SANTIAGO MONTOBBIO

,
BRENGER VAN LIEFDE,
HUMOR EN VERDRIET
KLAAS WIJNSMA

S

antiago Montobbio de Balanzó
werd op 27 april 1966 in Barcelona
geboren uit een van oorsprong
Genuese familie. Hij is meester
in de rechten en behaalde een graad in
de Spaanse taalkunde. Hij doceert literatuur aan de uned (Universidad Nacional de
Educación a Distancia, te vergelijken met
de Open Universiteit in Nederland en
Vlaanderen).In 1988 debuteerde Montobbio in het tijdschrift Revista de Occidente.
Zijn debuutbundel, Hospital de Inocentes
(1989), kreeg een warm onthaal van onder
meer de Uruguayaan Juan Carlos Onetti,
die schreef: “Maar zelden beleef ik plezier aan het beantwoorden van auteurs
die mij hun werk toesturen. Dit is een
ander geval. Ik schrijf u graag, want uw
bundel Hospital de Inocentes is zeer goed, en
op mysterieuze wijze voel ik een overeenkomst met mijn zijnstoestand wanneer ik
schrijf.”

Europese Letteren
Interview
Ook spraken andere bekende schrijvers
hun erkenning uit, zoals Camilo José Cela
(“diepzinnige, prachtige gedichten”),
Miguel Delibes (“Ik benijd de kracht van
uw poëzie.”), Carmen Martín Gaite (“Ze
komen voort uit een zeer duistere, ware
bron.”) en de Argentijn Ernesto Sabato
(“Ze zijn schitterend.”). Alle bundels die
tussen 1989 en 2011 verschenen, zijn selecties uit de vroege periode.
In 2009, na twintig jaar stilte, schreef hij
circa 950 gedichten, die nu integraal in
vier delen worden uitgegeven door de
gerenommeerde uitgeverij El Bardo in
Barcelona. Er verschenen bloemlezingen
van zijn werk in het Frans en het Portugees. Verder zijn er vertalingen van zijn
gedichten in het Italiaans, Roemeens,
Engels, Duits, Deens en Albanees in tijdschriften gepubliceerd.

De Nieuwe Merkuur: U schreef uw

Montobbio: Het is ruim 25 jaar gele-

eerste gedichten in uw studententijd.
In het gedicht Jammer dat ze mij niet
interviewen schrijft u dat toen zonder
het te vragen, de wereld almaar donkerder
werd, en dat u niet wist wat de tijd heeft
gedaan met de drager van mijn naam. Had
uw omgeving door dat het slecht met
u ging?

den dat ik mijn eerste bundel publiceerde,
Hospital de Inocentes. Eerder had ik drie
gedichten in een tijdschrift gepubliceerd,
en ze betaalden me goed, wat me een bedrieglijk beeld van de poëzie gaf. Waarom
het stil werd, vraagt u…

Merkuur: Dat is het meest raadselachtige in uw biograie.

Montobbio: Nee, mijn ouders schrokken nogal toen ze mijn gedichten lazen.
Zelfs mijn vrienden hadden geen idee wat
er in mij omging. Mijn vader vond dat ik
teveel in mijzelf gekeerd was. Hij vroeg
me zelfs het laatste gedicht (Vida sentimental, Liefdesleven) uit mijn debuutbundel
te schrappen omdat het zo gruwelijk was.
Maar dat wilde ik niet. Mijn vader veroordeelde mijn werk overigens niet, integendeel; hij was trots op mijn literaire prestaties, maar hij vreesde negatieve gevolgen
voor mijn carrière. Als je mijn poëzie
leest, zie je dat er meer is. Het geciteerde
gedicht is daar zelf een goed voorbeeld
van. Het heeft ook humor, daarvan geeft
de titel blijk. En uit de regels dat ik altijd al
vond dat je volkomen/ gestoord moet zijn om te
denken/ dat je literatuur kunt studeren, nog erger, onderwijzen spreekt een balorigheid die
ook hoort bij die leeftijd. En dan te bedenken dat ik nu zelf literatuur onderwijs…
Ik studeerde zonder veel overtuiging. Van
de studie Spaans genoot ik nog het meest.
En nu ben ik dus docent Literatuur aan de
UNED. Dat is een universiteit die leeft
van de frustratie, en het is uit frustratie
dat de meeste mensen hun eigenlijke roeping vinden. Allemaal studenten van in
de veertig die vroeger een ander beroep
moesten kiezen en nu zin hebben te studeren wat ze altijd al wilden. Mijn studenten
weten heel goed dat ik op de eerste plaats
schrijver ben en dan pas docent.

