Está en la página 1de 393

I

A L G E M E E N E

K E R K E L I J K E

GESCHIEDENIS,
DER.

C H R I S T E N E N .

A L G E M E E N E

K E R K E L I J K E

GESCHIEDENIS,
DER

C H R I S T E N E N ,
DOOR

IJSBRAND V A N HAMELSVELD.
T W I N T I G S T E

MET

TE

DEEL.

PLAATEN.

H A A R L E M

FR.ANQOIS
M D C C C I

BIJ

B O H N ,

TWEE- . Bevattende het zesde tijdperk. beginnende met de Kerk» hervorming in het begin der zestiende eeuw. in het begin der zes* tiende eeuw. Gefchiedenis der Kerkhervorming. Staatkundige. I. B O E K . in het begin der XVIde eeuw Bladz. E E R S T E A F D E E L I N G . tot den vrede van Pasfau. E E R S T E H O O F D S T U K . Godsdienftige en Letterkundige toefland van Europa.I N H O VAN U H E T TWINTIGSTE Z E S D E D DEEL.

n I N T W E E D E H O U D . KER- . H O O F D S T U K . D E R D E H O O F D S T U K . tot den vrede van Pasfau. Gefchiedenis der Hervorming in Zwitferland. . Bladz. Begin en voortgang der Hervorming in Duitschland. 23. 270. Bladz.

uit hoofde . omdat zij van de noodza. j ^ e i i van het diep verval dier Kerk. reeds federt eeuwen. genen. Het begin der zestiende éeuw is merkwaardig dóór na C. Godsdienflige én Letterkundige toeftand van Europa. zoo wel ten aanzien en gewigs van de eenvoudige leere van het Euangelie Van JE. kelijkheid van zoodanige Hervorming. I. DER KERKHERVORMING ZESTIENDE E E U W . waar naar velen. G . verlangd hadden. E E R S T E IN T O T AAN DEN VREDE HET BEGIN DE» V A N PASSAU. Z E S D E B O E K . ten.^ . ^ r .J a « S i 7 ' tot 1552. Zus CHRISTÜS. BEVATTENDE HET ZESDE TIJDPERK j BEGINNENDE M E T D E KERKHERVORMING IN HET BEGIN DER ZESTIENDE EEUW. E E R S T E GESCHIEDENIS A F D E E L I N G . A het . Staatkundige. H O O F D S T U K . eene gebeurtenis. als ten aanzien der zeden van de vorming.Inleiding. in het begin der XVlde eeuw. die voor Christenen gehouden • werden.KERKELIJKE G E S C H I E D E N I S . in a r H E R V . de Hervorming der Christelijke Kerk in het Wes.

verbeterd en bijzonder de heerfchappij der Paufen vernietigd of zelfs verminderd zou kunnen worden. en. een licht ran betere kennis in goddelijke en menfchelijke wetenI chappen zich verfpreid heeft. G het gemeen. E n evenwel werd deze Hervorming. in het begin der XVIde eeuw. tot 1552. en al vroeger . te beleven. door vervolgingen. niet alleen van bijzondere perfonen. doch deze allen waren op niet uitgeloopen. De Paus L E O X had het z e l f s d o o r middel van de Lateraanfche Kerkvergadering. reeds in de X I V en XVde eeuw. en zulken. die moeds genoeg hadden gehad. zoo ver gebragt. onder den hevigIlen tegenftand. dat federt i foor dezelve. dat de misbruiken in de Kerk ingeflopen. werden met geweld. gere Geestelijkheid. door het beduur der Goddelijke Voorzienigheid. en binnen weinige jaren. met ter zijde Helling van menfchelijke inzettingen en ingevoerde bijgeloovige gebruiken. Ook waren. op eene. om het Euangelie van C H R I S T U S in deszelfs eenvoudigheid en zuiverheid te belijden. maar ook van Vorften en Kerkvergaderingen pogingen in het werk gefield. volkomen overtuigd waren. te vuur en te zwaard. met dat gewenscht gevolg. in bijkans half Europa dadelijk tot ftand gebragt. leeraren of godvruchtige lieden der Kerk. als voornamelijk van de hoogere en lsrJaarisi7. welke van het jaar 1512 tot 1517 gehouden was.1 K E R K E L I J K E na C . de jeheele wereld verbazende wijze. dat er genoegzaam geene hoop overig bleef. onmiddelijk of middelijk. waar van de gunftige en 1leilzame invloed zich op eene zoo bijzondere wijze in het . on« lernomen. ter Hervorming. onderdrukt en bedwongen.

dotr Hist. Reform. om de Gefchiedenis van deze merkwaardige gebeurtenis te befchrijven. bij den aanvang der Hervor ming (*) Wien is het werk van CH. dat zeer vele Geleerde mannen hunne pennen gefcherpt hebben. het vooraf noodig zijn. in onzen tijd SCHRÖCK. als tot deJaari5I7» tot 1552. den toeftand van Europt in het begin der XVIde eeuw ons voor te ftellen MAXIMILIAAN I was. zi. A 2 MULLER enz. » .Staat van Duitschken van de Hervorming der Westerfche Kerk. zoo met betrekking tot den Godsdienst. zoo vrienden als vijanden. heeft moeten erkend worden (*). en derzelver aanleiding . Evangel. VILLERS onbekend hetwelk den prijs heeft weggedragen op de vraag doo het Nationaal InfHtuut van Frankryk in het jaar i8oi voorgeteld: •Van LUTHER Hoedanigen invloed had de Hervorminj op den fïaatkundigen toefland der ondei fcheidene Staten van Europa. dat deze invloed van allen. Br. en op den voortgang d€ r verlichting?" ook in het Nederduitsch onder den Titel Proeve over den Geest en Invloed der Kerkelijke Hei vorming van LUTHER enz. bekend. 1( t ) SLEIDANUS de Statu Religionis et Reipublicae Con mentarius. beloop . BOHN 1e Haarlem 1 8 0 5 . Willen wij ons een goed en klaar denkbeeld ma. GERDES Hiftorie der Reformatie. voortgang en gevolgen te ontvouwen ( f ) . Staatkunde. G . SECKENDORF LUTHRR. en ze vele anderen. 3 het vervolg tot op onzen tijd toe heeft geopenbaard. dan za land. M. uitgegeven bij F R . na C . Het behoeft ons derhalve niet te verwonderen.G E S C H I E D E N I S .

aan het hoofd der zaken h l Jaari5i. die gewoon was te zesgen. een vriend en voorfïander der rai 5 Geleerden . waartoe hij ook vele pogingen aanwendde. K o n i n g van Frank- ryk. tot 1552 • Duitschland. het letteren Geen wonder was het derhal- ve . o f z i c h zeiven tot Paus te doen verkiezen. dat fchande was v o o r een' V o r s t . 61-62. (Septem- 1511. Bladz. Over het ge- (*) Men heeft daar van een bewijs in eenen Brief van dezc-n Keizer aan den Vrijheer gedagteekend den ber) PAULUS V A K LICHTENSTEIN. gunffig ontving. zelfs kwam hij eens op d e gedachte. tot het bijeenroepen van eene Kerkvergadering te Pi fa anderen met i n het jaar 1 5 1 1 . o m . maar o o k . welke de Duitfchers hem wegens Paufen onder het oog de overheerfching der bragten . en van het Keizerrijk afftand te doen ( * ) . toen zijne Dochter Landvoogdesfe geplaatst is in het MARGARETHA der Nederlan- Mengelwerk of ide Stuk . 152-154. welken brief BRANDT in zijne Historie der Reformatie I Deel. j a . G • "g nog als K e i z e r . met L O D E W Y K X I I .4 K E R K E L I J K E na C . in de fraaije onbedreven te zijn. ming tot fland te ten dien einde onder om eene K e r k h e r v o r - brengen. en niet alleen de bezwaren. aan IMN OOSTENRYK ien . XVIden van Herfstmaand. hij was een V o r s t . die vele goede hoedanigheden b e z a t . o f het Paus- fchap in zijn' perfoon met het Keizerrijk te vereeni- gen . Ook is er een Brief van dezen Keizer over ditzelfde onderwerp. zich vereenigde. dat hij zelfs naar eene Hervorming in de C h r i s telijke Kerk verlangde.) in het Nederduitsch heeft medegedeeld. (in de uitgave in Octavo Bladz. welke . dat oogmerk .

A 3 LICH. Paufen zijn dat mij niemand woord heeft gehouden. en wel Bladz. dat h i j . 675. Qefchied. felijken Stoel zaten . zekeren tijd z o u h i j . alzoo dit geen' twijfel lijdt. de oogen ten hemel in deze woorden zijn uitgeborften: Op flaande. waar aan hij te zeer gehecht den fnooden dronkaard. dezer K e r k h o o f d e n . 53 waar ik fcheen te twijfelen. w a s . en houde dit nog onzeker. maar ik hield het voor onzeker. ( z i e n d e op zijne geneigdheid tot het vermaak der j a g t .. .G E S C H I E D E N I S . dat deze gedachte bij den Keizer is opgekomen. of deze gedachte bij dien Keizer ernst ware o f boert. z o u gezegd hebben: Nu mag ik van de met waarheid zeggen. 6 7 4 . In eene Aanteekening op de laatstgemelde Bladzijde wordt gemeld. daar ook van gewaagd heb. daar hij de ongeregtige handelingen van vijf o f zes j ot 1552. O eeuwige God. X V d e Deel. o f het den Keizer zeiven ernst geweest z i j . dat ik in mijne Kerkel. had kunnen opmerken. O o k verhaalt m e n . van L E O X i n zekere han- deling bedrogen zijnde. wat zou de wereld kwalijk geregeerd wordèn door mij zwakken jager. ) en door den Paus JULIUS. LEO zal Stuk der Aigemeene Vaderlandfche Letteroefeningen voor het jaar 1809 Bladz. indien gij niet waakt et. aari5i7. die bij zijnen tijd op den P a u . dat ik niet getwijfeld hebbe. meer ftellig. Ter opheldering die- ne. i a C . ten minde 's Keizers Brief aan zijne Dochter is in eenen luimigen en boenenden ftijl v e m t . 5 geheel was hij geen groot vriend van de P a u f e n . G . en flechts twee dagen later gefchreven. dan Bladz. 11. dan die aan den Vrijheer van TKNSTEIN.

in de bewegingen. die haar egunftigden. door de vreeze. ten einde de oogmerken van K A R E L V . ervolgde zijne eigene onderdanen. Hij jaari5i7 tot 1552 overleed in het jaar 1519. fchoon in het be. de eerfte grondflagen tot de Hervorming te leggen. en zich den weg te 1>anen. leur te Hellen en te doen mislukken. onder den fchijn van Godsdienst. G zal de laatfte zijn. reeds als Koning der Spaanfche Rijken en Vorst der Nederlanden een magtig Vorst. F R A N C O I S I . zag. Deze han'i dwijze der beide Vorsten had niet weinig invloed c p de volgende gebeurtenisfen. die de Hervorming omhelsden. was. Zijn Kleinzoon K A R E L . [al dezelve eene (trekking had. Duitschland tot volkomene onderweri ping te brengen. wanneer L U T H E R twee jaren te voren. zijn mededinger geweest was. al federt eenen geruimen tijd. maar vervolgens tegen dezelve vooringenomen. o m . maar floot te gelijk in Duitschland en verbond met de Duitfche Vorsten. welke de Hervorming verwekte . K A R E L . eene gelegenheid. dien ik zal vertrouwen. om eene aigemeene Monarchie te vestigen. Keurvorst van Sak/en. een heerschzuchtigVorst. Duitschland was. ter omverwerping 'an alle goddelijke en menfchelijke heerfchappij. Koning van Frankryk. door zijne tegenkantingen tegen de Paufelijke Aflaten. in Duitschland begonnen had.6 K E R K E L I J K E B« C . waar naar F R A N C O I S I . xerdeeld in verfcheidene min of meer vermogende Sta- . een zeer groot overwigt over alle jMogendheden te verkrijgen . zijn opvolger in het Keizerrijk.in aan de Hervorming niet ongenegen. 1LAREL'S mededinger. op aanprijzen van F R E D E R I K .

en dwong M A X I M I L I A A N S F O R T I A . die een afzonderlijk verdrag met de Fenetianen floten. Keizer M A X I M I L I A A N I. Maar K A R E L V . gelijk ook verfcheidene Rijksfleden in Lombardyë en aan den Rhyn door een foortgelijk verbond vereenigd waren. in het begin der A. in het jaar 1545 geflagen. Italië was. in het jaar 1508. onderderling. G. de toenmalige Paus A 4 CLE- . het Hertogdom Milaan aan de Franfchen af te Haan. maakte zich van dit Hertogdom meester.viae eeuw. maar met hem en onderlingflechtsdoor eene. Het verbond te Kameryk gefloten tusfchen L O D E W Y K XII. als van die oorlogen. in welke het verdeeld was. Koning vznFrankryk. :ot 155»zwakke en kwalijk zamenhangende flaatsregeling betrekking hadden. Ook had zich aldaar de Hanfe of het verbond van onderlinge befcherming van koophandel gevormd tusfchen verfcheidene vermogende Kooplieden. om zich aldaar te vestigen. die den Keizer wel als opperhoofd erken-1 ia C. 7 Staten. gered werden. door den naarijver van den Paus en Koning F E R D I N A N D . Koning vzndrragonen den Paus. zoo van de kleine Staten en Gemeenebesten. tegen de Fenetianen. ecu vanuane tooneel van oorlogen. In het Noorden van Duitschland waren de Vorften uit het Sakfifche Huis genoegzaam onafhankelijk. aan 517* den. bragt dat Gemeenebest op den rand van deszelfs ondergang. welke de Franfchen en Duitfchers bijzonder in deszelfs Noordelijk gedeelte voerden . het Franfche leger. waar uit zij echter. F E R D I N A N D . In het jaar 1515 viel F R A N C O I S I weder in Italië.G E S C H I E D E N I S . en F R A N C O I S zeiven gevangen gekregen hebbende.

Frankryk. m a a r . deszelfs geno- zijnen K o o p h a n d e l . federt Toul dien tijd. voor Rome. 1547. welke Heden. die de magt v a n Frankryk dezelve. om van dezen Ke.zer gevangen te ter. rukte het Keizerlijk leger. zijn die h e m . gefloten hebbende met Euangelifche V o r s t e n . gelijk wij z a g e n . Zoon verbond :n Verdun bemagtigde. die in het jaar 1515 de regering van Frankryk aanvaard h a d . in de laatfle jaren der X V d e eeuw. onder bevel van K A R E L V A N B O U R B O N . voornamelijk op de Levant en verders /«^verbazend de Paus gevangen op de Oost- ziinde verfcheidene welvaart geflopt .? K E R K E L IJ K E a a C . was in Europa. de Fenetianen en anderen. volgde de ftaatkunde in deed. door de ontdekking van Amerika en van de Kaap de Goede Hoop. doen m i s l u k k e n . zelve welke deerlijk geplunderd w e r d . de grootfte kans a g t v a zoo hoog' verhief. gelukte het hem ech- veroveringszucht van denzelven palen zetten. waarbij h i j . de' Duitfche Mets. de w o r d e n . het Heilig Verbond genaamd. in het jaar 1 5 2 7 . eenen inval in het I j j k . van zijnen V a d e r . onophoudelijke dat het H u i s van Oosten- n oorlogen H i j voerde b i j . en zijn ontwerp van eene aigemeene heerfchingte II. na zijn een HENRIK overlijden in het jaar Frankrylt. zelfs het ongeluk h a d . in het jaar te alleen- 1552. < ! C L E M E N S V I I h i e r op een verbond met den K o n i n g van Jaar 151 155 . 1 . was een eerzuchtig V o r s t . met K A R E L V . opvolgde. en bemagtigde die fad. was men. Van F R A N C O I S I . en hoe zeer hij niet altijd gelukkig flaagde . naast de m ryk. gefloten hebbende. door de Keizerlijken V o o r t s had Italië. in bronnen van veel geleden.

als eene vrije o f van de- bedienden. aan wien K A R E L zijne Nederlandfche V i n het jaar Gewesten 1555 en de Rijken van Spanje had afgedaan . zijne v r i j h e i d . z i c h reeds in het begin der X l V d e h a d . in welke de Oostenrijkers. die Spanje''s rijkdommen A 5 en . van Spanje. ot 1552. Justi. zijn' overigen leeftijd i n rust' brengende in het Klooster St. maar ontflak op nieuw met F I L I P S . en maakte zich belangrijk in de o o r l o g e n . Venetianen en Franfchen beurtelings de dapperheid van deze vrije bergbewoners ondervonden. welke in het bovenfte gedeelte van Italië gevoerd w e r d e n .i ia C . eeuw hetwelk " f e r l a n t i ' gevormd met moed en be- leid . welke VanSpau- onder de regering van F E U D I N A N D den Katholijken l e en I S A B E L L A tot é é n ligchaam vereenigd waren. zelven z i c h tegen hunne vijanden ftad Geneve w a s . K o n i n g t i j d . 1555. aan Frankryk gebleven zijn. digde met een befland voor vijf jaren. De met dit G e - meenebest verbonden. 9 Deze oorlog ein. gelijk h i j . Het Jié. beheerscht. en werd door hetzelve tegen de ondernemingen der Vorsten van Savoye en Piemont befcliermd en beveiligd. De verfcheidene Koningrijken van Spanje. i n het volgende jaar 1556. K l e i n zoon van F E R D I N A N D . Gemeenebest van Zwitjerland. werden federt het jaar 1516 door K A R E L V . fche Estremadura . het Keizerrijk afftond aan zijnen Broeder FERDINAND . handhaafde ten dezen tijde. ftad. en opvolger van zijnen V a der m i p s I . Frankryk tuslchen ita. G . alwaar hij in door- in het Spaanhet jaar 1558 zijn leven eindigde.VanZwit- en Duitschland gelegen . in het jaar ! a a r i s i 7 .G E S C H I E D E N I S .

die onder de beste uitzigten den troon beklom. als deze wenschte. onder het uitboezemen dezer merkwaardige woorden: „ Had ik God zoo zorgvuldig gediend. tot nadeel van zijn volk. in zeker geval. door een verkeerd vertrouwen op zijne eigene bekwaamheid. hij zou mij. naar mate hij van één dezer Hoven meer vereerd of befchonken werd. Portugal was onder de wijze regering van desVan Pi >r. en beging de grootfte misdagen. een trotsch en laatdunkend mensch. niet zoo vaardig voldeed. Van tijd tot tijd ftond hij bloot voor de listen zijner Staatsdienaren . aan welken hij dikwijls het geheele beduur van zaken overliet. bedierf hij alles. dan de Spaanfche en Keizerlijke. dan weder de Franfche partij. met deze grijze haren. om de twee of drie jaren. deed verkiezen. en bleef denzelven genieten. Jaarisi 7tOt 15. Engeland. welke tot het jaar 1521 tugal. omdat hij deszelfs zinnelijk vermaak. niet . was een Vorst.zelfs Koning E M A N U E L . Eindelijk verloor hij 'sKonings gunst. in den bloei van zijnen voorfpoed.io K E R K E L I J K E Ba C . onder zijne volgende Koningen . federt het jaar 1508 Koning van Van En geland. zonder op eene merkelijke wijze ingewikkeld te zijn in de ftaatkundige betrekkingen der overige Vorsten en Mogendheden van Europa. 3. die zijnen Koning. ab „ den Koning. Hij ftierf in het jaar 1530. duurde. in de gevangenis. en magt gebruikte in zijne menigvuldige oorlogen en krijgszuchtige ondernemingen. H E N R I K VIII. Zulk een was de Kardinaal W O L S E Y . maar eigenzinnig en gewelddadig en de noodige kunde en ervarenheid in ftaatszaken mislende.

Hij had tot zijnen opvolger zijnen Zoon E D U ARD V I . Maar. een Hervormer der Engelfche Kerk wilde wezen. na 36 jaren geregeerd te hebben. met uitfluiting van zijne Zuster M A R I A . J O A N N A G R A Y . doch van eenen goeden imborst en uitmuntende begaafdheden. tegen haren z i n . Kleindochter van de jongde Zuster zijnes Vaders. en de ongelukkige J O A N N A G R A Y moest haar leven op een fchavot laten. tot Troonopvolgfter benoemd. in het midden der ftreelendfte verwachtingen . u „ niet verlaten hebben.GESCHIEDENIS. ftierf deze veel belovende Vorst. in den jeugdigen ouderdom van zeventien jaren. Voor zijn overlijden had hij. zij onderging den dood onder altijd gelijke teekens van waren heldenmoed en wel gevestigde godsvrucht. maar die naderhand zelve. in het zestiende jaar van zijnen ouderdom ." Koning H B N R I K VIII. het zesde van zijne regering. in het jaar 1553. D§ . G ' JaariSi7van den Paus den titel verkreeg van Befchermer tot 155S. de Zuster van E D U A R D . des Geloofs. omdat hij de pen tegen L U T H E R gevoerd. die M C. overleed in het jaar 1547. doch reeds in de tweede week werd M A R I A . dat men haar voor een wonder van haren tijd hield. Zij werd . doch zoo geleerd. algemeen als Koningin erkend. en een Boek ter verdediging der zeven Sacramenten gefchreven had. op den troon geplaatst. wijs en godvruchtig . omdat zij eene driftige vijandin der Hervorming was . op zijne wijze. en zich als derzelver Hoofd deed erkennen. nog maar negen jaren o u d . Deze Prinfes was zestien jaren oud .

overeenkomst te Colmar. De gen federt onder eenen K o n i n g . i n het jaar 1 3 9 7 . 1520 de vereeniging der drie Noordfche Rijken onder C H R I S T I A A N II nogmaal vernieuwd. begonnen de ftad Smolensko Z o o n en Opvolger II regeerde tot het jaar 15Ü4. bragt GUSTAVUS D o c h .12 K E R K E L I J K E sa C . ' Noorwegen en Zweden. i n het jaar 1527. welke van ouds onderfcbeitot 1555 dene Koningen hadden. jaar 1523 . D e drie Noordfche Koningrijken Denemarken . eene omwenteling i n Zweden tot ftand. en bragt de regering voor Koninklijk zijn overlijden i n het jaar 1560 erfelijk in zijn H u i s . evenwel werd in het jaar gen en Zweden. onder de regering van W A S J L E I I W A N O W I T S C H . C1. en z i c h van deze verkregene rijkdommen bedienende. en Archangel uitgebreid Zijn had. Jaarisi. bij welke gelegenheid h i j . maar de Zweden nemarke fcheurden z i c h meermalen a f . welken hij met veel roem bekleedde en den naam van den Grooten verwierf. en vestigde de grootheid van Rusland. IWAN WASILJEWITSCH 1535 overleed. en beklom den t r o o n . vereefche Konigd geweest. ook bleven Denemarken en Noorweningrijken . en verkozen hunne Noorweeigene Opperhoofden. daar hij z i c h van de beide Tartaarfche Koningrijken Kafan en As- . De Hervorming werd door hem in dat land ingevoerd. Van Rusland. die i n het jaar zijn gebied tot boven eene vertooning onder te maken. Rusland h a d . uit het H u i s WASA . zich het grootfte gedeelte van de bezittingen der Geesteüjkheid aanmatigde. bevestigde hij zijn gezag. volgens eene Der Noord . de Mogendheden O o k had deze V o r s t aan de Polen ontnomen. waren federt de regering der vermaarde Koningin M A R G A R E T H A . i n het ERICHSON .

maar vele zoodanige lieden. welke i n het Rus. openden dit l a n d . in Rusland. en welke aan de Magnaten en bijzondere Heeren. Archannabijheid federt eene aanzienlijke koopltad is geworden.jaar 1517.' den naam van Tzaar aannam. moge men uit het volgende nog geweest beoordeelen. zen noemde. van het jaar Van P o 1506 tot tijden. — Onder de regering van SICISMUND I . dat is befchermers. o f Strelit- De Engelfchen begonnen. G. fisch eenen Koning beteekent. H i j was de krijgsmagt eerfte. hoewel i n der Laplanders en de Samojeden gelegen. H o e onbefchaafd de Rus/en toenmaals z i j n . beleefden de Polen vrij gelukkige * len De flappe burgerlijke regering der kleine (le- d e n . Astrakan meester maakte. den handel over zee regelregt op gel te drijven. die een aantal Vervolgens deelden eenige be- dienden van het H o f onder de ouders en vrouwen der omgekomenen geld u i t . Deze Tzaar IWAN I I liet é é n s het talrijke v o l k . voor het dit Rijk z i c h . 13 die . aanvallen. onder zijne regering. ot 1552. en de groote v o o r r e g t e n . Ten . 1548. hetwelk voor het P a leis f t o n d .G E S C H I E D E N I S . o m eene toevlugtplaats te wezen voor alle uit hun vaderland verdrevene H e r v o r m d e n . en verzekerden. w e i - nig of niet met de overige Mogendheden van Europa. Ook was hij de oprigter der eerfte geregelde welke men Strelzi. ia C . welke ftad. dat dit fchouwfpel den Tzaar en zijn H o f zeer vermaakt had. ten dezen tijde. eene foort van oppermagt g a v e n . door beeren menfchen verflonden. welke de A d e l be- z a t . wier gevoelens Proteitantfche landen niet overige bemoeide dulden ook v o o r men zelfs i n wilde.

die in het jaar 1516 overleden zijnde. maar deze in het jaar 1526. C.• T e n N o o r d e n van Polen hadden de Ridders van Jaarisi. en zelfs tot in Oostenryk doorgedrongen . alzoo F E R D I N A N D van Oostenryk. bij Mohaiz. in hetwelk de aanhangers van J O A N N E S H U S zoo lang geftreden hadden. Van Bohemen. F E R D I N A N D maakte ook aanfpraak op Hongaryen. in eenen veldflag tegen de Turken gefneuveld zijnde. Van Hongarijen. welke in het begin wel leenroerig was van onafhankelijk geworden zijnde. '• de Duitfcht Orde eene heerfchappij gedicht in Pruistoe 155: fen. Van Polen. wier Sultan S O L I M A N hem met alle zijne magt te hulp kwam. Sedert was Hongaryè een tooneel van bloedige oorlogen. voor Koning van Bohemen erkend werd. en nog fteeds met dezelfde gevoelens bezield waren. kwam Bohemen aan het Huis van Oostenryk. om de vrijheid van hun Geloof en Godsdienst. maar in vervolg van tijd Pruisfen. de eerfte oorfprong van het Koningrijk Pruisfen geweest is. welke echter door Keizer K A R E L V gelukkiglijk ontzet werd. terftond na L O D E W Y K ' S dood. Bohemen. maar dit Rijk werd hem door J O A N N E S V A N Z A P O L Y A . Broeder van Keizer K A R E L V . eene ftnd aan den Donau. Erfgraaf van Zips en Waiwood in Zevenbergen betwist. in de regering der Koningrijken Hongaryen en Polen opgevolgd werd door zijnen Zoon L O D E W Y K . niet beftand tegen de magt van Oostenryk. de Turken te hulp riep. J O A N N E S V A N Z A P O L Y A overleed in het jaar . de ftad JFeenen in het jaar 1529 belegerde. was metHongaryen onder éénen Koning W L A D I S L A W vereenigd.H K E R K E L I J K E «a C . die.

welke ftad echter door Keizer K A R E L V ontzet werd. die na i C .G E S C H I E D E N I S . waar in de Koning L O D E W Y K van Hongaryë fneuvelde. zoodat F E R D I N A N D van Oostenryk ter naauwernood. in het jaar 1545. werd dit Rijk beheerscht door deszelfs Zoon S O L M A N . Zijn Vlootvoogd H A R A D Y N B A R B A R O S S A bemagtigde het Rijk van Tunis in Afrika. voor wien men weder de befcherming . die zijnen Vader gelijk was in dapperheid en werkzaamheid. hetwelk hun door Keizer K A R E L V gefchonken werd. i$ 1540. in het jaar 1529 belegerde hij Weenen. door een vijfjarig benand. matigheid en eerlijkheid overtrof. van den Turkfchen Sultan verzocht. in het jaar 1420. Alles in het Oosten bevredigd hebbende. en verdreef deszelfs Vorst M U L E Y H A S S A N . in het volgende jaar bemagtigde hij het eiland Rhodus. in het jaar jj 1545 3 . die echter. it i55 « S I G I S M U N D . maar dien in vele deugden van edelmoedigheid. gelijk dan ook S O L M A N nogmaal in Hongaryë kwam. na het overlijden Rijk. den fleutel van Hongaryë. in het jaar 1526 behaalde hij de aanzienlijke overwinning bij Mohaz. terwijl J O A N SIGISMUND zich met het Vorftendnm Zevenbergen moest vergenoegen. G. onder voorwaarde van eene jaarlijkfche fchatting. zijn aandeel in dat Rijk kon behouden. latende eene zwangere weduwe n a . van waar de Ridders naar Maltha overgingen. zijnen dood eenen Prins ter wereld bragt. en veroverde in het jaar 1521 de fterke ftad Belgrado. doch toen dit Rijk voor zich zeiven vermeesterde . J O A N N E S OT1517. viel hij de Christenen aan. Ten dezen tijde waren de Turken ontzaggelijk v'an het Iurkfche voor de Christen Mogendheden. van Sultan S E L I M .

1534 tot 1536 den oorlog met wisfelvallig g e l u k . en hoe zeer die te* „ gen het gebruik dezer eeuw aangekant „ zal men niet veel moeite vinden. om zich te ver- zijn. o f op het p u n t . C 5 4 5 » door K A R E L V weder i n zijn Rijk herfteld Jaarisi.1°* K E R K E L I J K E na C . — „ De ergerlijke voorbeelden en misdrijven. die v ó ó r overleden is . het 46de jaar van zijne regering. • werd. gefchre- „ Het fterkfte voorteeken van den o n - „ dergang van het Christendom i s . ' Wat treft. waar na h i j . in het jaar 15Ó6. „ het H o f van Rome in zwang gaan. dat dezelve „ ondergang (laat. in den hoogen ouderdom van 76 j a r e n . de hoofdflad „ tendoms. eenen hier overleed h i j . nieuwen togt deed naar Hongaryë. om groote ftor- op den oever van zijnen „ men en onweeren op zich te zien nedervallen. terwijl hij de ftad Sigeth belegerde. . en die 51 jaren geregeerd heeft. 1 I tegen den Schach van Perfls T H A M A S . doch zonder hetzelve meester te kunnen w o r d e n . de Haat van den Christelijken Godsdienst bedezelve was in zoodanig. d a t . i n het volgende jaar. nog de belegering van het eiland Maltha. in het jaar 1565. hoe ongodsdienftiger zij gevonden des C h r i s - . ondernam de Sultan S O L I M A N . Reeds hoog bejaard. z i j n . de H e r v o r m i n g der ven heeft: het begin der X V I d e dat de bekende Kerk eeuw M A C H I A V E L . die aan „ dat . zoo „ beelden. Vervolgens voerde SOLIMAN van het jaar tot 155. tot het jaar 1576. zijn oorzaak. die zijnen Vader I S M A E L SOFI in het jaar 1525 was opgevolgd. w o r d e n . en wanneer men de gronden van onzen „ Godsdienst zal onderzoeken. hoe nader „ de menfchen aan Rome. Staat van den Gods dienst.

.Wij 1aan s (/• ot 1552Italianen hebben deze eerfte verpligting aan de . om door eigen onderzoek tot kennis der waarheid te geraH E R V . en Priesteren. Was het wonder. . zoodat. hier met vtde woorden te herhalen. te meer. 17 . „ en gevoelens van Godsdienst verloren heeft. losbandigheid. B ken. de Geestelijkheid onteerd. weelde en onkuischheid. in plaats van pogingen te doen. gepaard met gierigheid en heerschzucht. De zedeloosheid en fnoodheid van de Pausfen. dat wij goddelooze menfchen en deugnieten geworden zijn. of zijne Ieere te beftrijden. daar men. het geen ons reeds in de Kerkelijke Gefchiedenis tot aan de XVIde eeuw van het fteeds toenemend verval van den Godsdienst is voorgekomen." Het zal niet noodig zijn. en of ongoJsdienftigheid of het domfte bijgeloof de overhand had. . die echter als Opperhoofden der Christenkerk wilden geacht zijn. er op de Univerfiteit van Parys. onder lieden van allerlei rang. om met hem uit den Bijbel te redetwisten. integendeel den zoogenoemden Leeken de middelen. fchandelijke onkunde. Kerk. de eerfte en beroemdfte van dien tijd. Van de beoefening der Heilige Schriften maakte zij geheel geen werk. I. in ftaat. dat.G E S C H I E D E N I S . werd driftig nagevolgd door de mindere beftuurders der Kerk. om verlichting te verfpreiden. bij zulke geiteldheid der Geestelijkheid. hadden. G. wanneer LUTHER opftond . niemand was. onder de Geestelijkheid was het verval van Godsdienst en Deugd uitermate groot.j dat Italië t'eenemaal alle beginfelen van godsvrucht 1ta C. over het geheel. eene ongelooflijke onkunde in den Godsdienst.

J a a r i s i . . . . in Engeland.K a t h o l i j k geloof niet beleed. hoewel er nog vele leerftukken Kerk welke bepaald overbleven. en z i c h met buitengewone geestdrift gekweten. Zelfs (*) Proeve over den Geest en Invloed der Hervorming euz." M e n had reeds voor meer dan é é n e eeuw meer openlijk o f heimelijk over dit verval van den G o d s dienst de klaagftem aangeheven. welke van tijd tot tijd in de Kerk waren i n g e v o e r d . welke tot hier toe niet door dit gezag bekrachtigd waren. dat de K e r k m i n g n o o d i g had in het aigemeene kreet noodzakelijk eene H e r v o r hoofd en de leden. geheel affneed. tnon t. en bijzonder in de voorgaande X V d e eeuw was er een opgegaan. om de Kerk te hervormen. de laatstgemelden hadden z e l f s . 55. D e hoedanigheid van na C . gezag der w a r e n . i n de Wiclefiten. hem het leven te het was het benemen. en ai w a - . om hunne gewetensvrijheid te verdedigen. godvruchtige en verftandige Vele Christenen hadden z i c h genadig tegen de misbruiken v e r z e t . Bladz. " fch rijft VILLERS (*). D e Waldenzen.18 K E R K E L I J K E . . eene goede d a a d . Pie- in Bo- hemen. die „ m e n s c h . was minder dan een m e n s c h . tot 1552. „ Roomsch-Katholijk te zijn . . G ken . Valleijen van Husjiten. re hij een Oppermagtig V o r s t geweest. H i j . had geheel en al de hoedanigheid van mensen en „ zelfs die van „ R o o m s c h . ook tegen verbasteringen van de leere van aangenomen en door het het Euangelie. hadden de flerkne pogingen aangewend. de wapenen opgevat. was geen Christen vervangen.

G E S C H I E D E N I S .

19

Zelfs hadden de grootfte Vorsten van Europa ia C. G .
zich genoodzaakt gezien aan eene Hervorming te [aan 517.
:ot 1552'
arbeiden, en daar toe Kerkvergaderingen doen zamenkomen, in welke met allen nadruk en ijver de
noodzakelijkheid eener Kerkhervorming beweerd Werd.
Ondertusfchen waren geene dezer pogingen met
eenen beftendig gelukkigen uitflag achtervolgd, gelijk de Kerkelijke Gefchiedenis der voorgaande eeuwen daar van berigt geeft, en de Paus L E O X , een
man van groote begaafdheden, maar weinig of geen
Christendom, had, gelijk wij reeds zeiden, door de
Kerkvergadering van Lateranen, door zijn verdrag met
den Koning van Frankryk, en door zijnen invloed
op de Hoven van Europa , de Pausfelijke magt weder zoo vast gevestigd, dat M A C H I A V E L (*), niet
zonder grond, ten dien tijde , mogt fchrijven i
„ L E O X vond het Pausfchap op den hoogften trap
„ van mogendheid , en men had reden , om te
„ verhopen , dat , gelijk A L E X A N D E R en J U L I U S
door wapenen die vergroot hebben, hij door zij.
„ ne goedheid, en duizend andere groote hoedanig„ heden, daar hij mede voorzien was , die nog
grooter en eerwaardiger zou maken." Evenwel
moet men zich niet verbeelden, dat de Godsdienst
der Roomfche Kerk zelfs voor de Hervorming eene
aigemeene gedaante en inrigting had. Het is eent
goede aanmerking van V I L L E R S ( f ) , dat, gelijk hei
Christendom , op onderfcheidene tijden, en bij zeei
ver
(*) De Principe Cap. ii. fi
Ct) Aangeh. Boek Bladz. 64.
B

1

ao

K E R K E L I J K E

na C . G verfchillen.de Volken i n g e v o e r d , overal eene plaatféJaari5i7 lijke wijziging had ondergaan, uit den bijzonderen
tot 1553 aard van het een en andere volk voortfpruitende,
hetzelve op

gelijke

t i j d , in het

Catholicismus verwisfeld ,

wijze,

toen

het,

van tijd
en

tot

deszelfs

wezen door de nieuwigheden van het H o f van Rome
en der M o n n i k e n en Godgeleerden bedorven

werd,

niet overal veranderingen van gelijken aard ondergaan,
m a a r , op onderfeheidene plaatfen, eene verfchillende
gedaante verkregen hebbe.

O p de ééne plaats had dit

Christendom eene meer btjgeloovige {trekking, eenea
v o r m , die meer
Hoffelijk

met

plegtigheden overladen,

en gefchikter w a s , om

den

meer

geest te ver-

bijsteren, aangenomen; elders, integendeel, was het
minder aan

het

(loffelijke

gehecht,

meerdere (trekking tot Myftikerij,
geest vrijer en meer kenbaar

had

het eene

en was deszelfs

gebleven.

Deze aan-

merking heldert de Geleerde Schrijver op door
voorbeeld van den Godsdiensthaat in Italië
in Sak/en; als twee uiterfte.

In Italië

w a s , bij de

gedurige omwentelingen, welke i n dat l a n d ,
rcrfcheidene

eeuwen

l a d , wegens den

achtereen,

rijkdom,

hadden

welken de

laar had ingevoerd, wegens den fmaak
I e , pracht
]

i
i

en

zinnelijke v e r m a k e n ,

het

en dien
reeds

plaats

ge-

koophandel
voor weel-

de

eeredienst

iet werk der z i n n e n , de Godsdienst een Mythologie geworden.

Het gevolg hier

van w a s ,

dat

de

'taliaan o f R o o m s c h K a t h o l i j k , o f een Godloochelaar w e r d ; ook vond m e n , inderdaad, nergens z o o
ele Godloochenaars dan i n het gebied der Paufen.

1Vij

hebben

boven reeds

het

getuigenis van M A CHI-

\

r
G E S C H I E D E N I S .

«

bijgebragt, hetwelk de waarheid van deze i ia C. G .
aanmerking bevestigt, en willen er hier bijvoegen een iaari5l7.
:ot 1552.
merkwaardig getuigenis van F I L I P S van Burgondi'è,
Bisfchop van Utrecht, die in het jaar 1524 overleden i s , aangaande de toenmalige gefteldheid van het
Roomfche Hof ( * ) .
„ Der Priesteren, der Bis„ fchoppen, der Kardinalen, en des Opperden Bis„ fchops grootsheid en wellustigheid, die zoo
„ fchaamteloos was als vuil, was bij hem in zulk
„ een afgrijzen, dat hij verklaarde, niet te twijfeCHIAVEL

len, of de Heidenen leefden kuifcher en onnoo„ zeider dan de genen , die nu het Christendom
„ wetten van Godsdienst voorfchreven." Hij voegde daarbij: „ Dat hij ecnige Kardinalen , en dat
„ van de voornaamften, terwijl men de Heilige Re„ liquien aan het Volk en voornamelijk aan onze
„ Duitfchen vertoonde, om die te doen kusfen of
eeren, de eenvoudigheid van onze lieden, met
„ het uitfteken der tong en het wijzen des vingers,
, , op eene vuile manier had zien befpotten. Bij
„ dat (lag van menu,hen wns niets heilig,. behalve
„ het goud, en het geen fchandelijk zij te noemen."
In Sakfen had over het geheel het tegendeel plaats;
de Sakfen waren eene werkzame, arme, en opregte
Natie. Zij hadden laat het Christendom omhelsd,
ten tijde van K A R E L den Grooten, doch niet, dan
nadat zij hunne vrijheid en ouden Godsdienst drie en
dertig jaren lang verdedigd hadden. Ondertusfchen
was hun Christendom niet dat der Italianen. Een
ern(*)

BRANDT Hifi. der Reform* l Deel, BI, 209.

B 3

in %vo.

sa

K E R K E L I J K E

na C . G . ernftig, e e n v o u d i g , opregt V o i k kon z i c h natuurJfiart5i7
Jijk niet te vrede ftellen met enkele uitwendige pleg•tot 1552
tigbeden, zijn beltaan eischte G o d s d i e n s t , en het
neigde

dus

over

het

geheel meer

geestelijk Christendom.

tot

had ook dit vrije V o l k het juk van
:oe gedragen,

een

innig,

M e t een innerlijk ongeduld

men mogt daarom

Rome

tot

hier

verwachten,

iij gereed w a r e n , hetzelve af te fehudden,

dat

zoodra

1:r z i c h eene gelegenheid toe aanbood; zonder
•1 er allen Godsdienst te verwerpen, integendeel

echftel-

1len zij i n het behouden van denzelven, maar z u i 'er, het grootte belang.

Z i j , en op

;e, de meeste Volken van het

1wd,

dezelfde w i j -

Noordelijk

Duitsch-

waren dus rijp voor de H e r v o r m i n g .

Staat der
Dat de Wetenfchappen en Geleerdheid, die i n het
Geleerd- (
Christendom zoo jammerlijk, eeuwen l a n g , verwaar.
heid.
1)Osd hadden gelegen, en geheel fchenen te z u l l e n

verfterven, in de X l V d e eeuw weder een nieuw leen verkregen hebben, voornamelijk, nadat, federt
li et innemen van Konjiantinopolen,
vele Geleerde
C Wieken naar Italië
de wijk genomen, en de lust
e 1 fmaak

der Geleerdheid opgewekt hadden,

i 1 Kerkelijke

Gefchiedenis

v LLERS ( f ) ,

, , a l l e s , wat den fmaak

heeft

der vorige eeuwen

ons
n :eds geleerd (*). D o c h ook ten aanzien van de beü h a ing des verftands h a d , naar de plaatfelijke om• andigheden en het karakter der V o l k e n , groot ond :rkheid plaats.
„ De Schoone K u n f i e n , " zegt
genietingen

„ vcr(*) Zie Kerke!. Getck. XV Deel, Bl. 154. voigg.

(|) /. c. Bladz. 70.

G E S C H I E D E N I S .





,,
,









43

verfchaft, of de phijfieke en moreele zinnelijk- na C. G .
heid (treek, waren de voorwerpen, waar naar Jaari5i7tot 155a*
de Italianen (treefden. De rustige, gelijkvormige
en aanhoudende werkzaamheid der Sakfen bepaalde z i c h , integendeel, tot afgetrokkeneWetenfchappen, tot Wijsgeerte en Gefchiedkundige nafporingen. Toen de Hervorming te voorfchijn
trad, was er in Italië geen enkele Godgeleerde,
die met de Sakfifche in het (trijdperk zou hebben kunnen treden. Het is waar, fommigen hadden de vermetelheid om dit te wagen, vermetelheid, welke altijd de onkunde vergezelt; doch
zij werden verflagen en fpoedig in verwarring gebragt. Italië nogtans kon zich, aan den anderer
kant , te regt verheffen op zijne Dichters er i
Schilders. Het had geenen L U T H E R , maar ooi
Sakfen geenen A R I O S T O voortgebragt."

T W E E D E

H O O F D S T U K .

