid onder- coagulatieproces ook in Nederland op na ons uit de voordracht van prof.
hevig is, in de plaats te moeten stel- de voorgrond zal treden. Huisman zal blijken hoeveel daarvan
len, namelijk het chloorijzer (chlore- Dezelfde overvloed aan grondwater in de praktijk is gerealiseerd. Be-
thum ferricum, Fe2C16). heeft ons daarentegen zeer vertrouwd zinking en voorbereiding tot een goede
Het is inzonderheid bij het Maaswater, gemaakt met het beluchtingsproces. bezinking door coagulatie en floccu-
even boven Rotterdam geschept, dat Het gebruik van oppervlaktewater, latie zullen worden uiteengezet door
de commissie de voortreffelijke uit- zelfs van oppervlaktewater, dat een zo twee vertegenwoordigers uit het be-
komsten dezer klaringsmethode op de grondige zuivering heeft ondergaan drijf dat in Nederland het langst met
meest in het oog vallende wijze heeft als infiltratie kan uitwerken, heeft ons deze processen op grote schaal ver-
kunnen constateren. De bovengenoem- in aanraking gebracht met reuk- en trouwd is: ir. Knoppert en drs. Oskam.
de hoeveelheid ijzerchloride (namelijk smaakbezwaren en doen grijpen naar Prof. Heertjes zal ons een inzicht
0.032 wigtje per kan 1) is daarbij ge- adsorptieve media ter bestrijding. schenken in de theorie van de absorp-
bleken het maximum te zijn, dat men Aratie, coagulatie, flocculatie en tie en tenslotte zal dr. Hopf uit Dus-
ook bij de grootste troebelheid, die daarop volgende bezinking, adsorptie, seldorf ons deelgenoot maken van zijn
het Maaswater vertoont, nodig hebben het zijn alle zeker geen onbekende rijke ervaring omtrent absorptie aan
kan, en voorts is het praecipitaat zelf processen, voor velen dagelijkse prak- aktieve kool.
altijd, hoewel natuurlijk in verschil- tijk. Niet onbekend dan in die zin, dat De Commissie tot voorbereiding van
lende mate, met organische stoffen wij van hun bestaan op de hoogte zijn, deze cursussen is zich zeer wel bewust
bedeeld gevonden en ontwikkelt met ze zelfs toepassen. De vraag is even- dat met deze onderwerpen de physi-
natronkalk ruime hoeveelheden ammo- wel of zij ook bekend zijn in de andere sche zuiveringsmethoden nog lang niet
nia. Het geklaarde Maaswater levert, zin: dat wij weten hoe ze in wezen zijn uitgeput. Onder meer dringt het
hetzij met of zonder toevoeging van verlopen en dat wij ze kunnen be- begrip ontzouting zich onmiddellijk
koolzuren natron, een welsmakend, invloeden anders dan door middelen, op. Zij kan echter telkenjare niet meer
die een misschien slechts half begre- dan een greep doen uit de rijke stof
pen empirie ons heeft geleerd. Evenals van de waterzuivering en zij kan
1) d.i. in ons spraakgebruik 32 mgfl ofwel de snelfiltratie het voorwerp is ge- slechts hopen, dat zij ook dit jaar weer
l1 mg Feil. worden van grondige bestudering, die een goede greep heeft gedaan.
PROF. DR. IR. W. J. BEEK
Lab. voor Fysische Technologie, TH Delft
Physical-technological aspects of he gas absorption
A survey is given of the important factors governing mass transfer
during aeration processes (driving force Ac, mass transfer coeffi-
cient kL and surface A). Ac is, arnong others, a function of the
ratio airfwater. This ratio must be much larger for the desorp-
tion of COz than for the absorption of 02. kL varies a factor 2
or 3 at most for different apparatus. In one apparatus kL is
hardly influenced by the operating conditions. Under conditions
of equal power input A can differ a factor 10 for different appa-
ratus. The design of absorption apparatus is discussed in terms of
kL and A. Finally a comparison is given of diierent aeration
apparatus on basis of their power consumption.

Fysisch - technologische aspecten van de


gasabsorptie

Samenvatting maar CO2 niet te desorberen vrijwel sche merites worden op deze wijze
par. 1. Voor stofoverdrachtsprocessen kan worden voldaan indien niet meer duidelijk. Ook wordt aangegeven hoe
zijn de belangrijkste gegevens: maar ook niet minder dan 0,3 m" uit orinterende proeven deze fysisch
lucht per m3 water wordt gebruikt. technologische basisgegevens kunnen
a. het thermodynamisch evenwicht worden verkregen, zodat een zakelijk
tussen de betrokken fasen onder par. 3. De kennis over de snelheid ontwerp van een vergroot apparaat
de in het apparaat heersende condi- van stoftransport bij gegeven mogelijk wordt.
ties van temperatuur en druk; drijvende kracht wordt samengevat.
dit evenwicht geeft aan wat men bij Een overzicht van de kennis over stof- par. 6. Een summiere vergelijking van
zeer intens contact en zeer lange con- overdrachtscofficinten wordt gege- de verschillende apparaten op
tacttijden zou kunnen bereiken. ven, (filmtheorie, penetratie-theorie, basis van hun energieverbruik sluit
b. de snelheid van het stoftransport verversingstheorie). de voordracht (zie tabel V). Het blijkt
dat enerzijds wordt bepaald door Het blijkt dat de stofoverdrachts- dat de borstelbeluchter, de cokesbed-
de gemiddelde afwijking van het ther- cofficint voor de verschillende ap- den, de put, de venturi, de bellenzuil
modinamisch evenwicht in het appa- paraten slechts weinig verschilt (hoog- en de gasbelwasser uit fysisch tech-
raat (ook wel de ,,drijvende kracht stens een factor 2 3) en dat de kL- nologisch oogpunt vrijwel gelijkwaar-
voor het stofoverdrachtsproces" ge- waarden voor n apparaat slechts dig zijn, maar dat sproeitorens, cas-
noemd), anderzijds door de snelheid weinig zijn te benvloeden, zelfs niet cadetrappen (overlopen) en bellen-
van transport per eenheid van drij- met drastische maatregelen. bakken (locale luchtinjectie uit ge-
vende kracht: kL x A. Laatstgenoemde perforeerde pijpen) in fysisch techno-
snelheid is het product van het totaal par.4. Gegevens over het specifiek logisch opzicht minder geschikt zijn.
in het apparaat aanwezige grensvlak grensvlak van veel voorkomen-
tussen de fasen: A, en de stofover- de contactapparaten zijn verzameld
drachtscofficint: kL. (put, venturi, bellenzuil, gasbelwassers 1. Inleiding
en bassins met kunstmatige opper- Voor stofoverdrachtsprocessen zijn de
par. 2. Uit het thermodynamisch vlakteverversing; sproeitorens, cokes- volgende gegevens van belang:
evenwicht valt te concluderen bedden en overloopbeluchters). Het a. het thermodynamisch evenwicht
dat aeratieprocessen best kunnen ver- specifiek grensvlak tussen lucht en tussen de betrokken fasen onder
lopen bij een kleine verhouding van water blijkt voor de verschillende de heersende temperatuur (T) en druk
luchtdebiet en waterdebiet. Eveneens apparaten nogal te verschillen (bij ge-
valt uit het thermodynamisch even- lijk vermogensverbruik liggen deze P)
wicht af te leiden dat voor de desorp- grensvlakken een factor 10 uiteen; zie b. de snelheid van het stoftransport
tie van fysisch gebonden CO2 een afb. 5 en tabel IV). in het gekozen apparaat als functie
veel grotere verhouding van lucht- en van de operationele variabelen, zoals
waterdebiet nodig is om enig nuttig par. 5. Het ontwerp voor absorptie- het water- en gasdebiet (OL en 0,) en
effect te bereiken dan bij 02-absorp- apparatuur (of een seriescha- het toerental van de rotor (N);
tie. De eis om naast aeratie gelijktijdig keling daarvan) wordt gegeven in c. het benodigde vermogen als func-
CO2 te desorberen zal dus noodzake- termen van stofoverdrachtscofficint tie van de operationele variabelen.
lijk een groter luchtverbruik tot ge- en specifiek grensvlak. De verschillen-
volg hebben. Daartegenover staat ech- de apparaten worden op deze basis Het thermodynamisch evenwicht tus-
ter dat aan de eis om O2 te absorberen vergeleken. Hun fysisch - technologi- sen de fasen onder de in het apparaat
heersende condities (T, P) geeft aan Tabel I - Overzicht vari de relaties voor de s!ofstroonidicl~theid O",, [kg/m2s] door het
wat men bij zeer intens contact tussen grensvlak
de fasen en bij zeer lange contact-
tijden zou kunnen bereiken. Even- Gaszijde: Oum = kg (Cg- Cgi) (1)
wichtsberekeningen zijn het onder- Vloeistofzijde: O",,, = kL (CLi - CL) (2)
werp van paragraaf 2.
Evenwicht aan het grensvlak: CLi = mCgi (3)
De snelheid van het stoftransport is
echter meestal niet zo groot, dat de Eliminatie van de grensvlakconcentraties CLi en Cgi, die niet a priori bekend zijn en
gas- en vloeistofstromen die het appa- waarin men meestal niet is genteresseerd:
raat verlaten inderdaad in thermody-
namisch evenwicht zijn. Kennis van
de snelheid van stoftransport is dus
noodzakelijk om te kunnen voorspel-
len in welke mate het evenwicht tus- het grensvlak per eenheid van opper- k, > > kL. Bovendien zal blijken dat
sen de uitgaande stromen is benaderd. vlak @( )", evenredig is met de con- voor de gassen waar wij mee te
In deze inleiding zullen we de formele centratieval in n van de fasen; de maken hebben m kleiner is dan 2, en
beschrijving geven van de stofover- evenredigheidsconstante noemt men vaak veel kleiner dan 1. Hieruit volgt
drachtssnelheid door een grensvlak- de partile stofoverdrachtcofficintk. met behulp van vgl. (5) dat KL kL;
element tussen gas en vloeistof. Dit leidt tot twee uitdrukkingen voor dus voor de beschrijving van de gas-
Nadere gegevens over de in te voeren de stofstroomdichtheid, welke respec- absorptie is alleen de stofoverdrachts-
fysische grootheden volgen dan later tievelijk betrekking hebben op de con- cofficint in de vloeistoffase van be-
(stofoverdrachtscofficint par. 3, centratieval in de gas- en in de vloei- lang. Gegevens over k~ worden ge- .I

totaal grensvlak par. 4). In afb. 1 is stoffase. Ze zijn gegeven als vgl. (1) geven in par. 3.
de concentratieverdeling van de te en (2) in tabel I. Beide uitdrukkingen
absorberen stof aan weerszijden van In par. 4 volgen gegevens over het
voldoen aan de voorwaarde, dat de grensvlak in verschillende apparaten.
het grensvlak getekend. Er zijn con- absorptiestroom nul wordt als de con- Deze gegevens worden in par. 5 ge-
centratieval nul wordt. I n dat geval bruikt om de hoofdafmetingen van de
zijn de fasen in evenwicht, want dan benodigde apparatuur uit te rekenen,
l G (gas)
I
L (vloeistof ) geldt CL = CLi = mC,, = mC,,
dus overal in het gas heerst de con-
centratie C, en overal in de vloeistof
terwijl in par. 6 summier wordt in-
gegaan op het vermogen, dat aan de
verschillende apparaten moet worden
de evenwichtsconcentratie mC,. toegevoerd om het gewenste grensvlak
Nu is het voor berekeningen onprak- te handhaven.
tisch de beide concentraties aan het
grensvlak (Cgi en CLi) in de beschrij- 2. Evenwichtsbeschouwingen
ving mee te nemen, omdat ze niet a In afb. 2 is een apparaat geschetst
I I priori bekend zijn en men zelden in waarin een gasstroom (0, m3/s, in-
Afb. I - Coiiceiztratieverdeling van de te deze concentraties genteresseerd is. gansconcentratie Co kgIm3) door ab-
absorberen stof aari weerszijden van het Met de evenwichtsrelatie kunnen ze sorptie in evenwicht komt met een
- -
uit (1) en (2) worden gelimineerd. vloeistofstroom (oL m3/s, ingangs-
grensvlak tussen gas en vloeistof (C iri
bijv.). -
Het resultaat is als vgl. (4) ook in concentratie 0).
tabel I gegeven. Hieruit volgt dat de
absorptiestroomdichtheid evenredig is Uit een massabalans (stofstroom in
= stofstroom uit) blijkt dat de con-
centratiegradinten in het gas en in met (mCg-0,dat is met het ver-
de vloeistof die de absorptiestroom schil tussen de concentratie die in de centratie in de uitgaande vloeistof
naar de vloeistof onderhouden. Aan vloeistof in evenwicht zou zijn met de gelijk is aan:
het grensvlak heersen in het gas en in concentratie in het gas en de con-
de vloeistof concentraties, waarvan centratie in de vloeistof. Ook hier is
men mag aannemen dat ze in thermo- - natuurlijk - de absorptiestroom
dynamisch evenwicht zijn. nul als er evenwicht is. De evenredig-
Voor de gassen waarmee we bij de heidsconstante KL, blijkt samengesteld Wil men een zo hoog mogelijke uit-
behandeling van drinkwater te doen te zijn uit de partile stofoverdrachts- gangsconcentratie in de vloeistof dan
hebben is de evenwichtsrelatie een cofficinten, kL en k,, en uit de ver- zal dus de verhouding mOL/Og zo
lineair verband: CLi = mCgi (verde- delingscofficint m: klein mogelijk moeten zijn, zeg 0, =
lingswet van Henryl). De grootheid 10 m@L. De gewenste verhouding tus-
rr wordt de verdelingscofficint van sen de stromen @g/@L, wordt derhalve
het gas in water genoemd. Hij is een bepaald door de verdelingscofficint.
functie van de temperatuur. Formeel Later zal blijken dat de partile stof- Waarden van deze cofficint zijn
stelt men nu dat de stofstroom door overdrachtscofficinten evenredig voor enkele, voor ons belangrijke gas-
zijn met de dif fusiecof ficint van het sen gegeven in tabel II. Voor slecht
l) In oudere handboeken wordt de ver- te absorberen gas in de betrokken fase oplosbare gassen, zoals 02, is het vol-
delmgswet als volgt geschreven: tot de macht 0,s. Nu zijn de diffusie- doende @,/% = 0,3 te kiezen, voor
CLi = He.ps1., waarin pgi de partiaalspan-
cofficinten in vloeistoffen van de goed oplosbare gassen, zoals COS,
ning van het te absorberen gas aan het
grensvlak is. Gebruikmakend van de ideale orde 10-9 m2/s en in gassen van de moet @g/@L 2 10 zijn. Deze op de
gaswet volgt hiemit: m = He.RT (T in "K). orde 10-6 m2/s, dus in de regel is thermodynamica gebaseerde uitspra-
L ( vloeistof 1

@g
Afb. 2 - De massabalans voor een apparaat, waarin absorptie-even- Afb. 3 - Niet-stationaire indringing in een vloeistof (corzcerztratie
CL), indien het grensvlak op t = O op een concentratie mCg wordt
wicht wordt bereikt (0 in [ m ? / s ] , in C in
gebracht en gehouden.

ken zijn geldig ongeacht of het een ab- 3. De Stofoverdrachtscofficnt Verder nemen we aan dat er in de
of desorptieproces betreft: bij goed in de vloeistoffase, k~ vloeistof geen snelheden loodrecht op
oplosbare gassen is een grote verhou- Zoals we reeds zagen wordt de stof- het grensvlak voorkomen (bijv. door
ding @,/(dL nodig om a) bij absorptie stroom per eenheid van oppervlak, wervels), die het stofoverdrachtspro-
het gas niet te veel uit te putten en b) (d", [kg/mZs], in een vloeistof met ces kunnen versnellen (hierop komen
bij desorptie niet een te grote tegen- een concentratie CL [kg/m3] van een we nog terug).
druk van de te desorberen component gas met oplosbaarheid mCg gegeven Met het verstrijken van de tijd zal
in het gas op te bouwen. door: dan door diffusie een niet-stationaire
Daar de eerste beslissing bij het kie- (d", = kL (mCg- CL) (4) indringing (penetratie) van het gas in
zen van apparatuur is of men het de vloeistof plaatsvinden; zie afb. 3.
water dan wel de lucht zal verdelen Hierin is kL de stofoverdrachtcoffi- De wiskunde van dit proces is een
(watervalbeluchters tegenover bellen- cint in de vloeistoffase, met eenheid lange som, die we hier niet zullen her-
beluchters), is het op grond van deze
beschouwing reeds duidelijk dat goed
[T]. Deze grootheid heeft alleen feno- halen, omdat de uitkomst belangrijker
is. Het blijkt nl. dat de concentratie-
menologische betekenis. Zelden is hij
oplosbare gassen slechts efficint kun- theoretisch te voorspellen, doordat hij verdelingen in de vloeistof met grote
nen worden overgedragen bij hoge afhankelijk is van de meestal onbe- nauwkeurigheid (3 %) benaderd kun-
waarden van @,/(dL, zodat voor de kende, lokale stromingstoestand. Wel nen worden door rechte lijnen welke
overdracht van deze gassen (COz!) zijn er inmiddels veel metingen van de gaan door de concentratie mCg aan
bellenbeluchters in het nadeel zijn stofoverdrachtcofficint kL bij gas- het grensvlak en door de concentratie
t.o.v. watervalbeluchters. Voor het absorptie bekend. De gemeten waar- CL op een afstand x van het grens-
overdragen van slecht oplosbare gas- den van kL zijn gecorreleerd aan de vlakvlak. Voor grotere afstanden van
sen (02) is zulk een geringe verver- fysische grootheden die de stroming het grensvlak dan x is de concentratie
sing van het gas nodig dat daaraan beschijven (snelheid, afmetingen, soor- nog steeds de oorspronkelijke concen-
altijd wel te voldoen is, welk apparaat telijke massa, viscositeit, energiedissi- tratie CL.
men ook kiest. Dit betekent echter patie per volume). Indien deze corre-
ook, dat men bij het areren van De afstand x wordt de penetratiediep
laties met fysisch inzicht zijn opge- te genoemd. Hij zal toenemen naar-
drinkwater waarin men de reeds aan- steld zijn de metingen van kL in een
wezige concentratie van fysisch opge- mate de tijd t, toeneemt, gedurende
klein apparaat te gebruiken voor welke het oppervlakteelement aan het
lost COa wil handhaven, beter bellen- voorspellingen in een groot apparaat.
beluchters kan gebruiken dan water- gas bloot staat. Uit de theorie volgt:
Het is ondoenlijk hier alle metingen
valbeluchters. over k=-waarden bij gasabsorptie
samen te vatten; verder is het weinig waarin D de diffusiecofficint van
zinvol daar uit alle metingen met het gas in de vloeistof is (gegevens
Tabel I1 - Verdelingscofficinfe~zvoor ver- water als vloeistof blijkt dat kL %
scl~illendegassen over diffusiecofficinten van enkele
10-4 m/s. De stromingscondities heb- gassen in water zijn te vinden in tabel
ben dus blijkbaar geen grote invloed LII; ze zijn voor alle gassen, die voor
op de waarde van kL. ons van belang zijn vrijwel gelijk en
Nz 0,023 0,016
Dit volgt ook uit de penetratie-theorie, bij 20" C gemiddeld 1,5.10-Q mZ/s).
02 0,049 0,033*
welke de meest kwantitatieve beschrij- Gaat men nu bij de gebruikelijke ab-
cH4 0,055 0,034
ving is van het overdrachtsproces tus- sorptieprocessen na hoe lang vers ge-
coz 1,69 0,92
sen bellen en vloeistof of tussen een vormd oppervlak blijft bestaan dan
4>6 2,7 is dat hoogstens enkele seconden en
gas en stralen of druppels. In deze
*) Hiemit is de oplosbaarheid van 0 2 uit theorie nemen we aan dat op tijdstip vaak veel korter. Derhalve is op grond
lucht bij 20' C te berekenen. Lucht bevat t = O een oppervlakte-element van van vgl. (5) de indringdiepte aan het
0,21/22,4 mol 0211 of 0,21 x 32/22,4 g O ~ / l vloeistof met concentratie CL in aan- eind van het proces hoogstens gelijk
Hiermee is in water in evenwicht bij 20" C:
0,033 x 0,21 x 32/22,4 = 10-2 g0211 = 10 mg raking komt met een gas, dat een op- aan 1/ W .1,5.10-9.2 = 10-4m (0,l mm
O?/]. losbaarheid mCg in de vloeistof heeft. = 100 p). Hiermee is te begrijpen
Tabel I11 - Diffirsiecoffici~ire,~
van enkele voor kL is, dan vinden we dat de meten waarden van kL. De grafiek is
gassen in water*)
penetratie-theorie voorspelt: aangevuld met gegevens over kL voor
starre bellen (waarvoor de correlaties
hier niet zullen worden herhaald), om
de bewering te staven dat voor bellen
Het gaat er nu om voor ieder proces in water (ongeacht hun afmeting) kL
een goede schatting te maken van de = 1 2.10-4m/s.
tijd t,, de een grensvlak maximaal Tevens is in afb. 4 aangegeven dat er
kan bestaan. Deze tijd heeft in de een meetbaar verschil is tussen v,. (en
regel niets te maken met de verblijf- dus kL) in gedestilleerd water en in
*) Voor ieder gas is het produkt DqJT tijd van het gas in de vloeistof, zoals leidingwater (oppervlakte actieve stof-
vrijwel constant (q = dyn. viscositeit van fen), maar dat dit verschil praktisch
de vloeistof, T = abs. temperatuur). Dit
uit de volgende voorbeelden duidelijk
geeft de mogelijkheid om diffusiecofficin- wordt. te verwaarlozen is. Wel is de invloed
ten op andere temperaturen om te rekenen. Ten eerste denken we aan bellen in van oppervlakte actieve stoffen op de
water, waarbij we 2 gevallen onder- belgrootte en dus op het totale grens-
scheiden: het grensvlak beweegt (bel vlak aanzienlijk, zodat deze stoffen
dat een verhoging van de turbulentie groter dan 1 mm) of het grensvlak is toch - via de grootte van het grens-
in de ,,bulk" van de voleistof slechts star (bel kleiner dan 1 mm). Indien vlak - het stofoverdrachtsproces be-
een zeer geringe invloed op de con- het grensvlak beweegt heeft de bel invloeden; daarop zal niet verder wor-
centratieverdeling aan het grensvlak zich van een nieuwe ,,jasw voorzien, den ingegaan.
heeft en dus ook op de stofover- indien hij n beldiameter is ver- Vervolgens kijken we naar druppels
drachtscofficint en op de stofstroom plaatst. In dat geval is t , = d/v,., die in omgevingslucht vallen (diameter
per eenheid van grensvlak. Het proces waarin d de beldiameter is en v, de d, valsnelheid v,). De grootste druppel
vindt zo dicht aan het grensvlak snelheid van de bel t.o.v. de vloeistof. die nog juist kan bestaan heeft een
plaats, dat wervels daar niet effectief In afb. 4 is de stijgsnelheid van bellen diameter van 6 mm*); zijn valsnelheid
kunnen doordringen om aan het over- in water uitgezet als functie van de
drachtsproces bij te dragen. Onze ver- beldiameter. Op grond van het voor- 2) Voor grote dnippels zijn de opper-
onderstelling over de afwezigheid van gaande is daaruit met vgl. (8) de vlaktespanningskrachten (+ u d) niet meer
opgewassen
.- tegen
- de traanheidskrachten
wervels was dus geoorloofd. Wel waarde van kL berekend en ook in
( - 6 P, vZrd2)
wordt door een grotere mate van afb. 4 uitgezet. De aldus berekende Druppels breken tijdens hun val indien de
turbulentie het grensvlak vergroot (de waarden komen overeen met de ge- verhouding pg v2, d2/o d -l 2 is.
bellen of druppels worden kleiner),
zodat hierdoor de stofoverdrachtssnel-
heid wordt verhoogd (zie de volgende Afb. 4 - De relatieve siiellieid vati belle11 irz water en de stofo~~erdractitscofficint
kL als
paragraaf). frtrlctie vati de beldiarneter (- - - ziriiler water, - leidingwater).
.
Keren we terug tot de penetratie- -1 l

theorie (afb. 3, vgl. (5)), dan blijkt


onze kennis voldoende te zijn om de
stofstroomdichtheid door het grens-
vlak @," als functie van de tijd te
kunnen voorspellen. We maken hier-
bij gebruik van de definitie van de
diffusiecofficint:
O", (t) = D x (concentratiegradint
aan het grensvlak) = D x mC, - CL
/TDt

Indien er nu veel grensvlakelementen


zijn, die leeftijden hebben tussen
t = O x de maximaal mogelijke leef-
tijd t = t,, dan is de fractie van het
oppervlak met een leeftijd tussen t en
t+ dt gelijk aan d t / t , . De gemiddel-
de stofstroomdichtheid over al deze
grensvlakelementen is dus gelijk aan:

= dt beldiameter. d [mm]
@/jrn (t) - -
o. tm

Vergelijken we deze uitdrukking met


vgl. (4), welke de definitievergelijking
is ong. 7 m/s. Valt de druppelzwerm Als de vloeistof na het passeren van proces plaatsvindt, indien kL bekend
over een afstand van 3,5 m, dan be-
vindt zich in de zwerm grensvlak dat
leeftijden bezit tussen O en 0,5 s.
n deeltje op de contactplaats met
een onderliggend deeltje goed wordt
gemengd, bezit dus alle oppervlak in
gasabsorptie in water: k~-
is. Het vrij algemene resultaat voor
10-4m / s
kan dus m.b.v. vgl. (9) ook als volgt
De penetratietheorie voorspelt dan dat het bed leeftijden tussen O en 0,3 s. worden geformuleerd: bij gasabsorptie
kL 0,7.10-4m/s. Valt de zwerm Dus is volgens de penetratietheorie in water is de filmdikte x, 5 1,5.10-6
over 1,75 m i.p.v. over 3,5 m dan (vgl. (8)) kL = 0,8 10-4mjs. Weder- m.
wordt kL volgens de penetratietheorie om wordt dus dezelfde grootte orde Waar de filmtheorie een gebrekkige
4 - z zo
~ groot, dus kL " 10-4mjs. voor kL gevonden, als voor druppels beschrijving van de stofoverdracht is,
Door deze ingreep is dus weer kL en stralen, terwijl men zelf kan na- die aan de penetratietheorie vooraf
nauwelijks beinvloed,maar wel is het gaan dat alle gekozen voorbeelden ging, probeert de oppervlakteverver-
oppervlak van de zwerm door het realistisch zijn en dat andere realisti-singstheorie van Danckwerts een ver-
halveren van de hoogte met een factor sche bedrijfscondities geen drastische volg op (een verdieping van?) de pene-
2 verkleind. Deze voorspellingen van verhoging of verlaging van kL geven. tratietheorie te geven. Danckwerts
de penetratietheorie zijn juist en zijn Metingen van stofoverdrachtcoffici- gaat weer uit van de niet-stationaire
door experimenten bevestigd door enten bevestigen deze berekeningen penetratie in de vloeistof (vgl. (6)).
druppels die star zijn en dus niet cir- van kL; zie bijv. de dissertaties [2]. Hij neemt nu echter aan dat er in een
culeren. Naast de penetratietheorie zijn nog apparaat grensvlak van alle leeftijden
Immers, de penetratietheorie gaat er twee beschrijvingen van het stofover- voorkomt en wel met zulk een ver-
van uit dat er geen stroming is van drachtsproces in gebruik, die echter deling dat de fractie grensvlak met
het grensvlak naar de ,,bulk", waar-
door het transport van materie wordt
veel minder geschikt zijn om kwanti- leeftijd tussen t en t +dt wordt ge-
tatieve voorspellingen te doen dan de geven door s exp (-st)dt. Dit is het
geholpen. Kronig en Brink [l] be- penetratietheorie. Zij worden resp. de geval indien een grensvlakelement, on-
rekenden de invloed van een volledig filmtheorie en de oppervlakteverver- afhankelijk van zijn voorgeschiedenis,
ontwikkelde circulatiestroming in een singstheorie (van Danckwerts) ge- op ieder moment een kans sdt heeft
druppel op de stofoverdracht en von- noemd. om in een tijd dt te verdwijnen, d.w.z.
den de algemeen geldende uitspraak, het grensvlak wordt ververst met een
dat de circulatiestroming de ,,stof - In de filmtheorie legt men verband gemiddelde frekwentie s. Voor de
overdrachtscofficint volgens de pe- tussen de stofoverdrachtscofficint stofstroomdichtheid in het apparaat
netratietheorie" met een factor l ,5 en de dikte van de laag, x,, waarover vindt men dan:
vergroot. Ook hier is de invloed van de concentratieval (mC, -CL) plaats-
de extra bewegelijkheid in de vloei- vindt. Men neemt aan dat de concen-
stof op kL dus gering. tratie lineair verloopt van de waarde
Beschouwen we nu een forse water- mC, aan het grensvlak tot CL op een d% (mC, -CL), waarin gebruik is
straal (fontein), die met een beginsnel- afstand x, van het grensvlak. In deze gemaakt van vgl. (6). Deze uitkomst
heid van 10 m/s loodrecht omhoog film van dikte x, vinden geen stromen is ook te lezen als:
wordt gespoten. Laten we aannemen loodrecht op het grensvlak plaats, die kL = ~-DX (1 0)
dat deze straal over vrijwel de gehele de stofoverdracht kunnen versnellen.
lengte (= 5 m) intact blijft. Bij de Het transport in deze laag is dus een Ook hier is een verband gelegd tussen
straalpijp is de leeftijd van het grens- diffusieproces en wederom gebruik- een a-priori onbekende kL en een a-
vlak O s, terwijl op het hoogste punt makend van de definitievergelijking priori onbekende andere grootheid:
van de fontein de leeftijd van het voor de diffusiecofficint kunnen we de verversingsfrekwentie s, die niet op
grensvlak 1 s is. Volgens vgl. (8) is voor de stofstroomdichtheid door het onafhankelijke wijze te meten is. Er
dan kL "- 0,5.10-4m/s, dus ongeveer grensvlak schrijven: zijn wel pogingen gedaan om uit ge-
gelijk aan de waarde van kL voor de meten kL-waarden, s-waarden te be-
druppels die uit de straal worden ge- rekenen en deze te correleren met het
vormd. vermogen dat per massa-eenheid
Als laatste voorbeeld beschouwen we waaruit met de definitievergelijking vloeistof wordt gedissipeerd, E . Al
een met water bevloeid cokesbed voor kL (vgl. (4)) volgt deze pogingen, die voornamelijk ab-
(diameter cokesdeeltjes 3 cm, @"L = sorptiemetingen aan het vrij oppervlak
10 kg/s.m2bed). Uit de theorie over van een turbulente stroom betreffen,
vrij afstromende vloeistoffilms bere- tonen aan dat s + d E , dus kL + E % .
kenen we hieruit een gemiddelde dikte Het enige dat we nu bereikt hebben
d, van de vloeistoffilms van 1,5 10-4m is dat een verband is gelegd tussen Ook hier blijkt weer dat het vergro-
en een oppervlaktesnelheid, V,,,, van een a-priori onbekende cofficint kL ten van het vermogen om turbulentie
de film van 0,l m/s 3). De verblijftijd en een a-priori onbekende filmdikte te bewerkstelligen een zeer geringe
van de film op n cokesdeeltje is dus x,. Bouwt men nu dit model uit, door verhoging van de stof overdrachtscof-
0,3 s 4). zich meer in detail voor te stellen wat ficint teweeg brengt. Bij een unifor-
er aan het grensvlak gebeurt, dan kan me dissipatie in water van E = 0,5
men wel onafhankelijke schattingen Wjkg (normale praktijkwaarde) blijkt
van x, maken. Dit is bijv. reeds ge- de stofoverdrachtscofficint aan het
daan in het penetratiemodel, met als vrije grensvlak kL = 0,5 10-4m/s te
4) D e indringdiepte is dan volgens vgl. (5) resultaat x, = 0,5 x = 0,5 rDt,. In zijn, hetgeen iets lager is dan de waar-
3.10.6 m, wat veel kleiner is dan de film- de praktijk wordt de filmtheorie den van kL die we in de andere
dikte, 1,5 l W m. Dit moet natuurlijk ook
het geval zijn wil de penetratietheorie t o e eigenlijk alleen gebruikt om de laag- situaties vonden.
pasbaar zijn. dikte te schatten waarin het diffusie- De lezer die deze materie bestudeert,
zal $hetmisschien op prijs stellen, in- Conclusies afgevoerd. Het water dat de schotel
dien hij zich met de gegevens die tot De conclusies van par. 3 zijn de vol- binnenstroomt voert per tijdseenheid
dusver getaleerd zijn vertrouwd kan gende: een massa O2 mee, welke gelijk is aan
maken door zich te oefenen. Hiertoe 1. voor watervalbeluchters (druppels,
OL CLi en evenzo voert het water van
wordt de mogelijkheid in de volgende
vier vraagstukken gegeven. m/s, voor bellen is kL -
stralen, schotels) is kL S! 0,7 10-4
1,5 10-"/s
de schotel af een massastroom OL
CLll. Wat het water per tijdseenheid

Vraagstuk l. Op het Velperplein te


Arnhem staat een fontein (geschonken
wateroppervlak is kL -
en voor een vrij (niet stagnerend)
0,5 10" m/s.
2. door de operationele condities van
meer afvoert dan toevoert is de ge-
absorbeerde hoeveelheid per tijdseen-
heid, dus:
aan de gemeente door de AKU). Het OL (CL,, - CL^) = LA (mCg-CL,")
bassin bevat ongeveer 360 m3 water. de verschillende apparaten te ver-
In de zomer van 1962 (20" C) mat ik anderen is de waarde van de stof- Voert men nu het overdrachtskental
de concentratie zuurstof in het water, overdrachtscofficint vrijwel niet te T = kLA/OL (dimensieloos!) in, dan
direct nadat de fontein was aangezet, benvloeden. volgt uit bovenstaande vergelijking:
als functie van de tijd. Ik vond op
t = O 5,O mg02/l, t = l h 6,O mg02/l, 4. Het specifiek grensvlak in
t = 2h 6,7 mgOz/l. Geef een schat- contactapparaten voor gas
ting van het totale grensvlak van de en water mits T < 0,3, opdat CL CLIl.
fontein (stralen, druppels en bassin). Het is praktisch ondoenlijk hier alle Dus, voor iedere serie metingen waar-
Welke concentratie zou ik gemeten gegevens over het grensvlak tussen in T constant is (wat praktisch bete-
hebben als ik nog een uur had ge- gas en water voor alle gebruikelijke kent voor iedere serie waarin OL con-
wacht? apparaten te geven als functie van stant is) vindt men een lineaire relatie
Antwoorden: 220 m2, 7,3 mg02/l. hun bedrijfscondities. We moeten ons tussen CL,/mC, en C ~ ~ l m c ,Dit .
tevreden stellen met een globaal over- blijkt in de praktijk ook inderdaad
zicht. het geval te zin. We komen daarop in
Vraagstuk 2. Een waterdruppel van
Dit overzicht zuilen we als volgt in- par. 5 terug.
2 mm diameter valt 4 m door omge-
delen: Het is uit vgl. (11) ook duidelijk dat
vingslucht (20" C). Oorspronkelijk be-
vatte de druppel geen zuurstof. Wat men de werking van deze beluchters
4.1 w a t e r v a l b e l u c h t e r s
is zijn gemiddelde zuurstofconcentra- a-priori kan voorspellen, indien de
(sproeiers, schotels, cascaden)
dimensieloze groep T a-priori bekend
tie na 4 m? Indien hij oorspronkelijk
4.2 belbeluchters is. Van deze groep is alleen A nog
5 mgOz/l had bevat, wat zou dan zijn
gemiddelde zuurstofconcentratie na 4.2.1 niet-nzechanische hchtinvoer onbekend, zodat we onze aandacht
4 m geweest zijn? (put, venturi, bellenzuil); daarop nu richten.
Het totale grensvlak in een apparaat
Antwoorden: 1,8 mgOz/l, 5,9 mgO2/l. 4.2.2 mechanische lzichtinvoer is vaak evenredig met zijn volume,
(bellenwasser, borstels) zodat het gebruikelijk is over het
Vraagstu1c'3. In een Pasveer-sloot grensvlak per volume-eenheid te spre-
houdt een hoge concentratie aan ac- 4.1 w a t e r v a l b e l u c h t e r s ken. Er zijn dan drie mogelijkheden:
tief materiaal de zuurstofconcentratie De watervalbeluchters zijn van fysisch A* grensvlak per volume-eenheid
laag. Bij een gegeven circulatiedebiet technologisch standpunt bezien het apparaat
is de absorptiesnelheid 0,6 mg02/s.m2 eenvoudigst te beschrijven. We zullen AL* grensvlak per volume-eenheid
slootoppervlak. Indien het circulatie- die beschrijving hier geven, opdat vloeistof
debiet verviervoudigd wordt, wat duidelijk wordt hoe het totale grens- A, * grensvlak per volume-eenheid
wordt dan de absorptiesnelheid en vlak tussen water en lucht de werking gas
met welke factor neemt het benodig- van het apparaat mede bepaalt.
de vermogen toe? Doordat het water relatief kort in de Deze drie grootheden hangen natuur-
sproei, in een trap van de cascade of lijk samen.
Antwoorden: 4 42 x 1.2 = 0,8 op een schotel verblijft is de concen-
mg02/s.m2 slootoppervlak,43 = 64 x! Indien cp de volumefractie vloeistof in
tratieverandering in het water per het apparaat is (welke slechts in enkele
passage gering. In dat geval mag men gevallen bekend is), geldt:
Vraagstuk 4. Midden op de bodem schrijven dat de gemiddelde concen-
van een bak Ligt over de breedte een tratie in het water op een schotel (in
pijp met gaatjes waardoor lucht wordt een cascadetrap of in de sproei) on- In een sproeikolom is het totale op-
geblazen. Hierdoor ontstaan twee cir- geveer gelijk is aan de uitgangscon- pervlak per volume-eenheid vloeistof
culatiestromen in de vloeistof, waar- centratie van het water CLli. gelijk aan AL* = 6/d (d is een ge-
door het bovenoppervlak van de De totale massastroom 0 2 naar het middelde druppeldiameter).
vloeistof in de bak wordt ververst. water wordt dan dus gegeven door: Indien de druppels uit forse water-
Het is bekend dat de circulatiestroom
LA (mC, -CLIJ stralen en watergordijnen onstaan is
in de vloeistof toeneemt met het gas- 9

waarin A het totale grensvlak op de d 3 mm, d.w.z. ongeveer de helft


debiet tot de macht 113. Met welke
schotel (etc.) is. van de maximaal mogelijke diameter,
factor wordt de absorptiesnelheid
In de stationaire toestand (dus als dus AL* = 2000 m213 vloeistof. Men
in het bovenvlak van de vloeistof
de zuurstofconcentratie in de beluch- kan het specifiek grensvlak in de
vergroot indien het gasdebiet wordt
ter niet meer stijgt), moet de massa- sproei vergroten door kleinere drup-
verdrievoudigd?
stroom 02, die door absorptie in het pels te verstuiven (uit gaatjes of sleu-
Antwoord: 3116 = 1.2 x. water komt, door het water worden ven kleiner dan 1 mm O), maar dat
is niet aan te raden (drukval, verstop- injectie door geperforeerde platen A* = 1200 Q)",/V, (dus voor @",/V,.
ping). De volumefractie vloeistof in (bellenzuil). I n al deze gevallen is = 0,2 is A* = 250 mZ/m3)).
een sproei is echter gering: Q 5 0,1, onder normale operationele condities Over de apparaten, waarin de bellen
dus is het totaal grensvlak per m3 de turbulentie reeds zo hoog dat de niet uniform over het volume ver-
apparaat gering: A* 5 200 rn21m3. gemiddelde beldiameter een niet meer deeld zijn, is weinig te zeggen. In deze
in een cokesbed (schotel) wordt het te benvloeden waarde van 5 mm apparaten dient de bellenstroom ener-
totaal grensvlak per m3 apparaat be- (voor leidingwater) krijgt. We maken zijds om de vloeistof te circuleren en
paald door de diameter d, van de nu onderscheid tussen apparaten inet het bovenoppervlak van de vloeistof
cokesdeeltjes en de porositeit E van geforceerde vloeistofstroming (put, te verversen, anderzijds draagt de bel-
het bed: A* = 6 (1 -&)/d,. venturi) en zonder geforceerde vloei- lenstroom zelf tot de stofoverdracht
Dus voor een normale stapeling van stofstroming (belienzuil). bij. Nu is het specifiek grensvlak in
ongeveer ronde deeltjes (E = 0,5, Bij geforceerde vloeistofstrorning deze apparaten bij afwezigheid van
d, = 3 cm) is A* = 100 m'/m3. Ook geldt, indien @g/@L< 0,25 en bellen klein < 10 m"m3 (bij vloei-
hier kan men de afmetingen van de aNL > 1,s m3/m2s, dat stofhoogten > 1 dm), terwijl ook de
cokesdeeltjes niet ongestraft verklei- stofoverdrachtscofficint aan het
nen om A* te vergroten (verstopping, vrije oppervlak aan de lage kant is
vloeistof - gas contact wordt gerin- (kL 0,s 10-4 m/s. Daarnaast is de
ger doordat beide fasen eigen voor- Hieruit volgt dat bij put- en venturi- stofoverdrachtscofficint voor bellen
keurskanalen gaan volgen, uitputting beIuchting A* = 600 @g/@L[m2/m31. wat hoger (1,s 10-4 m/s), terwijl ook
van het gas, etc.). Dus voor de maximale waarde van hun bijdrage aan het grensvlak rela-
Van metingen aan een trap van een @s/@L = 0,25 is A* = 150 m21m3. tief hoog zal zijn. Zo verwacht men in
cascade zijn mij slechts de resultaten Ook hier is A* weer te vergroten door een bak, die door een schot in twee
van J. Zweegnian en H . Vaessen be- bewust kleine bellen aan te zuigen gelijke compartimenten wordt geschei-
kend, afstudeerders van prof. ir. L. (uit gaatjes kleiner dan 1 mm O), met den, bij een vrij uniforme beluchting
Huisman. Zij gebruikten trappen van alle bezwaren die daarbij naar voren o p de bodem van de bak aan n zijde
1 x 0,5 x 0,s m3, waarbij het water komen. van het schot, specifieke grensvlakken
over de smalle kant stroomde. De val- Bij luchtinjectie door geperforeerde in de orde van 60 mz/m3 totale vloei-
hoogte werd gevarieerd van 0,15 tot platen en bij afwezigheid van een ge- stofinhoud. De bellen dragen dus aan-
0,8 m en het waterdebiet van 6.10-3 forceerde vloeistofstroming met de zienlijk meer tot de gasabsorptie bij
20.10-3 m3/s m overstortrand. Uit hun bellen mee of tegen de bellen in (bel- dan het vrije oppervlak (verhouding
metingen is (m.b.v. vgl. (11)) te be- lenzuil), geldt: ongeveer 5 : 1).
rekenen het product van kL en het
grensvlak per m2 watergordijn, A" (het O", 0'' 4.2.2 Bel beluch ters (mechanische
- , indien L- 0 2 ,
oppervlak van het watergordijn werd v,. v,. luchtinvoer)
gelijk gesteld aan de breedte van de waarin O", het luchtdebiet per een- Indien men hevig in de vloeistof
bak x de valhoogte). Dit produkt heid van doorsnede van het apparaat roert, is het specifiek grensvlak te
kLAr' bleek bij hun proeven vrijwel is en v, de stijgsnelheid van indivi- vergroten, echter met extra energie-
onafhankelijk van OL en van de val- duele bellen (zie afb. 4, v,. = 0,3 m / s verlies. In afb. 5 is het specifiek grens-
hoogte te zijn en gelijk aan (20 f 3) in water). In deze apparaten is dus vlak uitgezet als functie van het be-
10-4 m/s. Bedenkt men zich dat in
bellen en stralen kL = 10-"/s, dan
blijkt dus dat het totale grensvlak in Afb. 5 - De specifieke grensi~lakkeri in gasbelbelrtchters als firnctie vali het veritiogelis-
een cascadetrap (20 3) x zo groot verbruik per 7713.
is als het oppervlak van het water-
gordijn, indien dit gordijn als gesloten
wordt voorgesteld en wel is deze fac-
tor zo onafhankelijk van het debiet
en van de valhoogte. Het blijkt dus
dat de druppels en de bellen, die door
de waterval worden gemaakt aanzien-
lijk tot het uitwisselend oppervlak bij-
dragen. Het is opvallend dat de factor
20 onafhankelijk is van het debiet en
van de valhoogte. 1 bellenzuil
2 bellenbok
4.2.1 Belbelrrchters (niet-mechanische 3 put .venturi
4 bellenwosser ( T = T
luchtinvoer) 5 borstels [3]
Ons uitgangspunt is weer de reeds be-
kende relatie van het specifiek grens-
vlak per m3 apparaat A* = 6 (1 - ~ ) / d ,
waarin (l - p) de volumefractie gas
is en d de gemiddelde beldiameter.
Deze relatie is alleen geldig zolang de ,lifll11 11'1' Z I t~a b e l 4
bellen vrij uniform over het apparaat
zijn verdeeld. Dit kan het geval zijn
bij putten en venturi-buizen en bij
nodigde vermogen per m3 apparaat, het specifiek grensvlak A* een factor schrijven hier bewust d A (infinitimaal
voor de belbeluchters die we reeds 10 verschillen; zie afb. 5. klein element), omdat in het apparaat
bespraken (put, venturi, bellenzuil, I n de vorige paragraaf zagen we de drijvende kracht over verschillende
beuenbak) en voor de apparaten die reeds dat de waarden voor de stof- grensvlakelementen verschillend kan
we hier zullen bespreken: de bak overdrachtscofficint kL voor de ver- zijn, omdat het gas wordt uitgeput en
voorzien van een zelfaanzuigende schillende apparaten veel minder ver- de vloeistof verzadigd raakt. Indien
roerder (bellenwasser) en de bak voor- schillen (hoogstens factor 2 3). De tot dit het geval is (put, venturi, bellen-
zien van borstels. dusver verzamelde gegevens van A* zuil) wordt de werking van het appa-
Voor de bellenwasser zijn gegevens en kLA* zijn nog eens bijeengezet in raat beschreven door over een klein
gebruikt verkregen aan een cilindrisch tabel IV. Uit deze tabel is duidelijk dat stukje lengte in de stromingsrichting
vat (vloeistofhoogte = diameter) onder de belbeluchters de volgorde de massabalans voor 0 2 op te schrij-
waarin halverwege een 6-bladige tur- van fysisch technologisch goede naar ven en de aldus verkregen differen-
bineroerder draaide (diameter van minder goede apparaten als volgt is: tiaalvergelijking te integreren. We zul-
roerder = 0,25 vatdiameter). borstels, bellenzuil (geperforeerde len dit wiskundig slavenwerk hier niet
Voor de bak met borstels ontleende plaat), belienwasser (zelfaanzuigende verrichten, maar hier wel de uitkomst
ik de gegevens aan de bekende proef- roerder), put of venturi en bellenbak. noteren (voor het geval CLi = O en
opstelling van Baars en Muskat [3]. De bellenzuil komt hier relatief goed de uitputting van het gas te verwaar-
Daarbij maakte ik gebruik van de naar voren, hetgeen juist is als de lozen is):
volgende ornrekeningsformule voor drukval over de bodemplaat relatief
het zuurstoftoevoervermogen (oxyge- klein wordt gehouden t.o.v. de hydro-
nation capacity, OC): statische hoogte (gebruik van relatief
OC = kLA* mC,, en van kL = 10-zl grove gaatjes ( 2-1 mm O)). Hoe de
watervalbeluchters in deze rij thuis
+ PL~L (1 + P) (L -H)
{(l + P) L-PH) P.., '
mis horen is pas te zeggen, zodra we ook
Het blijkt dat het verschil in specifiek het energieverbruik van deze appara-
oppervlak tussen de verschillende bel- ten hebben bezien (par. 6). In tabel I V
beluchters bij hetzelfde toegevoegde zijn naast kLA* waarden voor de vol- met /3 = D3 (D,-D)2 (D,, f D) en
vermogen een factor 10 kan bedragen. ledigheid kLA* mCg (0C)-waarden Cg d e concentratie 0 2 in omgevings-