Merkuur: Uw debuutbundel werd
goed ontvangen, en kreeg lof van belangrijke auteurs. En toen werd het stil.
Wat gebeurde er? Was u geschrokken?

Montobbio: Tussen 1987 en 1989 schreef
ik heel intensief, wel 300 gedichten in een
jaar, vijftien in één vlaag van inspiratie.
Dat gebeurde me pas weer in 2009. Ik vermoed dat het een dermate grote ontlading
was, zo intens, dat het op was. Ook andere dichters overkomt het: de Peruaan Emilio Adolfo Westphalen zei, na dertig jaar
niet te hebben geschreven: “Er ging een
sluis open en het begon weer te stromen.”
Een betere vergelijking misschien nog is
een rivier die onder de grond verdwijnt
om verderop weer aan de oppervlakte te
komen: de beweging is aan het oog onttrokken, maar is er wel. Schrijven is een
noodzaak. Publiceren niet.

Merkuur: Maar men schrijft toch om
te publiceren?

Montobbio: Ik schreef niet om te publiceren, maar om mezelf te redden. Het
is niet dat ik graag vanuit die donkerte
schrijf, maar je schrijft niet omdat je het
leuk vindt, maar vanuit een innerlijke
drang, ook al is het pijnlijk. Het is waar:
de poëzie was mijn redding. Ik beschouw
poëzie als de seculiere tegenhanger van
de soteriologie. Ik zou niet meer in leven
zijn, had ik die eerste gedichten niet geschreven. Het is echt zo: de poëzie redt
ons en moet bewaard blijven, zodat ze
niet alleen de schrijver hulp kan bieden,
maar ook de lezer. Die gedichten waren
zo intiem dat ik hun publicatie niet zag
als een succes, maar als iets verscheurends.

Santiago Montobbio. Foto Anna Xalabarder.

40

de nieuwe merkuur 2016-1

de nieuwe merkuur 2016-1

41

Merkuur: Het ritme in uw poëzie
valt op. Er spreekt een gedegen klassieke vorming uit, maar is geenszins
academisch.

Omdat we nooit hadden gedacht dat God
zo klein kon zijn/ dat hij aan zijn eigen
bestaan zou twijfelen is daaronder te
vatten.

Montobbio: Sterker, ik zou zeggen

Montobbio: Ja, met het verschil dat

dat mijn poëzie ver van de Literatuur geschreven is. Jaren geleden heb ik eens aangegeven dat ik hoopte dat niemand mijn
gedichten als poesía de cultura zou kwaliiceren, iets waarvan ik niet precies wist wat
het was, maar wat me vreselijk leek, en
ik zou het zo weer zeggen. Een van mijn
gedichten begint zo: Alleen het leven brengt
ons de woorden, en ook alleen/ het leven ontneemt ze ons. Antonio Gamoneda stelt dat
poëzie geen literatuur is. Dat vind ik ook.
Ik schrijf intuïtief. Als je mijn originelen
vergelijkt met de gepubliceerde gedichten,
zul je zien dat er heel weinig verschillen
zijn, of vrijwel geen. Ik schrijf ze in korte
tijd en de gedichten zijn meteen af.

in Een theologie God door mij gedroomd
wordt, terwijl God in Fabel of teken een
realiteit is waar wij bepaalde voorstellingen van hebben.

Merkuur: Schaamt u zich niet als u
dat zegt?

Montobbio: Nee, waarom zou ik? Het
is zo.

Merkuur: In Een theologie van de slapeloosheid komt God ter sprake: Overdag
droom ik God zeer grondig/ om ’s nachts
te kunnen geloven dat hij bestaat. Bestaat
God niet?

Montobbio: God komt niet veel voor
in mijn poëzie, en ik heb nauwelijks
aandacht besteed aan zijn bestaan. U
zou er meer vragen over moeten stellen,
hoewel ik het gevoel heb dat u dat beter
kunt laten. Zoals de Argentijnse dichter
Antonio Porchia al zei: “Als ik sommige
persoonlijke zaken probeer uit te leggen,
verliezen ze hun betekenis.”

Merkuur: Dat lijkt op de negatieve theologie: alles wat we over God
zeggen schiet tekort. Ook het gedicht
Fabel of teken?, dat begint met de regels

42

de nieuwe merkuur 2016-1

Merkuur: Laten we naar de actualiteit gaan. U bent geboren en getogen
in Barcelona. Toch schrijft u in het
Spaans, of beter gezegd het Castiliaans.