Bigin en voortgang der Hervorming in Duitschland
tot den vrede van Pasfau.
De
Kerkhervorming, van wier noodzakelijkheid Aflaten
geven de
men genoegzaam algemeen federt zoo langen tijd eerfte geovertuigd was, en om welke werkftellig te maken legenheid
vele kundige en godzalige mannen met woorden en tot de
Hervorfchriften, zelfs Vorsten en Kerkvergaderingen ver- ming.
geefs gearbeid hadden, nam eindelijk eenen aanvang
B 4
uit

44

K E R K E L I J K E

na C. G uit eene aanleidende gelegenheid, uit welke niemand
Jaari5
[7-eene zoo groote omwenteling verwachtte, of kon
lot 15;
' • •' verwachten; en werd ondernomen door eenen perfoon, die

bij den Roomfchen

Paus

niet waardig

was, in aanmerking genomen te worden, die in het
eerst geen oogmerk

zelfs had, om

eene Kerkher-

vorming te bewerkflelligen, maar die enkel de verregaande onbefchnamdheid der genen, die
van den Paus Aflaten
ontwaardiging
door eene

in naam

predikten, met regtmatige ver-

tegenfprak , en van trap tot

tastbare

tusfchenkomst

trap,

der Goddelijke

Voorzienigheid geleid werd, om eindelijk het groote werk

te beginnen

en met meer

dan gewonen

menfchelijken moed en (Tandvastigbeid door te zetten.
Aflaten,
den en

oniflag van boetdoeningen voor de zonvergeving

derzelve ,

door de

Kerk in den naam van J E Z U S , aan

Christelijke

berouwhebben-

de zondaren toegezegd en gegeven , waren
oudfie

eeuwen der Kerk

in de

reeds bekend; met den

tijd verbasterden dezelve van aard, voornamelijk federt de Paufen zich de magt aanmatigden, om Aflaten

voor geld

te verkoopen;

kraraerij in het bijzonder

met

en

deze

Aflaats-

elk Jubeljaar

ver-

bonden, doch eindelijk naar willekeur in het

werk

ftelJen, zoo

had,

dikwijls men

een voorwendfel

dat er behoefte van geld was tot eenig Godsdienftig oogmerk.
dene

Paus J U L I U S

II had dus verfchei-

keeren zijn' Aflaat laten prediken, de laatfle

keer in het jaar 150Ö, toen hij den grond tot den
nieuwen

bouw

der Pieterskerk

welke aflaatsprediking

door

te

LEO X

Rome
ia

de

leide ,
jaren

I5H,

G E S C H I E D E N I S .
1514, 1515 en 1516 vernieuwd w e r d ,

25
onder

voor-1a C. G .

doch i n - 1 aari5i7«
ot 1552.
derdaad, omdat hij geld noodig h a d , om zijne geld- ,

wendfel van den oorlog met de Turken;
verfpillingen goed te m a k e n ,
der inkomften,

men z o u d e n , gefchonken
LENA.
deze

ook had hij een deel

welke van deze

Aflaatsbrieven ko-

zijne Zuster

MAGDA-

Het was ook niet de Paus a l k e n ,

die met

Aflaten

de

aan

vervulling

te zocht te bewerkftelligen,
den huize van Brandenburg,
vorst van Mentz,

van zijne

geldbehoef-

maar ook A L B E R T

uit

Aartshisfchop en Keur-

had geld n o o d i g , waarom hij met

den Paus overeenkwam, dat deze hem tot C o m m i s faris

der Aflaatsbrieveu

in Duitschland

aanftelde ,

waar voor hij zijn gedeelte van de voordeden
ken

zoude.

einde aan

De Pausfelijke
den

Keurvorst

trek-

Aflaatsbulle, ten dien
afgezonden,

kwam

den

Keizer M A X I M I L I A A N I in h a n d e n , dewijl de V o r s ten hunne toeftemming tot het

verkoopen der

Afla-

ten verkenen moesten, die z o o veel geld ten

lande

uitfleepten,

zoodat

de

Keizer de fommen,

onder allerlei benamingen

jaarlijks uit

naar Rome gingen, op eene halve millioen
fchatte.
had,

MAXIMILIAAN,

die altijd

gebrek

en te gelijk inhalig van aard w a s ,

B u l k zoo lang o p , tot dat A L B E R T

welke

Duitschland
Dukaten
aan geld
hield

de

hem daar voor

een verbandfchrift van drie duizend gulden ter hand
ftelde, aan het

Keizerlijke H o f te betalen,

wijze tot dichting der nieuwe Sint
Infpruk

(*).

kwans-

Jakobskerk

te
De

(*) Algem. Vaderl. Letteroef. voor het jaar 1810. llde
Stuk, Bladz. 45. volgg.
B 5

en v a n z o o flechte z e - den . Na zich n o g twee Onder .Commisfarisfen. nog bevrijd h a d . Duitsch- en ventte zijne Aflaten . Onder-Commisfaris van JOAN DOCKENSPOEL. OnbeDeze J O A N T E T Z E L . door zijns voorfpraak . eigenlijk J A N D I E T Z . Jaari5i7 • om de Pausfelijke Aflaten alom aan te bieden. en voor zijne bedienden tien Florijnen ' s m a a n d s . z o o v o l onbeTETZEL.C o m m i s f a r i u s aan J O A N T E T Z E L . en inauiker j . veroordeeld en te btfpruk in het water ter dood had willen laten werpen. te hebben toegevoegd. O o k had hij twee kinderen bij z i c h . ENGEL ARCIM- B O L D . van welke liraf de goede Keurvorst F R E D E R I K van Sakfin h e m . Apostolifche Commisfaris. dat Keizer M A X I M F L I A A N I. ichaamdheid als onkunde. doorreisde hij met dezelve land .26 K E R K E L I J K E ra C. die reed? in de voorgaande uitvaardigingen van Aflaatsbrieven in het jaar als 1514. A l s Aflaatkramer had hij maandelijks 80 Florijnen b e z o l d i n g . den kost v r i j . behalve het geen hij geüolen en langs flinkfche wegen bekomen had. en eenen anderen. G De Keurvorst A L B E R T magtigde de Dcminikanen. hem te voren . H E R M A N N U S B E R E B O E M . fiteur der Ketter fche fnoodheid. was een geboren den Af.Leipziger. een' Dominikaner M o n n i k . de lot 1552 Franciskanen hadden reeds geweigerd. werkzaam was geweest. en voornamelijk Sakfen. bijzonder ftelde hij tot ziincn O n d e r . i n de fchaamjheid van wandeling D I E Z E L o f T E T Z E L . Doctor der Godgeleerdheid. drie paarden. wegens overfpel en fchaamteloos gedrag. dezen ?ost op z i c h te nemen . een' w a g e n . benevens J A C . met name B A R T H O L O M E U S . Prior der laatprediDominikanen.

wachtte de gezegde Edelman hem onder weg o p . verzekeren.G E S C H I E D E N I S .j aari5i7. geene zonde zoo groot was. hij verkocht zelfs Aflaten voor zonden. en beroofde hem van denzelven. geene boete over de zonden noodig. Verders verzekerde T E T Z E L . met biivoeging. dat. wanneer men zijne Aflaten kocht en rijke. geen berouw. latende hem met een duchtig pak flagen gaan. hij beroemde zich meer zielen gezaligd te hebben door zijne Aflaten . lijk betaalde. voor iets. hem gevraagd hebbende. al ware het zelfs. dan PETRUS door zijn Prediken. Renov. die in het V a gevuur waren. die plaats der fmarten verlieten en ten (*) CERDES Hifi. ot 1552. of zij werden kwijtgescholden en vergeven . Onder anderen zeker Sakftsch Edelman te Leipzig. om den Monnik op te ligten. Euang. Waaromtrent men verhaalt. J a . waar voor hij den aflaat ontvangen had (*). 83. indien zulks mogelijk ware. de. of bij ook aflaat van hem kon bekomen. dat de zielen. hetwelk hij voornemens was te doen. voor wier verlosfing de Aflaten gekocht werden. van hem voor 30 Rijksdaalders zoodanige Aflaat behoorlijk geteekend en gezegeld ontving. T. a? ten aan het volk met (loute kaken uit. maar als T E T ZEL kort daar na met zijnen opgehaalden fchat de ftad verliet.r aC. had men geen leedwezen. L p. . die. G . die enkel uit kracht der Aflaten van God vergeven werden. dat deze en gene daar van wel eens gebruik hebben gemaakt. dat iemand. de Moeder Gods verkracht had. die men eerst bedrijven zal. als men fkchts geld gaf. dat dit zijn voornemen geweest was.

wij hem hier eenen Aflaatsbrief. als o f CHRISTUS K e r k tot den Iaatften opgehangen. om uwe ouders aan te onttrekken. o m zulk een heil te erlangen mz. " Het zal aan onze wanneer Lezers niet ongevallig z i j n . de ] k i e f zelve dus l u i d t : „ G i j hebt ons verklaard. en h e i l w e n s c h . en dat u w k i n d . zoo als lezelve door 1ten.. na breedvoerige optel1 ing der Titols van den M o n n i k . wanneer zult gij dan ingaan ? Voor twaalf fluivers kunt gij de ziel van uwen Vader uit liet Vagevuur verlosfen . G. i •onder dat gij het gezien h e b t . z o o haast zij het geld i n de kist Jaar 1517. J a zoo hoog g e z a g . CHRISTUS. fiLEMAN plagten uitgeleverd Deze Aflaat behoort V A NK O P E R N I K uit het te vvoraan eenen Brandenburg- J "che.2S K E R K E L I J K E na C . die zij lijden ? de fmarten niet A l hadt gij maar een' ïnkelen r o k . dat i . zeide h i j . tot 1552. over- D i t alles en meer dergelijk drong hij i n zijne predikatiën voor het volk ten fterkfte aan : „ Z i e de Hemelen voor u geopend: indien gij n u niet i n g a a t . en die :erftond verkoopen. M e t dit alles verhief hij het gezag van den Paus ten hoogfte. als het kruis van verhief hij het Pausfelijk zich van alle beduur der Oordeelsdag toe ontflagen en dat aan de volftrekte willekeur van den Paus gelaten had. T E T Z E L mededeelen. bij u is gekomen. wien T E T Z E L zijnen lieven broeder in C H R I S rus noemt. ten Hemel v o e r e n . E e n rood k r u i s . dezelfde k r a c h t .ij een verken hebt willen Aagten. het- . en zoudt gij dan z o o o n - dankbaar z i j n . hoorden klinken. moest gij er u van ontdoen. en aan w i e n . met de wapens van den Paus i n de Kerk h a d .

het 5de jaar der regering van onzen Heere Paus enz. geraakt en jaar 1517. T. G. Ook gelasten wij elk en een iegelijk. hebben wij dezen met het zegel der gemelde Kerk. tot wien deze komen zullen. 76. hetwelk wij in deze ftreken bekleeden. Euang.) overeengekomen zijt. Renov. met oneindig harteleedwezen. over welke zonde gij innerlijk hetwelk g i j . in het jaar des Heeren 1517 den 5den October. aan den éénen kant was de (*) GERDES Hift. Waarom gij. van ons nederig hebt laten begeren.ons Apostolisch vermogen vervat. barmhartiglijk van mandag vrijfpreken . verzegeld. in de Brieven van. voorzieninge van Abfolutie. uwen w i l . Pieters- kerk. naar uw vermogen. u . 75. cot 1552. . door het Apostolisch gezag. gegeven te Berlyn. en dat niemand u eenigzins van dezen fchuldige. met dezen dat ge- z a g . dat gij.G E S C H I E D E N I S .) tegen na C. verzekerd zijnde. willende zorgen voor het heil uwer ziele. dat gij ten volle zijt vrijgefproken. (door na het fmart gevoelt. door het gepaste hulpmiddel Weshalve wij. 29 verken te (laan. onder bedreiging der vonnisfen. doodgeflagen hebt. die met ons. weme aeze ï o e i o o p Aflaatskramerij voortbragt. I. door ons van gezegden manflag vrijgefproken zijt. dat zij aan dezelven geloof geven. en door tegenwoordigen aankondigen. Monum. moord be- Ter oorkonde en getuigenis. hetwelk wij hier toe gebruiken. pag. (ten dienfte van den bouw der St. die de zaligheid van een ieder zoeken." Iu Allerheiligften (*) Verlcnillende waren de uitwerKieien. tucht enfiraffen.

toen de Aflaatpredikers de ingezamelde gelden i n herbergen en kroe- gen op Verfchei- eene liederlijke wiize verfpilden. om voor z i c h o f hunne bloedverwanten Aflaten te koopen. uit z o r g voor bet heil hunner zielen.deze geletot 155a genheid niet voorbij wilden laten g a a n . gilden.30 K E R K E L I J K E aa C . ja Keizer M A X I M I L I A A N I z e l v e . wanneer o m zijne waren welke T E T * hij in eene te v e i l e n . en den verkoop der Aflaten duldde. o m het volk i n te nemen. bragt meen veel t o e . dene V o r s t e n . dan doorgaans H i j hield eene plegu'ge intrede . De AflaMeer doorzigtige menfehen echter werden door ten van deze bijgeloovigheden ten fterkfte g e ë r g e r d . D e pracht. fpreidde . G de toeloop van bijgeloovige en onkundige lieden * Jani-1517 die. zoodat. wijl hem Regeringsle- den . mits dat . het volk vloeide i n menigte uit fteden koopen. vooranderen bedreden heen reeds hadden vele kundige mannen z i c h tegen de Aflaten verklaard. G o d zelve met geene grootere eer had kunnen ontvangen w o r d e n . en dorpen z a m e n . ook werd in het midden der Kerk een r o o d kruis met het Pausrelijke wapen opgerigt . onder ter- en kinderen met het gelui en fpe- len der klokken . gaf in het jaar 1515 een Keizerlijk verbod tegen dezelve n i r . onbefchrijten te feüjk g r o o t . hoewel hij hetzelve nog i n datzelfde jaar weder i n t r o k . en de ergernis over dezelve nam thans bij velen te meer t o e . waar Pausfelijke Bulle gelegd op een Boek in ftad onge- bij de fluweel en goud gebonden v o o r hem uit gedragen werd. m a n n e n . M o n n i k e n . i n haalden . en der orgels i n de K e r k e n . ZEL ten toon aankwam. al de Priesters. vrouwen vaandels en waschkaarfen. als men dus fpreken mag.

opgeftaan. hunne Toehoorders. Deze FRED.1552veroordeelde in het jaar 1518 de Helling. MYCONIUS. M U L L E R Gedenkwaard. Onder dezen is een zonderling voorbeeld FREDER. G . aar 1517. T. „ gelooft hem niet. 304. Sommige Geestelijken waarfchuwden zelfs in hunne Predikatiën. 18. CHRISTUS al„ leen is onze aflaat en zoenoffer. M Y de openbare ongerijmdheid der Aflaten tot kennis C O N I U S . . 3i dat bij voor zich deelde in de voordeden derzelve. Monum. bij verkorting van het geen hij van zich zeiven verhaalt in eenen Brief aan PAULUS EBERUS in het jaar 1546 den 2ilten Februarij (*). die juist door F R . uit de Gefchied.. O . die voor onze zonden genoeg gedaan en betaald heeft. E D . tegen het Aflaatprediken : „ Daar is een Lokvogel . Euang. die u het geld gaarne uit den zak zou willen praten." zeide CONR. voor valsch en ergerlijk. fqq.. Bladz. dat daar uit eene geheele omwenteling in de Christelijke Kerk ontftaan is. . dat de zielen voor geld aan de Aflaatkramers betaald. uit het Vagevuur in den Hemel overvaren. der Kerkhervorm. lieve vrienden. Men zie ook j . De Faculteit van Parys . de (*) Men leest dezen Brief in G E R D E S Hist." ERASMUS fpotte ook. reeds voor het jaar 1516. I. totdat LUTHER dezelve openlijk met dien nadruk aanviel. Ook zijn er voorbeelden van lieden. der waarheid gebragt zijn geworden. Reform. Gi gelijk wij gezien hebben. Ijle Deel. KRAFT te Ulm: . openlijk in zijne fchriften met de Aflaten.G E S C H I E D E N I S . hetwelk hier verdient gelezen te worden. MYCONIUS. ia C . p. Doch niets van dit alles baatte .

DEZEL. en . . bevond zich Jaari5i7. voor d a c h t . dezelve een net noemende. in Frankenland. o f gelijk MYCONIUS hem n o e m t . en niettegenflaande zijn Vader van de \flaten geen werk maakte. welke het Duit fche V o l k de groote had ten aan- laten blij- „ k e n . z o o lang groote genade van Stoel aan Duitschland dankbaarheid. en verzocht . te meer. „ dan in het begin. toen 20 jaren ten van T E T Z E L met ar- De jonge o u d . „ dat de tijd van genade d a t . naar den Kommisfaris . delijk kondigde hij aan: „ nu welhaast voorbij z o u z i j n . de armen om niet zouden gegeven H i j begaf zich d a n ." MYCONIUS . dat hij fommige geheel in zijn geheugen ge- : krent h a d . G . verkoopen. ja er hem meermalen /oor waarfchuwde. om er voor :ich gebruik van te m a k e n . de eenige Z o o n van zijne Ouderen . 1>edenking (lewijl zij aan 1vorden. aitot 1552. drie dagen vóór den floop des Aflaats . waar nede men het geld der eenvoudige lieden wegvisch1e. voelde hij een' fterken aandrang. de Aflaatbrieven v o o r een' geringeren p r i j s . ja dezelve den „ men voor niet om G o d s w i l uitdeelen. hoorde de Predika- zoo grooten ijver en aan- l a c h t . niet we- H i j wilde nu . „ teeken „ van ein. en den lie- dat er geen heil en geene za- ligheid buiten zijne Aflaten te verkrijgen w a s . waar T E T Z E L . z i c h twee jaren opgehouden.3* K E R K E L I J K E na C . op de School te Annaberg. den verkondigd h a d . daar nu de van geldzucht fcheen weggenomen te z i j n . zaligheid dat de vergeving der voor geen geld te koop j v a s . eene z o o „ den Roomfchen „ der ten deel z o u worden. te regt er :onden en de bijvoegende. de Wereld f t o n d .

en eindelijk dat hij Hechts zes penningen zou geven. doch ik gaf toen. vrijmoedig en zonder fchroom ten antwoord: ik wil ze niet hebben. wilde een van hen hem zes penningen fchenken . da was. C VOOÏ' . en bad weenende. en eene vurige begeerte. onder het naar huis gaan.G E S C H I E D E N I S . om hem te hooren. daar genen mij de vergeving der zonden hadden geweigerd. N u bewoog de Heilige Geest geheel mijn hart. doch ik voelde eenen inwendigen troost. zoo ongetroost heengezonden te worden. Pieterskerk en tot den Turk/eken oorlog flechts eenen gros/eken. dat hij ten minfte tot den opbouw der St. dat. en mij uit vrije genade dezelve vergeven. alzoo hij arm na C . regt uit inwendige aandrijving des H . fmolt ik in tranen. dat gij het heil eener ziele om zes penningen verwaarloost. en TETZEL'S gezelfchap drong bij den jongeling aan. zegt MYCONIUS zelve in zijnen Brief. ik behoefde alleen één van mijne Schoolboeken te verkoopen. dan had ik het geld. 33 zocht om den Aflaat zonder geld. op zijne verklaring. Geestes." — Van dezen oogenblik af werd j MYCONIUS eene geheele verandering ten goede bij zich zeiven gewaar. die den boetvaardigen zonder geld de zonde vergeeft. men zond hem zonder Aflaat weg! „ Het bedroefde mij wel zoo gaat hij voort. dat er nog een God in den Hemel was. en zoo verliet ik hen. Doch gij zult aan God rekenfehap daar van moeten geven. en de Aflaat voor 'niet beloofd was. I. omdat het mij aan geld had ontbroken. zoo mogt God zich mijner ontfermen. dat hij niets had. T E T Z E L [aari5if« :ot 155a* verwaardigde zich niet . Niets baatte. om 4 4 H E R V .

had hij eenen merkwaardigen droom. Eindelijk trad er een eerwaardig liefderijk man naar hem toe. als of hij in eene rot1ïge. naar de gevoelens van die tijden. dien lij zelve in den aangehaalden Brief befchrijft ( * ) . uit wiens tl ïond deze bron vloeide. bij eene heldere beek geleidde. van den eerften dag af. eindelijk door honger . om in een Franciskaner Klooster te gaan. dat het Kloosterleven een Heilig en Godebehagelijk leven was. liet hij zich ligtelijk overreden. en zag aan dezelve C H R I S T U S . onkunde. dorst en ver1 noeidheid niet verder voort kon komen. door de morgenzon beftraalde beemc e. welke hij wel gezien h a d . welken hij in zijne Cel doorbragt. uit dezelve te drinken. en God aanbad. V aorteekens of merkwaardige droomen omtrent de Kerk. voordat hij aan der2 elver bron gekomen was. alwaar hij na lang rondgedoold 1e hebben . voor God te leven en God te behagen. doch hem verl ood. riet kwam hem zoo voor. . Hij vond deze bron flx>edig. maar ge1 ieel uitgeput van krachten. vende. gelootot 1552. G . veel ftrenger dan de overige Monniken begon te levën. h :rvorming worden beoordeeld in het aangehaalde werk V! lil GERDES pCtg. van menfchen geheel ledige en treurige WoesI ijn verplaatst was. zich op de aarde nederI :ide. In den eerften nacht. l ien Apostel P A U L U S herkende. 5O-59. die hem weldra in t ene heerlijke. Wanneer hij aan dezelve zij(*) Eenige andere voorbeelden van voorzeggingen. alwaar hij. I aar de afbeeldingen. in wien hij. In zijne J a a r i 5 i 7 .34 K E R K E L I J K E na c .

wanneer M Y C O N I U S zich eindelijk door den arbeid geheel afgemat voelde. wanneer M Y C O N I U S al te zorgvuldig ook het ftroo tot op den grond toe wilde aflhijden: . wees hij hem eenen maaijer. Hoe zeer hij zich ook vervolgens met menigvuldige vrijwillige martelingen kwelde . Laat dat! het houdt u te lang o p . en beval hem hetzelve te fnijden. deze leerde hem de kunst en de voordeden bovendien. alleen kwam het hem vreemd voor. Hiermede ontwaakte hij. D o c h . als of hij het geheele veld wilde afoogften. hem op een bijna onafzienbaar korenveld vol rijp |aar 1517. Toen hij zich met zijne volftrekte onkunde in dezen arbeid ontfchuldigde. dan de regel zijner Órde gebood . die zoo fchielijk het graan fneed. en zeide hem onder anderen." Daar kwamen. van tijd tot tijd. Toenmaals duidde hij het laatfte fchoone gedeelte van zijnen droom op zijnen nu omhelsden Monnikenftand. graan. verfcheen hij hem weder. dat hij onder de menigte arbeiders geen éénen Monnik gezien had. maar alleen aren.G E S C H I E D E N I S . Qt 155». . zeide hij hem: Dezen moet gij gelijk worden. welke hij gezocht Ca m . met ongemeene vrolijkheid. en eindelijk het avondeten at. arbeidde. leidde P A U L U S w C . en hem het beeld van den lijdenden C H R I S T U S toonende. G . al meer arbeiders op het veld. 35 zijnen dorst ten vollen gefeild had. doch die moet gij zeer zorgvuldig opzamelen. in wier gezelfchap hij. Intusfchen was zijn leidsman verdwenen. zoo opgeruimd als hij nog nooit in zijn leven geweest was. mijn Heer heeft geen ftroo noodig. en offchoon hij veel meer deed. hij vond in zijnen nieuwen ftand de rust voor zijn hart niet.

in LUTHER den " zeven j a r e n . dewijl de Schoolgeleerdheid' zijne oogen verblindde. weg der zaligheid zoodat hij enkel met booze «verken z i c h alleen ter verdoemenis moest bereiden. G en verwacht had. Klooster geweten. en b e g o n . was voor hem een verzegeld Boek. ten zij alleen i n zedekundige voorbeelden. iltijd met een' geheimen wrevel tegen den Schepper. Anderhalf jaar werd hem deswege i 1 het Klooster alle omgang met menfchen. zelfs niet in den B i j b e l .eest van het Euangelie inzien kreeg. iie hem gefchapen. en van had. dien hij i n gezien hij in i . geheel . J a a r i 5 i 7 dikwijls geheele nachten door in godgeleerde Boetot 1552 k e n . ook het t :hrijyen z o o w e l . den dien t ijd af aan werd hij een moedig getuige der godde1 jke waarheid. Deze ellendige toefland lat in het jaar eerde Hellingen tegen ! chenen. altijd daar op doelende. „ Ik kende er het gebruik in het geest Schrift H i j zegt z e l v e : geheel niet van. arbeidende open. doch den roor hem gefloten h a d . maar v o n d nergens een gerust/tellend a n t w o o r d . altijd met een ongerust ftude. als ontvangen van b r i e v e n . in plaats van te ren. duurde TETZEL lijnen droom ] >ïu of in het gingen zijne veld oogen man. 1517 LUTHER'S The fes ver- terflond. waar het ware heil en de gegronde hoop voor den mensch te vinden z i j . de H e i l . zoodat hij den waren van het Euangelie niet kon i n z i e n ." H i j wanhoopte eindelijk aan het goed gevolg van alle zijne moeite. zich meestal met handenarbeid i n het bezig te h o u d e n .3 K E R K E L I J K E 6 H i j ftudeerde onophoudelijk en na C . zoodat tot Godge- en de Aflaten H i j las dezelve en erkende nu ! net v e r r u k k i n g .

dat hij mij het ongeluk niet late beleven . en daar na naar Zwickau. — Ik heb niets gefchreven. welke aan mij. ven jaren. vangenis bedreigd. dan dat ik niet nog veel ijveriger in den dienst des Heeren ben geweest. tot dat hij. God late mij veel liever in uwe plaatfe ziek worden. eindelijk. en ik betreur niets zoo zeer. en M E L A N C H T O N nog verder fchrijven? Ik'hield mij veel meer daar toe verpligt^ om eene roepende ftem te zijn. om den Heere den weg te bereiden. arbeidde ik van het jaar 1517 tot 1546 gemeenfchappelijk met mijnen eerwaardigen Vader L U T H E R in den oogst van het Euangelie door de genade Gods. „ En zoo. Doch ik keere van dezen uitflap. fchreef L U T H E R aan hem: „ Ik bid den Heere.na C. niet vergeefs was gefchonken. nabij den dood w a s . Wanneer M Y C O N I U S .Jaari5i7tot 1552. want ik dacht: wie wilde na Vader L U T H E R . G. volkomen vrij werd. als een zwak werktuig. en hij dikwijls met eene eeuwige ge. L U T H E R ftierf den i8den van Sprokkelmaand. in het jaar 1541. en naderhand naar Gotha als Euangelieprediker kwam. dat gij of één van mijne boezemvrienden voor mij zult nerven. tot welken mij de merkwaardige Gefchiedenis C 3 van . zegt hij. Deze ftremming duurde ook ze.G E S C H I E D E N I S . en achter het voorhangfel ter ruste ingaan . en mij dit mijn nutteloos. uitgeput en door arbeid afgemat omkleedfel in zijne genade afleggen. en M Y C O N I U S den i6den van Grasmaand van het jaar 1546. in het jaar 1525." — M Y C O N I U S werd voor ditmaal weder gezond." L U T H E R had dezen M Y C O N I U S regt lief. doch mij daar buiten onder de Duivelen terug laten. 37 heel verboden .

. tot 155! LUTHER M. '• mijn o n d e r w e r p . ontfteld zijnd e . TETZEL moeder G R I E T J E burgerltand. 55. gedoopt. Maartensdag. die beftcmd w a s . enz. Duitschland. DEZEL LINDEMAN.K E R K E L I J K E 33 na C. om dat van h i e r . C [. BI. was de man. veranderde hij geheel van levenswijze en begaf z i c h . en in openlijk met kracht LUTHER te lang gekoes- vrijmoedigheid en van was met bren- mannen bij z i c h der waarheid als de ware Folhkeraar MAR T E N ftilte om licht te zoo vele waardige gehoopt. en vervolg den draad der Gefchiedenis. zie M U L L E R Gedenkw. weder tot Janri5i. I Deel. overwegende het eene verkondigen. . een goed gevolg de waarheid i n g e n . den fchielijken die bij een dood zwaar on- weder van den blikfem getroffen w e r d . gelijk ook fommigen den noemden. ( d e uitfpraak der letters D en T is voor de Sakfen moeijelijk te onderfcheiden. ) zijne uit den middelmatigen op Sr. geboren te het jaar 1 4 8 3 . zijn Vader was J A N Eislehen i n L U D E R . l e i de hij zich voornamelijk ijver op de wetenfchappen te Erfurt t o e . dat met z o o veel hij i n den ou- derdom van t w i n t i g jaren tot Meester der vrije k u n ften van bevorderd werd. tegen den z i n van zijnen vader. wij reeds gezien Aflaatskramer hebben . of L U - T H E R . en ontving daar- den naam van M A A R T E N o f M A R T I N U S ( * ) . en zijne flrenge opvoeding. D o o r zijnen V a d e r befremd voor de Letteroefeningen. LüTH&R. en (*) V?n I-UTHER'S geringe afkomst. terd geen hadden. i n het 1505 i n het te Klooster der Augustijnen jaar Erfurt. . en het gewenscht. van M Y C O N I U S aanleiding heeft gegeven. Door eenen zijner m a k k e r e n . de z o o n werd daags na zijne geboorte.

.

.

Jaari5i7. Met dit al kon hi niet voorkomen. hoewel het LUTHEH eerst xzErfurt in zijnXXfte jaar gebeuren mogt. Te weten. in dit Klooster leefde hij in het naC. maar voornamelijk aan d e beoefening der Heilige Schrift. rende gedachten beangftigd. wonderbaa vertroost werd. lang vóó dat hij zich openlijk tegen de Aflaten begon te vei zetten. 39 en werd Monnik. en der werken va a den Kerkvader AUGUSTINUS . alzoo hij genoegzaam dj g' (*) MULLER a. 53. Bladz.p. dat hij in eene zware ziekte viel in welke hij zijne gemoedsangften aan eenen oudei eerwaardigen Monnik geopenbaard hebbende . zoodat de zaden der zuivere Euan gelieleer reeds in LUTHER.eenei geheelen Bijbel te zien te krijgen (*). in het jaar 1507 wer I hij tot Priester gewijd.tot 1552. zijn zwartgallig ligchaamsgeiTel werd echter zeer opgebeurd door de Muzijk. die hem in de Schoolfche Wijsbegeerte onderwees. eerst fomber en treurig. G. maar voornamelijk door de vertroosting en leere der Heilige Schriften. hem echter te gelijk geleerd. Schrift fteunen moest. vai denzelven door de leere van de vergeving der zon den en regtvaardigmaking uit genade . da) men in geloofszaken alleen op de Kanonieke Boeker der H . zijnde door vele fchrikba. Voorts gaf hij zich in het Klooster geheel ove r aan de Letteroefeningen. in welke waardigheid h i zich zeer ijverig kweet. waar in hij zeer ervaren was. gelegd waren.G E S C H I E D E N I S . C 4 . over de vergeving der zonden en de regtvaardigmaking uit genade. reeds in de School te Eifenach had zijn Leermeester JODOCUS VAN EISENACH .

(. godOnder bij het bedienen der M i s . gelijks de M i s vierde. onder den naam van Fr. en dat hij die gaarne met de Godgeleerdheid wilde verwisfelen. maar ook de aldaar heerfchende deloosheid . Z i c h beklaagd hebbende. en gij zult brood blijven! terwijl anderen niet fchroomden op hem te v l o e k e n .40 K E R K E L I J K E a» C. de G o d g e - leerdheid. I n het jaar 1508 w e r d h i j . rigt door A N D R E A S wordende de plegtigheid v e r BODENSTEIN CAROLOSTADIUS . en in het jaar 1509 reeds de waardigheid verkregen hebbende van Baccalaureus ad biblia.. van nabij zag en kennen leerde. onder het wijden der H o s t i e . van Sakfen . (Frater^) M A R TINUS L U D E R de Mansfeit. anderen hoorde hij hier fonimigen. van welke reize dat hij het Bijgeloof. fche Faculteit toegelaten. Augustinianus. beoefenen dat de Wijsbegeerte te hem lastig v i e l . te gelijk werd hij als Hoogleeraar i n de T h e o l o g i . welke de kern der noot en het merg der tarwe en der beenderen d o o r z o c h t . waarmede hij zelve nog be- zoedeld w a s . meermalen herhalen: Gij zijt brood. hij dit voordeel t r o k . tot Hoogleeraar Hertog i n de Wijsbegeerte aangefteld. uit den Bijbel en de werken van A U G U S T I N U S . omdat hij de M i s niet fchielijk genoeg bediende. Sedert leerde h i j . In het jaar 1510 werd hij van wege zijne Orde naar Rome gezonden. met terzijdeltelling van het Leerboek van den . Jaari5i P " j z i n g van den Generaal der Augustijnen tot 155:J °P S T A U P I T Z . werd hij in het jaar 1512 ais Doctor o f Leeraar der Godgeleerdheid op aandringen van S T A U - P I T Z verklaard * waar toe de Keurvorst FREDERIK de kosten verfchafte. op de nieuwelings opgerigte Hooge School a a n te Wittemberg door F R E D E R I K den Wijzen.

aantoonende. van velen. echter niet van eerften af op- zettelijk. volgg. openlijk om voorzigtig te welke T E T Z E L te jfuterbock uitventte. o o k gaf hij i n 151Ó het werk van eenen ongenoemden: De Duitfche Theologie genoemd. niet z o o duur te k o o p e n . maar allengs door de omflandigheden. 167 en 197. hij fchatte ken van JAN TAULER hoog. gelijk de onbefchaamdheid van wij z a g e n . o n der het beduur der Goddelijke Voorzienigheid g e l e i d . met eene Voorrede ( f ) . Gefchied. dan die van T A U L E R ( * ) . z i c h openlijk verzette. a l zoo (*) Zie van TAULER Kerkel. u i t . •het geloof en van den flaaffchen w i l des zondaars. Ten over tot de Myftieke de Predikatiën en wer- o f TAULERUS ongemeen dat hij noch i n het L a t i j n . a bijzonder i n eene V e r h a n d e l i n g . t 1552. zonder G o d s genade alleen tot zonden en dus geenszins vrij geneigd genoemd kan worden. behandelde de Brieven van PAULUS en de met grooten l o f . en tot ftichting dezen tijde helde LUTHER Godgeleerdheid.G E S C H I E D E N I S . groote bewegingen . Bladz. in het jaar gefchreven . de leere van de Regtvaardigmaking uit genade door J a n s i 7 . eene bijzondere Euangelie 1516 dat de menfchelijke w i l overeenftemmende en met het Godgeleerdheid gezien h a d . en verklaarde. _ den Schoolfchen Leeraar LOMBARD. z i j n . ( t ) Aid. In dezen tijd verwekte TETZEL . C 5 \ . n o c h in het G r i e k s c h . X I X Deel. 58. meer is . In het begin vermaande hij Hechts de lieden i n zijn K l o o s t e r . 4* H i j verklaarde ra C G . Bladz. en die w a r e n . Hij Pfalmen. waar tegen L U T H E R .

dat zij wel iets anders en beters doen kónden . dat zij door Aflaatsbrieven daarvan bevrijd waren. die voor deze Kerk bijzondere Aflaten van den Paus verkregen had. ook fchreef hij Brieven. zoodat hij van dien tijd af insgelijks van zijne zijde met meer nadruk tegen de Aflaten voortvoer te prediken. Dit aan LUTHER bekend geworden zijnde. dan eene onzekere genade voor tot 1552 zeker geld te koopen. gelijk hij te vooren zich in de Slotkerk reeds tegen de Aflaten had uitgelaten. toen eenige Monniken. waar op hij hun de Abfolutie weigerde .4* K E R K E L I J K E na C. terwijl zij bij T E T Z E L hunne klagten inbragten. ontftak zijnen vurigen geest met de uiterfte verontwaardiging . Doch meer ondernam L U THER niet. om de buitenfporigheden van T E T ZEL . aan den Bisfchop van Brandenburg. gen wel te doen. en hen met de uiterfte ftraffe dreigde. Hij predikte ook in het openbaar. hun door hem opgelegd. zijne Toehoorders waarfchiïwende. die door dezelve in hevigen toorn ontfloken. op eene vreesfelijke wijze in zijne Predikatiën tegen de verachters van het Pausfelijk gezag begon uit te varen. en daar door ongenoegen gegeven had aan den Keurvorst FREDERIK . latende zelfs op de markt eene houtmijt oprigten. den armen met hunne bezittin» Jaarisi. te ondergaan. alzoo hij tevens Geloofsonderzoeker of Inquifiteur was. dan naar Jutterbock te loopen. doch gematigd. om Aflaten te halen. om hen op te wekken. en anderen. G zoo het beter was. de boete. aan den Aartsbisfchop ALBERT van Mentz. weigerden. die bij hem gebiecht hadden. onder voorwendfel.

Spanje en Italië insgelijks Exemplaren. . zoodat het fcheen. onlusten mogten geboren worden. Reeds in het jaar 1521 kocht een Reiziger de fchriften van LUTHER te Jeruzalem. dewijl die reeds lang gewenscht hadden. Hij liet ook openlijk 95 Tkefes of Stellingen aanplakken op den laatften October 1517. onderwerping van zijn gevoelen aan het oordeel van _ 1552.000 Exemplaren verkocht. Brunsvic. en eene Leerrede over de Aflaten. Naar Engeland. In het jaar 1520 werden zijne fchriften in de Nederlanden in het Spaansch overgezet. ( f ) Onbefchrijfelijk was terflond Hellingen en andere fchriften van de drift om LUTHER tot deze deze zaak m behoorende te lezen. welke. welke hij te ger lijker tijd in het licht gaf. tegen deze fchandelijke Aflaatskramerij. Tot een voorbeeld: Bazel drukte kleine fchriften na. a (*) Apolog. waar op fpoedig eenige Predikatiën volgden door hem tegen de misbruiken der Roomfche Kerk gehouden. werden in korten tijd meer dan 4. G . «IJ- Z E L en de zijnen te beteugelen . alwaar dezelve bij de Godgeleerden te Parys de hoogfle goedkeuring wegdroegen. Van LUTHERS gefchrift: zond hij Aan den Chrhtelijken Adel der Duiifche Natie. edita a. zegt MYCONios. Henr. 1541. gelijk hij zelve fchrijft (*). opdat daar uit geene na 2. Braband. nogtans alles met J * 1517. binnen veertien dagen bijna door geheel Duitschland verfpreid waren. gelijk ook zijne gemelde Hellingen gedrukt werden. dat iemand eens met zulke vrijmoedigheid mogt' fpreken. adv.G E S C H I E D E N I S. den Paus en de K e r k . als of de Engelen daarbij de rondgaande boden geweest waren ( f ) . en zond 600 LUTHERS FROBENIUS afdrukfels (Exemplaren) naar Frankryk.

Welk woord van boete en bekeering niet kan verltaan worden van de Sacramenteele boete. dat hij door fchrijven en onderwijzen meer en meer in dezelve gevorderd en van tijd tot tijd bevestigd is geworden. die over dezelve niet tegenwoordig met woorden kunnen redetwisten .) wild. Artium et Theologiae Mag. Onze Heer en zeggende. „ Uit liefde en ijver om de waarheid te zwachtelen. boete: Evenwel bedoelt hij niet alleen inwendige Ja er is geene inwendige boete. (dat is. hoe 5 L U T H E R niet te werk gegaan is. als een Dweeper of Geestdrijver. onder voorzitting van den Eerwaardigen Vader M . Bekeert u. IV. II. ejmdemque ibidem Lector S. ten zij de- zelve naar buiten verfcheidene doodingen des vlee- fches werke. £ * g n . dat de genen. dachtzaamheid en ijver heeft nagefpoord . onzen Heere J E Z U S CHRISTUS ' Amen. dat het geheele leven CHRISTUS. G. Weshalve hij verzoekt. heeft ge- der Geloovigen boete en bekeering wezen zal. enz.44 K E R K E L I J K E na C. . Ordin. Meester J E Z U S (doet boete. In zulks afwezend den naam van fchriftelijk doen mogen." I. maar dat hij de waarheid met be. zullen de volgende Hellingen ont- XtWittem- berg behandeld worden. welke door den dienst der Priesteren verrigt wordt. Het zal den Nederlandfcben Lezer niet ongevallig Jaari tot 15 . de bovengemelde Hellingen van L U T H E R in _ onze tale te lezen. der biecht en de boete. Hij zal uit dezelve zien.) III. L U T H E R .

fchijnt zeker gezaaid te zijn. maar voor de Abfolutie opgelegd. X . XI. de ware inwendige boe. Of ten minde door de gevallen te vergeven. te. Derhalve blijft de ttfaf. . (dat i s . Oudtijds werden de Kerkelijke draffen niet na. De Paus wil noch kan eenige draffen opheffen.' Jaar IS 17. te weten. tegen zich zeiven. door in zijne Decreten altijd het artikel des doods en der noodzakelijkheid uit te zonderen. tot het ingaan in het Koningrijk der Hemelen toe. behalve die. Die Priesters. welke veracht zijnde zou de fchuld geheellijk blijven. De Kerkelijke Boetregelen zijn alleen den levenden opgelegd: en volgens dezelve moet den ftervenden niets opgelegd worden. handelen onkundig en flecht. Dat onkruid. God vergeeft voldrekt aan niemand de fchuld. VIII. IX.) blijft. XIII. zoo lang de haat naC. van het veranderen der Kerkelijke ftraf in de ftraf van het Vagevuur. dat zij van God vergeven is. dan door te verklaren en te bewijzen. XII. VI. die voor de ftervenden de Kerkelijke boeten in het Vagevuur voorbehouden. of hij onderwerpt hem te gelijk verootmoedigd in alles aan den zijne plaats vervangenden Priester. Dus heeft de Heilige Geest in den Paus ons welgedaan .G E S C H I E D E N I S . terwijl de Bisfchoppen diepen. V . De Paus kan geene fchuld vergeven . VII. welke hij naar zijn goedvinden of dat der Kerkregelen heeft opgelegd. als beproevingen der ware verootmoediging.tot 1552. 4-5 I V . G. welke hem voorbehouden zijn.

X I V . dat zij buiten den ftaat van verdiende of vermeerdering der liefde zijn. hebben regtens ontflag van dezelve. X X . Deze vrees en verfchrikking is op zich zelve. of door rede of door de fchriften. maar alleen van alle. Stervenden betalen alles met den dood. als zij zelve minder was. ^ X V I . zoo als wanhoop. X I X . dat iemand door des Paufen Aflaten van alle draf ontbonden en gezaligd wordt. Derhalve verdaat de Paus. Xin. door de volle vergeving van alle (Ir afren.) genoeg. C . hoewel wij er zeer zeker van zijn. die zeggen. dat zij van hunne zaligheid zeker en gerust zijn. tot 1552 • zijn voor de wetten der Kerkregelen reeds gedorven. . Ook fchijnt het van hen niet bewezen. Ook fchijnt het ten aanzien derzelve niet bewezen . fchijnen te verfchiilen. en wel zoo veel grooter. en Jaar151. Vagevuur. XVIII. H e l . X X I . XXII. om de ftraf van het Vagevuur uit te maken. bijna wanhoop en gerustheid verfchillen. (om van andere dingen te zwijgen.4<> K E R K E L I J K E jia C . ten minde alle. die door hem opgelegd zijn. Hemel. X V . Onvolkomene gezondheid of liefde van den ftervenden brengt noodzakelijk groote vrees met zich. Die Aflaatpredikers dwalen dus. niet eenvoudig van alle. dat voor de zielen in het Vagevuur de verfchrikking vermindere en de liefde vermeerdere. dewijl zij aan de verfchrikking der wanhoop zeer nabij komt. XVII. Het fchijnt noodzakelijk.

Die zeggen. in dit leven hadden moeten betalen. len in het Vagevuur. Het is zeker. of alle zielen in het Vagevuur. IV. gebeurd te zijn? V. Wie weet. zoo als men van den Heiligen SEVERINUS en PASCHALIS verhaalt. j X 1552regelen. Dus moet noodzakelijk het grootfte deel des volks bedrogen worden. G . gegeven wordt. zoodra de penning. kan winst en gierigheid vermeerderd worden. als de Paus in het algemeen heeft op het Vagevuur. X X I V .G E S C H I E D E N I S . wanneer de penning in de kist klinkt. Zulke magt.) maar bij wijze van ftemgeving. klinkt. dat dezelve niet dan aan de volmaaktften. in de kist geworpen. Zelfs vergeeft hij geene ftraf aan de zie-anC . willen vrijgekocht worden . prediken den mensch. . door die aigemeene en grootfche belofte van weggenomene ftraf.iari5i7. welke zij. VI. dat hij niet door de magt des fleutels. aan de zielen vergeving geeft. De Paus doet zeer wel. dat de ziel uit het Vagevuur vliegt. X X V . I. III. (welke hij geene geeft. maar de uitfpraak der Kerk is in het welbehagen van God alleen. XX1IL Indien eenige vergiffenis van volftrekt alle zonden aan iemand gegeven kan worden: is het zeker . aan zeer weinigen. dat is. II. volgens de Kerk. heeft elke Bisfchop en Parochiepriester in zijn Regtsgebied en Parochie in het bijzonder. Niemand is zeker van de waarheid zijner verootmoediging: veel minder van het gevolg der volle vergeving. 47 X X I I .

zullen met hunne Magisters in eeuwigheid verdoemd worden. hem van God gegeven. X . X I . Zoo zeldzaam als een ware boetvaardige i s . VIII. Z i j . » t 155 . zelfs de biechtsverootmoediging niet noodig zij. hem toekomende. die zich zeker gelooven van de zaligheid door Aflaatsbrieven. dat i s . heeft deel aan alle goederen van C H R I S T U S en de Kerk. XII. X I V . ook zonder Aflaatsbrieven. de mildheid der Aflaten en te gelijk de waarheid der verootmoediging voor het volk te verheffen. 3 Jaansi 7 zoo zeldzaam is iemand.48 K E R K E L I J K E VI. Elk waarlijk getroffen Christen heeft volle vergeving van ftraf en fchuld. heel zeldzaam. ) eene verklaring is van de Goddelijke vergeving. V U . IX. Evenwel is de vergeving en mededeeling van den Paus niet te verachten. Zij prediken niet Christelijk. Men moet zich wachten voor de genen. XV. omdat deze. die waarlijk Aflaten koopt. Het is zelfs voor de fcherpzinnigfie Godgeleerden zeer moeijeiijk. die leeren. dat voor hen . Want deze uitgeveilde Aflaten zien flechts op de ftraffeu van Sacramenteele genoegdoening. na C. die hunne zielen vrljkoopen. waardoor de mensch met God verzoend wordt. ook zonder Aflaatsbrieven. die zeggen. levende of dood. (gelijk gezegd i s . dat deze Aflaten van den Paus eene onwaardeerbare gave Gods zijn. XIII. die door eenen mensch zijn vastgefteld. Elk waar Christen . De waarheid der verootmoediging zoekt ea .

dat. X X I . dan wanneer hij Aflaten kocht. zij verpligt zijn. Omdat de liefde toeneemt door het liefdewerk . XIX. en met voorbijgaan van denzel« ven zijn geld geeft voor Aflaten. zich niet Pausfelijke Aflaten. G . X V I . D zich . dat hij. dat. verflapt ze en doet ze haten. Men moet de Christenen leeren. XVII. De Apostolifche Aflaten moeten met omzigtigheid gepredikt worden. Maar de mildheid der Aflaten i C . Men moet de Christenen leeren . het noodzakelijke te huis te houden. Men moet de Christenen leeren. beter doet. en geenszins voor Aflaten te verkwisten. X X . opdat het volk niet verkeerdelijk begrijpe. en de mensch beter wordt: Maar door de Aflaten wordt hij niet beter. n XVIII. gelijk hij meer een godvruchtig gebed voor H E R V . legenheid. XXIII. en niet geboden is. XXII. Men moet de Christenen leeren. I. Men moet de Christenen leeren. 49 en bemint draffen. die den armen geeft. die eenen armen ziet. Men moet de Christenen leeren. dat de Paus. dat de meening van den Paus niet i s . dat het koopen van Aflaten in eenig deel te vergelijken zou zijn met de werken van barmhartigheid. maar alleen vrijer van draf. dat zij boven andere goede werken van liefde gedeld worden. maar het ongenoegen van God verwerft. dat het koopen van Aflaten vrij. Ten minden bij ge-1 iari5i7)t 1552.G E S C H I E D E N I S . ten zij zij overvloed hebben. of den behoeftigen leent.

bijaldien de Aflaten. Die genen zijn vijanden van den Paus en van CHRISTUS. als het noodig was. Men onteert Gods woord. zijne ziel daar voor verpandde. tot 155.) . gelijk hij verpligt i s . (hetwelk het grootffe is. van welken fommige Aflaatpredikers geld aftroggelen. Pieterskerk tot asch zou zien worden . ( K E R K E L I J K E zich noodig heeft. indien zij door dezelve de vreeze Gods verliezen. dat des Paufen Aflaten nuttig zijn. dan geld. ja de Paus zelve. Men moet de Christenen leeren. I. I V . Men moet de Christenen leeren. als zij er niet op vertrouwen. X X V . Gods woord in andere Kerken geheel laten zwijgen. dus ook zou willen. om het prediken der Aflaten . Het is noodzakelijk de meening van den Paus. dan die op te bouwen met de vacht. maar allerfchadelijkst. V . hij liever de St. Het vertrouwen op de zaligheid door Aflaatsbrieven is ijdel. Pieterskerk. het vleesch en het vet van zijne fchapen. dat de Paus. hij dus hetzelve hij het geven JaariSi 7' van Aflaten ook meer begeert. dat het Euangelie. Men moet de Christenen leeren. X X I V . (hetwelk het minste i s . ) met eene klok. III. die. dat. II. dan aan de woorden van het Euangelie. alfchoon ook de Kommisfaris. zelfs de St. hun van zijn geld geven. indien de Paus de knevelarijen der Aflaatventers wist.50 na C. eenen optogt en plegtigheden gevierd worden. verkoopende. wanneer in dezelfde Kerkrede een gelijke of langer tijd befleed wordt aan de Aflaten.

Want het is klaar. Maar deze is met regt zeer hatelijk. in zijnen tijd. dat de fleutelen der Kerk. XIV. X I . Ook zijn het niet de verdienden van CHRISTUS en der Heiligen: omdat deze altijd zonder den Paus de genade van den inwendigen. dat tot vergeving der ftraf en in gewetensgevallen de magt van den Paus alleen genoeg iït XII. den dood en hel van den uitwendigen mensch werken.G E S C H I E D E N I S . (door de verdienden van CHRISTUS gefchonken. is bij het volk van CHRISTUS niet genoeg genoemd . Zonder roekeloos te zijn. honderd plegtigheden gepredikt worde. Doch de fchat der Aflaten is met regl zeer aangenaam. waar uit de Paus de Aflaten geeft. omdat vele predikers dien niet zoo ligt verfpillen. LAURENTIUS heeft gezegd. zeggen wij.) die fchat zijn. 51 i s . De H . IX. Ten minde blijkt het. Derhalve zijn de Kerkelijke fchatten de netD a ten^ Q . maar alleen vergaderen. ) rfiet honderd klokken. De fchat der Kerk. en het kruis. V i l . dat het geen tijdelijke fchat i s . dat de armen de fchatten der Kerk waren. noch bekend. G . maar hij fprak naar het gebruik des woords . X . VI. XIII. omdat hij van de Iaatden de eer* den maakt. jfa 155*. VIII. omdat hij van de eerden de Iaatden maakt. De ware fchat der Kerk is het hoogheilig Euangelie der heerlijkheid en genade Gods. honderd optogten en a C. X V .