De borstelbeluchters in de opstel- opgenomen voor de diverse appara- lucht.


ling van Baars en Muskat leveren per ten. De derde term in het rechterlid van
eenheid van vermogen duidelijk meer vgl. (13) is alleen van belang voor een
diepe put. Voor de ondiepe put, de
grensvlak dan de andere apparaten, 5. Berekening van de
de bellenbak (luchttoevoer door een venturi-buis of de bellenzuil kan men
hoofdafmetingen van beluchters volstaan met de twee eerste termen
geperforeerde pijp in een tank) is
duidelijk uit fysisch-technologisch op- In het voorgaande is al gebleken dat in het rechterlid. De derde term geeft
zicht de minste. bij absorptieprocessen de snelheid van aan dat toenemende hydrostatische
stoftransport wordt gegeven door het druk in een diepe put de onoplosbaar-
Met de bellenwasser (zelfaanzuigende product: kL x (mC, -CL) x dA, d.w.z. heid verhoogt. Als voorbeeld voor de
roerder) zijn zeer hoge waarden van stofoverdrachtscofficint in de vloei- berekening is de put van Brzcyn en
het specifiek grensvlak te bereiken, stoffase x drijvende kracht x het op- Tuinzaad [4] genomen, die een lengte
terwijl het benodigde vermogen per pervlakte-element waarover de drij- L had, een inwendige diameter D, een
mQrensvlak zelfs tot een hoog speci- vende kracht (mC,- CL) is. We waterhoogte H als drijvende kracht
fiek grensvlak (bijv. 2000 m"m3) niet
noemenswaard verschilt van het ver-
mogen per m', dat in een put-, ven- Tabel IV - Waarde~iifai A*[IIZ~/III~], kLA*[l/s] en OC(= kLA*mCg) [g/msh]
turi- of bellenzuil-beluchting nodig is.
A*[m2/ m31 kLA*[l /s1 OC[g/m3h1
Dat betekent dat in een bellenwasser
het benodigde grensvlak in een veel A. waterval belucht er^
kleiner volume is onder te brengen (kL 0,7 10-4 m/s)
zonder dat dit meer aan vermogen
- sproeitorens 200 1,4 10-2
kost dan de put, de venturi of de
- cokesbedden (schotels) 1O0 0,7 10-2
bellenzuil. Uit het oogpunt van in-
- cascadetrap (overloop)
vestering, onderhoud en plaatsruimte (1 x l m2, 1 m onder elkaar) 20 0,lZ 10-2
zou het derhalve in sommige gevallen
aanbeveling kunnen verdienen de gas- B. Belbelz~cl~ters (alle A*-waarden bij een verbmik van 500 W/m3)
belwasser te gebruiken. Op het eerste BI. niet-mech. injectie
gezicht lijkt hij vanwege energiekosten (kL - 1,5 10-"/S)
oneconomisch t.o.v. de 3 genoemde
- put, venturi
alternatieven, maar dit is schijn: in al
- beilenzuil (geperf. plaat)
deze apparaten is het even duur een
- bellenbak
mQrensvlak in stand te houden. (plaatselijke injectie)
B2. mech. injectie
Conclusie
- bellenwasser (kL = 1,5 l W
Het specifiek grensvlak loopt in de m/s) (aanzuigende roerder)
verschillende apparaten sterk uiteen. - borstels (kL - 10-4 mis) [3]
Bij hetzelfde vermogensverbruik kan
voor de stroming en welke uitkwam aan nog een principile kwestie te
in een koker met diameter D,,. illustreren is:
Vanzelfsprekend beschrijft vgl. (13)
mut. mut. ook de Nz-absorptie, zodat
men hiermee ook kan berekenen hoe-
zeer in een put de Nz-concentratie waarin CL,, de uitgangsconcentratie
toeneemt! Stelt men nu een eis aan de van trap n is, CLi de ingangsconcen-
waarde van CL,,/mC, dan kan men tratie van de eerste trap en
bij verschillende waarden van pLgL. T = kLA/OL per trap! Voert men
+
(1 P) (L - H)/ (:(l + P) L -BH) nu het aantal trappen op, terwijl men
P,,, de vereiste waarde van T- be- T,,, = kLA,,,/OL = nT constant
rekenen en aldus tot d e hoofdafme- houdt (dus bijv. n borstels werken niet
tingen van de put komen voor een ge- in n grote bak, maar iedere borstel
geven OL. In deze berekening is A werkt in een eigen compartiment,
(= A* x Volume put) nog onbekend, Afb. 6 - Grafische bepalitzg vali het aanfal zodat de vloeistof van compartiment
maar zodra men oplegt, welk gas- trappet1 i11 eet1 cascade. naar compartiment stroomt zonder
debiet, @, het water aan moet zuigen, dat hij mengt met de gehele inhoud
is met de gegevens van par. 4 het van het apparaat), dan gaat vgl. (14)
specifiek grensvlak A* te berekenen. voor grote waarde van n (n 5) over
in het technische apparaat waarneemt, in:
We richten ons nu naar de andere
zijn de aldus uit schaalproeven ge-
apparaten, waarin de drijvende kracht
vonden waarden van kLA* te gebrui-
(mC, - CL) vrijwel niet van de plaats
ken voor het ontwerp van grote appa-
in het apparaat afhangt. Zoals we
raten [S]. D e reeds genoemde meet-
reeds in par. 4 zagen is dit het geval
gegevens van Baars en Muskat [3] en
bij alle watervalbeluchters omdat het Dit is in wezen de uitkomst die we
van Zn~eegmanen Vaessen heb ik op
gas in die apparaten vrijwel niet uit- voor een put, een venturi en een bel-
deze wijze verkregen.
geput wordt en de concentratieveran- lenzuil vonden; zie vgl. (13). We heb-
dering in de vloeistof tijdens n pas- Vaak zal men ontdekken dat bij ge- ben dan ook in wezen niet veel anders
sage gering is. Ook in bellenwassers geven CLi de vereiste CLTIslechts te gedaan dan daar: het apparaat in de
en doorstroomde bakken met bor- bereiken% voor een hoge waarde van stromingsrichting van de vloeistof ver-
stels is de drijvende kracht (mC,- T (T> 0,3). Het is dan meestal prak- deeld in kleine afstanden, voor elk
CL) vrijwel constant, omdat het gas tisch ondoenlijk het vereiste grensvlak waarvan we de drijvende kracht op-
vrijwel niet uitgeput wordt en de in n apparaat onder te brengen, zo- nieuw berekenden.
vloeistof, tijdens zijn vrij lang verblijf dat men overgaat tot een cascade- Het blijkt nu dat de uitgangsconcen-
in het apparaat, goed wordt gemengd, schakeling van overlopen, een serie tratie voor een apparaat dat door
zodat CL in de gehele bak ongeveer bedden of schotels of een recirculatie schotjes in compartimenten in onder-
dezelfde waarde heeft. In die gevallen van water door een sproeitoren. Het verdeeld groter is dan de uitgangs-
beschrijft de reeds gentroduceerde effect hiervan op de stofoverdracht concentratie van dit apparaat zonder
vgl. (11) de stofoverdracht: is m.b.v. vgl. (1 1) grafisch te bepalen. schotten.
Hiertoe is afb. 6 opgenomen, waarin
CL,,/mC, tegen CLi/mC, is uitgezet. De fysische reden hiervoor is dat de
Ook is in de afb. de lijn CLi = CL, schotjes de menging tegengaan van de
getrokken. De grafische constructie vers intredende vloeistof en de reeds
Ook hieruit volgt bij een gegeven in-
gaat nu als volgt: Stel het water komt aanwezige, gedeeltelijk verzadigde
gangsconcentratie CLi en een vereiste
met een concentratie 1 de eerste trap vloeistof, zodat gemiddeld de drijven-
waarde van de uitgangsconcentratie
binnen, dan is grafisch de uitgangs- de kracht (mC, -CL) in het apparaat
CLu de vereiste waarde van het stof-
concentratie van de eerste trap een- met schotjes groter is dan in het ap-
overdrachtkental T, waarmee voor
voudig te vinden; zie de afb. paraat zonder schotjes (waarin CL ge-
een gegeven waterdebiet @L de waar-
middeld hoger is). Op fysisch techno-
de van kLA ( z T x OL) vast ligt en Deze uitgangsconcentratie is ook de logische gronden kan het dus aanbe-
daarmee het volume van het apparaat, ingangsconcentratie 2 van de 2e trap veling verdienen een grote beluchtings-
omdat gegevens over kL en het grens- en de bijbehorende uitgangsconcentra- tank met eenvoudige middelen in een
vlak per volume-eenheid apparaat A* tie van deze trap is weer op dezelfde aantal kleinere onder te verdelen en
voldoende bekend zijn of in semi- wijze eenvoudig grafisch te bepalen, het water van compartiment naar
technische apparatuur gemeten kun- enz. Op deze wijze volgt snel hoeveel compartiment te geleiden.
nen worden. Uit vgl. (11) is het ook trappen men in een cascade nodig
duidelijk hoe metingen aan semi-tech- heeft (of hoeveel schotels, of hoevaak
nische apparatuur genterpreteerd 6. Het benodigde vermogen
men moet circuleren) om aan de ge- per m2 oppervlak
moeten worden en hoe men daaruit stelde eisen te voldoen.
m.b.v. de gevonden waarde van T , Als laatste onderwerp behandelen we
het product kLA* berekent. Indien Men behoeft deze berekening niet het benodigde vermogen per m2 op-
het semi-technische apparaat een ge- grafisch te doen (alhoewel dit wel het pervlak, waarover we reeds iets zeiden
trouw schaalmodel is van het indu- eenvoudigst is), maar kan de uitgangs- in par. 4. Daar werd afb. 5 gentrodu-
strile apparaat en indien het stro- concentratie ook analytisch bereke- ceerd, die voor belbeluchters reeds
mingsregime in het semi-technische ap- nen. We zullen het resultaat van deze alle informatie over dit onderwerp
paraat overeenkomt met dat wat men berekening hier noemen, omdat hier- geeft. Ook voor de watervalbeluchters
Tabel V - Nominaal vermogen per m2 grensvlak D diffusiecofficint
zwaartekrachtsversnelling [m/s2]
lengte (vgl. (13)) [ml
partile stofoverdrachtsco-
A. Watervalbeluchters efficint [dsl
- sproeitorens totale stofoverdrachtscof-
- cokesbedden ficint [m/sI
- cascadetrap (arL
= 50 m3/mh) lengte [ml
B. Belbeluchters verdelingcofficint 1-1
- put, venturi aantal trappen [-l
- beuenzuil partiaaldruk [N/m21
- beilenbak verversingsfrekwentie [s-ll
- beuenwasser tijd van vloeistofelement
- borstels [3] aan grensvlak [s]
maximale verblijftijd van
vloeistofelement aan grens-
vlak [s]
heb ik het vermogen, dat theoretisch in vers water te brengen. Deze kolom (abs.) temperatuur ["c,"K1
nodig is voor n m2 grensvlak, be- in tabel 5 leert ons principieel het-
rekend. De resultaten zijn vermeld in zelfde als de kolom er links naast. kL*/@L [-l
tabel V, samen met de gegevens voor stijgsnelheid van
belbeluchters. Het bliikt dat de ver- individuele bellen [ds]
Lijst van voornaamste symbolen
schillende apparaten in vermogensver- penetratiediepte [ml
Indices
bruik nogal uiteenlopen. Om uit te f ilmdikte [ml
g gas (lucht)
maken welke apparaten fysisch tech- volumestroom [m31sl
nologisch het best voldoen, is in tabel L vloeistof
volumestroom per eenheid
V ook uitgezet het benodigde vermo- i, O ingang, ,,interface"
van doorsnede [m/sl
gen per eenheid van LA*. Immers u uitgang
absorptiesnelheid [kglsl
met een zo gering mogelijk vermogen (") per eenheid van doorsnede
(van grensvlak) absorptiesnelheid per een-
wil men als fysisch technoloog een zo heid van grensvlak kg/m2sl
groot mogelijke waarde van kLA* be-
Symbolen dynamische viscositeit [kglms]
reiken opdat het apparaat bij gegeven
vloeistofdebiet een zo gering mo- A totaal grensvlak [m2] soortelijke massa [kg/m31
gelijk volume krijgt. A* specifiek grensvlak [m2/m31 volumefractie vrije ruimte [-l
c concentratie [kg/m31 vermogen per eenheid van
Uit deze tabel blijkt dat: d deeltjesafmeting (bel, drup- massa [FV/kgl
pel, etc.) [ml volumefractie vloeistof [-l
1. borstelbeluchters, bellenzuilen (ge-
perforeerde plaat), cokesbedden,
bellenwassers (zelfaanmigende roer-
ders) en put- of venturibeluchting
fysisch technologisch allen vrijwel
even goed voldoen, al zuiien op grond
van thermodynamische eisen (par. 2),
economische overwegingen (investe-
ring) en praktische overwegingen (ver-
vuing, corrosie, etc.) van geval tot
geval voorkeuren uit te spreken zijn.

2. bellenbakken (locale luchtinjectie


door een geperforeerde pijp),
sproeitorens en cascaden van overlo-
pen voldoen om fysisch technologische
redenen minder (slecht gebruik van
de totaal beschikbare ruimte, dus lage Literatuur
waarden van kLA* ondanks aanzien-
lijk vermogensverbruik). Om bijko- 1. Kronig, R. en Brink, J. C., Appl. Sci. Res. A2 (1950) 143
mende redenen (lage investering, ge- 2. Nijsing, R. A. T. O., diss. Delft 1957.
ring onderhoud) zal echter van deze Westerterp, K. R., diss. Delft 1962.
drie apparaten de cascade van over- De Waal, K.J. A., diss. Delft 1965.
lopen bestaansrecht blijven houden. Reith, T., diss. Delft 1968 (maart).
Tenslotte zijn in tabel V opgenomen
3. Baars, J. K. en Muskat, J., Zuurstoftoevoer aan water met behulp van roterende licha-
de waarden van pLc/kLA*mCg[kWh/ men, Inst. voor Gezondheidstechniek TNO, rapport nr. 28, april 1959.
kg] voor ieder van de behandelde ap-
paraten; dit bedrag is het nominaal 4. Bmyn, J. en Tuinzaad, H., Wafer 42, 1 (1958) 1-13.
vermogen dat vereist is om 1 kg 0 2 5. Horvilth, I., Third. Int. Conf. on Water Pollution Research Mnchen 1966,paper nr. 10.
PROF. IR. L. HUISMAN
TH - Delft
Hoogleraar Civiele Ge~ondheidstec~ek SUMMARY
The practice of aeration
Aeration serves different purposes, as most important of which
in drinking water practice may be mentioned increase of oxygen
content, decrease of carbon dioxyde content and removal of
various taste and odor producing volatile compounds. Under
specified conditions, each aerator has a fixed efficiency, but these
efficiencies may differ for addition and removal, while the effects
obtained depend heavily on the diierence between the original
and the saturation concentration of the relevant gas.
The intimate contact between air and water necessary Por aeration
may be obtained in diierent ways. On this basis aerators may be
classified in 3 groups, in waterfall aerators, bubble aerators and
in mechanica1 aerators. From each group, the most important
representatives are described and discussed in terms of cost of
constmction and operation, space requirements, operational diffi-
culties, flexibility and so on. In drinking water practice, the cost
of aeration is usually smal1 and the selection of the aerator best
suited for the specified job is cornmonly made on other factors
as financial ones.

Praktijk van de aeratie


1. Meiding zal hierdoor het zuurstofgehalte dalen, Beluchting wordt op grote schaal toe-
1.l. Doel en toepassing anderzijds het gehalte van koolzuur gepast bij de oxydatief-biologische
en andere gassen toenemen en weder- reiniging van afvalwater volgens het
Aeratie is het pioces, -waarbij het te actief slib proces, waar enorme hoe-
om wordt aeratie noodzakelijk.
behandelen water in innig- contact
veelheden zuurstof aan het water
wordt gebracht met lucht, teneinde Aeratie is ongetwijfeld het goedkoop- moeten worden toegevoerd, orde van
de gehalten van in het water opgeloste ste proces bij de bereiding van drink- grootte enige honderden milligram-
gassen te veranderen. Deze verande- water met totale kosten varirend
men per Liter.
ring kan beogen een verhoging van tussen ongeveer 1/10 en 114 cent per
het gehalte aan opgeloste zuurstof, m3. Aan de andere kant is het effect Hiermede zijn aanzienlijke kosten ge-
dan wel een verlaging van het gehalte van de aeratie slechts beperkt. Voor moeid, globaal een paar centlm3 en
aan opgelost koolzuur om de agressi- de verwijdering van koolzuur uit zacht wordt het interessant om door ver-
viteit van het water weg te nemen, of water is wel een zeer intensieve be- betering van het beluchtingssysteem
een verlaging, van het gehalte aan luchting noodzakelijk om de even- een financile besparing te verkrijgen.
opgelost methaan, zwavelwaterstof, wichtslijn van Tillmans te bereiken en Dit is de reden, dat speurwerk op het
vluchtige organische verbindingen e.d. kan in vele gevallen het gewenste gebied van de beluchting vooral ten
voor verbetering van reuk en smaak. resultaat gemakkelijker en goedkoper aanzien van het afvalwater wordt ver-
In het buitenland wordt het aeratie- door ontzuring met kalk of loog wor- richt. Bij de bereiding van drinkwater
proces ook wel voor andere doelein- den verkregen. Door beluchting is het kan van de resultaten van dit speur-
den gebruikt, zoals voor verhoging niet wel mogelijk het zuurstofgehalte werk echter goed gebruik worden ge-
van het koolzuurgehalte na onthar- van het water met meer dan 9 mg11 maakt. Helaas geschiedt dit in de
ding met overmaat kalk en voor te verhogen. In droge perioden kan praktijk nog steeds op beperkte schaal.
ozonisering. voor oxydatie van in Rijnwater aan-
wezige ammoniak en organische stof 1.2. Theoretische beschouwingen
Bij de drinkwaterbereiding in Neder-
wel 50 mg11 zuurstof nodig zijn. Dit Wanneer water in een hoeveelheid
land wordt aeratie op grote schaal
zou niet minder dan 6 beluchtings- van Q m3/uur door een aeratiein-
toegepast bij de behandeling van
installaties met tussenliggende oxyda- richting wordt gevoerd, dan zal het
grondwater, dat veelal anaeroob wordt
tie-inrichtingen vereisen, waardoor zuurstofgehalte hierbij toenemen van
gewonnen en soms een overmaat aan
oxydatie met chloor wederom eenvou-
koolzuur en andere gassen bevat. Bij
diger en goedkoper wordt.
de behandeling van oppervlaktewater
uit meren en rivieren behoort aeratie Ook de bij aeratie optredende ver- Afb. I - Verba~ldtiissen het zur~rstofgehalte
Cl vr en Cz n beluchtii~g.
eigenlijk niet nodig te zijn. Dit water betering van reuk en smaak door ver-
is immers reeds geruime tijd in con- wijdering van vluchtige organische
tact met de atmosfeer, waarbij een verbindingen is slechts beperkt, in vele
evenwichtssituatie moet zijn verkregen gevallen kunnen door behandeling met
met een zuurstofgehalte nagenoeg ge- actieve kool betere resultaten worden
lijk aan de verzadigingswaarde en verkregen. Aeratie heeft zelfs nadelen.
slechts geringe gehalten van de boven- Diep grondwater dat hyginisch be-
genoemde ongewenste gassen. In trouwbaar is wordt hiermede aan be-
West-Europa moet echter op steeds smetting blootgesteld, terwijl een sta-
grotere schaal gebruik worden ge- biel hard water door verlies aan kool-
maakt van oppervlaktewater, dat door zuur kalkafzettend kan worden met
lozing van huishoudelijk en industrieel alle moeilijkheden in het distributie-
afvalwater is verontreinigd. Enerzijds systeem daaraan verbonden.
oxydatief-biologische zuivering van
afvalwater vindt naast zuurstoftoevoer
terzelfdertijd zuurstofverbruik plaats,
waardoor het zuurstofgehalte in de
beluchtingsbak laag blijft, slechts n
tot enkele mg per liter. Onder het
zuurstoftoevoervermogen OC (Oxyge-
nation Capacity) wordt nu verstaan de
hoeveelheid zuurstof in grammen per
uur welke de beschouwde aerator in
het water kan brengen wanneer het
zuurstofgehalte hiervan nul is en
blijft. Het is praktisch onmogelijk dit
Afb. 2 - Verband tussen werkingsgraad A zuurstoftoevoervermoeen rechtstreeks '
l

en het specifiek zuurstoftoevoervermogen te


OClQ van een aerator.
Wanneer echter bij aeratie Afb. 3 - Verhouding tussen zuurstoftoevoer
OAo en zuursfoftoevoervermogen OC bij
van water de concentratie verhoging van het zuurstofgehalte van O tot
stijgt van cl op c2, dan kan dit ver- p % verzadiging.
c l op c2 mgll. Uit de in de vorige les mogen worden berekend volgens de
gegeven theorie der aeratie volgt, dat formule:
tussen beide gehalten nog een be- mogen OC van 9600/0,45 of rond
trekking bestaat: oc = Q.c,. In - 21000 gramluur is vereist.
c, - c2 Voor het verwijderen van opgeloste
C ~ L- c1 = (cs - ~11.A
Uit deze betrekking volgt voor de gassen zoals koolzuur geldt dezelfde
waarin c, de verzadigingsconcentratie samenhang met de reeds eerder ge- wetmatigheid als hierboven voor de
bij de onderhavige druk en tempera- noemde werkingsgraad A: opname van zuurstof is aangegeven.
tuur voorstelt en de factor A voor de nc Bij het passeren van de aerator daalt
gegeven aeratieinrichting een constan- nu het gehalte van cl op c2 volgens de
te is. Volgens de grafische voorstelling formule:
van bovenstaande formule in afb. 1 welk verband voor c, = 11,33 mg11 C - C? = (cl - c,) . A l
wordt door aeratie het aanvangsge- bij een temperatuur van 10" C en een
halte c l met een bepaald percentage A barometerstand van 760 mm kwik- waarin A l de werkingsgraad voor
van de oorspronkelijke aanwezige on- kolom grafisch in afb. 2 is weergege- desorptie. Zelfs bij geheel gelijk blij-
derverzadiging (c, -cl) verhoogd. De ven. Uiteraard kan de opgenomen vende constructie van de aeratiein-
factor A zou dan ook de werkings- hoeveelheid zuurstof ook rechtstreeks richting behoeft deze werkingsgraad
graad van de aeratieinrichting kunnen in het zuurstoftoevoervermogen wor- intussen niet dezelfde waarde te heb-
worden genoemd. den uitgedrukt: ben als de factor A voor absorptie.
De totaal door de aeratieinrichting De bovengegeven formule is nog eens
toegevoerde hoeveelheid zuurstof OA grafisch weergegeven in afb. 4 en
(Oxygen Adsorbed) is gelijk wederom blijkt het effect uitgedrukt
OA = (c2 - c1I.Q = (C, - cl).AQ als verwijderde hoeveelheid gas groter
gramluur en zal dus bij dezelfde Bij de beluchting van anaeroob water te zijn naarmate de aanvangscon-
aeratieinrichting geringer zijn naar- is c l = O en vereenvoudigt deze for- centratie c l meer van de verzadi-
mate de aanvangsconcentratie groter mule zich tot gingsconcentratie c, verschilt. Bij de
is: verwijdering van koolzuur doet zich
intussen nog de moeilijkheid voor,
q = O 0,25 0,5 0,75 1,0 x c,
dat het gewenste resultaat mede van
OA = 1,0 0,75 0,s 0,25 0,O x c,.AQ
het bicarbonaatgehalte afhankelijk is.
Is eenmaal de factor A als functie welk verband grafisch in afb. 3 is Bedraagt dit gehalte b.v. 260 mgll,
van Q bekend, dan kan voor de be- voorgesteld. Ook bij gebruik van het dan is het bijbehorende koolzuurge-
trokken aeratieinrichting bij elke aan- zuurstoftoevoervermogen zijn de be-
vangsconcentratie c l het gehalte c2 na rekeningen simpel en eenvoudig.
Afb. 4 - Verband tussen koolzuurgehalte Cl
beluchting worden berekend. Voor een Wordt b.v. voor de beluchting van vr en C2 n beluchting.
bepaalde cascade met een totale val- 1000 m3/uur water beschikt over een
hoogte van 2 m b.v. geldt dat bij borstel met een OC van 15000 gram/
hoeveelheden tussen 25 en 100 m3/ uur, dan is OC/Q gelijk 15 mg11 en
ml/uur de waarde van A nagenoeg heeft volgens af b. 2 de werkingsgraad
constant is, globaal gelijk 0,6. Met A een waarde van 0,73. Met een ver-
deze aerator kan het zuurstofgehalte zadigingsconcentratie van 11,33 mg11
van het doorgevoerde water nu wor- kan deze aerator het zuurstofgehalte
den verhoogd van O tot 60 % verzadi- verhogen van O op 8,3 mg/l, van 4
ging, dan wel van 30 tot 72 %, van op 9,3 mg/l, van 8 op 10,4 mg/l, enz.
60 tot 84 % of van 90 tot 96 % satu- Moet omgekeerd dezelfde hoeveelheid
ratie. water van O op 85 % verzadiging wor-
In de praktijk wordt in plaats van de den gebracht, dan is de benodigde
werkingsgraad A vaak een andere zuurstoftoevoer OA gelijk 0,85.11,33.
grootheid gebruikt om de aeratiein- 1000 = 9600 gramjuur, waarvoor
richting te karakteriseren. Bij de volgens afb. 3 een zuurstoftoevoerver-
halte volgens de kromme van Tili- (OC) van 1000 gram per uur. Bij de
mans gelijk 20 mgll. Met een aan- in de volgende paragrafen gegeven
vangsgehalte cl van 50 mg/l, een wer- cijfers is in dit energieverbruik het
kingsgraad A van 0,6 en een verzadi- rendement van pomp, motor, com-
gingsconcentratie c, van 1 mg/l wordt pressor, transmissie e.d. zo goed
bij aeratie het koolzuurgehalte ver- mogelijk begrepen en heeft het kwh-
laagd met 0,6 (50 - 1) = 29,4 mg/l getal dan ook betrekking op de energie
tot 20,6 mg/l, hetgeen net voldoende aan het electriciteitsnet onttrokken.
is. Is het evenwichtskoolzuurgehalte
In de vorige paragraaf is er reeds op
echter slechts 4 mg/l groot (bicarbo-
naatgehalte 150 mg/l), dan moeten 3 Afb. 5 - Effect gewezen, dat de werkingsgraad van
van in serie geschakelde
een aerator voor absorptie en desorp-
aeratieinrichtingen als bovengenoemd O"tgasSi"gsinStallaties.
tie niet dezelfde behoeft te zijn. Dit is
in serie worden geschakeld om het
wel het geval met watervalbeluchters,
gewenste resultaat te verkrijgen. De
eerste trap verlaagt het koolzuurge- Bij verschillende aeratieinrichtingen waarbij de aeratie uitsluitend en alleen
halte dan van 50 tot 20,6 mg/l, de treedt intussen een combinatie van plaatsvindt bij de val van de water-
tweede van 20,6 tot 8,8 mgli en de bovengenoemde beluchtingswijzen OP, druppels door de lucht (sproeiers).
Belenbeluchters daarentegen kunnen
derde van 8,8 tot 3,9 mg/l. waardoor de indeling in n van
Volgens de afb. 1 en 4 is het zowel bovengenoemde drie klassen slechts een hoog rendement hebben voor
bij absorptie als desorptie onder nor- historische betekenis heeft. zuurstofopname, doch zijn voor de
verwijdering van koolzuur in het al-
male omstandigheden onmogelijk de Uiteraard dienen beluchtingsinrichtin- gemeen minder geschikt. Bij het op-
verzadigingsconcentratie te bereiken gen steeds zodanig te worden ontwar-
stijgen van de luchtbel door het water.
en bijzonder moeilijk om deze con- pen, dat bij minimaal energieverbruik neemt namelijk het zuurstofgehalte
centratie te benaderen. Bij verhoging een hoge gasuitwisselingscapaciteit
van de lucht af en het koolzuurgehalte
van het zuurstofgehalte is dit ook niet wordt verkregen. Volgens de theorie daarvan toe. De daling van het zuur-
nodig; doorgaans is een waarde van van de aeratie, in de eerste les door stofgehalte is slechts gering, bv. 5 %,
70 80 % van de verzadigingscon- prof. Beek ontwikkeld, kan dit wor- waardoor het effect van de zuurstof-
centratie meer dan voldoende. Reuk den bereikt door een groot contact- overdracht slechts onbetekenend ver-
en smaak ~ ~ m ~ r z a k e ngassen
de en oppervlak, een lange contacttijd en mindert. De toeneming van het kool-
vluchtige organische stoffen kunnen vooral door een voortdurende ver-
zuurgehalte is echter zeer groot, waar-
echter in uiterst geringe concentratie nieuwing van het lucht-water grens- door reeds spoedig het koolzuurge-
nog moeilijkheden veroorzaken. Er vlak. De uitwisseling is immers groot
halte van de lucht in de bel in even-
moet dus wel naar worden gestreefd op het moment dat het grensvlak wicht is met dat van het omringende
om de verzadigingsconcentratie zoveel wordt gevormd, doch neemt met de water. Bij 10" C en atmosferische
mogelijk te benaderen. leeftiid van het - nrensvlak sterk af. druk is 1 mg11 koolzuur in de lucht
Waar volgens afb. 5 het effect van in
De laatste factor is van doorslagge- in evenwicht met 0,84 mg/l koolzuur
serie geschakelde aeratieinrichtingen
met elke volgende trap kleiner wordt, vende betekenis en juist door een in het water, waardoor bij een ver-
zijn nu een groot aantal trappen nodig kunstmatige vergroting van de turbu- houding van 0,s m3 lucht per m"
hetgeen hoge kosten van aanleg en lentie is het de laatste decennia moge- water zelfs de allerbeste bellenbeluch-
exploitatie met zich mee brengt. Dit lijk gebleken het rendement van de ter het koolzuurgehalte van het water
is de reden dat in vele gevallen reuk aeratie aanzienlijk te verbeteren. In met niet meer dan 113 kan verminde-
en smaakbestrijding door toevoeging de praktijk wordt dit rendement uit- ren. Betere resultaten kunnen nu al-
van aktieve kool eenvoudiger en goed- gedrukt als het aantal kilowatts nodig leen worden bereikt door de lucht-
koper is. voor een zuurstoftoevoervermogen waterverhouding drastisch te verhogen.

l .3. Onderverdeling Afb. 6 - Sproeiinstallatie van de ZWGL te Noord-Bergzotn.


Het voor aeratie benodigde contact
tussen lucht en water kan op verschil-
lende manieren worden verkregen.
Naar de wijze waarop dit geschiedt
worden de aeratieinrichtingen in drie
klassen verdeeld:
a. watervalbeluchters, waarbij het
water in druppels of in dunne
lagen door de lucht valt;
b. bellenbeluchters, waarbij de lucht
in bellen door het water omhoog
stijgt;
c. oppervlaktebeluchters, in het engels
mechanica1 aerators genoemd,
waarbij zowel de lucht als het water
fijn worden verdeeld en de luchtbel-
len van een waterfilm, c.q. de water-
druppels van een luchtfilm worden
voorzien.
Bij de in 3 .l te bespreken Inka Intense groot, reden waarom sproeiinstallaties
beluchters varieert deze verhouding veelal in de open lucht worden opge-
van enkele tientallen tot enkele hon- steld. Een wand voorzien van jalou-
derden m3 lucht per m3 water en is zien blijft dan echter gewenst om te
het wel mogeiijk om zelfs hoge kool- verhinderen dat de wind de vallende
zuurgehalten tot enkele mg/] te redu- druppels buiten het ontvangbassin
ceren. Smaak- en reukverwekkende blaast. Is gevaar van bevriezen aan-
gassen en vluchtige verbindingen kun- wezig of moet de kans op besmetting
nen nu ook tot uiterst geringe concen- zoveel mogelijk worden gekeerd, dan
traties worden weggeblazen. is opstelling in een gesloten gebouw
Het verschil in effect bij zuurstofop- noodzakelijk. Een krachtige ventilatie,
name en koolzuurafvoer behoeft in- zo nodig onder tussenschakeling van
tussen geen nadeel te zijn. Duinwater luchtfilters, is nu nodig om te ver-
heeft een tamelijk hoog CO*-gehalte, hinderen dat de partile druk van de
doch dit koolzuur is met het bicarbo- zuurstof teveel daalt of die van het
naat in evenwicht. Aeratie blijft nodig Afb. 7a - Ar~lsterdamse sproeier. koolzuur teveel stijgt. Met het oog
om het zuurstofgehalte te verhogen. op de corroderende werking van de
doch teneinde daarbij een verschui- A f b . 76. - Talfordse sproeier. zeer vochtige atmosfeer is een goede
ving naar het kalkafzettende gebied materiaalkeuze noodzakelijk om ex-
te verhinderen, dient deze aeratie nu cessief onderhoud te voorkomen.
zodanig te worden uitgevoerd, dat Moet het te aereren water onder druk
geen koolzuur verloren gaat. Door de blijven, dan kan de beluchting in
infiltratie van rivierwater is het meng- drukketels geschieden (afb. 8). Weder-
sel van natuurijk en kunstmatig duin- om is een intensievere luchtverversing
water thans een weinig agressief ge- noodzakelijk om een daling van het
worden en verschillende duinwater- beluchtingseffect te verhinderen. Voor
leiding bedrijven zijn er dan ook reeds deze luchtverversing zijn nu echter
toe overgegaan hun aeratieinrichtin- compressoren noodzakelijk.
gen zodanig te veranderen, dat nu wel Het energieverbruik van sproeiinstal-
een bescheiden afvoer van koolzuur laties is tamelijk hoog en bedraagt
wordt verkregen. zelfs bij goed ontwerp en uitvoering
al gauw 0,s kwh per kg zuurstoftoe-
2. Watervalbeluchters voervermogen, terwijl bij minder ge-
2.1. Sproeiers slaagde constructies waarden van 1,5
De klassieke sproeiinstaliatie bestaat en 2 kwh/kg OC geen uitzondering
uit een systeem van buizen, voorzien zijn. Ook de benodigde plaatsruimte
van sproeiers, waardoor het water fijn is groot, 100-200 m2 per 1000 m3/uur,
verdeeld verticaal of schuin naar waardoor tesamen met het leiding-
boven in de lucht wordt gespoten werk nodig voor aanvoer en verdeling
(afb. 6). Door de fijne verdeling is van het water de aanlegkosten hoog
het contactoppervlak met de lucht zullen zijn.
groot. De contacttijd is echter slechts
gering, niet meer dan 2 seconden bij Afb. 8 -Beluchting onder druk.
een sproeihoogte van 5 m, terwijl bij
de val van de waterdruppel door de watertoevoer
lucht geen vernieuwing van het grens-
vlak plaats vindt. De werkingsgraad,
gelijk voor adsorptie en desorptie, is
dan ook maar bescheiden.
De constructie van de sproeiers zelf
moet zodanig zijn, dat zonder nauwe
openingen of bewegende delen een
fijne verdeling van het water wordt
verkregen en schoonmaak gemakkelijk
mogelijk is. In het verleden zijn hier-
voor verschillende oplossingen gevon -
den, waarvan afb. 7 enkele voorbeel-
den laat zien. De afstand tussen de
sproeiers onderling moet zo groot
worden gekozen, dat geen of slechts
weinig interferentie tussen de ver-
schillende delen mogelijk is, waardoor
immers de fijne druppels zouden
samensmelten en het contactopper-
vlak met de lucht geringer wordt. De
benodigde plaatsruimte is hierdoor
dervangen door de cokesbedden terug-
spoelbaar te maken (afb. ll), terwijl
het droogfilter (afb. 12) de uiterste
ontwikkeling in deze richting voor-
stelt. Behoeft echter geen ijzer te wor-
den verwijderd, dan kan goedkoper
het eerstgenoemde principe worden
gevolgd en de bakken, zonder vulling,
op korte onderlinge afstand worden
geplaatst, dan wel door een kruisge-
wijze stapeling van latten of pijpen
worden vervangen (afb. 13). Zowel
hier als bij het droogfilter is de
natuurlijke luchttoevoer onvoldoende
en zal door een geforceerde ventilatie,
in gelijk- of tegenstroom moeten wor-
den vervangen.
Door de vrij grote waterdruppels en
het relatief geringe contactoppervlak
is het rendement van schotelbeluch-
ters intussen niet zo groot als uit
bovenstaande beschrijving mocht wor-
den verwacht en moet toch op ener-
gieverbruiken van 0,6-1O , kwh/kgOC
worden gerekend. Voor ontzuring be-
staat er echter geen betere methode
om het overtollige koolzuur te verwij-
deren. De benodigde plaatsruimte
varieert sterk, van 10 tot 100 mQer
1000 m3/uur, waarbij het laatste getal
op droogfilters betrekking heeft.
Afb. 9 - Dresdener sproeier.

2.3. Cascadebeluchting
De moderne sproeiinstallaties spuiten afhankelijk van de gewenste verzadi- Oorspronkelijk werden cascades vol-
het water intussen niet omhoog, doch gingswaarde aan zuurstof. Het plaats- gens dezelfde beginselen als de hier-
laten dit in dikke stralen omlaag val- gebruik is wat geringer dan bij de boven genoemde schotelbeluchters ge-
len. Op korte afstand onder de uit- klassieke sproeiinstallaties, globaal bouwd, met slechts dit verschil dat de
stroomopening is een cirkelronde 100-150 m2 per 1000 m3/uur, terwijl verschillende trappen niet onder doch
schijf van glas op plastic gemonteerd, de atmosfeer ook iets minder vochtig naast elkaar waren geplaatst, terwijl
welke de straal in een paraplu-vor- is. Tegen opstelling in een gesloten door het aanbrengen van obstakels
mige film uiteentrekt (afb. 9). ruimte bestaan nu minder bezwaren. werd getracht de turbulentie d.w.z. de
Aan de randen desintegreert deze vernieuwing van het luchtwatergrens-
film in druppels, welke met grote 2.2. Schotelbelzichters vlak nog verder te verbeteren (afb.
snelheid in het met water gevulde Wanneer een aantal bakken met ge- 14). Met deze constructie worden nog
opvangbassin plonsen. Tijdens de val perforeerde bodem op elkaar worden
door de lucht is de werking dezelfde gestapeld en hierboven het te aereren Afb. 10 - Sc!~ofelbeluchter.
als van de bovenbeschreven klassieke water wordt versproeid, dan zal elke
sproeiinstallatie, met aileen een ge- bak de val van het water onderbreken
ringer effect door de kortere contact- (afb. 10). Hierbij wordt het lucht-
tijd. Wanneer de druppels echter in water grensvlak vernieuwd, hetgeen
het opvangbassin vallen, zijn zij om- tesamen met de lange contacttijd een
huld met een laagje lucht, dat mede hoge werkingsgraad geeft. Deze wer-
omlaag wordt genomen en het is kingsgraad kan nog worden verbeterd
vooral uit deze lucht dat zuurstof door het aantal bakken per m l hoogte
wordt opgenomen (oppervlakte be- te vergroten, dan wel door deze bak-
luchting). Ten aanzien van zuurstof- ken met gebroken materiaal te vullen.
opname is de werking dan ook aan- Het laatstgenoemde is het eerst toe-
zienliik beter dan van de klassieke gepast, waarbij vooral cokes als vul-
sproeiinstallaties, ten aanzien van materiaal zeer populair was, daar
koolzuurverwijdering echter geringer. hierbij het afgezette ijzer katalytisch
Het energieverbruik van Dresdener de ontijzering versnelt. Aan de andere
sproeiers varieert weer van installatie kant trad nu een snelle vervuiling en
tot installatie. Een waarde van 0,3 verstopping op en werden deze cokes-
kwh/kgOC is bijzonder gunstig, doch bedden tot broedplaats van wormen
zal in de praktijk doorgaans hoger en andere onaangename organismen.
liggen, ongeveer 0,5-0,8 kwh/kgOC, In Zuid-Beveland is dit bezwaar on-
l l
Afb. 11 - Cokesfilters Zuid-Beveland (De Ingenieur 1952).

Afb. 14 - Cascade met treden.

altijd goede resultaten verkregen, zo-


wel wat betreft zuurstofopname als
verwijdering van koolzuur.
De moderne cascade laat echter een
serie van naast elkaar geplaatste bak-
ken zien, waarin het water uit elke
voorgaande bak valt (afb. 15).
Tijdens de val door de lucht is het
contactoppervlak gering, de contact-
tijd klein en treedt geen vernieuwing
van lucht-watergrensvlak op. De gas-
uitwisseling is dan ook slechts gering.
Bij het vallen van de straal in de
benedenstrooms gelegen bak, sleurt
het water door zijn impuls echter
lucht mede en wanneer deze bak nu
maar voldoende diepte en verblijftijd
heeft, vindt hierin de opname van de
zuurstof plaats. In totaal wordt een
Afb. I2 - Droogfilter. goede zuurstofopname verkregen,
doch de verwijdering van koolzuur is
Afb. I3 - Schotelbeluchter met kruisgewijze stapeling van plastiekenbuizen (Waterleiding slechts gering. Dit is echter juist de
mij. Over~selN.V.). reden dat deze cascades bij de duin-
waterleidingbedrijven zo populair zijn.
Ten aanzien van de constructie van
deze cascades kan nog worden opge-
merkt, dat de valhoogte per trap ge-
woonlijk 0,2-0,4m bedraagt en het aan-
tal trappen tussen 4 en 10 varieert.
De belasting kan wisselen tussen 20

Afb. l 5 - Cascade met naast elkaar ge-


plaatste bakken (Gemeente waterleidingen te
Leiduin).
en 100 m"m~/uur zonder het effect
wezenlijk te benvloeden. Wanneer bij
geringe stroomsterkte gevaar voor
kleven van de straal bestaat, moet
deze straal worden onderbroken, het-
geen ook wel bij grotere stroomsterk-
ten wordt toegepast om een beter
doordringen van de straal in de ont-
vangbak te verzekeren, om de hierin
plaats vindende oppervlaktebeluchting
te versterken.
Dit laatste kan intussen eveneens wor-
den verkregen door de valhoogte per
trap te vergroten tot 0,s 1 m en een
evenredig geringer aantal trappen toe
te passen. Op het Laboratorium voor
Civiele Gezondheidstechniek aan de
TH Delft worden reeds geruime tijd
systematische metingen verricht om
na te gaan hoe een optimaal resultaat
kan worden verkregen. Eind 1968 zul-
len de resultaten van deze onderzoe-
Venicale doorsnede A A
l
A f b . 16 - Cascade met onder elkaar ge- Afb. I7 - Bellet~belrtc/~termet gelijkinatig
kingen worden gepubliceerd. Door plaatste bakken (PWN te Castricitin). verdeelde Iitchti~~persirtg.
hun grote capaciteit per strekkende
meter nemen cascades maar weinig
ruimte in, terwijl de gladde straal
slechts een geringe hoeveelheid vocht
in de atmosfeer brengt, waardoor een
beperkte ventilatie reeds voldoende
is om een droog gebouw te verzeke-
ren. Cascades zijn ook fascinerend om
naar te kijken en laten niet na een
diepe (en gunstige) indruk op het be-
zoekende publiek te maken.
Bij de allermodernste vorm van cas-
cades is weer tot de opstellingswijze
van schotelbeluchters teruggekeerd en
worden de bakken onder elkaar ge- l

plaatst (afb. 16). Uit het voorgaande Afb. l8 - Beller~belircl~ters


met retoitrstroniiiigt
zal echter wel duidelijk zijn geworden,
dat de wijze van aeratie totaal ver-
lucht neemt water mede, waardoor den genomen, waardoor voor deze
schillend is, hetgeen vooral in de ge-
retourstromingen ontstaan, welke bij beilen de contacttijd groter wordt.
ringe afvoer van koolzuur tot uit-
dit systeem echter geheel willekeurig Wanneer bij drinkwaterbereiding geen
drukking komt.
zijn en van tevoren niet kunnen wor- spiraalstromingen nodig zijn om be-
Bij de moderne cascades varieert het den voorspeld. De plaats van deze zinking van gesuspendeerde stof te
energieverbruik van 0,s tot 0,7 kwh/ retourstromingen kan worden ge- verhinderen, is het nog zeer de vraag
kgOC. Zoals reeds opgemerkt is de fixeerd, door het inblazen van lucht of de bij rioolwaterbehandeling ge-
benodigde plaatsruimte gering, slechts tot smalle stroken te beperken (afb. vonden oplossingen wel de meest gun-
15-30 m"er 1000 m3luur capaciteit. 18 links) dan wel aan de zijkant van stige resultaten geven.
de tank te concentreren (afb. 18 Bij het opstijgen van de luchtbel door
rechts). het water wordt het lucht-water grens-
3. BeUenbeluchters I n beide gevallen ontstaan spiraal- vlak voortdurend vernieuwd. De gas-
3 .l. Met gecoilipriil~eerdeluclit stromen, welke bij de oxydatief biolo- uitwisselings cofficint is hierdoor
Bellenbeluchters bestaan in het alge- gische behandeling van afvalwater on- hoog, terwijl de opname van zuurstof
meen uit een langgerekte tank van misbaar zijn om bezinking van de nog verder kan worden vergroot door
gewapend beton, met ongeveer vier- aktief slibvlokken te verhinderen. Ten toepassing van fijne luchtbellen met
kante dwarsdoorsnede en een water- aanzien van het rendement van de een geringe stijgsnelheid en een grote
diepte van 3 4 m, waarin door mid- beluchting zijn deze spiraalstromen contacttijd en met een groot contact-
del van geperforeerde of poreuze pla- echter een tweesnijdend zwaard. Ener- oppervlak. De diameter van de lucht-
ten of buizen de samengeperste lucht zijds neemt hierdoor de stijgsnelheid bel is echter 10 maal zo groot als de
wordt genjecteerd (afb. 17). Bij de van de luchtbellen toe en wordt de opening waaruit hij ontsnapt. Voor
oudere uitvoeringen werd de lucht contacttijd kleiner, anderzijds zal een fijne luchtbellen, met een diameter
min of meer gelijkelijk over het deel van de bellen niet aan het water- van 2 mm b.v., zijn dus zeer nauwe
bodemoppervlak van de tank verdeeld oppervlak ontsnappen, doch met het openingen nodig en moet van poreuze
in het water gebracht. De opstijgende circulerende water weer omlaag wor- platen of buizen gebruik worden ge-
met eenvoudige centrifugaal ventila-
toren kan worden volstaan en een
eenvoudiger en goedkoper bedrijf
wordt verkregen. Wordt bovendien de
in afb. 19 getekende geleidewand aan-
gebracht, dan wordt de pompwerking
van de grote luchthoeveelheid nog
verder versterkt.
De circulatiesnelheden zijn nu zo
hoog, dat de luchtbellen van de lucht-
uittredeopeningen worden afgescho-
ven alvorens zij hun uiteindelijke
grootte hebben bereikt, waardoor met
relatief grotere openingen toch fijne
luchtbellen kunnen worden verkregen.
Bij deze z.g. Inka beluchting varieert
het energieverbruik tussen 0,4 en 0,6
Afb. 19 - Inka beluchti~ig. kwh/kgOC. Om water van O tot 80 %
verzadiging te brengen is rond 2 m3
lucht per m3 water nodig, terwijl de
benodigde plaatsruimte tussen 50 en
100 m2 per 1000 m3/uur varieert.
Hoewel bij het laatstgenoemde Inka
systeem een wat grotere lucht-water
verhouding wordt toegepast, is het
effect ten aanzien van het uitdrijven
van opgeloste gassen toch gering.
Speciaal voor de verwijdering van
koolzuur uit drinkwater is het in afb.
20 weergegeven Inka Intense beluch-
tingssysteem ontwikkeld, waarbij per

Afb. 21 - Beluchti~igspuf (Leidsche Duin-


wafermaafschappijN.V.).

