Está en la página 1de 4

OGP3

Format voor sterkte-zwakte-analyse bij lesontwerp TAAL SPELLEN


Domein: Taal Rekenen/ wiskunde OJW BVO*
*omcirkel wat van toepassing is

Voor een meer uitgebreide beschrijving van de standaarden en criteria, zie


bladzijde 2 van de OGP3-opdracht. Of via
https://www.fontys.nl/pabo/denbosch/competentieprofiel/Propedeusefase/index.html

Sta bewust stil bij jouw doelen voor de groep, zoals geformuleerd in de
overdenking van de groep
Denk in je antwoorden aan de terugkoppeling naar zowel (vakspecifieke) theorie
als praktijk

B1. Leerdoelen stellen


De student kiest in zijn
lesontwerp voor passende
leerdoelen (proces- en
product) die aansluiten bij
leerlijnen en het bestaande
onderwijsprogramma van
de stagegroep.

Wat ging goed?

Wat mag beter?

Ik had verschillende doelen opgesteld:

Ik ga de volgende keer
tijdens een dictee
zeggen tegen de
kinderen dat ze nog
even moeten wachten
met hun kleurtjes
pakken, omdat dit
anders storend is voor
de rest van de kinderen
die nog niet klaar zijn.

Productdoelen:
- Kerndoel 11
De leerlingen leren een aantal taalkundige
principes en regels. Zij kunnen in een zin
het onderwerp, het werkwoordelijk gezegde
en delen van dat gezegde onderscheiden.
De leerlingen kennen:
o regels voor het spellen van
werkwoorden;
o regels voor het spellen van
andere woorden dan
werkwoorden;
o regels voor het gebruik van
leestekens
- De kinderen passen de geleerde
spellingscategorien toe in een
dictee en proberen zoveel mogelijk
woorden goed te hebben. De
spellingszinnen zijn:
o De lekkerste
chocoladebollen uit s
Hertogen Bosch smaakten
verrukkelijk.
o Het autootje van de juf had
onlangs een kapot uitlaatje.
o De meester riep s middags
kwaad uit: En nu
ophouden met dat na-

apen!
Stiekem vind ik zon zeeegel een uiterst
merkwaardig zeedier.
o Je proeft dat deze pizza
met liefde is gemaakt.
o Tijdens onze rondreis door
Australi kwamen we wilde
kangoeroes en koalas
tegen.
o Tijdens de Eerste
Wereldoorlog werd aan het
westelijke front een
gruwelijke
loopgravenoorlog
gestreden.
- De kinderen hebben op het einde
van de les zoveel mogelijk
antwoorden in hun spellingsboekje
goed gemaakt. Dit kijken ze later
samen na.
Procesdoel:
De kinderen leren samen te overleggen
over een spellingsregel wanneer hier
onduidelijkheid over is. Dit doen ze in een
tweetal op fluistertoon.
o

Al deze bovenstaande doelen zijn goed


gegaan. De kinderen die geen dyslexie
hebben, hadden op het einde van het
dictee maar maximaal 6 fouten. Ook de
kinderen met dyslexie hadden minder
fouten dan normaal.
Het opzoeken van de verschillende
spellingscategorien ging in alle rust.
B3. Leeractiviteiten
begeleiden
De student toont aan dat hij
in staat is om in de
lesuitvoering coperatieve
werkvormen te hanteren.
De student toont aan dat hij
leerlingen hulp biedt bij het
leerproces, rekening
houdend met de
kenmerken van de groep.

Ik heb de kinderen met dyslexie achter de


computer laten zitten. Dit is standaard in de
klas, het gebeurt altijd zo tijdens een dictee.
De kinderen hebben in deze les vooral
uitleg gegeven aan elkaar. Hier leren ze het
meeste van (zie hiervoor ook de
toelichting).

Hij bevordert de
samenwerking tussen
leerlingen en de
redzaamheid van
individuele leerlingen.

A3. Leiding geven aan het


groepsproces
De student toont dat hij
samenwerking leren tijdens
de onderwijsactiviteiten
bevordert en laat expliciet
zien dat hij kinderen
aanspreekt op gedrag, hen
positief stimuleert en zicht
houdt op alle groepjes
leerlingen.
A4. Interactie aangaan
met de groep
De student toont aan dat hij
vanuit een onderzoekende
houding gesprekken voert
met de leerlingen door
actief te luisteren. De
student evalueert de
onderwijsactiviteiten met
kinderen en hij geeft
feedback aan leerlingen op
het samenwerkingsproces
en/of op de gestelde

Door de verschillende instructies die ik in


mijn lessen heb toegepast, snappen de
kinderen per woord wat ze voor
handelingen (zie toelichting) moeten
doen.Hier zijn ze zelf erg mee bezig
geweest tijdens door rond te lopen in de
klas. Dit ging goed, ze konden elkaar
tijdens het nakijken van het dictee uitleggen
waarom een woord op een bepaalde
manier geschreven moet worden.
De kinderen hebben samen overlegd over
de goede manier van spellen als zie hier
zelf niet uitkwamen. Dit ging erg goed:
uiteindelijk begreep iedereen het en het
werd op een fluistertoon gedaan, zoals ik
had aangegeven.
De kinderen zijn later zelfstandig aan de
slag gegaan met het spellingsboekje. Dit
verliep in alle rust.

Ik heb met de kinderen gereflecteerd op de


les door ten eerste te bekijken wat de
uiteindelijke resultaten waren van het
dictee. Dit is erg goed gegaan, de meesten
hadden weinig fouten.
Door de kinderen zelf op zoek te laten gaan
naar het goede antwoord, konden ze later
aan elkaar uitleggen waarom een woord of
zin op die manier geschreven moest
worden.
Ik heb later ook de spellingsboeken
ingenomen om te bekijken of de kinderen
het begrepen hadden.

doelen.
B2 Leeractiviteiten
ontwerpen
De student toont in het
ontwerp aan dat hij
coperatieve werkvormen
hanteert.
De student maakt zichtbaar
dat hij voor aanvang van de
lesactiviteiten benodigde
materialen en leermiddelen
klaar zet.

Ik heb voor aanvang van de les de Prowise


gestart. Ook heb ik mijn dicteeblad erbij
gehouden, zodat ik de woorden voor kon
lezen.
Na het geven van het dictee heb ik de
kinderen mee laten kijken met de zinnen
zoals ze goed geschreven moesten
worden. Dit heb ik gedaan met een
projectie van Prowise op het Digibord.
De kinderen hebben zelf of eventueel in
tweetallen gereflecteerd op hetgeen wat ze
geschreven hebben. Ze hebben samen
overlegd over het goede antwoord. Ik heb
in deze les geen specifieke coperatieve
werkvorm gebruikt.