Doch zij zijn nog meer verpligt. De fchatten der Aflaten zijn de netten. Gelijk de Paus met regt die genen blikfemt. XIX. X X V . dat deze in plaats van den last van den Paus niet hunne eigene droomen prediken. met betrekking tot de genade van God en de godzaligheid van het kruis. die zij gezegend. X X . Maar zij zijn in der waarheid de minde genade. welke de Aflaatpredikers uitfchreeuwen als de grootte genade . dat de Pausfclijke Aflaten zoo groot . Maar die tegen den wil en losheid der woorden van den Prediker acht geeft op de Aflaten. XVIII. met alle oogen toe te zien. XXIII. Veel meer bedoelt hij die genen te blikfemen. om de Kommisfarisfen der Apostolifche Aflaten met alle eerbiedigheid toe te laten. met welke men oudtijds de mannen van rijkJaarr dommen vischte. ten aanzien van hel behalen van voordeel en winst. die met allerhande kunflen ten nadeele van de zaak der Aflaten arbeidt. met alle ooren op te merken. X V I I . die zij Anathema en vervloekt. die onder het voorwendfel der Aflaten ten nadeele der heilige liefde en waarheid arbeiden. De Bisfchoppen en Parochiepriesters zijn verpligt . worden zoodanig waarlijk verdaan te zijn. De Aflaten. Die tegen de waarheid der Apostolifche Aflaten fpreekt.5* K E R K E L I J K E na C G ten. X X I . X X I V . XXII. Te drijven. waarmede men nu de rijkdommen der mannen vischt. tot ij X V I .

is lastering. is lastering tegen den Heiligen PETRUS en den Paus. IV. de gaven der genezingen. Te weten. gelijk ftaat met het kruis r van C H R I S T U S . als eene allerbiU'nkfte reden . dat zulke redenen onder het volk geftrooid worden. indien hij nu Paus was. het Euangegelie . de Moeder 1aari5i7. die toelaten . Deze ongebondene Aflaatprediking maakt. dat de Pausfelijke Aflaten niet de minfte vergeeflijke zonde kunnen wegnemen . en de hoogde noodzakelijkheid der zielen. zullen eens rekenfchap moeten geven. Daartegen zeggen wij. Te zeggen. dat het zelfs voor geleerde mannen niet gemakkelijk vak. 1 Cor. dat ook hij en elke Paus grooter genaden heeft. Dat men zegt. wat de fchuld betreft. om de heiligfte liefde. Parochiepriesters en Godgeleerden . Wij zeggen daartegen . 33 groot zijn. of ten minfte tegen fcherpzinnige vragen der Leeken. enz. waarom maakt de Paus het V a gevuur niet ledig . II. VII. hetwelk onmogelijk is. te weten. XII.G E S C H I E D E N I S . deugden . V . G. dat zij iemand kunnen ontbinden. De Bisfchoppen .a C. al. terwijl hij nogtans oneindige zielen ontflaat om het heillooste geld tot den bouw D 3 eener . Gods verkracht had. VI. is razernij.den eerbied voor de Pausfen te beveiligen tegen lasteringen. 3t ifta. III. I. dat het kruis met het Pausfelijk wapen fierlijk opgerigt . dat de Heilige PETRUS geene grootere genade zou kunnen geven. fchoon hij ook.

G eener K e r k . Insgelijks: wat grooter goed z o u aan de I lerk gefchonken w o r d e n . dat zij aan eenen niet en vijand om geld vergunnen. indien de P a u s . V i n . 3ie inderdaad en niet door 5p z i c h zeiven afgefchaft l o g met geld afgekocht het gebruik reeds lang en dood door het zijn. v o o r verlosten te bidden? IX. als waren zij nog volkomen levende? XI. Insgelijks: waarom blijven de lijkdienften tot 1552. o f laat toe. 1terk o p ? XII.54 K E R K E L I J K E na C . Insgelijks: wat nieuwerwetfche weldaad van G o d en den Paus is d e z e . Insgelijks: waarom worden de Boetregelen. evenwel vergunnen van fVfbiten.an die g e n e n . dat men intrekke de Beneficiën voor de dooden ingefield. gelijk hij £ ens d o e t . wiens dan de rijkfte Cras- usfen. tige ziel. niet liever met zijn eigen geld dan met i . Insgelijks: wat vergeeft het Pieters- o f deelt de Paus . Hechts ééne S t . . waarom geeft hij niet t e r u g . die door volkomene verootmoediging 1egt hebben op volle vergeving en deelneming? XIII.eld van arme geloovigen. dus honderd i :der geloovige deze vergevingen malen op eenen dag aan en deelnemingen $ :honk? XIV. een' vriend deug- eene godvruch- G o d s vrij te koopen. dewijl het toch onregt i s . en jaarlijkfche gedachtenis der Overledenen. hetwelk eene zeer ligte reden is ? Jaari5i7. Insgelijks: waarom i ijkdommen j bouwt heden rijker zijn de P a u s . En evenwel om de noodzakelijkheid van die vrome en beminde ziel zelve haar uit genadige liefde niet verlosfen? X.

kruis. in te gaan in het Koningrijk der Hemelen. dan der menfchen geld. XVIIf. • en zonder reden te geven. hoe zeer zijne gevoelens omtrent de regtvaardigmaking uit genade door het geloof. van aan eene Hervorming in de toen lingen. Indien derhalve de Aflaten naar den geest en meening van den Paus gepredikt werden. Deze zeer bedenkelijke aanmerkingen der Leeken alleen met magt te bedwingen. is de Kerk en den Paus bij de vijanden belagchelijk en de Christenen ongelukkig maken.G E S C H I E D E N I S . dat zij hun hoofd CHRISTUS door ftraflën. Dat derhalve alle die Profeten welvaren. XVII." BeoordeMen ziet uit deze {tellingen. dood en hel trachten te volgen. X V I . . en zelfs geene plaats hebben. X X . zou dit alles gemakkelijk opgelost worden. en er is geen kruis. heerfchende leer der Kerk te denken. die tot aj CHRISTUS volk zeggen: kruis. hoe LUTHER thans ling dezer Helver af was. zaligheid der zielen zoekt. I « 5 1 7 . Men moet dc Christenen vermanen. daar zij toch even krachtig zijn ? X V . die tot het volk van CHRISTUS zeggen: vrede. 55 X I V . te verwerpen. Bijaldien de Paus door de Aflaten meer de na C. . omtrent de verdorvenheid der menD 4 fchen. vrede. G . door verdrukkingen. Dat het alle die Profeten welga. E n dus meer vertrouwen. en er is geen vrede. X I X . waarom fchorst hij de Brieven en Aflaten. dan door gerustheid des vredes. die te _ voren gefchonken zijn.

het Vagevuur. om het werk der Hervorming ter hand te nemen. en op de gunst fteunen kon van den Paus en andere voorname Geestelijken. die tot alles in Haat was. die dien Kerkvader hoogachtten. fchen . het roerfel geweest zou zijn van LUTHER'S handelwijze in deze. ingebragt. wanneer men Hechts het gezag van den Paus en der Geestelijkheid onaangevochten liet. en begeerte om te fchitteren. uit deze Hellingen zelve. en blijkens deze Hellingen eerbiedigde LUTHER thans nog de Pausfelijke en Kerkelijke magt. reeds bij zijn leven . dat eerzucht. De groote Man werd allengs door de Voorzienigheid tot het volle licht der waarheid geleid. dan dat hij het waardig zou gekeurd hebben. die hun voordeel hadden uit zijne volksbedriegerijen? De geleerdheid en het verfiand van LUTHER was te uitmuntende. en werden geduld. de ongegrondheid der befchuldigingen tegen L U T H E R . G. van eenen twist met eenen plompen en hatelijken mensch. de Mis had hij zelve tot hier. Maar ook te gelijk blijkt ons. men heeft gezegd. Te weten. Jaai-15 tot 15 £• ook van de toen meest gewone thans reeds ver. fchilden. toe bediend. Maar welke eer of voordeel zou deze hebben kunnen verwachten . en werden door velen. omtrent de Goddelijke voorverordineering. omtrent de redenen en bedoelingen. den Heiligen Geest in den Paus. welke hem zouden bewogen hebben. zelfs fpreekt hij nog eerbiedig van Apostolifche Aflaten enz. zij waren de gevoelens ook van de volgers van AUGUSTINUS.5<5 K E R K E L I J K E Ha C . aangenomen. indien geene edelere be- . om zich met T E T Z E L in te laten.

dat L U « 1aansi7 ot 1552 T H E R bedoeld zou hebben den Keurvorst F R E D E .G E S C H I E D E N I S . en deze befchuldiging is ook nog in de laatst verledene eeuw herhaald. om Aflaten te prediken. RIK te behagen. als die een vijand zou geweest zijn van den Keurvorst A L B E R T van Mentz. en yeel minder nog L U T H E R . aan den naarijver der Augustijnen en het opftoken van derzelver Generaal S T A U P I T Z .r a C . 57 beginfelen hem gedreven hadden. Integendeel. dat h i j . en dien door dezen tegenfland verdriet zou hebben willen aandoen. dat zijne Jiellingen in handen van dezen Vorst. Doch hier bij is het genoeg aan te merken . omdat het prediken der Aflaten niet aan Monniken van hunne Orde. of van iemand van deszelfs Hovelingen zouden komen. dat alle de bewegingen en ondernemingen tegen de Aflaten zouden toe te fchrijven zijn. Maar L U T H E R zelve berigt immers. die gelooven konden.. door tegen de Aflaten te prediken . en hij verklaart uitdrukkelijk. zich het ongenoegen van F R E D E R I K had op den hals gehaald. op zich te nemen. Niet minder on. dat hij zelfs niet gewild hebbe. voordat zij aan die genen waren gezonden. denzelven aan de BomiD 5 «- . dat de Franciscanen weigerden denzelven. reeds federt lang was deze last. zoo hatelijk en verachtelijk geworden. dat voor deze befchuldiging geene fchaduw van eenig bewijs heeft kunnen bijgebragt worden. met dezelve bedoeld te zijn. toen hij hun opgedragen werd. en dat niemand. maar aan de Dominikanen of Predikheeren was opgedragen en aanbevolen. Eindelijk heeft men willen beweren. G gegrond was eene andere befchuldiging .

en zeg: Heere.uitfluitend bezit van dit regt gelijk ook i n de bedietot 15 _ ' ningen der Inquifitie waren (*). van JIACLAINE Kerk. O p zijne Stellingen en B r i e v e n . Gefck. en dat hij wel gewild h a d . op MOSIIEIM . om niet roekeloos nieuwigheden te o n dernemen . dan wonderen doen . welke aan den Keurvorst van Mentz gezonden LUTHER h a d . vermo- LUTHER'S L U T H E R te M e n verhaalt onder an- ALBERT KRANZ . dat ftout te werk was gegaan. alfchoon dit ook i n zijn gen ware. dat een geringe Augustijner Monnik te (*) Men zie de Aanteek. Bladz. vermaande h e m . en liever wilde gehoorzamen. dat duitfche Kerkrede drukken. met v e r z o e k . maar Bisfchop van Brandenburg. G nikamn k o n misgunnen. HIE- aan wien insgelijks gefchreven h a d . anderen oordeelden. dat hij te vrede w a s . kruip in uwe Cel. ontferm u mijner! willende te kennen g e v e n . die bovendien bijna in bet Jaaris [7. den beken- Broeder. hij a n t w o o r d . V I Deel. in eenen B r i e f . 49. de uitgave vaa zijne Hellingen uit te ftellen. dat hij z o u bevelen. leerde en godvruchtige mannen goed. liever dan de A f l a t e n . zeggende dat hij wenschte en hem ver.58 K E R K E L I J K E aaC. z o c h t . Over het algemeen verwekten Hellingen veel beweging in Duitschland. dat het Euangelie gepredikt mogt w o r d e n . L U T H E R over zijne H o o g - LUTHER de Aflaten niet had laten gaf hier op te k e n n e n . andere knersten met keurden T E T Z E L deren een gezegde van den Gefchiedfchrijver: vele gedezelve en de zijnen op da tanden. ontv i n g hij van denzelven geen RONYMUS.

ansi7. Hij voer op J. alhoewel h i j . dat er een verlosfer was opgeftaan. de eerfte derzelve bevatte iofj. door de dwingelandij der menfchelijke Bijgeloovigheden gedrukt. voorts nam hij op de Hooge School te Frankfort aan den Oder de waardigheid van Doctor in de Godgeleerdheid aan. den Predikftoel allerhevigst tegen de Hellingen van LUTHER uit. de andere 50 Hellingen. nen is in den naam des Heeren. T E T Z E L .?gen LUHER. „ zoo beveel de zaak ter voltooijing aan God aan 1" Vele Monniken in hunne Kloosters. maar door KOENRAAD WIMPIN A . G . temherg zelve vervoegden zich de Prior en Onder-1* t I5S2. openlijk op de markt te Juterbock verbranden. allen gerigt tegen de ftellingen van L U T H E R . een vermaard Leeraar op deze School. om met des te meer aanzien tegen LUTHER te kunnen ftrijden. om de Hel. Te Wit-m C .G E S C H I E D E N I S . werden de Voorzitter en de Verdediger door JAN KNIPSTROW. _ hem biddende. de Orde te fparen en niet befpottelijk te maken. doch wanneer deze ftellingen den noften Januarij 1518 openlijk betwist werden. dankten G o d . Maar LUTHER antwoordde: „ Dit „ zal alles fpoedig vervallen. Maar anders. op den bepaalden dag opkwam. prior der Augustijnen heel ontfleld bij L U T H E R . zoodanig vastgezet.£ enftellingen van LUTHER te betwisten. 59 te vergeefs met den Paus zou kampen. vond zich echter \ ngen uit te zwaar gegriefd. om te zwijgen. Student op die Akademie. Hij gaf bij deze gelegenheid twee Akademifche Twistfchriften in het licht. en liet die. als Inqui/Jteur. noch iemand van zijnent-1 ETZEL eeft tewege . waren opgefteld. welke echter niet door hem. indien het niet begon. dat zij .

der van C H R I S T U S w e l k e . die toch minder is dan de zonde tegen den Z o o n . maar tot bedreigingen en geweld de toevlugt tot 155! " moesten nemen. om de goddelijke vergiffenis te verkrij- gen . o f begrepen i n de het Vagevuur. Wittemberg w a r e n . ( i. getuigenis van C H R I S T U S . verbrandden de Studenten te Wit- hoewel geheel buiten weten van L U T H E R . dat de inwendige verbrijzeling en uitwendige verootm o e d i g i n g . dat de genoegdoening een zoo noodzakelijk deel der boetvaardigheid z i j . zij op zijne tegenwerpingen niets wisten te antwoorJaarisi. . o f door de K e r k regelen. aan waarlijk verootmoedigden. Andere (tellingen van LUTHER. gelijk T E T Z E L met de ftellingen van L U T H E R gehandeld had. zonder voldoening o f de ftraffe. vergelijkt T E T Z E L den Paus en het kruis door den Paus o p g e r i g t . tegen de M o e bedreven . en beweert. opgelegd door den A f l a a t . wel- ke onder zijne Voorzitting door den Magister F R . Z o o d r a de ftellingen van T E T Z E L te gebragt temberg. zoodat ook de z o n d e . In deze (tellingen. dezelve insgelijks openlijk op de m a r k t . vergeeflijk door den Aflaat vergeven kan worden enz. Tegen het einde van het jaar T H E R nog eenige ftellingen: 1517 fchreef L U - Foor den Bijbel. Onder deze zijn de volgende merkwaardig: IV. geheel nutteloos z i j . G U N T H E R v a n Nordthaufen openliik verdedigd wer- den. d e n . opgelegd door den Priester. volgens het uitdrukkelijk is. te ondergaan in Dat de Paus deze ftraffe zoo van deze als de toekomende wereld op verootmoediging en gebiechte z o n d e n . kan kwijtfchciden.60 K E R K E L I J K E n a C . ftraffe. met het kruis van C H R I S T U S .

djnePa•adoxa te berg . . woord. en XII uit de Wijsbegeerte o p . ) noem- . (jegens G o d . De beste en onfeilbare voorbereiding en eenige gefchiktheid tot genade. ftelde hij tot een Akademifchen Redetwist X X V I l l Befluiten . hij is niet vrij maar gevangen. ( Wonderfpreuken. dan ongefchiktheid. 'maar om dat te paard of met een rijtuig te reizen voor hem te kostbaar was. Het is waarheid. Heidelhebbende hij die reis te voet afgelegd. V . X X X . ) is geene daad der natuur. is de eeuwige verkiezing en voorverordineering van God. en willen. de boom geworden zijnde. van nature . maar der voorkomende genade. dat de mensch. Het is onwaarheid. De daad van vriendfchap. wilde hij uit ijver voor de waarheid zijnen tijd niet ledig doorbrengen . ( Conclufiones. ) uit de Godgeleerdheid. om daar openlijk te leeren. een kwa. naderhand het Kollegie der Wijsheid genoemd . niet als in berg. God boven alles lief te hebben. X X . zoo als chimaera. is een ijdel.G E S C H I E D E N I S . waar ook L U T H E R bij tegenwoordig was. dat de vrije wil evenveel vermag tot twee tegengeltelde zaken.UTIIER In het voorjaar van 1518 werd er eene aigemeene /erdedigï vergadering der Augustijnen gehouden te Heidel.niet dan kwaad kan doen l »t 1552. trouwens. XVIII. Maar van 'smenfchen zijde gaat niets voor de genade. ja wederfpannigheid tegen de genade. welke hij zelve Paradoxa. Zich hier in het Augustijner Klooster. maar vrijheid verkregen hebbende. 6t I V . bevindende. X X I X .n 1 C. Bedevaart. G-J iari5if.

175. maar die zonder werk veel in CHRISTUS gelooft. fcherpzinnig en zedig . zouden zij ons fteenigen MARTINUS BUCERUS . maar ook de Profesforen der Hooge School. over den vrijen wil tot 155: na de zonde. eens flechts deed e'én der Hoogleeraren de vergadering lagchen. T." „ Die geen is niet regtvaardig. is regtvaardig. verdedigd . Niet flechts geleerde Monniken redetwisteden hier. zijne vlugheid . door LEONARD BEIER . Onder deze Wonder. bedaard. naderhand een verdienftelijk man omtrent de Hervorming. die bij dit Twistgeding tegenwoordig was . en er in eenen Brief aan EEATUS RHENANUS een verhaal van gegeven heeft (*). gcede werken . voornamelijk over de regtvaardigmaking zonder de werken. het taai geduld van LUTHER. onder eenen verbazenden toevloed van menfchen . Monum. Reform.62 K E R K E L I J K E na C. naar de leer van PAULUS en AUGUSTINUS. Hiftoriê . een Monnik der Augustijner Orde. regtvaardigmaking . die veel werkt. noemde. fqq. (*) Deze Brief is door GERDES uitgegeven Evang. Alles gefchiedde deftig . in het aanhooren der tegenwerpingen . over de genade. en in welken hij verfcheidene dwalingen Jaarisr der Roomfche Kerk tegenfprak. fpreuken zijn deze inzonderheid merkwaardig: „ De vrije wil na de zonde beftaat alleen in den naam.p. C I." Deze Wonderfpreuken werden den aöften April 1518 in het openbaar. weet de gematigdheid. I. het geloof. door te zeggen: Als de loeren ons zoo hoorden disputeren .

rESTERDE men en hem in gefchriften beftreden. Ondertusfchen kreeg T E T Z E L fpoedig drie voor. zachtheid en beknoptheid in het beantwoor. voor eenen Ketter verklaart. 63 heid. D E PRIERIO . LUTHERJ )t I552werd van allen toegejuicht. den derzelve. en even dit Twistgeding mag gehouden worden voor de eerfte grondlegging der Hervorming in de Paltz. . Verder fchrijft hij aan L U T H E R als eenen regel voor: „ dat de Room„ fche Kerk. dwaalt af van den weg der zaligheid. JAN E C K . gelijk in woord . die de pen tegen L U T H E R . waar aan hij zeide drie dagen befteed te hebben." terwijl hij elk eenen. :CK en n SYLVESTER en J A K O B PRIERIAS Of HOOGSTRATEN. " OnSYLVESTER D E PRIERIO . en dat de Heilige . ' IOOGiTRATEN. Schrift daar van alle hare kracht en gezag ont„ leent. waar in hij zoo onbefchaamd te werk ging. ^1517. niet feilt in geloof of zeden. die dit niet op„ merkt. regen- was Prior Generalis vanchrijver» de Orde der Predikheeren. jaar 1518 eene Zamenfpraak uit. niet genoeg te roemen. en Opziener van 's Pau. die dit ontkent. Zij waren j 'R1ER10. dat „ de Aflaten niet •„ bekend zijn geworden door het gezag der Heilige „ Schrift. . maar door het gezag der RoomfcheKerk „ en der Roomfche Paufen./an L U fen Paleis en Boekbeoordeelaar. G ." Bij flot echter erkent hij.G E S C H I E D E N I S . Deze gaf in het r H E R . hetwelk grooter i s .JJerigten 'an SYLvechters te hulp.t C. . dat hij durfde beweren: „ dat de leer der Roouifche Kerk en van den „ Roomfchen Paus onfeilbaar i s . ten einde het hoogfte en onfeilbaar gezag van den Paus in het Geestelijke tegen L U T H E R te handhaven. opna-. dus ook in daad.

zonder daar toe eenigzins getergd te zijn. K E R K E L I J K E Onbefchoft is deze man in zijn uitvaren tegen LU-* THER . van regt of onregt. met zoo veel gal en bitterheid tegen hem was uitgevaren . maar offchoon hij enkel vuur „ fpuwt. Onder -Kanfe- lier der Akademie van Ingolftad. 185. en hem als een' Bohemer of Ketter. Aartsketter. XV Deel. plompen kerel. roekeloozen. (*) Kerkk Gefch. Bladz. Cf) Bladz. was JOANNES ECKIUS. len zamengefteld. dien hij een' Ketter. G. en Kettermeester. dat hij. een' zuiper. vreet vuur. . en fchreef te gelijk het een en ander tegen de ftellingen van LUTHER.64 ba C . of JAN E C K . Hij wordt door ULRICH VAN HUTTEN dus eigenaardig afgebeeld ( f ) : „ Men „ mag fpreken van den Godsdienst. hij zal altijd „ fchreeuwen: ten vure! ten vure! Hij is geheel „ vuur. deze ftelde tegen de ftellingen van LUTHER eenige aanmerkingen o p . ongeleerden gefcholden had. die zich tegen LUTHER aankantte. JAKOB HOOGSTRATEN . Godslasteraar. voorheen een gemeenzaam vriend van L U T H E R . plompaard. en wat niet al noemt? De tweede. Over hem beklaagde LUTHER zich ten fterkfte. tot 1552. Jaai-1517. . (ftreepjes. voorheen zijn vriend.) noemde. was Profesfor der Godgeleerdheid te Keulen. van waarheid „ of valschheid. 179. zijn hart is uit gloeijende ko. welke hij obelisci. Duivel. Booswicht. Hij heeft zich berucht gemaakt in den twist met REUCHLIN (*). oproermaker. maar in affchriften rondgedeeld werden. De derde. welke echter niet gedrukt.

wanneer S Y L V E S T E R D É P R I E R I O hem kennis gaf van eenige ketterfche ftellingen door L U T H E R over de Aflaten gefchreven: Che Fra Martino fosfe un hellisftmo ingegno e che coteste erano invidie fratefchi.anderneming. die op malkanderen gebeten waren .2Paus. omdat hij beweerde. moesten weldra ook den krijgtkenrtis van Paus ter ooren komen. Ë Biet. die wel de boozen maar geenzins de deugd„ zamen in zijn leven kon verdragen. B E M E U S aan GABRIEL V E N E T U S . ( Deze Broeder M A R T E N bezit een heel fchoon verftand. durfde alle fnoodheden beftaan (*). en dat ook onze beste werken met zonden bevlekt zijn. Art. de eenige C A P N I O heeft hem gekluisterd. 62. ) Kort daar na echter liet hij door P É T R . en die kibbelarijen zijn eene nijdigheid van Monniken. om tegen denzelven geen ander hulpmiddel dan ftaal en vuur te gebruiken. L E . welk een en ander Ketterij is. G . In zijn gefchrift tegen L U T H E R vermaant hij den [aan Si 7.. en zeide . . die hier ligt. <g . Van V I L L E R S Bladz. ot 155. en men maakte op hem het volgende graffchrlft: „ Hier ligt H O O G S T R A „ T E N . ." De beweging. H O C H S T R A T E N . welke L U T H E R ' S ftellingen in De Paus Duitschland verwekten . zelve als eene kibbelarij tusfchen Monniken. Deze H O O G S T R A T E N is te Keulen overleden in het jaar 15:7. fpuwt." ia C. hoofd van de Orde der A u gus( * ) U A Y I . . hij befchouwde de.G E S C H I E D E N I S . er groeijé „ niets dan taxis en aconijt op dit graf. HERV. dat de magt van den Paus alleen op de ijskoude Boeken der Decretakn fteunt. ook rangehaald door don Vert. want h i j . L E O X maakte in het eerst L U T U E R ' S van deze zaak weinig werks.

in het voorgaande jaar door hem uitgegeven. hetwelk.66 K E R K E L I J K E naC. en geoordeeld werd te beftaan in het vanen. Dat men door fpoedige hulp dit vuur zou dooven. digheid opdroeg. Bijzonder verklaarde hij in dezelve de twee grondleerftukken van het Christendom van het geloof'in de verdienden van C H R I S T U S en de boete oï bekeering. leerde hij. zijne aanvalleren in het gemeen. ( C A J E T A N U S . welke toen voor een deel der boete gehouden .t'huis gekomen. het gebed en aalmoezen.. die niet dan met moeite te dempen zou wezen. aan wien bij toen deze waar- Jaarisi. naderhand ligtelijk eene vlam zou kunnen worden. dat men onder het vasten alle kastijdingen des vleefches . onder den titel van Refolutiones of Qplosfingen. tot den Paus te behooren. gustijner-Eremiten. op allerlei wijze daar van af te brengen. ) aanleiding gegeven te hebben om zijne Verhandeling over de Aflaten te fchrijven. dat hij wel zou doen. meene Kerkvergadering. Ook fchijnt dit toen reeds aan den Kardinaal V A N G A ë r A . C . eene wijdloopige Verhandeling. in het begin verwaarloosd wordende.xtx nadere verklaring en verdediging van zijne (tellingen. onder het gebed alle geestot I55J te- . die nieuwigheden onder de Duitfchers leerde. fchrijven. deze erkende hij nog. betraande in eene geftadige levensverbetering. ' om M A R T E N L U T H E R . ter wederlegging van ones. Betreffende de Aflaten. zonder onderfcheid van fpijzen en kleederen. LUTHER's LUTHER van de bijeenkomst der Augustijnen Refoluti. maar bepaald door het voorfchrift der Heilige Schrift en eener. vervaardigde. Van de genoegdoening.

welke alleen de H . wiens opregtheid en geleerdheid een wellust zijn voor alle goede ooren. Schrift zijn kan." zegt h i j . opdat ik niet genoodzaakt worde . en berispte de Pikarden of Bohemers. Ondertusfchen hield hij in deze Oplosfingen het Vagevuur nog voor eene zekere waarheid. ook zonder de Pausfelijke Aflaten. ot 1552. bid-1 ia C.. den Paus L E O X befchrijft hij als eetf besten Paus. maar zelfs gruwelen behaagd hebben. die C H R I S T U S niet wel kennen. hij is een mensch. overdenken.G E S C H I E D E N I S . waar onder hij telde de Heilige dagen. „ wat den Paus behaagt of mishaagt. lezen. G. en volgens de Kerkregelen fpreekt. Ik hoor den Paus . die hetzelve ontkenden. zoo als hij in de Kerkregelen fpreekt. met fommigen . den naasten begrijpen moest. dat de Christenen. maar niet. hij beweert. dat de gruwelijke moorden van J U L I U S II onder het Christen volk weldaden geweest zijn van eenen vromen herder aan de fchapen van C H R I S T U S bewezen. Hij klaagde zwaarlijk over de drukkende lasten der Kerk. als Paus . dat de Kerk grootelijks verdorven was. of met het Concilie uitfpraak doet. aan welken niet alleen dwalingen en ondeugden. het verbod van eijeren en vleesch op zekere dagen enz. en onder aalmoezen alle welwillendheid jegens . 67 telijke oefeningen. te zeggen." Voorts vordert hij eenen vasten grond in alle twistgedingen. hooren. en beweerde in het algemeen. vasten. 'aarisi/. der genade E 2 van . vigiliën j kerkelijke uren. den. zoo als ook de anderen: daar zijn vele Pausfen geweest. dat is . wanneer hij naar zijn eigen hoofd fpreekt. Maar de onfeilbaarheid van den Paus verwerpt hij: „ Het raakt mij niet.

en dat lieden i n de K e i k ge- D o c h .) met bijgevoegde B r i e v e n . B i s l c h o p van Brandenburg . maar voornamelijk is zijn Brief aan den Paus L E O X zeiven merkwaardig. i n w e l ke hij betuigde. het geen hein noodig fcheen. van CHRISTUS deelachtig kunnen w o r d t n . z i c h daar zacht- kens tegen te verzetten. maar w e l het gezag der Schoolfche Leeraren en van A R I S T O T E L E S . waar toe hij echter alleen Ge- . O p denzelfden voet fchreef hij ook aan den Vikaris der Augustijnen. verhaalt de buitenfporigheden hij der Aflaatpredikers. en beJaari5i7 ftrijdt de overtollige verdienden en goede werken der tot 1552 H e i l i g e n . dat eenig mensch zonde i s . anderen hem als een belagchelijken M o e i al aantneikten. daar over aan eenige groote fchreven had. z i c h zeiven een kind en onbefchaafd. onder (Refolutioanderen aan H I E R O N Y M U S . o f het geheel op het vuur te leggen. dat hij i n dit werk niets bepaalde. ontkent onder anderen . die der hel waardig is e n z . had hij befloten. Brief van LUTHER aan den Paus. op de wijze der fchole . en hunne ftellingen i n eenen redetwist te onderzoeken. voor eene u i t v i n d i n g . L U T H E R zond deze zijne Oplosjingen. G . maar flechts redetwiste. en zonder volgens welke het regt van het wereldlijk zwaard aan den Paus wordt toegekend ..68 K E R K E L I J K E na C . In dezen Brief noemt hij. met de pen door te halen . en dat hij gevolgelijk alles aan het oordeel van den B i s lchop onderwierp. nes. als fommigen dit z i c h lieten aanleunen. die de Aflaatpredikers z o o hoog verhieven . evenwel verwerpt hij de bediening der Kerk en het gebruik der Sleutelen n i e t . dien hij v e r z o c h t . en verklaart de glosfe.

wat ik ben en heb. die hem op zijne Hoogefchool van Wittemberg bleef dulden. zal ik den dood niet weigeren te ondergaan. bijna een wonder. al kwame er een Engel van den Hemel. dat zijne beuzelingen zoo fchie-1 ot 155a. aan 517. 2amendie tegen hem was ingerigt. Eindelijk befluit hij zijnen Brief aan den Paus met deze woorden: „ Ik werp mij aan uwe voeten. Ten bewijze. De aarde is des Heeren en hare volheid. roep.G E S C H I E D E N I S . beriep hij zich op den Keurvorst van Sakfen. i . Beproeft alle i dingen en behoudt het goede. en Gal. Thans zond hij zijne nadere oplosfingen aan den Paus zeiven. Cg Geleerden uirgenoodigd had. welke Kanonieke E 3 » ge- . dan het geen gij ontvangen hebt. dat hij niet zoo gevaarlijk was. die zij vervloekt! en ten tweeden een gezegde f 7 van A U G U S T I N U S aan HIERONYMUS: „ Ik heb ge- f l e e r d . voor eerst: ER DE RIEEIO. Hik bekend geworden en overal verfpreid waren. Het was voor hem i a C. om onder deszelfs befcherming veilig te zijn. alleen aan die Boeken. er„ kennen: Indien ik den dood verdiend heb. „ dood. „ zoo als het u zal behagen: ik zal uwe ftem. de woorden van P A U L U S I Thesf. V . herroep. die in u is en fpreekt. G. keur goed. en onderwerp mij „ met alles. de „ ftem van C H R I S T U S . allerheiligfte Vader . F R E D F R I K . Maak levende. die u een ander Euangelie verkondigde. nis men hem wilde doen voorkomen . In dit antwoord leide sraakvan YLVESL U T H E R twee Hellingen ten grondflag." Behalve deze aigemeene verdediging van zijne ftel. . keur kwaad.i ÜTHER eantlingen fchreef L U T H E R een antwoord op de Zamen-'roordtde fpraak van S Y L V E S T E R P R I E R I A S of D E P R I E R I O .

Ook in dit gefchrift fpreekt LUTHER nog zeer befcheiden van den Paus: „ Ik weet. — Indien men te Ro- . Maar aan alle an„ deren. Dit gefchrift is van het hoofd tot de voeten met zoo vele en zoo groote godslasteringen opgevuld . dat niemand van derzelver tot 1552 „ Schrijvers ooit gedwaald hebbe." Hier uit leide LUTHER dit befluit af: „Indien deze twee grondregels vastftonden . G . omdat zij dus gevoeld hebben enz. dat daarom iets „ waar is . . reeds uitgeftrekt tot het gezag en de feilbaarheid van den Paus. dat geene bedreigingen of brommende woorden vat op hem hadden. was het gefchrift van SYLVESTER geheel overhoop geworpen.. al zou hij ook moeten nerven. dat ik Jaari5i7 „ vastelijk geloove . wiens moed aanwies en wiens Itijl bitterder werd." In dit gefchrift werd de twist. Tegen het einde van dit antwoord fchrijft hij. Babyion.. fchreef daar tegen aanmerkingen. als eenen DANIEL in .70 i K E R K E L I J K E Ba C. dat het midden in de Hel van den Satan zeiven is uitgegeven." SYLVESTER gaf tegen het antwoord van LUTHER eene Repliek uit. wien alle eer moet worden toegebragt. heid zijn mogen. dat wij eenen „ besten LEO X hebben . die eerst over de Aflaten geweest was . in de voorrede op welke hij zich dus uitlaat: . hoe groot ook hunne geleerdheid en heilig. genoemd worden. CHRISTUS leeft toch en is onfterfelijk. geloof ik niet. dat ik achte. naar mate het getal en de hevigheid zijner partijen toenam . die eere in te ruimen. wiens opregtheid hem ook in levensgevaar gebragt heeft. . L U T H E R . en nog een ander gefchrift onder den titel van zeer kort begrip.

49.) noemde. Bladz. welke hij Starretjes. gaf LUTHER . 5<>E 4 . waarHij wederlegt wij hier voor van fpraken. bil eenen ECK. den Paus en de Kardinalen. als niet in aanmerking komende in de regtvaardig inaking des zondaars. dat hij de za> Hgheid niet zou kunnen verliezen. ECK bekende zelve voor de vuist: „ Met de Kerkvaderen durfde hij het wagen. aantoonende. (asterisci. de Proteftanten te wederleggen. door deze fchriften.) van E C K .G E S C H I E D E N I S . dat het gefchrijf van ECK niets behelsde uit de Heilige Schrift. en dat het Roomfche Hof eene Sijnagoge des Satans is. O. het gepurperde Rome. maar alleen het geloof. zeg ik vrij u i t . niets uit de Kerkvaders. " Zeer fterk fpreekt LUTHER . Trouwens . I Deel. Tegen de Streepjes. ter wa> : (*) MULLER Gedenkbard. kantteekeningen uit. tegen E C K . (hetwelk ik niet hope. Jaari5i7. welke te Rome zelve niet werden goedgekeurd. in deze en andere volgende fchriften. dat. 71 Rome zoo gevoelt en zoo leert. doch " met de Heilige Schrift niet ( * ) . LUTHER'S uitdrukkingen: „ Een Christen mensch is zoo rijk. noch uit de Kerkregelen. over de boete en goede werken. Qobelisci. had namelijk het gezag van den Paus boven alle Kerkvergaderingen verheven met zoodanige bewoordingen." SYLVESTER. dat ii het vertrouwen op de beloften van God en de ver dienften van CHRISTUS. al wilde hij.) tot 1552. en heerscht in Babel. de ware Antichrist zit in den Tempel van G o d . maar alles over fcholastieke meeningen en loutere droomen. met medeweten vanna Cs. herdruk van dezelve.

ontbood L U T H E R i . 'aak boden. HOOGSTRATEN LUTHER. gelijk wij gezien hebben. L U T H E R verweet hem zijnen wreeden bloeddorst. Doch het verdient onderzoek. die van wege den Paus over 2ouden oordeelen. ontving ook een antwoord van naar hij waardig was. k zeggende. dat hij voor een Ketter zou gehouden wor- j len. om den wist te bedisfen cn van denzelven een einde te raa- j ien. LUTHER naar R o me om- Paus L E O .7* K E R K E L I J K E aa C. naar waarheid verhalen moeten. waar wij alleen. dat hij geene Regters kon er- ennen.ing. wanneer hij van ongeleerden en ondeugenden verworpen wordt. alzoo onder Rcgters. G ." hebben niet alleen de Roomschgezinden g e ë r g e r d .. die. Ook wil- . deze in het begin gering achtte. maar dit Uitvoerig te behandelen is hier de plaats niet. die aan den gedoopten gefchied i s . fpotte en raadde hem zoo voort te jaan. indien hij niet verfcheen. fn de belofte. <Ie naar Rome. net zijne onkunde . ware bij niet wilde gelooven: dat geene zonden hem Jaari5i . omdat zij alle door het geloof tot 1552. maar zijn ook zelfs in later tijden de berispingen van Protestanten niet ontgaan. onder bedrei- D o c h . weigerde L U T H E R aan dit opontbod te V pldoen. of men den waardigen man regt begrepen hebbe. En HOOGSTRATEN. kunnen verdoemen. ook S Y L V E S T E R LUTHER D E PRIERIO be- l oemd was. omdat hij den Paus :ot vuur en (laai tegen hem had opgehitst. thans door eenen 3rief van Keizer M A X I M I L I A A N i opgewekt. hetgeen gebeurd en gefchreven i s . die te gelijk regter en partij waren. 7 uitgedeigd en vernietigd zijn enz. dewijl dit ware eer voor iemand was.

toen reeds te Rome veroordeeld was. om de tienden in Duitschland voor den Paus op te halen. deze reize geven. om hem het oordeel over LUTHER'S zaak op te dragen. ook had hij in last. K 155*. 2 Augsdaarom doorgaans de Kardinaal CAJETANUS ge-1 lurg. Daar CAJETANUS een Domini kaan en een vriend van T E T Z E L was . verklarende. 73 wilde de Keurvorst FREDERIK hem geen verlof tot n1 C . en volgens de Kerkelijke wetten van dat Rijk moest afgedaan worden.J iari5i7. Hij had dezen als zijnen Gezant. G .) naar Duitschland gezonden. THER tot het Gerigtshof van Duitschland behoor. hetwelk LUTHER ontwaar was geworden. ontdoeg L U T H E R van UER met verpligting om te Rome te komen. ingevolge dit befluit van den Paus. dat de zaak van LU. (Legatus a latere. De Paus aan de vertoogen van den Keurvorst <ïefprek an L U gehoor gevende. fchoon hij. welke belegd was. om te handelen over den oorlog tegen óeTurken. noemd. werd met regt deze ftap van den Paus. om zich te verantwoorden. denzelven van LUTHER'S regtzinnigheid en zuivere zeden getuigenis gevende. maar droeg en c KarinaalcA- FREDERIK 1 de het onderzoek en de beoordeeling van deszelfs zaak <ÏTANUS op aan den Kardinaal THOMAS DE PIO van Gaëta. van welken men zich tot eene minnelijke afdoening der zaak niets goeds beloven kon. op zijne terugE 5 reis ._ de.G E S C H I E D E N I S . om den Rijksdag te Augsburg bij te wonen. ook fchreef de Akademie van Wittemberg ten zijnen voordeele aan den Paus. inderdaad. als een onvoorzigtige ftap aangemerkt. t LUTHER werd dan . naar Augsburg ontboden. waar van hij.

dat hij zich zeiven van geene dwalingen bewust was. dat hij zich in het vervolg van het uitgeven van fchriften zou onthouden. Dit gaf aanleiding tot verder gefprek. dat de verdienften van C H R I S T U S geen fchat voor de Kerk waren. in Welke gezegd was. tegen eene Bulle van C L E M E N S V I . dat hij in zijne ftellingen beweerd had. en begeerde. voordat hij van den Keizer een vrijgeleide verkregen had.74 K E R K E L I J K E na C. dat daar bij het geloof noodzakelijk was. . nemende zijnen intrek bij de Karmeliten. die boete en leedwezen over hunne zonden betoonden: voorts had hij geleerd omtrent de Sacramenten. en zich niet bij den Kardinaal vervoegende. die geheel de man niet was. op een' gezaghebbenden toon. om dien te gebruiken.van C H R I S T U S geftort. gaf hier op ten antwoord. De Kardinaal bragt tegen hem i n . tegen den zin des Kardinaals verkregen hebbende. D i t . De Kardinaal deelde hem. dat eene druppel bloeds van C H R I S T U S genoeg was voor de zonden der wereld. vol moeds op reize. om zich door willekeurig gezag en bedreigingen te laten affchrikken. • in het begin der maand October 1518 naar Jugstot 1552 'burg. welke de rust der Kerk konden ftooren.reis te Neurenberg. en dat dus al het menigvuldig bloed. G . twee Pausfelijke bevelen mede. Hij begaf'zien Jaarisi. eenen fchat voor de Kerk uitmaakte. dat men hem daar van uit de Heilige Schrift overtuigen zou. tijding kreeg. ten dienfte van menfehen . L U T H E R . voor eerst. begaf hij zich bij denzelven. met vertrouwen. dat hij tot inkeer komen en de dwalingen herroepen z o u . die hij geleerd had: ten tweeden. welke hij te voet afleide.

indien ook aan zijne partijen het ftilzwijgen werd opgelegd. dan dat LUTHER in eenen heel befcheidenen Brief aan den Kardinaal beloofde. dat hij in de kennis der Heilige Schrift tegen LUTHER niet beftand was . dat hij niets tegen zijn geweten doen kon. om gehoorzaamheid te beloven. van de Aflaten voortaan te zullen zwijgen. hebbende door eenen Notaris een appel openlijk op de markt laten aanplakken. CAJETANUS poogde nog wel. beriep op den Paus. waar op LUTHER. •ot 1552Schrift boven het gezag der Kerk en des Pausfen ftelde. On- . waar mede hij zich van den Paus. doch dewijl STAUPITS zelve erkende. Daar nu de Kardinaal van L U T H E R alleen gehoorzaamheid eischte. hoewel hij. dat LUTHER het gezag der Heil. werd deze onderhandeling afgebroken. G . en lachte. Augsburg verliet en naar Wittemlerg keerde. 75 wen. door STAUPITS. toen LUTHER zich op de Heilige Schrift beriep. nam zeer kwalijk.G E S C H I E D E N I S . De Kardinaal verwaardigde dezen Brief met geen antwoord. en L U T H E R ftandvastig beweerde. zonder zich verder met hem te willen inlaten. en zelfs verklaringen over dezelve gefchreven heeft. die kwalijk onderrigt was. in welke de Kardinaal geheel een vreemdeling was. aari5l7. ten zij hij van dwaling overtuigd werd. dat de zonden vergeven waren. welke het ongenoegen zelfs van zijne partij meer dan ééns verwekt hebben. uit dit geval aanleiding genomen hebbende . werd er door hem niets uitgerigt. die beter onderrigt zou worden. zich vervolgens op het onderzoek der Heilige Schriften toegelegd. De Kardinaal i ta C . LUTHER te overreden.

LUTHER werking bij dien had hem fchriftelijk om zijne be- fcherming verzocht. deed eene verkeerde Vorst. Geheimfchrijver en Hofprediker van den Keurvorst. in welken hij denzelven heel kwalijk n a m . D u s onverhoord te Rome veroordeeld LUTHER te w e z e n . H i j noemde hetzelberoept zich op ve een duivelsch ( l u k . de herroeping eifchende van onwaarheid niet bewezen w a s .K a r d i n a a l C A J E T A N U S aan den K e u r v o r s t F R E D E vergade. bragt hem i n vuur. i i lat de Aflaten eene leer waren der Roomfche K e r k . die i n het V a ge- . ring. waarin hij uitdrukkelijk ontkende. Onder w e g kreeg L U T H E R berigt van een Breve Jaarisi7. ftellingen. van den P a u s . en beriep zich voorts den aSden November )p nieuw met een plegtig Protest van den Paus op » :ene vrije aigemeene Kerkvergadering. dat de Paus onfeil: baar w a s . G. maar eene vrije van eenen booswicht afkomdig. o m L U T H E R te verlaten. dat hij i n deze zaak enkel met gezag en geweld had willen handelen.76 K E R K E L I J K E m C . Deze fchreef eenen Brief aan den K a r d i n a a l . niet van den P a u s . E e n Brief van den aigemeene Kerk. hier door langemoedigd. i n welken hij denzelven. en welke behelsde. < ie de Meesteresfe is van alle Kerken . svelke alom werd afgekondigd. tot 1552. welker L U T H E R . waar bij hij voor een' Ketter verklaard werd. gaf een verhaal van het verhandelde i n iet l i c h t . met bijgevoegde vrijmoedige aanmerkingen. als een' openbaren Ketter.R I K . en vond voorfpraak bij de Hooge S c h o o l te Wittemberg en bij G E O R G I U S SPALATINUS. onder bedreigingen. welke deelve ten diende uitdeelen kan niet alleen van le- enden maar ook voor de d o o d e n . aanfpoorde. Kort daar ia verfcheen er eene Bulle van L E O X i n het l i c h t .