1. Aanzuigbuis
2. Lagedruk ventilator
3. LuchtterugvoerpUp
4. Regelklep
5. Geperforeerde plaat
6. Luchtinvoer
7. Waterdistributiebuis
8. Waterafvoer
l
Afb. 20 - Iiika Iiitense beluchter. UORIZONTALE
DOORSNEDE.

maakt, welke ook bij tussenschake- Zolang de drukverliezen bij aanvoer


ling van luchtfilters gemakkelijk ver- en verdeling van de lucht kunnen
stoppen. Om deze bedrijfsmoeilijk- worden verwaarloosd, is het energie-
heden te ondervangen kunnen geper- verbruik van de luchttoevoer even-
foreerde buizen of platen met grotere redig aan het product van luchthoe-
openingen aantrekkelijker zijn. Het veelheid en inblaasdiepte. Dit bete-
energie- en luchtverbruik is dan ech- kent dat het evenveel energie kost om
ter groter, doch bij de bereiding van 1000 m3 lucht op een diepte van 4 m
drinkwater speelt dit geen grote rol. in het water te persen als 5000 m3
Bij fijnblazige beluchting bedraagt de lucht op een diepte van 0,8 m. Waar
benodigde energie 0,5-0,6 kwh/kgOC, de contacttijd tussen lucht en water
terwijl om drinkwater van O tot 80 % primair evenredig is met de inblaas-
verzadiging te brengen rond 0,5 m3 diepte, verandert hiermede het pro-
lucht per m3 water nodig is. Bij mid- duct van contactoppervlak en contact-
del- en grofblazige beluchting is het tijd niet. Wel wordt door de grotere
energieverbruik hoger, rond 1 kwh/ luchthoeveelheid een sterkere turbu-
kgOC en moet voor hetzelfde resul- lentie en een meer frequente vernieu-
taat ook weer lucht worden ingeperst, wing van lucht-water grensvlak ver- VERTICALE
wonanem
globaal 1 m3 lucht per m3 water. Hoe kregen, waardoor het energieverbruik
langer het water in de beluchtings- per kgOC een weinig zou kunnen
tank verblijft, hoe hoger bij beide dalen. Veel belangrijker is echter, dat
systemen het rendement zal zijn. In bij de geringe inblaasdiepte de totale
de praktijk varieert de plaatsruimte samendrukking minder dan 1 m
tussen 50 en 150 m2 per 1000 m3/uur waterkolom bedraagt, waardoor geen
capaciteit. echte compressoren nodig zijn, doch
behorende leidingen en verdeelinrich-
tingen steeds een ongewenste com-
plicatie van de mechanische inrich-
ting betekent. De voor beluchting
nodige opvoerhoogte is intussen meest-
al niet aanwezig wanneer aeratie
achteraf bij een bestaande installatie
moet worden verwezenlijkt, en dan
komt bellenbeluchting wel degelijk in
aanmerking. Als verdere voordelen
hiervan kunnen nog worden genoemd,
dat kans op bevriezing bijna uitge-
sloten is en opstelling in de open
lucht dus zeer wel mogelijk. Bij de
beluchting van hyginisch betrouw-
baar grondwater kan door gebruik
van luchtfilters besmetting vergaand
worden geweerd, terwijl in andere
installaties de bellenbeluchting tevens
kan worden gebruikt om voor water-
behandeling nodige chemicalin hier-
-pl l mede te mengen. Met uitzondering
Afb. 22 - Rotorbeluchti~tg. van het Inka Intense beluchtingssy-
steem is het effect ten aanzien van
desorptie echter gering en kunnen
m3 water niet minder dan 25 tot 500 van het aantal systemen voor bellen- hiermede slechts bescheiden hoeveel-
m3 lucht worden gebruikt. Het water beluchting met gecomprimeerde lucht. heden koolzuur worden verwijderd.
wordt hierbij boven een geperforeerde Als voorbeelden hiervan laat afb. 21
roestvrij stalen plaat versproeid, waar- de Leidse beluchtingsput zien, waar- 3.2. Met aangezogen lucht
door de met een eenvoudige ventilator bij door recirculatie, door een inten- De energiehoogte van het door een
(opvoerhoogte 70 mm waterkolom) siever contact tussen lucht en water leiding stromende water bestaat uit
voortgestuwde lucht omhoog stijgt. de benodigde plaatsruimte is beperkt drie delen: de plaatshoogte, de druk-
Boven de plaat ontstaat een enkele tot 60 m2 per 1000 m3/uur. Het ener- hoogte en de snelheidshoogte. Volgens
decimeters dikke schuimlaag, door gieverbruik is echter minder gunstig. deze beluchting kan de drukhoogte
een mengsel van luchtbellen en water- globaal 1 kwh/kgOC, terwijl om worden verkleind door vergroting van
druppels, waarvan de grensvlakken water van O tot 80 % verzadiging te de plaatshoogte en door vergroting
door de sterke turbulentie voortdu- brengen rond 1 m3 lucht per m3 van de snelheidshoogte. Het laatste
rend worden vernieuwd (oppervlakte- water nodig is. In afb. 22 is de rotor- kan geschieden door in de leiding een
beluchting). De gasuitwisselingscoffi- beluchting getekend, waarbij de uit de vernauwing aan te brengen en mits
cint is hierdoor hoog, waardoor zo- beluchtingsring opstijgende grove bel- slechts de oorspronkelijke drukhoogte
wel een goede zuurstofopname als len langs mechanische weg fijn wor- niet te groot is, kan ter plaatse van
een goede verwijdering van koolzuur den verdeeld, terwijl dit bij het Spar- deze vernauwing gemakkelijk een
wordt verkregen. Als nadelen moeten gersysteem van afb. 23 geschiedt door onderdruk ten opzichte van de atmos-
worden genoemd het grote energie- de waterstraal welke met grote snel- feer worden gecreerd (afb. 24).
verbruik, 1-1,s kwh/kg 02 en het ge- heid lang de luchtuitblaas openingen Worden nu in het vernauwde buis-
vaar van verstoppen van de openingen strijkt. gedeelte openingen aangebracht, dan
in de roestvrij stalen plaat door af- Bellenbeluchting met gecomprimeerde wordt buitenlucht aangezogen, welke
zetting van ijzer en kalk. lucht heeft bij de behandeling van zich met het water vermengt en hier-
De menselijke fantasie is intussen on- rioolwater de grote charme, dat door door wordt afgevoerd (waterstraal
beperkt en dit geldt ook ten aanzien vergroting van de luchttoevoer hoge luchtpomp). Om na de vernauwing
zuurstoftoevoervermogensin klein be- de snelheidshoogte weer zo goed
stek kunnen worden ondergebracht. mogelijk in drukhoogte om te zet-
A f b . 23 - Spargerbeluchting.
Bovendien wordt de voor beluchting ten en het energieverlies te beper-
vereiste energie, hier al gauw over- ken, wordt doorgaans een venturi-
eenkomende met een opvoerhoogte vormige verwijding toegepast.
voor het te behandelen water van 50
100 m waterkolom, van buiten af Venturibeluchters werken geheel vol-
toegevoerd. Bij de bereiding van gens het bovenvermelde principe,
drinkwater is de voor aeratie beno- waarbij aueen voor toepassing van
digde energie echter veel geringer en luchtfilters en om lekkage bij stilstand
komt met een opvoerhoogte van het te verhinderen een wat andere con-
te beluchten water voor slechts een structie wordt gebruikt (afb. 25). De
paar meter overeen, hetgeen gemakke- in de keel aangezogen lucht wordt in
lijk door de ruwwaterpompen kan de venturi-vormige verwijding inten-
worden geleverd, terwijl de aanwezig- sief met het water vermengd, waarbij
heid van luchtcompressoren met bij- een emulsie van fijne luchtbellen
sen. De lucht wordt aangezogen door
een krans van plastiek buisjes en de
l l
luchtbelletjes worden mee omlaag ge-
drukhwgle 1 IUcht ,-
------------- nomen door de neerwaartse snelheid
in de binnenbuis groter dan ongeveer
0,5 m/sec. te kiezen. Stijgt de snelheid
/ onderdruk
boven 1,s mlsec., dan zouden hy-
draulische verliezen het rendement
der beluchting ongunstig benvloeden.
Het regelbereik moet bij voorkeur dan
ook niet groter dan 1 op 3 worden
emulsie van
gekozen. Hoe geringer de opwaartse
water
lucht en water snelheid in de ringvormige ruimte
tussen binnen- en buitenbuis, hoe ho-
ger het aeratie rendement zal zijn.
Gewoodijk wordt deze snelheid op
Afb. 24 - Principe van de aeratie met aaiigezogeiz Iricht. 113 tot 213 van de neerwaartse snel-
heid in de binnenbuis gesteld.
In termen van plaats- en energiege-
wordt verkregen, welke door het niet constant, doch neemt recht even- bruik is voor zuurstofopname geen
water worden meegevoerd, zelfs wan- redig met de druk toe. Dit betekent, beter beluchtingssysteem beschikbaar.
neer de waterstroom omlaag is ge- dat wanneer het water tot op 20 m Het plaatsgebruik is verwaarloosbaar.
richt. Het contactoppervlak en de diepte wordt gebracht en de druk van niet meer dan 0,s m2 per 1000 m3/
contacttijd lucht-water zijn dan ook de lucht in de bellen tot 3 atmosfeer uur, terwijl het energieverbruik vari-
groot. Door de gelijke snelheid van stijgt, bovenstaande vergelijking zich eert van 0,15 kwh/kgOC bij een diepte
water en luchtbellen is de vernieuwing transformeert tot van 20 m en een beperkte verhoging
van het lucht-water grensvlak echter c2 - c l = (3cs - cl).A van het zuurstofgehalte, tot 0,4 kwh/
gering en het energieverbruik toch kgOC bij een diepte van 5 m en een
tamelijk hoog. Volgens deze vergelijking zou anae-
sterke verhoging van het zuurstofge-
Door de geringe lucht-waterverhou- roob water (cl = 0) geheel met zuur-
halte. De verwijdering van koolzuur
ding, is de verwijdering van koolzuur stof kunnen worden verzadigd (ce =
en andere opgeloste gassen is weder-
uitermate gering. c 3 bij een A gelijk aan slechts 113.
om uiterst gering.
Als voordelen kunnen hiertegenover Waar het water slechts kort op een
nog worden vermeld, dat de benodig- diepte van 20 m blijft is een hogere
waarde van A nodig om verzadiging te 4. Oppervlaktebeluehters
de plaatsruimte gering is, aanleg- en
onderhoudskosten laag zijn, terwijl bereiken, doch dit blijft zeer wel moge- 4.1. BorstelbeIuchting
weinig vocht in het gebouw wordt ge- lijk en zelfs kan oververzadiging met De borstelwals, zoals deze in de jaren
bracht. zuurstof worden verkregen. In het 1955-58 door het Instituut voor Ge-
laatste geval zal het water intussen zondheidstechniek TNO is ontwik-
Een bijzonder interessante en inge- niet alleen met zuurstof, doch ook keld, bestaat uit een horizontale sta-
nieuze ontwikkeling van het beginsel met stikstof oververzadigd zijn. Wordt
der venturibeluchting toont de in afb. nu de beluchting door filtratie ge-
26 weergegeven beluchtingsput van de volgd, dan wordt zuurstof verbruikt Afb. 26 - Putbeluchting van de Duinwater-
Duinwaterleiding van 's-Gravenhage. leiding van gravenh ha ge.
doch stikstof niet. Bij deze filtratie
Wederom wordt de lucht door het treedt een drukverlaging op, waarbij
creren van een onderdruk aange- stikstof kan vrijkomen, dat zich dan lucht
I I
zogen, maar het lucht-watermengsel in belletjes tussen de zandkorrels af-
wordt daarna op grote diepte, 5-20 m, zet. Deze belletjes belemmeren de
gebracht. In paragraaf 1.2 is voor de neerwaartse waterstroming met een
stijging van het zuurstofgehalte bij de snelle toeneming van de filterweer-
aeratie de betrekking gegeven: stand als gevolg.
water
- CI = (C, - CI).A
Ten aanzien van de vormgeving kan
waarin de werkingsgraad van een ge- nog worden opgemerkt, dat de conus
geven constructie een constante is. De verstelbaar is om de luchthoeveelheid
verzadigingsconcentratie c, is echter aan de waterhoeveelheid aan te pas-

Afb. 25 - Verztr~ribelz~cliter
(International Water Sz~pplyAssociation 1955).
len as, waarop in radiale richting
tanden zijn gemonteerd (afb. 27). De
wals draait met ongeveer 100 tot 150
omwentelingen per minuut en is zo-
danig aan de rand van (afb. 28) of
loodrecht op het beluchtingsbassin (afb.
29) opgesteld, dat de tanden voor on-
geveer een kwart van de totale dia-
meter zijn ondergedompeld. Bij de ro-
tatie wordt nu enerzijds lucht in het
water geslagen en anderzijds het water
in druppels door de lucht weggeslingerd
met als gevolg een sterke turbulentie,
een intensieve vernieuwing van het
lucht-water grensvlak en een hoog
rendement voor zuurstofopname. De
verwijdering van koolzuur is slechts
matig, maar toch aanzienlijk beter
dan met bellenbeluchters kan worden
verkregen. De borstel stuwt het water
ook voort, hetgeen bij het actief-slib-
proces nodig is om bezinking van de
vlok te voorkomen, terwijl bij de be- Afb. 27 - Borstel~>als TNO,rapport nr. 28).
(Iiistituzrt voor Gezo~idheidstech~tiek
reiding van drinkwater nu met een
negatieve opvoerhoogte kan worden
volstaan.
De tandvorm blijkt grote invloed te
hebben op het rendement en de groot-
te van het zuurstoftoevoervermogen,
dat voorts door verandering van toe-
renfal en indompeldiepte aan de om-
standigheden kan worden aangepast.
Onder optimale omstandigheden be-
draagt het energieverbruik slechts 0,3
kwh/kgOC. In de praktijk zal echter
ook onder minder gunstige bedrijfs-
omstandigheden moeten worden ge-
werkt, waardoor het energieverbruik
tot 0,4 0,8 kwhjkgOC zal toenemen.
Het zuurstoftoevoervermogen per ml
borstel is groot, n tot enkele kg
per uur, waardoor de benodigde
plaatsruimte gering is, orde van groot-
te tot 20 tot 60 m2 om 1000 m3/uur
drinkwater van O tot 80 Q/o verzadi-
ging te brengen.
De borstelbeluchting is ontwikkeld
voor de oxydatief-biologische zuive-
Afb. ~d - Borstelbelrtchtii~g van een actief-slib iwtallatie (Rioolwaterzzriverizigsi~~stallatie
ring van afvalwater en wordt daarbij Ei~tdltoileri).
op ruime schaal toegepast. Gebruik
voor beluchting van drinkwater is nog
slechts zeer beperkt, doch is door het
hoge rendement en de geringe plaats- Afb. 29 - Borstelbeluclititg vati een oxydatie sloot.
ruimte wel degelijk aantrekkelijk.
Voor bestaande installaties heeft bor-
I
stelbeluchting nog het voordeel, dat l r borstelwals

geen energie aan het water wordt


onttrokken, maar zelfs hierdoor het
water kan worden voorgestuwd.

4.2 Schijf beluchters


Wanneer de in afb. 30 weergegeven
schijf om de verticale as draait, nemen
de aan de onderzijde gemonteerde oxydatiesloot 2 1
tanden het water mede. Door cen-
trifugaalwerking daalt de waterstand
ter plaatse van de schijf en zullen de
tanden net als bij de borstelwals van
de vorige paragraaf enerzijds lucht in Simplex-HL- reise el, TYP 6 Simplex-C.Kreisel, Typ 6 Simplex-$L.Krcisel, 'ryp6
het water slaan, anderzijds waterdrup-
pels door de lucht wegslingeren. We-
derom wordt een grote zuurstofop-
name met hoog rendement en een be-
scheiden koolzuurverwijdering ver-
kregen. De opstelling is echter een-
voudiger (hoewel bijzonder kritisch
ten aanzien van de diepte) en in het
bijzonder kan een defecte installatie
gemakkelijk en snel worden vervan- A f b . 31 - Doorsiiede over Sirzplexbelrrcliters.
gen. Ook hier heeft variatie van vorm,
grootte en van tanden en A f b . 32 - Siiriplesbelucliters riter zuigbitis.
schijf een belangrijke invloed op de -- p

grootte en het rendement van de zuur-


stoftoevoer. Nog voortdurend worden
door constructieve wijzigingen verbe-
teringen verkregen, die dan onder al- i
lerlei merknamen in de handel worden
gebracht.
Energieverbruik, benodigde plaats-
ruimte en toepassingsmogelijkheden
bij de drinkwaterbereiding zijn nage-
noeg gelijk aan de in de vorige para-
graaf beschreven borstelbeluchters.

4.3. Pomp beluchters


Reeds meer dan 40 jaar wordt in de
Angelsaksische landen een oppervlak-
tebeluchting toegepast, die eigenlijk
bestaat uit een ter hoogte van de
waterspiegel opgestelde centrifugaal-
pomp met verticale as, voorzien van -

een open waaier en leidschoepen (afb.


31). Het aan de onderzijde aange-
zogen water wordt door deze pomp gen. Dit betekent intussen dat wel een deren. Deze circulatie mengt het zuur-
in druppels over het wateroppervlak goede zuurstofopname kan worden stofrijke water na aeratie met het
weggeslingerd. Evenals bij de moderne verkregen, doch dat de verwijdering zuurstofarme ruwe water en geeft zo
cascadebeluchting van paragraaf 2.3, van koolzuur gering zal zijn. Bij het een verhoging van het beluchtings
is aeratie niet zozeer het gevolg van actief-slibproces wordt de pomp aan rendement.
de val door de lucht, maar meer van de onderzijde van een zuigbuis voor- Evenals bij de schijfbeluchters wordt
de omstandigheid dat de waterdrup- zien (afb. 32) om zo een goede water- nog voortdurend speurwerk verricht
pels omgeven door een luchthuidje circulatie te verkrijgen en bezinking om tot betere constructies te geraken,
diep in het ontvangbassin doordrin- van de actief-slibvlokken te verhin- die dan onder verschillende merkna-
men in de handel worden gebracht.
Thans is het energieverbruik reeds ge-
A f b . 30 - Schijfbelircliter (oiiderdoriipeliiig S is critiscli afliaiikelijk ilaii D ei? vaii de daald tot 0,25 kwh/kgOC voor de
oiritreksiielheid vari de schijf). grote eenheden en 0,5 kwh/kgOC
P -
- --
voor kleinere installaties. Het plaats-
aandr~~ving l gebruik is wederom gering en ook
hier kan een defecte installatie ge-
makkelijk en snel worden vervangen.
2 B Een interessante toepassing is nog de
beluchting van oppervlaktewater in
meren en rivieren door drijvende in-
waterniveau (bi, e t t ~ s t a n d ~
stallaties, (afb. 33). Hiervoor is echter
veel energie nodig, voor rivierwater
in een hoeveelheid van 10 m3/sec bij
een verhoging van het zuurstofgehalte
van 20 op 70 % verzadiging rond 150
I
L
O

i kwh, dus energiekosten van rond


f 100.000 per jaar!
4.4. Turbirsebeluchters
Aan de zuigzijde van de in de vorige

zuigzijde b.v. door middel van een


holle aandrijfas met de buitenlucht in
verbinding gebracht, dan wordt lucht
I
aangezogen welke door de waaier in-
tensief met het water wordt vermengd
(afb. 34). De betreffende fabrikant
verwacht hiervan een nog betere aera-
tie.
Ook bij waterkrachtwerken en pomp-
stations kan het bovengenoemde prin-
cipe worden toegepast en ten koste
van een geringe verlaging van het
rendement van turbine of pomp een Afb. 33 - Drijvende Sintplexbelicchter.
redelijke aeratie van het doorstromen-
de water worden verkregen.

5. Bastaardbeluchters
Bij verschillende waterleidingbedrijven
worden constructies aangetroffen, wel-
ke het uiterlijk van beluchtingsinrich-
tingen hebben, inderdaad ook het
water beluchten, doch hier eigenlijk
niet voor bedoeld zijn. De werkelijke
reden voor hun aanwezigheid is een
geheel andere, waarvan als voorbeeld
kunnen worden genoemd:
a. decoratie. Vooral een fonteinbe-
luchting maakt een gunstige in-
druk op het publiek en laat niet na
de verwachting te wekken dat het af-
geleverde water ook wel van een
goede kwaliteit zal zijn;
b. vernietiging van overtollige druk.
De aanvoerleiding die het water
van een hoger gelegen winplaats aan-
voert moet op maximum verbruik
worden berekend, waardoor onder
normale omstandigheden een over-
schot aan druk aanwezig is. I n plaats
Afb. 34 - Tzlrcrbinebe
lucl,ter
van deze druk met regelafsluiters te
vernietigen, kan dit gemakkelijker en
nog enigermate nuttig met een aeratie- Afb. 35 - Watervalbeluchter voor beveiligirtg tegen terugstrorrten.
inrichting worden gedaan;
c. Onderbreking van de waterstroom
teneinde bij wegvalien van de aan-
I
drijvende kracht een stroomomkering
te verhinderen. Moet b.v. het water
voor bereiding of opslag naar een
hoger gelegen plaats worden gepompt,
dan is een terugslagklep nodig om bij
stilstaande pomp terugstromen te
voorkomen.
Terugslagkleppen werken echter niet
altijd feilloos en kunnen de kans op
ongelukken door waterslag vergroten.
Door de aanvoerleiding nu boven het
niveau van het ontvangbassin te laten
uitmonden, kan terugstroming met
zekerheid worden verhinderd (afb.
35).
IR. P. L. KNOPPERT
adjunct-directeur Drinkwaterleidimg der gemeente Rotterdam
SUMMARY
Sedimentation
Sedimentation is the process of solid-liquid separation by gravity
from a suspension of a liquid and solids with a higher density than
the liquid. Its place in the waterpurification process. Theoretica1
considerations about sedimentation in still water of discrete par-
ticles and flocculent particles. Continuous sedimentation in an
ideal basin with horizontal flow. Overflow rate. Disturbing fac-
tors ; Reynolds- and Froude number. Design of rectangular settling
tanks with horizontal flow and of circular tanks. Upflow sedi-
mentation in clarifiers with a sludge blanket.

Bezinking

1. Inleiding komt, speelt deze bij het ontwerp zinksnelheid. Komen de deeltjes in
Wanneer een vloeistof vaste deeltjes nauwelijks enige rol. Alleen die be- een grote hoeveelheid in de vloeistof
bevat, kunnen die in het algemeen drijven kennen derhalve de sedimen- voor, we spreken hierbij van een
daaruit worden verwijderd door de tatie van nabij, die oppervlaktewater dichte suspensie, dan kunnen ze elkaar
vloeistof gedurende een bepaalde tijd moeten zuiveren en daarbij gebruik gaan hinderen bij de bezinking. Bij
in een bekken te laten staan of de maken van het proces van coagulatie de zuivering van afvalwater komt
vloeistof dit bekken langzaam te laten en flocculatie. Dit zijn er tot nog toe deze gehinderde bezinking veelvuldig
doorlopen. De vaste deeltjes scheiden maar enkele. Dit in tegenstelling tot voor. Bij de drinkwaterzuivering is
zich dan van de vloeistof af onder vele landen buiten Nederland, waar de hoeveelheid vaste stof in het water
invloed van de zwaartekracht. de chemisch-physische zuivering van nooit zo groot, dat gehinderde bezin-
Is de dichtheid (het gewicht) van de oppervlaktewater algemeen gebruike- king optreedt. Slechts in een bepaald
deeltjes groter dan van de vloeistof, lijk is en waar met name in tropische soort bezinkbekkens, werkend met op-
dan zakken de deeltjes naar beneden en subtropische gebieden vaak het waartse stroming en een vlokkende-
en spreken we van bezinking (sedi- water bovendien moet worden ont- ken, is daar sprake van.
mentatie). Is daarentegen de dichtheid trokken aan rivieren, die incidenteel
zo veel vaste stof bevatten (t.g.v. Naast de bezinking van discrete deel-
geringer dan van de vloeistof, dan tjes kennen we ook de bezinking van
drijven de vaste deeltjes op en spreken erosie), dat een vrbezinking gewenst
kan worden. Ook in Nederland zal in deeltjes, die tijdens het bezinkproces
we van flotatie. In de waterleiding- groter worden, doordat ze aan elkaar
techniek komt flotatie van vaste deel- de naaste toekomst met het schaarser
worden van het grondwater het op- gaan zitten, uitvlokken. Veel suspen-
tjes sporadisch voor. Deze zal in het sies vertonen reeds uit zichzelf de
volgende dan ook niet meer in de pervlaktewater een steeds belangrijker
rol gaan spelen in het zuiveringspro- neiging tot uitvlokken. Dit kan wor-
beschouwing worden opgenomen, hoe- den ingeleid en bevorderd door het
wel de theoretische principes geheel ces. En daarmede ook de bezinking,
aangezien om economische redenen toevoegen van een speciaal flocculatie-
dezelfde zijn als van de bezinking. middel. De vlokken kunnen nog weer
Bij de behandeling van afvalwater is de chemisch-physische zuivering in
veel gevallen aangewezen zal zijn. verzwaard worden door toevoeging
de bezinking een zeer veel voorko- van bijvoorbeeld klei of bentoniet. We
mend onderdeel van het zuiverings- Vanuit dit vooruitzicht lijkt het mij spreken in al deze gevallen van floc-
proces. We komen deze daar tegen dan ook ten zeerste gewenst om in culente bezinking. Wiskundig is deze
bij: deze voordracht vrij ruime aandacht flocculente bezinking veel moeilijker
1. de zandvanger, waarin de zwaar- te schenken aan de theoretische ach- te benaderen dan de discrete bezin-
ste vaste delen uit het binnenkomende tergronden van de bezinking om van king. Het is dan ook gebruikelijk van
rioolwater worden verwijderd; daaruit nog enige beschouwingen te deze laatste uit te gaan en voor de
kunnen wijden aan de technische uit- flocculente bezinking correctiefacto-
2. de vrbezinking, waarin zoveel ren in te voeren.
voering en de praktische toepassing.
mogelijk bezinkbare stof uit het afval- Er zal in eerste instantie worden uit-
water wordt verwijderd; Discrete bezinking treedt op bij zand,
gegaan van het bezinken in een stil- glaskorrels en dergelijk inert materiaal
3 . de nabezinking, waarin de vaste staande vloeistofkolom van deeltjes, en ook wanneer door voorafgaande
stof, die zich bij een biologische of die tijdens het bezinkingsproces onver- coagulatie en flocculatie het uitvlok-
chemische behandeling in het water anderd blijven, z.g. discrete deeltjes, kingsproces reeds volledig heeft plaats
heeft gevormd, wordt verwijderd ten- en die elkaar bovendien niet benvloe- gehad.
einde een zo zuiver mogelijk effluent den.
te verkrijgen. I n de praktijk zal bezinking in stil-
Het ligt voor de hand, dat de bezin- staande bekkens zeer zelden voorko-
I n de Nederlandse techniek van de king sneller zal gaan naarmate de men. Zo goed als altijd zullen we te
drinkwaterzuivering is het bezinkings- deeltjes groter zijn en hun dichtheid maken hebben met bekkens, die hori-
proces echter veel minder gemeen- meer verschilt van die van de vloei- zontaal of verticaal worden door-
goed. Hoewel in elk snelfilter en lang- stof. Daarnaast zal ook de vorm van stroomd. Hierbij worden storingsmo-
zaam zandfilter sedimentatie voor- de deeltjes van invloed zijn op de be- gelijkheden gentroduceerd, met name
wandeffecten, turbulente stroming,
kortsluitstromen, uitschuring van reeds
op de bodem afgezette deeltjes door
te grote horizontale snelheid. Het ren-
dement van de bezinking wordt door
deze zaken ongunstig benvloed.
Het ontwerp van het sedimentatie-
bekken zal dan ook zodanig moeten
zijn, dat de storende factoren tot een
minimum worden teruggebracht.
Helaas zal het echter blijken, dat
sommige een aan elkaar tegengestelde
uitwerking op het ontwerp hebben en
dat het beste compromis economisch
onaantrekkelijk is. Voor de ontwerper
verhoogt dit slechts de noodzaak om
te kunnen beschikken over inzicht en
ervaring.

Dit is een intermitterende bezinking.


Water met vaste deeltjes wordt in een
bekken gelaten* staat daar een be- Afb. 1 - Toestel voor statische sedintenfatie analyse's.
paalde tijd stil, gedurende welke het
bezinkingsproces zich voltrekt en
wordt daarna afgelaten. Hierop vindt Door (1) gelijk (2) te steilen krijgen gekarakteriseerd door het getal van
opnieuw een vulling plaats. we: Reynolds.
Het karakter van de bezinking kan
worden bestudeerd in het toestel van S = v
f$.-
A . g . p a -Pp
P (3) Re = -
SR
afb. 1, bestaande uit een lange kolom,
liefst van glas of doorzichtig plastic, Voor een bol-met diameter D is V 11is de kinematische viscositeitscoffi-
met op verschillende hoogten tappun- = '/67T D3 en A = l14r D2 cint en R de hydraulische straal.
ten voor monsterneming. Voor een bol is R (nat volume ge-
Teneinde convectiestromen t.g.v. tem- Dit in (3) geeft: deeld door het oppervlak) = D, zodat
peratuursverschillen met de omgeving SD
Re = --
te voorkomen, verdient het aanbeve- v
ling de kolom te plaatsen in een twee- Newton meende, dat Ca een constante Het verband tussen Ca en Re voor
de kolom, gevuld met water van de- was. Uit vele metingen is gebleken, boilen is weergegeven in afb. 2. Voor
zelfde temperatuur. dat dit niet het geval is. De grootte kleine waarden van Re tot aan Re
van Cd is afhankelijk van het stroom- 24
2.1 Bezinking van enkele gelijke
beeld rond het bezinkende deeltje, = geldt Ca =-Re
discrete deeltjes
Een enkel discreet deeltje, dat zich in .
een vloeistof bevindt zal onder in- Afb. 2 - De weerstandscoffici2nt voor bollen als een functie van het getal van Reynolds.
vloed van de zwaartekracht bezinken.
Het ondervindt daarbii de weerstand
van de vloeistof, de stuwdruk, die toe-
neemt naarmate de bezinksnelheid
groter wordt. Wanneer de stuwdruk
gelijk is geworden aan het schijnbare
gewicht van het deeltje, zakt het met
nparige snelheid verder.
Voor het gewicht, de aandrijfkracht,
K,, geldt:
Kd = (pa - P ) g V (1)
De stuwdruk of weerstand K, werd
reeds door Newton als volgt vastge-
steld:
.
K,, = Ca .A i / , p S2
p, en p zijn de dichtheid van resp.
deeltje en vloeistof, V en A resp. volu-
me en geprojecteerd oppervlak van
het deeltje, C, een dimensieloze weer-
standscofficint en S de bezinksnel-
heid.
De vloeistofstroming rond het deeltje
is laminair.
Bij waarden van Re die groter zijn
van 2 x 103 is het stroombeeld geheel
turbulent en heeft C, de constante
waarde van 0,4.
Tussen Re = 1 en Re = 2.103 ligt
een overgangsgebied waarvoor bij be-
nadering geldt:

(De discontinuteit bij Re = 2.105


wordt daardoor veroorzaakt, dat bij
deze waarde van Re de plaats waar
de stroom rond het bolletje dit bol-
letje loslaat plotseling verandert. Het
is dan ook zo, dat een C,-lijn voor
een deeltje met een zodanige vorm,
dat de stroom altijd op dezelfde plaats
loslaat (bijv. een schijfje), deze dis-
continuteit niet vertoont).
Vullen we nu C, in vergelijking (4)
in dan levert dit voor laminaire be-
zinking:

i -
DIAMETER
- - p- p-

(5) (Stokes) Afb. 3 - De bez.i~zksrzelheidvan bolleii in stilstaand water van 10" C als functie va11 diameter
en voor turbulente bezinking: en specifieke dichtheid
P
-S-.
P

het overgangsgebied of in het turbu- van de verticale waterbeweging kun-


In het overgangsgebied moet S door lente gebied. De bezinksnelheid is hier nen we ons de vaste deeltjes dus voor-
proberen worden bepaald. evenredig met (3. Hier volgt uit, dat stellen als een met een snelheid S,
In afb. 3 zijn een aantal met deze het ver doorvoeren van de uitvlokking zakkende staaf met een doorsnede van
formules berekende bezinksnelheden niet zo'n grote invloed heeft. I / ~ TD2 . n2 (per eenheid van opper-
gegeven voor bolvormige deeltjes van Tot nog toe spraken we over de be- vlakte). De ruimte, die door het zak-
verschillende dichtheid in water van zinking van enkele deeltjes. Hierbij ken van de staaf vrijkomt, moet door
10" C. was de verticale waterverplaatsing, die water worden aangevuld, dat een op-
Uit de formules blijkt tevens, dat de het gevolg is van het zakken der deel- waartse snelheid V heeft. Derhalve
temperatuur van het water geen in- tjes, verwaarloosbaar. Dit is niet meer moet
vloed heeft op de bezinksnelheid bij zo, wanneer de deeltjesconcentratie S, . 1 / 4 ~D2n2 = V (1 - D2n2)
turbulente bezinking, maar wel bij zeer groot wordt. In dat geval komt (8)
laminaire bezinking. er een rele opwaartse watersnelheid,
waarmee de berekende relatieve be-
Bij t = O" C is v = 1,79 . 10-6m2/sec. Hieruit is V te elimineren. Substitutie
zinksnelheid moet worden verminderd
Bij t = 10" C is v = 1,31 . 10-0mvsec. in (7) geeft:
om te komen tot de effectieve bezink-
Bij t = 20" C is v = 1,01 . 10-6m2/sec. snelheid. Hier geldt dus: S, = S (1 -II47t D"n2) (9)
S,= S-v (7)
De bovenstaande gegevens hebben be- Invoering van de volumetrische con-
S, = effectieve bezinksnelheid
trekking op deeltjes met een bolvorm. centratie C,, in vgl. 9 geeft tenslotte
S = relatieve bezinksnelheid
In werkelijkheid zal de vorm der V = opwaartse watersnelheid
s, = s (l - 1,2 Cv2/3) (10)
deeltjes hiervan afwijken. Bij hetzelfde
volume zal het oppervlak steeds gro- Welk verband bestaat er nu tussen Tengevolge van afwijkingen in de bol-
ter zijn, waardoor de stuwdruk toe- S en S,. vorm zal de factor 1,2 in werkelijk-
neemt. Ook zal de C, in het turbu- heid groter zijn. Metingen hebben uit-
lente gebied groter zijn. De werkelijke Stel de deeltjes hebben een diameter gewezen, dat deze varieert van 1,5
bezinksnelheid zal dan ook steeds D en het aantal deeltjes per eenheid voor afgeronde zandkorrels tot 2,s
lager zijn dan afb. 3 aangeeft. van lengte is in alle richtingen n. voor uitgevlokte deeltjes.
Uit afb. 3 zien we tevens, dat zand- De volumetrische concentratie C, is Afb. 4 geeft een voorbeeld van de af-
korreltjes met een diameter kleiner nu: name van de bezinksnelheid als func-
dan 0,l mm laminair bezinken. Ge- C, = I / ~ TD3 . n3 tie van de deeltjesconcentratie voor
flocculeerde deeltjes zijn over het al- Per eenheid van oppervlakte is de deeltjes met een dichtheid = 1,2 en
gemeen ruimschoots groter dan 1 mm totale oppervlakte ingenomen door de een getal van Reynolds = 0,76.
en bezinken derhalve hoofdzakelijk in deeltjes = 1/47 D? .n2. Ter bepaling Bij de bezinking van rivierslib is zelfs
ken en dus een bezinksnelheid heeft
60
groter dan - x 1.20 = 4,80 m/h.
15
Alle deeltjes die een bezinksnelheid
hebben kleiner dan 4,80 m/h komen op
een diepte van 1,20 m na 15 min. nog
onveranderd in concentratie voor. Na
30 min. is op 1,20 m diepte nog
81 aanwezig. 19 van de deeltjes
heeft dus een bezinksnelheid groter
60
dan - x 1.20 = 2,40 m/h. D e deel-
30

l - VOLUMETRISCHE CONCENTRATIE
tjes met een kleinere bezinksnelheid
komen na een half uur op 1,20 m nog
onveranderd voor. Door de meting
Afb. 4 - Aftiatti: vati de bez.inkstiellieid als firtictie vati de coticetltratie der gesusperldeerde voldoende lang door te zetten kunnen
deeltjes.
we dus een volledig inzicht krijgen in
de verdeling van de bezinksnelheden
van de suspensie. Door de homogeni-
bij zeer sterke slibconcentraties de in- T teit van de suspensie en de eenparig-
vloed nog te verwaarlozen. Immers,
heid van de bezinksnelheid levert het
stel het slibgehalte op 5000 mg11 met
monsterpunt op 2,80 m in wezen de-
een s.g. van 2,65, dan is
zelfde gegevens. Na bijv. 90 min is
5000 de deeltjesconcentratie op deze diepte
C , = 2 , 6 5 X 10-6 111 = 0,002
70 z. Dit wil dus zeggen dat 30
van de deeltjes een bezinksnelheid
S, = S (1 - 2,o x 0,0022V3) = heeft die groter is dan
S ( l - 0,032).

De effectieve bezinksnelheid is dus


I n afb. 6 zijn de bezinksnelheden aan
met ruim 3 gedaald. 20 !!
de hand van de bovenstaande meet-

L.1-
I f

Wel kan in een vlokkendeken van


daadwerkelijke gehinderde sedimenta- ,
3s'
'- 1
B O Y L M

16
1
UnI.XLIWXV(I)E SLlS

1 1 1
$0 d
gegevens in een frequentieverdeling
uitgezet. Met een + zijn de meetge-
tie worden gesproken. MINUTEN gevens van het monsterpunt op 1,20 m
Ook bij de actief slibbezinking in de - Beot,kitlg ac~ef aangegeven en met een O die op 2,80
afvalwaterzuivering is sprake van rlibsi,spelisie niet oorsprot~kelijke hoeveel- m.
sterk gehinderde bezinking. Zie afb. 5. heid vaste stof vati 2000 ttlgll. Wat is nu het totale bezinkrendement
van een suspensie die gedurende een
2.2 Bezinking van suspensies tijd T staat in een tank met een hoog-
discrete deeltjes, zorgen er voor dat te H?
I n de voorgaande paragraaf is steeds deze volkomen homogeen in de ko- Alle deeltjes die een bezinksnelheid
gesproken over deeltjes die allen de- lom komt en dat de temperatuur niet
zelfde diameter hebben. In werkelijk- H
verandert. De beginconcentratie van hebben groter dan -bezinken voor
heid zullen we echter steeds te maken T
de deeltjes is bekend en wordt gesteld
hebben met suspensies, waarin deeltjes op 100 z.
Op verschillende hoogten
100 x. Deze bezinksnelheid noemen
van verschillende diameter voorko- worden nu op gezette tijden monsters we de kritische bezinksnelheid S, ook
men. Hoe groter de diameter, hoe wel genoemd oppervlaktebelasting.
aan de kolom onttrokken en hiervan
sneller de deeltjes bezinken. Voor de wordt de deeltjes-concentratie be- Uit de frequentieverdeling gegeven in
veel voorkomende laminaire bezin- paald. Door de voortgaande bezin- afb. 7 stellen we vast welke concen-
king is: de bezinksnelheid evenredig king zal de concentratie steeds minder tratie po behoort bij S,. (De concen-
met het kwadraat vdn de diameter, worden naarmate de tijd verstrijkt. tratie is niet meer in uitgedrukt
voor turbulente bezinking met de wor- I n de onderstaande tabel zijn gegevens maar in een verhoudingsgetal waarbij
tel uit de diameter. Voor de bestude- van 2 monsterpunten verzameld. de uitgangsconcentratie 1 is). l-p, is
ring van het bezinkkarakter van een Beschouwen we eerst het monsterpunt dus volledig bezonken. De deeltjes
suspensie gebruiken we weer het toe- met een kleinere bezinksnelheid dan
op 1,20 m. Na 15 min. is hier nog
stel van afb. 1. 96 van de deeltjes aanwezig. D.W.Z. S, zijn in de tijd T niet volledig be-
dat 4 al voorbij dit punt is gezon- zonken. Zij zijn slechts bezonken voor
We gaan uit van een suspensie van
S
zover ze zich een afstand x H
s0
-

diepte van boven de bodem bevonden.


concentratie van de deeltjes na verschillende bezinktijden
het monster- Het rendement van de bezinking van
punt onder deeltjes met een bezinksnelheid S is
water 15 min 30 min 45 min 60 min 90 min 180 min
S
dus . De aanvangsconcentratie van
1-20 m
2,80 m
96 % 81 %
97 %
62 %
93 %
46 70
86 q0
23 %
70 %
6%
32 %
s0
deze deeltjes met bezinksnelheid S be-
-
Afb. 8 Rendement van de bezinking van
discrete deeltjes als functie van de opper-
i:laktebelasting.

bepaalde hoeveelheid Q van een sus-


pensie staat een tijd T in een tank
met een hoogte H en bereikt daar
door een bepaald bezinkrendement.
Afb. 6 - Frequentieverdeling voor de bezinksnelheden van discrete deeltjes.
In dezelfde tijd T kan in een tank van
de halve hoogte hetzelfde rendement
draagt dp. Het bezinkrendement is oppervlakte van het schuin gearceerde worden bereikt door in dit vat twee-
S gebied in het linker deel van afb. 7. maal gedurende een tijd 112 T een
dus - dp. Het bezinkeffect van alle In het rechter deel van afb. 7 is dit hoeveelheid Q te laten bezinken.
S"
deeltjes met snelheden kleiner dan S, gebied rechthoekig van vorm gemaakt Wanneer we dus een bepaalde hoeveel-
door de oppervlakken A en B aan heid Q willen behandelen in een be-
elkaar gelijk te maken. Het quotient paalde tijd T wordt het effect in het
bedraagt dus geheel niet door de tankdiepte be-
O
van /;'dp en S. is dus gelijk invloed. Zie afb. 9.
totaal rendement van de gehele be-
zinking bedraagt dus: o Houden we echter de verblijftijd con-
aan a en het totaal rendement van de stant en laten we de tankdiepte af-
gehele bezinking is r = 1 - p, +
a. nemen, dan neemt het rendement toe.
Het blijkt dus, dat het rendement van De hoeveelheid behandeld water per
de bezinking van een bepaalde suspen- tijdseenheid neemt evenwel in dezelf-
De grootte van de integraal kan op sie geheel bepaald wordt door de
eenvoudige wijze uit de frequentie de mate af.
grafiek worden afgeleid. kritische bezinksnelheid of opper- Zoals gesteld geldt de bovenstaande
H beschouwing alleen voor discrete deel-
,-PO r PO vlaktebelasting S, =
T
-. Naarmate tjes. Bij de bezinking van flocculente
de S, daalt neemt het rendement toe deeltjes heeft de tankdiepte een ab-
(zie afb. 8). We zien tevens, dat het solute invloed. Deze deeltjes worden
O
'( Sdp is de rendement niet in absolute zin be- tijdens de bezinking steeds groter en
invloed wordt door de diepte. Een gaan dus voortdurend sneller bezin-
ken. Bij flocculente bezinking kunnen
we dan ook geen frequentieverdeling
Afb. 7 - Frequentieverdeling voor de bezinksnelheden van discrete deeltjes.
van de bezinksnelheid maken, die on-
afhankelijk is van de diepte. Elke
diepte heeft zijn eigen frequentiever-
deling. Afb. 10 is hiervan een voor-
beeld. Duidelijk is te zien, dat de be-
zinksnelheden toenemen met de diep-
te. Bij het bepalen van het rendement
van de bezinking van een bepaalde
suspensie t.o.v. de oppervlaktebelas-
ting moet hier nu dus de tankdiepte
als parameter worden ingevoerd. Hoe
het rendement bij eenzelfde opper-
vlakte belasting toeneemt met de diep-
te laat afb. 11 zien. Beschouwen we
in afb. 12 het rendement t.o.v. de
verblijftijd dan zien we nu, anders dan
in afb. 9, dat het rendement in een
O S. mlh 4 m diepe tank na 8 uur verblijftijd
groter is dan in een 2 m diepe tank
na 4 uur.
Afb. 9 - Rendement van de bezinking van
discrete deeltjes als functie van de verbliif-
rijd voor verschillende diepten van de be-
zjnktank.
d
BEZINKSNELHEID S
Wanneer we derhalve bij flocculente
bezinking betrouwbare gegevens Uit Afb. 10 - Gemeten frequentieverdeling voor de bezinksnellteid van flocculente deeltjes.
bezinkproeven willen verkrijgen zullen
we er zorg voor moeten dragen, dat
de diepte van de proeftank tenminste
even groot is als de diepte van het
werkelijke bezinkbekken.