Montobbio: Mijn eerste achternaam is
inderdaad Italiaans, de tweede, de Balanzó, is akomstig uit het Frans. De eerste
De Balanzó streek dit jaar exact 400 jaar
geleden neer in Catalonië, en de Montobbio’s uit Genua waren zeevaarders, van
wie er een zich ruim 200 jaar geleden in
Barcelona heeft gevestigd. Mijn familie
is onderhand dus door-en-door Barcelonees. Door verschillende omstandigheden spreek ik van huis uit, zoals zoveel
Catalanen, echter Castiliaans, het is mijn
moedertaal. Het is de taal waarin ik mij
het beste uitdruk en die daarom voor mij
het geschiktst is om poëzie in te schrijven.
Dat wil niet zeggen dat ik in het dagelijks
leven geen Catalaans gebruik. Zo lees ik
graag Catalaanse dichters, bijvoorbeeld
Joan Vinyoli en Salvador Espriu, en om
Gallicische en Italiaanse auteurs in de oorspronkelijke taal te kunnen lezen heb ik
die talen geleerd. Ze behoren tot één taalfamilie, waaraan het Catalaans zijn buitengewone rijkdom dankt. Espriu zei dat het
Catalaans “het Latijn is dat wij aan deze
kusten spreken”. Hetzelfde geldt voor het
Gallicisch en het Spaans en al die andere
Romaanse talen. Joan Margarit dichtte
oorspronkelijk in het Spaans, hoewel
Catalaans zijn moedertaal is. Toen hij voldoende vertrouwen had gekregen om zich
in het Catalaans uit te drukken kwam hij,

Santiago Montobbio. Foto K. Wijnsma.

zo vertelde hij mij eens, tot de ontdekking
dat er als het ware een sluier over zijn
vroegere werk lag. Ik ben dus tegen inperking of censuur van welke moedertaal dan
ook. Helaas werd daarover anders gedacht
in de gecentraliseerde staat die Spanje onder Franco was. Het stimuleren van het
Catalaans zou echter niet ten koste mogen
gaan van de waardering van het Spaans.
Talen zijn niet schuldig aan het beleid van
de machthebbers die zich ervan bedienen.
Maar toen het in 2015 400 jaar geleden
was dat het tweede deel van de Don Quichot van Cervantes verscheen – de eerste
moderne roman in de Westerse literatuur
en dus een monument – werd dat in de
gehele Spaanstalige wereld en daarbuiten
groots herdacht, behalve in… Catalonië!
Het gevaar bestaat dat Catalonië zich cultureel afzondert, terwijl juist Barcelona
van oudsher een cultureel knooppunt is:
zo zijn er veel uitgeverijen gevestigd.

Merkuur: Terug nu naar de poëzie.
In uw tweede productieve periode,
2009, zijn uw gedichten minder duister. In de eerste periode lijkt u een
eenzame, geslagen man in het midden
van een duister labyrint, in de tweede
lijkt u eindelijk wankelend, maar levend de uitgang te hebben bereikt.

gek houden: de kunst is droevig. Maar
in mijn nieuwe werk is te merken dat ik
Guillén gelezen heb, want het leven is
buiten, op straat. Ik schrijf op wat me
allemaal overkomt.

Merkuur: Real time poëzie, met veel
koie, ’s ochtends in het café op de
hoek.

Montobbio: Ja. Een soort geestelijk
dagboek in gedichten. Ik schreef in drieenhalve maand tijd ongeveer 950 gedichten. En nu is het weer stil. Tenminste,
wat het dichten betreft. Ik schrijf wel
proza, maar daar heb ik nog nauwelijks
iets van gepubliceerd. Uitgeverij El Bardo
geeft de gedichten integraal uit in vier
delen. Het vierde deel verschijnt dit voorjaar. El Bardo is een instituut in Spanje. Al
vijftig jaar geven zij poëzie uit, waarbij ze
strikt culturele maatstaven hanteren, en
geen commerciële. Vele grote schrijvers
publiceerden daar hun eerste werken. Het
is daarom voor mij een eer tot hun fonds
te zijn toegetreden.