7? gevuur zijn. Deze Bulle van den Paus omtrent de Aflaten bleef Dood van evenwel zonder uitwerking. G . dat zij tijd noch gelegenheid hadden. maar hem nogtans zijne befcherming verleend tegen alle ondernemingen van geweld . die gaarn den Keurvorst F R E D E R I K te Onderhandelingen van vriend wilde houden. en in verfcheidene gelegenheden zich onderworpen getoond had. door den dood van den Keizer Keizer M A X I M I L I A A N I . kiezing van K A R E L V tot zijnen opvolger. gelijk uit het vervolg der Gefchiedenis blijken zal. waar over hij in later tijd berouw toonde ( * ) . D e » P a u s . onderzoek Ook had de Paus en zijn aan- hang het zoo druk. in het begin des jaars 1519. die tot hier toe met fchroom gehandeld . Ook begon L U T H E R . z o r g . en droeg ook n u . om 'veel aan L U T H E R of zijne ondernemingen te denken.LIAAN I. tot 1552. na C.MAXIMIviel. welke ten dezen tijde voor. Jaansi7onder bedreiging van den ban. KAREL VAN MILTITZ. was het Stadhouderfchap des Rijks in handen van den Keurvorst F R E D E R I K van Sakfen. om dezelve naar hunnen zin te doen uitvallen. deze leere gebood de Paus te prediken. . met de verkiezing van eenen nieuwen Keizer. Gedurende de tusfchenregering tot aan de ver.G E S C H I E D E N I S . een' MILTITi Sak(*) Zie de voorrede voor zijne werken ia het jaar J54S. gedurende het Rijksltedehouderfchap. meer. dat hij niet onverhoord en zonder voorafgaand veroordeeld werd. zond aan denzelven.gemoedigd en voor de vuist uit te komen. Deze Vorst had zich nog wel niet openlijk voor L U T H E R verklaard.

tot 1552 • fteling. alleen L U T H E R had zich door zijne drift te ver laten vervoeren. dat hij L U T H E R ZOU noodzaken. en daar uit bekeurende. der karakter. een gefprek te Altenburg THER In in Januarij 1519 met L U - gehouden. dat men in de zaak van LUTHER met geweld wei- nig zou vorderen. Sakfisch Edelman. G . floeg eenen anderen weg in. deze zaak tot een goed einde te brengen.78 K E R K E L I J K E na C . gunst. bekwaamheid Door deze zachte behandeling liet wiens vooroordeelen omtrent het Roomfche gezag Kerk nog niet geheel waren uirge- wischt. om dien te bewegen. om met L U T H E R te handelen. aan L U T H E R billijke redenen gegeven had. met zijne Aflaatskramerij. al hetwelk hij aandrong met de innemendfte en vlei- jendfte bede. L U T H E R met loffpraken te ftreelen over zijn en vermogens. zich vergeefs bij den Keurvorst FREDERIK vervoegd hebbende. en dus. om hem eene gewijde gouden Roos over te brengen. indien mogelijk. om toch den vrede der Kerk te bewaren . en die nog geene gedachten h a d . van eene aigemeene fcheuring. of hem zijne gunst en be^ fcherming te onttrekken. LUTHER. welke hier uit dreigde te ontftaan. en hem met goede woorden en beloften tot gehoor- zaamheid over te halen. MIL- T I T Z . om zich daartegen te verzetten. en be- hoorde de gevolgen te bedenken. om eene Her- . zijne gevoelens te herroepen. als een bijzonder bewijs Aan dezen MILTITZ van 'sPausfen had de Paus te gelijk in last gegeven. erkende h i j . een genepen Hoveling. zijnen geheimkamerling en gunJaarisr. dat het hatelijk en buitenfporig gedrag van T E T Z E L . met LUTHER. waar bij hij niet verzuimde.

en ook nu nog niet wilde. gelijk hij inderdaad den 3deu Maart van dat jaar deed. dat hij die magt der Roomfche Kerk erkende. Ook nam hij op zich. boven welke niets of niemand gefield moest worden.G E S C H I E D E N I S . Hij verklaarde zich bereidvaardig. hoe ver MILTITZ het met LUTHER gebragt had . Ook fchreef LEO zelve in het jaar 1519 eenen Brief aan L U T H E R . of omtrent den fchandelijken handel der Aflaten eenig- zins . in hemel of op aarde. gen. met wien hij in datzelfde jaar 1519 nog een gefprek hield op het Kasteel Liebenmrd. uit welken duidelijk blijkt. indien ook aan zijne partijen het. dat hij nooit de magt der Roomfche Kerk of van den Paus had willen. in de vriendelijkfle en vreedzaamfle bewoordingen ingerigt . om in eenen rondgaanden Brief zijne vrienden te vermanen.na C. Ondertusfchen blijkt het uit LUTHER'S fchriften duidelijk. Men ziet hier uit. ?9 Hervorming door te zetten. betwisten of verminderen. eenen nederigen en onderwerpelijken Brief aan den Paus te willen fchrijven. in dit alles. den i2den October. en in het volgende jaar. I* t 155a. om zij. zich bewegen. om de bevelen der Roomfche Kerk te eerbiedigen en te gehoorzamen. hoe zeer hij zich wachtte van eigenlijk niets van zijne Hellingen te herroepen. dat h i j . ansi7« ne belofte te herhalen. G . behalve alleen de Heere J E ZUS CHRISTUS. dat men toen te Rome eene verzoening met L U THER als zeker en kort aan (taande te gemoet zag. vele bezwaren van zijn geweten ondervond. Brief betuigde L U T H E R voor God en alle fchepfelen. dat hij voortaan wilde zwij. In dezen. te Lichtenberg.zwijgen werd _ opgelegd.

indien men te Rome voorzigtig genoeg geweest w a s . Dood van de voortgang geheel hij nergens deze hij van beide de partijen Duitschland. bijkans TETgefprefc welke zoodanig ge- troffen. en waren . door de wroegingen van zijn gewet e n . gelijk wij ziert z u l l e n . ontveilig harnas gerust onbefchaamde werd t h a n s . o m i n deze onderwerping te berusten . ook maakte hij onderfcheid tusJaari5i7 fchen de Roomfche Kerk en het Roomfche H o f . door den hoon en deze niet tegen hem in het zoodat inderdaad . alzoo LUTHER Polen en Hongaryë jaagd had. in vreesfelijke benaauwdheden geftort w e r d . ondervond. en i n eene foort van wanhoop v e r v i e l . door eene uitteerende ziekte. tot 1552 Hoe het z i j . doch vergeefs. dat de reize voor hem w a s . dat h i j . maar fchuldigde z i c h . ten minfte merkelijk geftremd geworden. nog Nog na zijnen dood werd zijne fchande vereeuwigd door eene . dat door het beftuur de i j v e r . En Roomfche deden alle uitzigten van verzoening verdwijnen. misfchien ware de Hervorming van L U T H E R i n beginfelen gefmoord. waar tegen L U THER zelve hem door eenen aandoenlijken poogde te vertroosten.80 K E R K E L I J K E na C . G zins te veranderen. wanhoop maakten. het geweldig dringen der vijanden van L U - THER en de hoogmoedige geest Hof van het o o r z a a k . Hervorming rustig door te z e t t e n . MILTITZ had den beruchten Z E L naar Altenburg met LUTHER opgewekt. Volksbedrieger verachting. deszelfs M a a r . Aflaatskramer o n t b o d e n . in datzelfde jaar een einde van zijn Brief Hartzeer en leven. om der de Voorzienigheid . meer en meer werd TETZEL. om bij zijn tegenwoordig te z i j n . ge- leven k o n .

ook fchreef die geleerde man aan den Keurvorst F R E D E R I K . eene fchilderij. dat een onfchuldige. I. zich drie voor L U T H E R in de bres fielden. alleen hem vermanende. die een leven leide CHRISTUS waardig. zeide: LUTHER . van L U T H E R gelezen hebbende . dat. in eenen Brief. DREAS B O D E N S T E I N H E R V . dat hij toch niet moest dulden. in de Kerk van Pirna geplaatst.L UTHER gejuicht. gij zijt inderdaad L U T H E R ! ( o f louter. of Lutteur.j ücht. van zijn goed gevoelen. Bisfchop van Sedun. de gezindheden der menfchen ondertasten. O . Welke hij afgebeeld wordt. een flagtoffer mogt worden van de goddeloosheid van anderen. op zij-^ an veler» >egene reize. S C H E I N E R . de. een Kampvechter.3i G E S C H I E D E N I S . eenige fchriften . CAROLOSTADIUS. welke veel toebragten. zoo veel hij w i l . bevonden had. ERASMUS verzekerde hem." Eene der omflandigheden. Welken verbazenden aftrek zijne fchriften door geheel Europa hadden . was een veel geruchtmakend Twistgefchil' in het jaar 1519 te Leipzig gehouden tusfchen E C K 1 en CAROLOSTADIUS . onder voorwendfel van Godsdienst. en zijne Aflaten verkoopende. onverhoord. L U T H E R integendeel werd algemeen van velen tóe. zijnde deze door E C K uitgedaagd. om zijne drift te matigen.) Dezelfde zeide van E C K : „ E C K mag disputeren. M I L T I T Z zelve bekende. L U T H E R fchrijft de waarheid. F AN- of van Carel~ . in n i C . hebben wij boven reeds gezien. zittende op eenen ezel I iari5ir>t 1552. i Jefprels om de zending van M I L T I T Z vruchteloos te doen eLeipafloopen. zuiver. M A T T H . dat hij. waar er één zich voor den Paus verklaarde. waar in ook L U T H E R betrok- ken werd.

C A R O L O S T A D I U S verdedigde zijn gevoelen. hebbende hij ook deszelfs (tellingen tegen E C K verdedigd. maar ook te voelen. deftige en welvoegelijke wijze. zijnde de wil van den mensch in de Goddelijke genadewerking lijdelijk. welke uitdaging aangenomen zijnde. en welke . waarin de mensch van een (teen en blok verfchilt. niet alleen om het werk Gods te ontvangen . ook de krachtdadige Goddelijke genade ontvangen hebbende . deze man had zich door zijne fchriften een' ijverigen onderzoeker der waarheid betoond. en van des menfchen bekeering. en vervolgens L U T H E R zeiven. over den vrijen w i l . Hoogleeraarfchap te Wittemberg. en hetzelve te kunnen wederftaan. waarbij de mensch geheel en volftrekt van alle medewerking uitgefloten was. relftad. zelve werkzaam worde. gelijk hij dan zelve L U T H E R tot de waardigheid van Doctor bevorderd had. maar E C K ging met luid getier en geroep te werk. E C K daagde thans C A R E L S T A D uit tot een twistgeding . dat die begaafd zij met eene vatbaarheid. maar in eenen Godgeleerden zin. evenwel zoo. eerst tusfchen C A R O L O S T A D I U S en E C K . en (temde met zijnen ambtgenoot L U T H E R in de voornaamfte waarheden overeen. bekleedde reeds vóór L U T H E R het tot 1552. dat Gods genade alleen de oorzaak was van het goede in den mensch. omdat hij uit die ftad van Frankenland geJaari5i7 boortig was . niet in eenen Wijsgeerigen. alle vermogen. en geen levenloos werktuig blijft. om door zich zeiven de genade der bekee- .Sa K E R K E L I J K E na C. G. begon men een gefprek. Dus werd alle voorafgaande kracht of voorbeding. op eene zedige. C A R O L O S T A D I U S beweerde.

" Den i4den Julij twistte C A R E L S T A D weder met E C K . zich dus met eene Schoolfche onderfcheiding behelpende en uitvlugt zoekende. de Paus is Paus en de Paus „ blijft Paus. van welke de eerfte weigerde haar gevoelen te zeggen . hetwelk E C K (taande hield. doelde. Vervolgens trad L U T H E R o p . Vikaris der Augustijner Orde. ( o f joR I S .G E S C H I E D E N I S . volgens Goddelijk regt. en of hij zijne magt bezit. F 2 LU- . die in het Euangelie wordt gepredikt en n» c. Si keering. als hij over tafel zittende met L U T H E R en E C K . omdat JOAN L A N G U S . maar werd ter beflisfmg voorgefteid aan de Hoogefcholen van Erfurt en Parys. maar dat de vrije wil medewerke. N a een lang redetwisten. zeide : „ o f het volgens. en alle j» ir>5'7« verdienftelijkheid volftrekt uitgefloten * E C K daaren. maar roemde te gelijk. hen bij de hand vattende . dat hij C A R E L S T A D tot zijn gevoelen had overgehaald. dat God wel het goede werk geheel maar niet geheellijk werke. en twistredendé met E C K tien achtereenvolgende dagen over de Aflaten. doch den volgenden dag nam het gefprek een einde. hetwelk dagelijks van den „jden Junij tot den 4den Julij herhaald werd. beweerde. Waar op de boert van G E O R G E . te kunnen aannemen. of volgens menfchelijk regt._ tegen beweerde. De zaak zelve bleef ondertusfchen onbeflist. maar voornamelijk over het gezag en de eerstheid van den Paus. (temde E C K eindelijk alles toe. Goddelijk of „ menfchelijk regt i s . Qf aangeboden. ontkend. ) Hertog van Sakfen. hetwelk L U T H E R . over het Vagevuur en den toeftand der ziekrt in hetzelve.

ler anderen zegt hij: His mum didici. en dit gefprek bijwoonde. B i s - werden zelfs van dien tijd ongenegener. T. en gaf alleen gelegenheid tot verdere twistfchriften. I. jegens LUTHER gevoelens. vruchteloos. POLYANDER. quid fit . beide. en H I E U O N Y M U S . gelijk uit zijnen Brief kan blijken. Hertog van Sakfen. on. zonder mij i n de war te helpen. waren i n alles niet eenfiemmig. hetwelk toen door P H . M E L A N C H T H O N mannelijk wederlegd werd ( * ) . (*) MELANCHTHON. 203. die nog jong was. . Ev. (Amanuenfts. maar P H I L I P P U S . Hifi. Die van Parys gaf haar oorJaarisi l' s t i n het jaar 1 5 2 1 . heeft hetzelve befchreven in eenen Brief aan jo. de meeste Toehoorders bleven insgelijks bij hunne j o i u s . en dat hij naderhand i n Pruisfen het Euangelie verkondigd heeft.quod veteres rotpiïtvuv autoribuspridixerunt. Ren. fchop van Brandenburg. OECOLAMPADIUS bij GERDES Monum. eerst i n de Kerkgefchiedenis wiens naam hier het der Hervorming voorkomt. MELANCHTHON. en be- moei u met uwe ftudien. E C K verlatende. . gelijk z o o vele i n G o d - geleerde zaken gehouden. < ï. L U T H E R begunftigde. de handelin- gen van hetzelve door de wederzijdfche partijen uit- gegeven. dat j o . na het eindigen van het g e d i n g .) i n dit gefprek als Schrij- ten diende geweest w a s ." M e n moet hier ook niet voorbijgaan. L U T H E R gevolgd i s . Eens fprak aan OECOLAMPADIUS hij tusfchen E C K beet hem t o e : „ Z w i j g . evenwel fchijnt M E - L A N C H T H O N de kracht der waarheid gevoeld te hebb e n . d e e l e e r Dus eindigde dit gefprek. p. die E C K ver. ««155 .84 K E R K E L I J K E na C . PHILIPPUS M E L A N C H T H O N .

welken C A P N I O of R E U C H L I N . zonder fcheuring te veroorzaken. als ook door zijne dienden omtrent de Hervorming. Door zijne verdienden omtrent de Wetenfchappen. inJaari5i7.G E S C H I E D E N I S . tot 1552. en hij werd ras deszelfs grootfte vriend. en had zijne Letteroefeningen voltooid op de Hoogefcholen van Heidelberg en Talingen. en wenschte vurig. dat E R A S M U S in dat jaar reeds aan O E C O L A M P A D I U S fchreef: „ Deze jongeling zal eens E R A S M U S geheel verduideren. naar de gewoonte van die tijden. geneigd tot liefde en vrede. in weike die naam vervolgens zoo vermaard na C . J S komt. in den ouderdom van 22 jaren. en het zuiveren der Wijsbegeerte van alle Schoolfche niets afdoende fpitsvinnigheden. en maakte zoo groote en fpoedige voortgangen in de Wetenfchappen. G . en V I R G I L I U S . verwierf hij zich den eernaam van den gemeenen Leermeester van Duitschland. Hij was een nabelïaande van dezen vermaarden R E U C H L I N . Hij was zeer zacht van aard. in den Griekfchen naam M E L A N C H T H O N overbragt. het jaar 1497. om L U T H E R S hevige drifF 3 ten . fpitsvinnigheden. Zijne geleerdheid had zoo grooten roem. Zijn eigenlijke naam was S C H W A R T Z E R D E . was in den Nederpaltz geboren." L U T H E R ontving hem met het grootfte genoegen. is geworden. hij werd door den Keurvorst F R E D E R I K in het jaar 1518 naar Wittemberg als Hoogleeraar in de Griekfche Taal beroepen . dat de Hervorming mogt te wege gebragt worden. dat hij reeds in zijn 18de jaar te Tuiingen de Rederijkkunst openlijk onderwees. T E R E N T I U S en andere Schrijvers verklaarde. Deze geest van zachtheid was juist gefchikt.

door eenigen hunner. en legt . . aangemerkt. maar ook om zijn werk met omzig.86 K E R K E L I J K E na C.i in Bohemen was. die u „ nacht en dag met hunne gebeden bijftaan. Wat is u dus „ noo- . en meer deed toegeven. „ In Bohemen" fchreven zij. . Ver. De kracht der waarheid evenwel was in ftaat.igheid te voltooijen. welke hij voorHond. die bij het mondgefprek waren tegenwoordig geweest. hoewel hij MELANCHTHON fomtijds Wri$tt • vreesachtig maakte. dat er onder de leerartikelen van JOAN HUS en de Bohemers zekerlijk zeer vele Christelijke en Euangelifche waren . lagen. waar op L U T H E R had aan LUTHER. geen JOANNES HUS voor deze. liat flechts u zei ven niet. „zijn „ zeer vele Geloovigen en Godegeliefden . . tevens te kennen gevende. om hem. in eenen held te veranderen. . cm in het duider zijne pijlen te fchieten tegen de opregten van harte. ." Verders : „ Het . dat zij zijne leere voor eene zuivere leere hielden. De Bohemers hier van en in het gemeen van LUTHERS onderneming tegen de Aflaten berigt zijnde. zijt gij MARTEN thans in Sakfen. als het noodig was. G . welke de aigemeene Kerk niet kon veroordeelen. De Bohe • In het mondgefprek te Leipzig waren de Bohemers mers meermalen genoemd. dan tot 1552 " wel nuttig was voor de goede zaak. ten te matigen. en alle gevaren moedig onder de oogen te doen zien en het hoofd te bieden.. De Antichrist „ heeft duizende wijzen om te befchadigen. fchrevm op den 16 of I7den Julij uit Praag eenen Brief aan L U T H E R . hem daar bij vermanende tot ftandvastigbeid en lijdzaamheid. terwijl ECK LUTHER vooreenen fcbrijven Hasjlet en Bohemer uitmaakte.

zich naar Rome had begeven. om daar. tot Keizer van lan Keihet Dultfche Rijk verkozen deszelfs Kleinzoon KA-zer HAREL REL . omdat hij de kracht der redenen van CARELSTAD en LUTHER niet had kunnen wederflaan. „ wees op uwe hoede voor de menfchen. 87 „ noodig? Waak en zijt fterk in den Heere. niettegenftaande hij den Paus L E O X tot zijnen begunftiger en voorfpraak had. en Q i C . met eenparige ftemmen. Op den aSften Junij 1519 w a s . G . eenen Brief aan F 4. en dat hij wenschte. voor te komen. )t iSS«» THER gaf ook nog in het jaar 1519 eene Kerkrede . Hij fchreef nog in dat jaar zijne verklaring van de Pfalmen en zijne uitlegging van PAULUS Brief aan de Galaten. over het Avondmaal.J ia«5i7. over welke Kerkreden hem nieuwe moeite van velen aangedaan en hij befchuldigd werd. den val van LUTHER te bewerken. na het mondgefprek te Leipzig. der .V. dat het hem aangenaam zou zijn." L U . Als nu E C K . dat het Sacrament des Avondmaals onder de beide gedaanten van brood en wijii aan het volk zoo wel als aan de Priesters werd uitgedeeld. door hem gehouden. het met de Bohemers eens te wezen. dat de Kerk door eene aigemeene Kerkvergadering mogt vastltellen. in plaats van den L U T H E * .G E S C H I E D E N I S . FRANCOIS I . vond deze laatstgemelde geraden . maar vergeefs. had insgelijks naar de Keizerlijke waardigheid gedongen. de Koning van Frankryk. rchrijft overledenen Keizer MAXIMILIAAN I . in welke hij zeide. woedende van fpijt. onder de Keizers de vijfde van dien naam . ten einde de gevolgen hier van. gelijk hij openlijk dreigde. uit. daar hij des Pausfen ban te gemoet zag.

zou veroordeeld worden. tot ftraffe der boozen en lof der goe(*) Deze Brief is uitgegeven in het Latijn door j . 3. vol vrijmoedigheid en vertrouwen op zijne goede zaak. en elders. Overfte van de Ko1lingen der aarde. „ heb ik eindelijk jedacht. maar de zaak der waarheid zelve. niettegenlaande hij van zijne zijde ftilzwijgen en billijke voorwaarden van vrede aangeboden en begeerd had. hem te gelijk met het geheele Euanrelie uit te roeijen. deswegens nu al bijna drie jaren iaat en vervolging heeft moeten dulden. II. ook in Ev. ootmoedig te voet valle en fmee: ce: dat zij gelieve. p. tot Uwe Keizerlijke Majefleit de toevlugt te nemen." „ Na alles vruchteloos beproefd te hebben. Uwe Dooruchtige Majefteit. of het den Heere behaagde. Rcnov. In dezen Brief fchrijft L U T H E R ." ver/olgt L U T H E R . dat nen hem beter zou onderwijzen. T.88 K E R K E L I J K E «a C. om welke het U gegeven i s . naar het voorbeeld van den Heiligen A T H A VASIUS . en deszelfs beJaari5i7. I[ R A N D T zoon van G ' R A R D . in welke hij de waarheid van het Euangelie heeft trachten bekend te maken. maar dat men een ïoofddoel had. in dezen Brief. Weshalve i k . ó K A R E L . door haar zijïe zaak nabij te zijn. fcherming te verzoeken. en bijgeloovige meeningen der menfchelijke overlevering £ keer te gaan. Monum. Dezen Brief. het iwaard te dragen. den nieuwen Keizer te fchrijven. niet mij. „ dat hij eenige Boekjes gefchreven hebbende. fchreef L U T H E R den isden Januarij 1520 ( * ) . opdat hij niet onverhoord tot 1552. GERDES . G.

in welk werk hij aan de den regtvaardigmaking alleen door het geloof bewijst. met eenen bijgevoegden Brief. in welken hij zijn ontwerp en bedoeling duidelijk ontvouwt. goddelooze. en meermalen aan GEORGIUS SPALATINUS." LUTHER fchreef ook aan andere Vorsten en Staten van het Duitfche Rijk.Jaari5i7. en alleen de inzettingen der menfchen predikt. die zijne zaak in het geheim maar naderhand openlijk begunltigde. dat. het zij de waarheid. LUTHER fchreef in dit jaar zijne verhandeling : L U T H E R . maar niet om daar door de zaligheid te verkrijgen. nogtans zonder benadeeling der Kerkelijke orde en magt. en de leere der Hervorming heeft aangenomen.na C G . aan welke en aan de Inftellingen een Christen zich door het geloof vrijwillig onderwerpt. onder de fchaduwe uwer vleugelen te ne.G E S C H I E D E N I S . tot dat ik rekenfchap gegeven en overwonnen heb of overwonnen zal zijn. Hofprediker en Geheimfchrijver van den Keurvorst FREDERIK.. dat wanneer men van het geloof zwijgt. :ot 1552. niet onverhoord of onverwezen veroordeeld worde enz. Dit Boek zond L U T H E R . fchrijfc over de Christelijke Vrijheid. zieldoodende overleveringen der Paufen pn meeningen der Godgeleerden. waar uit van zelve alle goede werken voortvloeijen. indien ik bevonden worde goddeloos of een ketter te zijn. den Antichrist kan kennen. Paus. en waar door dus alle Christenen Priesters en Paufen zijn. het zij de onwaarheid. men. 89 goeden. aan den Paus. men. zijnen F 5 fcher- . Een ding verzoek i k . en mij daar niet langer noch meer te befcher. men door de verderfelijke. Ik wil niet verdedigd worden . Op het einde van het Boek leert h i j .

en de Paus. om verbrand te worden. voor LUTHER. en waardig. dinaal CAJETANUS de fchuld geeft. dat hij zijne tegenftrevers betoome. Keizer KAREL beantwoordde den Brief van L U THER niet. hij beklaagt den Paus. N u ftond het in de magt van den Paus. dat hij op deze voorwaarde alles doen wilde. daar hij hem als een waar vriend vrijmoedig de waarheid gefchreven had enz. dat zij niet geweldig tegen hem te werk gaan. tegen LUTHER . op welke M E LANCHTHON met waardigheid antwoordde in eene dergelijke Redevoering. indien hij de beide partijen het ftilzwijgen wilde opleggen. dat deze twis» t 1552. Hij verzocht hem. waar tegen hij zich mannelijk verdedigde . die te Rome als een lam onder de wolven verkeerde. en zijn fchrijven gunftig op te nemen. om van hem of goede mannen zijns gelijken beftuurd te worden. welk Rome onwaardig was. hij vermaande den Paus. beantwoordde ze met eene veroordeelende Bulle. maar zoo men voortging met fchelden en tieren. zekere THOMAS RHADIN . om alle twisten te mijden. G fcherpen flijl verfchoont. Wan- . ten zoo hoog geloopen zijn. om de fchrift naar zijne overtuiging uit te leggen. en aan ECK en den KarJaari5i7. gaf eene Redevoering uit aan de Vorsten en Volken van Duitschland.90 K E R K E L I J K E n C . dat hij zijne zaak niet zou verlaten. gelijk wij zoo zien zullen. dat hij (LUTHER)niet moge gedwongen worden zijne fchriften te herroepen. en belet. De Godgeleerden van Leuven en Keulen veroordeelden ten dezen tijde ook eenige werken van L U T H E R als kettersch. uit de Orde der Predikheeren. zich voor vleijers te wachten.

Elk verwonderde zich over dezen flap van den Paus. bedacht was om de wijk naar Bohemen te nemen. l tan 517. dat hij L U T H E R niet geheel ongenegen was. en de beroemde FRANS VAN SIKKINGEN.pag. maar voornamelijk de Monniken te Rome hem onophoudelijk lastig vielen en daar door zijne vermaken te zeer ftoorden. Verflandige Roomschgezinden erkennen ook. in welke de Paus LUTHER en zijns gelijken veroordeelt en vervloekt. hem hun- ne befcherming en een veilig verblijf op hunne Sloten of Kastelen aan. welke de Paus in 41 ftellingen bevatte. te meer. i H E R . of ECK en anderen hadden den Paus door hun aanhouden daar toe overgehaald. ft IS52« in Duitschland vernomen werd. veroordeelt . en zijne leer. GERDES . als SYLVES. dat de Paus in dezen zeer onvoor(*) Men vindt deze Bulle in het werk van T.j. daar toch de onderhandelingen van MILTITZ met L U T H E R nog niet waren afgeloopen. Men kon dus niet anders denken. :gen Ltfn TER VAN SCHAUENBURG. daar niet alleen buitenlandfche Prelaten en Hooge Scholen. en hem zeiven indagende. oordeelende Bulle van den Paus te wachten had.i C. en dat LUTHER. ULRICH VAN H U T T E N . om binnen 60 dagen te herroepen. dat men eerlang eene ver. G . voorts alle deszelfs fchriften ten vure verwijzende. en men van hem zeiven dacht.G E S C H I E D E N I S . en nu verfcheen deze Bulle den i5den Junij 1520. 129. onder ftraffe van den ban (*). die uit L U THER'S fchriften getrokken waren . I. 91 Wanneer het gerucht. . Monum.iulle I van en Paus boden verfcheidene Duitfche Ridders.

G . voorzigtig te werk g e g a a n .92 K E R K E L I J K E na C . Jaari5i7. E R A S M U S fchreef tot 1552 in eenen Brief aan P E U T I N G E R : „ dat men i n „ deze „ den genen. en de fchriften van L U - verbranden. zelve overbragt . in het jaar 1521 uitdrukkelijk gebood . en te Erfurt werd het aanplakken Ier Bulle verboden door den Rector der A k a d e m i e . ras de Pausfelijke B u l tot L U T H E R ' S kennis rekomen w a s . ten einde openlijk en plegtig af te eenen dadelijken ban bij eene M i e ." Z o o d r a de Bulle i n waarom men ze niet en opftookers toe- Duitschland werd overge- bragt. HUTTEN eerst Zelfs te gefchorst . „ aan h e m . Luik en Keulen openlijk verbrand.wijze de vijanden van L U - verzetten jverd zij door U L R I C H V A N groote fchande van den Paus Veenen werd r V lan de Hooge School aldaar le Bulle te gehoorzamen LUTHER verbrandt de PaufelijkeBullc enfcheidt zichopenlijkvan Zoo Te Mentz niet zonder wederlegd. vruch- . waardig den vreed- „ zamen imborst van L E O . olie in het vuur geftort hebbe. en gelijk men z e g t . net last. de uitvoering der Bulle :ot dat Keizer K A R E L rHER te doen zou. oordeelde hij het hoog t i j d . die de plaats van den zachtmoedigen Bulle die zachtzinnigheid miste . maar te Leipzig iverd E C K . die men op deze eerfte verwachten moest. z o o men ze aangeplakt cag. dat men dezelve. werden de fchriften van L U T H E R te Leuven. waardig „ C H R I S T U S op aarde v e r v o n g . die de Bulle 3e Bulle uitgelagchen. om z i c h /an de Roomfche Kerk cheiden. maar aan vleijers „ fchreef. met ook werd ze te Bamberg liet toegelaten. affcheuren en z i c h tegen rtiER op allerlei.

dat hij z i c h nu geheel vrij en van alle betrekking tot de deRoomRoomfche Kerk ontllagen rekende. als mede de Befluiten. G . :ót 1552. de gemeenfchap dezer Kerk werd uitgedreven. oppermagt be- D o o r dit bedrijf verklaarde hij voor al de w e r e l d . om de dwingelandij tegen te ftaan en de Bulle niet te laten afkondigen . — E c h t e r fcheidde L U T H E R hier mede niet van de Kerk. 93 vruchteloos te m a k e n .G E S C H I E D E N I S . hetwelk hij dagelijks uit Rome verwachtte. aan zijne fcheiding van de Roomfche Kerk openlijk en Hatelijk gezag bij te zetten. Kerk. ten dien einde liet hij den loden December 1520 buiten de poort te Wittemherg eenen houtftapel oprigten. dac de Paus de Antichrist en de Stoel des Satans openbaar was geworden. Gefch. van de Roomfche K e r k . en daar wierp h i j . geheel overtollig en van geene beteekenis was ( * ) . (Decretalen. en vermaande den Keizer en de Rijksvorsten. en eer hij door geweld uit ï a C . tot dat hij wettig verhoord Tevens befloot h i j . 80. en geoordeeld ware. MOSH. i n tegen- woordigheid der ftuderende jeugd en van eene groote menigte volks van allerlei ftaat en r a n g . dat hij niet langer een onderdaan w a s van den Roomfchen P a u s . zich maar alleen voor z o o ver hij dezelve als (*) Deze is eene aanmerking van V I Deel. Bladz. openlijk beriep hij zich op eene vrije aigemeene Kerkvergade- r i n g . als zijnde thans fche Kerk volkomen zeker. de Bulle tegen hem uitgegeven. het banvonnis. . hij [aan 517. ingevolge hier v a n . en d a t .~) en Regels tot 'sPaufen trekkelijk. fchreef aan S P A L A T I N U S den i s d e n O c t o b e r . in het vuur.

hij wenschte . om Boeken tot den brand[tapel aan te brengen. te Rome. „ is driemaal verbrand. dan van wertot 1552. zegt hij in hetzelve. die ze verbrandden. indien hetzelve door eene vrije wettige Kerkvergadering werd uitgebragt. maar boekjes. . in hetwelk hij. in welke hij be- . maar ook met gevaar der genen. van welken een grooter getal verbrandden. Niet alleen brand. te Leuven. ken van I. Deze zat ondertusfchen niet ftil. zijne Boeken." Van het gebeurde te Rome moet hij toen nog niet geweten hebben. die bij de Monniken gebruikt werden." 1"chrijft LUTHER zelve in eenen Brief van den I4den [anuarij 1521 aan SPALATINUS . en in derzelver plaats enkel deze ftelling aangenomen werd: De Aflaten zijn booze ftukken der vleijers van Rome. maar fchreef zijn bekend werk over de Babijlonifche Ballingfchap. ook dattdie fchriften verbrand waren. naar ook zijne Beeldtenis van papier. dat alle zijne voorgaande fchriften over de Aflaten verbrand waren. LUTHER'S LUTHER werd door de behandeling. Te Leuven was ?en verbazende toeloop. Mijne beeldtenis. gelijk gezegd is . Keulen en Mentz. fleeds meer en meer van de Roomnis verche Kerk en van den Paus vervreemd.UTHER fchrijft zijn werk over de Babijlon. Leuven. ils afvallig van het geloof aanmerkte. aan de Roomfche Kerk openbaarlijk den oorlog aankondigt. welke men beeldieïem aandeed. als 't ware. van Studenten en anderen. Ballingfchap. verbrandde men. LUTHER. Keulen en Mentz. . G. . gelijk hij zich Jan ook aan het oordeel der aigemeene Kerk onderwierp . doch zij bragten geene Boeken van L U T H E R . met groote verachting.94 K E R K E L I J K E na C.

G E S C H I E D E N I S .

95

beweerd had, dat het Pausdom niet op Goddelijk ia C . G .
regt fteunde, maar echter nog toegegeven, dat het [aarl5i7.
:ot 1552een menfchelijk regt had; nu wilde hij in de plaats
gefield hebben: Het Pausdom is hetfterkjagen
van den Roomfchen NIMROD. Voorts teekent hij
in dit werk de voornaamfte dwalingen der Roomfche
Kerk met levendige kleuren. Hij verwerpt de zeven
Sacramenten, en fielt er flechts drie, Avondmaal,
Boete en Doop.
Hij beklaagt zich, dat in het
Avondmaal de Beker aan de Leeken ontnomen i s ;
dat men de Transfubftantiatie had ingevoerd, en
de Mis vierde als eene heiligende offerande enz.
LUTHER fchreef dit werk in eenen fcherpen en hevigen ftijl, zijne drift was in hetzelve zoo groot,
dat hij zich daar door zelfs liet vervoeren, om de
goddelijkheid en het gezag van den Brief van den
Apostel JACOBUS te verwerpen, en dien Brief een'
Brief vanftroote noemen, omdat hij namelijk minder fcheen te ftrooken met de leer van de Regtvaardigmaking alleen door het geloof. Ook klaagden
reeds toen over LUTHER'S bitterheid in het fchrijven
meer lieden, die anders zijne zaak niet ongenegen
waren, ERASMUS zeide tegen den Keurvorst FREDERIK: dat LUTHER'S leere waar was , maar dat hij
in hem een weinig meer gematigdheids wenschte.
Merkwaardig is ook het gezegde van dien zelfden
ERASMUS te dier gelegenheid:

„ Dat L U T H E R twee

groote misdaden had begaan, dat hij de kroon van
den Paus en de buiken der Monniken had aangetast, waarom het geen wonder was, dat het geheele
Pausfelijke Rijk tegen hem opkwam." Wat voorts
LU-

9*

K E R K E L I J K E

na C. G. L U T H E R ' S hevigheid betreft, daaromtrent zullen wij
Jaari5i7. hier flechts nog aanmerken, dat L U T H E R zelve betot 1552.
leed, dat hij heviger was, dan wel behoorde, maar
dat hij te doen had met lasteraars tegen de Euangelie - waarheid, met wolven, met lieden, die hem
onverhoord veroordeeld hadden, die met de vuilfte
fcheld- en fmaadredenen tegen hem en tegen Gods
woord uitvoeren.

Ook fchreef hij aan W O L F G A N G

CAPITO , Hofprediker van den
Mentz,

Aartsbisfchop van

die hem verzocht, dat hij zich wat mati-

gen z o u ,

„ d a t het Euangelie niet bevorderd werd,

wanneer men de Grooten verfchoont en hunne gebreken bedekt.

Zulks is vleijerij en menfchenvrees,

ja verloochening der Christelijke waarheid.

De geest

van het Christendom handelt openhartig, regt voor
de vuist, ziet de zaken, zoo als zij zijn, en legt
dezelve in hare gedaante vrijmoedig aan den dag.
Zelfs Heidenen berispen de genen, die de gebreken
van hunne vrienden verheelen.

De geest der waar-

heid beftraft en vleit niet, waar voor wij het voorbeeld van C H R I S T U S
en omvergeworpen

hebben.

Alles moet ontdekt

worden , wat de waarheid be-

dekt, opdat zij vrij, openlijk en zuiver, aan allen
zich vertoonen kunne.
van

Met de ernftige berisping

het kwaad kan de liefde toch beftaan.

fcherp

beflrafte

CHRISTUS

zijn volk ,

en

Hoe
echter

wenschte hij het, gelijk eene hen hare kiekens, onder de vleugelen zijner liefde te verzamelen enz." (*)
De Paus

Daar L U T H E R dus ver af was,

o m , in gehoorzaam-

(*) SCHULTET.

Annal. ad a. 1521, 1522.

G E S C H I E D E N I S .

97

zaamheid aan de eerfte Bulle van den Paus, zich naai na C. G.
Rome te begeven, en daar, het geen hij geleerd enJaari5i7,
tot 155a.
gefchreven had , te herroepen, volgde eindelijk op
den aden Januarij 1521 de tweede Bulle van den doet LUPaus,met welke deze L U T H E R met zijne aanhangers THER in
den Ban.
in den ban deed, hen vervloekende en allen, die hen
zouden begunftigen en befchermen, ook alle plaatfen, in welke ketterij ontdekt mogt worden, onder
verbod van Godsdienstoefening brengende. Weinig
echter werkte deze Bulle uit, zij werd in Sakfen,
zoo veel men weet, nergens afgekondigd.
Van nu af aan was de fcheuring openlijk en on. Uitbreiherftelbaar gevestigd; de leere, welke L U T H E R met ding der
leere van
mond en pen voorftond, vond in en buiten Duitsch-LUTHERi
land bij velen ingang. Geleerde en godvruchtige
lieden erkenden derzelver waarheid, en het volk ovei
het algemeen juichte met blijdfchap het verbreker
van het ondragelijk geworden juk der Geestelijkheid
toe; een groot getal van de mindere Geestelijkheid
verheugde zich insgelijks over het opgaande licht;
alleen niemand van de hoogere Geestelijkheid had
tot hier toe moeds genoeg, om zich openlijk ten
voordeele der Hervorming te verklaren, uitgezonderd, zoo veel men weet, JOANNES T H U R Z O , Bisfchop van Breslau in Silezië, gelijk blijkt uit de
Brieven, door L U T H E R

en M E L A N C H T H O N

aan

hem

gefchreven ( * ) , welke deze Bisfchop echter niet
ontvangen zal hebben, zijnde hij reeds in dit zelfde
jaai
C*) Zij (laan ook in
ltl pag. 6-8.
H E R V < I.

GERDES

G

Hifi, Evang. Renov, f.

98

K E R K E L I J K E

Ba C . G. jaar in de maand Augustus overleden. Tot hier toe
Jaari5i7 had ook nog geen Vorst of Prins zich voor L U tot 1552.
THER verklaard, zelfs FREDERIK de Wijze, Keurvorst van Sakfen, niet openlijk, hoewel LUTHER
door hem in alle opzigten befchermd werd.
LUTHER echter, onderlteund door zijnen moed
tiUTHES.
verfchijnt en vertrouwen op G o d , bleef in zijnen ijver voor
op den
Rjjksdag de waarheid volharden, gelijk hij ook eerlang geleteWorms. genheid had, om dezelve openlijk voor den Keizer
en de Vorsten van Duitschland te verdedigen, op
de Rijksvergadering, welke Keizer KAREL V . te
Worms in het jaar 1521 bijeen had doen komen.
De Keurvorst van Sakfen, van des Keizers voornemen verwittigd, om LUTHER voor deze vergadering
te ontbieden, liet aan LUTHER door SPALATINUS
afvragen: wat hij doen z o u , indien hij voor de
Rijksvergadering ontboden werd? waar op LUTHER
aan SPALATINUS fchreef: dat hij komen, en dat
hij des Keizers opontbod, als eene Goddelijke roeping, zou aanmerken, doch indien hem geweld
werd aangedaan, zou hij zijne zaak Gode aanbevelen, die de drie jongelingen in den vuuroven bewaard heeft; en indien God hem niet geliefde te
bewaren, zijn leven was eene kleinigheid, vergeleken
met hetgeen CHRISTUS geleden heeft.
De Paus zocht wel, op alle mogelijke wijze, te
verhinderen, dat L U T H E R op den Rijksdag niet verhoord mogt worden, dewijl hij denzelven reeds veroordeeld had, en er dus zijne eer en gezag aan
fcheen gelegen te zijn, dat hij geen nieuw onderzoek voor eene vergadering van Leeken duldde. Hij
had

G E S C H I E D E N I S .

99

had twee Kardinalen afgevaardigd, om in zijn' naam iaC. G„
op den Rijksdag tegenwoordig te zijn, MARINOS [aan 517.
CARACCIOLUS

een' Napolitaan, en

HIERONYMUS

ot 1558°

ALEANDER, die voorheen Geheimfchrijver geweest
was

van CESAR

BORGIA , een' man, volgens L U -

THER , van een' Hechten imborst en leven< Deze
laatfte, vergeefs gepoogd hebbende, den Keurvorst
FREDERIK tegen LUTHER op te hitfen, hield in de
Rijksvergadering zelve eene redevoering, in welke
hij aan LUTHER ZOO vele en zoo groote dwalingen
te last leide, dat zij met den dood van honderdduizend Ketters verdienden gellraft te worden; hij
drong aan , dat men LUTHER , als een' door den
Paus veroordeelden Ketter, moest behandelen, en
hem niet voor de vergadering toelaten, vooral niet
met een vrijgeleide.
Deze tegenkanting van den Kardinaal ALEANDER
was evenwel te vergeefs, alzoo de Keurvorst van
Sakfen, aan wien Keizer KAREL zijne verkiezing
tot het Keizerrijk voornamelijk te danken had, aandrong , dat men, volgens de Duitfche regten en gewoonten , niemand onverhoord kon veroordeelen, of
eenig vonnis tegen hem voltrekken, zonder hem gehoord te hebben, LUTHER werd dan gedagvaard
door eenen Brief van den Keizer, van den 6den
Maart, om binnen X X I dagen zich voor de Rijksvergadering te ftellen, en hem tevens een Brief van
vrijgeleide toegezonden, om veilig te mogen komen
en gaan (*).
LU*
(*) GERDES Hifi. Euang. Renov. T. II. Montan. pag»
32» 33G a

K E R K E L I J K E
L U T H E R begaf z i c h , zonder vertoeven, op reis
na C. G
Jaari5i7 naar Worms, zijnde verzeld van twee zijner vrien.
tot 1552
den

J O D O C U S of J U S T U S JONAS

en

NICOLAUS AMS-

, behalve den Regtsgeleerden H I E R O N Y M U S
S C H U R F , dien hij als zijnen Advokaat wilde gebruiken ; een Rijksbode S T U R M geleidde hem, in naam
des Keizers, tot zijne veiligheid. De vrienden van
L U T H E R waren niet zonder bekommering voor hem,
en wendden alle moeite aan, om hem van deze reize af te manen. Men zeide hem, dat hij reeds
door den Keizer veroordeeld was; onderweg ontving hij nog vele Brieven , met vvaarfchuwingen,
dat men hem, als een' Ketter, geen woord houden
en het vrijgeleide hem niet baten zoude, men herinnerde hem het voorbeeld van J O A N N E S H U S , en
DORF

ÜCt hem door
zijn Slot Ebertiburg aanbieden , alwaar hij veiliger zou zijn, om zijne zaak te
verdedigen, dan in het gewoel der Rijksvergadering.
Maar L U T H E R bleef onbezweken en onbevreesd bij
zijn voornemen, te kennen gevende: „ dat hij naar
Worms zou gaan, al waren daar zoo vele duivels,
als pannen op de daken der huizen." Dus kwam
hij den iöden April te Worms aan.
Reeds den volgenden dag, den i7den April 1521,
werd hij door den Rijksmaarfchalk P A P P E N H E I M ,
voorgegaan door den Rijksbode S T U R M , in de vergadering ingeleid; alwaar hem J O A N E C K , Officiaal
van Trier, ( te onderfcheiden van den beruchten
E C K , zijnen vijand,) op last van den Keizer twee
vragen voorltelde. Voor eerst: of hij die Boeken
SAVANAROLA ; F R A N S V A N S!KKINGEN
MARTINus

BUCERUS

voor

G E S C H I E D E N I S .