3. Continue bezinking
De discontinue bezinking in stilstaan-
de bekkens, zoals die in het vorige
hoofdstuk is besproken wordt in de
praktijk zeer weinig toegepast. Meest-
al laat men de bezinking continu ver-
lopen in bekkens die horizontaal of
verticaal doorstroomd worden.
We beperken ons in dit hoofdstuk tot
de horizontaal doorstroomde bekkens,
en wel die met een rechthoekige plat-
tegrond. Afb. 13 toont een dergelijk 0.5 1.5 2.5 3 tlIUUR

bekken in principe. Het bestaat uit


een inlaatzone waarin de suspensie %;H >
zo goed mogelijk over de doorsnede
van het bekken wordt verdeeld, een Afb. 11 - Reiidenient van de bezinking van flocculerzte deeltjes als functie van de opper-
waar het bezin- vlaktebelasting voor verschillende diepten van de bezinktank.
kingsproces plaats vindt, een slibzone
en een uitlaatzone. Terwijl het bekken Afb. 13 - Sedimentatiebekken met horizontale doorstroming.
door de suspensie horizontaal door-
lopen wordt, zakken de vaste deeltjes
I
-
-
F T C F F L W
3 1 1 H
Afb. 12 - Rendement van de bezinking van lNFLuENdl~~~~ F s m w N r ~ ~ i E 4 z$
--!
flocculente deeltjes als junctie van de ver- ~
IL
I~
:=
E
,:-/
bliiftiid voor verschillende diepten van de I l

LANGS DOORSNEDE

H = Effectieve hoogte van het bekken


L = Effectieve lengte van het bekken
B = Breedte van het bekken
Q = Doorstroom debiet

BOVENAANZICHT
doorstroomsnelheid bedraagt V, =
-.Q
BH
De afgelegde weg van deeltjes met
een bezinksnelheid S, en S is inge-
tekend. Ale deeltjes met een bezink-
snelheid groter dan S, bezinken voor
100 z. Uit de op de eerder aangege-
ven wijze bepaalde frequentiekromme
voor bezinksnelheden zien we weer
dat de totale concentratie hiervan
1 - p, bedraagt.
De deeltjes met bezinksnelheid S be-
Afb. I 4 - ~ezinkingvan discrete deeltjes in een ideaal bezinkbekken. zinken voor een gedeelte-
h
hetgeen
H
S
naar beneden. De grove deeltjes be- de theorie zullen we ons in eerste in- gelijk is aan -.
zinken vr in het bekken, naarmate stantie weer beperken tot discrete S"
de deeltjes fijner worden bezinken ze deeltjes en daarbij uitgaan van een Het totale bizinkrendement is dus
over een langer stuk van het bekken. ideaal bassin. Dit is een bassin waar volkomen gelijk aan het in verge-
De sliblaag zal zich in het algemeen de suspensie volkomen regelmatig lijking 11 gevonden rendement voor
dan ook niet horizontaal maar hellend doorheen stroomt en waarin de be- stilstaande bezinking
afnemend naar het eind van het bek- zinking op dezelfde wijze plaats vindt
ken opbouwen. Het verwijderen van als in een stilstaand bassin van de-
de sliblaag kan continu geschieden, zelfde diepte.
bijv. door mechanisch bewogen schra- Het moet daartoe voldoen aan deze en kan op de eerder beschreven ma-
pers, zoals gebruikelijk is bij de afval- voorwaarden: nier worden bepaald uit de frequentie-
waterzuivering waar de belasting 1. De concentratie van gesuspendeerd verdeling voor de bezinksnelheden.
zwaar is. Het kan ook discontinu Het is dus geheel bepaald door de
materiaal van elke grootte is gelijk kritische bezinksnelheid of opper-
plaats vinden door het bekken leeg in alle punten van de dwarsdoor-
te laten lopen en de sliblaag te ver- snede t.p.v. de inlaat. vlaktebelasting S,.
wijderen. Deze methode wordt nogal 2. De stroomrichting is horizontaal De grootte hiervan is weer gemakke-
eens gevolgd bij de drinkwaterzuive- lijk te bepalen.
en de snelheid is overal gelijk. De
ring waar de belasting niet groot is. verblijftijd van elk waterdeeltje is dus
Terwille van de continuteit in het gelijk aan de theoretische verblijftijd.
bedrijf moeten dan uiteraard meer- LHB
T =---
3. Een deeltje is blijvend aan de
dere bekkens parallel werken.
suspensie onttrokken als het de
Q
14 ingevuld in 13 geeft
bodem van het bekken heeft bereikt.
3.1 Bezinking in een ideaal bekken Afb. 14 toont een ideaal bassin met H.Q - Q -
s, = ----- Q
LHB LB o m . v.h. bekken
Ten behoeve van het uitwerken van bezinking van discrete deeltjes. De
De benaming ,,oppervlaktebelastingw
Afb. 15 - Eorizontale doorstroming. voor S, krijgt hier een duidelijker be-
tekenis dan bij de bezinking in stil-
staand water. Het bezinkingsrende-
ment van een ideaal bekken dat hori-
zontaal doorstrooriid wordt door een
bepaald suspensiedebiet wordt dus al-
leen bepaald door de grootte van de
oppervlakte van het bekken. De diep-
te oefent hierop geen invloed uit. Afb.
15 laat dit nog eens zien. De drie
i SEDIMENWIE ZONE I bekkens krijgen hetzelfde debiet Q
INFLUENI EFFLUENT
te verwerken. Het bovenste bekken
:,h heeft een hoogte H en het daaron-
derstaande bekken heeft een hoogte
, , SEDIMENTATIE ZONE H.
In beide gevallen is het rendement
S, =
Q
- en dus gelijk.
BL
~ORIZONUAL Het is ook meetkundig te zien door
TUSSMSCHOI
Q DOORSTROOMDEBIET de kritische bezinkweg in te tekenen.
V r DOORSTROOMSNELHEIO I n het bovenste bekken is de horizon-
S* KRITISCHE BEZINKSNELHEID tale snelheid = V en in het daaron-
H EFFEKTIEVE DIEPTE VAN HET BEKKEN derstaande bekken = 2V. Hieruit
volgt dat S, in beide gevallen even
groot is. Het onderste bekken heeft v is de kinematische viscositeitscoffi-
Re=-x-x
1 Q BH -
weer een hoogte H, maar heeft op cint. V BH B + 2H
H [Er dient uitdrukkelijk op gewezen te
een hoogte y een tussenbodem. De worden dat hier van een ander getal
-
horizontale snelheid is nu weer V. van Reynolds sprake is dan in hoofd- Dit eist dus brede en diepe bekkens.
De kritische bezinksnelheid is nu ech- stuk 2. In hoofdstuk 2 karakteri- De horizontale stroomsnelheid V, zal
seerde Re het stroombeeld rondom hierin laag zijn. Wordt nu van een
ter - , de helft van de eerste twee het bezinkende deeltje als gevolg van
2 gewenste oppervlaktebelasting uitge-
bekkens. Het bekken is als het ware de bezinking. Thans karakteriseert Re gaan, dan betekent een grote breedte,
twee maal zo groot geworden, de op- het gehele stroombeeld in het door- dat de lengte kort zal zijn. Korte,
pervlaktebelasting derhalve terugge- stroomd wordende bekken. Het eerste brede, diepe bekkens zijn duur en
vallen tot de helft waardoor het ren- zouden we het mikrogetal van Rey- werken storingen door kortsluitstro-
dement aanzienlijk is verhoogd. nolds kunnen noemen, het tweede het men in de hand.
makrogetal van Reynolds]. Aan storingen door turbulentie zal
3.2 Storende factoren in werkelijke Bij dit type bekkens (regelmatig van in het algemeen dus moeilijk zijn te
bekkens vorm, geen plaatselijke discontinutei- ontkomen. Het is daarom van belang
In de praktijk voldoen bezinkbekkens ten en storingen geldt, dat het stroom- te weten wat de invloed van de V,
nooit geheel aan de voorwaarden voor beeld laminair is zolang Re < 2000. op het bezinkrendement zal zijn en
een ideaal bekken. Er is een aantal In het algemeen is dus een klein getal als dit rendement onvoldoende zou
storende factoren waarvan de voor- van Reynolds vereist. Vullen we V, blijken te zijn, hoe dit dan verbeterd
naamste zijn: en R in Re in, dan krijgen we kan worden. De door de Amerikaan
a. storing door turbulente stroming
b. storing door uitschuring
c. storing door kortsluitstromen EFFLUENT

d. storing door samengroeien van de


deeltjes.
De eerste drie factoren verkleinen het I
bezinkrendement, de laatste factor ver- Afb. I 6 - Het effect van turbulente strotnimg bij sedimentatie.
groot dit. Zij zullen achtereenvolgens
nader besproken worden.
Afb. 17 - Rendement varz bezinking van discrete deeltjes bij turbulente stroniing.
I
a. Storing door turbulente stroming I

In het ideale bekken werd de bezin-


king in het geheel niet benvloed door
de horizontale stroming door het
bassin. Deze bezinking vereist een
laminair stroombeeld. Wanneer ech-
ter het stroombeeld turbulent is wil
dit zeggen dat er ook stroming in
verticale richting voorkomt, neer- en
opwaarts gericht. De bezinkweg van
de deeltjes zal hierdoor benvloed
worden en niet meer recht verlopen,
maar gebogen zijn. Afb. 16 geeft hier-
van enige voorbeelden. Het rendement
van de bezinking zal achteruit gaan.
Immers van alle deeltjes die bijvoor-
beeld nog juist geheel in het ideale
bekken zouden bezinken (bezinksnel-
heid S,) is er een deel dat sneller be-
zinkt, hetgeen het rendement niet ver-
hoogt en een deel, dat niet meer tot
bezinking komt hetgeen rendements-
verlaging betekent.
Het stroombeeld in het bekken wordt
bepaald door het getal van Reynolds
V,.R
Re= -
V, is de gemiddelde horizontale snel-
heid: V, = -
Q
BH
R is de hydraulische straal van het
BH
bekken: R =
B +
2H
T. R. Camp opgestelde grafieken van de diepte van het bekken gekozen, f = wrijvingscofficint; gerniddel-
afb. 17 geven hierin een inzicht. Stel S de waarde 0,03.
dan is dus - bekend. Willen we nu D = diameter van het deeltje.
we sturen een bepaald debiet van een v0
suspensie van gelijke deeltjes met een een bepaald bezinkrendement halen,
bezinksnelheid S door een bepaald dan kunnen we uit de -grafiek aflezen Afb. 18 geeft de sleepsnelheden t.o.v.
bekken. De oppervlaktebelastin; (of S de deeltjes diameter bij verschillende
kritische bezinksnelheid) bedraagt hoe groot - moet zijn. Doordat S relatieve dichtheden en waarden van
S"
bekend is is nu ook S,, de oppervlakte- ,!3 = 0,05 en f = 0,03. Voor zand-
s, = B.L. . StelS is 'leiner dan 0' .
--
Q belasting, bekend en kunnen we met korrels (p,/p = 2,65) van 1 mm is
de reeds vastgestelde B de L van het deze ca. 2000 m/h en van 0,l mm
De bezinking kan dus niet volledig
uitrekenen. ca. 600 m/h.
zijn en wanneer het bekken ideaal
Om uitschuring te voorkomen moet
S b. Storing door uitschuring
was zou het rendement - bedragen.
V, s V,. Daar V, = -Q
SO In het ideale bekken zijn we ervan BH
Stel dit is 0,8. In de grafiek kunnen uitgegaan, dat deeltjes die eenmaal
we nu zien, dat het bezinkrendement de bodem hadden bereikt definitief S, = -
Q kan deze voorwaarden
metterdaad het maximaal haalbare bezonken waren. we hebben bere- BL
S worden omgezet in:
kend, dat de werking van dit ideale
van 0,8 zal zijn als 2 0,4 D.W.Z.
v,
-

bekken slechts door de oppervlakte-


--
als V, s 2,s S. Wordt V, groter, bijv.
S belasting S, = -
Q wordt bepaald, Ook dit vraagt dus om korte diepe
- B.L.
= 0,l of V, = 10 S dan daalt bekkens, die om aan de vereiste op-
VO onafhankelijk van de diepte. Laten
het rendement tot 0,77 enz. we nu echter de diepte afnemen, dan pervlaktebelasting te komen, een grote
neemt de horizontale snelheid V, breedte moeten hebben.
S
Doordat overigens de - schaal evenredig toe en op een bepaald
v0 moment is deze zo groot, dat niet c. Storing door kortstluitstromen
logarithmisch is, is de invloed van de
meer aan de voorwaarde, dat eenmaal Bij het ideale bekken zijn de stroom-
turbulentie niet zo bijzonder groot.
Bij het bovenstaande voorbeeld van bezonken deeltjes op de bodem blij- snelheden op alle punten van de
ven liggen, wordt voldaan. Ze zullen dwarsdoorsnede gelijk. De verblijftijd
S is voor alle deeltjes gelijk
= 0,8 hebben we gezien dat door de te grote V, weer worden op-
s0
-

genomen, uitschuring treedt op en het T = - B-L --


H
het rendement 0,8 (maximaal) is bij
V, = 2,5 S. Bij V, = 10 S is het 0,77
bezinkrendement vermindert. De kri- Q
tische snelheid waarmee dit gebeurt In werkelijke bekkens zal dit niet het
en bij V, = 100 S is het 0,65. Vanaf wordt de sleepsnelheid V, genoemd. geval zijn. De verblijftijd zal niet voor
het maximaal haalbare betekent dit Volgens Camp is deze gelijk aan alle deeltjes gelijk zijn. Afb. 19 geeft
een achteruitgang van ca. 20 voor een voorbeeld van een frequentiever-
een 40-voudige snelheidsverhoging.
deling van de verblijftijd van deeltjes
Hebben we overigens uit andere over-
in een ideaal bekken en in een werke-
wegingen voor een bekend debiet van 3!, = vormfactor, varirend van 0,04 lijk bekken. De gemiddelde verblijftijd
een suspensie van deeltjes met een be- voor uniforme zandkorrels tot 0.06 in het werkelijke bekken is echter
kende bezinksnelheid S de breedte en voor platte deeltjes. gelijk aan die in het ideale bekken.
De ongelijke snelheidsverdeling kan
Afb. 18 - De sleepsnelheid van bolvormige deeltjes als functie vari diameter en specifieke in de eerste plaats optreden over de
dichtheid.

mlh I

I 1
Afb. 19 - Frequentieverdeling voor de ver-
biijftijdeti in een ideaal en in een werkelijk
bezinkbekken zonder kortsluiting.

verticaal. Afb. 20 geeft hiervan een


voorbeeld. Stromingspatroon I1 is van
een ideaal bekken, stromingspatroon I

-
is van een werkelijk bekken.
16' 10" 16' S' i 10 W' mm Stel dat de suspensie alleen bestaat
DEELTJES GROOTTE d
uit deeltjes met bezinksnelheid S. Bij
stromingspatroon I bezinken alle
deeltjes die zich binnen hoogte h,'
boven de bodem bevinden en bij stro-
mingspatroon I1 die zich binnen een
hoogte h, boven de bodem bevinden.
Het gebied van de deeltjes, die niet
tot bezinking komen, is bij patroon I
dus dunner dan bij patroon II, de ho-
rizontale snelheid is echter evenredig
groter dan bij patroon 11, zodat het
totale rendement gelijk blijft.
Dat dit exact juist is kan als volgt
worden berekend. L l
Stromingspatroon 11, rendement is r Afb. 20 - Afgelegde wegen bij bezinking van discrete deeltjes bij verschillende stromings-
patronen.

Stromingspatroon I, rendement is r'


Vergelijking 17 is ook te schrijven: I SEOICIEIIWIE ZONE I
- EFFLuEN1
- I
h,
--
-ho
- B INFLNT I
Q =-h, V,
H -- Q
BV,
Is r nu variabel dan wordt dit: HET SAMENGROEIEN VAN TWEE MELTJES

0J I
EFFLWNT
Voor stromingspatroon I geldt dus -1 k.
h,' INFLUENT I
B 1 I
r' -
Q o ., HET CONTINUE AANGROEIEN VAN EEN DEELTJE
dx dy
V = -, S = - d u s v d y = sdx
dt dt ' -
A f b . 21 Sedintetztatie van niet-discrete deeltjes.
terwijl y loopt van h,' tot 0, loopt x
van O tot L
doen niet mee, waardoor de opper- moeten B en H dus klein zijn. Ten-
vlakte-belasting van het overige deel einde de vereiste oppervlaktebelasting
toeneemt. Dit heeft een belangrijke te verkrijgen wordt L dus lang. Boven-
daling van het rendement tengevolge. staande ontwerpeis is helaas tegenge-
Deze kortsluitstromen kunnen in het steld aan de reeds geformuleerde ont-
(17) = (18) dus voor beide stromings- algemeen worden voorkomen door werpeisen i.v.m. turbulentie en uit-
patronen is het rendement gelijk. een zo goed mogelijke verdeling van schuring. Dat wil zeggen, dat het
watertoevoer en -afvoer over de Froude-getal toch weer zo klein
Dit geldt alleen als de genziddelde ver- breedte van het bekken en door de mogelijk gehouden moet worden. Het
blijftijd gelijk is aan de ideale ver- verhoudingen tussen lengte, breedte is nog niet nauwkeurig bekend, bij
blijffijd en als er homogeniteit is in en diepte van het bekken zodanig te welk minimum Froude-getal de stro-
dwarsrichting. kiezen, dat de storende invloeden zo ming nog stabiel is. Ervaring wijst
weinig mogelijk kans krijgen, dus dat naar een waarde van 10-5.
In het algemeen is deze homogeniteit
de stroming zo stabiel mogelijk is. De
er niet. Langs de wanden is de stroom-
stabiliteit van een stroming wordt d. Storing door samengroeien
snelheid minder dan in het midden
beter naarmate de verhouding tussen
van het bassin. Dit heeft wel enige Bij de continue bezinking in horizon-
de traagheidskrachten en de zwaarte-
invloed op het rendement. We kunnen taal doorstroomde bekkens zijn tot
kracht groter is. Deze worden weerge-
ons het bekken verdeeld denken in nu toe slechts suspensies van discrete
geven door het dimensieloze getal van
een aantal stroken met verschillende deeltjes besproken. De behandelde
Froude.
oppervlaktebelasting. Aangezien de lijn storende invloeden hadden hierbij
die het verband aangeeft tussen het slechts een negatief resultaat op het
rendement en de oppervlaktebelasting rendement.
over het algemeen echter een slechts V, = gemiddelde hor. snelheid In afb. 21 is een storing aangegeven,
weinig hol gekromd beeld vertoont R = hydraulische straal die positief werkt op het rendement.
(zie afb. 8) is de storing op het ge- Naarmate dit getal dus groter is, is Dit is het samengroeien van deeltjes.
middelde rendement gering. de stabiliteit van het bekken groter. Dit kan discontinu gebeuren wanneer
Dit is echter bepaald niet het geval twee deeltjes aan elkaar blijven zitten
wanneer in het bekken kortsluitstro- en de bezinkweg zich ontwikkelt als
men, dode hoeken en neren voor- Dus: in de bovenste tekening is aangegeven.
komen. De gemiddelde verblijf tijd Fr=
Q2 B
-
2H + Of het kan continu gebeuren zoals op
wordt nu korter dan de theoretische. g B3 .H3 de onderste tekening is weergegeven.
Bepaalde gedeelten van het bekken Om een groot Froude-getal te krijgen We kunnen nu spreken van floccu-
lente bezinking. De flocculente be- aan uit de praktijk bekende vergelijk- 2 m en ligt zeer vaak tussen 3% en
zinking wordt door de turbulentie in bare gegevens. Hiermede is de opper- 4 m. Tesamen met de oppervlakte-
de hand gewerkt. Het is nu niet meer vlakte van het bekken bepaald, im- belasting bepaalt de diepte de verblijf-
alleen de oppervlaktebelasting die het mers: tijd in het bekken. Deze ligt meestal
rendement bepaalt (afgezien van sto- Q tussen 1 en 3 uur voor bezinking van
ringen) maar ook de diepte krijgt een oppervlaktebelasting = S, = - vaste stof en tussen de 2 en 4 uur voor
BL
belangrijke invloed. Overigens kan Nu komt het er nog op aan om breed- de bezinking na coagulatie.
verwezen worden naar hetgeen hier- te en lengte, waarvan het produkt Bij de bovenstaande afmetingen en
over in hoofdstuk 2 is behandeld. In bekend is zodanig te kiezen, dat zo verhoudingen komt men tot te lage
het algemeen kan gesteld worden dat weinig mogelijk negatieve storingen in Froude-getallen en te hoge getallen
bij de drinkwaterzuivering elke be- de vorm van turbulentie, uitschuring van Reynolds. Door in de bekkens
zinking wel in meer of mindere mate en kortsluiting zullen optreden. We schotten te plaatsen kan dit worden
flocculent zal verlopen. Wanneer bij hebben gezien dat deze worden be- verbeterd. Dit is in afb. 22 aangege-
het ontwerp dus uitgegaan wordt van heerst door het getal van Reynolds en ven. Het kunnen zijn onderbroken
discrete bezinking, zit hierin een het getal van Froude en dat deze Schotten in langs- of dwarsrichting,
reserve. getallen zo mogelijk respectievelijk dan wel doorlopende schotten in
kleiner moeten zijn dan 2000 en groter langsrichting. Door deze maatregelen
4. Ontwerp van bezinkbekkens met neemt de horizontale snelheid toe en
horizontale doorstroming dan 10-5. Dus:
B H
De voorgaande theoretische beschou-
wingen zijn geheel gebaseerd geweest
de hydraulische straal R = -
B 2H
wordt kleiner. In het getal van Rey-
+
op bekkens met een rechthoekige plat- nolds werken deze effecten tegen
tegrond. In de praktijk komen deze elkaar in, zodat het maar weinig gro-
veelvuldig voor, met name daar waar We kunnen deze beide getallen op hun ter wordt. Bij het Froude-getal werken
bij de zuivering van drinkwater de grenswaarde zetten en voor v een de effecten in dezelfde richting, de
bezinking een onderdeel van het pro- gemiddelde waarde kiezen, bijvoor- vergroting van de snelheid zelfs kwa-
ces uitmaakt. Vooral bij de zuivering beeld die van 10" C, d.w.z. V = 1,31 x dratisch. Het Froude-getal neemt dus
van afvalwater worden echter ook 10-6 mvsec. V, en R zijn nu de enige belangrijk toe en het totale rendement
zeer vaak ronde bekkens toegepast. onbekenden en kunnen worden uitge- wordt duidelijk verhoogd. Er dient wel
4.1 Rechthoekige bekkens rekend. Dit geeft V, = 6,4 mm/sec op te worden gelet, dat de sleepkracht
Wanneer het debiet van de installatie en R = 0,41 m (Voor t = 5" wordt niet wordt overschreden. Door deze
bekend is, is de oppervlaktebelasting V, = 5,5 mm/sec en R = 0,55 m). maatregelen kan nu zonder gevaar de
het eerste wat moet worden vastge- Aan deze voorwaarden volcfoen slechts oppervlaktebelasting worden vergroot
steld. Deze kan aan de hand van het de bovenaan in afb. 22 getekende zeer van de genoemde 1 2 m/h tot 2
gewenste bezinkingsrendement en van brede platte korte bekkens met een 2,5 m/h. Een andere methode tot ren-
de frequentieverdeling van de bezink- diepte van ongeveer O,4S m of zeer dementsverhoging is aangegeven in
snelheden worden gekozen en getoetst hoge smalle lange bekkens met een afb. 23.
breedte van ongeveer 0,90 m. Derge-
lijke afmetingen zijn economisch zeer
Afb. 22 - Voritgei3iig van rechthoekige onaantrekkelijk en zullen nooit wor-
horizoiitaal doorstroomde beziiikbekkens den gemaakt.
met inacht~iaineva11 gunstige waarden valt
Re en van liet getal van Froude. Bij de theoretische beschouwingen
hebben we overigens al gezien, dat bij
de praktisch toegepaste snelheden uit-
ONDERBROKEN HORIZONTAAL LANGSSCHOT
schuring niet zo vaak voorkomt en dat
de rendementsachteruitgang door tur-
bulentie niet zo groot is, bij floccu-
lente bezinking door de optredende
*de vlokvorming zelfs in de hand
dz
werkt en dus positief benvloedt.
De invloed van kortsluitstromingen, I
DWRLOPENDE HORIZONTALE LANGSSCHOTTEN I
gekenmerkt door een slecht Froude- Afb. 23 - Vormgeving vaft rechthoekige
getal, werkt in veel sterkere mate ren- horizontaa! doorstroontde bezinkbekkens
dementsverlagend. Hier moet dus in met i~zachtita~iie
vali gicnstige waardett van
Re en van het getal vali Froude.
de eerste plaats op worden gelet.
In de praktijk komt men de volgende
ontwerpuitgangspunten het meeste Hier is het bekken horizontaal ver-
tegen. deeld door een onderbroken of door
De oppervlaktebelasting ligt meestal doorlopende langsschotten. In het
ONDERBROKEN VERIIIULE UNGSSCWlIEN tussen 1 m/h en 2 m/h, waarbij 1 m/h eerste geval is de V, vergroot en de
toch wel bepaald als laag moet wor- R verkleind en in het tweede geval is
den beschouwd. De verhouding tussen alleen de R verkleind. Dit op zich
lengte en breedte ligt meestal tussen zelf werkt reeds rendementsverhogend,
3 en 5 en is soms nog zelfs beduidend doch in veel hogere mate wordt het
hoger. De diepte is zelden kleiner dan rendement opgevoerd, doordat de
oppervlaktebelasting in het eerste ge-
val tot de helft en in het tweede
geval zelfs tot 113 is teruggebracht.
De bezinkoppervlakte is immers resp.
2 en 3 x zo groot geworden.
fi-
q- - b- [
- 0
fl-
Met dit type bekken kan per eenheid
van terreinoppervlakte een zeer groot
vermogen worden bereikt. Ze hebben
het nadeel, dat de slibverwijdering
I >
Afb. 24 - Z~ilaatco~istrztcties.
moeilijker wordt. Bij de afvalwater-
zuivering, waar de belasting zo hoog
is, dat mechanische slibverwijdering
nodig is, worden ze dan ook weinig
toegepast. Bij de drinkwaterzuivering
is de slibaanval meestal veel minder
groot, waardoor de slibverwijdering
op eenvoudiger wijze kan plaats vin-
den, bijv. door discontinu spoelen.
Dan biedt deze bekkenvorm een aan-
trekkelijke oplossing. Vooral daar,
waar de terreinoppervlakte beperkt is, Afb. 25 - Afvoergofetl.
de grondkosten hoog zijn, of door
klimatologische omstandigheden een
opstelling in de openlucht onmogelijk
OVERSTORI
is. I n verschillende nieuwe bedrijven
in Zweden en rondom Parijs zijn be- EFFLUENT
zinkingsbekkens van dit type toege-
past.
AFTAP

4.2 Inlaat- ei1 uitlaatconstructies INTERMITTERENDE SLIBVERWIJDERING

Uit de voorgaande beschouwingen is


gebleken, dat bij de inlaat een regel-
matige verdeling van de suspensie
over de gehele dwarsdoorsnede van
het bekken ten zeerste gewenst is,
INFLUENT -&w- EFFLUENT

doch dat hierbij in de allereerste


plaats een zo gelijk mogelijke verde-
ling in breedterichting noodzakelijk is.
Onregelmatigheden hierin verlagen het CONTINUE SLIBVERWIIDERING
rendement, terwijl snelheidsverschillen -.1 -

Afb. 26 - Sediwieiztatiebekkeiis. Horizotifale doorsfro~~zi~zg.


over de vertikaal van weinig invloed
op het rendement zijn. Dit leidt ertoe,
dat bij het ontwerpen van inlaatcon- via een overstort. Als deze over de komende vlokjes niet zodanig kapot
structies dus vooral aandacht moet volle breedte van het bekken wordt gemaakt, dat enigerlei moeilijkheid
worden geschonken aan deze horizon- geplaatst, is een gelijkmatige afname ontstaat met het verwijderen van deze
tale verdeling. In afb. 24 zijn hiervoor over de breedte van het bassin ver- laatste vlokjes in de achterliggende
verschillende methoden aangegeven. zekerd, hetgeen ten goede komt aan snelfilters. Op diverse manieren is de
De bekkens worden praktisch altijd de stabiliteit van de stroming. Ter- overstortlengte desgewenst te vergro-
gevoed vanuit een enkel kanaal of een wille hiervan moet ook de afvoer per ten. Afb. 25 geeft hiervan enige voor-
enkele leiding. I n nr. 1 is de leiding meter overstortlengte niet te groot beelden.
zodanig vertakt, dat de weerstanden zijn. Een maximum van circa 10 m3/h
naar de verschillende inlaatpunten ge- wordt hiervoor opgegeven. Deze waar- 4.3 Slib verwijdering
lijk zijn en dus ook de debieten. I n de is hoofdzakelijk afkomstig uit het De slibverwijdering kan in het alge-
de nrs. 2, 3 en 4 zijn de intreeweer- bedrijf van bezinkbekkens in gebruik meen op twee manieren plaats vin-
standen in het bekken groot gehouden bij de behandeling van afvalwater. I n den.
t.o.v. de aanvoerweerstanden. De snel- de drinkwaterzuivering accepteert men a. Intermitterend, door het bekken
heden in de aanvoerleidingen zijn bij bezinkbekkens na een chemische buiten dienst te stellen en het leeg
meestal laag. Een gelijkmatige ver- coagulatie en flocculatie meestal hoge- te laten lopen. Hierna kan het slib
deling over de inlaatpunten kan hier- re afvoerwaarden. Achter deze bek- met de hand worden verwijderd. Het
door worden bewerkstelligd. Door kens komen altijd nog snelfilters voor bekken moet een hellende bodem heb-
achter de inlaten in het bassin stoot- de verwijdering van de laatste vlokjes. ben. Aangezien het meeste slib vlak
platen of een geperforeerd schot te Bij niet te krap gedimensioneerde be- bij de inlaat bezinkt wordt d e helling
plaatsen kan de regelmaat van het zinkbekkens en een goede vloeiende daar soms steiler gemaakt dan in het
intreepatroon nog verder worden ver- vorm van de overlaat worden met tweede deel van het bekken (zie afb.
beterd. overlaatdebieten van 70 tot 100 m3/h 26). Deze slibzak wordt veelal toege-
D e uitlaat vindt in het algemeen plaats per meter overlaatlengte de mee- past bij bezinking na coagulatie, wan-
neer de belasting niet al te zwaar is. A
Tijdens het leeglopen van het bekken t -3 SEOIMENIATIE

loopt een groot deel van het slib al SUBAFVOER .


mee. B
SEOIHENIATIE

De rest kan meestal eenvoudig worden


weggespoten. Bij deze wijze van slib-
verwijdering moet wel gerekend wor-
den op een behoorlijke ruimte voor de
BOVENAANZICHT
slibberging. De looptijd bedraagt enige
weken tot enige maanden, in sommige
gevallen bij zeer grote bekkens meer
dan een jaar. Bij lange looptijden be-
hoort men er wel zeker van te zijn, 7----

dat geen rotting van het slib kan gaan


DOORSNEDE A-A (sedimentatie)
optreden. De spoelverliezen zijn ge-
ring en bedragen meestal tussen 0,s %
en 1,O x. fl. i i 1
i
b. Continu met behulp van mecha- INFLVEWT 7
nische slibverwijderingsinstallaties.
SLIB
De meest voorkomende hiervan zijn AFVOER / / \

L
de kettingschrapers, die het slib naar / ROERWERK \ E E R M I
l
het einde van het bekken schuiven, DOORSNEDE B-B (flocculatie)
P
, l
vanwaar het wordt afgevoerd via een Afb. 27 - Flocculatie en sedinre~rtatiebekken afvalwaterzi<ii~eri~ig
eti o~itharditig.Horizo~i-
leiding. Daarnaast zijn er de enkele !ale doorstror~iii~g.
bodemschrapers, die zijn verbonden
aan een zich dwars over het bekken
bevindende brug, die langzaam in
langsrichting van het bekken rijdt. Bij
de teruggang is de schraper meestal
boven water geheven. De bodemschra-
per heeft het voordeel, dat zich geen
bewegende delen onder water bevin-
den. Dit is wel het geval met de ket-
tingschrapers, die over het algemeen
vrij veel onderhoud vragen, waarvoor
het bekken weer buiten dienst gezet
moet worden. Het spoelverlies ligt
hier zelden beneden 3 x.
Bij de afval-
waterzuivering komt men praktisch
alleen mechanische slibverwijdering
tegen.
L-

4.4 V o o r b e e l d e n Afb. 28 - Sedirtieritatiebekke>i (Stockholrtr). Horizo~itnledoorstroniiiig.


I n afb. 26 zijn enkele voorbeelden ge-
geven van een eenvoudig sedimentatie- Afb. 29 - Drielaags sedir>ie~riatiebekken.
bekken. I n afb. 27 is het sedimentatie-
bekken direct verbonden aan het floc-
culatiebekken en door een onderbro-
ken langsschot in twee delen verdeeld.
In afb. 28 is een sedimentatiebekken
getekend met een tussenbodem en om-
kerende stroomrichting, zoals uitge-
voerd in de drinkwaterzuiveringsbe-
drijven van de stad Stockholm. Het
werkt dus als een bekken van onge-
veer dubbele lengte. In afb. 29 is het
principe van een drielaags sedimen-
tatiebekken gegeven, zoals die o a.
voorkomen bij de zuiveringsbedrijven
Mry sur Oise en Choisy Ie Roi in de
omgeving van Parijs.

4.5 Bezinkhekkens inet ronde


doorsnede
Naast de bekkens met rechthoekige
plattegrond treft men ook veelvuldig
ronde bekkens aan. De aanvoer vindt
in het centrum plaats en de afvoer
aan de buitenrand. Hydraulisch zijn
deze tanks bepaald in het nadeel t.o.v.
rechthoekige bekkens. Vooral in ron-
de bekkens met grote diameter is
geen stabiele stroming te bewerkstel-
ligen en in bekkens met kleine dia-
meter is de ruimte, die door aan- en
afvoerzone wordt ingenomen, relatief
groot t.o.v. de bezinkingszone. Ook
zijn de bouwkosten van kleine ronde
tanks hoger dan van rechthoekige. Bij
grote afmetingen (boven 40 m dia-
meter) zijn de bouwkosten van ronde
tanks echter lager dan van recht-
hoekige. Een duidelijk voordeel van
ronde tanks is de grotere bedrijfs-
1 CONTINUE SLIBAFVOER
Il zekerheid van het slibverwijderings-
mechanisme. Het kan robuust worden
Afb. 30 - Flocc~latieen sediinentatiebekken Degrnioizt. Horizontale doorsfro?ning.
opgezet en de rondgaande beweging,
- -.
waarbij het slib naar het centrum
wordt geschoven, is eenvoudig. Vooral
DOORSNEDE A - A
DRUVING ROERWERK
in de afvalwaterzuivering is deze siib-
I verwijdering een zeer belangrijk punt.
Ronde tanks zijn bovendien gemakke-
lijk in grote eenheden te bouwen. Om
deze redenen ontmoet men daarom
waarschijnlijk juist bij de afvalwater-
zuivering zoveel ronde tanks. In de
afb. 30 en 31 zijn enige voorbeelden
getekend.

5. Bezinkbekkens met verticale


doorstroming
Bij discrete bezinking geven bekkens
met een vertikale doorstroming duide-
lijk een lager rendement dan de bek-
kens met horizontale doorstroming.
Immers, wanneer het debiet Q is en
de oppervlakte is A, dan is de opper-
vlaktebelasting -.AQ
De opwaartse snelheid is echter ook
Q
gelijk aan - en alln die deeltjes
A
zullen bezinken, die een grotere be-
zinksnelheid hebben dan -A . Alle

i BOVENAANZICHT
l andere worden meegenomen. Het
maximale rendement is gelijk aan de
Afb. 31 - Floccrlatie en sedinzeirtnfiebassin Walton & Key, Cleanfier. Spiraalvormige oppervlaktebelasting.
horizontnle doorsiroining. Bij horizontale doorstroming be-
zinkt ook nog een belangrijk deel van
Afb. 32 - Sedinzentafie en flocculatietank. Tlte Caridy Filter Conip. Verticale doorstroming. de deeltjes met een lagere bezinksnel-
heid dan de oppervlaktebelasting.
Voor flocculente bezinking ligt dit
echter anders. De lichte vlokjes met
een bezinksnelheid lager dan de op-
waartse watersnelheid worden door
het water meegevoerd en botsen op
hun weg tegen zwaardere bezinkende

l
vlokken aan. Zij verenigen zich daar-
mee en bezinken zo tesamen met toe-
genomen bezinksnelheid. Inmiddels
worden steeds nieuwe vlokken aan-
gevoerd en na korte tijd ontstaat een
toestand van gehinderde bezinking.
De volumeconcentratie wordt op de
duur z hoog, dat een gehinderde be-
zinking ontstaat met een stromings-
toestand, die voldoet aan de hydro-
dynamische principes van een geflu-
diseerd bed van vlokken.
De karakteristieke eigenschappen van
een gefludiseerd bed in een vloeistof
zijn:
l e een duidelijke bovenbegrenzing;
2e menging in het bed;
3e toename van de ruimte tussen de
vlokken bij toenemende snelheid.
Tussen de open ruimte E in een geflu-
diseerd bed ( E = 1 - p, als p de
volumeconcentratie van de vlokken is)
en de opwaartse snelheid, bestaat het
BOVENAANZICHT
volgende verband:

V = opwaartse snelheid
S = bezinksnelheid van de deeltjes
SLIBAFVOER SLIBAFWER cx = cofficint

VLOKKENDEKEN cu is afhankelijk van het getal van


ROERWERK
I
Reynolds en van de vlokvorm.
a! , " 2,5 voor turbulente stroming
en CV > 5 voor laminaire stroming.
DOORSNEDE A - A

Afb. 33 - Flocculatie en sedimentatiebassin DWL Rotterdam. Verticale doorstroming.


Metingen op Al- en Fe-vlokken lever-
de cr = 4.
De bovenbegrenzing van het geflui-
diseerde bed is in de meeste gevallen
duidelijk waarneembaar.
Het gefludiseerde bed als geheel
wordt vlokkendeken genoemd. De
vorming en de stabiliteit van de vlok-
kendeken wordt bevorderd door de
bekkens naar boven toe wijder te ma-
ken, waardoor de opwaartse snelheid
regelmatig afneemt. Deze verwijding
is echter voor het verschijnsel niet
principieel. Een nadeel van de ver-
wijding is het ontstaan .van een on-
stabiel stromingsbeeld.
Door Bond zijn metingen verricht
Afb. 34 - Pulsator (Degrmont). Verticale doorstroming. t.a.v. de toelaatbare opwaartse snel-
heid. Voor een vlokkendeken van
Afb. 35 - Sedimentatietank met vlokrecirculatie Boby-Graver-reactivator William Boby & aluminiumvlok kwam hij tot de con-
Co. Ltd. Verticale doorstrotning. clusie, dat een volkomen veilige op-
waartse snelheid V, t.p.v. de vlokken-
deken I/S S is, wanneer S de bezink-
snelheid van de afzonderlijke deeltjes
is. Voor S vond hij een snelheid van
S - 6,5 m/h.
Bij V, = 0,55 S komen er plaatselijk
erupties in de vlokkendeken en gaan
er kleine deeltjes mee omhoog en bij
V, = 0,65 S is er geen duidelijke be-
grenzing van de vlokkendeken meer.
In Rotterdam zijn metingen aan de
\UL,SLIBAFVOER ijzervlokken gedaan die hogere waar-
den aangeven.
Vlok- Bezinksnelheden bij
diameter verschillende temp.
in mm

VWKKENOEKEN
De dichtheid van de vlok p, = 1,003
De maximale opwaartse snelheid t.p.v.
de vlokkendeken bedraagt bij het in
Rotterdam gebruikte type klaarbek-
ken 4,s 5,O m/h.
I n de winter moet een coagulatie-hulp-
middel ter vergroting van de vlok -

worden toegevoegd. Bij deze opwaart- Afb. 36 - Sediinentatietaiik met vlokrecirctllatie (Degrntont). Verticale doorstronting.
se snelheid is de vlokkendeken niet
meer volledig in rust. Erupties treden
In de afb. 32 t / m 36 zijn enige uit- danks dat, is de toepassing echter juist
regelmatig op en continu worden
voeringstypen als voorbeeld gegeven. door hun grotere economie terecht in
enige vlokken mee omhoog gevoerd.
belangrijke mate toegenomen.
Deze worden echter gemakkelijk door
Nu zijn een eenvoudige exploitatie en
de achterliggende snelfilters opgevan- 6. Nabeschouwing een grote economie in de bouw ge-
gen.
De waterhoogte boven de vlokken- In de techniek van de drinkwaterzui- combineerd in het systeem van meer-
deken moet zodanig zijn, dat het vering komen bezinkbekkens hoofd- laags horizontale doorstromingssedi-
water zoveel mogelijk met verticale zakelijk voor bij de behandeling van mentatiebekkens.Echter op voorwaar-
stroomlijnen uit de vlokkendeken oppervlaktewater na een chemische de, dat geen mechanische slibverwijde-
komt. Wanneer de onderlinge afstand coagulatie en flocculatie. In het ver- ring vereist is. Zoals boven vermeld,
tussen de aan de oppervlakte gelegen leden werden hoofdzakelijk nlaagse wordt aan deze voorwaarde bij de
afvoergoten 1 bedraagt en de water- bekkens met horizontale doorstroming drinkwaterzuivering praktisch steeds
hoogte boven de vlokkendeken h, dan gebruikt. Deze zijn bij goede dimen- voldaan, met name onder de ~ e d e r -
geldt h > X 1. sionering betrouwbaar gebleken en landse omstandigheden.
De opwaartse snelheden mogen ook zeer eenvoudig in exploitatie. Daar Ik meen dan ook, dat, wanneer bij de
niet te laag zijn, anders gaat plaatselijk waar de slibbelasting niet te hoog is drinkwaterzuivering een bezinking na
bezinking optreden met kans op ver- (dus in veruit de meeste gevallen) be- chemische coagulatie en flocculatie
stoppingen. hoeft geen continu werkende mecha- in het zuiveringssysteem wordt opge-
Samenvattend zijn voordelen van een nische of hydraulische slibverwijde- nomen, in de eerste plaats een oplos-
sedimentatiebekken met vlokkende- ring te worden aangebracht. Een na- sing met een systeem van verticaal
ken: deel van deze bekkens is echter het doorstroomde sedimentatiebekkens
grote oppervlak, dat ze innemen. met vlokkendeken of een oplossing
l e Het grote sedimentatierendement
(oppervlaktebelasting tussen 2,s m/h Sedimentatiebekkens met verticale met een systeem van meerlaags hori-
en 4,s m/h; doorstroming en een vlokkendeken zontale doorstromings-bezinking als
2e Betrekkelijke korte verblijftijd ( X zijn in dit opzicht veel economischer, gelijkwaardige mogelijkheden moeten
uur tot 1% uur). doch de exploitatie is moeilijker. On- worden onderzocht.

Literatuur
Als nadelen gelden t.o.v. horizontale
1. Camp, T. R., Sedimentation and fhe design of settling ta~iks.ASCE Transactions.
doorstromingsbekkens: April 1945, blz. 895-959.
1. Hydraulisch labieler; 2. AWWA, Capacity and loadings of suspe~idedSolids Contact Units. Joumal AWWA.
April 1951, blz. 263-292.
2. Gevoeliger voor zich wijzigende 3. Camp, T. R., Studies o f Sedimentation Basin Desigri. Sewage and Industrial Wastes.
omstandigheden, waardoor een accu- Jan. 1953, blz. 1-15.
ratere chemicalindosering en een 4. Ingersoll, A. C., McKee, J. E., Brooks, N. H., Fundamental Concepts o f rectangular
settli~lgtanks. ASCE Sanitary Engineering Division. Jan. 1955.
nauwkeuriger controle nodig is. 5. Fischerstrom, Claes N. H., Sedimentation in rectangular basins. ASCE Sanitary
Engineering Division. Mei 1955.
De slibverwijdering vindt praktisch 6. AWWA, Mixing aiid Sedimentatioii Basins. Journal AWWA. Augustus 1955, blz.
steeds plaats door bezinking aan de 768-791.
7. Fair, G. M. and Geijer, J. C., Elentents of Water Supply aiid wastewater disposal.
zijkanten of in het centrum van het John Wiley & Sons, inc. New York 1958.
bekken en door discontinue afvoer. 8. Huisman, L., I~iterriatio~tal Course in Saititary Engi~teen~~g.Collegedictaat.
Het sedimentatiebekken wordt meestal 9. Bond, A. W., Behaviour of suspensions. Joumal of the Institution of Water Engineers.
in n eenheid gecombineerd met de 1961, blz. 494-517.
10. MilIer, D. G., Sedinteittation. Water Research Association. Technica1 Paper, nr. 23.
flocculatieruimte. Dit biedt tevens de Mei 1962.
mogelijkheid tot recirculatie van een 11. Bond, A. W., Water-solids separation in an upflow: wit11 particular reference 10 the
gedeelte der vlok, wat een snelle ont- use of a slurry pool for solids contact in water freatment. Joumal of the Institution
moetingskans van kleine nieuwe vlok- of Water Engineers. Okt. 1966, blz. 477-490.
12. Stenhouse, J. I. T., Settling of Particles in Dilute Suspensions. Filtration & Separation.
ken met grote oude vlokken vergroot. Sept./Okt. 1967, blz. 477-483.
Er komen zowel ronde als rechthoe- 13. Tesarik, Igor, Flow in sludge-blanket clarifiers. ASCE Journal of the Sanitary Engi-
kige bekkens voor. neering Division. Dec. 1967, blz. 105-121.
DRS. G. OSKAM
Drinkwaterleidmg der Gemeente Rotterdam
SUMMARY
Coagulation and Flocculation
The object of this paper is to review current theories of coagula-
tion and flocculation, in order to arrive at conclusions, which are
applicable in water treatment practice.
h e stabity of colloidal particles and their interactions are
explained in accordance with the Verwey-Overbeek treatment of
the electrical double layer theory.
Coagulant metal ions hydrolyze in aqueous solution and polyme-
rize by olation and oxolation reactions to polynuclear species (the
charge and structure of which are governed bij pH and ionic com-
position of the solution) and ultirnately to the insoluble hydroxydes
or hydrous oxides.
The conflicting views of diierent authors on the mechanism of
destabilization by hydrolyzing coagulants are discussed and the
practica] conditions for efficient turbidity and color removal are
constdered.
The second part of the paper deals with the kietics of floccula-
tion.
The perikinetic flocculation of particles of submicron size is
promoted primarily by Brownian motion, whereas orthokietic
flocculation of larger particles is governed by velocity gradients.
The von Smoluchowski relationships are the basis for modem
extensions of the theory, from which conclusions may be d r a m
for the design of flocculators.