Montobbio: Ja, en tegelijkertijd wordt
het leven meer bezongen. Weer gaan
schrijven gaf me een vreugde die tot
uitdrukking komt in de nieuwe gedichten. Ik was een hartstochtelijk lezer van
Jorge Guillén, van wie Octavio Paz zei
dat hij een “waardige uitzondering is in
de wereld van de kunst” omdat hij het
leven viert. Laten we elkaar niet voor de

In april 2016 verschijnt ‘Vanuit mijn Donkere
Raam / Desde mi Ventana Oscura’, een tweetalige Nederlandse bloemlezing uit Montobbio’s
vroege werk, bezorgd door Klaas Wijnsma, bij
Piaam
Uitgeverij De
Bard in Deventer.
Dit artikel is mede gebaseerd op een interview
met de dichter dat Francisco Javier Sancho Mas
in het Gallicische tijdschrift Luzes publiceerde.

de nieuwe merkuur 2016-1

43

44

MANIFIESTO INICIAL DEL
HUMANISTA

STARTMANIFEST VAN DE
HUMANIST

La causa de las palabras, que para nada sirven,
o para vivir tan sólo, es una causa pequeña.
Pero si cada día sabes con mayor certeza
que no sólo repudias las coronas
sino que cada vez te dan más asco;
si en verdad no quieres hacer de tu ya arruinada inteligencia
una prostituta mercenaria que venda sus pechos o su alma
a cualquier hijastro del dinero o si, sencillamente,
poco necesitas y tan sólo te importa soportar
con dignidad la vida y sus tristezas
mejor será que asumas desde ahora
la inevitable condena de la soledad y del fracaso
y que como luminoso o ciego abandono de estrellas
a esa pequeña, muy ridícula causa ya te abraces,
que del todo lo hagas y que en tu habitación vacía
las palabras del fuego sean ceniza, que se asalten
y persigan, que tengan frío, en su noche
a solas, por decir tu nombre.

De zaak van de woorden die nergens toe dienen,
of om te leven slechts, is een nietige zaak.
Maar als je iedere dag zekerder weet
dat je kransen niet alleen afwijst
maar er ook steeds meer van gruwt,
als je van je al failliete intellect werkelijk geen prostituee
wilt maken die haar borsten of haar ziel verkoopt
aan ieder stiekind van het geld, of als je eenvoudigweg
weinig nodig hebt en het alleen belangrijk vindt
het leven en zijn treurnis waardig te dragen
zou het beter zijn om vanaf nu te aanvaarden dat je
onherroepelijk tot eenzaamheid en mislukking veroordeeld bent,
en dat je als lichtend of blind stoje van de sterren
die nietige, belachelijke zaak omarmt,
dat je dit van ganser harte doet en dat in je lege kamer
de woorden van het vuur in as verkeren, elkaar bestormen
en achtervolgen, en in hun eenzame nacht
verkillen door het zeggen van jouw naam.

de nieuwe merkuur 2016-1

de nieuwe merkuur 2016-1

45

46

PARA UNA TEOLOGÍA DEL
INSOMNIO

VOOR EEN THEOLOGIE VAN DE
SLAPELOOSHEID

Minuciosamente sueño a Dios durante el día
para por la noche poder creer que me perdona.

Overdag droom ik God zeer grondig
om ’s nachts te kunnen geloven dat hij mij vergeeft.

Desde la culpa de no ser feliz, de no haberlo sido,
desencuaderno mis ojos huecos y de sobra sé
que no dormir es un rastro del inierno.

Uit schuldgevoel dat ik niet gelukkig ben, en nooit ben geweest,
rafel ik mijn holle ogen uit en weet maar al te goed
dat niet kunnen slapen een glimp van de hel is.

HOSPITAL DE INOCENTES

SIMPELHUIS

El papel en blanco jamás es sólo el papel en blanco:
hablar de eso es hablar fácil, mas no el decir -y es ciertoque la página en la soledad más profunda consumida
es la vida sin versos o llena de los poemas que nadie,
de los que eres tú, ha de poder escribir nunca.
Porque puede quedarme un amor, una sombra y un olvido,
y más que eso ha de quedarme un modo
de hacerme daño, hasta el in y en la noche
un modo de ailar la puntería
para arruinarme y perseguirme
a través de la agotadora y muy extraña cacería
en que soy arma, a la vez presa.

Een leeg vel papier is nooit zomaar een leeg vel papier:
dat is gemakkelijk praten, maar niet – en het is waar –
dat de pagina die in diepste eenzaamheid wordt verteerd
het leven zonder verzen is of vol gedichten die niemand,
en dus ook jij niet, ooit moet kunnen schrijven.
Want laat mij maar een liefde houden, een schim en vergetelheid,
en bovendien moet ik een manier houden
om mijzelf tot het einde toe ’s nachts te kwellen,
een manier om het scherp te slijpen
voor mijn ondergang en achtervolging
tijdens de uitputtende en uiterst merkwaardige jacht
waarbij ik wapen ben en prooi ineen.