101

voor de zijne erkende, welke onder zijnen naam wa- na C. G.
ren uitgegeven? Ten tweede: of hij, hetgeen in Jaari5i7tot I55 dezelve als dwaling veroordeeld was, wilde herroepen ? dan of hij alles op zich nam te verdedigen ?
LUTHER'S Advocaat verzocht daar op, dat men
vooraf de titels der Boeken zou oplezen, welke men
bedoelde. Dit gefchied zijnde, zeide L U T H E R , dat
hij deze fchriften voor de zijne erkende, ten ware
er door iemand iets mogt bijgevoegd of in veranderd
zijn, hetwelk hij niet voor het zijne zou kunnen
overnemen; maar met betrekking tot de tweede
vraag, verzocht hij, wegens het gewigt der zake,
en om niet overijld te handelen, tijd van beraad.
Na eenige bedenking werd hem een dag uitflel gegeven, en hem gelast, om den volgenden dag zich
niet in gefchrift, maar mondeling, te verklaren.
a

Des anderen daags op het gefielde uur verfchenen
zijnde, werd hem de vraag herhaald: of hij, het
geen hij gefchreven had, verdedigen of herroepen
wilde? Nu fprak LUTHER vrijmoedig en zedig,
twee uren lang: hij maakte onderfcheid tusfchen zijne fchriften; fommige behelsden alleen leeringen van
het geloof en godzaligheid , aan welke zijne vijanden zelve een goed getuigenis gaven, deze behoefde hij zeker niet te herroepen ; andere waren
door hem gefchreven tegen het Pausfchap en de leere van Rome, deze mogt en kon hij niet herroepen , dewijl hij daardoor de Geestelijke Tijrannij
zou bevestigen; eindelijk had hij eenige fchriften
tegen bijzondere lieden gefchreven, in welke hij bekende, dat hij fomtijds eene te fcherpe pen gevoerd
G 3
had;

Na nog eenige over en wederfpraak. doch zonder andere vrucht. wat de zaak zelve betrof. V . G Jaari5i7 . zoo was de Keurvorst van Trier zoo ver door hem gebragt. Landgraaf van Hes/en . BttC. die hem herwaards geleid had. en vermaande. ten zij men hem uit de Heilige Schrift of met krachtige redenen overtuigde. indien gij gelijk hebt. ) herinnerde . dat hij in het een of ander gedwaald had. dat hij zorg zou dragen . dan dat LUTHER vast bij zijne zaak volhardde. Bij zijn vertrek zeide hem FILIPS. dat hij niets kon herroepen. dat hij volgens zijn vrijgeleide veilig naar huis zou kunnen keeren. fcheidde de vergadering. zijne meening was. Vervolgens had de Bisfchop van Trier met L U THER afzonderlijk eenige onderhandelingen .102 K E R K E L I J K E had. om zich niet tegen God te verzetten. dat deze ten laatfle in een af» zonderlijk gefprek aan LUTHER vraagde: op welke wijze men dezen moeijelijken twist zou kunnen ten einde brengen? Waar op LUTHER hem den raad van GAMALIEL . verzeld vari denzelfden Keizerlijken Rijksbode. met verzekering. ( Hand. De Bisfchop gaf hem toen vriendelijk zijn affcheid. Evenwel wilde f<w 1552 hij hier mede niet te kennen geven. doch ook in deze fchriften kon hij niets herroepen. helpe u God! De Ridder CEORG FRONDSBERG zeide hem bij zijn vertrek vaarwel. en even gelijk vele Vorsten door LUTHERS moed en ftandvastigheid getroffen waren. dat hij zich zeiven voor onfeilbaar hield. Op deze wijze vertrok LUTHER den 26fien April van Worms.

ontvouwde. geleid van den Rijksherout S T U R M . dergleichen ich und mancher olrister. zonder eenigzins te veinzen. evenwel de meerderheid te wege bragt. voor deze aanzienlijke vergadering toegelaten . Munchlein. du gehest jetzt einen gang. dat hij met betamelijkheid en deftigheid de bijgeloovige leerftellingen en gebruiken der Roomfche Kerk. en hem met zoo veel befcheidenheid behandeld en gehoord hebben: verders. G 4 . tot 1552. G . und deiner Sachen gewifs. en LUTHER. veilig vertrekken k o n . die beweerden. hem op den fchouder kloppende en zeggende: na C. die openlijk voor zijne leere en zaak uit-. dat de Keizer en de Rijksdag zoo veel gedaan hebben. dat zij eenen bijzonderen man.dat. Hij . Jaari5i7. dat zijn vrijgeleide gehandhaafd. Inderdaad. en (*) SECKËNDORF Hifi. 103 wel. zoo driftig en hevig van geest. niettegenftaande er leden der vergadering waren . dus. die reeds door den Paus. und feij nur getrost. Gott wird dich nich verlasfen (*). en niemand onder de Vorften had. dat men het vrijgeleide behoorde in te trekken. zoo volkomen. maar voor alles is het gedrag van LUTHER bij deze gelegenheid te verwonderen. en den Ketter geen woord behoefde te houden. auch in un~ fier allerernjletenflachtordnungnicht getkan halen. fol. kwam. in den ban gedaan was. men moet zich verwonderen. 156. bezat zich zeiven. uit welke men de befchuldigingen tegen hem ontleende. bij deze gelegenheid. hij erkende de fchriften. Bistu anj'rechter meinung.G E S C H I E D E N I S . fo fahre in Gottes namen fort. Luther. Munchlein. onbefchroomd.

in veilig. als eenen ELIAS tegen de Afgoden.hetwelk. LUTHER Ondertusfchen had. om te herroepen. bereid te zijn. LUTHER zelve was echter over zich zeiven niet volkomen voldaan. hoewel heid geniet met zijne goedkeuring. uit zijn rij- . te allen tijde. Jaari5i7. G en bood tevens. bereid was. te verfchijnen. maar bij welke de geheele wereld en voornamelijk Duitschland belang had. teneinde zijne zaak voor billijke en onzijdige Rigters te verdedigen. met alle openhartigheid. om LUTHER in veiligheid te flellen. dat zijne zaak onderzocht en naar de Heilige Schrift beoordeeld mogt worden. dat hij te veel toegegeven had aan den raad zijner vrienden." fchreef hij den oden September aan SPALATINUS . „ Zij zouden. op openbaar vrijgeleide. op zijne terugreize fchreef hij aan den Keizer en aan de Rijksvorsten . de Keurvorst FREDERIK een ontWarthurg werp gevormd.104 K E R K E L I J K E sa C. „ wat anders hooren. omdat hij er voor was. bragt. als welke niet zijne zaak bijzonder was. er bijvoegende. om derzelver inhoud te verdedigen. en zich niet genoeg gedragen had. verklaarde hij.hij beklaagde zich naderhand. met alle gematigdheid en nederig. aan. met toeflemming van L U T H E R . dat h i j . ook tot 1552. indien men hem van dwalingen kon overtuigen. heid. om openlijk te werk te gaan. op denzelfden avond van L U wordt op het Slot THER'S vertrek. indien ik an„ dermaal voor hen gefield werd. Dienvolgens werd LUTHER niet ver van Eifenach door drie of vier vermomde perfonen overvallen." Hoe dit z i j . zijn verzoek herhalende. volbragt werd. waar en wanneer het de Keizer en de Vorsten zouden goedvinden.

hetwelk hij federt gewoon was . gefchikt. waar van wij zoo aanftonds nog iets zeggen zullen.G E S C H I E D E N I S . alhoewel L U T H E R reeds te vofen de offerande der Mis in zijne fchriften weder legd had. Met dit al werd hij hier met alle goed willigheid behandeld en genoot meermalen het ver maak der jagt en andere uitfpanningen. maar bijzonder met het overzetten van den Bijbel in het Hoogduitsch. om te verfpreiden. Slot of Kasteel Wartburg of Wartenburg. De Roomschgezinden namen hier uit aanleiding. de oude tot 1552. welke verzoeking hij alleen overwon door het geloof in JEZ U S . door het voorftel. dat de Keizer zelve mede in het gehein wai (*) In eenen Brief aan 54 > 55- SPALATINÜS G 5 bij SCHULTET. en in het geheim vervoerd naar het na C . pag . dat hij in deze zijne afzondering zeer geplaagd is geweest met zielskwellingen en benaauwdheden. dat hij van den Satan geleerd had. wiens genade tot alles genoeg is. den tijd met het optellen van menigvuldige fchriften. onder den naam van Jonker G E O R G E of J U R R I E N . om het werk der Hervorming voort te zetten. alwaar hij tien maanden verborgen gebleven i s . 105 rijtuig geligt. zijn Pathmos te noemen. verblijfplaats der Landgraven van Thuringen. G . Jaari5i7. Doch tevens klaagt hij zelve (*). in gezel fchap van zijne Oppasfers. dat hij X V jaren lang de Mis had bediend. Onder anderen was hij bijna tot wanhoop gebragt. en blootgefield voor verzoekingen van den Satan. Daar zijn er. die ver moeden. dat de Mis geene offerande zij. Hij fleet op dit Slot.

werd een Keizerlijk Edict. maar de dagteekening was vervroegd. die zeer in den haat was. de vergadering verlaten hadden. het onverwachts verdwijnen van L U THER gaf aanleiding tot velerhande geruchten. onder anderen FREDERIK van Sakfen en LODEWYK van de Paltz . C. Te weten. was van LUTHERS verblijf. door LUTHER opentot 1555 ' lijk in den Rijksban te doen. nadat reeds verfcheidene voorname Rijksvorsten. tegen LUTHER afgekondigd. befluit der Rijksvergadering. Na eene inleiding. de Keizer had nu de handen Jaarisi. II. Monum. indien de Paus hem tegenviel. hetwelk echter de dagteekening had van den 8ften Mei 1521. of wel door Zendelingen van Rome van het leven beroofd was. als een daan. om den Paus te behagen. „ dat het hem als (*) Men kan het lezen in GERDES /. terwijl hij. ban geden a6ften M e i . T. LUTHER Vijf dagen nadat L U T H E R in ftilte opgeligt en op wordt in denRijks _ het Kasteel Wartenburg in veiligheid gebragt was. men had dit befluit genomen. Hoe het z i j . waar over echter de bovengemelde Vorsten en anderen zich vervolgens openlijk beklaagden. welk gerucht te Worms bijna een oproer veroorzaakt en den Kardinaal ALEANDER . LUTHER bij de hand had. dat LUTHER door zijne vijanden in de gevangenis geworpen. in levensgevaar gebragt had. Dit Edict of Plakaat van Wtrms is van eenen allerftrengften inhoud (*). om den fchijn te hebben. Keic. . '• ruim.ïoo* K E R K E L I J K E na C . Velen verbeeldden z i c h . om van denzelven tegen den Paus gebruik te maken. dat hetzelve met aigemeene toeftemming der Vorsten genomen was.

lezen. of te begunftigen met woorden 0: daden. of fustineren. Erflanden werd afgekondigd. zoodat een ieder gelast wordt. te befchermen. Dewijl het Edict ook in des Keizer. gegeven had. enz. Vervolgens des Paufen ban tegen LUTHER allezins goedkeurende. 107 Keizer betame en toebehoore te helpen dwingen de na C.G E S C H I E D E N I S . deszelfs handel en leere was voorgekomen . n: de X X I dagen. Voorts worden alle zijne Boeken ten vun gedoemd. tot 1551. fchrijven . om t'huiswaards te kee ren. doet hij hen in den Rijksban. om hem te ontvangen. houden. Bladz. prenten. p. Goddelijke Majefteit. en hetgeen met hem op den Rijksdag verhandeld was. maar in tegendeel. hetgeen hem van L U T H E R . die zoo ftout z i j . te koopen . dat niemand zoo ftout 0: kloek z i j . 8vo. 160." 1 . of defenderen eenige van d( boe II. zullende de moeite en kos i ten daar van behoorlijk vergolden worden. en het eerfte Plakaat om trent den Godsdienst hier in de Nederlanden was. vijanden van het geloof tot de gehoorzaamheid der Jaar 1517. volgens hei vrijgeleide. den openbaren Ketter te vangen en aan der Keizer over te leveren. ( i n ingevoegd. verkoopen . 34. G . dat alle godvruchtige en verltandige lieden LUTHER als eenen razenden en van den Duivel bezetenen moeten vlieden en vervloeken.verhaalt de Keizer. wordt even gelijk hij zelve in den ban ge daan. waar uit hij befluit. heef ook BRANDT een zakelijk uittrekfel van hetzelve in zijni Riftorie der Reformatie I Deel. prenten (drukken ) of doen fchrijven. en verboden. welke de Keizer hem.

. inderdaad de Keizer vertoonde zich in hetzelve. op geenerlei wijze beter kon beflist worden. als alle andere. Dit wilde de Keizer eindelijk aangemerkt hebben als eene eeuwige onverbrekelijke wet enz. dan den brand heviger te doen ontvlammen. die bij onzen Heiligen Vader den Paus zijn gecondemneerd. „ Ik ben dat dit Treurfpel altijd van meening geweest. die nooit door eene aigemeene Kerkvergadering was vastgefteld. Zij heeft niets anders uitgerigt." Zoo aangenaam was dit befluit des Keizers aanden Paus. den 3den September 1552. voornamelijk. zoo wel 'van de gene. een verbond met den Keizer floot. omdat de Keizer niet bevoegd was. als een Geloofsartikel ftaande te houden (*> Ook deed dit Plakaat geene uit(*) Wat ERASMUS gevoeld heeft van dit bannen door den Paus en den Keizer. de partij van Frankryk verlatende. gefchriften of opinien des voorzeiden L U THERS . dan door zwijgen. airede gemaakt of die namaals mogten gemaakt worden bij denzelven LUTHER. oin een beflisfend vonnis tegen de leere van LUTHER uit te fpreken. dat deze. • tot 155: K E R K E L I J K E boeken.ÏO3 na C. Daar is eene zeer wreede Bulle uitgekomen van den Pau. Jaansi.. als een ijverig voorftander van het Pausfelijk gezag. Daar op is een nog wreeder Plakast van den Keizer gevolgd. Hertog van Sakfen. mag men opmaken uit zijnen Brief aan G E O R G E . of de onfeilbaarheid van den Paus. maar daartegen werd het van alle verftandige lieden algemeen afgekeurd. die zich op deze zaak geheel toe- . C . De oprechtue Mannen on- der de Kardinalen en Prelaten zijn het met mij eens.

na C .toelegt.ning van deelingen ftreden. wegens de me-fchriften nigvuldige dwalingen. omdat de Kei. 109 uitwerking hoegenaamd. te verfterken. Plakaten en Veroor. Hun befluit is naderhand THER. verdiende met den Alkoran van L U gelijk gefield te worden. te minder. van welken de Geleerden niet veel verwachten. die den naam van Verflan.G E S C H I E D E N I S . Omtrent dezen tijd veroordeelden ook de Godge." . een Vorst. indien hij niet eene te THER. Koning van Engeland fehrijft Engeland. prijst wel het godvruchtig hart des Men Keizers. bijzonder zijn werk over de Babt'jlom'fche deelen üe Ballingfchap. en ook door L U T H E R . en fchreef tegen hem een bijzonder werk ter verdediging der zeven Sa. Hij tot 1552. vatte HENRIK V I I I . en zich ook door bondgenoodfchappen tegen FRANCOIS I . zeiden z i j . de pen tegen LUTHER o p . wederlegd door MELANCHTHON. kort na elkander naar Vlaanderen en Spanje te'reizen. tegen LUJ dig waardig zou geweest zijn. om ontdane muiterijen zijner onderdanen te beteugelen.van Parys veroor-^ tersch. groote zelfsverbeelding van zijn verfland gekoesterd had. zer om dezen tijd de handen vol werks kreeg. Jaari5i7. maar op eenen fpottenden toon. Koning van Frankryk.De Godgeleerden leerden van Parys de werken van LUTHER als Ket. en de Godgeleerden HENRIK VIII. maar men fehrijft het oordeel in deze zaak toe aan die lieden. Terwijl de Paus. de Keizer. G . Dit heeft de tong en de pennen van fommigen beteugeld. was genoodzaakt. maar de gezindheden niet veranderd. Kov dus tegen LUTHER met Ban. hetwelk.

noch ook over de wet. de M i s . bijzonder gerigt tegen LUTHERS Jaari5i. de Aflaten. de befluiten der Kerkvergaderingen. H . het werk had het voorkomen van eene verdediging des geloofs te zijn. dan of iemand anders dit werk voor hem hebbe opgefteld. Lp. heefc het in twijfel getrokken. liefde. de genade. welke de Kerk niet alleen heel heilzaam kan misfen. niet over CHRIST U S . den vrijen w i l . ei. of de Koning zelve de fchrijver ware. het laatfte Oordeel. waar over LUTHER zich ook beklaagt. Ev. de Akademien. Hemel. en welke tot zaligheid noodzakelijk zijn. dienst der Heiligen . welke een Christen behoort te weten. hetwelk HENRIK op zich nam te verdedigen. over G o d . G • Men (*). H e l . indien zij dezelve niet mist. de zonde. . niet over geloof. de Monniksgeloften .ïio K E R K E L I J K E na C. tot 155: • werk over de Babijlonifche Ballingfchap. Ren. doch handelde niet. Bisfchoppen . de Leeraaren. LUTHER in zijne beantwoording van hetzelve . Hoe het z i j . over hoofdftukken van de ware Christelijke Jeere. het Vagevuur. den dood. of over de Kerk en dergelijke. Deze waren de artikelen van dat geloof. hoop. Avondmaal. of ze naar willekeur gebruikt. Doop. de nieuwe Sacramenten. en om welker wil zoo vele duizenden Sacram men(*) De volle titel van de oorfpronkelijke uitgave van dit Koninklijk werk zie men bij G E R D E S Hift. T. maar zelfs niet beftaan k a n . maar over het Pausdom. Overleveringen.

gefchreven door in„ geving van den Heiligen Geest. . gelijk de Koningen van Frankryk den titel van Allerchristelijkfte. Was de Koninklijke flijl bitter tegen LUTHER geweest. en befchouw- . waar zij zich toe wendt. De volgende Paus HABRIAAN V I befchonk HENRIK met eene gewijde gouden roos." LUTHER fchreef eene wederlegging van dit werk des Konings.. welken de Koningen van Engeland federt gevoerd hebben. en in een' bijzonderen Brief aan den Koning fchreef hij. Zelfs was de Paus mild. dat eene zeer goede natuur tot alles be„ kwaam i s . met het fchenken van Aflaten voor de genen. fraai zijn omgekomen. en vol van dat „ licht van verftand en kennis. dat het ligtelijk . tot 1552Des Konings gefchrift werd met de grootfte toejuichingen en loffpraken door den Paus en deszelfs aanhang ontvangen.G E S C H I E D E N I S . en diens opvolger K L E MENS VII bevestigde aan HENRIK op nieuw met eene Bulle den eertitel : Befchermer des Geloofs. lil menfchen. nu wegens dit werk den titel van Befchermer des Geloofs. ftelde de Koninklijke Majefleit in dezen ter zijde. die dit Boek zouden lezen. O . beste wil door Gods bijftand en gave ook in al„ les gelukkig en voorfpoedig is. op aandrang van Rome.. blijke. prijzende deszelfs werk als . deze gaf hem niets toe. dat de Heilige Geest denzelven blijkbaar geleid had. toen hij naar JVittemberg terug gekeerd was. en dat een . LEO X gaf daar over aan HENRIK. Jaan5i7. door vuur en na C . die reeds lang naar eenen onderfcheidenden titel had verlangd. die van Spanje van Katkolijke droegen.

. en dat hij hem. AartsBriefwis felingmc t bisfchop van Mentz. fchouwde HENRIK flechts als Schrijver. dat „ alle fchuld van het bederven van den Godsdienst . den Aartsbis„ fchop met zijne fchriften zoo zou aantasten. „ dat. doch te gelijk met alle hevigheid. die eene vrouw getrouwd had. G . met bedreiging. of hij de vorderingen van L U THER zou voldoen?" ALBERT liet hem den 2iften December door WOLFGANG FABRICIUS CAPITO ant- woorden. fchreef uit zijne fcbuilplaats den asften November 1521 aan den Aartsbisfchop hier over eenen fcherpen Brief. Na den dood van T E T Z E L ftelde ALBERT . . dat hij hem binnen veertien dagen had te antwoorden. te Halle m Sakfen eene nieuwe den Aarts • Aflaatskramerij aan. maar LUTHER beftond van hem te eifchen. om „ welke LUTHER gefchreven had. „ genomen: hij erkende een zondaar. wien hij. op ftraffe vanMem LUTHERS 'van gevangenis. . voortot 1552 ' namelijk met betrekking tot de Mis en Transfubftantiatie met klem van redenen. . Pastoors. aan zijnen imborst eigen.112 K E R K E L I J K E na C. wederleide. indien men niet afliet van dat Af„ laatprediken en het vervolgen van getrouwde . dat de redenen. reeds waren weg. L U „ THER. wien dit niet te dulden ftond. van dezelve te fcheiden. ja nutteloos „ enftinkenddrek te zijn. ook dwong hij eenen Parochiebisfchop priester. en van de onkuischte zeden op hem hechten zou. in eenen heelftreelendenzin: „ dat hij „ zijne Brieven gun (tig en ten beste had ontvan„ gen. . LUTHER. . alhoewel hij voor verlo. hij L U T H E R . dat hij ook hoopte. ren en als dood gehouden werd. als een'' Jaansip • dommen en onkundigen Schrijver." En dit niet alleen.

aan God opofferen.Augustijnen te THER prees hunne onderneming. dat LUTHER het antwoord fchreef den i8den Januarij 1522. wensen. ook in onzen tijd. dat d< Geestelijken. fchoon zonder zijr Wittemweten ten uitvoer gebragt. ook THER. LANCHTHON en LUTHER . fchaft. en het was op dezen Brief van CAPITO. een werk over he. dat men toch den zacbten weg des vredes mogt ir. en fchreef. I. alhoewe [ ordeshalve met regt zekere kundige lieden aangeftelc 1 worden. de uitdrukkingen van den Heidelbergfchen Katechismus in het antwoord op H E R V . om CHRISTUS 113 w i l .G E S C H I E D E N I S . LU- (*) Bladz. die eene vrouw nam. in welken hij zijnen tot 1552. THER . ten einde hei berg afge. door het affchaffen der ftille Misfen. CAPITO voegde hier eenen eigenen Brief bij aan ME-Jaansijr. volgens Goddelijk regt. te kennen gaf. Tegen het einde van dit jaar deden de AugustijDe bijnen te Wittemberg eenen grooten ftap ter ver-zondere Misfen andering ." na C . H de . waar van wij boven (*) reeds een uittrekfel gegeven hebben. ( t ) Daar velen. een Priester in Sak-Andere fen . G . dit werd werken van LUvan MELANCHTHON en andere goedgekeurd . BARTHOLOMEUS BERNARDI. affchaffen der Mis. was de eerfte. en ooi het woord van God verkondigen kunnen. en deze geestelijke offeranden. in hetwelk hij ontkent. zeer genegen was. door de {Misfae Solitariae. om het woord te prediken en de Sacramenten te bedienen ( f ) .flaan. te verfterken en te bemoedigen. welke ni alleen plaats hebben. LU. naardien aan de Leeken dezelfde eernaan i toekomt. alleen Pries ters zijn. 96.) en van den Oorbiecht.

niets. „ pisten behoorden eigenlijk te weten. zijne wet." C . dan de Joden en „ Heidenen doen o f ooit gedaan hebben. 3. maar bij nadere overweging beter geleerd . zijn werk zijn „ dan ijdele leugenen des Duivels. laat hen hun Priesterfchap met de Heilige Schrift be. dat deszelfs opftellers niet alleen zoo fterk van de Romfche Mis gefproken hebben." C . bekennen.. „Des „ Pausfen Priesters. zoo als thans het gebruik i s . „ wijzen. dat deze geloften geene verbindende kracht hebben .ffen en wegne- „ men. verkiezen. zijn Pries„ terfchap en zijne geheele Wet affchr. 1. dan CHRISTUS lasteren en verloochenen." Ook: „ ik hou- „ de het met een' iegelijk godvruchtig Christen daarvoor. fchreef hij zijn werk: over de Kloostergelof- ten . of. zoo niet flerker. dat „ het Misvieren. dat „DePa- zij fnooder „ afgoderij met hunne Misfen plegen. als een offer van befmeerde gefchorene „ Priesters. wat zij willen. doch omtrent de Monniken bleef hij tot 1552 huiverig. 2. „ Daarom mogen de dolle Sofisten en „ Papisten een van beide. en bewees. omdat zij de gelofte van onthouding gedaan hadden. BI. 4. evenwel wilde hij gede Softe vraag ftreng beoordeelen . verdient het aangemerkt te worden . en dat dus het huwelijk ook ge- oorloofd ware voor de Monniken." . B .i K E R K E L I J K E 4 na C . G L U T H E R verklaarde zich over de huwelijken der Jaari5i7 Geestelijken. zegt h i j : „ Daarom befluite i k . dat zij niets dan des duivels „ maskers en verdoemde afgoden zijn. LUTHER fpreekt in dit werkje over het affchaffen der Mis even Merk. „ dat dit Paapfche Priesterdom en Misofferanden gcwisfe„ lijk des Duivels werk zijn enz." B . niet anders „ i s .

al vroeg.1ia C. LUTHER gedurende zijne afzondering. dat de gemeene man dus de bronnen van alle Godsdienftige Christelijke kundigheden ontfloten zag . (Vulgata.) gemaakt. maar naar de gemee ne Latijnfche Vertaling. indien God ze niet barmhartig aanneemt. den dank der Christenen waardig zou gemaakt hebben. naderhand Bisfchop. was zijne Overzetting van den Bijbel uit het Hebreeuwsch en Grieksch in de Hoogduitfche Taal. 115 gezelfchappen van mannen niet afkeuren. naardien hij in hetzelve onderneemt te bewijzen. ondernomen. Daar beftonden we Hoogduitfche Bijbelvertalingen. merkwaardig . welke ieder een'. on H a eent . met reden . Nog fchreef hij eene wederlegging van J A C O B U S L A T O M U S . dat de Paus de Antichrist i s . een werk. en dat alle goede werken zonden zijn. Ook is zijn Boek tegen AMBROSIUS C A T H A R I N U S . en ter verdediging van zijne ftellingen: dat het onmogelijk i s . woning van vrouwen op dezelfde wijze. hetwelk alleen hem. om de Kerk te hervormen. van het lezen affchrikte. een' Godgeleerde van Leuven. en inderdaad. dit was het groote en ware middel. de wet van G o d te onderhouden. Het gewigtigfte werk van L U T H E R . een ontwerp. G .G E S C H I E D E N I S . en vrijmoedig uitvaart tegen de misbruiken van het Hof van Rome. en van vertaalt denBijbel tijd tot tijd voltooid heefc. al had hij niets anders verrigt. meest al in eenen ftijl. willig ongehuwd zamen wonen. zonder den bijftand der genade. L U T H E R vormdi daarom. zoo ook de zamen. die vrij. waar van hij nu voor zich he! beste gebruik kon maken.3 aan 517ot 155a. hetwelk hij. die eenigen fmaal had.

zegt ( p eene gemeene eii eenvoudige wijze verklaard zijn. eene nieuwe Vertaling des Bijbels te vervaardigen* Jaarisi/. Reeds i n het jaar 1517 had hij de zeven Boeïpfaltot 1552 men volgens de vertaling van R E U C H L I N in het Hoogduitsch overgebragt. hetwelk hij daar geheel afwerkte. holpen door J A N L A N G . een' zijnde daar in ge- Godgeleerde van furt. na zijne vederkomst te Wittemberg. 1 tulp.116 K E R K E L I J K E na C . doch zoo ( lat hij geene H o t . om zijne ten einde deze Vertaling na te z i e n . G . na- Deze vertaling zag bij gedeelten S P A L A T I N U S . ) want dit B o e k . verzocht hij o o k . hetwelk reeds tegen L U T H E R S 1521 te Bazel In Er- z i n i n het jaar gedrukt was. en voor zijne reize naar Worms. LUTHER aan Hofpre- wil alleen het vertalen van . in Boeken van Brief werden da- delijks op drie perfen tien duizend drukbladen E e n exemplaar kostte een' daalder. ook werkte hij op dit zijn Pathmos aan de Vertaling van het N i e u w e T e s t a m e n t . Ians kwam i n datzelve jaar khalve M E L A N C H T H O N afge- en nog- een nieuwe druk uit.en hofwoorden < le geven. ( S P A L A T I N U S was Keurvorftelijk < l i k e r . Vervolgens begaf z i c h aan de hand wil- LUTHER. icht i n het jaar MELANCHTHON 1522. V a n leze Vertaling des Nieuwen Testaments J het onderfcbeidt en noemt den fACOBus uitdrukkelijk eenen 1Irukt. het geheele Pfalmboek. De V o o r r e d e 3e Boeken des N i e u w e n Testaments neer en minder waarde. zijne afzondering op het Kasteel Warthurg % befteedde L U T H E R den geheelen zomer aan her beoefenen van de Hebreeuwfche en Griekfche T a l e n . maar naderhand met der befchaafde. van Brief van ftroo.

G E O R G I U S R O R A R I U S had het nazien en verbeteren der Drukproeven op zich genomen. A U R O G A L L U S en anderen van zijne vrienden. bevattende de Historifche Boeken van J O Z U A tot E S T H E R . H 3 Men . Van het jaar 1534 tot 1574 werden er van deze Overzetting des Bijbels op de Drukkerij van H A N S L U F T . die naderhand Burgemeester was van Wittemberg. Boeken van M O Z E S . en de drie Boeken van SALOMO." Hij gebruikte tot zijne medehelpers. •— Het is een groot en waardig werk. in het volgende jaar 1524. heeft L U T H E R deze Overzetting bearbeid. waar aan wij allen wel mogen arbeiden. Hij fchreef aan A M S DORF : „ Ik wil den Bijbel overzetten. van hetwelk echter het ia C. behelzende den Pentateuchus of de vijf faari5i7. en nog in hetzelfde jaar werd het tweede Deel uitgegeven. J U S T U S JONAS . dewijl het ten algemeenen beste verftrekt. behalve F I L . die bijna mijne krachten te boven gaat. doch ik heb een' last op mij genomen. honderd duizend exemplaren afgedrukt. Met eene vlijt en zorgvuldigheid . G. Ik zie n u . welke zijne vrienden hem aanboden. wat overzetten i s . het derde. waar in J O B . :ot 1552.G E S C H I E D E N I S . wordende in de jaren 1541 en 1545 herdrukt met aanteekeningen. M E L A N C H T H O N . Tot de Profeten befteedde hij nog langer tijd. eerst in het jaar 1523 de pers verliet. D A V I D S Pfalmen. zoodat de geheele Bijbel eerst in het jaar 1536 het licht zag. M A T T H . de grootheid en het gewigt des werks waardig. en waarom tot heden toe niemand dat ondernomen heefr. nr van het Oude Testament. eerfte Deel. die er ook eenige der Aanteekeningen bijgevoegd heeft.

. (deze was toen Profesfor der Hebreeuwfche Taal te Wittemberg. werden aan L U T H E R van het Sakjifche Hof door middel van den Hofprediker S P A L A T I N U S velerlei edelgefteenten en juweelen overgezonden. dat men vier weken tijds befteedde. „ „ „ „ . om de regte Hoogduitfche benamingen te vinden. een enkel woord gezocht en ge„ vraagd hebben.. om toch alle naauwkeurig. S P A L A T I N U S : . en het nógtans niet hebben ge„ vonden.K E R K E L I J K E ÏI8 n a C . en elders in den Bijbel voorkomende. L I N K in het jaar 152S. Het gebeurde dikwijls. om de verhevenheid van deszelfs zwaarwigtigen ftijl." In het bijzonder fehrijft hij ten aanzien van JOB aan W E N C E S L . en het is ons „ al dikwijls gebeurd. wilde en kruipende dieren. Jaari5i7. X X I . Magis„ ter . om een woord met den regten naam uit te drukken. G Men verzuimde niets. „ PHILIPPUS. ter opheldering van de namen der edelgefteenten Openb. . dat ik zuiver en „ duidelijk Hoogduitsch mogt geven. „ Ik heb." en aan G E O R G . dat wij veertien dagen. insgelijks de namen van roofvogels. ter opheldering der wetten van het reine en onreine vee. ( M E L A N C H T H O N ) AUROGALLUS.) en i k . met derzelver Hoogduitfche benamingen. . „ In JOB arbeiden wij op zulk eene wijze.. Men raadpleegde met burgers en handwerkslieden. heid bij dit werk aan te wenden." fehrijft L U T H E R in eenen Brief. drie „ ja vier weken. op zijn verzoek tot 1552. Iu het vertalen van JOB hebben wij zoo veel moeite. mij daar op toegelegd. dat hij veel ongeduldiger fchijnt over onze „ over- . dat wij in vier dagen fomtijds naauwelljks drie regelen kunnen vaardig krijgen.

. in het gemeen met toejuiching ontvangen z i j . en .fa C. welk menfchelijk werk is daar van bevrijd? maar wanneer men in aanmerking neemt. aan 517. welke na hem in het licht zijn gebragt. en wil. Ten zij misfchien de Schrij. niet dat zij zonder alle misdagen zou wezen..." Hoe de Bijbelvertaling van LUTHER. len hunne Hebreeuwfche natuur niet verlaten. de Ile„ breeuwfche Schrijvers te dwingen. de grove Duitfchers navolgen. kan het groot aantal van afdrukfels van dezelve getuigen. Dit houdt de drukpers „ in dit derde Deel der Bijbelboeken op..gezinden was natuurlijk deze vertaling een balk in H 4 het . Even als of de „ nachtegaal zijne liefelijke melodie moest laten va„ ren en het eentoonig geroep van den koekoek na•„ zingen. „ ner vrienden. eene zoo voortreffelijke Bijbelvertaling heeft kunnen ten uitvoer brengen. dan hij was over de vertroosting zij. met zoo veel vlijt en trouw. 119 „ overzetting. moeten wij over den man verwonderd ftaan. maar voor de Roomsen. Hoe verzetten zij er zich tegen. hoe geringe hulpmiddelen L U T H E R te dien tijde bij de hand had . maar ook in het vervolg is derzelver regtmatige roem meer en meer gevestigd.G E S C H I E D E N I S . die met zoo veel oordeel en gezond verdand. „ ver van dit Boek gewild heeft. Ach Hemel! welk „ een zwaar en verdrietig werk is het. aan het vertalen der Profeten. dat het nooit „ zou overgezet worden. G . om Duitsch te „ fpreken. of ten minfte dat hij altijd in de ] ot 1552asfche wil zitten. in tegenftelling van de menigvuldige." Van de Profeten fehrijft hij aan LINK: „ Wij zijn thans .

„ nie\ .) zig. Leeraar. Sommige Vorsten verboden het gebruik dezer Overzetting met ftrenge Plakaten. het o o g . handen van den gemeenen man k w a m . men was reeds lang bevreesd Jaari5i7. onder welken waren de Aartshertog F E R DINAND. „ geen 1523 kon „ d a t . Hertog Keurvorst van evenwel andere overzettingen te lezen. niettegenftaande het er i n Duitschland ver- Plakaat van geene ftad. fchreef te- gen deze O v e r z e t t i n g . ge- zag der H i j gaf ook tegen L U T H E R S Vertaling in het jaar 1527 eene nieuwe Hoogduitfche Vertaling u i t . maar kon niet dan kleinig- heden opfporen. GEORGE . i n zijne afzondering.K E R K E L I J K E 120 fin C . in zijne verantwoording in het jaar zekeren : . CHIM. doch alleen in de meeste plaatfen om zij ook algemeen verdorven. Worms. (Doctor. Klooster . zoodat M A T T H I A S Z E L L . was de zaak der HerHervorvorming niet gebonden . die te Straatsburg leerde. wanneer de Bijbel i n tot 1552. waar- mishaagde. anderen lieten dezelve openlijk ver- branden. Brandenburg. geen v l e k . de vertaling van L U T H E R zelve w a s . in den g r o n d . geweest voor de gevolgen . „ die L U T H E R S gezindte. H o o g e f c h o o l . waar geene lieden w a r e n . trouwens. van Sakfen. maar breidde zich door ving in Duitsch. een and van L U T H E R . welke nogtans. ongang der ophoudelijk werkzaam w a s . en JOA- welke laatfte volk toeliet geweldig van vijLeip- en Raad van den Hertog G E O R G E . K a p i t t e l . HIERONYMUS aan het E M S E R . land. gelijk men ze noemde. en (leunde daarbij nog op het gemeene Latijnfche Overzetting. . ja geen „ huisgezin o f huis w a s .geheel Duitschland eti zelfs in andere landen u i t . VoortT e r w i j l L U T H E R d u s . G .

121 twistgeding te 1ia C . maar (Pastor. P H I L . vau wien L U T H E R gewoon was te zeggen: leeft. G . AMSDORF . ( o f Jurgen wien de G r a a f E D Z A R D I uit de School te ontboden had. en JOANN.) gefproken thans verkreeg die NICOL. MEDUL- I c r u s bij den Keurvorst liet verdedigen. Vorst H E N R I K . voorname- . der Hervorming i n de Paltz. aan 517". hetwelk de Hooge I S c h o o l door hare leden J U S T U S JONAS . 63. de Augustijnen Misfen en de Oorbiecht de dille a f . NICOL. kau van wien | had FRED. i met des te meer voorfpoed. w i j insgelijks i n het voorgaande ji i n het geheim gepredikt. G E O R G E . ge- w i j gezien hebben . dewijl G r a a f zijne pogingen openlijk begundigde. •. H 5 ( . gezuiverd van de latere Bijvoegfelen des Bijgeloofs. | LANCHTHON. werd met alle vrij- . 1 het eerst te'Embden Deze Zwolle van zijne APORTANUS predikte de Leere v a n het E u a n g e l i e . MECUM of MYCONIUS. HAUSMAN. . Te Zwic- . ' d a d eenen Herder. is ons „ niet volgde. hetgeen wij leeren.) Bladz. heele Keurvordendom Sakfen. (*." Heidelberg al hier Moe het openbaar in het jaar voor (*) 1518 reeds de eerde zaden • gebleken. door den ijver van GEORGIUS A P O R T A N U S . T e Fryberg Hertog van Sakfen. te Wittemberg lijk ' EDZARD D o o r het gefchaften. kinderen van der Deure~) o m de Letteroefeningen te beduren. Bij be- was deszelfs Broeder van genegen. Reeds vroeg i n het jaar 1519 en 1520 was het licht der Hervorming ook opgegaan i n Oostvriesland.G E S C H I E D E N I S . de zaak van L U T H E R hebben. gedrooid hebbe. ot 1552. moedigheid gepredikt.

dat hij meer dan 500 Toehoorders telde. doch. Te Erfurt leerde U R B A N U S H E S S U S . na tot 1552 het PJakaat van Worms. om de belijders der Hervorming te bevatten. om zich te beklagen.. hoewel niet zonder tegenfland en vervolging. Goslar. daar men den predikftóel mede vergiftigd had. durfde H E N R I K niet verder gaan. G melijk werd dezelve begunftigd door des Hertogs CATHARINA van Meklenburg. de zuivere leere gepredikt. Te Halberftad. werd. onder anderen werd J O A N C U L S C H A M E R om hals gebragt met vergift. G E O R G E F O R C H E I M werd insgelijks met vergift vermoord. uit vrees voor zijn' Broeder G E O R G E . Jaari5T7 • Gemalin BUGENHAGEN en A N D R E A S C N O P H I U S ffiCt Z O O grOO- ten . Te Treptau in Pornoren . leerden jo. doch gedoogde echter. deze begunftigdeookde leer van L U T H E R . die veel van den haat der Geestelijken dulden moesten. Joachimsthal. zoodat in het jaar 1523 acht Kerken naauwelijks genoeg waren. ook J O A N . Frankfort enz. Straatsburg. alwaar eene vermaarde School was . Met dit al had L U T H E R reden. die op zijne reize naar Worms te Erfurt gepredikt had. Doch anderen gingen met ijver voort te prediken. was L U T H E R insgelijks genegen. dat de Studenten en het gemeen de huizen en verblfjfpiaatfen der Priesters en Geestelijken aanvielen en mishandelden. C A M E R A R I U S . met zoo grooten lof.122 K E R K E L I J K E na C. Hoogleeraar in de Latijnfche Taal en Dichtkunde. Hamburg. jo. Worms. De regering der ftad volgde den Roomfchen Godsdienst. L A N G . Hoogleeraar in de Griekfche T a a l . Ulm. dat verfcheidene dienaars des woords openlijk in de ftad predikten.

die naar hunne gewoonte met klokjes en verkens door de ftad liepen. en van elders toevloeiden. jaar 1459 te Utrecht geboren was." Maar als het gemeen eenen oploop verwekte tegen de St. op de eerfte lezing van LUTHERS Boek: over de Bahijlonifche Ballingfchap. zijnde zijn Vader . oordeelde echter. Antoni's Monniken. Bladz. tegen . maar dat onder die allen niemand groo. . een wever. HAplaats den gden Januari) des volgenden jaars HA. dezeSchrij„ ver ziet eenig en alleen de waarheid. volgens fommigen. In (*) BRANDT Gefck. doch naar anderen liever een fchuitemaker en houtkooper ( * ) . in de lente van het jaar 1521. 195. ter pest geweest was. CASP. die in het VI Paus. 8vo. en werd hier naderhand Predikant. G . voordat L U T H E R naar^or»?* reisde . dat na het lij„ den van CHRISTUS vele Ketters de Kerk beroerd „ hadden. de bedriegerijen der Monniken en tegen de Beelden zich verklaard had. . I Deel. dan de Schrijver van dit „ Boek!" maar eenige dagen daarna het Boek met meer aandacht herlezen hebbende. om welke te ontgaan BUGENHAGEN de wijk nam naar Wittemberg. hij reeds uit de fchriften van ERASMUS enz. volgde er eene zware vervolging. in het jaar 1520. BUGENHAGEN . hoewel | aan 517. der Ref.DRIANUS DRIANUS V I tot Paus verkoren werd. gaf hij een geheel ander oordeel over hetzelve: „ Wat zal ik u veel „ zeggen? De geheele wereld is blind. ot 1552. . 123 ten roem. dat derwaarts vele Studenten uit Lyfland i a C . en die befchimpte.G E S C H I E D E N I S . . in wiens L E O X derft. In dit jaar 1521 overleed Paus LEO X .

de Keizer een aardig vernuft niets gedaan. M e n verwachtte van h e m veel goeds tot de Hervorming der K e r k . gunst van L E O X vereerde hem den rooden als K a r d i n a a l . goed leven . daarna nik en Proost te Utrecht. gaf K o n i n g F E R D I N A N D hem het Bisdom van Dertufen o f Tortofa: N A N D S dood werd hij Stadhouder na F E R D I - in Spanje. en de oneenigheid De hoed. de Adria- no VI. 1727. om tegen de geleerde eenen nog geleerder groote op tapijten en Paus te flellen. five Analecta Hifi. . Over zijne verheffing tot Paus toonden die van Utrecht teekens wanden: van vreugde. 4/0. en geluk bragten hem tot dien hoogen ftaat.124 K E R K E L I J K E na C . federt Leu- Kanunna- i n Gezantfchap gezonden. vervolgens op de Hoogefcliool te Leuven. ad Rhen. en de Hollanders en fchreven heeft geplant. waarom Hier wordt heeft dus God geroemd fommigen zeiden: had hem verkozen . zijne matige levenswijze ten minfte ftak zeer af bij de weelde en pracht van het H o f van L E O X . der K a r d i n a l e n . de driedubbelde k r o o n . B Ü R M A N : A D R I A N U S VI. Traj. derhand Keizer naar Spanje KAREL V. Papa Rom. tot 1552 Zijne naarftigueid . G In de S c h o o l te Zwolle had hij zijn eerfte onderJaanjj. Utrecht gemaakt . Leuven heeft nat- heeft den wasdom gegeven. Eerst werd hij te ven Deken van de Sint Pieterskerk. Daar onderzette: HADRIAAN zijne geleerdheid. wegens Men Ketters O o k prijst men zijne nederigheid en vroomheid.7 wijs . waar van hij CASI>. in het jaar 1508 Leer- meester van den jongen K A R E L van Oostenryk. benevens den invloed van den Keizer K A R E L .

door ontijdige drift. voorhouden: dat de befmettelijke krankheid van het hoofd tot de leden. Want gelijk het kwaad verouderd en vermenigvuldigd was . zoo wel met betrekking tot na C. aan de Rijksvergadering te Neurenberg in het jaar 1522. dewijl het van allen zoo vurig werd begeerd. dan voet voor voet. en over het algemeen . te werpen. I • > : i I \ 1 125 hij de noodzakelijkheid. en dat er naauwelijks iemand gevonden werd. wantrouwden des Pausfen opregt1 heid. en van deze kwaal vrij was. Maar deze. Bisfchop van Fabriane. van welke wij vervolgens fpreken moeten. erkende. zoo moest men in dat te genezen niet gaan. ten einde vooral het Roomfche Hof. G': het hoofd als tot de leden. een trek. alles te verderven en overhoop j. Hier toe wilde h'rj zoo veel te fterker arbeiden. Het behoorde nogtans niemand vreemd te dunken. beginnende van het gewigtigfte. tot 1552. zich wijd en zijd had uitgegoten. zijnen Gezant F R A N C I S C O C H E R E G A T O . zeiden z i j . welken de Paus- . om niet. daar mogelijk zoo veel kwaad vandaan kwam. Hij liet door ]aar1517.G E S C H I E D E N I S . de Duitfchers . die ij verftonden. Deze en dergelijke verklaringen van dezen Paus 1 mishaagden over het geheel aan de Geestelijken. Het was. dat zij door zoodanige ronde bekentenisfe bij het volk in nog grooter haat en verachting zouden gebragt en de Lutherfchen te ftouter I gemaakt worden. gebeterd wierd. dat de misbruiken niet op ftaande voet werden weggenomen. die regt deed. Hij beloofde alle vlijt naar zijn utterlle vermogen te zullen aanwenden. van de Paufen tot de mindere Prelaten voortkruipende.

van J O A N N E S H U S en H I E R O N Y M U S V A N P R A A G voor zich had. fchreef hij hem. om de pen tegen L U T H E R op te vatten. om de bewegingen door L U T H E R verwekt te ftillen. van ANANIAS en SAPFI- R . M* twijfel {laan om tegen de razemij van die lieden de pen op te nemen. De Paus raadpleegde E R A S M U S over de middelen. alzoo er tusfchen iedere voetftap de wijdte van eene geheele eeuw tusfchen beiden lag. dat de Hervorming zich . om te zeggen . hoe hij dan ook dacht omtrent de noodzakelijkheid der Hervorming. Zijn Gezant C H E R E G A T O bragt eenen Brief van hem aan de Rijksvergadering te Neurenberg. welke God zigtbaar van zijn aangezigt verworpen en in eenen verkeerden zin overgegeven heeft. Ook maande hij E R A S M U S aan. was ten (lerkfte tegen L U T H E R ingenomen. L U T H E R tot herroeping en tot gehoorzaamheid aan de Kerk weder te brengen. E R A S M U S raadde tot zachtheid. en tijd te winnen. Indien zulks niet door overreding kon gefchieden . In denzelfden zin fchreef hij ook aan bijzondere perfonen en onder anderen aan den Magiftraat te Straatsburg. Waarlijk .126 K E R K E L I J K E fla C. waar van men in de Heilige Schrift de voorbeelden van KOR A C H en ABIRAM. te leeren en te doen dingen. Jaari5i7 zonder den w i l . verbetering te beloven. zoudt gij. die niet betamen ? Men ziet dus duidelijk. om die uit te werken. en in de Kerkelijke Gefchiedenis. moest men tegen den Ketter ftrengheid gebruiken . maar de Paus. men ging wel in de verbetering voet voor voet. G Pausfen wel gewoon waren . in welken hij de Vorsten vermaande. ten einde tot 1552 de eenvoudigen in flaap te wiegen. \ .

daar hem het Roomfche H o f en de Kardinalen zelve alle pogingen ter H e r v o r m i n g ontraadden. is m e r k w a a r d i g : nihil fibi infelicius in vita. |a?. O . die v o o r „ z i c h zeiven niets „ acht heeft. Concil. indien i k mij niet bedriege. O hij z i c h ten hui! en eenige dagen [aangi naai In Hifi. 12? beloven k o n . 27. I. H a d hij den tijd van tien ja- z i c h niet veel heils v a n dezen Paus hoe zeer ERASMUS i n een' zijner Brieven van hem gefchreven heeft: ^ „ ren op den Stoel van PETRUS mogen z i t t e n . ben: „ „ dat zoo- dat HADRIAAN z a l gezegd heb- de ftaat der Paufen wel ongelukkig w a s . H i j overleed den i3den van Herfstmaand 152: ! niet zonder vermoeden van vergift." ongelukkiger i n zijn leven g< T o t hier toe had L U T H E R zich op zijn Kastei \ LUTHER komt weuitgezoi '" der te uitflap gedaa n Wittem- Wartenberg i n ftilte verborgen gehouden. Trid. tot 1552. " Rotrn w a s . duxit. z u l k e n Paus t« eenemaal onwaardig en k o n hem ook niet lang d u l den. zegt PAULUS SERVITA (*).G E S C H I E D E N I S . II en daartoe geen' arbeid o f moeite o n t z i e n .risi7. o m iets goeds te d o e n . gu t quam quod imperaret > „ H i e r ligt ADRIAAN de zesde . hoe z o u hij z u l k s . derd dat hij eenmaal heimelijk eenen 'had naar Wittemberg. ten einde aan de Ketters geen' voet te geven. zelfs met den besten w i l . e n b e r §- . alwaar van AMSDORF fchuil h i e l d ." Doch. hij z o u de ftad Rome . ia C . zelfs als zij zulks ten flerkfle willen. als die geene magt hadden. hebben kunnen d o e n . Zijn graffchrif t Hadrianus VL hic fitus est. " al vrij wat hebben gezuiverd. dat men v e r h a a l t . dan dat hij regeerde.

o f . te v r e e z e n .128 K E R K E L I J K E M C . welke zoo zeer wen van zijn op G o d en zijne goede geloof en vertrou- zaak getuigt. het befluit der waar van in het vervolg. (gelijk ik ook mij zelve kan belijden een . M a a r . dienstknecht van G o d en een Euaugelist te „ T r o u w e n s .> de- . maanden op zijn Kasteel verborgen geweest z i j n d e . Rijksvergadering of te Neurenberg. en waardig i s . zijn. als ik hem eene handbreedte „ geheele veld w i l bemeesteren: de toegeef. maar alleen- „ C H R I S T U S : zoodat ik met „ voortaan doen z a l . dat ik mij ter onderzoek „ heb aangeboden. G. V a n zijne we- derkomst gaf hij aan den Keurvorst kennis in eenen B r i e f .5i7. eene an. Aangaande mijne zaak weet U w e H o o g h e i d . genoodzaakt. H i j ver- ten vollen. opdat ik anderen uitnoodigen z o u . kon men hem daar niet langer h o u d e n . maar z o n der het Plakaat van Worms. omdat „ ik eenigzins aan mijne leere twijfelde. hier geplaatst te toont LUTHER „ ons het karakter van worden. door „ dwang van mijn geweten. . dat mijne te groote zedigheid „ tot nadeel (trekt van het Euangelie: en dat „ Satan. verneme zij het n u . tot 1552. dat „ ik het Euangelie „ lijk van den hemel heb door onzen Heere J E Z U S niet van menfchen. het word i k . o f zelfs het ongenoegen van z i j nen Keurvorst te fchroomen. en aan het oordeel „ onderworpen. keerde hij in de maand Maart 1522 naar Wittemberg terug. van zaken van anderen zulks heb ik niet gedaan. „ indien hij het niet weet. tien' Jaan. „ D o c h nadat ik z i e . dat hij in eene foort van geestverrukking gefchreven fchijnt. ) regt. maar ze„ digheidshalve. naam met zijne vrienden doorbragt.

keer naar Wittemberg . . ia C. van den Keurvorst van Sakfen verleend kan wor. dat ik dit jaar geweken | . . dan mij . dan aan mij verleenen zult. ik nooit in mijne om van Uwe Hoogheid „ te verzoeken. dat Uwe Hoogh. dat ik van haar verdedigd HERV. I „ of . zoo vast gemoedigd: binnenkwam . de Duivel weet wel. . dat Uwe Hoogh. den. . ik zou onderftellen. Geen zwaard kan deze zaak te goede of te hulpe . toekennen. zou ik volftrekt niet wederkeeren. . alleen om Uwe Hoogh. dere wijze te houden. lk weder. . . op mij loerden. als er pannen op al de „ daken der huizen lagen. . ik met „ een vrolijk en wakker hart midden onder hen zou „ gefprongen zijn. al had ik geweten. „ Hier moet G o d alleen beduren en hanzonder eenige of hulp. komen. zoo ik wist. die het „ fterkst op G o d vertrouwt. dat . genoegen te geven. Want toen ik te wantrouwen gefchied is. met eene veel hoo- „ gere en magtigere befcherming voorzien. . „ Bovendien. . gelijk ik hoop. tot nog toe met een zeer „ zwak geloof bepaald is.G E S C H I E D E N I S . . was ik dat. menfchelijke bekommering In deze zaak derhalve zal hij. dat dit door „ mij niet uit vrees of . . kan ik op geenerhande „ wijze zoo veel aan Uwe Hoogh. „ Ook heb genomen . . G . [aari5i7. . Trouwens. . zich zeiven en ande« „ ren het kloekst verdedigen. meer befcherming en beveiliging van mij hebben. delen . I. ot 1553' ben. Worms . Ja ik gedachten verdediging oordeel. „ dat er zoo vele Duivels. mij wilde en konde be- „ fchermen . Naardien ik derhalve „ zie. voldaan. dat Uwe Hoogh." Vervolgens fehrijft hij: . „ „ „ 129 Ik heb Uwe Hoogheid.

welke mijne tegenwoordigheid noodzakelijk verei„ fchen. hetwelk hij . . want de „ Over- . ." Van de redenen . heeft zij . mers wij zullen zien. . ligtot 1552. of eenigen „ tijd tegen te houden. loofde. dat z i j . het zij Uwe Hoogh. . geloofde. dat er een groot oproer in Duitschland zou „ ontdaan . „ chaam en goederen van alle nadeel en gevaar vrij„ houden. " Bovendien zegt hij . Gode zij de . len.130 K E R K E L I J K E na C. nog niet gelooft. „ het geheele Euangelie verflonden en uitgedoofd „ te hebben. . die hem bewogen . bevreesd te „ zijn. „ zal in deze mijne zaak Uwe Hoogh. begeerde af te wenden. om naar Wittemberg te keeren. en ik hem. geheel anders dan te Neurenberg befloten i s . . „ of van gevaren bevrijd zou kunnen worden. ook niets van deze dingen gezien.. G. Indien „ Uwe Hoogh. „ Die kent mij. dat er omtrent deze zaak in den hemel . zou zij de grootmagtig„ heden en heerlijkheid van God zien. Ook weet Uwe Hoogheid zonder twij. Doch na„ demaal Uwe Hoogh. die reeds meenen. „ dan de Hertog N . en heeft die opfchuddingen veroorzaakt. ziel. berigt L U T H E R zelve: „ Ik ben ontboden door de Brieven van de Gemeente „ en het Volk van Wittemberg: in mijne afwe„ zendheid is de Satan op mijne kudde aangeval. fel. Ik Jaari5i7. het Benedictie nog niet hebben afge„ daan. . dit al of niet ge. im. Het is een heel ander magtiger Vorst. . zoo tamelijk. . met wien ik te doen heb. heerlijkheid en lof tot in eeuwigheid. " Aan M E L A N C H T H O N fchreef hij: „ Bereid mij eene woning. door vereenigde gebeden „ met de Kerk.