Coagulatie en flocculatie
Inleiding flocculatie met behulp van ijzer- of van een deeltje. Bij grote deeltjes is
In natuurlijke wateren komen naast aluminiumzouten, maar de onder c dit quotint klein en massa-effecten
opgeloste anorganische en organische genoemde stoffen zijn hiervoor dik- (i.c. sedimentatie) overheersen. Voor
stoffen en gesuspendeerd materiaal wijls minder gevoelig, zodat bij hoge een zeer klein partikeltje is de ver-
vrijwel altijd verbindingen voor, die concentraties een oxydatieve of ad- houding groot en de eigenschappen,
op grond van hun afmetingen (5 mp sorptieve zuiveringsfase niet achter- die samenhangen met het oppervlak,
tot 0,2 p) colloidaal genoemd worden. wege kan blijven. zoals lading en adsorptie, kunnen be-
De voor de waterleidingpraktijk be- Reuk- en smaakstoffen hebben in het langrijk worden.
langrijkste typen van colloidale stof- algemeen geen coiloidaal karakter. Reeds in 1809 ontdekte Reuss, dat in
fen in oppervlakte wateren zijn: Juist hun waarneembaarheid is onver- water gedispergeerde kleideeltjes in
enigbaar met de molecuulgrootte, die een electrisch veld naar de positieve
a. troebeling veroorzakende anorga-
voor colloiden kenmerkend is. Het electrode bewogen.
nische kleirnineralen, waaraan
meestentijds organische stoffen gead- effect van een coagulatie op reuk- en Dit verschijnsel van de electroforese
sorbeerd zijn. smaakverwijdering is meestal gering. gaf de eerste indicatie over de oor-
In de literatuur worden de begrippen zaak van de stabiliteit van coiloiden,
b. kleurvormende bestanddelen van coagulatie, flocculatie en vlokking op
organische aard, die echter niet nl. wederzijdse afstoting van deeltjes
verwarrende wijze gebruikt voor uit- op grond van de aanwezigheid van
allen een colloidaal karakter hebben. eenlopende begrippen. In navolging een electrische lading aan het opper-
c. complexe organische verbindingen, van Packham worden de termen coa- vlak. Daar een colloidale oplossing
als gevolg van de lozing van indus- gulatie en flocculatie als volgt om- als geheel electrisch neutraal is, dient
trieel en huishoudelijk afvalwater. schreven: deze oppervlaktelading gecompenseerd
1. de coagulatiefase omvat het desta- te worden door een tegenlading aan
De negatief geladen kleirnineralen be- of in de omgeving van het deeltje. Zo
horen tot de groep van hydrofobe biliseringsproces van de colloidale
deeltjes door middel van chemicalin- ontstaat het beeld van de electrische
colloiden, die gekenmerkt zijn door dubbellaag. Het zijn vooral Gouy,
de aanwezigheid van een fase grens- dosering.
Chapman en Stern geweest, die het
vlak en over het algemeen anorga- 2. in de flocculatiefase vindt aan- inzicht in de structuur van de dubbel-
nisch van aard zijn. Zij hebben het groeung plaats van coloidale deel- laag ten zeerste verdiept hebben. Het
karakter van discrete deeltjes. De on- tjes tot sedimenteerbare enlof affil- grensvlak van een vast deeltje en een
der b en c genoemde hydrofiele col- treerbare vlokken onder invloed van electroliet draagt een electrische
loiden worden tot de colloiden ge- transportprocessen. Botsing en ver- lading, veroorzaakt door adsorptie en l
rekend op grond van hun molecuul- kleving vinden plaats onder invloed of ionisatie. Ionen van tegengestelde
grootte. Een fase grensvlak ontbreekt van diffusie (Brownse beweging) en lading worden aangetrokken en rang-
en hun eveneens negatieve lading snelheidsgradinten. schikken zich in 2 lagen. Aan het
wordt veroorzaakt door ionisatie. grensvlak zelf bevindt zich een ge-
Door keuze van de juiste omstandig- Stabiliteit hydrofobe coiioidale fixeerde laag van specifiek geadsor-
heden kunnen troebeling en kleurver- deeltjes beerde ionen. In deze Sternlaag valt
oorzakende substanties efficint ver- Van groot belang voor de stabiliteit is de potentiaal steil van JI, tot JId over
wijderd worden door coagulatie en de verhouding van oppervlak en massa een afstand ter grootte van de dia-
E de dlectrische constante Voor vlakke deeltjes op korte afstand
k de constante van Boltzmann van elkaar geldt:
T de absolute temperatuur
De dikte van de dubbellaag,l, geeft
K
Potentiaakomme opgebouwd uit
de gemiddelde afstand van de tegen- repulsie en attractie
ionen tot de Sternlaag.
Het effect van electroliettoevoeging Combinatie van formule (4) en for-
kan uit de formules (1) en (2) worden mule (7) levert de totale wisselwer-
afgelezen. Vergroting van de electro- kingsenergie van twee vlakke deeltjes
lietconcentratie resulteert in het in- als functie van hun onderlinge af-
drukken van het diffuse gedeelte van stand H. Voor grote H zal de e-macht
de dubbellaag en verlaging van 9. van de repulsie sneuer naar nul nade-
1
ren dan- van de attractie, zodat de
Wisselwerking tussen colloidale H2
deeltjes attractie dan overheerst.
O AFSTAND X -KH
Verwey en Overbeek (1948) en Derja- Voor zeer kleine H nadert e tot
Afb. 1 - Diagram van de electriscl~edubbel- guin en Landau (1940, 1941) hebben 1
laag van het potentiaal verloop als fuiictie theorien ontwikkeld over de wissel- een bepaalde constante waarde, H,
vali de afstand X . werking van colloidale deeltjes. Beide nadert daarentegen tot co. Ook voor
theorien berusten op de berekening zeer kleine afstand H overheerst dus
van de wisselwerkingsenergie van de attractie. In een tussengebied kan
meter der ionen. De Gouy-Chapman twee deeltjes als functie van hun af- echter de repulsie de boventoon voe-
laag is de diffuse laag van beweeg- stand. ren.
lijke tegenionen, waarvan de concen- De wisselwerkingsenergie is opge-
tratie geleidelijk afneemt. De vorm van de wisselwerkingskrom-
bouwd uit een repulsie-energie als ge- me hangt af van 9, en dus van K.
Zoals in afb. 1 schematisch weergege- volg van de lading der deeltjes en een Uit de zo berekende krommen (zie
ven neemt in deze laag de potentiaal attractie-energie tengevolge van Van
exponentieel af tot 0. afb. 2) blijkt, dat de repulsie groter
der Waals krachten. is bij kleine electrolietconcentratie.
De Sternpotentiaal 9, is nauw ver-
want met de potentiaal ter plaatse v,,,= VR +
VA (3) Een colloidale oplossing zal instabiel
zijn, als de potentiaalberg in de krom-
van het afschuifvlak, de z.g. electro- De grootte van VR wordt bepaald me zo laag is, dat de deeltjes deze
kinetische of zetapotentiaal (5 in afb.
door vorm en afmetingen van de door middel van hun kinetische ener-
l), die uit electrokinetische metingen
coIloidale deeltjes, de ionensterkte, de gie kunnen overwinnen.
berekend kan worden.
Sternpotentiaal JI, en de afstand der Als belangrijke conclusie komt uit het
Beide potentialen zijn sterk afhanke- deeltjes. werk van Verwey en Overbeek naar
lijk van de ionensterkte van de oplos- Door Verwey en Overbeek is voor voren, dat de ionensterkte bepalend is
sing, die tevens bepalend is voor de VR in benaderde vorm afgeleid: voor de potentiaalverdeling over de
verdeling van de potentiaalval in Stern
en Gouy-laag.
Het verloop van de potentiaal in het 64 n k T -KH
diffuse gedeelte van de dubbellaag VR = . y2 e , waarin y =-
wordt gegeven door:
-KX
9 = 9a.e (1) Hierin is H de afstand der deeltjes. electrische dubbellaag. Een verhoging
in het geval dat z+, < 25 m V en Een andere schrijfwijze vindt men van de electrolietconcentratie heeft
slechts symmetrische electrolieten aan- door teller en noemer met K te ver- een indrukken van het diffuse gedeelte
wezig zijn. menigvuldigen en KZ te substitueren: van de dubbellaag tot gevolg, waar-
Hier is door de deeltjes elkaar zo dicht kun-

+
9 de potentiaal op afstand x van de
Sternlaag;
Deze formules gelden slechts voor het Afb. 2 - Wisselwerkingsenergievan colloidale
K de reciproke dubbellaagdikte; deeltjes als functie van hun afstand en de
geval, dat het oppervlak van de deel-
z de valentie van de (tegen)-ionen in electrolietconcentratie van de oplossing.
tjes vlak wordt verondersteld.
de dubbellaag. Derjaguin (1940) heeft de repulsie- 1.1 ELECTROLIET
'+'o: 100mV
formules berekend voor bolvormige X- 2.10~
voor K geldt de betrekking:
deeltjes, terwijl Gregory (1964) de in-
x:3.!Q6
teractie van een bolvormig deeltje met
DEELTJESAFSTAND H
een vlak deeltje heeft doorgerekend.
Voor de attractie-energie van 2 deel- x:5.106
Hierin is tjes op afstand H is afgeleid
e de lading van het electron ,
L -
n het aantal ionen per ml v* = - constante
H"
, waarin 1 5 n 5 6
Xnz2 de ionensterkte van de oplossing (6)
nen naderen, dat de Van der Waals TABEL I - Gre~iswaardeitnriio?~envoor positieve solen vari Fe(OHJ3 e11 AI (0H)s
attractie-krachten kunnen gaan over- Anion Fe(0H)s ratio ratio theoretisch(z-0)
Al (OH)s
heersen en verkleving mogelijk wordt. -

Voor deze wijze van destabiliseren nwaardig 11.8 1.O 52 1.O 1.O
geldt, dat het effect van een bepaalde tweewaardig 0.21 0.018 0.63 0.012 0.016
driewaardig 0.08 0.0015 0.0013
dosis electroliet onafhankelijk is van
de concentratie van de colloidale fase.
Destabilisatie is ook mogelijk door Dit uitgewerkt onder gebruikmaking wezige electrolieten een belangrijke
wederzijdse benvloeding van twee van ( 5 ) en (7) levert: oorzaak is voor vele op het eerste
tegengesteld geladen solen. De deeltjes K , H = ~ (8) gezicht tegenstrijdige waarnemingen,
trekken elkaar aan en vormen com- Het energiemaximum ligt dus op een die tot verschillende inzichten in het
plexen, waardoor flocculatie optreedt. 2 mechanisme van de destabilisering ge-
D e flocculatie zal alleen dan volledig afstand van H = -
leid hebben.
zijn als de totale lading van beide Kg

colloiden aan elkaar gelijk is. Weder- Substitutie van (8) in V = O geeft:
z' K, = constant, en daar K, N z d n , Chemie van hydrolyserende Fe (IQ-
zijdse coagulatie van solen als destabi- Al-zouten
liseringsmechanisme impliceert dus wordt het resultaat:
evenredigheid van dosis coagulans en I n sterk zure oplossingen is Fe3+
colloidconcentratie. gehydrateerd met 6 cordinatief ge-
bonden H2O-moleculen (liganden) in
Onder bepaalde omstandigheden kun- Het destabiliserend vermogen van een octadrische omringing.
nen colloidale deeltjes via een insta- ion voor tegengesteld geladen coiloi- Afhankelijk van de p H treden de vol-
biele ongeladen fase omgeladen wor- dale deeltjes is omgekeerd evenredig gende hydrolyse-stappen op (van der
den. met de zesde macht van zijn valentie. Giessen 1966):
Bij de omlading kunnen we twee Deze uitkomst gebaseerd op theore-
typen onderscheiden: tische berekeningen stemt goed over- F e (H20)$+ $ [Fe,H20)5 OH]'+ $
1. Het omladende ion is potentiaal- een met de experimentele ,,vlokwaar- [Fe O-IzO)d (OH)zl+ $ Fe (H2013
bepalend en behoort tot de bouw- den" van Schultze en Hardy. (OW3 e [Fe WK92 (OWAI-.
stenen van het colloidale deeltje. I n tabel I worden over een aantal
2. D e omlading wordt bewerksblligd ionen gemiddelde grensconcentraties De ferri-hydroxylionen hebben een
door hooggeladen (gehydrolyseer- (in mmol/l) gegeven voor de destabili- sterke neiging tot polymeriseren door
de) ionen, bv. van Al en Fe, die bin- satie van positief geladen colloidale middel van olatie- en oxolatiereacties:
nen de Sternlaag door sterke speci-
fieke adsorptie gebonden worden. /o\ z+
Is ladingsvermindering door deze spe- 2 [Fe (Hz01 OHI2+ + [(H~o)A~e <:)~e (H2O)r Fe \o/ Fe ( ~ z ~ ) r ]
cifieke adsorptie de destabiliserende 2 HaO H+ + 2H+
factor, dan is de noodzakelijke dosis
evenredig met het oppervlak en dus oplossingen van Fe (0H)s en Al olatie = dehydratatie
met de concentratie van de colloidale (0H)s. oxolatie = dehydrering.
deeltjes. Voor kationen liggen de vlokwaarden
voor negatieve colloidale deeltjes in Een opeenvolging van deze reacties
Verband tussen valentie en dezelfde orde van grootte. leidt via polymere ferri-hydroxyl-
coagulerend vermogen Tweewaardige ionen hebben grens- structuren, waarvan de ladingen be-
Door Schultze en Hardy waren reeds waarden, die in oppervlaktewater heel paald worden door de pH, tot het
vr 1900 langs experimentele weg normaal zijn. Een SOP--gehalte van neerslaan van F e (OH)3 (,,ijzervlok").
regels afgeleid voor de ,,vlokwaarden" 50 tot 100 mg/l komt overeen met Afb. 3 (ontleend aan Yao (1967)) geeft
van n-, twee- en driewaardige ionen. 0,s 1 mmol/l, terwijl de in Rijn en een vereenvoudigd diagram van de
De belangrijkste conclusies waren, dat Maas voorkomende Ca'+-gehalten van stabiliteitsgebieden van enkele primai-
coagulatie veroorzaakt wordt door de 60 tot 100 mg11 equivalent zijn met re hydrolyseproducten als functie van
ionen, die een aan het colloidale deel- 1.5 2.5 mmol/l. de F e 3+-concentratie en de pH. Uit
tje tegengestelde lading bezitten en de afb. blijkt, dat het I.E.P. van
wel in een des te kleinere concentratie, Het is dus aan te nemen dat het elec- Fe(OH)3 ca. 8 bedraagt. Bij pH's lager
naarmate de valentie hoger is. De trolietgehalte van het water mede be- dan 8 overheersen positief geladen
experimenteel bepaalde verhouding palend is zowel voor de stabiliteit van complexen; boven een pH van 8
voor n-, twee- en driewaardige de aanwezige coiloidale deeltjes als leidt de polymerisatie tot negatieve
kationen bedroeg 600 : 8 : 1. voor het gedrag van de als coagulans complexen.
Terugkerend naar afb. 2, wordt ver- gebruikte hydrolyserende Fe(II1)- en Het mechanisme van de hydrolyse-
ondersteld dat het sol instabiel zal Al-zouten. De invloed van de aan- reacties van Al @&O)$+ is vrijwel
zijn, als het maximum in de energie- wezigheid van HC03- en S042- op identiek aan dat van F e (H-O)$+.
kromme juist de H-as raakt (de curve de coagulatie en flocculatie van Voor de samenstelling van de voor-
voor K = 5.106). F e (OH)3 is o.a. door Lerk (1965) naamste hydrolysecomplexen is een
De hierbij behorende grenswaarde zeer duidelijk aangetoond in de vorm verhoudingsformule van Al (0H)i.s
wordt met K, aangeduid. I n het raak- van een verbreding van de pH-range gepostuleerd. Op grond van onder-
punt met de abscis geldt: voor snelle flocculatie. Het is waar- zoekingen van Brosset (1954), Matijevic
schijnlijk, dat het verwaarlozen van (1961) en Biedermann (1964) wordt
de invloed van de in het water aan- de bij oplopende p H in afb. 4 ge-
2. d.m.v. specifieke adsorptie binnen
de Sternlaag wordt de negatieve
lading van de kleideeltjes geneiltrali-
seerd. Een te hoge concentratie coagu-
lans resulteert in omlading en restabi-
lisering.
3. Wederzijdse coagulatie van de door
polymerisatie colloidaal geworden
positieve hydroxylcomplexen en de
negatief geladen kleideeltjes. Tussen
de dosis coagulans en de troebeling
dient ook hier een stoechiometrische
relatie te bestaan.
Deze drie mechanismen hebben ge-
meen, dat zij de potentiaalverdeling in
de dubbellaag benvloeden. D.m.v.
electrokinetische metingen is studie
van dit potentiaalverloop mogelijk. In
de laatste 10 jaar is vooral in de V.S.
L de meting van de electroforesesnelheid
Afb. in zwang gekomen, ter bepaling van
de zetapotentiaal (zie afb. 1).
Het verband tussen electroforesesnel-
geven reactie sequentie verondersteld. Sturnm en Morgan hebben tevens aan- heid vE en zetapotentiaal 5 is:
De pH-afhankelijkheid kan weer ge- getoond, dat ook organische verbin-
illustreerd worden met een concen- dingen met anionisch karakter door
tratie, pH-diagram, ontleend aan Black ligandenuitwisseling zowel oplosbare
en Chen (1967) (afb. 5). als onoplosbare complexen kunnen Hierin is E de electrische veldsterkte;
Het I.E.P. van Al (Om3 ligt tussen vormen met Fe (111) en Al. Bij de ver- 7 de viscositeit en
pH 6.5 en 7. Bij vergelijking van de wijdering van de kleur zal {hier nog f ( ~ a )is Henry's functie, die afhanke-
afb. 5 en 6 blijkt de oplosbaarheid van op terug gekomen worden. lijk van de vorm en grootte van het
Al (Oms groter te zijn dan die van deeltje en de dikte van de dubbellaag
Fe (Oma. Coagulatiemechnismen varieert van 1 tot 1.5 (Ka is groot -+
Het onderzoek van deze hydrolyse- en f = 1,s).
Troebeling
polymerisatiereacties is uitgevoerd met Bovendien is bij gemiddelde grootte
zuivere Fe (IQ- en Al-oplossingen. De voor destabilisering voorgestelde van Ka (0,l-100) ook nog een relaxatie-
Reeds eerder is opgemerkt, dat de mechanismen kunnen als volgt samen- correctie noodzakelijk t.g.v. deforma-
flocculatie van Fe (III) en Al sterk gevat worden: tie van de dubbellaag tijdens de be-
benvloed wordt door de samenstel- 1. de metaalhydroxylcomplexen of de weging (Overbeek 1952).
ling van de oplossing, waarin de floc- metaalionen zelf fungeren als nor- Het omrekenen van VE naar 5 mid-
culatie plaatsvindt. male electrolyten en drukken de dub- dels een constante factor is daarom af
Bij aanwezigheid van anionen met bellaag zover in, dat attractie gaat te raden; voor routinebepalingen dient
sterke neiging tot cordinatiebinding overheersen. De vereiste dosis is on- de electroforesesnelheid zelf als maat-
(zoals S04*- en PO+), nemen zij ofhankelijk van de concentratie der staf voor de lading van het deeltje
deel aan de liganden-uitwisseling in colloidale deeltjes. Ondanks even- gehanteerd te worden. Overbeek merkt
de cordinatiesfeer van het metaalion. tuele overdosering is restabilisering niet bovendien op, dat het begrip zetapo-
Dit effect is des te sterker, naarmate mogelijk. tentiaal problematisch wordt bij elec-
de OH--concentratie kleiner en de
p H dus lager is. De aldus gevormde
Afb. 4 - Hydrolyse- en polymerisatiereacfies Afb. 5 - pH, coricentratiediagram valt ver-
complexen precipiteren bij lagere pH van Al (III). schillende hydrolyseproducten van Al (III).
dan de overeenkomstige hydroxylcom-
plexen. Het gevolg is een verbreding
van de vlokrange door SO4% of zelfs
een verschuiving van het gebied van
optimale vlokvorming naar lagere pH
door PO4& (Packham 1963, Lerk
1965).
Aan deze ligandenuitwisseling met als
gevolg neerslagvorming is ook de fos-
faatverwijdering in de coagulatie te
danken. Daar POJ3- en OH- bij deze
uitwisseling elkaars concurrenten zijn,
zal de optimale pH voor dit proces
lager zijn dan voor de Fe (Oma- en
Al (OH)a-v~rming.(Stumm en Mor-
gan, 1962).
200

E
.-C

O
N
I

-m
120

(10
ON
I
'D
40

-
Y.
O
U)

N
z o
4 5 6 7 8 9 10
PH

Afb. 6 - Coagrtlatie en flocculatie van 50 mg/l kaoliniet met Al Afb. 7 - Coagulatie en flocculatie van 50 mg11 kaoliniet met
(111) zo#tte?l. (lil) zouten.

troforese van organische macromole- Packham baseerde zich hierbij op de leerd water onderworpen aan coagu-
culen, waar een afschuifvlak met een volgende waarnemingen: latie en flocculatie bij pH 3, 5 en 8,
min of meer constante potentiaal nau- waarbij de Al-dosering de enige varia-
1. de coagulatie van troebeling hangt
welijks voorstelbaar is. sterker af van het coagulans en de bele was.
I n de Amerikaanse literatuur zijn een watersamenstelling, dan van de aard De resultaten van het experiment bij
groot aantal publicaties verschenen, pH 3 zijn samengevat in afb. 8.
van de gedispergeerde deeltjes.
(vooral van Black en medewerkers) Het effect van de bij deze pH aan-
waarin m,b.v. metingen van de elec- 2. Al- en Fe (111)-zouten hebben een wezige Als+-ionen was een reductie
troforesesnelheid getracht werd inzicht optimale werking onder omstan- van de electroforesesnelheid van -2.5
te verwerven in het mechanisme van digheden, die hun snelste hydrolyse tot -0.3 p/sec/V/cm. Er vond geen
de coagulatie. en precipitatie veroorzaken. adsorptie en omlading plaats. De coa-
De drie genoemde mogelijkheden 3. coagulatie en flocculatie van ge- gulatie door Als+ vindt kennelijk
komen daar allen wel op n of concentreerde kleisuspensies treedt plaats door dubbellaagcompressie.
andere manier in voor, zonder dat op, onafhankelijk van de aanwezig- Deze destabilisering had overigens
duidelijk wordt aan welke nu het heid van Fe (111)- of Al-zouten, m.a.w. geen enkele invloed op de rest troebe-
grootste belang moet worden toege- de vereiste dosis coagulans is kleiner ling. Onafhankelijk van de dosering
kend. naarmate de kleiconcentratie "moter is. was de procentuele troebelingsver-
-
Door Riddick (1961 en 1964) en Bean mindering voor de meest geconcen-
4. reductie van de zetapotentiaal cor-
c.s. (1964) zijn waterwerken beschre- treerde oplossing het grootst (in over-
respondeert op generlei wijze met
ven, waarin zetapotentiaalmetingwordt het al of niet optreden van flocculatie
gehanteerd als controle op de dose- (Haii 1963).
ring van het coagulans. Riddick stelt Afb. 8 - Coagirlatie van kaolinief kleidisper-
In de afbeeldingen 6 en 7 zijn enige sies met AluiniiUumsulfaat bij pH3.
categorisch, dat reductie van de ze- van de flocculatiecu~envan Pack- I I
tapotentiaal tot O + 5 m V een essen-
ham weergegeven.
tiele voorwaarde is voor een optimale Uit de curven valt af te lezen, dat de
verwijdering van zowel hydrofobe als optimum pH voor Alz(S04)s en Al Cl3
hydrofiele colloidale verontreinigingen. ca. 7 bedraagt (bij een electrolytcon-
Lijnrecht hiertegenover stond de op- centratie van 5 meal1 Na+. Cl- en
-,
vatting van Packham (1963).
HC03), terwijl het pH-gebied van
Op grond van modelproeven met ver- snelle flocculatie veel nauwer be-
dunde kleidispersies in een oplossing grensd is dan voor Fe (111)-zouten.
met een electrolietconcentratie van De aanwezigheid van S042- in het
5 meq/l) kwam Packham tot de vol- coagulans is blijkbaar al voldoende
gende conclusies: om een vooral voor Fe (In) zeer
De z.g. stabiliteit van troebeling ver- duidelijke verbreding van het vlok-
oorzakende kleideeltjes in natuurlijke gebied teweeg te brengen.
wateren is niet het gevolg van hun
negatieve lading, maar wordt ver- Recente ontwikkelingen
oorzaakt door ongunstige flocculatie In een recente publicatie heeft Black
kinetiek. De dosering van coagulans (1967) de resultaten van een onder-
dient slechts om de voor uitvlokking zoek beschreven, waarvan de conclu-
gunstige kinetische voorwaarden te sies redelijk aansluiten bij een door
scheppen, waarbij de kleideeltjes in de Packham in 1965 geformuleerd rnin- i-
-z
A 15.0 mg/,
B 31.7 .,,. kaoliniet

massa van flocculerende hydrolyse- der extreem standpunt. Black en Chen -:c 47.5
D 63.3 ,,
producten worden ingesloten. hebben kaoliendispersies in gedestil-
dus formuleerde (Packham en Hall in de oplossing leidt tot een snelle in-
1965): sluiting. Er zijn aanwijzingen, dat J e
De dosering van coagulans in water vorm waarin de hydroxyden neerslaan
leidt tot de vorming van een grote afhaakelijk is van de snelheid en dat
verscheidenheid van hydrolyseproduc- bij snelle precipitatie lange molecu-
ten, het optreden waarvan in sterke laire ketens gevormd worden, die ook
mate bepaald wordt door de pH en de nog een brugvormende functie heb-
samenstelling van het water. ben.
De hydrolyseproducten die primair c. Fe3+ en AP+ zelf spelen onder de
verantwoordelijk zijn voor het ver- in de waterleidingtechniek gebrui-
loop van de coagulatie, zijn: kelijke coagulatie-omstandigheden
a. polymere complexe ionen, die geen enkele rol.
sterk geadsorbeerd kunnen worden
aan troebeling veroorzakende parti- Invloed coioidconcentratie op de
keltjes en daardoor destabilisering coagulatie
kunnen veroorzaken. De mate, waarin destabilisering door
Een pH van ca. 5 is optimaal voor de specifieke adsorptie (,,adsorptie-coagu-
vorming van deze complexe ionen. latie") of insluiting in precipiterende
Tengevolge van de lage botsingsfre- metaalhydroxyden (,,precipitatiev) op-
quentie, is destabilisering alleen meest- treden, hangt af van de keuze van de
al niet voldoende voor een snelle reactie-omstandigheden, zoals de pH
A12(S04)3 doscring i n mg/(
flocculatie, tenzij de concentratie van en de concentratie van de colloidale
de troebeling zo hoog is, dat de kine- fase.
------: ,
Ai5.8 mg
,,
kaoliniet
,,
tische voorwaarden hiervoor aan- Stumm en Hahn (1967) hebben ex-
-.-.-i
---i
831.7
C47.5 .,
wezig zijn. perimenteel onderzocht, hoe de col-
: 063.3 ., ,, Onder omstandigheden, die in de loid-concentratie en coagulansdosering
praktijk echter zeer zeldzaam voor- elkaar wederzijds benvloeden in een
Afb. 9 - Coagulatie van kaoliniet kleidisper-
~ i e smet Aluminiu~nsulfaatbij pH5. komen, kan overdosering van het coa- pH-gebied, waarin restabilisering mo-
gulans omlading door deze complexe gelijk is (pH 5). Uit het gevonden
ionen veroorzaken, waardoor restabi- diagram zijn coagulatiecurven samen-
eenstemming met de inzichten van lisering optreedt. gesteld, die schematisch weergeven,
Packham).
b . Fe (0H)a en Al (OH)a, de voor- onder welke omstandigheden adsorp-
Bij pH 5 (zie afb. 9) was het beeld
naamste hydrolyse-producten bij tiecoagulatie en wanneer precipitatie
geheel anders. Een geringe dosering
pH 8, resp. 7 spelen de belangrijkste optreedt (afb. 12).
(3-5 mg/l) was reeds voldoende om
rol in de coagulatie en flocculatie van Is het gehalte aan colloidale deeltjes
tot ontlading te komen. De coagulatie-
troebeling. Zij hebben een optimale laag (klein adsorptie-oppervlak), dan
zone was echter zeer nauw en speci-
werking, onder die condities, welke is coagulatie niet mogelijk en de troe-
fieke adsorptie van hooggeladen hy-
leiden tot hun snelste vorming, waar- belingsverwijdering vindt plaats door
droxylcomplexen was verantwoorde-
bij precipitatie op de deeltjes zelf en insluiting in precipiterend Fe (OH)3 of
lijk voor omlading en restabilisatie.
Afb. 10 toont de resultaten bij pH 8.
Een geleidelijke vermindering van de Afb. I0 - Coagulatie van kaoliniet kleidisper- Afb. I1 - Destabilisering en restabilisering
electroforesesnelheid tot nul (bij een sies niet Alurni~~izti~zsulfaat bij pH8. van kleidispersies ?net Fe (111) zouten.
dosering van 10-20 mg/l) resulteerde
niet in een efficiente flocculatie. Hier-
voor was een grotere dosis nood-
zakelijk, waarbij de kleinste kleicon-
centraties de grootste Alz(SO4)a-dose-
ring vereisten. Op grond hiervan con-
cludeerde Black, dat bij een pH van
8 fysische insluiting van kleipartikel-
tjes in precipiterend Al (0H)a het be-
langrijkste mechanisme was.
Een soortgelijk resultaat voor coagu-
latie van kleidispersies d.m.v. Fe (111)-
zouten werd gevonden door O'Melia 32

en Stumm (1967). v
24

In de op hun resultaten gebaseerde 16


afb. 11 is aangegeven, hoe afhankelijk L
O
.
..m 0
van de grootte van de Fe(II1)-dosering
in een pH-gebied van 3 tot 6 restabili- O 10 20 30 40 50
A I ~ ( S O ~dosering
) ~ in mg/(
sering mogelijk is.
Deze resultaten zijn niet meer in fla-
grante tegenspraak met de huidige ge-
dachten van Packham aangaande de
coagulatie van troebeling, die hij al-
tatiereactie, berustend op interactie van
C = COAGULATIE metaalhydroxylcomplexen en de car-
P = PRECIPITATIE boxylgroepen van de kleurmoleculen,
die daarbij deel gaan uitmaken van de
cordinatiesfeer van de complexe Fe-
en Al-ionen.
Het is niet onmogelijk, dat het ver-
wijderingsmechanisme een functie is
van de molecuulgrootte, zodat beide
opvattingen bestaansrecht hebben.
De kennis van de voor de practijk be-
langrijkste voorwaarden voor een effi-
cinte kleurverwijdering is samengevat
in een A.W.W.A. Research Committee
Report (1967):
1. Er is een nauwe optimum pH
range, waarin de vereiste dosis
M= 3+ WSERING
coagulans minimaal is. Dit optimum
ligt voor Fe (111) tussen pH 3,7 en 4,2
Afb. 12 - Schematische coagulatiecurven, als fmictie va11 colloidconce~itratieen coagulans-
en voor Al tussen pH 5 en 5,s. Het
dosering. handhaven van deze optimum pH is
des te kritischer, naarmate de kleur
van het water hoger is. In het alge-
Al (OH)s, als de dosis coagulans zo is mogelijk, dat deze wijze van werken meen is de bij de optimum p~ ge-
groot is, dat het oplosbaarheidspro- voordelen biedt, in het geval dat vormde vlok zwak van stmctuur. sing-
duct van het metaalhydroxyde wordt tevens een efficinte kleurverwijdering ley c.s, (1965) hebben geconcludeerd,
overschreden. I n dit gebied is de voor wordt nagestreefd, waarvoor eveneens dat bij kleurverwijdering met (111)
precipitatie benodigde dosis coagulans een lage pH vereist is. stabilisatie van de vlok bij een pH
kleiner, naarmate de Meiconcentratie van minimaal 6 voor de filtratie nood-
groter is. I n de practijk is dit de Kleurverwijdering zakelijk is.
meest voorkomende wijze van De kleur in natuurlijke wateren is toe 2. E, bestaat een stoechiometrische
daar hoge concentraties aan colloi- te schrijven aan de aanwezigheid van
relatie tussen de concentratie van
dale klei zeldzaam zijn. organische verbindingen, afkomstig de kleurbestanddelen en de vereiste
Bij kleiconcentratie een van afbraakprocessen van plantaardig dosis coagulans+Zowel voor specifieke
groot Vecifiek der materiaal (,,humusw). Op grond van adsorptie als voor precipitatie als ver-
leidt de cOagulansdOsering hun gedrag in de fractiescheiding wor- wijder.gsmechanisme is een dergelijk
geheel gedeeltelijke vlokkinIJ: do- den drie hoofdgroepen onderscheiden: verband te verwachten.
sering van Overmaat coagulans resul- fulvinezuren, humhezuren en hyma-
teert in restabilisering, waarna uit- tomelaninezuren. 3. De aanwezigheid van Caz+ en
eindelijk weer precipitatie plaatsvindt. ~~~~~l Shapiro (1964) tot een andere Mgz+ heeft een gunstig effect in
Bij zeer hoge colloidconcentratietreedt de vorm van een verbreding van het
kwam, en een alifatisch ka- optimale pH-gebied. Een hogere coa-
een kreversibele omdat rakter veronderstelde, wordt aange- gulatie pH kan daardoor voor harde
in dit gebied een continue overgang nomen dat het merendeel der genoem- _teren toch tot een acceptabde hleur
bestaat tussen coagulatie en precipi- de mren voorkomt als
tatie. van het eindproduct leiden.
polyhydroxy-methoxy-carbonzuren
De voor coagulatie vereiste dosering (Black en Christman 1963, Christman 4. kleurverwijdering 'Orre-
spondeert lang niet altijd met
is over het algemeen veel kleiner dan en Ghassemi 1966).
destabilisatie in de zin van een vol-
die voor precipitatie. Stumm en Hahn Over het mechanisme van de kleur-
benadrukken echter vooral, dat enkele verwijdering bestaat eveneens verschil komen toestand van de
voor sedimentatie en filtratie belang- van mening. Black en medewerkers kleurmoleculen'
rijke fysische eigenschappen zoals (1961 en 1963) beschouwen de kleur- 5. In die gevallen, waarin een
dichtheid en wrijvingsbestendigheid vormende verbindingen als negatieve kleur samengaat met een zeer ge-
van een ,,coagulatievlok" veel groter colloiden, die door specifieke adsorp- finge troebeling, is het waarschijnlijk
zijn dan van een ,,precipitatievlok". tie van positief geladen hydrolyse- economischer de kleur langs oXYda-
Het verdient naar hun mening aan- complexen van Fe (ILI) en Al gecoa- ti" weg te verwijderen.
beveling te streven naar vlokvorming guleerd worden. In de afb. 13 en 14 wordt de kleur-
in het gebied van de adsorptie-coagu- Shapiro (1964) en Packham (1964) verwijdering als functie van de pH en
latie. Is het colloidgehalte van het menen, dat humine- en fulvinezuren de coagulans dosering weergegeven.
water hiervoor te laag, dan kan door in ware oplossing aanwezig zijn, waar-
dosering van negatief geladen colloi- bij slechts aan een gedeelte van de flocculatie
den zoals bentoniet de concentratie moleculen op grond van hun grootte Als de primaire voorwaarden voor een
verhoogd worden. Het lijkt echter een colloidaal karakter kan worden gunstige flocculatiekinetiekexperimen-
waarschijnlijk, dat de voor deze ad- toegekend. teel zijn vastgesteld, dient in de floc-
sorptiecoagulatie gewenste pH van ca. Stumm en Morgan (1962), Shapiro culatiefase aangroeiing van deeltjes
5 voor vele goed gebufferde opper- (1964) en Packham en Hall (1965) zien plaats te vinden, tot vlokken van een
vlaktewateren prohibitief zal zijn. Het het proces als een chemische precipi- zodanige grootte en dichtheid, dat een
Perikinetische flocculatie
De flocculatie tengevolge van Brownse
beweging is door von Smoluchowski
(1917) beschouwd als een diffusiepro-
ces. Hij toonde aan, dat na een te ver-
waarlozen tijdsduur zich een station-
naire toestand instelt, waarbij het aan-
tal deeltjes, dat per tijdseenheid door
een willekeurig boloppervlak in de
richting van n centraal deeltje dif-
fundeert, gegeven wordt door de
eerste diffusiewet van Fick:

Hierin is
D de diffusie cofficint;
n het aantal deeltjes per ml;
r straal van het boloppervlak.

Integratie levert:
1 = 4 ~ D R n (12)
Hierin is R de botsingsdiameter (=
ca. 2 x de deeltjesstraal).
Brengen we de Brownse beweging van
het centrale deeltje zelf in rekening,
dan is het aantal deeltjes, dat per tijds-
Afb. 13 - pH-afltankelijkheid van de kleurvenuijderirtg bij verschillende Aluminiunt eenheid met het centrale deeltje in
doserirtgert. botsing komt gelijk aan:

efficinte scheiding van vlok en water Bij een deeltjes grootte van 10 p en Daar elk deeltje op zijn beurt als cen-
mogelijk is. groter wordt de diffusiesnelheid zeer traal deeltje fungeert, is de afname
Botsing en verkleving vinden plaats gering. De flocculatie zou tot stilstand van het totaal aantal deeltjes, aan-
tengevolge van transportprocessen. In komen, tenzij door kunstmatige agita- nemend dat elke botsing tot verkle-
het geval van zeer kleine deeltjes tie de botsingskans van de deeltjes ving leidt:
(< 0.1 p) bij de aanvang van de floc- wordt verhoogd. De vlokvorming on-
culatiefase, overheerst het transport der invloed van snelheidsgradinten
door middel van Brownse-beweging. wordt de orthokinetische flocculatie
Dit is de perikinetische flocculatie. genoemd. De perikinetische flocculatie verloopt
als een bimoleculaire reactie, waarvan
de reactieconstante 8 T DR bedraagt.
Afb. 14 - pH-afltal~kelijklieidvalt de kleurverwijderirig bij verscl~illerideFe (111) doseringen. Oplossing van de differentiaalverge-
lijking levert voor het totale aantal
deeltjes op tijdstip t de betrekking:

en voor het aantal deeltjes van de ke


orde:

Hierin is n, het oorspronkelijke aantal


deeltjes en
1
T de halveringstijd =
T DR

Afb. 15 illustreert het verloop van de


perikinetische flocculatie als functie
van de tijd.
Uit de curven blijkt, dat Zn reeds op
het tijdstip t = 2T nauwelijks meer
door botsing en verkleving mogelijk dus tot een optimalisering van de floc-
wordt. Von Smoluchowski (1917) is culatiefase te komen.
ook de grondlegger geweest van de Het is niet onmogelijk, dat de toepas-
theorie van de orthokinetische floccu- sing van synthetische flocculatie hulp-
latie. middelen hierbij een belangrijke rol
Zijn basisvergelijking luidt: kan spelen.

Floccnlatiehulpmiddelen
Hierin is Zowel natuurlijke als synthetische
J de botsingsfrequentie; flocculatiehulpmiddelen hebben het
R de botsingsdiameter; karakter van poly-electrolieten, d.w.z.
G de sneiheidsgradint (dimensie de moleculen bestaan uit lange ketens
sec-). met geoniseerde groepen.
Y+
Op grond van hun lading zijn drie
Afb. 15 - Het verloop der perikiiietische Uit de verhouding J en I is af te typen te onderscheiden:
flocculatie als functie vali de tijd.
lezen hoe de deeltjesgrootte en de anionische, nonionische en kationische
toegepaste snelheidsgradint het aan- hulpmiddelen.
deel van beide transportprocessen be- I n de waterleidingtechniek worden zij
kleiner wordt. Daar de halveringstijd over het algemeen gebruikt om de
T afhankelijk van de deeltjesconcen- invloeden:
vlokeigenschappen, zoals dichtheid,
tratie n, een orde van grootte heeft grootte en wrijvingsbestendigheid,
van 1 tot 60 sec., heeft de perikineti- guntig te beinvloeden.
sche flocculatie reeds zeer snel zijn Voor een G van 1 sec- en een R van Hun werking berust voornamelijk op
effectiviteit verloren. Een verdere aan- resp. 0.1; 1 en 10 14 is deze verhouding brugvorming d.m.v. adsorptie van
groeiing tot grotere deeltjes kan slechts resp. 10-3, 1 en 103. Daar in de prak- ketensegmenten op flocculerende deel-
plaatsvinden door orthokinetische tijk meestal nog grotere G's worden tjes.
flocculatie onder invloed van snel- toegepast, is de effectiviteit van dif- Deze opvatting berust op experimen-
heidsgradinten. fusie als transportproces beperkt tot ten, waarin negatief geladen minerale
In principe geldt de bovengenoemde deeltjes, die kleiner zijn dan 1 y. dispersies door anionische poly-elec-
afleiding slechts voor een uniforme Uitgaande van (18) is voor de af- trolieten geflocculeerd werden. De ad-
verdeling van de deeltjes grootte name van het totaal aantal deeltjes in sorptie voldoet aan de Langmuir ad-
(monodisperse oplossing). Zeer kort een monodispers systeem afgeleid: sorptievergelijking, zodat aangenomen
na de aanvang van de flocculatie is kan worden, dat de adsorptie als een
hier geen sprake meer van. Swift en monomoleculaire laag plaats vindt.
Friedlander (1964) hebben de von Healy en La Mer (1964) hebben expe-
Smoluchowski theorie aangepast aan Hierin is Q) de volumefractie van de rimenteel een vergelijking afgeleid
de flocculatie van een heterodispers vlok. voor de adsorptiesneiheid:
systeem. Zij voerden een tijdsvariabele In tegenstelling tot het diffusieproces
functie van de deeltjesgrootteverdeling is de orthokinetische flocculatie lineair
in met behulp van een z.g. ,,self pre- afhankelijk van de deeltjesconcentra-
servation principle". De mathematiek tie. Hierin is 9 de door poly-electroliet
van deze theorie is zeer ingewikkeld. Door Swift en Friedlander (1964) is bedekte fractie van het deeltjesopper-
Het gevonden verband voor de af- ook voor dit proces een vergelijking vlak.
name van het totale aantal deelties is: ontwikkeld, waarin de verdelingsfunc- De volgende conclusies zijn hieruit te
tie van de deeltjesgrootte A2 voor- trekken:
(17) komt.
1. De optimum dosering hangt af van
Hierin is Ai de deeltjesgroottever- het oppervlak en daarmee van de
delingsfunctie. Ook bij toepassen van concentratie van de flocculerende
deze verfijning wordt het bimolecu- Harris, Kaufman en Krone (1966) deeltjes.
laire karakter van de perikinetische komen langs andere weg tot een vrij- 2. De efficintie van de adsorptie is
flocculatie bevestigd. wel identiek resultaat. maximaal, als de helft van het
Hahn (1966) concludeert, dat de oor- Bij de experimentele toetsing van deze deeltjesoppervlak met polymeer bezet
spronkelijke benadering van von Smo- theorien bleek, dat het gemeten aan- is.
luchowski voor alle practijkomstan- tal botsingen steeds kleiner was dan
digheden met voldoende nauwkeurig- het theoretisch berekende aantal. Deze De toepassing van poly-electrolieten
heid kan worden toegepast. kleinere flocculatiesnelheid is toe te (vnl. poly-acrylamides) in de VS en
schrijven aan het feit, dat niet alie Rusland heeft tot de conclusie geleid,
Orthokinetische flocculatie botsingen tot verkleving leiden. I n de dat dosering korte tijd na de toevoe-
De onder invloed van perikinetische vergelijkingen wordt daarom ook nog ging van het coagulans over het alge-
flocculatie gevormde microvlokjes een factor cr ingevoerd, die de bot- meen tot de beste resultaten leidt
kunnen slechts door middel van agita- singsef ficintie karakteriseert. (Minz 1964, Packham 1967).
tie tot grotere vlokken aangroeien. De ontwikkelde theorie biedt de mo-
Tengevolge van het optreden van snel- gelijkheid de voor deze botsingseffi- Practische aspecten van de flocculatie
heidsgradinten bewegen de deeltjes cintie maatgevende parameters door In 1943 is door Camp en Stein de von
zich ten opzichte van elkaar, waar- modelexperimenten te bepalen en al- Smoluchowski formule in de water-
leidingwereld gentroduceerd in iets
gewijzigde vorm:

Hierin zijn dl en d2 de diameters van


de deeltjes (R = +
(di dn)).
De flocculatiesnelheid en de gentro-
duceerde snelheidsgradint zijn even-
redig met elkaar en vanuit dit oog- G IN SEC-i 100 90 70 5O 30 10
punt bezien levert de grootst mogelijke T IN SEC 150 150 150 150 150 150

G de kleinste flocculatietijd.
Door het toenemen van de inwendige Afb. I6 - Geschei~iatiseerdescl~etsiJarz een floccrilatiebassin, ivaari~ide srzellieidsgradie~it
wrijving is hieraan echter een limiet geleidelijk af~reenif.
verbonden, want ook deze is evenredig
met G;
de viscositeit van het medium is hier- richtingen ontbreken; 16 van de on- biedt tevens de mogelijkheid het prin-
bij de evenredigheidsconstante derzochte bedrijven maakten gebruik cipe van de z.g. ,,tapered stirring" toe
T = LLG (24) van flocculatie-bassins in de vorm te passen, d.w.z. een van comparti-
van een labyrinth. Nu voldoet deze ment tot compartiment geleidelijk af-
De vlokjes zijn gevoeliger voor deze inrichting slecht, omdat de snelheids- nemende snelheidsgradint, aangepast
wrijvingskrachten, naarmate zij groter gradint op de rechte stukken klein aan de grootte van de daarin aan-
zijn. Wordt nmaal gevormde vlok en op het omkeerpunt aan de uitein- wezige vlok.
aan een te hoge snelheidsgradint den van de schotten te groot is, waar- Dit is te bereiken, door variatie van
bloot gesteld, dan vindt vlokvernieti- door weer vlokvernietiging kan optre- de snelheid en het oppervlak van de
ging plaats. De toe te passen maximale den. Bovendien wordt de grootte van roerinrichtingen. Het toepassen van
G wordt dus bepaald door de ge- de snelheidsgradint in sterke mate een grote G in de beginfase van de
wenste grootte van de vlokdeeltjes. benvloed door wisselingen in het flocculatie kan leiden tot een belang-
Tengevolge van de temperatuurafhan- debiet, zonder dat aanpassing mogelijk rijke verkorting van de benodigde ver-
kelijkheid van de viscositeit van water is. Of een modern ingericht floccu- blijftijd.
(bij 0C 80 hoger dan bij 20" C ) latiebassin inderdaad aan de genoem- Een schets van een dergelijk floccula-
zijn de wrijvingskrachten bij lage tem- de GT-waarden moet voldoen, is niet tiebassin is weergegeven in afb. 16.
peratuur groter, waardoor onder win- zondermeer aan te nemen. Zo heeft In de compartimenten bedraagt G
teromstandigheden de vlokvorming Hudson (1965) geconstateerd, dat bij resp. 100, 90, 70, 50, 30 en 10 sec- bij
meestal moeilijker verloopt.
een G > 100 (GT 200.000) weliswaar een gemiddelde verblijftijd van 150
De gemiddelde snelheidsgradint kan kleine vlokken werden gevormd, maar sec. per compartiment.
worden berekend door middel van de met zo grote dichtheid, dat zijn be- Dit levert een GT-waarde van:
energie dissipatie functie W ofwel het
ingebrachte vermogen per volun~e-
zink- en filtratie-eigenschappen zeer
goed waren. Ook het gebruik van
(100 + + +
90 70 50 i- 30 +
10)
150 = 52.500.
eenheid:
flocculatiehulpmiddelen kan leiden tot De indeling in 6 compartimenten be-
een herziening van bovengenoemde rust op de ervaring van 2 moderne
ontwerpregel. Zweedse bedrijven. I n Stockholm
Camp (1955) heeft de waarde van G I n een modern flocculatiebassin wordt bleek een indeling in 4 compartimen-
berekend voor de flocculatiebassins gebruik gemaakt van mechanische ten niet voldoende te zijn, om onder
van 20 waterleidingbedrijven, waar- roerwerken. Ter voorkoming van kort- alle omstandigheden een goede vlok-
van aangenomen kon worden, dat zij sluiting is een indeling in comparti- vorming te verzekeren. Een indeling
goed functioneerden. menten noodzakelijk (Camp 1955; in 8 compartimenten zoals het water-
Hij vond hierbij, dat de G waarde Harris, Kaufman en Krone 1966). Dit leidingbedrijf van Vasteras heeft,
varieerde van 20 tot 74 sec-. Daar niet
alleen de snelheidsgradint maar ook TABEL I1 - Voorgesfelde irideliiig i3a>zdok- e11 precipitatieprocesse~i op grorid vali lirui
d e verblijftijd T maatgevend is voor reactieniechatiisme
een voldoende vlokvorming, is het
dimensieloze product G T de karak- I . Vlokprocessen Destabilisering Transport
teristieke grootheid voor een floccu- 1) Niet-specifieke Indrukken van de dubbellaag a) Perikinetisch
latiebassin. Voor de GT-waarden van coagulatie door simpele electrolieten Diffusie door
de onderzochte bedrijven vond Camp Brownse beweging,
een variatie van 23.000 tot 210.000. proces v. d. 2e orde
Daar deze getallen gebaseerd waren 2) Adsorptiecoagulatie Vermindering oppervlaktelading b) Orthokinetisch
op de maximum capaciteit van de of -potentiaal door specifieke Snelheidsgradinten,
adsorptie van hooggeladen proces v. d. l e orde
bassins, nam Camp aan dat voor op- complexe ionen
timale werking van een flocculatie-
3) Flocculatie Vorming van moleculaire
bassin een GT-waarde tussen 10.000 bruggen door macromoleculen en
en 100.000 aangehouden moest wor- poly-electrolieten
den. Deze ontwerpregel is echter voor-.
namelijk gebaseerd op flocculatie 11. Precipitatieproces Insluiting en coprecipitatie van colloidale deeltjes in hydroxyde
neerslagen.
bassins, waarin mechanische roerii~- -Pp-
-- - - -.
bleek zeer duidelijk overgedimensio- De vlokprocessen omvatten een desta- Een belangrijke conclusie is eveneens,
neerd te zijn. biliseringsfase en een transportfase, dat de door Packham en Hall voor-
De gegeven waarden voor G en T waarin verkleving plaats vindt. gestane opvatting, dat insluiting en
dienen slechts als getallenvoorbeeld In die gevallen, waarin de destabili- coprecipatie van colloidale deeltjes tot
gezien te worden. Het ontwerpen van sering gepaard gaat met lading- of de beste resultaten leidt, niet wordt
een flocculatiebassin met optimale potentiaalreductie spreekt men van onderschreven.
werking is alleen mogelijk op grond coagulatie. Gesteld wordt, dat deze in de practijk
van proefnemingen op semi-technische zo veelvuldig voorkomende wijze van
schaal. De term flocculatie wordt gebezigd
werken leidt tot een vlok, die uit het
voor de processen, waarin vorming
oogpunt van verwerkingseigenschap-
Naschrift van moleculaire bruggen de belang-
pen inferieur is aan de vlok, die ont-
Tijdens de in het najaar van 1967 ge- rijkste rol speelt. Dit in tegenstelling
staat bij adsorptiecoagulatie en floc-
houden ,,2. Vortragsreihe mit Erfah- tot de huidige terminologie, waarin
culatie of een combinatie van beide.
rungsaustausch uber spezielle Fragen het begrip flocculatie meestal gebon-
der Wassertechnologie" te Karlsruhe den is aan de transportprocessen in Volgens Stumm en Hahn kan alleen
werden door o.a. Stumm en Sont- de vlokvorming. toepassing van deze laatste processen
heimer voorstellen gedaan, die de leiden tot een vergroting van de bot-
Voor de vlokprocessen (coagulatie en singsefficintie in de transportfase,
strekking hadden te komen tot een flocculatie) is de transportfase snel-
internationaal aanvaarde begripsom- waardoor een efficintere verwijdering
heidsbepalend, terwijl in het precipi- van colloidale deeltjes mogelijk wordt.
schrijving van de termen coagulatie, tatieproces de hydrolyse- en precipita-
flocculatie, vlokking en precipitatie. Zoals eerder opgemerkt is adsorptie-
tiesnelheid van de metaalhydroxyden coagulatie slechts mogelijk bij hoge
In deze indeling wordt een principieel de coprecipitatie van de colloidale
onderscheid gemaakt tussen processen, colloidconcentratie (zie afb. 12) en
deeltjes bepaalt. in een pH-gebied, dat lager ligt dan
waarin destabilisering optreedt (vlok-
king of vlokprocessen) en het precipi- In tabel 111 zijn enige van de karakte- in de praktijk gebruikelijk is.
tatieproces, waarin destabilisering nau- ristieke kenmerken van de verschillen- Gerichte research naar de chemische
welijks of geen rol speelt. de verwijderingsmechanismen verza- wisselwerking van coagulatie- en floc-
In tabel I1 is de voorgestelde indeling meld. culatiemiddelen enerzijds en colloidale
weergegeven. De verdienste van de voorgestelde in- verontreinigingen in oppervlaktewater
Volledigheidshalve zij opgemerkt, dat deling is de zeer duidelijke afgrenzing anderzijds, zal het antwoord moeten
aan de reeds genoemde destabilise- van de theoretisch mogelijke reactie- geven op de vraag, of op deze wijze
ringsreacties ook nog de wederzijdse mechanismen, waarbij opgemerkt een optimalisering van de vlokproces-
coagulatie van twee tegengesteld ge- moet worden, dat voor de waterlei- sen mogelijk is.
laden colloidale oplossingen toege- dingpractijk de niet-specifieke coagu-
voegd zou kunnen worden. latie nauwelijks van belang is. (zie voor literatuurlijst volgende blz.)