Hospital de Inocentes is de oude benaming voor een psychiatrisch ziekenhuis. Het Hospital de Inocentes te Valencia, dat in 1409 werd gesticht, wordt
beschouwd als het eerste psychiatrische ziekenhuis ter wereld.

Simpelhuis is in het Nederlands een oude, wellicht mooiere en juistere naam
voor wat door de eeuwen heen o.a. dolhuis, gekkenhuis, gesticht en psychiatrische inrichting werd genoemd. De benaming was vooral gangbaar in de
Zuidelijke Nederlanden; in Middelburg bestaat nog steeds de Simpelhuisstraat.

de nieuwe merkuur 2016-1

de nieuwe merkuur 2016-1

47

48

LOS TRABAJOS Y LOS DÍAS

WERKEN EN DAGEN

Haber escrito tan en la sombra como para que quieta sangre sea
la que duerma una obra; haber escrito la sombra o haberla sido,
desde sus clausuradas ventanas haber dicho adiós las mismas veces
que huérfana es la tierra, vanamente haber hincado
en el papel silencios
que resultaron al in
no ser llaves maestras
y que después de haber conseguido
soportar así la vida -procesiones de fracasos
en las telarañas de la tinta- ya muerto
te publique algún poema
una desconocida revista de provincias
y que entonces alguien los encuentre cualquier cosa,
que alguien los encuentre -es un ejemplo- francamente divertidos.

Dan heb je in het duister geschreven om het bloed zo te bedaren dat er
werk in sluimeren gaat, dan heb je het duister beschreven of ben je
het geweest,
heb je vanuit zijn gekluisterde ramen even vaak vaarwel gezegd
als de aarde wees geworden is, vergeefs stiltes
op het papier geplant
die uiteindelijk
geen sleutels zijn gebleken,
publiceert een onbekend provinciaal tijdschrift,
nadat je het leven zo hebt leren dragen
– als een stoet iasco’s
in het spinrag van de inkt –,
een paar gedichten van je, al overleden,
en vindt vervolgens iemand er iets van,
vindt ze – het is maar een voorbeeld – best wel leuk.

LOS TRABAJOS QUE ME HA DADO
EL DESPEDIRME

DE MOEITE DIE IK HAD MET
AFSCHEIDNEMEN

En los ojos y otros muertos lento pesa
el mundo o el cansancio. Y quisiera ya
olvidarlo simple, cegarme iero y un todo adiós
decir lleno de noches o de ahogadas piedras o mendigos
que no guardasen rabia
hacia los infames engaños
con que en las mañanas del sonido ingenuos
habitable creímos esta vida. Pero del último adiós
hace ahora tiempos tan antiguos
como el de los enterrados amores de las playas
y sé que no puede haber ya piedra o noche
que mis mendigos no hayan con ahínco
ininitamente carcomido. Porque lo me ha dado más trabajo
siempre ha sido el despedirme. Pero aún así,
desvelado por los derrotados cafés
en que acaba convirtiéndose el ir y venir
de la soledad al miedo, sin saber bien qué
en la nada persiguiendo aún sigo.

Op ogen en andere doden drukt gestaag
de wereld of de vermoeienis. En het liefst zou ik dat
eenvoudigweg vergeten, stug mijn ogen sluiten en een volkomen
vaarwel uitspreken met nachten en verstikte stenen of bedelaars
die geen woede koesteren
om het schandelijk bedrog
waardoor wij naïevelingen ’s ochtends door het geluid
geloven dat dit leven leebaar is. Maar sinds het laatste afscheid
is er nu evenveel tijd verstreken
als sinds de weggeborgen vakantieliefdes
en ik weet dat er geen steen of nacht meer over kan zijn
die niet eindeloos en onverdroten herkauwd is
door mijn bedelaars. Want waar ik altijd de meeste
moeite mee heb gehad was afscheidnemen. Niettemin,
klaarwakker door de aftandse cafés waar het zwalken
tussen eenzaamheid en angst uiteindelijk op uitdraait,
blijf ik voortgaan, zonder goed te weten
wat ik nog najaag in het niets.

de nieuwe merkuur 2016-1

de nieuwe merkuur 2016-1

49

Sign up to vote on this title
UsefulNot useful