" tot is52. „ lieden weder te keeren. gelijk wij gezien hebben. van mijn gezag. D. bij deze vernieuwing niet ordenlijk te werk was gegaan . ei C A R E L S T A D enz. dat zijn misnoegen ontftaan was. maai ook de aanroeping der Heiligen. doelen op de onderneming van CAROLOSTADIUS . DOLCIUS . 131 „ Overzetting des Bijbels zal mij noodzaken tot na C. omdat hij in alles de eerfte zijn en niet dulden wilde. SCHURFF en D. de Beelden uit de Kerken genomen hadden. of de overige misbrui ken dulden wilde. Ondertusfchen befchuldigde CARELSTAD hem. G . Maar van den anderen kant is toch ook zeker. Helde zich thans. ook bedienden zij het Avondmaal ondei beide gedaanten van brood en wijn. De opfchuddingen. b. dat CARELSTAD door eene foort van geestdrijverij te onbedachtzaam handelde en buitenfporige ftellingen beweerde.G E S C H I E D E N I S . na zijne wederkomst. dat mer. . zegt L U T H E R . di< hen eerst. en het is waar. dan met het woord van God. FIL. NIC AMSDORF . JaariSi7. van welke LUTHER fpreekt. dat LUTHER CARELSTAD be- ftrafte. dat hij fchielijk een nieuwe Meester had willen worden en zijne fchikkingen bij het volk invoeren. niet dat hij de Mis we der ingevoerd wilde hebben. geprezen had. dat anderen iets fchreven of deden. MELANCHTHON . de ftille Misfen en de Oorbiecht afgefchaft. maar hij beklaagde zich. indien hij niet voorg i n g . Opfchud- dingen te Wittemniet alleei berg met die met JUSTUS JONAS . v. meer met drift en geweld. met onderdrukking. L U T H E R . ten fterkfti tegen deze nieuwigheden. dat men in de regtbanken niet moest oordeelen naar menfcheliike I 2 reg- . het onderfcheid var fpijzen.

dat men Jaari5i7. en werkelijk op vele plaatfen vervolgd. Brunswyk.132 K E R K E L I J K E na C . die den Paus niet gehoorzaamden. FERDINAND van Oostenryk. om de ontheiligers van het A v o n d m a a l . maar naar de wetten van M O Z E S . waardoor de Hervormde Christenen naderhand onderling z o o verdeeld zijn geraakt. G . op gelijke wijze gedroegen zich K o n i n g van Hongaryen. Neurenberg nam in het afzijn D e Rijksdag van van den Keizer i n het jaar 1522 een befluit. Hoe het z i j . ook kon hij den titel van Doctor of Leeraar o f eenigen anderen eernaam niet dulJen. GEORGE van Sakfen liet in zijn gebied de M o n n i k e n en Priesters. In dit jaar 1522 fchreef L U T H E R zijn Boek tegen den valfchelijk zoogenoemden fland der Geestelijken van Paus en Bisfchoppen. om zijne boeken en gefchriften te doen verbranden. en daar door het geheele ligchaam der Geestelijken tegen z i c h te meer verbitterde. alom werden o o k de begunftigers der nieuwe leere met vervolgingen bedreigd.-fchop LODEWYK . i n de gevangenis werpen en ftraffen. 's Keizers Broe- d e r . die hetzelve onder de beide gedaanten bedienden. en H E N R I K . Hertog van van Merfeburg verbood op . regten. gaf Plakaten uit in Oostenryk en het Wurtembergfche tegen allen. waar in hij de gebreken der Geestelijken met levendige kleuren affchilderde. deze bewegingen waren het eerfte zaad van die heillooze twisten. en allen verpligten tot het oefenen van eenig h a n d w e r k . De Bi. die L U T H E R volgden. zoodat zij overal i n de weer w a r e n . te bedwingen. alle fcholen en menfchelijke geleerdheid moest ter tot 1552 zijde d e l l e n .

welke drie laatstgemelden naderhand het gevoelen van Z W I N G L I U S omtient het Avondmaal aangenoI 3 men . openlijk bij Plakaat in het jaar 1524 gebood. tegen de geweldige ondernemingen der Pausgezinden. HESSUS. dat niemand. onder de zwaarde ltraf. In Silezië werden aanzienlijke Gemeenten gedicht . In het Holfteinfche werd het Euangelie gepredikt door H A R M . Te Augsburg J O A N F R O S C H . en na het jaar 1525. 133 op de Hoogefchool te Leipzig.aari5i7ot 1552. op verbeurte van goed en leven. DELLINGER en MELANDER . maar dat een ieder zich in zijnen Godsdienst zoo zou gedragen. voornamelijk te Breslau door AMBROSIUS M O I B A N U S en J O A N . als hij het voor den almagtigen God met een zuiver geweten zou denken te verantwoorden. Doch van de Hervorming van Denemarken zullen wij ter behoorlijker plaatfe fpreken. te Frankfort aan den Main H A R T M A N I B A C H . wordende kloekelijk door den Magidraat gehandhaafd tegen alle verhinderingen en moeijelijkheden. tot dat F R E D E R I K Koning van Denemarken. T H E R S Nieuwe Testament. die meermalen door de ingezetenen gewapend en beveiligd ter preke geleid werd. fen. om de Pausfelijke of Lutberfche gevoelens . eer of tijdelijke goederen gevaar of ongemak zou aandoen. T A S T I U S . G . dat de Hervormingsleer zich door Duitschland uitbreidde. den anderen aan lijf. te Neurenberg A N D R E AS O S I A N D E R . Doch al deze wederftand kon niet verhinderen . HAUERBACH .G E S C H I E D E N I S . Te Straatsburg leerde M A T T H I A S Z E L L I U S . het lezen van L U -i a C . FRED. waarop vele Studenten die Hoogelichool verlieten en naar Wittemberg verhuisden.

Lyfland enz. te Halkin Sakfen predikte J O A N N E S Jaari5i7 • B R E N T I U S . men hebben. De Duitfche Rijksvorsten waren allen over den Paus en het Roomfche Hof onvergenoegd. ( gravamina. doch ten zijnen nadeele werd niets dadelijk uitgevoerd. derwaarts geroepen uit de Hoogefchool tot 1552 van Heidelberg. Zij maakten derhalve eene lijst op van honderd bezwaren . die uit de gevangenis te Delft in Holland ontkomen. ) over welke Duitsch- . welk befluit zij omtrent L U T H E R genomen heeft.134 K E R K E L I J K E na C . derwaarts geweken was. om herflelling van dezelve te bewerken. T e Maagdenburg verzochten en verkregen de Burgers de Hervorming van de Regering. thans. en anderen predikten. Wij hebben reeds gezien. anders VAN DER H E I D E . daar des Paufen Gezant C H E R E G A T O de misbruiken van dat Hof erkende. C A P I T O en anderen. Reeds in het jaar 1522 was de Rijksvergadering te Neurenberg bijeengekomen. In het eerst hield deze de Mis nog aan. Te Zerbst in het Anhaltfche predikte L U T H E R zelve. Te IVeisfemburg in den Elzas. en belloten eenparig . in afwezendheid van den Keizer. ook in Pameren. onder de befcherming van den Ridder van Sikkingen. deze gelegenheid waar te nemen. predikte M A R T I N U S B U C E R U S . Te Bremen kreeg de nieuwe leer invloed door H E N D R I K V A N Z U T P H E N . maar dezelve werd fpoedig geheel aldaar afgefchaft in het j'aar 1523. alwaar M E L C H I O R MYRICIUS. verders te Ulm en elders. te Mentz K A S P A R H E D I O . waar op ook daar de Hervorming ingevoerd werd. Rijksvergadering te Neurenberg. G. doch niet voor de dooden . een Augustijner Monnik.

13S Duitschland wegens het gedrag van het Hof van j1 C G . eene aigemeene en vrije Kerkvergadering behoefde. te. Rome en de Geestelijkheid te klagen had. en betuigde onder die voorwaarde daar in genoegen te nemen.. 2. — Daar moesten door de Bisfchoppen bekwame mannen verkozen worden. ten einde alle verfchillen over den Godsdienst te doen eindigen. zoo lang de openbare misbruiken van het Roomfche Hof en Kerk niet waren weggenomen. het volgende befluit: 1. hoe zeer vijandig de meeste en voornaamfte leden tegen LUTHER. waar van hij de ongegrondheid aantoonde. dat zij daar in voorzien wilden. waren.G E S C H I E D E N I S . Deze beiluiten waren geheel niet naar den zin van des Pausfen Gezant. maar volgens goedgekeurde en van de Kerk aangenomene uitlegging en verklaring. lijst ftelden zij des Pausfen Gezant in handen. en deze Y :ari5i7>t 1553. die vrouwen trouwden. de Vorsten verzoekende. maar L U T H E R fchreef aan de Rijksvorsten en maakte zijne aanmerkingen op de afzonderlijke gedeelten van dit befluit. ook werden zij van den Keizer niet goedgekeurd. Dat men tegen LUTHER niets kon ondernemen. 3. Dat men. — Eindelijk Priesters . uitgezonderd het befluit omtrent de gehuwde Geestelijken. Voor dat dit gebeurde moesten er geene nieuwe boeken worden uitgegeven — het Euangelie zuiver gepredikt worden. In het begin van het jaar 1523 fchreef LUTHER L U T H E R ' » I 4 ' e e n . moesten volgens de Pausfelijke wetten geftraft worden. die de afwijkende en gebrekkelijke Predikers door zachte vermaningen te regt zouden brengen en bezanen. vens nam deze vergadering.

alzoo . hetwelk hij opJaari5i. fterke uitdrukkingen in voor: bij voorb. in de Rijksvergadering berigtte. van hetgeen een Christen mensch betaamt. tot 155: '• droeg aan J A N . alhoewel dit „zeldzaam plaats hebbe. (waren fchalke und buhen gefcholten. in hetwelk hij de pligten der BurBoek gerlijke Overheid onderzocht. Dat hij fpreekt van een' Vorst.) men heeft dit Boek als de aanleidende oorzaak opgegeven van den kort daarop gevolgden Boerenkrijg. „ Men moest zich niet verwonderen. " Zoo zegt hij ook: ." Ein fürst. De . C!. Ten zelfden tijde fchreef hij eene Verhandeling: dat men de leeringen der menfchen moet vermijden. die de wetten en overleveringen der menfchen wel ftoutelijk verfmaden. volgens L U T H E R S gewoonte . dat de Vorsten in dit Boek waren beleedigd en befchimpt. In de Voorrede echter verklarende. maar voorts niets doen. Hertog van Sakfen. zoodat G E O R G E . fo man Canon nennt. Ook komen er. Broeder van Ha den Keurvorst. . Hertog van Sakfen.136 K E R K E L IJ K E C . zij dit gewoon waren van het begin der wereld af: zoo dat er niets zeldzamer zij dan een god„ vruchtig Vorst. die een Christen „ zijn en in den hemel ingaan w i l . dat hij deze grenzen te naauw beperkte. Ook gaf hij eene Hoogduitfche Verhandeling uit: Fomgrewelder Stil-Misfe. dat hij met dit gefchrift geenszins die genen wil voorfpreken. en derzelver ware geover de wereld li I fteldheid en grenzen aanwees. zegt hij. . Velen echter oordeelke m=igt den . een werk over de wereldlijke magt. dat de Vors„ ten tegen God en het Euangelie woeden. ja dat zulk een voor een wonder „ mag gehouden worden. ist ein wildpret im himmel.

G . voor welke S I C K I N G E N borg was gebleven. ot i s s « S I K K I N G E N . doch bloot om de plegtigheden te aanfchouwen. maar hij wilde dit niet beloven. hoe kort hij ze ook maakte . wien velen in dien tijd waardig achtDood van ten. VAN in zijn gebied werkelijk de Hervorming begonnen. en die de Keurvorst niet wilde uitleveren. waarna zij meenden vroom genoeg te wezen: met één woord.JEN. S C H W E B E L en anderen vonden op zijnen burg toevlugt. den Keizerlijken Scepter te voeren. de Predikatiën. Hij had: 'R. den zegen te hooren .G E S C H I E D E N I S . en een zeer kort gebed te doen. Arm. die zich bij hem ( ont(*) SCHULTET. O E C O L A M P A D I U S moest dagelijks op het Slot prediken: doch het duurde niet zeer lang." L U T H E R werd insgelijks door dezen Ridder op zijn Slot genoodigd . 138. fchenen hun te lang. het verveelde deze Heeren fpoedig. V A N aari5i7. V A N S I C K I N G E N fheuvelde in eenen oorlog met den Keurvorst van Trier. eenen wakkeren voorflander in den edelen F R . maar om twee Burgers. zoo veel van de vreedzame deugden des Christendoms te hooren. ilKKINverfcheidene daar na beroemde Hervormers O E C O . O E C O L A M P A D I U S zegt zelve in eenen Brief aan Z W I N G L I U S (*): „ Hier werd het woord op rotfen gezaaid. De dood van dezen Ridder was wel treurig. I 5 . dewijl de Leeraars. L A M P A D I U S . maar bragt echter de zaak der Hervorming verder geen nadeel aan. 137 De zaak van L U T H E R verloor in het jaar 1523 1ia C . Zij kwamen bijna dagelijks te kerke. B U C E R U S . welke oorlog echter niet om den Godsdienst gevierd werd. I.

zich nu verfpreidden en in vertot 1552. moest zijne K . M . onderneming werd geheel de zijne . om hem te behouden. die met twee Markgraven van GEORG Branden- burg in het jaar 1521 op den Rijksdag te Worms was. in TEN. lingfchap op het kleine eilandje Ufnau in het cher Meer. dat 400 van den A d e l . en een kloekmoedig voorftander van de Duitfche vrijheid. fcheidene plaatfen de waarheid verkondigden en het zand der Hervorming ftrooiden. een onverzoenlijk vijand van alle fchoolvosferij in de Wijsbegeerte. Hij was er werkelijk op bedacht. weten. ULRICH Weinige maanden na SICKINGEN ftierf ook VAN HUTvriend. met de bedreiging. zich voor L U T H E R in de bres wilden ftellen. de opftand van het jaar 1503 her- Maar zoodanige geweldige raadflagen waren ge- . zijn balZuri- Deze groote voorftander van R E U C H - L I N . om den Adel ten voordeele van L U T H E R in het harnas te jagen. toen L U T H E R de eerfte keer voor de Rijksvergadering gedaan h a d . en hem tegen zijne weder- partijders te verdedigen . waarin zijne Keizerlijke Majefteit verzocht werd. een' Brief aan het Raadhuis aangeplakt had gevonden. Godgeleerdheid en Regtsgeleerdheid. L U T H E R niet onverhoord te veroordeelen. G onthouden hadden. en wilde met de vuist en het zwaard op Babel losftormen. in geval dit gefchiedde. ook werd de Bisfchop van Mentz in dit gefchrift genoemd.ï 8 K E R K E L I J K E 3 na C. zoodra hij van LUTHERS hoorde . die over 8000 te paard en te voet te gebieden hadden. dat men des anderen daags. de vurige ULRICH VAN H U T T E N . V O G L E R . en met eene fterke bedreiging hem innerd. verhaalt.

ontvouwde hij zijne gedachten meer duidelijk in eene verhandeling over de aanbidding van het Sacrament van CHRISTUS . geheel niet naar den zin van LUTHER. hetwelk hem hun geloof over de tegenwoordigheid ian L U van CHRISTUS in het Avondmaal zoo verklaarde. HAUSMAN er- kende. De wereld is door Gods woord overwonnen. dat L U T H E R in eenen Brief aan NIC. dat hij afkeurde. als ook het geloof der kinderen in den Doop. dat zij de wezenlijke tegenwoordigheid van CHRISTUS in het Avondmaal ontkenden. Onder anderen zegt h i j . r VAN H U T T E N ] „ „ „ „ „ aarl5i7. door dat woord is de Kerk behouden . maar ook de Antichrist. dat zij bij het regtvaardigmakende geloof in de zaak der regtvaardigmaking de liefde voegden. dat ik . THER. G . D< . omtrent hetgeen hij in het geloof der Broederen al of niet goedkeurde. Ik heb den man gefchreven .Gezantfchapder zantfchap der Boheemfche Broederen aan L U T H E Bohemers R. dat men met geweld en moord voor het Euangelie ftrijde. niet wensch. dat hij hier de plegtigheid der aanbidding in het Avondmaal ondei de onverfchillige dingen rekent. bedoelt. hunne geloofsbelijdenis gelezen hebbende.G E S C H I E D E N I S ." Eindelijk is in dit jaar nog merkwaardig een Ge. Zonderling is het. daarenboven. „ gelijk hij zonder vuist begonnen i s . en den Euangeliedienaren het huwelijk verboden. zij zal door hetzelve woord weder opgebouwd worden. doch vervolgens . wat 139 Deze fchreef a C . aan SPALATINUS: „ Gij ziet. zoo zal hij „ zonder vuist door het woord te niet gedaan worden. ot 1552. dat hij geen kwaad gevoelen van hen had. en dat zij zeven Sacramenten erkenden .

Dit 1«fluit der Rijksvergadering. om te bewerken. wat men daar uit ïannemen of verwerpen zou. behoudens waarheid en geregtigheid. namen de Rijksvorsten op nieuw een gezinde befluit. Vervolg last. dat inmiddels de fchriften der Geleerden door bekwame manaen onderzocht en daar van uittrekfels zouden genaakt worden. zond in het volgende Jaar als zijnen B LEMENS Legaat den Kardinaal L A U R E N S C A M P E G I U S . ren ter zijde gefield zou worden. ten einde in eene volgende Rijksvergadering te Spiers te beflisfen.gadering verfchoven. zij wilden. met VII Paus. Jaari5i7 tot 1552 November 1523 in de plaats van die den roden VI verkozen was. mishaagde aan den Keiz er. Eindelijk werd het befluit herhaald. zoo veel mogelijk zou zijn. aan den Pausfelijken Legaat en aan L U T H E R e ven zeer. doch tonder opfchudding en ergernis. verflerkte. welke de Keizer door zijne Staatsdienaren onder Roomsch derfleunde . volgens de uitleg1[ing der bij de Kerk goedgekeurde Leeraren. De Keizer nam het kwalijk. De nieuwe Paus K L E M E N S VII. het houden van eene Kerk verRijksdag te Neu. van hun vorig beVorsten fluit te veranderen. Het onderzoek der Bezwaren werd insgelijks tot die vergadering uitge! leid. De Vorsten beloofden de hand te zullen houden aan het Plakaat van Worms. dat het HADRIANUS Pla- . hetwelk den fchijn had.140 K E R K E L I J K E na C . en de hervorming der Bezwarenberg. maar bleven aandringen op de noodzakelijkheid eener Jlgemeene Kerkvergadering. maar hetwelk hetzelve inderdaad te Regensburg. hetwelk onder groote \ erwarring opgemaakt was. G. dat het ] iuangelie zuiver en vrij geleerd zou worden. Op zijne vertoBefluit gen . dat het Plakaat van Worms van den ten uitvoer gebragt.

dat men des Keizers Plakaat tegen LUTHER ten ftrengfte zou handhaven. en fchorste den Rijksdag. begaf zich naar Regensburg. opontbieden zou. [aan 517. en terzijdeftelling van allen betamelijken eerbied jegens de Vorsten. die het Plakaat van Worms ten uitvoer brengen.G E S C H I E D E N I S .. G . dat alles uitgelteld. L U T H E R verklaarde zich omtrent dit befluit in een opzettelijk gefchrift. de Aartsbisfchop van Saltzburg en eenige anderen daar belegd hadden. dat een groot gedeelte der Duitfche Rijksvorsten van de Hervorming niet afkeerig waren. Hij noemde hen beesten. welke FERDINAND van Oostenryk. hetwelk. met alle hevigheid. dan die door den Paus zou beroepen worden. alwaar hij eene vergadering bijwoonde. hetwelk de aangebodene zaligheid verwierp. en deszelfs gefchriften ophalen. en twee Hertogen van Beyeren. en beklaagde het lot van Duitschland. uitvoer gebragt werd. en hunne onderdanen. De Pausfelijke Legaat was onvergenoegd. hij wilde geene andere Kerk. Ï4* Plakaat van Worms niet terftond met ftrengheid tenia C. De Pausfelijke Legaat befpeurende. dat men in de Mis en andere plegtigheden geene verandering zou gedoogen. die te Wittemberg ftudeerden . was opgefteld. en aan een nieuw onderzoek onderworpen was. rasenden en gekken. en even als de oude Reuzen den hemel beltonnen wilden.ot 155*4 vergadering. Dezen kwamen met malkanderen overeen. dat men de gehuwde Priesters en afvallige Monniken naar de ftrengheid der Kerkelijke Wetten ftraffen. die tegen den nden November uitgefchreven was. Ook verbonden zij zich .

gevangenisfen en bannen de Euangelifchen enz. GEORGE In Sakfen zelve vervolgde de Hertog met geldboeten. dat zij eikanderen. na vreesfelijke mishandelingen. indien er tegen Jaari5i7 eenen van hen geweld gepleegd w e r d . K A S P A R T A Ü - B E R . marfen HENDRIK geleerd h a d . met vuur verbrand. te gelijk met T e Metz J A N D E K L E R K . Z i j is het vermogen van den m e n s c h . T e Weenen met toelating van F E R D I N A N D . en zijn vertoog over den vrijen wil te fchrijven. H i j wilde dus het vermoeden afweeren. G z i c h onderling. hier en dienst. voorbeeld z i c h andersgezinde Vorsten en Rijksfteden o o k de naauwer ver- eenigden. op te vatten . D u s maakten deze R o o m s c h gezinde partij de eerfte beginfelen terwijl al fpoedig naar hun der f c h e u r i n g . ellendig om te Dith- die te Bremen i n Dithmarfen be- hals gebragt. in Bohemen en te Of en in Hongaryë. als o f hij een begun- den vrijen ftiger van L U T H E R en deszelfs kere ware. een Burger van Weenen. In dit wiL werk geeft hij deze bepaling van den vrijen wil: . Vervo!A l h o e w e l het Plakaat van Worms i n het grootfte gingenom den Gods. . elders nogtans werden de aanhangers der zuivere leer aan vervolgingen werd. waar door » lij» . o n t h o o f d . T e Praag werd insge- lijks tegen de H e r v o r m i n g g e w o e d . met de wapetot 1552 nen zouden bijllaan. en naar Meldorf roepen w a s .gedeelte van Duitschland krachteloos bleef. en i n de laatstgenoemde plaats een Boekverkooper zijne Euangelifche Boeken verbrand.142 K E R K E L I J K E na C . VAN ZUTPHEN. blootgelteld. Twist tusfchen ERASMUS en LU- THERover In om het jaar 1524 liet E R A S M U S de pen tegen L U T H E R zich overhalen.

zeggende uitdrukkelijk: „ dat die genen hem behagen. (dat i s . niet anders handelen kunnen. wegens de onveranderlijkheid van Gods w i l ." Voorts bewijst hij zijne (telling uit de Heilige Schrift. dat „ wij al het goed of kwaad. wien dit werk ten hoogfte mishaagde. of van dezelve afwenden." J arisi?. die deszelfs aanzien tot hunne eigene eere misbruikten tegen CHRISTUS. maar het meest aan de „ genade toekennen.) „ doen . zegt h i j . G. dat de inwendige helpende genade daarmede blijft beftaan. hebbende. welke uit i het loochenen van den vrijen w i l voortvloeijen. wel vrij. hetwelk wij doen . „ en de onfeilbaarheid van deszelfs noodzakelijke „ voorwetenfchap. uit de Kerkvaders en uit de ongerijmdheden. die „ iets aan den vrijen w i l . H3 „ hij zich kan toeleggen op de dingen. zoo lang gewacht. fchreef daartegen in • het jaar 1525 in de maand December zijne Verhandeling over den knechtelijken of (laaffchen wil. door zich daar aan „ over te geven. maar zoo. tevens erkende hij. t 155*.G E S C H I E D E N I S . dat hij dit werk met te groote drift en overhaasting behandeld had. „ wige zaligheid leiden. die ter eeu-'tj: C. opdat niemand zou denken. dat „ wij. kennende . „gedwongen. doch dat hij een antwoord noodig rekende om der genen w i l . beweert hij tevens . dat het hem lastig ware. In dit werk leert L U T H E R tegen ERASMUS: „ dat onze vrije wil zich niet „ kan fchikken tot de genade. dat „ wij volftrekt niets doen. of die niet te wederftaan. L U T H E R . Doch dit vermogen aan den menfchelijkeu wil toe» . op een zoo geleerd Boek van eenen zoo geleerden man te antwoorden. maar lijdelijk zijn.

dat God niets afhankelijk. telt hij onder de Duivelen en verdoemden. De aanhangers van K A L V Y N vonden daar in eene volkomene overeenllemming van L U T H E R met de leere van K A L V Y N . wat buiten God „ gebeurt. noch CHRISTUS . tot 1552 •„ (contingenter. dat alles. maar tevens beweert hij. S E B . het zij van het Jodendom en veel minder van het Christendom overig blijft. noch eenig fchepfel ooit eenen vrijen wil „ gehad hebben. hetwelk de Lutherfchen niet vvilaen toegeven. noch iets. Over dit werk van L U T H E R heeft men in later tijden hevig getwist.) te voren weet. of J U S T U S JONAS . Jaari5i. of F I L . noch Geloof. dat E R ASMUS een vermoeden had. welke dit leerftuk van het Christelijk geloof als hatelijk en verfoeijelijk trachten voor te (Tellen. dat het. dat w i j . niet anders kan gebeu„ ren. dat zonder dit. en zijnen Catechismus. welke met zoo veel oordeel en bondige geleerdheid is opgefteld. M E L A N C H T H O N gevloeid was." Niet alleen leert L U T H E R d i t . over de Predestinatie of Fborverordinering. dus gebeurt. noch A D A M in den ftaat der regt„ heid. maar. Zoo fterk fpreekt L U T H E R in deze Verhandeling. Die genen . G . S C H M I D T heeft dit werk met . noch God.144 K E R K E L I J K E aa C . alzoo L U T H E R (leeds gewoon was zich op dit werk te beroemen. noch ' „ de Engelen. dat hij geen van zijne werken voor zoo echt en zuiver erkende. en nog in het jaar 1537 aan C A P I T O fchreef. indien men op „ den wil van God ziet. W I L L E M N E S E N U S . maar geheel ongegrond. noch Euangelie. „ doen of liever lijden. als dit van den knechtelijken wil. dat zij uit de pen van iemand anders.

" zegt hij (*). die „ CHRISTUS niet kende . . zich had laten bewegen. naderhand dit werk herroepen. zulks zult gij . die met de uitfpraken. die met LUCIANUS niet geloofde. .G E S C H I E D E N I S . wat te ftraf mogt „ fchrijven tegen uwe verhandeling." in dit Boek noemde hij hem eenen Atheist. in welke bij getracht a aC. 145 met aanteekeningen uitgegeven. mij vergeven. doch dit wordt zonder eenig bewijs gezegd. die de Christelijke Belijdenis raakten. SCHMIDIO. LUTHER zelve verfchoont deze zijne hevigheid daarmede. „ Indien i k . die vervreemd was van „ het verftand der Christelijke zaak. als ERASMUS. Sommige Lutherfchen wilden zelfs . heeft. en zijn gevoelen veranderd zou hebben. om tegen hem te fchrijven over een onderwerp. een Be/potter der Heilige Schrift. dat LUTHER. een' vijand van den Christelijken Godsdienst. dat er een God was. Ed. die met EPICURUS niet geloofde. dat J lans»/* 6 n 155a. van KALVYN bleef verfcliillen. Ik doe dit niet uit een kwaadwil„ lend (*) De Servo Arbitr. . 190. dat hij gevoelig was. . dat God zich bemoeide met menfchelijke zaken. ruw van geest „ en nog hangende aan de letter. dat een zoo groot man. een' Lasteraar enz. een' ellendige. G . . LUTHER had reeds te voren in verfcheidene Brieven ERASMUS geteekend . eenen Epicurist . p. of twijfelaar in dingen. L K . daar LUTHER ZOO veel belang in ftelde. HERV. als een' blinde . . den zin van LUTHER zoo te verklaren. een' Scepticus. Het werk van LUTHER over den knechtelijken wil is geheel in zijnen ftijl gefchreven.

146 K E R K E L I J K E na C . in. wil verloren. fchiet nogtans niet zelden vurige en fcher„ pe pijlen.. gelijk wij menfchen zijn. „ lend hart. DI- . die F R E D E R I K was opgevolgd. . hetgeen E R A S M U S fchreef in eenen Brief aan L U D O V . dan mijne pen fchreef. alzoo „ wij dit wederzijds eikanderen gaarn moeten ver„ geven. E R A S M U S toonde zich over deze handelwijze van L U T H E R zeer gebelgd. welken hij. voor de vuist te fpreken. dat hij niet „ hier of daar warm worde? G i j . wegens de befchuldigingen van Atheisterij en Epureisme. dat gij Jaari5i7. ook beklaagde hij zich bij J A N . „ door uw aanzien de zaak van C H R I S T U S zoo uetot 1552. fchoon gij met uwe geleerdheid en al „ inderdaad niets hebt uitgerigt.) genoemd heeft. Keurvorst van Sakfen. zoodat gij vergiftig mogt fchijnen. als 't ware „ uit ijver voor de zedigheid. Toen gaf mijn hart geheel iets an„ ders op. wij hebben den vrijen . Maar dit doet alles niets ter zaak. die. hetwelk men vervolgens den Sacramentsover het krijg. in twaalf dagen had afgefchreven. Om . C A R O L O S T A maal. en niets men„ fchelijks vreemd in ons is. „ nadeeldet." Begin van Maar een ander. bijna koud zijt in dit . Heilig Avond. maar het heeft mij aangedaan. V I V E Z : . (helium Sacramentarium. doch hier van kwam niets. . en vorderde eerherftelling." Hoe het zij.. . in de gevolgen veel gewigtiger den twist verfchil. Ondertusfchen is merkwaardig. Daarenboven wie „ is altijd zoo meester van zijnen ftijl.nam in het jaar 1524 zijnen aanvang. dien de Lezer niet zeer genegen en billijk wil „ zijn. Boek. en fchreef daar tegen zijnen Hyperaspistes of verdediger. G . gelijk hij zich beroemde.

C A ROLOSTADIUS. alhoewel zij niet in alles met CARELSTAD overeenftemden. gelijk LEO J U D A E . volgens een befluit van den Keurvorst. en begaf zich naar Bazel._ munde begeven . CAROLOSTADIUS werd vervolgens op last van den Keurvorst en aandringen van LUTHER uit Tharingen verdreven. fprak L U T H E R hier over aan. ( « ƒ Itt. maar voegde er bij. die ook in de woorden van CHRISTUS een tropus vonden. predikte daar tegen den Geestdrijver THOMAS MUNTZER-. ) niet moet verbinden met brood.) hetwelk van bet mannelijk gedacht i s . omdat deze ns C. alwaar hij zijne Verhandelingen over het Avondmaal des Heeren i n het licht gaf. en dat men het woordje dit. alwaar hij echter fpoedig weder opfchuddingcn om de Beelden verwekte. 147 b i ü s . om over dit on* derwerp openlijk tegen hem te fchrijven. opgenomen. LUTHER . Met hert vereenigden zich anderen. die op L U T H E R misnoegd was. die zich te Wittemberg ook omtrent de tegenwoordigheid van CHRISTUS in het Avondmaal tegen L U T H E R verklaard h a d . had zich van Wittemberg naar Orla. Het gevoe- len van CARELSTAD kwam op deze punten uit: dat er in de woorden der inftelling van het Avondmaal een tropus plaats heeft. WOLFGANG FABRICIUS CAPITO en MARTINUS BUCERUS. dat men ook te vreezen had voor de Beeldenflormers en Sacramentarisfen. en dè Godgeleerden van Straatsburg. die hem uitdaagde. ( r a l a . maar K 2 dat . O» deszelfs gedrag omtrent de Beelden zoo euvel had J*«•1517r 1552. eerst naar Jena en verders naar Orlamunde gezonden. en den bijval verwierf van ZWINGLIUS en OECOLAMPADIUS.G E S C H I E D E N I S .

of zelfs een zegel en onderpand zij van onze verlosfing door J E Z U S C H R I S T U S . Dus wel de Transfuhftantiatie. dewijl deze eene gave des Heil. want bier is of zit mijn ligchaam . dat dit Sacrament de vergeving der zonden gaf. dat het ligchaam van C H R I S T U S in het Avondmaal niet tegenwoordig i s . maar dat er Hechts gedachtenis gevierd wordt. hetwelk vervolgens Confubjlantiatie genoemd is. benevens het Brood en den wijn. eet. die zich vereenigd hadden. waarbij hij vervolgens op zijn ligchaam wijzende. om de ? . Geestes i s . indien hij door het Avondmaal van de vergeving zijner zonden moest verzekerd worden. welke eene heillooze verdeeldheid veroorzaakte tusfchen hen. dat de Deelgenooten van 'sHeeren Avondmaal . gevoegd zal hebben. E11 deze waren de zaden van dien geweldigen en hevigen twist. of de verandering van het brood en wijn in het ligchaam en bloed van C H R I S T U S verwerpende.143 K E R K E L I J K E na C. dat men den dood van C H R I S T U S verkondige en zijne gedachtenis viere. hetwelk voor u gebroken wordt. Jaari5i • namelijk het brood. hetwelk noodeloos zou zijn. en de mensch zich zeiven te voren moet beproeven. dat het oogmerk van het Heilig Avondmaal enkel i s . Voorts. maar nogtans eene wezenlijke tegenwoordigheid van hetzelve aannemende. Eindelijk ontkende hij. want dit. dat men de woorden dus moet vatten: Neemt. G . noch gegeten wordt met den mond. hetwelk J E Z U S aan zijne Apostot 1555 ' telen hier mede toereikte. Daartegen hield L U T H E R ftaande. of. van het gebroken ligchaam en vergoten bloed des Verlosfers. het wezenlijk ligchaam en bloed van C H R I S T U S ontvingen.

op droomen van menfchenbloed te daan kwamen. oproeren ontdaan. na het Euangelie gepredikt hebben. Zwickau THOMAS en Altftadt MUNTZER . en daardoor opfchud- dingen te verwekken. begon gevoelens van geestdrijverij en dweeperij te verfpreiden.G E S C H I E D E N I S . 149 de zaak der vrijheid en van den Godsdienst te ver. te Brunswyk. niet zonder de onmenfchelijkde wreedheden tegen hen zeiven te plegen. wel- ke in het jaar 1525 met zoo veel woede in Duitschland uitberstte. of ten minfte aanleiding gegeven te hebben tot den Boerenkrijg. tot IS52Behalve dezen ongelukkigen twist.naC. Van tijd tot tijd waren hier door. hetzelve afwierpen en de Sloten hunner dwingelanden ver- eensklaps woestten . die onbedenkelijk veel nadeel aan den voortgang der HervormingDe Boerenkrijg. en waren inderdaad (laven van de Edelen. hoewel ten onregt. befchouwd als'oorzaak. vervolgens over in Thuringen De brand doeg . alwaar de Boeren . dedigen. heeft toegebragt. Om die reden van daar verli 3 dre- . alwaar ongelukkig eene razende geestdrijverij olie in het vuur wierp en de ellende vermeerderde. het on- dragelijk juk der Edelen moede. Door het plaatshebbende Leenftelfel wer- den alom in Duitschland Landlieden en elders de Boeren en op eene treurige wijze onderdrukt. G . werd dezelve o o k . lang vooi L U T H E R S tijd. In dit jaar berstte een dergelijk oproer uit in Zwaben. door welke befchuldiging de gemoederen van velen van de Hervorming afkeerig werden gemaakt. Jaari5i7. velen van welken hen onbarmhartig verdrukten en mishandelden. die door de wanhoop aangevuurd.

dan het aandringen op vrijheid van Godsdienst en geweten. dat de wereld van de booze beheerfchers moest in vrijheid gefield en het Rijk van God op aarde opgerigt worden . en Jaari5i7. Zij dreven. zekere PFEIFFER en MUNTSER . openbaringen en droomen van Sod onderwezen en omtrent toekomende dingen verlicht werden. Het is er dus zoo ver van daan. die dezelve koesterden . werden gevangen en te Mulhaufen ter dood gebragt. waar- . en tegen L U T H E R . maar vrij fpoedig doorzag hij hunne oogmerken en fpooreloozen waan. Eindelijk verlenigden verfcheidene Vorsten hunne troepen. en hunne voornaamlte hoofden. G. LUTHER oordeelde wel in het begin zacht van de droomen en gezigten . zij verzetten zich tegen de Pausgezinden om derzelver overheerfching van het geweten en de harde dienstbaarheid. welke deze Dweepers voorwendden . ni-ts met de voorftanders der Hervorming gemeen hadden. en yerfloegen de Boeren in menige gevechten. dat waarlijk de Geestdrijvers. Helde zich eindelijk aan het hoofd der misnoegde tot 1552. dat in de?en krijg meer dan 300 Sloten en Kloosters door Je Boeren vernield zijn geworden. omdat hij op de Heilige Schrift en op menfchelijke wetenfchap en kennis aandrong. . zoodat men verhaalt. De leere dezer Geestdrijvers behelsde.n muitende Boeren. dat 3e mensch niet door de letter der fchrift maar door Jen geest geleerd werd. Jreven zijnde . zworf hij in Duitschland o m . met welke hij vele verwoestingen aanrigtte. en dat de menfchen door middel van gezigten.[50 K E R K E L I J K E naC. dat LUTHERS leer de oorzaak geweest zij van deze oproerigheden.

G E S C H I E D E N I S . was Non geweest in het Klooster van Wimptsch. die in wetteloosheid en regeringloosheid ontaarden zou. die der HervorISORREt ming genegen waren. even fterk nogtans predikte hij orde en geregeldheid.a C . twee jaren geleden. maar had hetzelve met de andere Nonnen . verlaten. maar eenvoudig Doctor of Leeraar genoemd wilde zijn . een Monnik. vrijheid van geloof en geweten predikte. doch als C A T H A R I N A zich daartoe on genegen toonde. bedemdt haar ter vrouwe voor Doctor G L A C I U S . met hulp van L E O N A R D K O P P E . uit een adelijk gedacht geboren. L U T H E R . indien hij.| Dt 1552zelve met geweld te bedwingen. Deze C A T H A R I N A V A N B O R R E . aari5i7leide. Pastoor ti Orlamund. Hoe zeer L U T H E R . trouwde.rouwt gelijks aan de tegenftanders der Hervorming Hof tot [CATHARINA V A N lasteren. en was afkeerig van alle wanorde en misbruik van vrijheid. G . en de Rijksvorsten vermaande en raadde. of het moest met L U T H E R zeiven wezen I en als L U T H E R van H I E R O N Y M U S S C H U R F hoorde > „ dat. verklarende . tot ergernis. en ftrekte zelfs aan velen. I$I waarom hij hen in verfcheidene gefchriften weder. dat zij niet wild trouwen. de. Deze gebeurtenis was het huwelijk van L U T H E R met C A T H A R I N A V A N BORRE. verwisfeld had. hetwelk de eertitels der Monniken waren . Raadsheer te Torgau. eenen Leeraar der Godgeleerdheid pasfende . die te voren den Monnikskap insgelijks afgelegd en met eene deftige kleeding. en ook niet langer Vader of Broeder. de ge „ heele wereld en de duivel zelve lageben zouden 5 K 4 »» 1 d f . LUTHKR Eene andere gebeurtenis in het jaar 1525 gaf ins.