TABEL 111 - Karakteristieke kellr~lerker~


vali de verwijden~tgs~~echai,iri,~e>i
ilail colloidale deeltjes

I Vlokprocessen Precipitatieproces

niet-specifieke adsorptie flocculatie coprecipitatie


coagulatie coagulatie

vlok- of precipitatie- simpele electrolieten hooggeladen com- poly-electrolieten precipiterende


reagens plexe ionen van Fe en macromoleculen hydroxyden van Fe
(111) en Al of andere (111) en Al
oppervlakte-actieve
ionen
electrische wissel- dominerend belangrijk ondergeschikt onbelangrijk
werking (lading- en
potentiaalreductie)
chemische wissel- afwezig belangrijk dominerend onbelangrijk
werking of adsorptie
optimum ca. nul ca. nul veelal ongelijk nul afwezig
zetapotentiaal
vereiste dosering van onafhankelijk van stoechiometrisch, stoechiometrisch wordt vnl. bepaald
vlok- of precipitatie- de evenredig met het door de hydrolyse- en
reagens colloidconcentratie oppervlak der precipitatiesnelheid ;
colloidale deeltjes neemt af met
toenemende
colloidconcentratie
effect van dosering geen effect restabilisering door restabilisering door geen effect
overmaat reagens omlading der deeltjes volledige afscherming
van de deeltjes
fysische eigenschappen grote dichtheid en grote dichtheid en volumineuze vlokken volumineus neerslag
van vlok- of wrijvingsbestendig- wrijvingsbestendig- met goede filtratie- van geringe dichtheid ;
precipitaat heid heid ; goede filtratie- eigenschappen slechte filtratie-eigen-
eigenschappen, schappen, moeilijk
gemakkelijk te te ontwateren
ontwateren
:ratuur
Verwey, E. J. W. en Overbeek, J. Th. G., (1948), ,,Theory o f tlie Stabilify of Lyophobic
Colloids", Elsevier, Amsterdam.
Derjaguin, B. V. en Landau, L., (1941), Acta Physico Chimica, 14, 633.
Derjaguin, B. V., (1940), Trans. Faraday Soc., 36. 203, 730.
Gregory, J., (1964), ,,Molecular Forces and Electrokinetic Effects in Filtratio~i", Ph. D.
Thesis, London.
Lerk, C. F., (1965), ,,Enkele Aspecten van de Ontijzeriiig van Grondwater", Disseratie,
Delft.
Giessen, A. A., van der, (1966), ,,De Hydrolyse vaii Oplossinge~ivati Fe (111)-nitraat",
Chem. Weekblad, 62, 305.
Yao, K. M., (1967),,,Particle Aggregatio~iin Water Pretreatmeiit", Wat. Sew. Works,
114, 261, 295.
Brosset, C., Biedermann, G. en Silln, L. G., (1954), ,,Studies o11 the Hydrolysis o f
Metal Zons. XZ. The Aluminiztm Als+", Acta Chem. Scand., 8, 1917.
Matijevic, E., Mathai, K. G., Ottewill, R. H. en Kerker, M., (1961), ,,Detection of
Metal Ion Hydrolysis by Coagulation. ZZZ. Aluminium", J. Phys. Chem., 65, 826.
Biedermann, G., (1964), ,,Coagulation o f Orgaiiic Color with Hydrolyzing Coagulants",
Svensk Kem. Tidskr., 76, 19, 362.
Black, A. P. en Ching-lui Chen, (1967), ,,Electrokitietic Behavior of Aluminium Species
in Dilute Dispersed Kaolinite Systems", JAWWA, 59, 1173.
Packham, R. F., (1963), ,,The Coagulation Process, a Review of Some Receiit Z~ivesti-
gations", Proc. Soc. Water Treatm. Exam., 12, 15.
Stumm, W. en Morgan, J. J., (1962), ,,Chemica1 Aspects of Coagulafion", JAWWA,
54, 971.
Overbeek, J. Th. G., (1952), in H.R. Kmyt, Ed., ,,Colloid Scierice", Vol. I, Elsevier,
Amsterdam.
Riddick, T. M., (1961), ,,Zefa Pote~ltial and its Application to Difficult Waters",
JAWWA, 53, 1007.
Riddick, T. M. (1964), ,,Role of the Zeta Potential in Coagulation Olvolving Hydrous
Oxides", Tappi, 47, 171A.
Bean, E. L., Camphell, S. J. en Anspach, F. R., (1964), ,,Zela Potential Measurements
in the Control o f Coagulatioi Chemica1 Doses", JAWWA, 56, 214.
Hall, E. S., (1963), ,,The Sigilificance of Zeta Potential in Coagulation", Proc. Coagu-
lation Colloquium, WRA Spec. Rep. 4, Summary Paper Item 5.
O'Melia,, C. R. en Stumm, W., (1967), ,,Aggregation o f Silica Dispersiolw bij Iron
(III)", J. Coll. Interf. Science, 23. 437.
Stumm, W. en Hahn, H., (1967), ,,Kineiik der Flockung-Chemische und physikalische
Eirzflusse auf die Gescliwindigkeit der Flockuizg durch Eiseii (111)- und Aluminium-
salze", 2. Vortragsreihe mit Erfahrungsaustausch uber spezielle Fragen der Wasser-
technologie, Karlsmhe.
Hall, E. S. en Packam, R. F., (1965), ,,Coagulatio~i of Organic Color with Hydro-
lyzing Coagulants", JAWWA, 57, 1149.
Shapiro, J., (1964), ,,Effect o f Yellow Organic Acids on Iron and other Metals in
Water", JAWWA, 56, 1062.
Black, A. P. en Christman, R. F., (1963), ,,Cliaracteristics o f Colored Surface Waters",
JAWWA, 55, 753.
Black, A. P. en Christman, R. F., (1963), ,,Chemica1 Characteristics of Fulvic Acids",
JAWWA, 55, 897.
Christman, R. F. en Ghassemi, M., (1966), ,,The Nature o f Organic Color in Water",
JAWWA, 58, 723.
Black, A. P. en Willems, D. G., (1961), ,,Electrophoretic Studies of Coagulation Remo-
val of Organic Color". JAWWA, 53, 589.
Black, A. P., Smgley, J. E., Whittle, G. P. en Maulding, J. S., (1963), ,,Stoichiomeiry
of the Coagztlatiorc o f Color Causing Orgairic Compounds witli Fem'c Sulfate",
JAWWA, 55, 1347.
Packham, R. F., (1964), ,,Studies o f Orgaiiic Color in Natura1 Water", Proc. Soc.
Water Treatm. Exam., 13, 316.
,,Report Research Conzmittee on Color Problenis", (1967), JAWWA, 59, 1023.
Singley, J. E., Maulding, J. S. en Harris, R. H., (1965), ,,Fem'c Sulfate as a Coagulant"
(Coagulation Symposium, Part III), Water Works Wastes Eng., 2, 52.
Smoluchowski, M., von, (1917), ,,Versuch einer mathematischen Theorie der Koagula-
tionskinetik kolloide Lsungen", Z. Physik. Chem., 92, 129, 155.
Swift,D. L. en Friedlander, S. K., (1964), ,,The Coagulation o f Hydrosols by Browtiia~i
Motion a~idLaminar Sltear Flow", J. Coll. Science, 19, 621.
Hahn, H., (1966), ,,Der Koagulationsprozess", Jahrbuch ,,Vom Wasser", XXXIII, 172.
Hams, H. S., Kaufmann, W. J. en Krone, R. B., (1966), ,,Orthokinetc Flocculation
in water Purification", J. San. Eng. Div., ASCE, 92, no. SA 6, 95.
Healy, T. W. en La Mer, V. K., (1964), ,,The Energetics of Flocculation and Redis-
persion by Polymers", J. Coll. Science, 19, 323.
Minz, D. M., (1964), ,,Aids to Coagulation", General Report 6e IWSA congres,
Stockholm.
Packham, R. F., (1967), ,,Polyelecfrolytes in Water Clarification", Proc. Soc. Water
Treatm. Exam., 16, 88.
Camp. T. R. en Stein, P. C., (1943), ,.Velocity Gradienis and Internal Work in Fluid
Motion", J. Boston Soc. Civ. Engrs., 30, 219.
Camp, T. R., (1955), ,,Flocculation and Flocculatio~i Basins", Transactions, ASCE,
120, 1.
Hudson Jr., H. E., (1965), ,,Physical Aspects o f flocculation, JAWWA, 57. 885.
DRS. H. J. M. LIPS
Provinciaal Waterleidingbedrijf van Noord-Holland SUMMARY
Mierostrainers
After a short historica1 review, a descnption of the microstrainer
is given. Dealing with the determination of the effect of a micro-
strainer the values of fiitrabiiity index, "pouvoir colmatant",
filtrability in % and practica1 data are discussed.
The treatise is concluded by a discussion of the place of the micro-
strainer in different water purification processes.

Microzeven
1. Kort historisch overzicht De microzeven in Engeland zijn ont- Parijs wordt dit Marnewater door
Spoedig na de tweede wereldoorlog wikkeld door dr. P. L. Boucher wiens microzeven gefiltreerd evenals in Enge-
begon de Metropolitan Water Board eerste publicatie over microzeven da- land als voorbehandeling voor de
in Engeland met het installeren van teert van 1942. Ze zijn gebouwd door langzame zandfilters.
microzeven om het water van hun de firma Glenfield en Kennedy Ltd.
te Kilmarnock. Schotland. 2. Beschrijving van een microzeef
grote storagereservoirs een voorbehan-
deling te geven voor het door langzame Zoals op afb. 1 te zien is bestaat een
In Frankrijk werd reeds in 1938 door microzeef uit een trommel waarvan de
zandfiltratie gezuiverd werd. Deze E. Beaudrey vastgesteld dat water ge-
microzeven kwamen in de plaats van panelen bestaan uit zeer fijn gaas met
zuiverd kon worden door filtratie door aan de buitenkant daaroverheen een
snelfilters die voordien tot taak had- een van zeer fijn metaalgaas vervaar-
den ammoniak te oxyderen en algen grover steungaas. Het water stroomt
digde roterende trommel. Zijn verdere
tegen te houden. De microzeven, die aan het ene einde de trommel binnen,
onderzoekingen leidden eveneens tot het andere einde is dicht. De trommel
goedkoper waren dan de snelfilters, microzeven, in principe gelijk aan de
konden wel geen ammoniak oxyderen, is voor ongeveer 315 deel met water
Engelse versie hoewel er bepaalde ver-
maar wat betreft het tegenhouden van gevuld, het water stroomt van binnen
schillen bestaan wat de onderdelen be- naar buiten door het gaas, de stand
algen presteerden zij bijna evenveel als treft.
snelfilters. Het ammoniakgehalte van van het water binnen de trommel is
het water was ook niet erg hoog zodat In Frankrijk worden microzeven o.a. dus wat hoger dan buiten de trommel.
de oxydatie ervan in voldoende mate gebruikt voor de filtratie van water uit Bij normale werking van de microzeef
door de langzame zandfilters kon ge- het meer van Annecy dat zo weinig is dit hoogteverschil 9-10 cm en het
schieden. Begonnen in 1946 met n plankton bevat dat de microzeven moet niet hoger worden dan 15 hoog-
kleine microstrainer als proef in Surbi- intermitterend kunnen werken, maar stens 20 cm. Het eigenlijke zevende
ton werden later grotere microzeven ook voor rivierwater uit de Marne, dat gaas is meestal van roestvrij staal, er
genstalleerd in 1948 in Kempton Park, vrij veel plankton kan bevatten en in zijn echter ook wel eens weefsels van
in 1955 in Lee Bridge en in 1958 in het bedrijf te Saint Maur van de stad kunststof gebruikt (polyamiden zoals
Ashford Common. Met behulp van
deze microzeven werd bereikt dat
twee- tot driemaal zoveel water door Mark I1 Mark I Mark O
-

de langzame zandfilters gefiltreerd kon


grootte van de openingen 60 p. 35 p 23 P
worden voordat het nodig was om ze
aantal openingen per cm 96 116 152
schoon te maken. Het voordeel kwam
aantal openingen per cm2 9216 13456 23 104
vooral naar voren in tijden van sterke
algengroei in de reservoirs. % open
p
.-
- --
57,6 40,6 35,O

-
Afb. 1 Mimomef opgesfeld fn betonnen bak. Afb. 2 - Fabdcage van microzeven.
OUTER LIMITIHG
APERTURE* MICROHS . IAPERTUR
INRER LIMITIHG
35 MICROWS
Boucher kwam zo tot een tameliik in-
gewikkeld laboratoriumapparaat om
de zgn. Filtrability Index te bepalen.
Daarnaast bestaat een draagbaar ap-
paraat, Filtrameter genoemd, waarmee
men op een eenvoudiger manier en
iets minder nauwkeurig eveneens deze
Filtrability Index kan bepalen.
De Filtrability Index I wordt door
Boucher gedefinieerd als
0.385 Hl
I = In -
v Ho
I
waarbij V = het volumen van het te
Afb. 3 - Microzeefgaas M K 1 42 maal ver- Afb. 4 - Microzeefgaas Mk I ongeveer 375 onderzoeken water in eenheden van
groot. nlaal vergroot. 100 ml;
Ho = de weerstand over het filter
voordat het te onderzoeken water ge-
Dederon, Perlon), maar tot nu toe rijk wanneer de kwaliteit van het te filtreerd is;
heeft dit weinig opgang gemaakt. filtreren water in korte tijd sterk kan Hl = de weerstand na het filtreren
Bij Glenf ield-Kennedymicrozeven zijn wisselen. van het te onderzoeken water.
gaassoorten van verschillende fijnheid Bij de behandeling van water dat ge-
in gebruik zoals in onderstaande tabel durende lange tijd zeer weinig af te Men komt tot deze formule door de
is aangegeven. zeven stoffen bevat kan men ook regel- wet van de samengestelde interest op
apparatuur aanbrengen om de micro- de filtratie toe te passen
Mark I is het gaas dat het meest ge- zeven intermitterend te laten werken. dH n V
bruikt wordt. -- - n H + H = H o e .
Afb. 3 en 4 geven een beeld van het 3. Meting van de werking van een dV
gaas en afb. 5 toont planktonorganis- microzeef De constante 0.385 is afhankelijk van
men die door een microzeef afgefil- het soort filtergaas dat gebruikt wordt.
Zowel Boucher als Beaudrey hebben
treerd worden.
zich bezig gehouden met het ontwikke- De Filtrability Index is het omgekeer-
De trommel roteert met een regelbare len van een methode om de filtreer- de van de filtreerbaarheid F.
snelheid. Voor een 734 bij 5 feet micro- baarheid van het water te meten. Zij
zeef wordt opgegeven 0 , 5 4 rpm en hadden dit namelijk nodig om te be- 1
Dus F = -.
voor een microzeef van 10 bij 10 feet, palen welke afmetingen een microzeef I
dat is dus ongeveer 3 bij 3 meter, moet hebben om een bepaalde hoe-
wordt als maximale snelheid aange-
I is een maat voor de hoeveelheid
veelheid van een zekere watersoort te vaste stof die in of op het filter achter-
geven 100 fpm dat is ongeveer 3 rpm. filtreren. blijft, uitgedrukt, in het vermogen om
Bovenop de rnicrozeef staat een rij
het filter te verstoppen. Deze Filtra-
sproeiers. Het water dat deze sproeiers
bility Index komt overeen met de door
met kracht op de microzeef spuiten
Afb. 5 - Plaiiktot~organis~nen
op een micro- Beaudry ingevoerde Pouvoir Colrna-
verwijdert het vuil dat aan de binnen-
zeefgaas. tant. Het Franse woord ,,colmater"
kant op het gaas zit. Het vuile spoel-
betekent verstoppen van een filter. De
water wordt daarna opgevangen in
Pouvoir Colmatant wordt gemeten met
een trechter en door de holle as van
een Colmatometer.
de microzeef afgevoerd. Als spoel-
water wordt ruw water gebruikt dat de Zet men op een grafiek uit het ge-
microzeef gepasseerd is. De druk van filtreerde volumen V in ml tegen de
het spoelwater is te variren van 5 tot filtratietijd t dan krijgt men een
25 lb/sq.in. De hoeveelheid spoelwater kromme (een tak van een hyperbool)
varieert dan ook van 1 tot 3 % maar die asymptotisch nadert tot een volu-
is meestal lager dan 2 x. men V,, dat is dan het volumen dat
na oneindige tijd gefiltreerd zou zijn.
De hierboven gegeven beschrijving
heeft betrekking op Engelse micro- 1000
zeven van Glenfield-Kennedy maar is De Pouvoir Colmatant is nu -.
Vm
ook toepasselijk op de Franse micro-
zeven van Beaudry. Deze laatste kun- Vm is op verschillende manieren te
nen echter uitgerust worden met een bepalen. Voor de bovengenoemde
installatie waarbij de meting van het kromme geldt nl. de vergelijking
hoogteverschil van het water binnen
en buiten de trommel gebruikt wordt
om de rotatiesnelheid van de trommel
en de druk van het spoelwater te waarbij Do het debiet van het filter
regelen. Dit is eigenlijk alieen belang- in cm3lsec is op de tijd t = o.
Noemen we nu D het debiet op de in Kempton Park, Lee Bridge en Ash- In het 41e rapport van de Metropoli-
tijd t dan geldt ford Common (afb. 6) niet werkt met tan Water Board worden voor de Ash-
v
- -- ,/m
de Filtrability Index maar de filtreer- ford Common Works cijfers gegeven
baarheid uitdrukt in procenten. Als t1 van het aantal cellen per ml voor de
t de tijd is nodig om 1 1 gedestilleerd twee voornaamste algensoorten die in
water te filtreren door filtreerpapier het water voorkwamen nl. Stephano-
of in woorden:
onder standaardcondities en t2 de tijd discus astraea en Asterionella formosa.
Het gemiddelde debiet over de periode nodig om 1 1 van het te onderzoeken Het bleek dat Ast. formosa beter ver-
v water door hetzelfde filter te filtreren wijderd werd door de microzeven dan
t (dat is d u s t ) is het geometrisch ge- dan is de filtreerbaarheid uitgedrukt Steph. astraea, hetgeen wel zal samen-
middelde van het debiet bij t = o in %: hangen met de grootte en de vorm van
(dus Do) en het debiet op het tijdstip de cellen. Gemiddeld werd Asterio-
t (dus D). ti
- X 100. nella voor 70 verwijderd en Stepha-
Uit de vergelijkingen (1) en (2) kan t2 nodiscus maar voor 45 %.
men afleiden: Men kan dus de werking van een In het 38e rapport van de Metropoli-
D0.t microzeef beoordelen door van het tan Water Board staan gegevens over
water voor en na de microzeef te be- de filtreerbaarheid (uitgedrukt in x)
palen de filtrability index, de pouvoir van het water bij de Lee Bridge Works
colmatant of de filtreerbaarheid in %. voor en na de microzeven. In tijden
Daarnaast kan men voor en na de van weinig algengroei (oktober t/m
Door Do, D en t te meten kan men
microzeef bepalen het zwevende stof- februari) is de filtreerbaarheid van het
dus Vm en daarmee de Pouvoir Col-
gehalte en ook het aantal algencellen water voor de microzeven tussen de
matant bepalen. Men kan bewijzen
per ml. 70 en de 78 %. In die tijden is de
dat deze formule (3) equivalent is aan
de formule Als voorbeeld kan ik u geven een verbetering van de filtreerbaarheid
aantal bepalingen van de pouvoir col- door de microzeven niet zo groot. Het
Vm p matant voor IJsselmeerwater te Andijk water na de microzeven heeft een
-- -
V PO- -/D
(4)
voor en na een microzeef met een filtreerbaarheid van 80-86 x.
De ver-
gaas van 35 micron. In de maanden betering is dus ongeveer 10 %. Maar
ten minste als men werkt met de Col- in tijden van zware algengroei, dat is
maart t/m juli 1964 werd op 48 dagen
mato-meter van Beaudrey. De formule de pouvoir colmatant voor en na de in het voorjaar en de zomer heeft het
(4) staat in het boekje van STORK microzeef bepaald. water voor de microzeven een filtreer-
over de microzeven van Beaudrey in baarheid van 50-60 % en soms daalt
de vorm: De P.C. voor de microzeef varieerde
van 25 (met een zwevende stofgehalte
de filtreerbaarheid wel tot 35 x. De
(PCB) X V X 1/14= p o - ,/D verbetering van de filtreerbaarheid
van 158 mg/l) tot 2,l (met een zwe-
1000 door de microzeven is dan groter en
Immers: (PCB) = -
Vm
vende stofgehalte van 12 mgll). Na de
microzeef varieerde de P.C. van 13,O
bedraagt gemiddeld 20 z.
tot 0,7. De verlaging in P.C. door de
Hieruit volgt dat de V in het boekje 4. Werking van microzeven
microzeef teweeggebracht was gemid-
van STORK het volumen uitdrukt in
liters en niet in cm3.
deld 57 z. De kleinste verlaging be- Uit het bovenstaande is reeds af te
droeg 28 % (van 2,9 naar 2,l) en de leiden dat de voornaamste werking
Op het laboratorium van de Parijse grootste 70 % (van 5,O tot 1,s). van de microzeven bestaat uit het ver-
waterleiding heeft men reeds om-
streeks 1953 nagegaan dat de Pouvoir
Colmatant practisch hetzelfde meet als Afb. 6 - Opstelliitg van microzeven (3 x 3 meteir) bij Aslzford Commora Works.
de Filtrability Index door van een
aantal watermonsters met hetzelfde
filtergaas beide grootheden te meten.
Het bleek dat men de gevonden cijfers
voor de Filtrability (gebruikmakend
van Engelse eenheden) met 17,3 moest
vermenigvuldigen om de Pouvoir Col-
matant te krijgen.
Van Heusden heeft er echter op ge-
wezen dat zowel de Engelse als de
Franse methode slechts benaderingen
van de werkelijke toestand zijn. Bij zijn
metingen met water van de Loener-
veense plas en met Rijnwater werden
waarden gevonden die afwijkingen ver-
toonden zowel van de formule van
Boucher als van die van Beaudrey.
Opmerkelijk is dat de Metropolitan
Water Board in Engeland, die een van
de eersten was die microzeven aan-
schafte en er nu heel wat heeft staan
IR. J. G. FIKKEN

Diatornite fillraon
Diatomite fitration is the process of removing suspended matter
from water or other liquids by passing it through a thin layer of
diatomaceous earth. It is to be considered as a physical process
which can be used when the clarity of the product has to be of
the highest order.
A short description is given of the characteristics of diatomaceous
--
earth. of the diierent tvoes of diatomite filters and of the filtration
process.
Diatomite filters are used for the puritcation of beverages, in the
chemica1 and pharmaceutical industry, at mobiie units for military
and civil defence water supply purposes, for swimming pool water
filtration and occasionaly also in the drinking water industry.
More study and research with regard to diatomite filtration is
recommended.

Diatorneenfilters

1. Inleiding of meer langdurig moeten laten in- lagen weer boven water gekomen. Zij
Het verwijderen van zwevende be- werken van het filtermateriaal. Even- worden thans gewonnen. Vooral in
standdelen uit water of uit andere min kunnen moeilijkheden ontstaan Californi komen rijke lagen voor.
vloeistoffen met behulp van filtreer- door een geleidelijke algehele vervui- Ook elders in de wereld - onder
poeders kan als een vrijwel zuiver ling van de filterbedden. Beide zijn dit meer in Duitsland, Frankrijk en Kenia
fysisch procd worden beschouwd. onderwerpen welke bij de tot dusver - worden exploitabele lagen aange-
Het is een werkwijze welke met succes in de waterzuiveringstechniek toege- troffen.
kan worden toegepast indien hoge paste zandfiltratie soms veel aandacht De meeste lagen zijn in zeewater af-
eisen worden gesteld aan de zuiver- vergen. gezet; daarnaast zijn ook lagen bekend
heid van het filtraat. Voor verschillende doeleinden worden welke zich in zoetwater hebben ge-
Kenmerken voor filtreerpoeders en de verschillende soorten filtreerpoeders vormd.
wijze waarop zij worden gebruikt zijn: in de handel gebracht. Het eerst toe- Karakteristiek voor diatomeenaarde
gepaste, het meest bekende en bij de is de grote verscheidenheid aan vor-
- de fijnheid van het ikermate- zuivering van water nog steeds het
riaal waardoor het mogelijk is meest gebruikte materiaal is diato-
deeltjes met afmetingen van n mi- meenaarde of kiezelgoer. Daarom zal
cron of minder af te filtreren zonder in deze les in hoofdzaak aan dit mate- Afb.1 - Enkele kiezelzuur-kelejes zoals die
dat daarbij andere hulpmiddelen - riaal aandacht worden geschonken. in diatomeenaarde worden aangetroffen.
waarbij in de eerste plaats kan worden Aangezien de meeste deelnemers aan
gedacht aan coagulantia - behoeven de vacantiecursus nog onbekend zijn
te worden gebruikt; met de onderhavige methode van wa-
- het geringe volumegewicht van het terbehandeling, zal ermede worden
materiaal als gevolg van het grote volstaan in het navolgende enige alge-
porinvolume, waardoor het materiaal mene beschouwingen te geven over het
gemakkelijk in een vloeistofstroom kan onderwerpelijke filtermateriaal, over
worden medegevoerd; de wijze waarop en de installaties
waarin het wordt gebruikt alsmede
- het gebruik van het materiaal in over de verschillende toepassingsmo-
uiterst dunne lagen, d.w.z. in lagen gelijkheden.
van slechts enkele millimeters dikte,
waardoor de mogelijkheid ontstaat om
2. Eigenschappen van diatomeenaarde
in een beperkte ruimte een groot fil-
trerend oppervlak onder te brengen; Diatomeenaarde is samengesteld uit
de microscopisch kleine skeletjes van
- het feit dat het filterbed tijdens het afgestorven kiezelwieren of diato-
filtratieproces wordt opgebouwd meen. Het materiaal bestaat groten-
en dat het filtermateriaal nadat het deels uit kiezelzuur hetwelk uit het
door vervuiling onbruikbaar is gewor- omringende water werd opgenomen.
den, wordt afgevoerd om door nieuw Vooral tijdens het Mioceen hebben
te worden vervangen. zich in sommige wateren diatomeen
massaal ontwikkeld. Na hun afsterven
Bij de verwijdering van zwevende be- zakten de overblijvende skeletjes naar
standdelen uit water met behulp van de bodem waar zij soms enkele hon-
filtreerpoeders doen zich biologische derden meters dikke lagen hebben ge-
noch chemische processen voor. Er is vormd. Op sommige plaatsen zijn bij
derhalve ook geen sprake van het min een latere rijzing van de bodem de
aarde kunnen, zelfs als zij in laagdik-
ten van slechts enkele millimeters wor-
den toegepast, nog deeltjes met een
grootte van 0,l 0,2 micron worden
afgefiltreerd; bij de grovere soorten
worden nog deeltjes van 1 2 micron
tegengehouden. Om te beseffen wat
voor deeltjes dit zijn moge n van de
vorige vacantiecursussen in herinne-
ring worden gebracht tijdens welke
dr. Molt erop heeft gewezen dat bij
deeltjes groter dan ongeveer 1 micron
kan worden gesproken van een grof-
WNGESUBD RLTERBED
mechanische suspensie waarvan de
deeltjes kunnen worden afgefiltreerd.
L-
w W 100
PERENIAOE FINER THAN
=O
P
Bij deeltjes met afmetingen van onge-
Afb. 2 ,,Zeef"krommen van diatomeen- veer l millimicron tot ongeveer 1 mi-
aarde. cron is sprake van een collodale op-
lossing. In een dergelijke oplossing
kunnen de deeltjes, in afhankelijkheid Afb. - Filferkams.
van de grootte van hun zetapoten-
men van de kiezelzuurskeletjes waar-
tiaal, elkaar afstoten waardoor de
uit het is opgebouwd. Afb. 1 geeft
vorming van grotere conglomeraties bruik te maken. Ook komt het wel
daarvan een indruk.
Voordat het materiaal in de handel wordt voorkomen [l]. voor dat op praktijk-schaal wordt ge-
wordt gebracht ondergaat het ver- Onder omstandigheden kunnen de experimenteerd.
schillende bewerkingen waarbij het kleur en de troebelheid van vloeistof-
onder meer wordt gedroogd, gemalen, fen voor een belangrijk deel worden 3. diatomeenfilters
naar grootte gesepareerd en soms ook veroorzaakt door in collodale toe- In de handel is een grote verscheiden-
gecalcineerd. stand verkerende deeltjes. De ervaring heid aan diatomeenfilters van zeer
De ijle structuur van de skeletjes wijst uit dat in dergelijke gevallen uiteenlopende typen en constructies
maakt dat het materiaal een gering door een uiterst fijne filtratie als verkrijgbaar.
volumegewicht heeft en een groot waarvan bij het gebruik van diato- In beginsel bestaan de instaliaties uit:
porinvolurne. Door n van de le- meenaarde sprake is, de troebelheid - een aantal filterelementen welke
veranciers van het onderhavige mate- vrijwel geheel kan worden verwijderd bestemd zijn om als dragers voor
riaal wordt opgegeven dat het volume- en ook de kleur kan worden verbe- de diatomeenaarde dienst tedoen;
gewicht van de droge stof omstreeks terd. - een filterketel of een filterbak
0,17 bedraagt bij een porinvolume Bij een filtratie over diatomeenaarde
waarin de filterelementen worden
van ca. 93 z.
Mede door deze eigen- kunnen ook sommige bacterin wor- ondergebracht.
schappen heeft diatomeenaarde een den tegengehouden. Hunter, Bell en
groot absorberend vermogen en kan Henderson hebben op dit gebied proe- De filterelementen moeten zodanig
het ongeveer drie keer zijn gewicht ven met coli-bacterin verricht waar- zijn geconstrueerd dat bij het filtratie-
aan water opnemen voordat het uit- over in JAWWA is gerapporteerd [2]. proces de diatomeenaarde wordt
vloeit. De afmetingen van coli-bacterin lig- tegengehouden.
De fijnheid van het materiaal blijkt gen tussen 1 en 5 micron. Bij de Bij de filterelementen kan een onder-
uit afb. 2 waarop de ,,zeef"'krornmen bovengenoemde proeven bleek dat bij scheid worden gemaakt tussen twee
van de door n van de Amerikaanse de filtratie over de fijnere soorten hoofdtypen, te weten filterkaarsen
producenten in de handel gebrachte diatomeenaarde de coli-bacterinvoor enerzijds en filterplaten anderzijds.
soorten diatomeenaarde zijn aange- vrijwel 100 werden afgefiltreerd en
geven. bij de grovere soorten nog voor een Elterkaarsen - de naam zegt het al -
belangrijk percentage. hebben een cylindrische vorm. Ten-
Uit afb. 2 blijkt dat bij de fijnste soort Uit een oogpunt van economie, waar- einde het gefiltreerde water te kunnen
diatomeenaarde de grootte van de onder in het kader van dit betoog afvoeren zijn zij van binnen hol.
deeltjes over het algemeen ligt tussen kan worden begrepen het verkrijgen Aanvankelijk werden keramische kaar-
2 en 20 micron met een gemiddelde van zo lang mogelijke filterlooptijden sen toegepast. Deze hadden evenwel
van ca. 7 micron en bij de grofste binnen het raam van een aanvaard- het bezwaar dat zij vrij snel verstopten
soort tussen 13 en 45 micron met een baar geachte filterweerstand, verdient en dan moeilijk waren te reinigen. Al
gemiddelde van omstreeks 35 micron. het uiteraard aanbeveling zo grof mo- spoedig is dan ook overgegaan tot het
Diatomeenaarde van de onderhavige gelijk filtermateriaal toe te passen. gebruik van roestvrij stalen kaarsen.
herkomst bestaat voor omstreeks 90% Welk materiaal nog juist aanvaard- Een eenvoudige uitvoering van een der-
uit zuiver kiezelzuur, voor ongeveer baar is en welke ltratiesnelheid daar- gelijke kaars bestaat uit een geperfo-
4% uit aluminiumoxyde en voor de bij moet worden aangehouden zal reerde roestvrij stalen buis waarom-
rest uit andere oxyden. Het kan ten veelal door proeven met filtreerpoe- heen een zeer fijn metaalweefsel is
opzichte van de vloeistoffen welke ders van verschillende fijnheid moeten aangebracht. Door een andere firma
voor filtratie in aanmerking komen, worden vastgesteld. Het kan wenselijk worden kaarsen in de handel gebracht
als chemisch inert worden beschouwd. zijn daarvoor van een proeffilterin- welke bestaan uit een op een speciale
Met de fijnste soorten diatomeen- stallatie op semi-technische schaal ge- wijze geprofileerde holle kern waar-
omheen spiraalsgewijze op zodanige AHMEN
wijze een draad van Monel-metaal is
gewonden, dat tussen de opeenvol-
gende windingen een nauwe spleet
wordt vrijgehouden (zie afb. 3).
Weer een ander type roestvrij stalen
filterkaars bestaat uit een holle kern
waaromheen een groot aantal van nok-
jes voorziene plaatjes wordt gelegd. De
nokjes zijn daarbij zodanig geprofi-
leerd dat de overblijvende openingen
een snelle vorming van de filterkoek
mogelijk maakt zonder dat daarbij
veel diatomeenaarde verloren gaat.

Filterpiaten zijn als regel samengesteld


uit filterdoek of filtergaas hetwelk op
zodanige wijze ter weerszijden van een
ondersteuningsconstructie wordt aan-
gebracht dat de gefiltreerde vloeistof
door het inwendige van het filterele-
Afb. 4 - Filterplaat.
ment kan worden afgevoerd. Ook van
dit soort filterelementen is in de han- vloeistof, na het passeren van de fil-
del een grote verscheidenheid verkrijg-
terelementen, wordt weggezogen en
baar.
waarin de aanvoer van het water zo-
Filterdoeken worden meestal vervaar-
danig wordt geregeld dat de boven-
digd van nylon of van een andere
waterstand steeds op hetzelfde niveau
kunststof; filtergaas meestal van roest-
wordt gehouden; deze filters zijn dus
vrij staal.
enigszins te vergelijken, met de in
De filterplaten moeten op zodanige
de waterzuiveringstechniek toegepaste
wijze zijn geconstrueerd dat de plaat
open zandfilters met constante boven-
zelve noch het daarop aangebrachte
waterstand. Afb. 8 geeft een beeld van
doek of gaas kan worden vervormd
een eenvoudig type vacuumfilter waar-
door de daarop als gevolg van de ge-
in filterkaarsen zijn toegepast.
leidelijk toenemende filterweerstand
optredende krachten. Afb. 4 geeft een Het filtratieproces begint met het aan-
indruk van de constructie van een brengen van de z.g. grondlaag. Daar-
door een Amerikaanse firma in de toe wordt in de filterketel of in de
handel gebrachte filterplaat. filterbak met de te zuiveren vloeistof
een zekere hoeveelheid diatomeen-
Zoals reeds vermeld moeten de filter-
aarde gebracht. Dit mengsel wordt
elementen in een filterketel of in een
filterbak worden aangebracht. Daarbii eerst enige tijd rondgepompt. Aanvan- Afb. 5 - Kaarsenfilter.
kan een onderscheidworden gemaak;
tussen mee typen installaties, te weten: Afb. 6 - Platenfilter van grote capaciteit.

a. Drukfilters, d.w.z. geheel gesloten,


meestal van staal vervaardigde fil-
terketels waar de vloeistof onder druk
doorheen wordt geperst; deze filters
zijn derhalve enigszins te vergelijken
met de gesloten zandfilters welke in
de waterleidingtechniek worden toege-
past. De afb. 5, 6 en 7 geven een in-
druk van verschillende uitvoerings-
vormen. Afb. 5 heeft betrekking op
een kaarsenfilter. De beide andere af-
beeldingen hebben betrekking op pla-
tenfilters; het type dat op afb. 6 is
weergegeven wordt hoofdzakelijk voor
industrile doeleinden toegepast; dat
op afb. 7 voor kleine openbare en
priv zwembaden.

b. Vacuumfilters, d.w.z. open, van


staal, beton of van kunststof ver-
vaardigde filterbakken waaruit de
kelijk passeert nog een deel van de
diatomeenaarde de filterelementen.
Geleidelijk wordt echter een fiterkoek
opgebouwd, die op den duur alle zwe-
vende deeltjes tegenhoudt.
Hoe lang de vorming van de filter-
koek duurt hangt af van de fijnheid
van het filtreerpoeder, van de visco-
siteit van de vloeistof en van de W-
tratiesnelheid in relatie tot de grootte
van de openingen van de zeefplaten of
van de filterkaarsen. Als deze openin-
gen relatief groot zijn ten opzichte van
de deeltjesgrootte van het fitreerpoe-
der worden aan het poeder soms wel
asbestvezels toegevoegd om het zo-
doende een iets grovere structuur te
geven zonder dat zulks van invloed is
op het zuiveringseffect.
Zodra het filtraat voldoende helder is Afb. 7 - Platenfilter van kleine capaciteit.
geworden - om dit te kunnen con-
troleren wordt veelal in de afvoerlei-
ding een verlicht kijkglas aangebracht
- kan met het normale filtratieproces
worden begonnen.
De vorming van de grondlaag wordt
in het duits ,,anschwemmen" genoemd;
in Engeland en de VS wordt over het
aanbrengen van een ,,precoat" ge-
sproken.
De hoeveelheid diatomeenaarde wel-
ke nodig is voor de vorming van de
grondlaag, bedraagt 0,s 0,75 kg per
m2 filteroppervlak. Daarmede kan een
grondlaag met een dikte van 1,5 2
mm worden gevormd.
Afhankelijk van de omstandigheden
worden filtratiesnelheden van 1 tot 10
mluur toegepast; bij de filtratie van
waterige vloeistoffen bedraagt de ge-
bruikelijke filtratiesnelheid 2,s 5 m/
uur.
Tijdens het filtreren zullen de in de
vloeistof aanwezige zwevende bestand-
delen zich voornamelijk tegen de bui-
tenkant van de diatomeenaarde af-
zetten. Dit kan aanleiding geven tot
een vrij snel oplopen van de weer- Afb. 8 - Vacuumfilter met filterkaarsen.
stand van het filter. Daarom wordt Afb. 9 - Filterkoek bij continue toevoeging
veelal continu een kleine hoeveelheid van filterpoeder.
diatomeenaarde aan de te behandelen welke bij een bepaalde installatie en
vloeistof toegevoegd. Zodoende wordt gegeven een bepaalde te behandelen
een geleidelijk dikker wordende filter- vloeistof, continu moet worden toe-
laag gevormd die de poreuse eigen- gevoegd om een zo economisch mo-
schappen van de grondlaag behoudt gelijke bedrijfsvoering te verkrijgen,
en die het mogelijk maakt de filter- zijn vooral door Baumann en enkele
looptijd aanzienlijk te verlengen. I n van zijn medewerkers uitvoerige stu-
engels-sprekende landen wordt deze dies verricht [3,4 en 51.
continue toevoeging van filtreerpoe- Een filterperiode komt teneinde als de
der met ,,bodyfeefl of ,,filterai@ aan- filterweerstand zo hoog is opgelopen
geduid. Afb. 9 geeft daarvan een in- dat geen economisch bedrijf meer mo-
druk; de afgefiltreerde zwevende ver- gelijk is. Soms kan het oplopen van
ontreinigingen zijn gelijkmatig ver- de filterweerstand mede het gevolg
spreid over de geleidelijk in dikte toe- zijn van een te veel samenpersen van
nemende filterkoek. de filterkoek. Daarbij is te bedenken
Over de hoeveelheid filtreerpoeder, dat in een filterkoek van nog geen
centimeter dikte weerstanden van 5 aanvankelijk toegepaste zandfilters het sterk met zwevende stoffen bezwan-
tot 10 meter waterkolom of nog meer voordeel van een veel scherpere fil- gerd oppervlaktewater.
kunnen optreden. tratie. Dit is vooral van belang met Bij het onverhoopt optreden van lang-
Bij een te hoog opgelopen filterweer- het oog op het verwijderen van cysten durige storingen in de openbare drink-
stand moet de gehele filtervulling wor- van amoeben waaraan in subtropische watervoorziening zullen de installaties
den verwijderd en door nieuw mate- en tropische gebieden alle aandacht op aanvraag, met bedienend personeel,
riaal worden vervangen. moet worden geschonken. Bij de vrij ter beschikking van de gemeentelijke
Aan de wijze waarop de filterkoek hoge filtratiesnelheden, welke wel die- autoriteiten kunnen worden gesteld.
wordt verwijderd moet bijzondere nen te worden toegepast in de voor Voor de distributie van het gezuiverde
aandacht worden geschonken. het gebruik te velde bestemde zand- water zullen deze autoriteiten echter
Als de pomp wordt stilgezet, valt filters, worden dergelijke cysten in on- zelf moeten zorgdragen.
meestal een groot deel van de filter- voldoende mate tegengehouden. Voordat destijds tot aanschaffing van
koek vanzelf naar beneden. Een tweede belangrijk voordeel van de verplaatsbare waterzuiveringsinstal-
Om een volledige verwijdering te ver- diatomeenfilters voor mobiele water- latie werd overgegaan, zijn door het
krijgen wordt voorts nog met water zuiveringsinstallaties is het aanmerke- Rijksinstituut voor Drinkwatervoor-
teruggespoeld. Soms wordt daarbij lijk geringere gewicht in vergelijking ziening, in nauwe samenwerking met
met behulp van in het bovenste deel tot zandfilters. de betrokken militaire autoriteiten, op
van de filterketel samengeperste lucht, Na de oorlog is ook hier te lande verschillende plaatsen in Nederland
een ,,terugspoelstoot" gegeven. Dit is overgegaan tot het aanschaffen van proeven verricht met enkele toen be-
onder meer het geval met het op een aantal verplaatsbare waterzuive- schikbare proefinstallaties.
afb. 5 aangegeven kaarsenfilter. ringsinstallaties voor militaire doelein- Ook daarbij is toen gebleken dat de
den. De aangeschafte installaties heb- filterlooptijd in belangrijke mate kon
4. Toepassingen ben een capaciteit van 5 tot 10 m3 worden verlengd door een continu
De toepassingsmogelijkheden van fil- per uur. Zij zijn zodanig ingericht dat toevoeging van diatomeenaarde tij-
treerpoeders zijn over een groot ge- het water een voorbehandeling kan dens de filtratie. Voorts kon in som-
bied verspreid. Zij kunnen in vijf groe- ondergaan in de vorm van coagulatie mige gevallen een verbetering van de
pen worden verdeeld. met bezinking. Daardoor is het moge- kleur, reuk en smaak worden ver-
lijk van vrij sterk met zwevende stof- kregen door de diatomeenaarde te
4.1. Levenmiddelenindustrie. fen bezwangerd oppervlaktewater goed vermengen met een zekere hoeveelheid
En van de oudste toepassingen van drinkwater te maken. De hyginische actieve kool.
filtreerpoeders is in de suikerindustrie, betrouwbaarheid wordt verkregendoor In een later stadium zijn nog een aan-
waar diatomeenaarde wordt gebruikt een chloring. Als interessante bijzon- tal speciale filtreerpoeders onderzocht.
voor de filtratie van suikersappen. derheid kan in dit verband nog worden In eerste aanleg zijn proeven gedaan
Daarmee werd reeds in de jaren tus- vermeld, dat het chloor ter plaatse met een mengsel van diatomeenaar-
sen 1920 en 1930 begonnen. Later wordt bereid door electrolyse van keu- de, aluminiumsulfaat en nog enkele
hebben filtreerpoeders ook toepassing kenzout. andere componenten zoals dat door
gevonden voor de filtratie van wijn, Opgeloste radioactieve verontreinigin- een Duitse firma in de handel werd
bier, frisdranken, spijsolin, azijn en gen kunnen in deze installatie uiter- gebracht.
dergelijke vloeistoffen waarbij aan de aard niet uit het water worden verwij- Hiermede werden verrassend goede
zuiverheid van het produkt hoge eisen derd. Daartoe zouden deze installaties resultaten bereikt. Aangezien dit ma-
worden gesteld. moeten worden uitgebreid met daar- teriaal echter zeer kostbaar was en,
voor geschikte ionenwisselaars. evenals normale diatomeenaarde, uit
4.2. Overige toepassingen in de in- het buitenland moest worden aange-
Toen bij de in 1966 plaats gevonden
dustrie en in bedrijven. voerd, is tevens nog een onderzoek
hebbende overstromingsramp in Flo-
Filterpoeders worden zowel in de che- rence de gehele watervoorziening van ingesteld naar de toepassingsmogelijk-
mische industrie als in de pharmaceu- die stad was gestoord, is met de on- heden van enkele hier te lande ver-
tische industrie toegepast, zoals b.v. derhavige installaties nuttig werk kun- krijgbare materialen. Bij proeven bleek
bij de bereiding van kunstharsen, nen worden verricht door het instal- dat zowel met houtmeel als met vlieg-
titaanwit en van bepaalde produkten leren van enkele z.g. waterpunten waar as aanvaardbare zuiveringsresultaten
in de petrochemische industrie. konden worden verkregen.
de bewoners van de getroffen stad in
Onder deze categorie van toepassings- de periode tot het herstel van de Bij installaties als waarvan hier sprake
mogelijkheden kan mede worden ge- openbare drinkwatervoorziening, wa- is, welke slechts een beperkte capaci-
rekend het ontolin van het conden- ter van goede kwaliteit konden halen. teit behoeven te hebben en welke
saat van stoomketels, voor welk doel alleen maar onder bijzondere omstan-
speciale filtreerpoeders in de handel Ook de Organisatie Bescherming Be- digheden behoeven te worden ge-
worden gebracht. volking beschikt over een aantal ver- bruikt, speelt de economie maar een
plaatsbare waterzuiveringsinstallaties beperkte rol. Het is dan ook minder
4.3. Militaire waterzuiveringsinstalla- waarmede in geval van nood drink- belangrijk of pompen met een verhou-
ties. water voor de bevolking kan worden dingsgewijs hoge opvoerhoogte moe-
Voor de watervoorziening van troepen bereid. De voor het onderhavige doel ten worden toegepast of dat de filter-
te velde zijn gedurende de tweede aangeschafte installaties zijn echter looptijd zo kort is dat elke 4 uur
wereldoorlog mobiele waterzuiverings- niet uitgerust met de mogelijkheid tot nieuw filtreerpoeder moet worden
installaties ontwikkeld, waarbij even- een voorbehandeling van het water in aangebracht. Belangrijk is het slechts
eens van diatomeenaarde gebruik de vorm van een coagulatie. Dienten- dat drinkwater van een aanvaardbare
wordt gemaakt. gevolge kunnen zij alleen worden ge- kwaliteit kan worden verkregen.
Deze installaties hadden boven de bruikt voor de zuivering van niet al te In dit opzicht liggen de verhoudingen
geheel anders bij de hierna te noemen
toepassingsmogelijkheid van diato-
meenfilters waarbij aan de economie
juist bijzonder veel aandacht moet BASSIN hl
worden geschonken.

