Está en la página 1de 2

Bijlage 5 Format sterkte-zwakteanalyse

Naam van student: Sverre Verbeeten


Les / vakgebied : Rekenen

Stap 1:
Inventarisatie (schematische weergave) van alle bevindingen

Sterk Kan beter


Lesontwerp x
Onderbouwing van lesontwerp x
Lesuitvoering (eigen reflectie) x
Lesuitvoering (feedback wpb) x
Overig (bv vanuit overige/ tussentijdse feedback van n.v.t.
medestudenten, docenten, werkplekbegeleider)

Stap 2:
Koppeling van bevindingen aan kritische handelingen

a.

- B.3. Leeractiviteiten begeleiden (kritische standaarden: 1.1, 2, 3.1, 3.12, 3.2, 3.3, 4, 4.2):
Vooraf aan de les besprak ik de structuur en het verloop van de les. Ik vroeg na of de kinderen
het begrepen hadden. Ik begeleidde de leerlingen bij het leerproces en bood daarbij gerichte
hulp. Ik hield rekening met verschillen tussen leerlingen. Ik hielp leerlingen die om hulp
vroegen en ik zorgde ervoor dat ze zich vertrouwd voelde. Ik liep de hele tijd rond om hulp te
bieden en maakte oogcontact met de kinderen. Ik stimuleerde de leerlingen tijdens het
Werken-in-tweetallen om elkaar gerichte vragen te stellen en elkaar te helpen tot een
antwoord te komen. Ik legde de rol van het uitleggen van een onderwerp in de handen van de
kinderen zelf en stimuleerde het samenwerken. Ik stelde de juiste vragen aan de kinderen,
waardoor ze het probleem zelf op gingen lossen. Ik zorgde ervoor dat de kinderen naar
behoren functioneerden. Ik sprak leerlingen aan op hun gedrag en gaf feedback aan de
kinderen op proces en product. Ik zorgde voor structuur in de les, waardoor de kinderen zich
op sociaal-emotioneel en moreel gebied konden ontwikkelen. Ik zorgde ervoor dat de kinderen
zich de leerstof eigen maakten, mede door de kinderen het aan elkaar uit te laten leggen. Ik
heb voldoende kennis op het gebied van rekenen-wiskunde. Vooraf aan de les gaf ik een
eenvoudige instructie aan de groep. Ik paste mijn kennis van leren en ontwikkelen van
kinderen toe in de les. De manier waarop de les uitgevoerd werd, sloot goed aan op de
behoeften van de kinderen. Mijn begeleidende rol sloot daar ook op aan. Ik bewaakte de tijd
goed tijdens de les en liet ook duidelijk de tijdsplanning aan de kinderen weten, zodat ze hier
rekening mee konden houden. Ik zorgde voor een overzichtelijke, ordelijke en taakgerichte
sfeer in de groep. De kinderen wisten waar ze aan toe waren en hier was ook een duidelijke
structuur in terug te zien.

- B.4. Evalueren en beoordelen van opbrengsten (kritische standaarden: 3.4, 3.9, 4.6):
Ik onderzocht de opbrengsten van de leeractiviteiten met behulp van een eenvoudige
toetsingsvorm. Nadat de kinderen in afwisselende tweetallen gewerkt hadden, gaf ik de
kinderen een werkblad met verwerkingsopdrachten. De kinderen konden hiermee laten zien of
alle kennis nu weer goed opgehaald was en of ze alles goed begrepen hadden. Dit
verwerkingsblad bespraken we gezamenlijk in de klas. De opdrachten had ik geselecteerd
naar aanleiding van een gesprek met mijn mentor. We hebben besproken welke onderdelen ik
tijdens de les terug kon laten komen op het gebied van meten en meetkunde. Deze
onderdelen sloten aan bij de leerlijnen en de leerinhouden die de kinderen moeten beheersen.
Ik werkte opbrengstgericht. Ik had voor mezelf duidelijk wat de doelen waren van de les en gaf
de kinderen deze duidelijkheid ook. Aan het einde van de les verzamelde ik de
verwerkingsbladen, zodat ik de resultaten van de kinderen overzichtelijk op papier had.

- B.2. Leeractiviteiten ontwerpen (kritische situaties: 2.4, 3.8, 3.10):


Door de kinderen eerst samen te laten werken met concreet materiaal, wekte ik enthousiasme
op bij de kinderen. Ik heb er bewust voor gekozen om de kinderen niet alleen een werkblad te
geven, maar de kinderen eerst te laten werken met kaartjes met vragen erop. De kinderen
konden nu rondlopen en actief bezig zijn met de leerstof. Vooraf aan de les benoemde ik
kwaliteitscriteria en deze evalueerde ik aan het einde van de les. De kinderen hadden alle
leerstof al eerder behandeld. Deze les was een meetinstrument om te achterhalen in hoeverre
de kinderen alle onderdelen begrepen hadden, omdat ze deze moeten beheersen. De
vakdidactiek onderbouwde ik op de kaartjes met afbeeldingen van dingen die aansloten op de
belevingswereld van de kinderen. Hierdoor konden de kinderen een goede koppeling maken
tussen de concrete werkelijkheid en de theorie die hierop aansluit.

b.

- C.2. Rekening houden met verschillen in taal, leerstijl, motivatie en tempo (kritische situatie:
3.5):
Het tempo van de kinderen was erg verschillend. Ik had beperkte tijd voor de les, dus moest ik
me goed houden aan de tijdsplanning. Hierdoor ging ik bij de verwerkingsbladen voor
sommige kinderen misschien te snel naar de bespreking. Ik had wel aangegeven dat de
kinderen zelf mochten kijken hoe ver ze konden komen, maar eigenlijk wilde ik dat de
kinderen het allemaal op hun eigen tempo af konden maken. De kinderen hadden tijdens het
afwisselend Werken-in-tweetallen ook niet de tijd om alle kaartjes te behandelen. Ik hield me
wel goed aan de tijdsplanning, maar hier had ik beter een groter gedeelte van de tijd voor
kunnen nemen.

- E.2. Bespreken van opbrengsten en kwaliteit van leeractiviteiten met collega's (De student
bespreekt met mentoren, docenten en peers de resultaten van zijn eigen leren en de
leeropbrengsten van kinderen):
Met mijn mentor heb ik gesproken over de resultaten van mijn eigen leren, maar ik heb met
hem niet voldoende gesproken over de leeropbrengsten van de kinderen. We hebben er wel
over gesproken dat de kinderen op een goede manier elkaar dingen konden aanleren en van
elkaar konden leren. De resultaten van de verwerkingsbladen hebben we niet doorgenomen.
Voor mijn mentor is het natuurlijk ook goed om te weten in hoeverre de kinderen er
daadwerkelijk op vooruit zijn gegaan op vakspecifiek gebied.

Hulp- of leervraag
Op welke manier had ik de les beter in kunnen delen, zodat alle kinderen op hun eigen tempo
de leerstof konden verwerken en nabespreken?

Stap 3:
Benoem de essentie
Door bovenstaande analyse heb ik een goed beeld voor mezelf kunnen creren wat goed ging en wat
ik beter had kunnen doen. Ik heb gedetailleerd uitgewerkt welke kritische standaarden/handelingen
aansloten bij mijn eigen handelen. Ik weet nu wat er uiteindelijk van me verwacht gaat worden en wat
ik hier dus nog mee moet doen. De sterke punten neem ik nu mee in volgende lessen, zodat ik dit
mezelf eigen kan maken.