M E L A N C H T H O N zelve misprees het om die reden. o m . voorbeeld te geven aan AMS- om den maar ook om een andere Kerkelijken en hen voor te gaan in een eerbaar huwelijk. Verfcheidene van keurden hetzelve af. hem i n hetzelve dienst. waren over het toe in hevigheid. LUTHER fchreef aan D O R F . welke zij daar van voorzagen.K E R K E L I J K E na C . G . zonder aan iemand van zijn voornemen eenige kennis te geven." M e n fchold hetzelve voor een bloedfchendig en hondsch lijk. ten fpijt van de Wereld en den D u i v e l . in d k Boek. tegen de Hemelfche Profeten. om onrftaan ondertusfehen als een' verachter Onder anderen gebruikte de dadelijke tegenwoordigheid het Avondmaal op te helderen . 1 welke met C A R E L S T A D Avondmaal . namen LUTHER fchreef tegen hem B o e k . en uit hoofde tijdsomltandigheden . LUTHER'S huwe- vrienden om de ergernis en zelve opfpraak. Vervol g der twis teil over het A voudinat De verfchillcn. en volbragt d i t . wensen zijns Vaders te v o l d o e n . men r i e p : des zijne „ dat uit „ dit huwelijk van eenen M o n n i k met eene N o n de „ Antichrist zou geboren worden. Hevig die hij voeren partijen uit over dit h u w e l i j k . evenwel verdedigde van de hij de ge- oorloofdheid van hetzelve in eenen Brief aan J O A OHIM CAMERARIUS. avonds te eten genoodigd had. D e ondertrouw heid van flechts gefchiedde i n tegenwoordig- drie zijner vrienden . „ dewijl hij alle zijne handelingen daardoor vrachJaaris " " 5 " befloot L U T H E R onvoortot 15 z i e n s . en van zijn behandelde den G o d s - h i j . van C H R I S T U S i n de gelijkenis van een . t e I o o s z o CATHARINA u m a te k e t r o u w e n . dat hij dit huwelijk had aangegaan.

over ook gaf J O A N N . dat het „ zelfs de uitverkozenen z o u kunnen doen d w a l e n . onder OECOLAMPADIUS den zijn titel : Syngramma Antifyngramma K 5 . w e l k beteeken en zal een beeld van mijn Van „ dat het dit werk getuigde E R A S M U S : en getuigenisfen voorzien het- ligchaam. twee onderfcheidene w e t e n . naauwkeurig gefchreven. O E C O L A M P A D I U S eene Verhandeling uit over de ware uitlegging van mijn ligchaam. vereenigd z i j n . . 'aari5l7. denen is in hetwelk hij den tropus vindt niet zoo bewijsre- was . i ia C . tegen ZWINGLIUS. G E N H A G E N had in het voorgaande gefchreven len. Gelijk i n een gloeijend ijzer. . . zoo men meent. met dat men wederzijds eikanderen verdacht de eene zijde vermoedden de Zwitzers. JOANN.G E S C H I E D E N I S . ijzer ligchaam van C H R I S T U S vereenigd in het Avondmaal enz. en vuur . 153 een gloeij'end ijzer. ZWINGLIUS beantwoordde denzelven dit jaar i n zijn B o e k : den waren en valfchen Godsdienst. met zoo vele . zwn\ G- . eene Verhandeling . brood en deze hield hen hield. B U - jaar een' Brief om deszelfs gevoe- dat in de woorden der inzetting is te kennen het bet eekent. van dat L U T H E R S gevoelen niet zeer onderfcheiden was fubjlantiatie. te wederleggen. door de pen van B R E N T I U S . de woorden des Hecren: Dit in het woord is. " Hier tegen fchreven eenige Zwabifche Leeraars. ot 1552. G . dat zij in het Avondmaal niets ftelden dan eenvoudig b r o o d . maar in het w o o r d ligchaam. daar tegenftelde. het D e twist rees hooger. zonder eenige kracht o f tegenwoordigheid van C H R I S T U S bij het Avondmaal te erkennen. o m - van de Trans- verdacht. geeft. zelfftandigheden. t e . dus is het zeide b i j .

en wanneer die van Straatsburg hem vermaanden . Dood van Op den 25ften Mei des jaars 1525 overleed F R E - FREDERIK DERIK. om zich zeiven te met eenen Brief aan L U T H E R . te werk.K E R K E L I J K E 154 n a C . Keurvorst van Sakde Wijze. zoo lang hij leefde . men. een verfchoonen.Standvastige gegeven heeft. nam hij in zijne landen de oppcrmagt in Ker- . Avondmaal gefchreven h a d . De Keurvorst J A N . het. Overtuigd van de waarheid van LUTHERS JAN leere. der Zwabifche Godgeleerden. en CARELSTAD kreeg van den Keurvorst vrijheid om in Sakfen weder te keeren. zonder nogtans zijne leere openlijk aan te neSakfen. maar LUTHER prees tot 1552. ging op eene geheel andere wijze hem op. gevoelens dienaars van den Satan moesten zijn. dat dezelve welhaast verdrukt zon worden. en ziende." Ondertusfchen had CARELSTAD werkje uitgegeven. „ en dus. G . dat hij over het H . zekere foort van eenigheid en overeenftemming onder de Duitfche Rijksvorsten bewaard. Door zijne voorzigtigheid had hij. die fteeds LUTHER zijne befcherming verleend Keurvorst van had. . ZWINGLIUS was zeer misnoegd over het gefchrift Jaar 1517. ver- „ dat deze zaak van zoo groot ge- wigt was. indien de Paus zijn gezag en invloed bleef behouden. wien men den bijnaam de de Standvas. maar alleen om de waarheid op te fporen. die zijnen Broeder FREtige volgi DERIK opvolgde. L U - T H E R liet zich hier door met hem bevredigen. om zich met de Zwitfers klaarde hij: „ te verftaan . fen. dat de voorftanders van een der beide . de Wijze bijgenaamd. dat eene bemiddeling geene plaats kon „ hebben. niet om iets te bepalen. niettegenstaande hunne verfchillende begrippen.

die deze fpreuk ten opfchrift hadden. die in het jaar 1527 in alle zijne Staten werd afgekon. een man uit een adelijk gedacht in het Hertogdom Liegnitz in Silezië. en dichtte in zijn ns C. dat de Christenen. M. Evenwel had de Keurvorst F R E D E RIK: reeds in den zomer des jaars 1522 zilveren penningen laten flaan . geheel van die van Rome ver.Ij t 1552. de eerfte letters van de woorden Verbum Domini manet in aternum. I._ zelve eene vastheid te geven. in leere. tucht en beftuur. werd nagevolgd. D . dat hij op de mouwen. M . Gi ari5i-* gebied eene Kerk . gelijk wij in het vervolg zien zullen. geborduurd wilde hebben. F E L D . laten weven. I. fchillende. door de leeringen van K A S P A R S C H W E N K . M . tot een onderfcheidend kenmerk van zijn geloof.zich bij L U T H E R gevoegd. M. die deze . digd. De Kerken in Silezië werden om dezen tijd hevig tflSPAR iCHWENKgefchokt. Hier alleen voegen wij er nog bij.F E L D . maar toen hij waarnam. Om aan de. die de Roomfche Kerk verlieten. Doch even fchielijk werd nu ook de vereeniging tusfchen de Rijksvorsten verbroken . en overleed.G E S C H I E D E N I S . in het jaar 1561. ( Het woord des Heeren blijft in eeuwigheid^ V . In het eerst had hij de dwalingen en het verderf van het Pausdom ziende. in Zwaben. die door eene openlijke fcheuring verdeeld werden.zijner Hovelingen. D. en op de winterkleederen zijner Hovelingen de letters V . na vele omzwervingen. 155 Kerkelijke zaken zelve in handen. hij werd in het jaar 1527 uit zijn vaderland verdreven. liet hij door L U T H E R en M E L A N C H T H O N eene Kerkenorde opftellen. welk voorbeeld fpoedig ook door andere Vorften.

een' boozen Ketter .toefchreven. noemende hem Stinkveld of Stankveld. en de dienaren van het Euangelie gering achtte. te vrede voor zich zeiven en C H R I S T U S te leven. alfchoon wij in de zonden blijven. Zijns vijanden echter . ook verwierp hij het gevoelen der Lutherfchen over de ligchamelijke tegenwoordigheid van C H R I S T U S in het Avondmaal. maar nuttig noemde. en wilde hen tot den geest en den geestelijken Godsdienst bepalen. dat hij dikwijls te flaauw en zelfs onvoegzaam fprak van den dienst des woords en van de godsdienstplegtigheden . en zelfs kinderachtig met zijn' naam fpeelden . dat zij in het werk der Zaligheid te veel aan de werken. alhoewel hij alle godvruchtigen in alle gezindheden zeer liefhad. tot 1552 hij. denkende. Hier vandaan. maar ook deswegens bij allen in haat kwam. Dweeper en Lasteraar noemden . dat ook deze de ware Kerk niet was: waarom hij zich bij geene gezindte voegde . dat zij te groote kracht verbonden met de letter der Schrift en de Sacramenten. G ze leer beleden. oordeelde Jaari5i. zelfs zijnen vijanden weldoende. Hij wilde de Christenen van de uitwendige middelen afbrengen. dezelve weinig beleefden.150" K E R K E L I J K E na C. of dat zij niet behoorlijk onderfcheid maakten tusfchen het historisch en zaligmakend geloof. maar in de Lutherfchen. Daarenboven keurde hij in de Roomfchen af. dat het geloof en de gehoorzaamheid van C H R I S T U S voor ons genoegzaam z i j . dat fommigen hem een kind des Duivels . welke hij evenwel niet verachtte. en gelijk hij zeide. Herdooper. of tusfchen den historifchen en geestelijken C H R I S T U S . Men haatte hem deswegens zoo zeer.

4. waarlijk zoodanig hreod en waar van het uiterlijk brood een teeken i s . D a t de Schrift letter i s . ter zelve erkenden. dit is mijn ligchaam. 3. maai zijne partijen noemde hij fchepfelingen. oj die vat i 2. Zijne leerftellingen w a r e n : z i c h zelve eene doode 1. Letterknechten dat z i j . noemde hij ware fpijs en drank: de woorden. die van eer na C G . en had de klinkende woorden fteeds in den mond van verl i c h t i n g . tot 1552.ming in LIPS.eeniglijk ingefteld ter gedachtenis van CHRISTUS. maar daai van onderfcheidde hij hetSacramenteele brood. D e woorden der inftelling van hel Avondmaal verklaarde hij van CHRISTUS z e i v e n . Z i j zijn vroom hij een 157 en godzalig leven. z o o omdat zij haren ö o r f p r o n g van G o d heeft. inwendige en geestelijke mensch enz. mijn ligchaam. Dat het regtvaardigend geloof de inwonende G o c zelve i s . creaturistae. E i n - delijk prees hij altijd aan een nieuw l e v e n . dat fchriften nagelaten. vergoddelijking. verfcheidenf }aari5i7. is fpijs. verklaarde h i j : namelijk. man was H i j heeft dikwijls opgehaalc en verbrand geworden. df ware zielefpi'S en het brood des levens.G E S C H I E D E N I S . hem verfchilden. en oir een dank • en liefdemaal te z i j n : CHRISTUS. FI. openbaring. omdat zij vergoddelijkt ah is na de verheerlijking. waren. naar de Goddelijke maar den geheeler en menfchelijke na- t u u r . gang der Hervorbreidde z i c h de H e r v o r m i n g meer en meer uit. openbare zoo vervolgingen vele hindernisfen in verfcheidene . Niettegenltaande en zelfs Voortplaatfen . bij eikanderen zijn uitgege- ven i n het jaar 1592. Dat di menfchelijke natuur van CHRISTUS geen fchepfel is. 5.

Graaf van Teklenburg en Lingen. werd in het jaar 1526 gehouden te Spiers. Voordat de Keurvorst van Sakfen en de Landgraaf van Hesfen zich derwaarts begaven. dan dat hij de erkende waarheid van het Euangelie zou verlaten. alwaar zij zamen overeenkwamen. G LIPS Jaari5i7 tot 1552 on- . ingevalle iets geweldigs tegen hen mogt iia C. liever zijn goederen en leven te willen verliezen . voer* de in hetzelve de Hervorming i n . A L B E R T . Koning van Polen. In West falen omhelsde K O E N R A A D . eer dit werk zijn be« flag had. Landgraaf van Hesfen. Markgraaf van Brandenburg. maar thans door SIGISMUND . beleend met het Hertogdom Pruisfen. te voren Grootmeester der Duhfche Orde. Dia* ken van Goriitz. Dus ook in de Graaffchappen Hanau. gezegd R O T B A R T . befcbreven was . maar geenen voortgang had gehad. den25(ttn Junij. en Doop en Avondmaal. in de Hoogduitfche taal bediend . door bewerking van Ï R A N C I S C U S O E N O B A R B U S . die in het vorige jaar te Augsburg te Spiers. Rijksdag De Rijksdag. voerde dezelve in zij* ne Staten i n . in welk land. de leer der Hervorming. het laatfte onder beide gedaanten. om maikanderen te zullen bijltaan. na een mondgefprek gehouden te hebben met den Keurvorst van Sakfen JAN en deszelfs Duitsch Zoon J A N F R E D E R I K te Creutsbergen . hadden zij een mondgefprek te Maagdenburg. evenwel duurde het hier tot het jaar 1536. en Oldenburg. Te Gorlitz in het Markgraaffchap van de Lausnitz werden alle bijgeloovige piegtigheden afgefchaft. Ook werd dezelve ingevoerd in de ftad Dantzig. mondgefprek hij betuigde.15S K E R K E L I J K E .

het befluit werd opgemaakt. als hij voor God en den Keizer zou meenen te kunnen verantwoorden. en de handen volhad. of ten minfte eene Nationale Kerkvergadering bijeenkwame . dat hij wilde te wege brengen. Deze voor de Hervormden zoo gunftige uitflag der vergadering was veelal aan de omftandigheden des tijds toe te fchrijven. om vooi te vreezen. (dat i s . 150 ondernomen worden .G E S C H I E D E N I S .. dat er eene vrije. de zaak van den Godsdienst) betrof. Ö. die thans . 13 C. ot 1552* in Spanje was. zoodat. aari5i7. De Keizer. zoo zou handelen. in welke zijn Broeder FERDINAND van Oostenryk voorzat. aigemeene. dewijl niet alleen de Keizer belemmerd was met den oorlog tegen Frankryk. di< . FERDINAND. en met eenparige {temmen vastgefteld. daar hij thans te meer reden had. dat men door een plegtig Gezantfchap den Keizer zou verzoeken. welke des Keizers zaken in verwarring gebragt zou hebben. De meeste Vorsten verzetten zich hier tegen met alle kloekmoedigheid . FERDINAND van Oostenryk vreesde voor eene openbare fcheuring. dat het Plakaat van Worms ten ftrikfte ten uitvoer gebragt en de Lutheranen in geheel Duitschland uitgeroeid en verbannen moesten worden. maar ook de Turken den Hongaren eene zware nederlage hadder toegebragt. waartoe aan vele plaatfen toe. bij welke gelegenheid de Koning LODEWYK van Hongaryen gefneuveld was. na lang en hevig twisten. fchreef van daar aan de vergadering. en dat intusfchen elk lid der vergadering in den zijnen omtrent hetgeen het Plakaat van Worms. bereidfelen gemaakt werden.

dat hij nu zelve z i c h op eene aigemeene Kerkvergadering beriep. berstte de oorlog op en aan het uitroeijen der Ketteren kon des te minder werken. die hem in den veldflag bij Pavia had uit.160 K E R K E L I J K E na C . om hem op denzelven tot 155: tegen de overmagt der Turken te handhaven. pogingen en maar . ja men groot gedeelte Lutherfchen waren. hem voorgefchreven. die aanfpraak maakte op den t r o o n . bij het vrede. i n Spanje openlijk bidden voor de vrijheid en herftel van den door hem zeiven gevangenen Paus. omdat de Frankryk nieuw KAREL Paus de zijde van k o o s . welke ftap van den Paus den Kei- zer zoodanig ontftak. en uit hunne Paus eenen geruimen tijd de LUTHF. dat aanwenden. Paus uitriepen. verhaalt. zouden voornamelijk de dewijl FRANCOIS weigerde de harde voorwaarden van dezen vrede te v e r v u l l e n . '• fiand der Duhfchers n o o d i g . dartele foldaten. medemak- KAREL gevangen. welken K A R E L . De Keizer had zich w e l . had den h i j . en moest van ' s K e i z e r s foldaten. Z o o fpeelt de Staatkunde dikwijls met de V o l k e n en derzelver Bijgeloof! Bijzon- Het gunftig befluit der Rijksvergadering en de boven- . en door zijn leger onder den H e r t o g van Bourbon jaar 1527 bemagtigde. gevangen en naar Spanje gevoerd h a d . met FRANCOIS verbonden. bij deze gelegenheid. Rome i n De Paus zelve werd het gevan- gen genomen. ( !. Jaari5i. die voor een hoon en fmaad dulden. te gelijker t i j d . veel dat maar hield den liet. zij beiden hunne om alle uit te fluiten van den K o n i n g van Frankryk ketterijen roeijen. verkozen. Lutherfche I.R tot Lutherfche kers Kardinalen enz.

de twijfelingen der onkundigen te verdrijven. de beginfels der 011vasten en wankelenden te bevestigen. begeerig zijnde H E R V . en allen te bezielen met eenen ijver. Onder anderen had L U T H E R in het jaar 1522 uitleggingen in het licht gegeven van P/alm 37.G E S C H I E D E N I S . K o ningin Weduwe van Hongaryë. en de vrouwen maken „ veel werks van Boeken. om den vreesachtigen moed in het lijf te fpreken. tot 1552.na C. LUTHER prijst haar als eene Vorstin. en daar aan zekere vastigheid te geven. raadgevingen en wederleggingen. leeringen. die het Euangelie begunftigde . vermaningen . daar ERASMUS van zeide: „ Het wezen der „ menfchelijke zaken verandert. haar Hofprediker JOANNES H E N E K E L wordt van S P A L A T I N U S een Euangelisch Leeraar. Op den Rijksdag te Augsburg in het jaar 1530 zich in die ftad bevindende . welke hij had opgedragen aan M A R I A van Oostenryk. Ook aerheden VallMAUlA deden L U T H E R en zijne medearbeiders. en elders roemt hij hare godsvrucht en zedigheid. die zoet was op Latijnfche Boeken. om hunne ontwerpen door te zetten. deren der Hervorming ten minfte voor eenigeu tijd j aan 517. . dat zij altijd eenen Latijnfchen Bijbel bij zich had. Zij werd gehouden voor eene wijze vrouw. zelfs als zij op de jagt was. een zeer vriendelijk en eerbaar man genoemd. rust en gelegenheid. I. 94 en 109. G. geëvenredigd aan de grootheid hunner onderneming. gepaard met heldenmoed. Zuster van Keizer KAREL en FERDINAND. 161 vengemelde gebeurtenisfen gaven dus den Voorn-an. wat zij kon.euryk. door hunne fchriften." Ook verhaalt men.van O J S den . de Monniken we„ ten van geene geleerdheid. L om . 62.

tot dat zij in het jaar 155(5 met haren Broeder den Keizer. eenigen grond van waarfchijnlijkheid hadden ? Rijksdag De Keizer verzoende zich nog in dit jaar 1527 te Re. ook zegt men. naderhand Landvoogd der Nederlanden. maar dat L U T H E R S ketterij zou worden uitgeroeid. kon men Jaari5i7 niet verhinderen. dat hij zich van de Priesters niet zou laten bedriegen. dat zij toen haren Broeder K A R E L meer dan eens gewaarfchuwd hebbe. nog geene maand na haren Broeder K A R E L . om eene Euangeüfche Kerkrede te hooren. natuurlijken Zoon van Keizer K A R E L . alwaar z i j . E R A S M U S en de Gefchiedfchrijver T H U A N U S prijzen hare kuischheid en eerbare zeden. onder de vredesvoorwaarden werd niet gefield. gelijk men gehoopt had. Dit evenwel werd niet te*. dat er eene in hare woning gehoutot 1552. aan wien hij op nieuw L U T H E R en gensburg deszelfs zaak opofferde. Te weten. de laatstgemelde echter voegt er bij. gelijk haar man L O D E W Y K en haar Broeder F E R D I N A N D van dezelve bedrogen geworden waren. indien zekere duistere vermoedens omtrent de Moeder van Den J A N van Oostenryk. dat er eene aigemeene Kerkvergadering zou gehouden worden.IÖ2 K E R K E L I J K E na C. dat zij ten dezen niet van alle opfpraak is vrij gebleven . G. zelfs werd er op eenen Rijksdag te Regenshurg niets ten aanzien van den Gods- . den werd. na zijnen afftand van de regering. flond ten uitvoer gebragt. en wat zou het zijn. welke zij met vele voorzigtigheid 25 jaren beftuurd heeft. in het jaar 1558 overleden is. Deze M A R I A werd in het jaar 1531 Gouvernante der Nederlanden.met den Paus. mede naar Spanje vertrok.

welke laatfte met den oorlog in Hongaryë. indien iemand hem anders zou kunnen leeren. Zekere Baron ANARG VAN WILDENFELS verzocht daarop den Monnik. volgg. jongde aardig gefprek Zuster van Keizer KAREL . indien hij hem wilde onderregten. Zoon van J A N . Dit huwelijk gaf gelegenheid. was ondertrouwd met CATHARINA . noch FERDI. Als hij dit ook te Dus* feldorp op het Kasteel deed. Hertog van Kleef. De jon. die dagelijks voor hem predikte. Op zijne reize naar zijne bruid had de Keurprins als zijnen Hofprediker bij zich FREDERIK MYCONIUS (*). dat hij MYCONIUS op het Kasteel wilde hooren prediken. en dat hij volgens de_ Schrift de Hervorming wilde aannemen. voer een Franciskaner Monnik uit een Convent te Keulen. 31. Keurvorst van MerkSakfen. NAND . dat hij hem een gefprek met denzelven zou bezorgen. op den i/den Februari} van dit jaar 1527 hevig hier tegen uit. [aar 1517. belemmerd was. ge Vorst verbond zich daarop in het huwelijk met SIBYLLA. en riep. 163 Godsdienst verrigt.G E S C H I E D E N I S . JAN FREDERIK. L a . maar de voltrekking van van M Y het huwelijk werd afgebroken. om de Hervorming in dè landen van Gulik en Kleef te vestigen. dewijl de Keizer. JAN CORBACII. omdat de Keurprins CONIUS tö der Lutherfche leere was toegedaan. te willen hooren. dat deze nieuwe Predikers geene zending hadden.Dusfelüorp met weerde des Keizers Gezant HAUNART. G . evenwel beloofde hij . zoo (*) Zie van MYCONIUS boven hl. ot 1552. ja openlijk be.ïik C O R 3ACH. met belofte . dat men den ien MonKetteren geen woord behoefde te houden.n C. tegenwoordig waren. Dochter van J A N .

mogt voortgebragt worden. dat men uit Gods woord oordeelen moest. zoo hij iets met de Schrift ftrijdig zeggen Jaari5i7 1 De Monnik weigerde d i t . tot een gefprek op den loden Februarij in de herberg des Barons te zullen komen . Horst duFritsl terwijl hetgeen hij zeide. welken Tekst hij uit de overzetting van L U T H E R voorlas. 4 8 . en beriep zich onder anderen op Joann. X I I . en vele Hovelingen van den Hertog van Kleef. waarop de Monnik vol toorn uitriep: dat de Duivel zelve de maker van deze overzetting was. minder met Gods woord overeenkomende . daarop uitkwam. alhoewel ook tot 1552 mogt. XVII. G . door welken geest hij gedreven werd. vervolgens daagde hij M Y C O N I U S u i t . dat zij aandachtig zijn en zoo er iets. daar van vermaan doen zouden.164 K E R K E L I J K E na C . om naar Keulen te gaan. eindelijk echter beloofde hij. M Y C O N I U S maakte een begin van het gefprek. dat men over de Schrift niet moest disputeren voor krijgslieden en dergelijke onkundige menfchen. tegen de gezegden van VIYCONIUS {tellende. den Monnik verzoekende . 10. MYCO- zijn verzoek bij dat des Barons voegde. en zoo vele andere geleerden en ongeleerden. alwaar het oordeel over GodsdienstNIUS . dat hij zich der waarheid bevlijtigen . gelijk hij ook deed. tegenwoordig. Maar deze hernam. en de Toehoorders. alzoo hij M Y C O N I U S heel onwellevend aanfprak met een. maar in tegenwoordigheid van Leeraren . Hier was de Prins van Sakfen met zijne Raden. dat men de deuren wagenwijd open moest zetten. en daar zijne zaak te behandelen. voorts Deut. N u toonde de Monnik aanftonds.

De wet overtuigt ons van onze zonden. redetwistte men over X artikelen. G. rees op en gaf op de volgende wijze een voortreffelijk getuigenis van zijn geloof: . Dit is onvermijdelijk. en dat hij de aanftoker was van het oproer der Boeren. 15. alwaar de Schrift als de regel van dit oordeel genoemd wordt. dat wij alle zondaars zijn. vraagde aan M Y C O N I U S . na eene menigte fcheldwoorden. wat hij dan geloofde? M Y C O N I U S . met het harte en driften altijd tot het kwade geneigd. van mij de gronden van ons geloof en hoop. Nadat dit voorafgegaan was. 1 Petr. dat hij getrouwd was. zoo hoort. . en wijst aan. 163 diensttwisten aan de Priesters overgegeven werd. II. hoe veel wij vetfchillen van Gods beeld. en wederftrevig tegen den wil van God. naar het voorbeeld van C H R I S T U S zijnen Meester. hiermede moest vergelijken . M Y C O N I U S antwoordde. Wij belijden. ïa C. en men heeft geen hulpL 3 mid- . Mijne Heeren en Vrienden 1 Daar wij alomme als Ketters gelasterd worden. fchreeuwende. en hem verwijtende. hetwelk in zijne geboden is voorgefteld. welke de Monnik te voren op den Predikftoel had voorgedragen. De Monnik eindelijk in de engte gebragt en geene eene plaats in de Schrift vindende. Dit alles beantwoordde M Y C O N I U S . dat men het volgende vers. om de aanroeping der Heiligen te bewijzen. ot 1552. met befcheidenheid. die men gelooven moest. gedachtig aan des Apostels vermaning. als leeringen.G E S C H I E D E N I S . bid ik u . [aan 517. Op de erkentenis van zonde volgt droefheid en vrees voor het Goddelijk oordeel. De Monnik deed niets dan fchelden. dat M Y C O N I U S van vele Duivelen bezeten was.

ftort in onze harten de liefde uit. Jaari5i7 • of hij ons wille vergeven. dien hij in het vleesch gezonden heeft. zij zouden zekerlijk werken . en het geloof niet opregt is. verlosfing en andere goederen aan ons gefchonken. V . en genezing aan te brengen. en van daar alleen de verzoening der zonde verwachten. en de Schrift getuigt. zoodat deze wij G o d als Vader liefhebben. maar ook zijne overwinning. gelijk hij ons heeft lief gehad. dat hij gekomen is. Dit alles nemen wij aan vertrouwen. middel. opftanding. om de menfchen zalig te maken. Want niet alleen worden door CHRISTUS de zonden weggenomen. want waren deze daar. Op dit geloof volgt de Heiligen Geest. vooreerst. dan welke hij ons getot 1552 openbaard heeft door zijnen Z o o n .166 K E R K E L I J K E na C . heiligheid. Wat de Heiligen betreft. welke PAULUS Gal. door het CHRISTUS geloof en verlost . en zegt. G . dat CHRISTUS onze zonden op zich genomen heeft. Dus komen de vruchten des geestes uit een gewillig hart. door zalig en kinderen van G o d zijn. regtvaardiging. N u deze. predikt de genade van zijnen Vader. Waar de boom nog niet goed. ook geene kennis van den Goddelijken raad. dat wij regtvaardig . heilig . Dit alles werkt het Euangelie en Gods woord in ons. opnoemt. Dit moet men gelooven. wij hebben van hen eene tweeledige nuttigheid . daar is geen geest en geloof in het hart. onze Heere JEZUS CHRISTUS. gelijk warmte en licht het vuur verzeilen. zonder geloof bezitten wij niets van dit alles. dat ons geloof door hun voorbeeld verfterkt wordt. want gelijkerwijze G o d hun . dit alles verkrijgen wij door het geloof.

barmhartigheid. gelijk hij van CHRISTUS. ontreinigt den mensch niet. I V . G . echter naar het rigtfnoer van het leven van CHRISTUS . en zij zelve verlangen niets van ons.G E S C H I E D E N I S . waar door het hart bezwaard wordt. daar hij Luk. dat wij zijne navolgers zullen zijn. Ten twede. «rijdt met CHRISTUS bevel. Ons wordt ketterij te last gelegd. Dit bevestigen alle wonderwerk e n Zulke. Uit het leven der Heiligen derhalve leeren wij lijdzaamheid in het dragen van CHRISTUS kruis. Ue fpijze maakt ons niet aangenaam bij G o d : Het K o ningrijk van God is niet fpijze of drank: ChnsteL 4 2 0 n e n . al gefchiedt het met viscli of Hechte fpüzen. dan dat wij hetzelfde doen. zoo 1 ot I 5 5 zal hij ook ons doen. Hebr. zijn verdicht öf bedriegelijk. 1 6 . verbiedt onze harten te bezwaren met brasferijen en dronkenfchap: PAULUS • eischt matigheid. gehoorzaamheid . maar verftaat onzen grond: CHRISTUS maakt ons alle fpijze tot vaste fpijze. Doch de zaligheid verkrijgen wij alleen door CHRISTUS. aan 517« zijne kinderen en erfgenamen gemaakt heeft . men moet ook een voorbeeld der zeden van de Heiligen nemen. liefde. Wat den mond ingaat. en van vele anderen. daarom beveelt PAULUS I Cor. die daar niet op doelen. X X I I . in welke deugden de Heiligen CHRISTUS zijn nagevolgd. met betrekking tot de fpijzen. indien wij matige fpijs en drank gebruiken en altijd nuchteren zijn: alle opvulling. Ten dezen einde wordt door . p \ULUS het geloof van ABRAHAM Rom. en hen tot r a C . X I . dit is derhalve het Christelijke vasten. en hun vergeven. den etóigen Middelaar. voorgeleld. IV. 167 hun geloof aangezien.

mijn Heer? ging hij voort: „ Omdat gij te voren gezegd hebt. alles behaagt. Deze derhalve mijden w i j . daar allen nu reeds zeven of acht jaren genoeg onderrigt zijn. dan predikt gij het ware geloof „ der Christenen. maar nu bekent gij. dat hij overal. ( i . waar „ hi. wat al of niet geoorloofd is. dat deze F R E „ D E R IK een ketter. en dat hij de „ Moeder des Heere* en de Heiligen fchold. zou verklaren. Ik verzoek echter. indien „ gij dit predikt. en zijne geheele leer kettersch „ e n duivelsch i s . en „ daar over verheugd was. dat hem onregt ge„ fchied wns. of u n i e t d o o r h e t e t e n o f o n t h o u d e n u v o o r t „ be- . nu zachter geworden. Het verbieden van fpijzen fehrijft P A U L U S 1 Tim." M Y C O N I U S dit alles overluid gefproken hebben en van allen met ftille aandacht gehoord zijnde. goede Man ! dm /iaat gij zeiven op den mond. ftond de Monnik. o p . ging hij .van visch of brood. kwam. ook vreezen wij met meer de ergernis der zwakken. aan valfche Leeraren toe. en wij kunnen het op gee„ nerlei wijze berispen." N u zeide CORBACH om zich te verfchoonen: dat hij gehoord had. maar „ dat hij thans geheel andere dingen vernam.»<» K E R K E L I J K E na C. nen worden zulks Jaarisi ">t 155 . „ dat gijlieden mij geen fchande aandoet. alles is regt „ en billijk en heeft grond van waarheid. I V . en fprak M Y C O N I U S dus aan: „ Waarde F R I T Z ! voorwaar ik heb dit met „ genoegen gehoord. „ dat M Y C O N I U S niet regt leerde . dat zij „ Christelijk en zuiver is." Hier op zeide A N A R C W I L O F N F E L S tegen den Monnik: maar. en als de Monnik hem vraagde: Hoe zoo.

ze bijeenkomst niet voor een' redetwist. In dit jaar 1527 gaf de Keurvorst J A N van Sakfen last aan L U T H E R . en wat regt en billijk i s . riep hen tot getuigen. eene vervloeking uit over een ieder . dat de Monnik de waarheid erkend had. wij zullen niemand fchel- „ den. zich beroemen. Het is wel!" met: MYCONIUS zich toen tot de Toe- hoorders keerende. die anders leerde. een moeijelijk maar noodzakelijk werk. . 160 i . 8.. . ( f ) M E L A N C H T H O N Ep. 53. en van alle misbruiken en gebreken te zuiveren. en dat gij de.na C . dat ik overwonnen ben. M E L A N C H T H O N en eenige andere voorname Godgeleerden. want er is geen „ regter bij geweest. de hand. gaf M Y C O N I U S . . bleven was dat hij overwinnaar ge- (*). en vertrok. om de bijzondere Kerken in zijn land te bezoeken. I.G E S C H I E D E N I S . Libr. uit hoofde van de onkunde en de ongeregeldheid der zeden van vele Kerkelijken ( f ) . Bij deze gelegenheid ftelde M E L A N C H THON (*) Ik heb dit merkwaardig geval overgenomen uil CEROES Hifi. „ alleen voor een gefprek houdt. . Ep. Renov. II." Hetwelk de Monnik beantwoordde . G . den Prins en A N A R G . MYCONIUS . p. T. maar Jaansi7. en fprak uit Gal. De Monnik ftemde ook dit toe. nu allen hoon zeide tegen den Monnik : „ Lieve Broeder! leer gij flechts altijd de waarheid. 180. Ev. tegen de waar- heid aan. L 5 IV. beroemt. en C H R I S T U S zal u van „ alle fchande bewaren. . bij welke eenige aanzienlijke leden uit de regering gevoegd waren." en fmaad vergetende. . . tot 1552. Naderhand echter durfde hij.

en dat LUTHER zijne gevoelens veranderd had. om uit te fixooijen. hetwelk vervolgens met een Voorberigt van L U T H E R in het licht gegeven is. JOAN- Jaari5i7 • tot 1552 NES ISLEBIUS AGRICOLA befchuldigde M E L A N C H - T H O N . dat MELANCHTHON was afgevallen. daar LUTHER plag te leeren.170 K E R K E L I J K E na C. dat MELANCHTHON het onderwijs in de X Geboden had aanbevolen. welke tot de Kerketucht behoorden. Uit dit een en ander namen fommigen aanleiding . toen MELANCHTHON. die den toeftand der Kerken zouden befchouwen. dus de beginfelen van wetleftrijding . Anderen verbeeldden zich. dat het begin gemaakt moest worden met het geloof in God. dat LUTHER in zijne leere begon te wankelen. omdat er in dit boekje geen één hard woord voorkwam tegen de bijgeloovigheden der Roomfchen. Dit boekje was in eenen zachten befcheidenen ftijl opgefteld. bekeering te prediken in zijnen naam en niet in dien van MOZES . ) voortbrengende . Thans werd deze twist fpoedig vereffend. en bevatte. en LUTHER aanwees. ( Atitinomianerij. dat het verfchil meer over woorden was dan over zaken. ISLEBIUS en LUTHER te Torgau eén gefprek met malkander hadden. voorts . G THON een klein boekje op. welke elf jaren daarna moeite baarde. vele zedekundige voorfchriften en lesfen. dat hij in dit boekje leerde. ting of inftructie behelsde voor zulken. LUTHER verachtte deze uitftrooi- . volgens deszelfs bedoeling. hetwelk eene onderlig. daar wij toch van de wet bevrijd zijn enz. en dat CHRISTUS bevolen hebbe . dat de bekeering begint met de vreeze des Heeren en de angften van het geweten.

gelooven deze fchrandere bollen.IUS . Niets was echter gemakkelijker te begrijpen. gevallen i s . fchreef hij aan S P A L A T I N U S . dan dat deze Hervormers te regt oordeelden.G E S C H I E D E N I S . Worms . 2 . Plet uitwendig woord is niet het levende en eeuwige woord van God . 5. en hij verhaalt.. In het Avondmaal is niet het waarachtige ligchaam en bloed van C H R I S T U S . dat ik van L U T H E R verfchil. dan dat wij zijne voetftappen drukken en zijne geboden waarnemen. >t 1552. heid van woorden gefchreven heb . en eenen anderen in het wederleggen vaii partijen. maar alleen een teeken en getuigenis van het inwendige. 4. van welke wij in het ver. I. Om dezen tijd begonnen zich Wederdoopers of Begin der . hartig en niet duurzaam. maar in behoor! lijke orde. Het uitwendig woord noch het Sacrament kunnen den mensch troosten noch verfterken. aldaar de volgende ftellingen voor. dan is hun roem arm.voelinHerdoopers te openbaren. zoo . 6. G . fchreef M E LANCHTHON aan CAMER. 7. De Kinderdoop ftrijdt tegen God en tegen de leer van C H R I S T U S . een' anderen ftijl te moeten gebruiken in het onderwijzen van Predikers. Gelijk het vitwendig eten A D A M niet zou benadeeld hebben . C H R I S T U S heeft op geene andere wijze voor ons geleden . hoe hij op dien grond zelfs aangezocht is geworden. Wat in A D A M .gen van volg meer zullen moeten zeggen . om tot de Roomfche Kerk weder te keeren. n 1 C . een Euangelieprediker te doopers. herleeft in C H R I S T U S . onder anderen Je HerHelde J A C O B U S C A U T I U S . 171 flrooifels.Ij larist/.AR. om te redetwisten. als onze partijen zich hier over beroemen . Omdat ik zonder bitter. 3.

Tegen dit gevoelen verzette zich bijzonder ZWINGLJUS in zijn regt- .te verdeelen. welke men gelooft. zelfs vóór de Hemelvaart. Sommigen hebben dit gevoelen wel aan den vermaarden GERSON toegefchreven. Übiquitas De twist over de ligchamelijke tegenwoordigheid of alomvan CHRISTUS ging nog fleeds voort. 6 . dat CHRISTUS ligchaam het ligchaam van CHRISTUS aan alle plaatfen tegendoor LU. of in het Avondmaal leerd.) maar woAurs•aict. Hier uit rees nu een nieuwe twist over de tegenwoordigheid van CHRISTUS ligchaam aan alle plaatfen.woordig i s . dat LUTHER het eerst geleerd heeft in het gezegde Boek. Ook verwekten de Herdoopers in Ulm en Augsburg moeijelijkheden. Deze ftellingen werden door zijne ambtgenooten wederfproken en door de Godgeleerden van Straatsburg wederlegd. te gelijk in den hemel en op aarde.. daar . zoodat CHRISTUS ligchaam. het ligchamelijk lijden van CHRISTUS geene ware voldoening. in hetwelk hij poogde te bewijzen. en in de laatstgemelde plaats werden meer dan honderd zoo mannen als vrouwen in hechtenis genomen. en 'lust om Gods wil te doen. G . de Hervormers tegenwoordig.172 K E R K E L I J K E na C. waar het brood en wijn veranderd worden in het ligchaam van CHRISTUS. (Übiquitas. LUTHER gaf in dit jaar een werk in heid van het licht. ja aan alle plaatfen tegenwoordig geweest zij. eene tegenwoordigheid op vele plaatfen. dus i s . te weten . III. zoo er niet de inwendige lust des harte bijgekomen Jaari5i7 tot 1552 •was. de zelfftandigheid des broods blijve of niet. (übiquitas. en THER gedat het weinig verfchil maakt. zonder inwendige gehoorzaamheid.) uit Joann. maar deze leerde niet eene ffswas^sm*.

deze herhaalde telkens: Ik hen niet waardig. Bisfchop van Pasfau. Onder andere Martelaren worden geteld L E O N A R D C E S A R of K E I § ZER . Hertog ins»7« van Sakfen. WINKLER. Godsdienst. Predikant te Halle in Sakfen. waar ia . om u in dezelfdeftrafte verzeilen. Koning van Hongaryen en Bohemen. to : I5S2Gelijk de Hervormde Vorsten naar hunne vrijheid :rvolhandelden in het befchikken van de zaken van den . bij deze gelegenheid gebeurde het. elk in zijn land. gaf een allerftrengst Plakaat tegen de Hervormden uit en tegen alle Ketters. F E R D I N A N D . J A N R E I C H E L aan een' boom opgehangen. om de Hervorming tegen te gaan. en G E O R G E W I N K L E R . waarbij de doodftraf tegen hen uitgefproken werd. LEONARD werd in Beyeren levende verbrand. dat een Priester. en weder ontflagen . te gelijk met hem zijne ftraf ontving. door de geheime ftreken van F A B E R . niettegenftaande de Keurvorst van Beyeren zelve voor zijn leven gefproken had bij E R N S T V A N B E Y E R E N . 173 C. regtzinnig en christelijk antwoord aan J A N . JAN GEORGE CARPENTARIUS REICHEL en GEORGE of WAGENMAKER.G E S C H I E D E N I S . die door den Aartsbisfchop van Mentz naar Afchaffenhurg ontboden^ was. na G. een onregtvaardige met den regtvaardigen. Bisfchop van Weenen. werd onder weg van het leven beroofd. zoo handelden de Roomfche Rijksvorsten. waar over L U T H E R eene vertroostende aanfpraak aan de Gemeente yan Halle fchreef. om zijne euveldaden . om rekenfchap van zijn geloof te geven. G E O R G E C A R P E N T A R I U S werd te Munchen op den houtftepel gebragt.

op eene wijze. oder fchild iiber der thür. indien zij flechts hunne leer en leven verbeterden. die met gedrochtelijke plaatjes in dit jaar werd uitgegeven .die waar zijn en onder zeer vele valfche door de uitkomst bevestigd worden. Maar L U T H E R . dat deze voorfpellingen zagen op den Boerenkrijg. Gefchri ft Ten dezen tijde liep er een boekje rond van voorvan j . en hoe het komt. dat hij. dat z i j . in de Kerk fcheen voorfpeld te worden. dat voorteekenen. hoe God wonderlijke zaken uitvoert door de Engelen. und heist. welke aan den hemel of in de lucht gebeuren. hoewel verklarende. meende evenwel. CERdot in welke onder vele andere voorzeggingen eene grooLUTHER uitgege te verdrukking der Geestelijken en eene verandering ven. 7 wirth ein fchalks-wirth ist. niets goeds te hopen hadden. dit verwaarlozende .m K E R K E L I J K E ca C. und fein ham had das . Voor eenen druk. Voorts leert hij in deze Voorrede verfcheidene goede dingen van de ijdelheid der Starrenkijkers. dat God aan deze lieden fommige dingen als ingeeft. G. de Roomfchen meenden. waartoe hij de Kometen en t r Eklip- . een' Starrenkijker der voorgaande eeuw. zeggingen of Prognosticatien van zekeren JAN LIECHLIECHTENBER . welke wij niet bevatten kunnen: vervolgens zegt hij. zum mord und zur lugen. Te weten. dat hetgeen hij hun uit Gods woord voorzeide. maar. mah/zeichen. insgelijks. fchreef L U T H E R eene Voorrede. door de uitkomst meer zou bevestigd worden dan de voorzeg. gingen van LIECHTENBERGER. en beloofden zich van nu voortaan alles goeds. in hij de wereld noemt: Eine herbergt da der Jaar 15: tot 15. TENBERGER. hun geluk niet zou benijden.

000 Gulden hem het oorfpronkelijk opftel zelve te zullen bezorgen. om de Lutherfchen uit te roeijen. Doch op het eerfte gerucht hier van zuiverden z. ontdekte aan FI. ook k (*) LUTHER Opp. llLfri 406.ch de Roomfche Vorsten. bijzonnenongewone regenboogen en dergelijke: waaroo lotgevallen der Koningen van Frankryk. T. hebben wij vele dergelijke teekenen gezien. zen zijn. en beloofde. OTTO PACKIUS. MATTHEUS van Salzburg.000 man zou onderfteunen. als L in oorof het tot eenen binnenlandfchen oorlog tusfchen de ig in Rijksvorsten zou komen. zegt hij. en bij het Rijksbeftuur . bij den Landgraaf en Keurvorst. 175 Eklipfen brengt. den. dat de Roomfche Rijksvorsten FERDINAND. WILLEM en LODEWYK van Beyeren. opdat zij door deze teekenen leeren zou. WIGAND van Bamberg. itzigten In het begin van het jaar 1528 fcbeen het . de één na den anderen. Hertog van Sakfen. In onzen leeftijd. voor 4. van GEORGE. 0-1517. GEORGE van Sakfen.gj : 1552. Hongaryen en Denemarken gevolgd zijn. KOENRAAD van Wurtzburg en anderen onderling een verbond hadden aangegaan. Hij leverde aan den Landgraaf eene kopij van dit verbond over. die hen ten goede vermanen. daar niemand aan dacht (*). dewijl zij de genen met _ willen hooren. Landgraaf van Hesfen .G E S C H I E D E N I S . hun leven te beteren.f* .' LIPS den Grootmoedigen. Hierop begon de Landgraaf zich ten oorlog toe te rusten . ALBERT van Mentz. dat deze hem met 26. en kwam overeen met den Keurvorst van Sakfen. Germ. Raad 1'uitschud. O. fll. voor de Vorsten het meest te vree.m>C.

Predikant te Neurenberg. <ï. en dat het gemelde verbond inderdaad ontworpen . . met een' bijgevoegden dreigenden Brief en eisch . L U T H E R zelve gaf er geloof aan. in welken hij de ontfchuldiging van G E O R G E van Sakfen eene zeer koude ontfchuldiging noemt. L U T H E R verdedigde zijnen Brief in een werk. ». dat hij God „ zou bidden . Velen nogtans hebben gemeend. IV. maar weder ontflagen. en de Vorsten vermanen . zoodat deze krijg in de beginlèlen gefmoord werd. en fchreef deswegens eenen zeer hevigen Brief aan W E N Z E L L I N K . .i?6 K E R K E L I J K E Ba C . eindelijk in het jaar (*) Ep." Deze Brief werd door G E O R G E van Sakfen onderfchept. hetwelk hij fchreef: over het onderfcbeppen van geheime Brieven tegen G E O R G E van Sakfen. waarna hij eenige jaren in Duitschland rond gezworven hebbende . dat er wel iet aan de zaak was. Libr. dat zij „ zonder barmhartigheid mogten uitgeroeid worden: „ nademaal zij als onverzadelijke bloedzuigers niet „ wilden rusten. Van dit alles fchreef M E L A N C H T H O N aan C A M E R A R I U S ( * ) : God verbetere dergelijke misftappen van ons! P A C K I U S werd op last van den Landgraaf in hechtenis genomen. maar niet volkomen geteekend is geweest. Jaan i 7 tot 155 (" Ook traden de Keurvorsten van Trier en de Paltt 5 tusfchen beiden. ook kon P A C K I U S het beloofde niet volbrengen. dat L U T H E R daar over te regt gefield zou worden. i . die er een affchrift van aan den Keurvorst J A N zond. en de Roomschgezinden als 't ware dreigt: „ als zij vervolgens meer ondernamen.

Hij trachtte in dezelve zijn gevoelen over CHRISTUS tegenwoordigheid in het Avondmaal nader te bewijzen. 177 jaar 1536 op bevel der Landvoogdesfe M A R I A van ia C. te Wittemberg wedergekeerd. M daar- . fchijnt hij deze meening te hebben laten varen. Deze laatfte was. bij welke hij wilde leven en fterven. te Mechelen of [aar 1517. Niet zoo heilzaam was voor het welzijn der Kerk een ander werk van L U T H E R . Op deze wijze kwam het door de geflotene deur en is het in brood en den wijn in het Avondmaal tegenwoordig. maar H E R V . bewerende ten dien einde i dat CHRISTUS ligchaam drie wijzen van befiaan hebbe. zijne groote belijdenis van het Heilig Avondmaal. even gelijk het gezigt door de lucht. eene ligchamelijke en zichtbare. daar is zijn ligchaam. In dit jaar gaf de Kerkenvifitatie of Bezoeking aan L U T H E R aanleiding.G E S C H I E D E N I S . in het jaar 1 5 2 5 . Hongaryen op nieuw gevat zijnde. Thans werd'ook de twist tusfchen L U T H E R en C A R E L S T A D vernieuwd. waarvan wij vervolgens fpreken . Echter na het gefprek te Marburg. Eindelijk eene Goddelijke en Hemelfcbe. met verlof van den Keurvorst. en waar God i s . gelijk wij gezien hebben . die vervolgens onder de openbare Geloofsboeken der Lutherfche Kerk zijn aangenomen. G . het licht en het water. om zijnen kleinen en groeten Katechismus op te ftellen. voor zoo ver het een perfoon is met G o d . in Sakfen. eene onbegrijpelijke en geestelijke. tot 1552te Antwerpen de doodftraffe ondergaan heeft. maar door alle fchepfelen doordringt. I. volgens welke het geene plaats beflaat.

om in zijne landen en gebied zulke fchikkingen omtrent den Godsdienst te maken. meende nu gelegenheid te heb- Protestanten. ten einde men zou beraadflagen. G . Gedeeltelijk de vrees voor den Keizer. maar ook gedeeltelijk het oordeel der Roomschgezinde Vorsten. wiens wapenen in de gevoerde oorlogen meest overwinnende geweest waren.178 K E R K E L I J K E naC. die ten dezen tijde de handen Rijksdag ruimer had gekregen. tot 1552 Keizer KAREL . ben. De naam de met den Paus. deed hij eene Rijksvergadering in het jaar 1529 bijeenkomen.. over de middelen. en van dezelve een ftaatkundig gebruik te mak-en. om de Godsdienstverfchillen in Duitschland te doen eindigen. daarna begaf hij zich naar Zwitferland. Sterk liet de Keizer op dezen Rijksdag. op een Hipte uitvoering van het Plakaat van Worms. als hij zou meenen voor God en den Keizer te kunnen verantwoorden . m zijn gezag en invloed op het Rijk éh de Rijksvorsten onder dit voorwendfel te vermeerderen. die nu reeds 0 ten . en over het regelen van den Godsdienst en het doen ophouden van alle bewegingen omtrent denzelven. Schoon in perfoon nog afwezig te Barcelona. hetwelk men met eenparigeftemmenop de vorige Rijksvergadering genomen had. door zijne Gevolmagtigden aandringen . om de Turken te wederItaan. alwaar h§ Jaari5i7 • in het jaar 1543 overleden is. en op eene herroeping van het befluit. tot dat eene vrije aigemeene Kerkelijke Vergadering alles op eenen vasten en gelijken voet zou gebragt hebben. door het fluiten van den vrete Spiers. dat elk Rijkslid vrijheid zou hebben.

dezelve geoorloofd zou blijven . op welker bijeenkomst men zou aandringen. (zoo noemde men die genen. in te trekken.G E S C H I E D E N I S . dechts met meerderheid van ftemtnen. welke voortgangen de Hervor. tot eene Kerkvergadering . om het voorheen eenparig genomen befluit. in de waagfchaal moesten dellen . het een en ander bewoog de vergadering . of' tot de Euangelifche overgaan — dat men de leer en gezindte der Sacfamentarisfen. met te dijf te dringen om voldoening hunner bezwaren van het Roomfche Hof te bekomen. of de oefening van den Roomfchen Godsdienst verhinderen. — Dat men de Misfe niet zou mogen affchaffen . ) nergens aannemen of leeren zou mogen. alhoewel ZWINGLIUS in zijne fchriften meermalen . 179 ten klaarde inzagen. waar de Euangelifche Godsdienst geoefend werd. 1 M 2 Al . had aangemerkt. met grond. in ons onmiddelijk of krachtdadig w e r k t . hetgeen alleen de Heiligen Geest. als zulks zonder gevaar gefchieden kon. door het woorden de Sacramenten.na < ming maakte. die met ZWINGLIUS van één of gelijk gevoelen waren. in welke het tot hier toe aangenomen was. dat men dezen naam met meer regt zou moeten geven aan de genen. zoodat in dezelve alle verandering in den Godsdienst voldrekt verboden werd dat in andere landen. doch hij zou al eerder afgefchaft worden. dat zij hunnen Godsdienst niet geheel ï™ i5t7« 1552. — en eindelijk: dat de Herdoopers met den dood moesten gedraft worden. die van de Sacramenten verwachten. en daartegen vast te dellen: dat het Plakaat van Worms ten drengde zou worden opgevolgd in die landen.