4.4. Zuivering van zwemwater.


Na de laatste wereldoorlog is, in eer-
ste aadeg in de Verenigde Staten, het
gebruik van filtreerpoeders voor de
zuivering van zwemwater sterk naar
voren gekomen. Bekend mag worden
verondersteld dat aan de hoedanig-
heid van het water in circulatiebaden
bijzonder hoge eisen worden gesteld,
niet alleen wat betreft de hyginische V FILTRATIE P W C E S PlEM SPO, mPRECOATEN SLUCGE

~ C W L O R E K I N G
betrouwbaarheid, doch tevens met be-
trekking tot de kleur en het doorzicht. 1. precoatfilter 3. voorfilter 5. clrculatiepomp 7. toevoerleiding
2. retourfilter 4. precoatkelder 6. stromingsmeter 8. chloordoseerapparaat
Als gewoon leidingwater, dat aan alle
eisen van goed drinkwater voldoet, in
Afb. 10 - Schema waterbehandelingsiristallatiesFlevoparkbad Amsterdant.
een zwembassin wordt gebracht, is
het onder omstandigheden mogelijk
dat het water er gelig uitziet en dat
het doorzicht betrekkelijk gering is. zeer goede resultaten kunnen worden weerstand z hoog wordt en dienten-
Slechts door een verder gaande zuive- verkregen en dat het niet nodig - en gevolge de filteromlooptijd z kort
ring waarvoor het water een aantal ook niet gewenst is - om aan het te dat tot een algehele vervanging moet
malen over een filterinstallatie moet zuiveren water coagulatiemiddelen toe worden overgegaan.
worden rondgepompt, kan de kwali- te voegen, welke noodzaak bij tal van Indien het zuiveringsbedrijf op de
teit worden verbeterd. zandfilters wl aanwezig is. bovenomschreven wijze wordt gevoerd
Aanvankelijk zijn diatomeenfilters Afb. 10 geeft het schema van de kan worden gerekend met een ver-
toegepast in installaties van beperkte waterzuiverinstallatie bii het in 1967 bruik van 3 tot 7 gram diatomeen-
capaciteit, zoals voor priv zwemba- in gebruik genomen Flevoparkbad te aarde per bezoeker, waarmede een
den en voor kleine openbare zwem- Amsterdam. Het in deze openlucht- bedrag van 0,25 tot 0,6 cent is ge-
inrichtingen, waarbij noch de kosten zweminrichting opgestelde diatomeen- moeid.
voor het verbruik van diatomeen- filter heeft een diameter van 1,90 m Het herhaald gebruiken van dezelfde
aarde, noch die van hogere stroomver- en een filtercapaciteit van 450 m3 per filtervulling heeft echter ook een be-
bruik een belangrijke rol speelden. uur [6]. Had men dezelfde capaciteit zwaar. Doordat de verontreinigingen
Na een aantal kinderziekten is de con- willen onderbrengen in gesloten zand- door het hele filtermateriaal worden
structieve uitvoering van dit soort filters met de veelal gebruikelijke li- verspreid, bestaat de mogelijkheid dat
filters zodanig gewijzigd en verbeterd neaire filtratiesnelheid van omstreeks deze ook met de zeefplaten of met de
dat zij thans ook voor grotere instal- 20 m per uur, dan zouden 8 van der- filterkaarsen in aanraking komen.
laties worden gebruikt. De opvoer- gelijke ketels of 3 ketels met een dia- Aangezien de verontreinigingen mede
hoogte van de pompen behoeft daarbij meter van 3,O m nodig zijn geweest. min of meer kleverige substanties be-
nauwelijks groter te zijn dan die van Bij de onderhavige installatie zijn nog vatten, zoals b.v. huidvetten of zon-
de pompen welke bij gesloten zand- speciale voorzieningen getrof fen om nebrandolie, is het niet bij voorbaat
filters worden toegepast. Voorts kan het gebruik van diatomeenaarde zo- uitgesloten dat zij tot verstopping van
het verbruik aan diatomeenaarde bin- veel mogelijk te beperken. Daartoe de filterelementen aanleiding kunnen
nen redelijke grenzen worden gehou- wordt bij een te hoog opgelopen weer- geven.
den. stand het filtermateriaal niet direct Daarom is het herhaald gebruik van
In Europa zijn vooral in Zwitserland, naar het riool afgevoerd doch in het dezelfde filtervulling alleen maar mo-
Frankrijk en Nederland reeds een niet z.g. tussenbassin teruggebracht. Ver- gelijk in die gevallen waarin de zeef-
onaanzienlijk aantal zwembaden, zo- volgens wordt met hetzelfde materiaal platen gemakkelijk kunnen worden ge-
wel kleine als grote, met diatomeen- een nieuwe filtercyclus begonnen. Het reinigd. Bij de op afb. 10 aangegeven
filters uitgerust. Bij de meeste van bij de eerste cyclus tegengehouden installatie worden de roestvrij stalen
deze installaties bedraagt de lineaire vuil, hetwelk zich in hoofdzaak tegen platen dan ook elke keer, nadat de
filtratiesnelheid 5 8 mluur; de hoge- het buitenoppervlak van de filterkoek filterkoek is afgestoten, met krachtige
re snelheden worden aangehouden had afgezet, wordt dan met de diato- waterstralen schoongespoten.
naarmate de installaties verder zijn meenaarde vermengd. Uiteraard zal Indien filterdoeken van nylon of van
geautomatiseerd. daardoor bij elke volgende cyclus andere synthetische vezels worden ge-
Het zou thans te ver gaan om uitvoe- de beginweerstand hoger zijn dan bij bruikt, zoals bij de meeste uit de Ver-
rig op de voor- en nadelen van deze het gebruik van niet of minder ver- enigde Staten afkomstige installaties
filters t.o.v. de vroeger algemeen toe- vuild materiaal. Ook zal de filterloop- het geval is, is het niet mogelijk het
gepaste zandfilters in te gaan. Er tijd steeds korter worden. I n de prak- doek schoon te spuiten. Bij deze in-
moge mede worden volstaan met tijk is het echter mogelijk gebleken stallaties dient dus telkenmale een
erop te wijzen dat in de praktijk is hetzelfde filtermateriaal zes tot acht nieuwe filtervulling te worden aan-
gebleken, dat met dit type installaties keer te gebruiken alvorens de begin- gebracht. In de Verenigde Staten
wordt dit geen overwegend bezwaar nig dat tot een voorbehandeling in de dat de bedrijfskosten relatief hoog
geacht, aangezien de diatomeenaarde vorm van een coagulatie moest wor- zouden zijn.
daar relatief goedkoper is dan hier te den besloten. In eerste aanleg werd het water ge-
lande. Het systeem van het herhaald Bij de ontijzering van grondwater is zuiverd door:
gebruik van hetzelfde filtermateriaal een voorbehandeling in de vorm van - een behandeling met aluminium-
wordt daar dan ook vrijwel niet toe- een chlorering of een aeratie uiter- sulfaat;
gepast. aard altijd noodzakelijk om de opge-
- een snelfiltratie over grof zand of
loste ijzerverbindingen in een affil-
grind;
4.5. Bereiding van drinkwater treerbare vorm te brengen.
De filtratiesnelheid bij voor de open- - een eindfiltratie over diatomeen-
Volgend op de ontwikkeling van aarde.
diatomeenfilters voor militaire doel- bare watervoorziening bestemde in-
einden en voor de zuivering van stallaties ligt meestal tussen 2,s en 5
De aan een publicatie van de Brus-
zwemwater, zijn - vooral in de Ver- mluur.
selse Intercommunale Watermaat-
enige Staten - verschillende instal- schappij ontleende foto van de voor
Meer in de buurt is reeds 20 jaar ge-
laties tot stand gekomen voor de be- het laatstgenoemde doel opgestelde
l d e n een aanmerkelijke grotere instal-
handeling van voor de openbare
latie gemaakt. De waterleiding van kaarsenfilters is hieronder als afb. 1 1
drinkwatervoorziening bestemd water.
Brussel heeft n.l. in 1948 haar in het overgenomen [ 9 ] .
I n het begin zijn daarmede verschil-
Maasdal gelegen grondwaterpompsta-
lende moeilijkheden en ook teleurstel- Toen in 1964 de onderhavige voorzie-
tion Yvoir-Champale aangevuld met
lingen ondervonden, die het gevolg ning continu in bedrijf moest worden
een station voor de zuivering van
waren van onvoldoende inzicht in de genomen, werd besloten het rende-
Maaswater. Aan dit station, dat
grondslagen van deze methode van ment daarvan op te voeren. Daartoe
slechts bij verbruikspieken in bedrijf
waterbehandeling. Dit was voor het is een z.g. clarifloculator aangebracht
behoefde te worden gesteld, werden
bestuur van de American Water waarmede het water reeds vr de fil-
de volgende eisen gesteld:
Works Association reden om een tratie kan worden uitgevlokt en ge-
studiegroep te vormen, die de toepas- - het moest snel in bedrijf kunnen klaard. Dit had mede het gevolg dat
singsmogelijkheden van diatomeen- worden genomen en zo nodig de capaciteit van de voorziening met
filters nader moest onderzoeken en 12.000 m3 gezuiverd water per dag 50% kon worden opgevoerd tot
richtlijnen moest opstellen voor een kunnen leveren; 18.000 m3 per etmaal.
verantwoorde opzet van dit type in- - het moest gering zijn van afme- De diatomeenfilters bleven in be-
stallaties. De studiegroep heeft in 1964 tingen daar het uit een oogpunt drijf. Hoewel de filtratiesnelheden
een zeer lezenswaardig rapport uitge- van landschapsbescherming onder- aanmerkelijk zijn opgevoerd is het
'

bracht, aangevuld met een uitgebreide gronds moest worden gebouwd, waar- resultaat van een voorbehandeling
literatuurdocumentatie [7]. bij het tevens van belang was de zodanig dat de looptijd van de filters
Het rapport begint met een overzicht bouwkosten zo laag mogelijk te hou- aanmerkelijk is verlengd. Thans kan
te geven van alle installaties die tot den. verscheidene dagen met n filtervul-
eind 1963 in de Verenigde Staten voor ling worden gewerkt zonder dat tij-
de openbare watervoorziening tot Aangezien het pompstation slechts nu dens het filtreren extra diatomeen-
stand waren gekomen. Het waren er en dan in bedrijf zou worden gesteld, aarde behoeft te worden toegevoegd.
in totaal 85 waarvan er 73 werden werd het niet als een bezwaar gevoeld De vraag zou naar voren kunnen
gebruikt bij de zuivering van opper-
vlaktewater en 12 bij de zuivering van
grondwater. Afb. 11 - Diatonieenfilters Pomnpstation Yvoir-cllampale.
Van deze 85 installaties waren er in-
middels al weer 12 buiten bedrijf. De
meeste daarvan hadden als proef-
installatie dienst gedaan of waren als
tijdelijke voorziening bedoeld geweest.
Over het algemeen hadden de instal-
laties een capaciteit van minder dan
200 m3/uur; zij dienden derhalve voor
de voorziening van betrekkelijk kleine
gemeenschappen. Ook uit een recente
publicatie over dit soort installaties
in de staat New York blijkt dat de
capaciteit van de daar aanwezige 29
installaties vrijwel steeds geringer is
dan de zojuist genoemde 200 m3/
uur [ 8 ] .
De meeste installaties voor de zuive-
ring van oppervlaktewater dienen voor
de behandeling van water dat slechts
in beperkte mate is verontreinigd; bij
slechts enkele installaties is de veront-
reiniging zowel door algen als door
andere zwevende bestanddelen, zoda-
worden gebracht of een dergelijke aa- waarmede tijdens de filtratie continu dat de filtratie met behulp van diato-
behandeling dan nog wel nodig is om een kleine hoeveelheid diatomeen- meenaarde een methode voor de ver-
water te verkrijgen dat aan de gestelde aarde aan het te zuiveren water wordt wijdering van zwevende bestanddelen
eisen voldoet. Maar hoe dan ook, de toegevoegd; een dergelijke toevoeging uit water is, waarvoor bij de bereiding
mening kan worden gedeeld van de wordt niet alleen noodzakelijk geacht van drinkwater alieen maar onder bij-
directie van het betrokken bedrijf, die om de filterlooptijd te kunnen ver- zondere omstandigheden toepassings-
filtratie over diatomeenaarde voor lengen, maar meer nog omdat reke- mogelijkheden aanwezig zijn. Aan deze
sommige gevallen een interessante me- ning schijnt te worden gehouden met vorm van fysische waterzuivering zou
thode vindt, welke het mogelijk maakt de mogelijkheid van het ontstaan van kunnen worden gedacht als het gaat
water te verkrijgen dat perfect is ge- scheurtjes in de ,,precoat" of grond- om een nabehandeling met het doel
filtreerd. laag. om, zoals de heer Leeflang in zijn
In Brussel waar het water eerst nog Hierin ligt een zwak punt van dit type inleiding heeft gesteld, het water ,,aan-
een voorbehandeling ondergaat, wordt zuiveringsinstallatie waarop ook in het genaam" te maken b.v. door het ver-
het als een verfijningsmethode be- rapport van de Amerikaanse com- wijderen van sporen ijzerroest of van
schouwd, in de Verenigde Staten missie wordt gewezen: de enige bar- resten mangaan uit water dat op zich-
wordt het, zoals reeds vermeld, bij rire tussen het ongezuiverde en het zelf reeds aan de gebruikelijke aan
zwak door zwevende bestanddelen gezuiverde water vormt een slechts leidingwater gestelde eisen voldoet.
verontreinigd water als enige filter enkele millimeters dikke laag filter- Een nadere bestudering van de moge-
gebruikt. materiaal: een laag die op zichzelf lijkheden welke de toepassing van
De reeds eerder genoemde Ameri- vrij kwetsbaar is en waarvan de goede diatomeenfilters zowel voor de berei-
kaanse commissie heeft over de toe- filtrerende werking slechts verzekerd ding van drinkwater als voor de zui-
passingsmogelijkhedenvan diatomeen- schijnt te kunnen worden door deze vering van zwemwater biedt, even-
filters onder meer de volgende alge- voortdurend in dikte te laten groeien. tueel aangevuld door het nodige speur-
mene uitspraken gedaan: Daarom zou kunnen worden gesteld, werk, verdient echter wel aanbeveling.
l e met diatomeenaardefilters kunnen
op doeltreffende wijze zwevende
bestanddelen uit water worden verwij-
1. Molt, E. L., ,,Coagulatie", 14de Vacantie Cursus Drinkwatervoorziening.
derd waarbij de helderheid van het
geproduceerde water zeker gelijk, zo 2. Hunter, J. V., Bell, G. R. and Henderson, C. N., ,,Coliform Organisation Removals by
Diatomite,Filtration", JAWWA 1967, 1160 e.v.
niet beter, is dan bij een zandfiltratie;
3. Baumann, E. Robert, Cleasby, John L. and La Freuz, Robert L., ,,A Theory of Diato-
2e de opzet van de installaties en de niite Filtration", JAWWA 1962, 1109 e.v.
eventuele noodzaak een voorbe- 4. Baumann, E. Robert, Cleasby, John L. and Morgan, Paul E., Theoretica1 Aspects o f
handeling toe te passen, is afhankelijk Diatomite Filtration Wat. & Sew. Works 1964, 229, 290, 331 e.v.
van de aard van de te verwijderen 5. Dillingham, J. H., Cleasby, J. L. and Baumann, E. R., Optimum Design and Operation
zwevende en colloidale bestanddelen of Diatomite Fiiration Plants, JAWWA 1966, 657 e.v.
waarbij proeven op semi-technische 6. Het nieuwe Flevoparkblad te Amsterdam, Gids voor Bad- en Zweminrichtingen, 1967,
schaal nodig zijn om deze opzet te 613 e.v.
kunnen vaststellen; 7. Task Group 2710 P, Diatomite Filters for Municipal Use, JAWWA, 1965. 157 e.v.
3e een zeer belangrijke factor bij het 8. Samuel Syrotynski, Experiences with Diatomile Filtration in New York State, JAWWA,
ontwerpen van de installaties is 1967, 867 e.v.
een doeltreffend ,,body feed" of ,,filter 9. Brusselse Intercommunale Watermaatschappij, Win-, Aanvoer- en Distributieinstallaties,
aid system", zijnde de apparatuur 1966.
PROF. DR. IR. P. M. HEERTJES
SUMMARY
The theory of the adsorption
A survey has been presented on the equilibria and especialy on
the thermodynamica1 approach of equilibria on sorption pheno-
mena, includiig adsorption and chemosorption.
Attention has been paid to the occurrence and the irnportance of
these phenomena in the processing of raw water, especially with
the object to produce drinking water.

Theorie van de adsorptie

Indien een vaste stof in contact is met wisselaar, een soortnaam die burger- berust op adsorptie, voor de sol-af-
een fluidum (gas of vloeistof) zullen recht heeft verkregen. vanging op chemosorptie die van
de zich in het fluidum bevindende electrokinetische aard is. Bij de kool-
moleculen door hun beweging botsen De adsorptie- en chemosorptieproces- Wtratie zijn hoofdzakelijk adsorptie-
met het oppervlak van de vaste stof. sen kunnen, zoals is in te zien, ge- processen van belang; bij de ijzer-
Deze botsingen zijn niet elastisch. De paard gaan met aanzienlijke warmte- hydroxidevlok is daarentegen voor een
botsende moleculen verblijven der- effecten. groot deel van chemosorptie sprake.
halve enige tijd aan dit oppervlak en Bij de waterzuivering zijn de adsorptie- De chemische ontmanganing is van
er ontstaat een opeenhoping van deze processen vrij belangrijk. Toch lijkt ingewikkelde aard, chemosorptie van
moleculen. Dit verschijnsel heet ad- het juister om de gegeven opdracht : zuurstof en mangaan spelen een rol,
sorptie. De grootte van de verblijftijd te spreken over adsorptie, iets ruimer het gevormde (hydr)oxide vertoont
is een functie van de kracht tussen de te stellen en te behandelen de theorie katalytische activiteit.
geadsorbeerde moleculen en de mole- van de sorptieprocessen zoals die bij
de waterzuivering te pas komen. Dit Bij de ontzoutingsprocessen wordt ad-
culen of groepen uit het oppervlak
is algemener, bovendien is een scherpe sorptie niet als scheidingsmethode ge-
van de vaste stof. Deze kracht kan
grens toch niet te trekken. bruikt. Wel kunnen sorptieverschijn-
van verschillende orde van grootte
selen van invloed zijn op de resultaten.
zijn, afhankelijk van de aard van de Sorptieprocessen resulteren in schei- Zowel bij het gebruik van ionenwisse-
desbetreffende moleculen. Zij varieert dingsprocessen. Ze komen in de water- laars, zoals in het Kuninproces, als bij
van een zuiver physische kracht, zo- huishouding zeer veel voor en worden de electrodialyse en de hyperfiltratie
als de v. d. Waals attractiekracht voor de waterzuivering veel toegepast. (omgekeerde osmose) kunnen door
(= 5 Kcal/mol), en die heersend bij De scheiding tussen natuurlijk voor-
een waterstof brug (w 10 Kcal/mol) adsorptie en door chemosorptie van
komende processen en kunstmatig toe- verontreinigingen uit het zoute water
en bij een electrostatische binding gepaste sorptieprocessen ligt voor de
(= 15 Kcal/mol) tot de homopolaire
ernstige verstoringen ontstaan van het
hand. Er kan tussen beide een over- proces.
chemische binding (s 100 - 150 Kcal/ gang groeien.
mol). Gezien de grote verscheidenheid Nog zij gemeld, dat verwacht mag
worden, dat in de toekomst de ver-
van bindingstypen spreekt men in col- Enkele voorbeelden zullen hier worden
lectieve zin van sorptieverschijnselen. genoemd. Tot de natuurlijke sorptie- wijdering van radionucliden zal ge-
schieden met natuurlijke ionenwisse-
De naam adsorptie is gereserveerd processen behoren de uitwisselings-
voor die gevallen, waarbij de bindings- processen van natuurlijk water (grond- laars zoals klei en veen.
kracht van zuiver physische aard is, water, rivierwater, zeewater) met de Voor de goede uitvoering van ge-
de naam chemosorptie als er sprake bodem, dat wil zeggen met zand, veen noemde processen is het van belang
is van een chemische binding. en klei. Vele van deze processen zijn precies te weten op welke verschijnse-
op basis van ionenuitwisseling. Zij be- len de plaatsvindende reacties en
Moleculen die aan een oppervlak ge- rusten op electrokinetische interacties; acties stoelen, opdat met vrucht de
sorbeerd zijn, kunnen van hieruit ook ook waterstofbruggen komen voor. theorie kan worden toegepast. Dit be-
in de vaste stof binnendringen, dus in Een enkele maal treedt adsorptie op. treft uiteraard enerzijds kennis over
de vaste stof oplossen; men spreekt De physische toestand van de vaste de dynamica van de situatie. Hierop
dan van absorptie. stof, het adsorbens, kan zeer verschil- wordt hier niet ingegaan. Anderzijds
lend zijn, bijna altijd is het geboden betreft dit de kennis omtrent de op-
Ge(ad)sorbeerde verbindingen kunnen uitwisselingsoppervlak relatief groot. tredende physisch-chemische opper-
door andersoortige verbindingen van vlakte reacties en van de evenwichts-
het oppervlak worden verdreven, het- Het aantal kunstmatige processen is toestanden. De aandacht zij dan nu
zij doordat deze een grotere bindings- reeds vrij groot, bovendien is het zeer gericht op de theorie van de (ad)sorp-
kracht hebben, hetzij door de massa- wel denkbaar, dat er in de toekomst tie, als onderdeel van de theorie van
werkingswet, dus omdat ze in zeer nog meer zullen bij komen. Het adsor- de (ad)sorptieprocessen.
grote overmaat aanwezig zijn. Dit ver- bens wordt in verschillende vormen
schijnsel komt veel voor. Worden in toegepast, als vlok, als bed en als In het algemeen kan worden gezegd,
een dergelijk proces ionen uitgewis- membraan. De diepbedfiltratie voor dat chemosorptie en adsorptie op-
seld, dan is de vaste stof een ionen- de afvanging van ijzerhydroxidevlok treden aan discrete plaatsen op het
oppervlak van het adsorbens. Tenge- componenten B, C, enz. is deze een oplossing (') aan het oppervlak
volge hiervan wordt op het oppervlak molaire thermodynamische potentiaal van een vaste stof (").
een monomoleculaire laag van gesor- bG Betrekken wij het aantal beschikbare
beerde moleculen opgebouwd. De waar- plaatsen net als de concentratie per
'A LA (G) P,T,nB,no em.
situatie op het oppervlak is dynamisch, in G de thermodynamische potentiaal volume eenheid en noemen wij deze
de bewegelijkheid van de moleculen of vrije enthalpie van het totale sys- concentratie aan plaatsen S.
hangt af van de eerdergenoemde teem is.
bindingskracht en van de temperatuur. Voor de vaststelling hiervan is nodig
In de beschouwde evenwichten is het de kennis van het aanwezige opper-
De vorming van meerdere lagen van aantal phasen tenminste twee. Wordt vlak per volume eenheid en het aan-
moleculen, dus sorptie aan eigen soort, de mol.themodynamischepotentiaal in tal plaatsen per oppervlakte eenheid.
zij het dat deze in een patroon ge- de standaardtoestand genoemd p, dan Indien de concentratie in de vaste
rangschikt is, is mogelijk in bijzondere geldt voor iedere component in iedere phase van de beschouwde component
gevallen. Dit verschijnsel kan optre- phase: is (C"), kan een bezettingsgraad (e)
den, o.a. bij relatief zeer hoge concen- p = p,, + RTlna worden ingevoerd, gedefinieerd als
traties van een gasvormig adsorbaat
en bij zwakke bindingskrachten tussen waarin a = activiteit van de be-
e (C")
=-- . Er is door Fowler statis-
T". S
adsorbens en adsorbaat. schouwde component in de beschouw- tisch en mechanisch af geleid dat:
de phase.
Bij de chemosorptie is het meestal te Het bovenstaande zij op een drietal
verwaarlozen. In de gevallen waarop situaties toegepast. In al deze gevallen
de aandacht hier is gericht, behoeft wordt uiteraard de druk en de tempe- Voor het evenwicht geldt dan der-
het verschijnsel niet in beschouwing ratuur constant verondersteld. Dit zal halve:
te worden genomen. niet telkens nadrukkelijk worden ver-
Dit betekent, dat bij toenemende meld. -Apo" -> 1 = RTln l @-RTlna'
-
e
concentratie van het adsorbaat de ge- Voor een vaste oplossing, dat wil dus
adsorbeerde hoeveelheid een maximale zeggen voor een absorptie-evenwicht
eindwaarde bereikt, als het gehele geldt dat er twee phasen zijn, de vaste waaruit volgt:
oppervlak is bedekt. Het aantal be- phase (I') en de vloeistofphase ('). In-
schikbare plaatsen per eenheid van dien n component van de vloeistof
e = constant.
1-8 ' a'
oppervlak hangt sterk af van het type in de vaste phase oplost, geldt der-
van binding. Bij chemosorptie wordt halve voor deze component of bij constante y':
het aantal plaatsen bepaald door het
chemische karakter van het oppervlak, e --
l - constant '.
de maximale bezetting soms mede 1-9 . (C')
Derhalve met behulp van vergelijking
door de grootte van de gesorbeerde Dit hyperbolische verband tussen 8
moleculen, i.v.m. sterische hindering. (1):
en a' (of (C'))is, zij het langs andere
Bij adsorptie wordt de bezetbaarheid -(Ap,'' + ') = -(pof'- p,') = weg, afgeleid en gebaseerd op andere
voornamelijk bepaald door de grootte a" concentratieparameters, voor het eerst
= RTln - (3)
van de moleculen. a' gegeven door Langmuir. Ze wordt ge-
Als de optredende physisch-chemische noemd de Langmuirse adsorptie iso-
Dus:
verschijnselen bekend zijn kunnen therm.
langs theoretische weg de evenwichten De constante die in de vergelijking (7)
worden afgeleid en in mathematische voorkomt is een maat voor de kracht
vorm worden vastgelegd. Het is reeds = constant
waarmede de moleculen worden ge-
eerder gezegd, dat de kennis van deze bonden. De vergelijking voldoet uiter-
De activiteit is evenredig met de con-
evenwichten bepalend is voor het be- aard aan de voorwaarde dat 8 + 1 in-
centratie (C), b.v. uitgedrukt in molen/
heersen van het proces vanwege de dien (C') -F cu .
vol. eenheid:
daardoor vastgestelde grenzen van het
scheidend vermogen en omdat een Vergelijking (7) geldt niet alleen voor
niet in evenwicht zijnd systeem, zich adsorptie. Ze is ook geldig voor che-
met een snelheid afhankelijk van de Indien de activiteitscoefficient y con- nzosorptie als het molecule in zijn ge-
afwijking van het evenwicht, van de stant is in het beschouwde gebied heel of stochiometrisch in zijn geheel
eigenschappen van het systeem en van volgt uit vergelijking (4): wordt gebonden. Een voorbeeld moge
de dynamische situatie, naar dit even- dit illustreren. Stel een vaste stof heeft
(C') = constant
wicht spoedt. CC"> f

dissocieerbare zoutbruggen, waaruit


dus door water een positief ion en een
De evenwichtscondities zijn vastgelegd Deze wet is voor relatief verdunde negatief ionen kunnen worden ge-
door het feit, dat bij constante tempe- toestanden, waarvoor y = 1 bij be- vormd, die door electrostatische
ratuur en druk de molaire thermo- nadering, emperisch gevonden door krachten aan elkander zijn gebonden.
dynamischepotentiaal van iedere com- Nernst, in het bijzonder voor vloeistof- Beide ionen worden verondersteld on-
ponent in iedere, aan het evenwicht vloeistof systemen, waarvoor uiter- bewegelijk te zijn, d.w.z. niet uit het
deelnemende, phase gelijk moet zijn. aard dezelfde afleiding geldt. oppervlak verwijderbaar. Wol is een
Voor een component A, die voorkomt dergelijke vaste stof.
met n* molen in een systeem dat Als tweede voorbeeld zij gekozen de
verder ng, nc enz. molen bevat van de adsorptie, van n component vanuit Er zijn dus aan het oppervlak even-
veel positieve als negatieve potentiele is er tussen phase (") en phase (') een
bindingsplaatsen. Actueel zijn er van- potentiaal verschil +.
zelfsprekend evenveel bij het isolec- Stel dat het niet verolaatsbare ion
trische punt. Omdat er sprake is van negatief is en dat het evenwicht wordt = exp - (A,u,)'~'+' = constant.
zoutbruggen kan dus het zuurrestion beschouwd met de ioniseerbare stof of:
protonen binden, het baserestion ka- KA dat in oplossing is gesplitst in de
tionen. ionen K + en Am. Derhalve zal K + e 1 es
(o(+")+- ) =
Wordt nu een zuur, zoals b.v. HCI,
aan het oppervlak worden gebonden i-e (K+/)z v
door electrostatische krachten. Ge- = constant (13)
gesplitst in H + en Cl-, aan de stof ge- zocht zal worden het verband tussen
bonden, dan kunnen zich twee geval-
en de activiteit van K + Uiteraard zou ook (K+") te elimine-
len voordoen.
ren zijn. Evenwel ontstaan dan on-
In beide gevallen wordt het proton
in de oplossing. Gemakshalve be- handelbare vergelijkingen. Bovendien
(H+) aan de negatief geladen groep
schouwen we het geval van een ver- is veelal S t.o.v. de andere concentra-
electrostatisch gebonden. Wordt daar-
dunde oplossing, zodat voor deze acti- ties groot, V is meestal < 1 en (K+")
naast ook het Cl' aan de positief ge-
laden groep electrostatisch gebonden,
viteit mag worden geschreven (K+'). < (K,'). Derhalve is voor veel ge-
In plaats van de normale schrijfwijze vallen (K+") te verwaarlozen ten op-
dan is het totale effect dat per proton
in feite een molecule HC1 wordt ge-
voor een ion, zoals K + , enz., zal voor es
zichte van -
sorbeerd. In dat geval geldt dan dat
de concentraties ter vereenvoudiging v .
worden geschreven (K+) enz. De be- In dat geval gaat vergelijking (13)
8~= 9 eH$.= 8 ~ 1en - is de Lang-
handeling verandert daardoor in we- over in:
muir vergelijking voor ieder van de
zen niet.
drie gevallen geldig. 1
Het kan evenwel zijn - dit is het Er geldt dus:
e2
.-- - constant
1-8 (K+02
tweede geval - dat het Cl- niet ge-
bonden wordt, doch diffuus in de op- Voor K + : p"' = polf' + 1-8
RTln -
e
of:
lossing rond de positieve groepen 1 l
aanwezig blijft. Hierbij is aan de elec- Voor K + en A- : - 1-
e2 (K+')%constante '
troneutraliteit te denken. In dit geval I
pf' = po" + Rt In a" - 0

geldt de Langmuir vergelijking niet en 1 p' = pof + Rt In a' (14)


wel omdat er rond de vaste stof een Alweer (13) en (14) nadert 8 +1 voor
vloeistofphase moet ontstaan, die ver- Hieruit volgt, onder in achtneming van
het electrische potentiaal verschil $ : (K+') m.
schillend in samenstelling is van de
hoofd waterphase. Men bedenke dat voor A-: De afgeleide evenwichtsvergelijking
er nu sprake is van een evenwicht - (Ap,)" +-' = O = RT In (A_")- voor sorptie aan een oppervlak tussen
tussen drie phasen en niet meer tussen - RT In (A_')- +F (8) e en (K+') zijn alle van de 2de graad
twee phasen. Een dergelijk geval kan en vertonen dezelfde karakteristiek,
F is de Faraday
zich voordoen als beide typen ionen namelijk dat de toename van de ge-
in het oppervlak onbewegelijk zijn, De Ap, in bovenstaande vergelijking sorbeerde hoeveelheid met toename
maar zal zich zeker voordoen indien is nul, omdat de standaard potentialen van de concentratie in oplossing, rela-
er slechts n type ion onbeweeglijk in de vloeistofphasen gelijk zijn. tief steeds minder wordt. Bovendien
is. blijkt uit een analyse van de voorbeel-
voor K + : den, geprojecteerd tegen de tot nu toe
Kiezen wij dit laatste als derde voor- - AF^)'^ j/= O = (K+") - bekende gevallen van (ad)sorptie, dat
beeld en noemen dit naar degeen die
deze gevallen het eerst heeft be-
- RT In (K+') + $F (9) ze een betrekkelijk groot aantal ge-
en - (Apo)"'+' = RTln e
vallen beslaan.
schouwd de Donnan-evenwichten. --
1-43
Over de ontstane tweede vloeistof-
phase dient eerst het volgende te wor-
- RT In (K+') +F+ De meest eenvoudige algemene wis-
(10) kundige benaderingscorrelatie tussen
den gezegd. De vaste stoffen zoals Uit de voorwaarde voor electroneu- f 3 en (K+') voor alle adsorptieproces-
ionenwisselaars, wol, zijde, veen, enz. tralitejt volgt tenslotte nog: sen, zou derhalve in een twee para-
waarbij dit type evenwichten optreedt meter vergelijking van de vorm:
of kan optreden, zijn meestal hoog- +
v (A,") = v (K+") (K+'") ( 1 1)
moleculair en hydrophiel. Ze zijn
zwelbaar in water en hebben mede Hierin is V het volume van de interne
vloeistofphase per volume eenheid kunnen worden geschreven. Hierbij is
daardoor een groot toegankelijk op-
vaste stof. b = 0,5 en in ieder geval O < b < 1
pervlak. en hangt a van het proces af.
Door combinatie van de vergelijkin-
gen (8) en (9) volgt de eerste belang- Het blijkt nu, verrassenderwijze, dat
Het is, zeker in eerste benadering, ge-
rijke conclusie: voor de tot nu toe bekende resultaten
oorloofd de tweede vloeistofphase
vergelijking (15) een vrij redelijke lijn-
identiek te stellen aan deze zwelvloei-
aanpassing geeft, waarbij de groot-
stofphase. Gemakshalve noemen wij
heden a en b van geval tot geval ver-
deze vloeistofphase de interne vloei- Het verband tussen 8 en (K+') volgt schillen.
stofphase. Er zijn derhalve drie pha- uit de vergelijkingen (8) t/m (11) door
sen: de vaste stof ('") de interne vloei- eliminatie van (A_"), (K-'!) en $F. Vergelijking (15), die dus geen
stof (") en de oplossing ('). Tenge- Bovendien geldt voor de oplossing dat physisch-chemische achtergrond heeft,
volge van het verschil in samenstelling (K+') = (A_').Er resulteert: wordt wel genoemd de exponentiele
isotherm van Freundlich. Deze naam nen zoals Ca++, Na+, H + enz. De richte maatregelen te nemen om sto-
is foutief. De vergelijking is niet ex- selectiviteit van het verwijderings- ringen in het proces op te heffen, laat
ponentieel. Bovendien heeft Freund- proces hangt sterk af van de energie staan om het proces optimaal te be-
lich in de aanvang deze vergelijking waarmede de verschillende ionen wor- driiven.
niet voorgesteld, maar een andere. De den gebonden. Deze fundamentele
Er is bekend, dat ontmanganing in
vergelijking komt het eerst voor in een kennis ontbreekt geheel en is nodig
vitro beneden een pH s 8.5 niet
artikel van de Nederlandse geleerde wil het proces kunnen worden be-
Van Benzmelen, die haar overigens - heerst. Hetzelfde geldt voor de ionen- plaats vindt, terwijl tot pH = 7 dit
wel in een met Mn (hydr)oxiden be-
terecht - nooit naar voren heeft ge- wisselaars zelve, waarvan nog niet
schoven omdat de physisch chemische met zekerheid kan worden gezegd, dekt bed geschiedt. Dit duidt op een
achtergrond ontbreekt. katalytisch proces. De reactiesnel-
welke groepen voor de afvanging ver-
heidsconstante hangt zeer sterk af van
Uit dit alles moge toch volgen, dat antwoordelijk zijn en hoe het mecha-
het type mangaan(hydr)oxide dat aan-
kennis van het actuele gebeuren bij de nisme van de uitwisseling is. Terzijde
wezig is. Ze is maximaal voor het
verschillende processen noodzakelijk zij opgemerkt dat ook naar uitvoering
oxide waarbij de O/Mn verhouding
is, wil tot een behoorlijk gefundeerde nog verschillende vragen te beant-
1.33. Het bicarbonaatgehalte en de
procesvoering kunnen worden beslo- woorden zijn. Moet het proces even-
ermede verband houdende p~ en de
ten. Deze kennis ontbreekt bij de tueel in de bodem gebeuren, of moe- hoeveelheid zuurstof die zich aan het
waterzuivering nog op zeer veel pun- ten eenheden worden gebouwd waar- oppervlak bevinden zijn snelheidsbe-
ten. Een aantal daarvan zij kort aan- mede bovengronds de zuivering van palend. Dit geldt niet voor de hoe-
gestipt. relatief kleine hoeveelheden geschiedt.
veelheid geadsorbeerde Mn+, omdat
Bij de reeds genoemde hyperfiltratie
de reactie een eerste orde reactie is
Hoe triviaal ook, dient te worden ge- voor de winning van zoet water uit
(Mn++) in oplossing is, en de ge-
steld, dat voor een verantwoorde wa- zout water, is tot nu toe het meeste adsorbeerde hoeveelheid niet lineair
terzuivering kennis over de aard en succes verkregen met membranen van met de concentratie in de oplossing
hoeveelheid van de verontreinigingen celluloseacetaat, dat gedeeltelijk is
verander t.
in het water nodig is. Deze kennis is verzeevt. De werking- van de zeer
nog zeer onvolledig. Het gemis aan dunne laag (%-lp) van het mem- Het lijkt op het ogenblik dat door de
kennis klemt des te sterkei omdat braan die aan de hoge druk kant voor katalysator aan de zuurstof atomen
juist de schadelijke en ongewenste de retentie van het zout zorgt, is nog electronen worden toegevoegd die aan
verontreinigingen dikwijls slechts in altijd niet duidelijk. De scheiding kan Mn++ zijn onttrokken. De zuurstof
kleine hoeveelheden in het water voor- veroorzaakt worden door de relatief ionen zullen aan het oppervlak met
komen en derhalve minder gemakke- kleine diffusiesnelheid van de gehy- de Mn3+ ionen en met een mangaan-
lijk te vinden zijn. In direct verband drateerde natrium- en chloorionen, ion uit de oplossing en water reageren
met het voorgaande staat het gevolg vergeleken met de snelheid van de onder vorming van het mangaan-
van het gebrek aan kennis van de watermoleculen, of berust op een af- hydroxide en van protonen.
(ad)sorbentia, zowel naar eigenschap- zeefeffect van de grote gehydrateerde
Ook in dit geval zijn chemosorptie
pen als naar specifieke toepassing. ionen door met water benatte ,,po-
processen van essentile betekenis.
rin" van kleine diameter in het mem-
Onvoldoende is nog bekend welke in- braan. Wat ook het gebeuren moge Onderkenning van de deelprocessen
vloed de genoemde verontreinigingen zijn, de werking van het membraan - die nu nog zeer onvolledig is - is
hebben op de effectiviteit van kolom berust op de moleculaire struktuur nodig, opdat verantwoorde maatrege-
en membraamprocessen, zals electro- van het polymeer en op de physisch- len kunnen worden genomen tot ver-
dialyse, hyperfiltratie en ionenwisse- chemische eigenschappen hiervan. Be- betering en leiding van het proces.
ling. langrijk is hierbij, dat het gebruikte Het bovenstaande moge hebben dui-
Ook is een betere kennis noodzakelijk cellulose acetaat zwak hydrophiel is delijk gemaakt, dat bestudering van
van de bij adsorptie en chemosorptie en dus preferentie heeft voor water. grensvlakverschijnselen en de ermede
plaats vindende reacties, zowel bij toe- Verontreinigingen in het water zullen gepaard gaande sorptieverschijnselen
passing als scheidingstechniek, maar - zelfs in kleine hoeveelheden - via van essentieel belang zijn voor de be-
in het bijzonder als ze storend werken adsorptie het oppervlakte-karakter reiding van drinkwater. In feite voor
op andere scheidingsprocessen. aanmerkelijk kunnen wijzigen en het de gehele waterhuishouding. De be-
Het bovenstaande zij aan een drietal oppervlak hydrophiel kunnen maken, studering zal het mogelijk moeten
voorbeelden, geput uit eigen ervaring, waardoor de werking verloren gaat. maken over de reinigingsprocessen,
wat nader geadstrueerd. Daarnaast kan verstopping der ,,po- die in de toekomst in steeds grotere
rin" optreden en ook door absorptie mate en in grotere variteit nodig zul-
Zoals reeds aangestipt is bekend, dat een sterk veranderde zwelling. - len zijn, optimaal te leiden. Dit kan
radionucliden door de natuurlijke ook anders gezegd worden. De be-
ionenwisselaars zoals klei en veen Het is dringend noodzakelijk dat, door reiding van goed drinkwater is uitge-
kunnen worden verwijderd. Klei vangt kwantitatieve bestudering van de ver- groeid tot een proces industrie, waar-
b.v. af kationen van: 137CS, 90Y, schijnselen, opheldering over dit soort bij naast de van
106R~,goSr, I37Co, veen vangt b.v. af vragen wordt gevonden. de grondstof in zo geconcentreerd
kationen van 90Sr en 60Co. Deze af- Als laatste voorbeeld zij gekozen de mogelijke vorm door de civielinge-
vanging van de altijd relatief kleine chemische ontmanganing van grond- nieurs, bij de verwerking ook de che-
hoeveelheden radionucliden zoals ze water. Ondanks een grote hoeveelheid misch-technische processen in volle
in water kunnen voorkomen, wordt praktische kennis op dit gebied, zijn omvang moeten zijn bestudeerd en
sterk benvloed door de aanwezigheid de verschijnselen nog niet eenduidig begrepen. In het bijzonder speelt hier-
van veel grotere hoeveelheden katio- te verklaren, derhalve zijn geen ge- bij de (ad)sorptie een belangrijke rol.
DR. W. HOPF
SUMMARY
Adsorption to activated carbon
Activated carbon is applied in drinkmg water purification for the
elimination of taste, odour and colour, either in powder or in
granular form. Powdered activated carbon is utiiized quite well,
but small doses can not be applied as this would require rather
long periods of contact. Granular activated carbon is used in
down flow and up flow filters. For good results it must satisfy
specific requirements with regard to grain size, specific gravity and
resistance against abrasion. The consumption of activated carbon
depends upon raw water quality and the possibility of regenera-
tion. Chlorination has little effect on efficiency of activated
carbon, but pre-ozonation saves large amounts of carbon and
makes a separate demanganation superfluous. The required back-
washing moreover removes iron and manganese deposits, allowing
the carbon to be regenerated several times. The cost of activated
carbon treatment does depend on the type applied and the possi-
bility of regeneration.
Activated carbon is not suited for the treatment of domestic
wastes. In the chemica1 and in the oil industry it could be used to
advantage but examples of these are still quite rare.

Aktivkohle in der Wasseraufbereitung

Hauptsachlich zur Entfarbung, aber grundlich geandert, da durch die ver- tillation, aber nicht bei Siedehitze, wie
auch zur Beseitigung strender Ge- mehrte Einleitung von Abwassem, be- sie jeder Chemiker kennt, sondem bei
ruchs- und Geschmacksstoffe aus Flus- sonders der chemischen Industrie und gewhnlicher Temperatur, handelt!
sigkeiten sind schon seit langer Zeit der Petrochemie, die direkte und in- Die Filtration durch Aktivkohle dage-
verkohlte Produkte verschiedener Her-
kunft benutzt worden, die ausser aus
direkte Wasserversorgung aus Ober-
flachenwassern rnehr und mehr ge-
gen ergab e h brauchbares Wasser -
mit technisch und wirtschaftlich trag-
Holz vorzugsweise aus tierischen Roh- schadigt wird, ohne dass es mglich baren Mitteln. Da die Versuche dazu
stoffen als Tierkohle, Blutkohle, Leder- ware, auf Wasser besserer Quaiitat in grossem Massstabe bei den Stadt-
kohle, Knochenkohle hergestellt wur- auszuweichen. Dies gilt insbesondere werken Dusseldorf angestellt worden
den. Diese Kohlearten wurden m - fur die am Rhein gelegenen Wasser- sind, sei es gestattet, auf die dabei
nachst nur in kleinem Masstabe, Z.B. werke, die ihr Wasser grsstenteils (Z.B. gemachten Beobachtungen zurckzu-
in Apotheken, gelegentlich auch zur Dusseldorf zu 85-90 OJo) als Uferfiltrat greif en.
Schnung von Branntwein und dergl. aus dem Rhein entnehmen. Die Ver-
verwendet, bis d a m irn vorigen Jahr- schlechterung der Uferfiltrate war
hundert ihre grosstechnische Benut- schon im Jahre 1952 nicht mehr zu 2. Verschiedene Arten von Aktivkohle
zung, in erster Linie in der Zucker- iibersehen, und die in 1953 gegriindete Die heute zur Verfugung stehenden
industrie begann. Die lange Zeit aus- ,,Arbeitsgemeinschaft Rhein-Wasser- Aktivkohlen sind zwar alle den alten
schliesslich gebrauchte Knochenkohle werke", machte es sich unter Leitung Tier- und Knochenkohlen und auch
erwies sich dabei auf die Dauer als zu von Herrn Prof. Holluta zur Aufgabe. den einfachen, durch Meilerbetrieb
teuer und mengenmassig nicht mehr einerseits die Qualitats-veranderung gewonnenen Holzkohlen weit uber-
beschaffbar, so dass die seit Beginn des Rheinwassers zu uberwachen, an- legen; trotzdem ist aber nicht jede
des 20. Jahrhunderts entwickelten dererseits nach Mitteln zu suchen, auf Aktivkohle fur jeden Zweck gleich gut
eigentlichen Aktivkohlen, obwohl an- wirtschaftliche Weise das Uferfiltrat geeignet. Schon vom Rohrnaterial her
fanglich teurer, die alte Knochenkohle mnachst von strenden Geruchs- und gibt es grosse Unterschiede: die meist
inzwischen praktisch vollkommen ver- Geschrnacksstoffen zu befreien. verwendeten Stoffe sind Laub- und
drangt haben. Nadelhizer, auch in Form von Sage-
Zu diesem Zweck wurden damals alle mehl, Torf, Braunkole, Holz- und
In der Wasserauf,bereitung werden
bisher bekannten Aufbereitungsver- Steinkohle, Grudekoks und Frucht-
Aktivkohlen erst seit relativ kurzer
fahren durchprobiert, von der Fallung schalen, meist von Kokosnussen und
Zeit, d. h. seit etwa 30 Jahren, in
und Flockung mit und ohne Chlorung Mandeln. Die Aktivierung geschieht
zunehmendem Masse angewendet.
bis zur Intensivbeluftung und bis m r entweder durch Erhitzen rnit Luft auf
Friiher stand fast uberall Wasser von Filterung durch aktive Kohle. Ausser 350-450" bzw. mit Wasserdampf auf
guter Qualitat reichlich zur Verfu- letzterer brachte allen diesen her- 800-100O0, oder aber chemisch durch
gung; war das Wasser rtlich nicht kmmlichen Verfahren nur die Be- Behandlung rnit Chlorzinklsung bzw.
ganz einwandfrei, etwa durdi Humus- luftung, aber mit dem grosstechnisch Phophorsaure, auch mit konzentrierter
stoffe gefarbt, so handelte es sich meist unmglichen Aufwand von 200-300 Schwefelsaure bei 400-1000" C u.a.m. ;
um kleine Wasserversorgungen, bei m3 Luft fur 1 m3 Wasser, einen guten dabei werden zur Gasaktiviening vor-
denen man die Kosten der Aufberei- Erfolg; das Missverhaltnis zwischen verkokte Stoffe (Holzkohle, Torf-
tung scheute und mit deren Qualitat Luft- und Wassermenge ist verstand- kohle), zur ohernischen Aktivierung
man sich abfand. iich, wenn man sich klarmacht, dass es aber Torf, Holz oder Fmchtschalen
In den letzten Jahrzehnten hat sich das sich dabei urn eine Wasserdampfdes- venvendet.
Dass dabei Kohlen sehr verschiedener Die Dsseldorfer Versuche sind an sollte bei jeder Kohle auf gute me-
Typen entstehen, ist eigentlich selbst- anderer Stelle [l, 21 ausfhrlich be- chanische Festigkeit gegen Abrieb ge-
verstandlich. Obwohl alle sich durch schrieben worden; es sollen deshalb achtet werden, da sonst nicht nur
eine sehr grosse innere Oberflache hier nur einige Angaben gemacht merkliche Verluste an Kohle eintreten
auszeichnen, die zwischen 200 und 700 werden, die sich im Betrieb als brauch- knnen, sondern ein Zerfall der Kohle
m y g betragt, kann doch die Poren- bar erwiesen haben und unter nor- zu kleineren Krnungen auch Schwie-
verteilung und die Porenstmktur, ins- malen Bedingungen, evtl. mit kleinen rigkeiten bei der eigentlichen Filterung
besondere der wirksamen Anteile von Aenderungen, allgemein gelten knnen. mit sich bringt.
Kapillaren zwischen 2 und 100 p einer-
seits und unter 2 p andererseits grosse Fur die Bauart der Filter empfiehlt
Unterschiede in der Wirksamkeit der sich unbedingt der Einbau von 4. Technische Verwendung von
Dusenbden, da nur diese eine gleich- gepulverten Aktivkohle
Kohlen mit sich bringen.
massige Filterung durch den ganzen ~~~~~d~~~ pulverkohle
Schiesslich kommen die Aktivkohlen Querschnitt des Filters und umgekehrt scheint den ~ l i vielver-
~ k
auch usserlich betrachtet in ganz ver- eine vollstandige Spulung der Filter- sprechend und sehr viel rationeller als
schiedener Form in den Handel, teils schicht ohne tote Ecken gewahrleisten; die K ~ m sein,~ und ~sie ~ ~
im Originalzustand, evtl. gebrochen auch sollte eine Luftsplung mglich d, tatsachlich in der wasser-
und auf Kornklassierung gesiebt, aber sein bzw. richtiger eine Wirbelung der aufbereitung oft mit ~ ~venvendet.
f ~ l ~
auch gemahlen als Pulverkohle, oder Filterschicht mit Luft vor dem Spulen
aber als geformte Kohle, die meist aus mit Wasser. Als gunstigste Filter- Die Pulverkohle wird durch Mahlen
Torf, Holzmehl und dergl. in sehr geschwindigkeit hat sich 30-35 m / h ungeformter aktivierter Kohle in ver-
gleichmassigen, harten und abriebfes- erwiesen. Fur die Ruckspulung spielt schiedener Feinheit hergestellt; fr die
ten Krnern hergestellt wird. die Beschaffenheit der Kohle eine aus- Wasseraufbereitung werden in der Re-
schlaggebende Rolle, da das Filterbett gel die feinsten Krnungen gewhlt.
Die Hersteuung der AktivkOhlen er- mglichst vollstndig angehoben wer- Von diesen geht ein sehr grosser Teil
fOrdert angesichts der vielf.altigen den sou, ohne dass Kohleteilchen weg- durch das Sieb DIN 4188 rnit 0,04 mm
Mglichkeiten grosse Erfahning- Bei geschwemmt werden. Die Kohle soli Maschenweite. Unter Bercksichtigung
der Auswahl geeigneter AktivkOhlen deshalb mglichst gleichmassig ge- eines Porenvolurnens von rd. 30 0/0
ist es deshalb durchaus richtikTl sich kmt sein, etwa van 1,5-3,0 mm, mit kommen dann wenigstens 10-15.000
der Erfahrungen der Hauptanteil van 2-2,5 mm. Der Filter- Teilchen auf 1 rnm3, so dass bei einem
bedienen* sich aber auch nicht widerstand liegt darm fr 3 m Schicht- angenommenen Schiittgewicht von 0,3
unbedingt deren Angaben zu ver- hhe meist unter 1 m; gespult wird in (1 mm3 = 0,3 mg) das einzelne Teil-
lassen; VOrversuche in jedem der Regel, wenn der Widerstand 6 m chen aur etwa 0,02-0,03 y wiegt. Da
Falie nOtwendig-Wir haben mancher- erreicht hat. Um mit g1eiche.r Spul- diese feinen Partikel sich meist schlecht
lei KOhien die sich nach wie Ffitergeschwindigkeit van 30-35 abfiltrieren lassen, wird oft nach aus-
Beschaffenheit und Preis fr andere m / h ausmkommen, sou das Schtt- reichender Einwirkzeit vor der Filte-
Zwecke sehr gut eigneten, in unserer gewicht der Kohle mglichst zwischen rung geflockt (z. B. mit Eisen) oder
Aufbereitungsanlage aber nicht ver- 0,3 und 0,45 liegen; das Filterbett Kieselgur zugesetzt.
wendet werden konnten. dehnt sich dann bei der Spulung um
Da die verfkgbare Oberflache der
50-40 0/0 aus. 1st die Kohie leichter,
Pulverkohle unvergleichlich grsser ist
3. Technische Verwendung von wird sie evtl. teilweise mitgenommen,
als bei Konikohle, sollte die Pulver-
gekrnten Aktivkohle so dass die Splwassergeschwindigkeit
kohle besonders gut ausgenutzt wer-
vermindert werden muss (wodurch die
Da wir vor unseren ersten Versuchen Splung weniger intensiv wird); ist die den. Dies trifft im allgemeinen auch
noch keinerlei Aufbereitungsanlagen Kohle schwerer, muss schneller ge- zu; doch ergeben sich gerade aus der
hatten, haben wir von vornherein von splt werden, da sonst das Filterbett kleinen Teilchengrsse Schwierigkei-
der Benutzung der Pulverkohle abge- ten fur die Aufbereitung, falls nicht
ZU wenig anhebt und ungesplte
sehen, weil diese eine besondere Filter- Nester darin verbleiben knnen; dies eine gewisse Mindestmenge an Kohle
aulage erfordert. Nimmt man natur- verursacht aber hheren splwasser- von vornherein bentigt wird, die bei
fiche ader geformte Kornkohle, s0 verbrauch. In jedem muss sus- etwa 5 g/m3 liegen mag. Das Ver-
haltnis von Masse zu Oberflache -
man reichender freier Splraum oberhalb
die im Wasser fr die Reibung des
schichtfilter Raurnfilter der Kohleschicht vorhanden sein; es _zehen Teilchens ausschlaggebend
den. Schwebeschichtfilter haben den ist nicht zu empfehlen, wegge-
Vorteil, dass sie nicht gespult werden schwemmte KoNekrnchen durch ist - wird namlich bei der feinsten
mussen; enthalt das Wasser jedoch Siebe abfangen zu da Pulverkohle so klein, dass daraus nur
Schwebestoffe, z. B. geflocktes Eisen sich leicht verstopfen und sogar ganz eine minimale Sinkgeschwindigkeit,
und Mangan, so muss hinter dem zusetzen knnen. d.h. Eigenbewegung gegen Wasser
Schwebeschichtfilter noch ein mecha- resultiert. Infolgedessen schwimmt
nisches Filter angeordnet werden, das Ein hoher Anteil an Feinkorn ist uner- jedes winzige Kohlepartikelchen, auch
auch wegen des evtl. im Schwebe- wnscht. Bei jedem Spulvorgang tritt wenn das Wasser, etwa im Accelator,
schichtfilter anfallenden Kohlestaubs eine Klassierung der Filterschicht nach bewegt wird, in der Wasserhulle mit,
aus Abrieb, ntig ist. Infolgedessen Korngrsse e h , wobei die Feinstanteile von der es umgeben ist. Es dauert
kam das Schwebeschichtfilter fik uns sich schliesslich in der obersten Schicht deshalb sehr lange, bis jedes Wasser-
ebensowenig in Frage wie die An- wiederfinden und den Filterwiderstand teilchen (das man sich recht klein vor-
wendung von Pulverkohle, so dass wir unntig erhhen. Die feinsten Teilchen stellen muss, z.b. 1/l000 e) mit
uns von vornherein fr das normale bis etwa 0,2-0,3 mm @ werden aller- einem Kohleteilchen in Kontakt ge-
Raumfilter entschieden haben. dings beim Spulen meist entfernt; doch kommen ist, was aber doch die Vor-

75
aussetzung fiir jede Reaktion, also auch 5. Bedarf an Aktivkohle in den und ausreichende Reaktionszeit
fur die Adsorption der im Wasser ge- Abhangigkeit von der gewahrleistet ist.
Isten Stoffe ist. Aus diesem Grunde Wasserbeschaffenheit
bringt auch ,,fein verteilte Pulverkohle Inzwischen hat sich die Beschaffenheit
im Wasser" - ,,praktisch keine Ent- unserer Uferfiltrate verandert; der
Der Bedarf an Aktivkohle muss
chlorung". KMnO4-Verbrauch ist kaum schlech-
mglichst mit mehreren verschiedenen
ter, mitunter sogar besser geworden;
An einem einfachen Experiment lasst Typen und unter verschiedenen Be-
fur Geruchs- und Geschmacksschwel-
sich dies leicht demonstrieren. Per- dingungen festgesteut werden. In den lenwerte trifft dies jedoch nicht m,
manganat wird von aktiver Kohle Dusseldorfer Vorversuchen [l] hat
der Charakter von Geruch und Ge-
glatt m Braunstein reduziert nach der sich Hydraffin BD am besten bewahrt;
schmack ist eher unangenehrner ge-
Gleichung: gleichwertig ist eine auch in der end-
worden. Die Ursache dafur ist in den
gultigen Aufbereitung eingesetzte
Abwassern der chemischen Industrie
Kohle der ,,NoritWund die LW-Kohle und besonders der Petrochemie zu
von Bayer Leverkusen. Die Versuche suchen; wollten wir heute unsere
knnen hier nicht im einzelnen be- Uferfiltrate nur mit Kohle allein auf-
Man gibt in 1000 ml Wasser z. B. 2 ml schrieben werden; doch sei gesagt, bereiten, so mussten wir mit einem
n dass sich von 3 verschiedenen Filter- spezifischen Kohleverbrauch von 30-
-KMn04 (= 0,22 mg Mn). D a m geschwindigkeiten (15, 30 und 50 m/h) 40 g/m3 rechnen.
100 die mittlere am besten bewahrt hat,
fugt man 1 ml einer Aufschwemmung so dass wir auch die endgultige Auf-
von 1 g Pulverkohle in 1000 ml Was- bereitung mit 30-35 m / h betreiben. 6. Lebensdauer der Aktivkohle
ser (= 1 mg C), das ist etwa das 60- Der spezifische Kohleverbrauch - bis Mit dem spezifischen Kohleverbrauch
fache der fur die Reaktion erforder- zum Durchbruch von Geruch- und hangt die Lebensdauer einer Filter-
lichen Menge. In einem zweiten, drit- Geschmack durch eine 3,50 m hohe fullung unmittelbar zusarnrnen; beide
ten und vierten Kolben werden zu der Kohleschicht - betrug in einem 1. Werte verhalten sich einander entge-
gleichen Permanganatmenge (2 ml Versuch ca 6,s g/m3 Wasser, in einem gengesetzt. Arbeitet man mit Pulver-
n 2. aber 13 g/m3, wobei die Beschaf- kohle, so wird man im Endeffekt
-- Lsg.) nun 2,s und 10 ml der etwa ebensoviel verbrauchen, wie dem
fenheit des Uferfiltrats von ausschlag-
1O0 spezifischen Kohleverbrauch im Korn-
gebender Bedeutung war. Die bekann-
Kohleaufschwemmung gegeben. D a m ten Erscheinungen -der selektiven Ad- kohlefilter entspricht. Die Pulverkohle
werden alle 4 Kolben mglichst gleich- sorption konnten dabei deutlich be- ist jedoch in der Regel verloren, wah-
zeitig langsam geschwenkt. Es zeigt obachtet werden, da die Filter in Ab- rend man die Kornkohle regenerieren
sich, dass die Lsung 4 schnell ent- standen von je 50 cm mit Probier- und damit ihre Lebensdauer ver-
farbt wird, bei 3 dauert es etwas Ian- langern kann. Ob sich das Regenerie-
hahnen versehen waren. Die Verdrang-
ger, wahrend bei 2 und besonders l ren lohnt, hangt in erster Linie davon
ung anfanglich adsorbierter Stoffe
lange Zeit (bis zu 15 Min. und mehr) ab, ob die Kohle relativ sauber ge-
durch andere, die in geringerer Kon-
erforderlich ist. Der Kohleuberschuss blieben oder aber mit strenden Abla-
zentration vorlagen, fuhrte wiederholt
ist auch bei 1 mehr als ausreichend; gerungen mehr oder weniger bedeckt
zu aufffallenden Geruchs- und Ge-
der Unterschied beruht darauf, dass ist. Hierfur kommen in seltenen Fal-
schmacksvernderungen am Ablauf:
in Probe 1 nur 15-20, in Probe 4 aber len Kalkabscheidungen, haufig dage-
Wasser, das am Filtereintritt einen
ca 150-200 Teilchen in 1 ml Lsung gen Eisen- und Manganoxide in Be-
muffig-chemischen Geruch hatte, roch
suspendiert sind. Selbstverstandlich tracht. Da die Regeneration thermisch,
nach der Filterung etwa nach Sellerie
muss man mit Abweichungen rechnen, oder Meerrettig (nicht immer unange- meist bei mindestens 7-800" C erfolgt,
die durch die Art der Kohle, und den werden Kalkablagerungen wenigstens
nehm). War ein Filter bei besonders
Schuttelvorgang bedingt sind. Die teilweise zu Cao, das bei der erst-
schlechter Qualitat des Rohwassers
Tendenz wird jedoch sichtbar; auch maligen Spulung des Regenerates in
schon durchgeschlagen, so erholte es
kann man sich nach beendeter Reak- Lsung geht. Abgeschiedene Oxidhy-
sich bei Besserung des Uferfiltrats (die
tion leicht davon uberzeugen, dass die von der Wasserfuhrung des Rheines drate von Eisen und Mangan werden
Lsung alkalisch geworden ist, ein dagegen unlslich festgebrannt und
abhangt) mitunter soweit, dass es dann
Vorgang, der bei der Entmanganung mindern die Qualitat des Regenerates
noch wochen- und monatelang in Be-
nach dem Dusseldorfer Verfahren eine schesslich soweit, dass eine noch-
trieb bleiben konnte. Trotzdem muss
Rolle spielt. malige Aufbereitung nicht mehr lohnt.
ein solches Filter, dessen Kohle an
Ob man Pulverkohle oder besser sich ja noch aufnahmefahig ist, er- So haben wir bei unseren ersten Ver-
Kornkohle benutzt, wird demnach neuert bzw. regeneriert werden, weil suchen ein Erstregenerat mit noch gut
wesentlich vom effektiven Bedarf ab- es fur den Fa11 einer abermaligen Ver- 90 O/o des Aufnahmevermgens einer
hangen. Man darf dabei nicht uber- schlechterung des Uferfiltrats nicht Frischkohle erhalten; bei der 2. Rege-
sehen, dass die Pulverkohle aus tech- mehr genugend Reserven an Adsorp- neration derselben Kohle war der
nischen Grnden nicht regeneriert tionskapazitat hat. Dies ist ubrigens Erfolg jedoch nur noch etwa 60 %ig.
werden kann; auch die nochmalige bei stark schwankender Wasserquali- verursacht durch Eisen und Mangan.
Aufschlammung der vom Filter ab- tat ein entscheidender Nachteil des Wir hatten damals wenig darauf ge-
gespulten Kohle kommt, obwohl man Kornkohlefilters ; bei Verwendung von achtet, weil die Uferfiltrate trotz
daran denken knnte, in den meisten Pulverkohle kann der Bedarf leicht schlechten Geruchs und Geschmacks
Fallen nicht in Betracht, weil sie dann der Wasserbeschaffenheit angepasst noch frei von Eisen und Mangan
mit Eisen- und Manganoxiden verun- werden, immer vorausgesetzt, dass waren; das Auftreten von Eisen und
reinigt ist. wenigstens 5-10 g/m3 zugesetzt wer- Mangan fing gerade erst an, und wir
Katten durch haufigeres Spiiien wenig- langere Laufzeit der Kohlefilter er- zu stren, da allgemein eine Ver-
stens das Eisen entfemen und dadurch reichen, die etwa 20-25 % ausmacht; schmutzung der Kohlefilter rnit Man-
ein besseres Zweitregenerat erhalten bei einer starken Verschlechterung des gan und damit vorzeitiges Versagen
knnen. Heute ware das nicht mehr Rohwassers nutzt das aber nicht viel, der Kohle vorausgesagt wurde. Nun
mglich; der Mangangehalt ist meist da die Vorbelastung der Kohle rnit wird aber Mangan++ von Ozon
4-6 mal so hoch wie der Eisengehalt, oder ohne Vorchlorung praktisch die sofort zu Permanganat oxydiert, das
und Mangan lasst sich von der Kohie gleiche ist. dann an der Kohle wieder zu Braun-
nicht mehr abspulen, wenn erst einmal stein reduziert wird (Gleichung wie
die katalytische Entmanganung in Ganz anders sieht es aus, wem das oben, mit dem Unterschied, dass es
Gang gekommen ist. Wasser rnit Ozon vorbehandelt wird. sich im Trinkwasser nicht um Kalium-
Die Ozonierung war in Dusseldorf ur- permanganat handelt, sondem wegen
sprunglich als selbstandiges Aufbe- der Umsetzung der primar gebildeten
7. Verlangerung der Wirksamkeit von reitungsverfahren erprobt worden 141; Uebermangansaure mit der Carbonat-
Aktivkohle durch Vorbehandlung es sou hier nicht mehr dariiber gesagt harte um Calciumpermanganat). Bei
des Wassers rnit Chlor bzw. Ozon werden, als dass es erstmalig gelungen diesem Vorgang wird die Oberflache
Es liegt nahe, die Lebensdauer der ist, rnit relativ geringem Aufwand der Kohlekmer dauernd abgebeizt,
Kohle durch eine geeignete Vorbe- und in einem einzigen Arbeitsgang der Braunstein kann sich nicht fest-
handlung des Wassers zu verlangern. weit grssere Ozonmengen als friiher setzen und Iasst sich gut abspiilen.
ublich in Anwendung zu bringen. Die
Eine Hochchlorung bringt dabei oft Erfolge waren.recht gut, doch gelang Das Verfahren der Behandlung rnit
gute Erfolge, was von dem alten es nicht immer, auch bei schlechter Ozon + Kohle leistet also nicht nur
Adler'schen ADM-Verfahren schon Rohwasserqualitt Geruch und Ge- eine Beseitigung von Geruch und Ge-
lange bekannt ist; allerdings hat bei schmack vollstndig aus dem Wasser schmack, sondem auch von Eisen und
diesem Verfahren die Aktivkohle nur zu entfernen. Ein nachgeschaltetes Mangan; zur Entmanganung allein
die Entchlorung, aber praktisch nichts Aktivkohlefilter brachte dann den ge-
ist es sogar ggf. der herkmmlichen
fur die Adsorption zu leisten. Die wiinschten Effekt, noch verbliebene
Hochchiorung bringt in den Uferfiltra- Geruchs- und Geschmacksstoffe, aber Entmanganung uberlegen [6].
ten des Rheins nur einen Teilerfolg, auch evtl. neugebildete Ozonide
auch sind die Chemikalienkosten nicht zuruckzuhalten und gleichzeitig kleine 8. Regeneration der Aktivkohle
unbedeutend, da von vomherei~mit Mengen von Restozon zu zerstren.
Schon sehr geringe Gehalte an Eisen
wenigstens 10-20 g/m3 gearbeitet wer-
Der Ozonzusatz k a m sich dabei eini- und besonders Mangan knnen die
den muss. Wir haben deshalb von der
germassen nach &m KMn04-Ver- Regenerierbarkeit der Kohle stark
Hoch-Chlorung abgesehen, nicht zu-
brauch richten; fur Dusseldorfer beeintrachtigen und sehr bald unwirt-
letzt auch deshalb, weil wir bei einer
Uferfiltrat hat sich ein Zusatz von schaftlich machen. Auch eine Vor-
mittleren Tagesfrderung von 220000
0,l-0,12 g 03/m3 fur je 1 mg11 chlorung andert daran nichts, da die
m3 taglich rd. 3 t Chlor Katten um-
KMn04-Verbrauch als zweckmassig Abscheidung des Mangans auch in
setzen mussen; Transport und Lage-
erwiesen, doch muss seit etwa 2 diesem Falie nur unter Mitwirkung
rung entsprechend grosser Vorrate
Jahren etwas mehr 0 3 gegeben werden bereits vorgebildeten Braunsteins rasch
erfordern besondere Sicherheitsmass-
weil bei etwa gleichbleibendem und einigermassen vollstndig ver-
nahmen und sind nicht gerade ange-
KMn04-Verbrauch der Geruchs- lauft. Das bedeutet aber, dass das
nehm.
schwelienwert erheblich angestiegen Kohlekorn mehr und mehr von fest-
Eine kleine Vorchlorung mit 0,s g/m3 ist. haftendem Braunstein bedeckt und
brachte eine deutliche Verzgerung dabei fur die Regeneration untaug-
Der Kohleverbrauch ist hinter der lich wird. Mit vorheriger Ozonbe-
des Durchschlagens der Kohle, wobei
Ozonierung nur noch ein kleiner handlung wird das Eisen sofort abge-
der Geschmack dem Geruch voraus-
Bruchteil der Menge, die man ohne schieden und vom Kohlefilter uur
eilte, wahrend es sonst immer umge-
Vorozonierung braucht, im Mittel nur
kehrt war. Am Beladungszustand der mechanisch festgehalten; der Braun-
etwa 1/10. Beim Bau unserer ersten
Filter wurde aber durch die Vorchlo- stein entsteht, soweit er nicht teil-
Auf bereitungsanlage rechneten wir
rung nichts geandert; dies wurde fest- weise schon vorher durch Reduktion
mit einem Kohlebedarf von ca. 1,s
gestelt, indem die Vorchlorung auf des Permanganats an restlicher orga-
g/m3; der Verbrauch bis zum ersten
bis dahin rnit ungechlortem Wasser, nischer Substanz gebildet wird, in der
Durchschlagen betrug damals bei
aber unter sonst gleichen Bedingungen obersten Schicht des Kohlefilters (bis
nicht ozoniertem Wasser zwischen 10
betriebene Filter geschaltet wurde und etwa 10-15 cm Tiefe). Die Abschei-
und 20 g/m3. Heute waren fur unbe-
umgekehrt. Die beiden Filtergruppen dung des Mangans erfolgt dabei abso-
handeltes Wasser schatzungsweise 30-
zeigten dann Geruch und Geschmack lut vollstandig und in sehr grober,
40 g Kohle erforderlich, im ozonierten
so, als ob sie von Anfang an, statt mit leicht abspulbarer Flocke. Die im
demnach 3-4 g/m3; tatsachlich war
gechlortem, mit ungechlortem Wasser Vergleich zur herkmmlichen Ent-
der Kohleverbrauch der zuletzt ge-
und umgekehrt beaufschlagt worden manganung erstaunlich glatte und
wechselten Filterfullungen in den ver-
waren. Die kleine Vorchlorung hat sichere Abscheidung beruht vermut-
schiedenen Aufbereitungsanlagen 2,s-
demnach kaum eine eigentliche Ver- lich darauf, dass durch die Reduktion
3,4 g/m3.
anderung der Molekulgrssen (und des Permanganats tatsachlich Mn02
damit der Adsorptionsbedingungen) Als die erste Aufbereitungsanlage entsteht, wahrend bei der ublichen
bewirkt, sondern nur eine Verminde- ,,Am Staad" bereits im Bau war, katalytischen Entmanganung das Ver-
rung der Geruchsintensitt, vielleicht drohte der im Zusammenhang mit der Kaltnis Mn : O = 1 : 2 nie erreicht
durch Absattigung von Doppelbindun- Rheinverschrnutzung ansteigende wird, d. h. die Oxydation m Braun-
gen. Tatsachlich Iasst sich damit eine Mangangehalt [5] das ganze Projekt stein nicht vollstandig verlauft [7].
Die in Dusseldorf angewandte Teilung 9. Kosten der Aktivkohle unter de man sie wahrscheinlich nicht ein-
der Aktivkohlefilter in Ober- und Be~cksichtigungihrer Quaitt setzen, weil ihre Laufzeit voraussicht-
Unterschicht erlaubt eine getrennte und ihrer Regenerierbarkeit lich nur halb so lang ware. Selbst
Spulung beider, wobei die 1 m starke wenn man diese Kohle ebensooft
Die Mglichkeit, eine Kohie mehr- regenerieren knnte wie die andere,
Oberschicht, die die Mangan- und
fach zu regenerieren, ist von erheb- musste sie jeweils nach der halben
Eisenoxide aufnimrnt, im Mittel alle
licher Bedeutung fur den Kostenauf- Zeit regeneriert werden und ware
2-3 Tage gespult wird, die Unter-
wand. Zunachst aber wird es sich um darnit im Dauergebrauch zu teuer.
schicht dagegen, die nur als Adsorp-
den Anschaffungspreis der erstmali- Die von uns meistgebrauchte Kohle
tionsfilter dient und mechanisch sehr
gen Filterfullungen handeln, bei dem kostet z. Zt. DM 1.300,-/t, das Rege-
wenig verschmutzt wird, nur alle 3-4
Wochen. Die Spulung erfolgt in Ab- selbstverstandlich die Leistung der nerieren einschliesslich Transport DM
Kohle fur den speziellen Zweck der 700,-/t fur fertiges Regenerat; da
hngigkeit vom wachsenden Filter-
Wasserauf bereitung bercksichtigt beim Regenerieren im Mittel mit
widerstand bei etwa 5-6 m, nach der
Spulung geht der Widerstand auf 0,7- werden muss. Von den gebrauch- 15 OJo Schwund zu rechnen ist, muss
lichen Prufverfahren wie Feststellung dieser durch Frischkohle erganzt wer-
1,2 m WS zuruck. Die untere Schicht
von Entfarbungskurven, Methylen- den, so dass die t in der Filterfullung
muss jedoch nach 3-4 Wochen auch
blauprobe usw. ist fur Aktivkohlen insgesamt auf rd. DM 800,- zu stehen
dann gespult werden, wem der Wi-
zur Wasseraufbereitung die Bestim- kommt .Diesem Wert nahert sich der
derstand von 5-6 mWS noch nicht
erreicht ist, weil Eisen (Mangan mung des Phenol-Adsorptionsver- Kohlepreis immer mehr, je fter die
mgens die gebrauchlichste. Wir KoNe regeneriert wird. Wir haben
nicht!) allmahlich durch die Filter-
schichten wandert und nach mehreren haben jedoch gefunden, dass die eine andere Kohle im Gebrauch, die
Wochen Betriebszeit durchschlagen Phenol-Halbwertslange mhe der bei gleicher Halbwertslange ein
Kohleschicht, die unter festge- hheres Schuttgewicht hat; die Filter-
kann.
legten Durchflussbedingungen die fullung kostet trotzdem das gleiche,
Die mit einer Geschwindigkeit von Konzentration einer Phenollsung von weil der Preis pro t soviel niedriger
30 m/h ruckgespulten Filter werden 10 mg11 auf die Halfte herabsetzt) ist, dass dadurch das kleinere Volu-
so sauber, dass die gut gespulte Kohle sich fur die Beurteilung einer im men pro t ausgeglichen ist. Leider ist
einwandfrei regeneriert werden kann. Schichtfilter venvendeten Kohle bes- die Lieferfirma ausserstande, diese
ser eignet, da sie den Verhltnissen
Dies ist in unserer altesten Aufberei- im dynamisch betriebenen Filter Kohle zu regenerieren (weil mit Her-
tungsanlage Am Staad mit den un- naher kommt. FGr uns brauchbare stellung von Frischkohie uberbeschaf-
teren Schichten schon mehrmals ge- Kohien sollen eine Phenol-Halbwerts- tigt)!
schehen, so dass ein Teil der Filter- lange unter 20 cm haben; tatsachlich Aus diesem und anderen Griinden
kohle jetzt schon m m 4. Male ein- liegt sie bei den von uns venvendeten wird die Beschaffung einer eigenen
gesetzt ist. Die oberen schichten sind Sorten durchweg zwischen 10 und 14 Regenerieranlage envogen, die gerade
bis heute schon fast 7 Jahre in Be- cm. Die Regenerate sind ubrigens fast so gross (oder um wenig grsser) sein
trieb; ihre Regeneration war bisher immer etwas besser als die frischen muss, dass sie praktisch ununterbro-
nicht erforderlich, weil die Kohie Kohlen; ihre Phenol-Halbwertslange chen betrieben werden kann. Dies
durch das ,,Abbeizenwdunnster Ober- betragt meist 8-10 cm, unter 8 cm ist wurde dann auch eine laufende
flachen der Kohlekrner bei der Re- auch schon vorgekomrnen. Die zu Emeuerung der Filterfullungen erlau-
duktion des Permanganats stets wirk- regenerierenden Kohlen haben Halb- ben, die jetzt gruppenweise geschieht.
sam bleibt. wertslangen uber 60 cm, sie waren in Eine Ueberschneidung der Laufzeiten
der Filter ermglicht insgesamt lan-
Auf einen besonderen Effekt der diesem Zustand sicherlich fur viele gere Betriebszeiten, da die am lang-
Kohlefilter muss noch ,hingewiesen andere Zwecke noch brauchbar, da
wir schon fters frische Kohlen im sten laufenden Filter, wenn sie z. B.
werden: nach 2-3 Wochen hat sich
Angebot hatten, die nach Korngrsse nur 114 bis 113 der Gesamtkapazitat
in der frisch eingefullten Kohle ein und Schuttgewicht geeignet gewesen ausmachen, ohne Nachteil uberzogen
reges biologisches Leben entwickelt, waren, deren Halbwertslange aber z. werden knnen, da ein geringer Ge-
so dass im Filter Ammoniak restlos T. weit uber der fur uns schon aus- ruchs- oder Geschrnacks-Durchbnich
abgebaut wird. Der Nitratgehalt steigt gebrauchten Kohle lag. sich dann in der Gesamtwassermenge
dabei nicht an, da, sobald ein wenig noch nicht strend bemerkbar macht.
Da die Aktivkohlen durchweg nach
Nitrit gebildet ist, Selbstzersetzung
Gewicht und nicht nach Volumen ge- An der Entwicklung von Kohlesorten,
des Arnmoniumnitrits zu Stickstoff handelt werden, ist die Phenolbela- die eine bessere Adsorption gegenuber
und Wasser erfolgt. dung, die nach Gewicht bestimmt oleophilen Stoffen haben, mglicher-
Durch die Regeneration der Kohle, wird, auch schon deswegen weniger weise auch wegen ihrer mechanischen
Fertigkeit noch haufiger regeneriert
die mit Wasserdampf thermisch bei aufschlussreich als die Phenol-Halb- werden knnen, sind wir begreif-
wertslange; wir wollen ja schliesslich
800-1000" C vorgenommen wird, geht
wissen, wieviel Leistung man in ein lichenveise sehr interessiert. Es wird
die gesamte Biologie des Filterkrpers
Filter packen kann. Es k a m z. B. eine auch daran gearbeitet, doch knnen
verloren, doch ist sie nach 14 Tagen Kohle angeboten werden, die zwar die wir daruber noch nichts Endgultiges
Betriebszeit so weit aufgebaut, dass doppelte Halbwertslange einer ande- sagen.
der Abbau des Ammoniaks wieder ren hat, dafur aber weit weniger als
glatt verlauft. Der bentigte Sauer- die Halfte kostet. In diesem Falle 10. Verwendung von Aktivkohle zur
stoff wird dabei von der Ozonierung ware die eigentliche Leistung der Aubereitung von Abwasser
geliefert, die den Sauerstoffgehalt des Kohle entschieden biiliger als bei der Leider wird es wohl in der ganzen
Wassers auf ca 8 mg/l bringt. hhenvertigen Kohle; trotzdem wur- Welt den Verbrauchern uberlassen,
mit der Verschmutzung von Luft und tracht, die hier viel wirksamer einge- Schliesslich mchte ich nicht ver-
Wasser fertig zu werden, die von den setzt werden kann als in der Trink- saumen, hier auf ein Verfahren hin-
Missbrauchern verursacht wird. Wenn wasseraufbereitung. Geringe Mengen zuweisen, das wir fur unser Uferfil-
wir auch mit einigem Aufwand an von Schwebestoffen sollten dabei trat nicht anwenden konnten, das
Ueberlegungen, viel Arbeit und gros- nicht stren, eine Flockung mit Eisen aber fur Abwasser speziell der che-
sen Kosten unser Wasser wieder einiger- ware vor der Fiiterung angebracht. mischen Industrie sehr gut geeignet
massen in Ordnung gebracht haben, sein kann. Es handelt sich um das
Fur hausliches Abwasser lohnt ubri- Verfahren nach prof. H. I. Waterman
so ist doch zu befurchten, dass un-
gens eine Behandlung mit Aktivkohle der TH Delft. bei welchem dem Was-
sere ganze Aufbereitung eines Tages
nicht. Die grosse Menge der Schwe- ser eine kleine Menge fettes oder
nicht mehr ausreicht, weil auf der
bestoffe strt, und der uberflussige Mineral-l zugesetzt, dieses durch
Abwasserseite zu wenig getan wird.
Effekt der Entfarbung wrde den schelle Mischung mit dem Wasser
Zwar sind uberal biologische Reini- der Beseitigung ublen Geruchts uber- emulgiert und schliesslich durch
gungsanlagen im Bau, doch sind diese treffen. Fur hausliches Abwasser Flockung und Eisen und anschliessen-
in erster Linie auf hausliches Abwas- kame allenfalls ein Zusatz von Pul- de Filterung wieder herausgeholt wird.
ser zugeschnitten, wahrend die Ab- verkohle mit anschliessender Flockung
wasser der Industrie darin nur man- und Filterung hinter einer biologi- Irn Wasser gelste organische Stoffe
gelhaft abgebaut werden und of t sogar schen Aufbereitung in Betracht, aber (und zwar gerade die oleophilen, die
schaden. Infolgedessen hat im offenen das ware mit Kanonen nach Spatzen am meisten stren) werden dabei vom
Rhein der KMn04-Verbrauch in den geschossen, wei1 mit Einsatz der glei- l aufgenommen und zu einem sehr
letzten Jahren nicht merklich zuge- chen Kohlemenge bei chemischen Ab- grossen Teil (ihrer Lslichkeitsver-
n o m e n , der Geruchsschwellenwert wassern eine unvergleichlich hhere teilung in l und Wasser entspre-
dafur desto mehr. Die Bemuhungen, Wirkung zu erzielen ist. Wir knnen chend) aus dem Wasser entfemt.
in die Auflagen fur die Einleitung von nur hoffen, dass die Industrie fur die
Chemie-Abwassem auch den Ge- Aufbereitung ihrer so schadlichen Ab- Auch dieses Verfahren ist, ahnlich wie
ruchsschwellenwert hineinzubekom- wasser nicht nur die alten Methoden Pulverkohle, nur dann lohnend an-
men, sind bisher erfolglos geblieben. (die deshalb nicht zu venverfen sind), wendbar, wem die organischen Stoffe
sondern auch einmal spezifisch wirk- in einigermassen hoher Konzentration
Von einzelnen Ausnahmen abgesehen, Same Mittel anwendet und vor allen
kann man der Industrie insgesamt vorliegen. 1st dies aber der Fall, und
Dingen sich endlich daran gewhnt,
den Vonvurf nicht ersparen, dass sie steht ein geeignetes 01 billig zur Ver-
die Beseitigung von Abfallstoffen als
fur die Reinigung ihrer Abwasser Betriebsvorgang und die Aufwendun- fugung, so sollte das Verfahren fur
nicht nur zu wenig Mittel, sondem gen dafur als Betriebskosten zu be- die Auf bereitung chemischer Abwas-
auch zu wenig Phantasie aufwendet. trachten, statt sie der Allgemeinheit ser ernsthaft in Erwagung gezogen
Es werden allgemein nur die alther- aufzuburden. werden.
gebrachten Verfahren der Neutralisa-
tion, der Fallung, Flockung und Fil-
terung angewandt; die so vorbehan-
delten Wasser gelangen d a m mitunter,
mit hauslichem Abwasser gemischt,
in biologische Anlagen. Ganz aus-
nahmsweise werden chemische bzw.
petrochemische Abwasser auch in
Strippkolonnen von einem grossen
Teil ihrer organischen Inhaltsstoffe
befreit; das ist sehr zu loben, aber
eben seltene Ausnahme.
Literatuur
Dabei ist es doch eigentlich selbst-
verstndlich, dass gelste und emul- 1. Hopf, W., Versuclie niit Akrivkolile zc~rAufbereititng des Diisseldorfer Trinkwassers.
gierte organische Stoffe dort am GWF 101 (1960), H. 14, S. 330136.
leichtesten erfasst und entfemt wer-
den knnen, wo sie in den hchsten 2. Schenk, P., Die Wusseracifbereifungsa~ilage
des Wasserwerkes Diisseldorf ,,Ani Stand".
Konzentrationen anfallen. Das Mittel GWF 103 (1962), H. 30, S. 791!98.
der Wahl ist dafur (ausser einer in-
tensiven Oxydation, wofur Ozon sich 3. Baillend, G., Bratzler, K., Herbert, W., Vollmer, W., Aktive Kohle itnd ihre indicstrielle
Verwendung. Ferdinand Enke Verlag, Stuttgart 1962.
in den meisten Fallen besser eigenen
wird als Chlor) ohne Zweifel die 4. Hopf, W., Probleine der Wasseraufbereitung mit Ozon. Kommunalwirtschaft, Dussel-
Aktivkohle. Sie wird aber so gut wie dorf, 1958, H. 6, 233138.
nie angewandt, obwohl manche der
Verunreiniger Aktivkohle im eigenen 5. Hopf, W., Der Einfluss des Abwassers auf die Tririkwasserversorgzc~~g.
Kommunalwirl-
Betrieb oder wenigstens im Konzern schaft, Dusseldorf, 1960, H. 9, 350155.
selbst herstellen und deshalb billiger
6. Hopf, W., Ueber die Wasserairfbereitung der Stadtwerke Diisseldorf urid ihre Vorge-
als andere zur Verfgung haben. scliiclite. Neue Deliwa-Zeitschrift ndz, H. 10, 1. Okt. 1966, S. 3-7.
Dabei kommt wegen der hohen Kon-
zentration der zu entfemenden Stoffe 7. Haberer, K., Vorgange bei der E~itmaiigatiung.Verffentlichungen der Abteilung und
in erster Linie Pulverkohle in Be- des Lehrstuhls fur Wasserchemie der TH Karlsruhe, 1966, H. 1, S. 151198.
Inhoud
Voorwoord .prof . ir . L . van Bendegom . . i . 3
Algemene inleiding - ir. K . W. H. Leeflang
t
. . . . . . . . 5
Fysisch-technologische aspecten van de gasabsorptie - prof . dr. ir. W. J .
Beek . . . . . . . . . . . . . . . . 7
Praktijk van de aeratie . prof . Y. L . Huisman . . . . . . . 17
Bezinking - ir. P. L. Knoppert . . . . . 30
Coagulatie en flocculatie - drs. G. Oskam . . . . 46
Micro-zeven - drs. H . J. M. Lips . . . . . . . . . . 58
Diatomeenfilters - ir. J . G. Fikken . . . . . . . . . . 62
Theorie van de adsorptie - prof . dr. ir. P . M . Heertjes . . . . 70
Aktivkohle in der Wasseraufbereitung - dr. W. Hopf . . . 74