180

K E R K E L I J K E

na C.
G.
Jaar 15
toe 15

A l ds Rijksvorsten, welke de noodzakelijkheid
der Kerkhervorming kenden , waren , met reden ,
°ogn:en onvergenoegd, dat men een eenparig
genomen befluit naderhand met eene meerderheid
dus herriep, tegen den wil der anders gevoelende
leden, men toonde de onregtvaardigheid en onbeftaanbaarheid hier van met de duidelijkfle redenen
overtuigend aan; ook was niemand dezer Vorsten
zoo onnoozel of zoo luttel bedreven in de fireeken
van het Roomfche H o f , dat hij de belofte, van
fpoedig eene aigemeene Kerkvergadering te zullen
beroepen, in een ander licht befchouwde, dan als
eene kunftenarij, om de gemoederen des volks te
fusfen, nademaal het ligt te bevroeden ftond, dat
eene wettige en vrije Kerkvergadering, vrij van den
invloed van Rome, het laatfte zijn zou, hetwelk de
Paus, in den tegenwoordigen Haat van zaken, zou
toeflaan. Na bij herhaling dit een en ander vergeefs
te hebben herhaald en aangedrongen , deden de
Euangelifche Rijksvorsten eene plegtige betuiging
(Protest,) tegen dit onbillijk befluit aanteekenert
op den XfXden A p r i l , hetwelk zij den XXVften in
openbaren druk gaven, zich verders op den Keizer
en eene aanftaande vrije Kerkvergadering beroepende. Deze dus Protesterende Vorsten waren J A N ,
Keurvorst van Sakfen, G E O R G E , Keurvorst van
Brandenburg , E R N S T en F R A N S , Hertogen van
Lunenburg , FILIPS , Landgraaf van Hesfen , en
W O L F G A N G , Vorst van Anhalt. Bij deze Vorsten
voegden zich verfcheidene vrije Keizerlijke Rijk-sneden, namelijk: Straatsburg, Ulm, Neurenberg-,
t e n

h

Kon-

G E S C H I E D E N I S .

181

Kon/lans , Rottingen , Wtndsheim , Memmingen
na C. G, .
J:'ari5i7.
Landau, Kempten, Heilbron, Weisfenburg, Nordtot 1552.
lingen en St. Gal. Naar dit Protest is de naam
Protestanten gegeven aan alle de Euangelifchen, of
Voorftandcrs der Hervorming, welken zij tot heden
toe behouden hebben.
Zonderling is het oordeel
van L U T H E R , over het befluit der Rijksvergadering
te Spiers, hij meende, dat men het artikel van hetzelve, hetwelk de Sacramentarisfen en Herdoopers
betrof, behoorde aan te nemen ; de Rijksvorsten
waren zich zeiven beter gelijk, en verwierpen ook
dat gedeelte van het befluit, omdat het onbillijk i s ,
iemand, wie hij ook z i j , onverhoord te veroordeelen. Het Protest werd aan den Keizer overgebragt
door een Gezantfchap van wege de Protestanten,
met bijgevoegd aanbod van bijftand tegen de Turken, die toen tot aan Weenen toe waren doorgedrongen. De Keizer, die thans de genegenheid van
den Paus zocht, ontving de Gezanten niet vriendelijk, en toonde zich verftoord, dat deze Vorsten
het Plakaat van Worms en het befluit van Spiers
niet gehoorzaamd hadden, met zware bedreigingen,
indien zij bij hunne ongehoorzaamheid bleven volharden. — De Protestantfche Vorsten, door dit alles, de gezindheden des Keizers ontdekt hebbende,
waren van toen af bedacht, om zich tegen hem in
veiligheid te ftellen, doch konden met malkanderen
niet eens worden , fchoon zij verfcheidene bijeenkomften hielden te Roth, Neurenberg en op andere
plaatfen, tot het hun eindelijk te Smalkalden gelukte , gelijk wij zien zullen. De reden hier van was,
M 3
dat

1S2

K E R K E L I J K E

dat LUTHER. en die alle geweldige maatregelen omlams*?
• raadden, en bijzonder dat hij in allen gevalle de
tot 1552
zoogenoemde Sacramentarisfen van deze vereeniging
wilde uitgefloten hebben.
tiaC. G

Bijzondc re bewaring van
«IM. GRÏ •

De bijzondere bewaring van SIMON

GRYN^EUS ,

welke, bij gelegenheid van dezen Rijksdag, te Spiers
gebeurde, is te merkwaardig, dan dat zij hier niet
kortelijk zou verhaald worden,

SIMON GRYN/EUS

was, federt het jaar 1523, Hoogleeraar in de Griek,
fche Taal te Heidelberg, een groot vriend der Hervormers, bijzonder van MELANCHTHON.
Hij bevond zich in dit jaar 1529 , bij gelegenheid van den
Rijksdag, te Spiers. Eenmaal hoorde hij hier F A E E R , naderhand Bisfchop van Weenen, prediken;
en GRYN^EUS nam de vrijheid, hem, doch op eene
befcheidene wijze, over fommige grove misdagen in
deze Kerkreden aan te fpreken.
FABER merkende, dat hij zich niet zou kunnen verdedigen, veinsde thans geen' tijd te hebben, maar vraagt
vriendelijk naar 's mans naam, en deze vindt geene
zwarigheid, om te zeggen, dat hij GRYN^EUS is.
FABER verzoekt hem daarop 's anderen daags op
zeker u u r , hetwelk hij bepaalt, bij hem te komen, opdat zij over zaken van zoo veel aanbelang
breeder mogten fpreken, alles onder vriendfchappelijke betuigingen. Doch nu willen wij MELANCHT H O N , van wien wij het verhaal hebben (*), zel1

1 veu hooren ;

GRYN/EUS kwam van FABER

re-

gel(*) Cmménf. ad Cap. X . Daniël. Opp. Tom. H ,
fal. 476.

G E S C H I E D E N I S .

183

gelregt bij ons. Naauwelijks had hij plaats aan ta- n: C. G .
fel genomen, want het was etenstijd , en mij en J* arisijr.
den anderen een gedeelte van het gefprek verhaald, _ t 1552toen i k , aan tafel zittende, fchielijk uit de kamer
geroepen werd. Daar was, ik weet niet welk , een
grijsaard, die eene zonderlinge deftigheid in zijn
wezen, fpreken en kleeding vertoonde, zonder dat
ik ooit heb kunnen te weten komen, wie hij w a s ,
deze mij aanfprekende verhaalde, dat op ftond de
geregtsdienaars aan onze herberg zouden wezen ,
op last van den Koning ( F E R D I N A N D , ) om G R Y >
N i E u s mede te nemen, dien F A B E R bij den Koning
aangeklaagd had. Hij gebood hem terftond de ftad
te verlaten, en ons vermaande h i j , om toch niet te
talmen. Dit gezegd hebbende groette de oude man
mij, en ging."
, , lk ga naar binnen bij de vrienden, en vertel,
welke boodfchap de grijsaard gebragt had. Op
ftaande voet nemen wij G R Y N / E U S in ons midden ,
en geleiden hem over de openbare ftraat naar den
Rhyn, waar wij op den oever zoo lang bleven
ftaan, tot dat G R Y N < E U S , met zijnen Reisgenoot,
in een klein fchuitje was overgevaren. Vervolgens
wedergekeerd in onze herberg, verftonden wij , dat
de geregtsdienaars daar dadelijk geweest waren, een
oogenblik flechts , nadat wij uit het huis gegaan
waren."
„ In hoe groot gevaar G R Y N ^ E U S geweest zou
zijn," vervolgt M E L A N C H T H O N , „ indien hij in
hechtenis genomen was, kon men gemakkelijk beM 4
Hui-

4
K E R K E L I J K E
na C.
G.
fluiten
uit
de
wreedheid
van FABER (•). Wij dach.
Jaari*
tot i< 7;ten om die reden, dat zijn wreed oogmerk door
- God te leur gefield was. E n hoewel ik niet kan
zeggen, wie die waarfchuwende grijsaard geweest
ft, de geregtsdienaars maakten zoo grooten haast,
l 8

5

hy met door Engelen beveiligd ware geweest »
„ Hoe het z i j , dat de zaak gebeurd i s ,
als
Jk verhaald heb, is zeker,
weten fommige goede
heden, die tegenwoordig geweest en nog in leven
W-, Laat ons derhalve God danken, die ons zijne
Engelen tot wachters geeft, en laat ons met des
te geruster harten de pligten van ons beroep waarnemen."
z

o

o

e n

1

1

BijeenDoch wij keeren van dezen buitentrap terug. De
komst te
Marburg .Landgraaf van Hesfen, FILIPS de Grootmoedige

zag, m den tegenwoordigen toeftand van zaken
de verfchillen der Hervormers onderling kommerlijk
m, en wenschte, zoo het mogelijk ware, dezelve
weg te nemen, opdat door deze tweedragt de aoede
zaak der Hervorming niet verloren mogte^ gaan.* Hij
fchreef bij herhaling aan den Keurvorst van Sakfen
om d.en te doen opmerken, dat het leer/tuk over
het Avondmaal niet van zoo groot aanbelang ware
als de andere leerftukken, in welken men overeenkwam; en Helde een mondgefprek voor tusfchen de
voornaamfte Godgeleerden van weerskanten , niet
om
(*) Wij hebben daar van hier voor een ftaaitfe ce
zien Bladz. 173.
h

G E S C H I E D E N I S .

185

om den twist te beflisfen, maar te bemiddelen en ia C. G,
tot broederlijke eensgezindheid te herbrengen. Dit [aari5i7«
:ot 1552.
gefprek werd ook werkelijk in het jaar 1529 gehouden te Marburg -, alwaar van de eene zijde L U THER ,

MELANCHTHON ,

en

JUSTUS

JONAS

van

Wittemberg, A N D R E A S O S I A N D E R van Neurenberg,
en J O A N N E S E R E N T I U S van Halle verfchenen , en
van de andere zijde Z W I N G L I U S van Zurich, O E C O L A M P A D I U S van Bazel,
B U C E R U S en H E D I O N van
Straatsburg.
Men kon ondertusfchen van voren
reeds opmaken, hoe weinig men van deze onderhandeling zou te verwachten hebben, daar L U T H E R
zelve in eenen Brief aan den Landgraaf te kennen
gaf, dat hij volfirekt van zijn gevoelen niet zou afgaan, dewijl hij de zaak van alle kanten overwogen
en zoo dikwijls ter toetfe gebragt had; ook begreep
L U T H E R , dat men onzijdige Regters behoorde te
verkiezen, die, na de redenen van deze en gene
zijde gehoord te hebben, uitfpraak konden doen;
waartoe hij voorfloeg , dat men eenige verftandige
Roomschgezinden zou kunnen verkiezen. Ook wilde L U T H E R volftrekt niet dulden, dat C A R E L S T A D ,
hoe zeer deze zulks verzocht, mede tot deze bijeenkomst zou toegelaten worden. Uit al hetwelk
men genoeg voorzien kon, dat de partijen te zeer
vooringenomen waren , om malkanderen te kunnen
verftaan. Daar Z W I N G L I U S door fommigen befchuldigd werd, van onregtzinnigheid omtrent de leere
der Drieëenheid, de kracht van Gods woord, de
erfzonde enz. wilde L U T H E R ook eerst over deze
punten handelen, maar Z W I N G L I U S verklaarde zich
M 5
. '
t e r

ï86

K E R K E L I J K E

m C . G. terdond zoo overtuigend en klaarblijkelijk, dat hij
Jaarisi; •in deze Hukken, wat de zaken betrof, niets van de
tot 1552

overige Proteftanten verfchilde, ten zij misfchien in
het gebruik van een of ander woord, of in de wijze van voordel, dat het L U T H E R zeiven voldoende
voorkwam. Maar in het Huk van het Avondmaal,
waarom men eigenlijk was bijeengekomen, kon men
malkanderen niet vinden. Men drong van de eene
zijde daarop aan, dat J E Z U S zelve gezegd heeft, dat
het vleesch geen nut doet; dat het ware ligchaam
van C H R I S T U S nergens anders kan zijn dan in den
hemel, en niet op twee of meer plaatfen te gelijk ;
eindelijk, dat de Kerkvaders, en voornamelijk A U G U S T I N U S , de woorden der inflelling van een geestelijk eten en drinken verdaan hebben. Op het eerde zeide L U T H E R ,

dat

CHRISTUS,

zeggende,

dat

het vleesch geen nut doet, niet fpreekt van zijn
vleesch, veel min van zijn vleesch in het Sacrament
aes Avondmaals, maar van een grof en vleefchelijk
rerHaan van zijne woorden ; op het tweede antwoordde h i j , dat God zijn ligchaam kon Hellen,
lat het niet in eene plaats was, gelijk ook de
Schoolleeraars beweerden, hetwelk hij niet kon ververpen : dat één en hetzelfde ligchaam te gelijk in
1•erfcheidene plaatfen zijn kan, alhoewel hij vervolJ;ens toegaf, dat het ligchaam van C H R I S T U S niet
I egenwoordig was, als in eene plaats, waar uit O E ( : O L A M P A D I U S beflóot, dat het derhalve niet IigchaI nelijk tegenwoordig zij. Op het derde gaf L U T H E R
I eheel geen antwoord , maar herhaalde Hechts de
\ /oorden van J E Z U S : Dit is mijn ligchaam, zeggen-

£ari5i7. G. dat hij hen door zijnen geest in het ware gevoelen wilde bevestigen. over den Doop om dit geloof te werken en te . beide I partijen zouden malkanderen wederzijdfche liefde be'. dat CHRISTUS ge. dat de ] Heilige Geest gewonelijk het geloof werkt door hét woord. zegd heeft: dit is mijn ligchaam! Da kan der _ Teufel nicht fur. zelfs kon L U . als men God vlijtig bade. zoodat men malkanderen I alle wederzijdfche dienften zoude bewijzen. men . was het onderling over de volgende Artikelen eens. LUTHER vert klaarde openlijk in eene Kerkrede. toonen. t 1552. aan te nemen of hun de zijne toe te reiI ken. 187 C." De uitflag van deze bijeenkomst was dus.m L kent. Te weten. maar evenwel eene goe3 de vriendelijke eendragt. over het geloof. ja dat t het nog wel eene broederlijke vereeniging zou worI den. Ifende: „ Ik betwiste niet of is kan zeggen.T H E R niet van zich verkrijgen de hand van broeiderfchap. elk bleef bij zijne meening. eene gave van I G o d . betee. de menschwording . zoo veel elk in gemoede in ftaat zou zijn. het lijden en de verdienden van CHRISTUS.G E S C H I E D E N I S . de vergeving van deze en andere zonden alleen door het geloof in CHRISTUS . gelijk men vooraf had kunnen ver>wachten. over het regtvaardigmakende geloof. dat de zaak niet i| hopeloos ftond. dat er wel geene broederlijke ver>| eeniging tusfchen hen was. maar ik ben te vrede. over de erfzonde. > en God bidden. Evenwel fcbeidde men als vrienden . welke de Zwitferfche Godgeleerden hem [ aanboden. die voor ons geftorven i s . i welke ook door de beide partijen onderteekend wer: den : Over de Drie eenheid .

indien zij I net voor het ongenoegen van hun volk gevreesd P had- . of ter zijde gezet kunnen worden.K E R K E L IJ K E 1 8 8 tA C. en deze nuttigheid hebbe. dat de Zmtrert hun gevoelen in alle andere artikelen had1 len veranderd. over het geloof ais het beginfel der Jaar is goede werken na onze regtvaardigmaking en heilig. dat het de zwak „ ke gewetens opwekt tot geloof en liefde door den „ Heiligen Geest. indien zich niet eene be mettelijke ziekte te Marburg geopenbaard had welke men Het Engelfche . dat Kerkelijke Overlevenngen. " k a e l v e vooral noodzakelijk » z « . G." t o t d a t d e d e g e £ S t e h j k e t e n v a Men zou misfehien deze bijeenkomst niet zoo fpoedtg hebben afgebroken . . Overheid en Burgerlijke orde goed en noodig z i j .te yetfterken.making. om ergernisfen te weren. 15. gelijk gewonelijk. HENDRIK n o e m d e o m d a t VII het eerst ont- Ondertusfchen. Eindelijk Jet men in het Avondmaal de beide gedaanten van brood en wijn toe. maar nogtans nnttig zij. z w e e t in Engeland onder ftaan was. voor zoo ver zij „iet ftrijdig zijn met Gods woord. vnj waargenomen. . dat zij zulks ook zouden gedaan ] lebben ten opzigte van het Avondmaal. terwijl men Mis verwierp voorts kwam men overeen: „ dat het Sacrament" „ des Altaars is het Sacrament van het waarachtige ligchaam en bloed van CHRISTUS . L U T H F R en U E L A N C H T H O N fchreven in hunne Brieven. ter" wijl ZIJ beide bij hun gevoelen bleven. dat de Oorbiecht niet noodzakelijk. zoo roemden ook hier beide de partijen o de overwinning. en dat het " .

zoo zelfs. te vereffenen. Augsburgfche Geloofsbelijdenis . en bij dezen Vorst in groote gunst. dan met betuiging. en in het volgende jaar 1527 de Hoogefchool te Marburg opgerigr. [aan 517. dat de Landgraaf F I L I P S van Hesfen de waarheid van het gevoelen van Z W I N G L I U S federt beleden'heeft. Deze L A M B E R T van Avignon. dat hij ten aanzien van het artikel over het Heilig Avondmaal niet voldaan was. maar dit integendeel is zeker. en daarna in een mondgefprek met den Paus K L E M E N S te Bologna verbonden had. den Godsdienst betreffende. Ook bleek I .G E S C H I E D E N I S . bij den vrede met F R A N COIS I . A M B E R T van Avignon federt meer genegen te zijn geworden voor dit gevoelen. iSo" hadden. terwijl de Paus de overige Christen-Vorsten zou opwekken. :ot 1552. dat hij de Augsburgfche Geloofsbelijdenis niet wilde onderteekenen. G . LAMBERT van Avignon Hervormer vanllesfenland. die z i c h . opdat de Ketters tot den regten weg terug gebragt zouden worden . een Fransch Godgeleerde. dat hij en zijn Broeder F E R D I N A N D alles zouden aanwenden. Koning van Frankryk. gelijk hij bijzonder met den Paus was overeengekomen. terwijl de Paus de Kerkelijke hulpmiddelen zou gebruiken. was aan den Landgraaf F I L I P S door de Zwitferfche en Sakfifche Godgeleerden ten fterkfte aangeprezen. De Keizer. dat hij en F E R D I N A N D hen door de wapenen zouden dwingen. om de zaken. waarvan echter geen blijk bekend i s . om hen daar in naar ver- ia C . en bijaldien de Ketters hardnekkig bleven. Met" zijn behulp en beftuur was de Hervorming in Hesfen door den Landgraaf F I L I P S in het jaar 1526 gelukkig begonnen en voltooid.

verltand en vermogens een altijddurend verdediger zijn zoude van de Pausfelijke waardigheid en de Roomfche Kerk. Deze Artikelen maakten den grondflag uit van de Augsburgfche Geloofsbelijdenis. gelijk M E L A N C H T H O N over het . welke aan L U T H E R gezonden en door denzelven goedgekeurd werden. L U T H E R . gaf de Keurvorst van Sakfen last aan de Wittem* bergfche Godgeleerden. befloot ten dien einde na C. ten dien einde.190 K E R K E L I J K E ï. Hier werden door L U T H E R XVII artikelen opgefteld en aan den Keurvorst overgeleverd. maar deze was door den Paus. hoewel hij wist. om een ontwerp eener Geloofsbelijdenis op te ftellen. alwaar hij eenen tot 155 "Rijksdag had uitgefchreven tegen de maand Junij des jaars 1530. en rekenfchap van hun geloof te geven. om op denzelven hunne Geloofsbelijdenis in te leveren. en met nog andere Artikelen vermeerderd. had ook bij die gelegenheid bij eede beloofd: dat hij met alle krachten. Zij werden door M E L A N C H T H O N nagezien. in den ftijl befchaafd. naar Torgau ontboden had. De Keizer die in liet jaar 1529 plegtig door den Paus te Rome gekroond was. welke hij. dat er fommige dingen voorbijgegaan en andere verzacht waren. 7 Op het ontvangen van des Keizers aanfehrijving. ( Jaari5i ' zelve naar Duitschland te komen. welke onder den naam der Torgaufche Artikelen bekend zijn. P O M E R A N U S en M E L A N C H T H O N . met bevel aan de Protestanten. vermogen behulpzaam te zijn. volftrekt afgeflagen. onder allerhande voorvvendfels. Hij zelve had wel ten fterkfte bij den Paus aangedrongen op eene aigemeene Kerkvergadering. J U S T U S J O N A S .

ten einde geweld met geweld te keeren. Vorst van Anhalt. dat de predikers van beide partijen zouden aflaten van prediken. die zich van alle geweldige middelen in de zaak van den Godsdienst afkeeiig verklaarde. volgens het Plakaat van Worms. het eerst aankwam. J0NA . hetwelk tot hier toe te Augsburg gefchied was. en de Vorsten begaven zich vervolgens naar Augsburg. tot . in welka zij raadpleegden. onder weg te Coburg gebleven. en de Godgeleerden MELANCHTHON . FRANS.G E S C H I E D E N I S . Drie dagen achter een werd nu in de volle vergadering getwist. 191 het geheel fchroomvalliger van imborst was dan na C G ._ fche Vorsten maakten. alwaar hij genoeg bij de hand was. om hem raad te kunnen plegen. eindelijk befloot men. zijnde L U T H E R . t Hertog van Lunenburg. alwaar J A N . Vervolgens kwam de Landgraaf FILIPS . om alle Euangetifchen geheel uit te roeijen. |o nsir- 1552. die met ongemeene pracht zijne intrede hield. Op de voorltellen echter van L U T H E R . Behalve deze fchikkingen . omdat h i j . Keurvorst van Sakfen. of men zich niet behoorde te wapenen . en aandrong. hielden zij ook verfcheidene bijeenkomiten. over het prediken der Protestanten. en den XVden Junij Keizer KAREL zelve. WOLFGANG . dewijl het gerucht zich meer en meer verfpreidde van des Keizers oogmerken. verzeld van zijnen zoon JAN FREDERIK. SPALATINUS d l ISLE- BIUS . welke de Protestant. LUTHER. zette men deze raadplegingen ter zijde. in den Rijksban was. dat men op God vertrouwen en hem de bewaring van den Godsdienst aanbevolen laten moest.

ter hand z o u ge. dat men dit laatfte punt het eerst z o u afhandelen. ftelde de Keizer twee hoofdpunten ter behandeling v o o r . D e vergadering bepaald hebbende.m K E R K E L I J K E na C . die ' zonder verfmading van eene der zouden prediken. reld w o r d e n . evenwel voor- af zijn geloof aangaande de M i s verklaard hebbende. dat het gefchrift h e m . en dat alleen fommigen van hen bij de M i s tegenwoordig w a r e n . na Keizer. met zijne Bondgenoo' ten hunne Geloofsbelijdenis en hun gevoelen omtrent het verbeteren overleveren. hetwelk zij eetst den Apologie zouden daarna. N a het openen der vergadering. zonder v o o r l e z i n g . C . den 2 4 flen der Dit Junij. tot I552 • f i e l d . de voorlezing gefchied- . maar dat de Keizer lieden verkiezen z o u . werd toegedaan . tot dat er iets omtrent den Godsdienst was vastgeJaari5i. doch zoo dat de Protestanten den gemelden dag niet vierden. misbruiken fchriftelijk deden z i j . terwijl de M i s gevierd bij den K e i z e r . dat de Keurvorst van Sakfin beval de K e i z e r . om hetzelve openlijk der ver- gadering voor te lezen. den Turk- fichen oorlog en de verfchillen over den Godsdienst. tegenkanting van den Hetwelk hun . eenige die w i l d e . uit hoofde van hun ambt. partijen intusfchen E c h t e r werd de Sacramentsdag plegtig gevierd en de M i s gehouden. zijne bediening waar N A A M A N de Syriër D u s nam de z e l v e . Keurvorst van Sakfin w e r d . o f Verantwoording gaven. gelijk bij zijnen K o n i n g . vier door een dagen gefchrift in het en H o o g d u i t s c h . Zij verzochten v r i j h e i d . Latijn naam van maar hetwelk naderhand zoo bekend is geworden onder den naam van Confesfie o f Geloofsbelijdenis van Augsburg.

dezelve. Keur- vorst van Sakfen. bij welke gelegenheid J A N . die voor den G o d s . zonder zijne Voorkennis. i n de Hoogduitfche Taal. hetwelk ftond. niet drukken o f verfpreiden z o u . hoe zeer de Keizer bevolen h a d . ten einde 'hunne gevoelens verdaan. 193 fchiedde des anderen daags den 2 d e n Junij na den n i C . De dille V o r s t e n hoorden aandacht Eenigen reeds vonden deze Geloofsbelijdenis met en gevestigde opmerking v o o r l e z e n zich aangenomene daardoor gevoelens . die dus lang weinig o f geen begrip hadden van LUTHERS d e l l i n g e n .G E S C H I E D E N I S .V dienst bedemd w a s . deze merkwaardige woorden den Keizer fprak: nis. op deze te niet v e r z u i m - wijze werd deze HoGe- loofsbelijdenis al fpoedig overal b e k e n d . met opene deuren. O. aan hunne te verzenden. tot „ D i t is mijne Geloofsbelijde- waarvan ik geen nagelbreedte w i l afwijken. N »1< >t 1552* . door bergvolk. verderkt i n fommigen hunne donden verbaasd. voorlezing werden de beide affchriften N a de aan den K e i - zer overgegeven. ven over dezelve ook de Afgezanten elk i n zijne taal . werden niet H E R V . " D e Keizer deelde dezelve aan de voornaamde Koningen van Europa mede. dat men dezelve. zoo als G o d w i l . en een paar honderd menfchen . gelijk den . het ga er mij o m . door CHRISTI- AAN BAYERUS. terwijl GEORGIUS PONTANUS het Lati'mfche affchrift i n de hand h i e l d . bevatten k o n . Kanfelier van den K e u r v o r s t . en anderen. I. voor den Keizer en al de Rijksvors- ten en Stenden. 5 middag in de zaal des K e i z e r s . gehoord dat de voorlezing ook i n menigte en verdaan buiten de zaal kon worden. met eene zoo luide en heldere ftem.

" Bij de raadpleging over de voorgelezene en overgeleverde Geloofsbelijdenis. welk verzoek. dat dit alles van een arm Monnikje voortkwam. en den 3den Augustus openlijk voorgelezen . die dienen konden . • fchepten. De Protestanten verzochten een affchrift van dit antwoord . Zoodanige wederlegging werd dan opgefteld door J A N F A B E R . Merkwaardig was het zeggen van den Kardinaal van Saltzburg: dat de eifehen der Protestanten niet kwaad of onbillijk waren. en deze. aan de Protestanten zou voorgelezen worden. om deze twisten over den Godsdienst fleepende te houden. in het antwoord vervat.K>4 K E R K E L I J K E na C. waarop de Keizer van de Protestanten eischte. dat men bij het befluit van Worms ftandvastig blijven en de ongehoorzamen met de wapenen bedwingen moest. anderen begeerden. maar dat men niet verdragen moest. dat er eene wederlegging der Belijdenis opgefleld. dreven fommige leden der vergadering. daarenboven . genoegen in derzelver eentot 155^ ' voudigheid en zuiverheid. hun geweigerd werd. en zich aan de leerilellingen. CONR. door den Keizer goedgekeurd zijnde. WIMPINA enz. JOANNES COCHLAEUS .. C!. opdat de Keizer volgens derzelver beoordeeling de uitfpraak zou kunnen doen. hoe billijk ook. dat men de Belijdenis door geleerde mannen behoorde te laten onderzoeken. ook verbood de Keizer de uitgave van eenige nieuwe fchriften of verklaringen. Hiermede echter kon hij de Protestanten niet . dat zij hier in berusten. alleen overtuigd van derzelver fchadeloosheid. gedragen zouden. ma&r Jaarisi. Het befluit was. naderhand Bisfchop van Weenen. JAN E C K .

J »t 155a. genwerpingen. alzoo dezelve algemeen bekend i s . vertrok de Landgraaf van Hesfen heimelijk bij nacht naar zijne Staten. den inhoud der Augsburgfche Geloofsbelijdenis hier te plaatfen. doch door denzelven van de hand gewezen werd. Alzoo alle hoop op vrede of vereeniging. hetwelk naderhand in het jaar 1580 gevoegd is bij de Sijmbolifche Boeken der Lutherfche Kerk. X X I van welken de gevoelens der Protestanten aangaande den Godsdienst voordellen . M E L A N C H T H O N wederleide in een uitmuntend vertoog. werd echter daardoor bewogen. Zij behelst XXVIII Hoofdftukken. en M E L A N C H T H O N werkte zijn antwoord naar die uitgave breeder uit. larisi?. 195 niet tot zwijgen brengen. hoewel dit vertrek zeer kwalijk nemende. en gaf het in het jaar 1531 in het licht.G E S C H I E D E N I S . G . door de gemelde uitfpraak des Keizers fcheen afgefneden te zijn. als een Geloofsregel door de Lutherfche of Euangelifche Kerken aangenomen en erkend.i C . innerden zich uit hun geheugen de bewijzen en te. door F A B E R en die bijgebragt. om zachter met de andere Protestantfche Vorsten te N 2 han* . Het zal niet noodig zijn. welke . de VII overige geven een berigt van de dwalingen en bijgeloovigheden der Roomfche Kerk. den zwakken toedand van zijne Gemalin tot reden van zijn vertrek voorWendende. onder den titel van Verdediging van de Augsburgfche Geloofsbelijdenis. Het gefchrift van F A B E R werd naderhand in het Latijn uitgegeven. hetwelk den XXIIden September aan den Keizer aangeboden.n. Hunne Godgeleerden her. de Keizer.

iets van zijne waar bij elke partij eifchen z o u afftaan . twee V o r s t e n . z o o dat men op voordel van fommigefe Jaan 5 befloot. eerst fcheen MELANCH- SCHNEPFIUS. de beide gedaanten brood en wijn i n het A v o n d m a a l . lijk. alzoo men i n verfcheidene artikelen van wederzijde iets toegaf. z o u zeggen. gaven de Protestanten dat m e n . kon men In hope van de ver- eeniging ligter te m a k e n . en van de andere zijde X>ON- . maakt vormelijk. opdat des Rijks dus de rust en vrede mogt behouden Men verkoos tot deze onderhandelingen van elke blijven. het der Geestelijken. In het men i n de onderhandelingen van den X V I d e n tot den XXIften Augustus eikanderen nader te k o m e n . zelfs i n het voorname van de regtvaardigmaking. om door nadere onderhandeling te beproetot 15 _ ' v e n . met weglating van het woordje alleen door het geloof. partij zeven Afgevaardigden . G handelen. de Godgeleerden van de Roomfche en COCHLAEUS. alleen.) cramenten. (Inftrumentaliter. twee Regtsgeleerden en drie Godgeleerden. werden de verdere handelingen door toe. o f men op redelijke voorwaarden eene overeenkomst z o u kunnen treffen. genadigd punt onder- drie gemagtigden van elke zijde voortgezet.ÏOÖ K E R K E L I J K E na C . van partij waren W Ï M P I N A . huwelijk (formaliter. dat de verge- v i n g der zonden gefchiedde door de genade. zijnde van de eene zijde de Karifeliers v a n Keulen en Baden met E C K . E C K de Protestanten T H O N .) die be- en midde- door het woord en de Sa- doch i n de punten over de M i s . B R E N T 1 U S en E B E R H . van de Monnikenge- loften en het regtsgebied der Bisfchoppen het geheel niet eens worden.

197 FONTANUS en H E L L E R met M E L A N C H T H O N .G E S C H I E D E N I S . van welke wij gefproken hebben. en zich ten beste aan den Keizer aanbevelende. N 3 en . om de Protestantfche Vorsten door bedreigingen en beloften te bewegen . ot 1553* den laatften Augustus. Het laatfte werd ongelukkig door den Keizer verkozen.de zaak befliste. welke de Keizer weigerde aan te nemen. hunne zaak aan God overgevende . tot den fchoot der Kerke weder te keeren. en zelfs Augsburg. N a nogmaals vruchteloos beproefd te hebben. De fteden Ulm. liet hij eindelijk zijn befluit in de vergadering voordellen. weigerden insgelijks in des Keizers befluit te berusten. de vergadering verlieten en t'huiswaarts keerden. G . dat zij inmiddels den Roomfchen Godsdienst zouden herftellen. doch [ a C . dan dat men aan de verfchillenden van gevoelen eene volkomene vrijheid van denken overliet. Daar nu bleek. ook deze onderhandelingen eindigden vruchteloos op 1aan 517. onder voorwaarde. waarin onder anderen gezegd werd. Halle. waar op z i j . of dat men door gezag. Frankfort. was er niets overig. dat men door onderhandelingen niet overeen kon komen. De Protestanten verzochten ook nn weder te vergeefs om een affchrift van des Keizers befluit. niettegenftaande deze laatfte ltad eene iterke Keizerlijke bezetting op den hals had. en hun even vruchteloos eene Kerkvergadering te hebben aangeboden. en bij deze gelegenheid bood PONTANUS de verdediging der voorheen overgeleverde belijdenis aan den Keizer aan. dat de leer der Protestanten genoegzaam wederlegd was door het gezag der Schrift.

. „ die het Pausfelijk juk hadden afgefchud . maar wel eene wederlegging der- zelve door E C K en F A B E R . werd niet voorgelezen. Mem- door KASPAR H E D I O eene andere Tetrapolitaanfche of de Ge- der vier fteden genoemd. Dewijl in dezelve eenigzins dubbelzinnig gefproken werd van de ligchameujke tegenwoordigheid van C H R I S T U S in het . Deze fteden verfchilden met de overige Protestanten in het leerftuk van het Avondmaal." Ten lijdenis zelfden tijde als de Augsburgfche Geloofsbe- bij den Rijksdag werd ingeleverd. B U CERUS. en niet alleen van de Protestanten. Deze belijdenis. in welke Rijksdagen gehouden werden. tot „ de zamenkomst van eene aigemeene Kerkvergade„ ring. tot hun- „ nen pligt en verbindtenis aan Rome wederkeeren. gelijk de fteden gewoon tot 1552 waren te doen .198 K E R K E L I J K E aa C.) aangeboden. ook van verfcheidene Roomschgezinden maar als een mees- terftuk van welfprekendheid werd aangezien. als den voorftander en befchermer der Kerk. Na het vertrek der Protestant fche Rijksleden werd op den joden September het volgende kondigd: befluit afge- „ dat alle Vorsten. . die opgefteld was door M A R T . op ftraffe van het misnoegen en de wraak „ des Keizers. Staten en Steden. waar tegen deze fteden eene verantwoording in het licht gaven. en alles in den ouden ftaat herftellen zouden. (de loofsbelijdenis Konftans. Jaari5i7 ner ftad te bekrachtigen. omtrent hetwelk zij meer neigden tot het gevoelen van ZWINGLIUS. werd in naam der vier fteden Straatsburg. mingen en Lindau Geloofsbelijdenis. G en de befl uiten der vergadering met het zegel hun.

dezelve te onderteekenen. aan de Bisfchoppen de gehoorzaamheid enhunregtsN 4 * 7 Ld. en ligtelijk kon opgelost worden. zoodat men de woorden zoo weina' Z. zoodat men verhaalt dat zekere bijeenkomst tegen hem gezegd zal hebben 8 Uwe befcheidenheid. in den Sakfifchen als Zwitferfchen zin kon verklap 1552* ren. dat lm in e 'p nt over het regtsgebied der Bisfchoppen volftrekt niet meer toe zou geven. G i •1517. in welken hij onder anderen fehrijft: dat de Protestanten in geen leerftuk van de Roomschgezinden verfchilden. « L I P P U S . hebben uwe• goeds gedaan. maar deze Hervormer zond zijne «gene Geloofsbelijdenis aan den Keizer in zijnen «genen naam. waar over hij ook door L U T H E R en anderen berispt is gewoffd n ja men verbood hem uitdrukkelijk.G E S C H I E D E N I S . dat B U C E R U S des niet te min naderhand.<. had Z W I N G L I U S geweigerd. \ Bii deze geheele gebeurtenis gedroeg zich M E L A N C H T H O N met de hoogfte befcheidenheid en infchikkelijkheid. g e . te Smalkalden de Augsburgfche Confesfie en M E L A N C H T H O N S verdediging van dezelve met zijnen naam onderteekend heeft. in het jaar . Dit ondertusfchen verdient opmerking. dat het verfchil zich enkel bepaalde tot bijplegtigheden.» Sommigen echter hebben geoordat M E L A N C H T H O N in een en ander opzig z ch al te befchroomd gedragen hebbe. m «et Avondmaal. als men wederzijds wat wist te geven en te nemen. Daar is zelfs een Brief van M E L A N C H T H O N aan den Kardinaal C A M P E G G I O . ook dat het den Protestanten betaamde. en de welfprekendheid van P O N T A N U S .

en den ftaat der Pausfelijke K e r k met levendige kleuren aflchildert. F R E D E R I K . <ï. verwachtte dezen Rijksdag van het omtrent de blijkt uit eene geestige PanIQ- . z i j . ontkennen regt. gebied weder te geven. gelijk nie- m a n d .*0ö K E R K E L I J K E M a a r hier omtrent heeft na C . Zeer hoog is de a c h t i n g . Keulen. werden van de Aartsbisfchop v a n G r a a f en kort daarna Keurvorst JOACHIM ERICH . nenburg en andere ten dezen tijde de Hervorming. met alle in deze hoogach- ting te v e r . van Brandenburg. als zij beweerden. Jaari5i £ M E L A N C H T H O N z i c h naderhand verdedigd. niettegenftaande dat zij van vijanden het befluit der vergadering. dan aan de leer v a n deze Geloofsbelijdenis. geheel anders was de gezindheid van L U T H E R . welke Geloofsbelijdenis verworven heeft. voorftanders H e r v o r m i n g . Deze Belijdenis had ook bij fommigen die uitwerking. Vooregang der Hervorming. ja be- wanneer zij- verklaarden . op Protestanten genomen. Wat men over het algemeen geweldig b e f l u i t . I I . naderhand Keurvorst Hertog van Brunswyk. de Augsbugfche e n . E v e n w e l gingen fommigen k a n . H o e het '55 . d i e . zonder der Euangeliewaarhcid . liever te willen twijfelen aan de leer van den Apostel P A U L U S z e i v e n . z o o als H E R M A N . ftaande de Rijksvergadering. dat men in dezelve niet ééne letter z o u mogen nadeeling veranderen. een werkje te Co- Vermaning aan die van de vergaderd op de vergadering te in hetwelk hij de zaak der Hervorming verdedigt. burg in het licht gaf: Theologifche Orde. Augsburg. der zaken k u n d i g . van den Paltz. ook omhelsden de fteden Lubek. Gottingen en Lu.

die eene menigte brandhout. deze fcheen ten uiterfte verbaasd. met een komfoor met vuur in de hand . om de houten regelmatig op eenen hoop te leggen. om een klein Tooneelfpel voor hen te mogen vertoonen. Eindelijk verfcheen er een vijfde perfoon. het jaar 1530 in tegenwoordigheid van den Keizer F : 1552. als de Keizer gekleed. toen eenige lieden verlof verzochten. Een vierde. dat te Augsburg in na C. Op zijn' rug was de naam R E U C H L I N gefchreven. kort en lang. trad op. Een derde verfcheen. dat hij den houtftapel zag branden. G . vertoond zal zijn. en na vele vergeeffche pogingen . met de driedubbelde kroon op het hoofd. in de kleeding van den Paus. en verliet verders het vertrek. Op zijn' rug ftond K A R E L V . (Leeraar in de Godgeleerdheid. en welke de Gefchiedenis der Her. N 5 e n . onder den arm droeg. wanneer zich op zijn' rug de naam E R A S M U S vertoonde. „ De Keizer zat met verfcheidene Vorsten aan de tafej. floeg er met het zwaard i n ._ vorming zeer juist verbeeldde.) die zich veel moeite gaf. krom en regt. Hij werd toornig en liep boos heen. wegging. N a dezen kwam een andere Doctor. Eerst verfcheen er een oud man in een' doctralen mantel. als een Augustijner Monnik gekleed. Op zijn' rug ftond de naam L U T H E R . verdrietig het hoofd fchuddende. tot het in volle vlam was. welke men verhaalt. waardoor hij echter de vlam flechts te meer aan alle kanten verfpreidde. blies het vuur aan . het op de haardltede wierp en toen heenging. D E N I S . fcheen vertoornd over den brandenden houtftapel. 201 lemime. deze ftak den hoop houten in brand.G E S C H I E .

ten einde zich te der Protestanten verzekeren tegen de gevolgen van het voor hen na» te Smal. waardoor de vlam zoo hoog opvloog. IS5J ' ziende. 188. tot die Gedenkwaard. (*) MULLER . na de Rijksvergadering te Augsburg." Verbond De Protestanten ondertusfchen. en daarna te Frankfort bijeen. uit de Gefck. om den brand te blusfchen. vooreerst: of men den Godsdienst tegen den Keizer met magt behoorde te verdedigen? en in de tweede plaats: O f men in het verbond ook die genen zou ontvangen. en Vermaning aan zijne geliefde Duitfchers. In deze gefchriften wederleide hij het Plakaat. C l. In zijne drift greep hij de flesch met olie. kwamen in het jaar kalden. de andere vol water. LUTHER had reeds eene en andere verhandeling ter verdediging van de zaak der Protestanten uitgegeven: Aanmerkingen op hes Plakaat. '• noegen deswegens. en deze goot hij in het vuur. en vermaande de Duitfchers. der Kerk' hervorming I Deel.deelig befluit te Augsburg. om den Keizer in het uitvoeren van hetzelve geene hulp te bieden.202 K E R K E L I J K E na C. BI. en daarna eene Verdediging van deze beide gefchrift en. De Protestantfche Vorsten beraadflaagden te Smalkalden. 1530 en het volgende 1531 eerst te Smalkalden. dat hij zich met fpoed wegmaakte. Op zijnen rug had hij den naam L E O X . Vervolgens in de zaal rond. De vertooners maakten zich terftond te zoek. de eene vol olie. en verraadde door zijne gebaarden het hoogfte misJaari5i. of hij niet hier of daar iets vond. en konden nooit uitgevorscht worden (*). ontdekte hij aan het einde der zaal twee flesfchen.

Reutlingen. Andere fteden. evenwel erkende hij ten laatfte de noodzakelijkheid van eene zoodanige verbindcenis. 203 die omtrent het Avondmaal van de Sakfen verfchil. vol argwaan en ergernis. wilde hij. Konftans. Hertog van Brunswyk. uit kracht van het befluit van Augsburg. ja goddeloos. het handhaven der Christelijke waarheid en openbare rust.na' G. veeleer noemde hij een verbond met hen: ijdel. niet toeftemmen. zou mogen aangedaan worden. Lubek. gevaarlijk. Maagdenburg en Bremen. om de van hem in het ftuk des Avondmaals verfchillende Protestanten in het verbond toe te laten. Vorst van Ankalt. als Neurenberg. verbonden zich en- . tegen alle onregtvaardig geweld. voorziende de onheilen en beroerten. Heilbron. Isnen. onder betuiging echter. maar alleenlijk in het oog had. W O L F G A N G . GEBHARD en A L - BERT Graven van Mansfeld. Biberach. Doch. Eindelijk werd op het einde des jaars 1530 en vervolgens nader in Februarij 1531 tusfchen de Protestanten een verdedigend verbond gefloten. met den Markgraaf van Brandenburg. Keurvorst van Sakfen. Winsheim en Weisfenburg. Ulm. om hunnen Godsdienst en Vrijheid tegen alle 'geweld te verdedigen. welke _ daar uit zouden voortvloeijen. 1553afkeerig. inderdaad liefdeloos en onvoorzigtig. FILIPS. Dit verbond was onderteekend door JOAN. Landgraaf van Hesfen. in het begin. en de fteden Straatsburg. den? Van het eerfte was L U T H E R . E R N S T . dat men met dit verbond geenszins den Keizer of het Rijk bedoelde. hetwelk hun of iemand hunner. Kempten. Memmingen.G E S C H I E D E N I S . Lindau.

be- nevens verfcheidene andereGemeenebesten en Staten. om den Fiskaal o f Rijks-Gerigtskamer niette J a a « 5 ] 7. ZOO als die begrepen de Augsburg fche Confesfie. boden zij a a n . In eene nadere Bijeenkomst i n de maand Junij te Frankfort w e r d de vereeniging met de Zwitfers ge- heel afgebroken. om zich gemeenerhand tegen het Kamergerigt te Spiers te verzetten. van Veldheeren van JAN FREDERIK. dat hij niet z o u gedoogen. tot 155 . en omtrent het ftraffen doopers met den d o o d . van Landgraaf Hesfen. en tevens befloten.IK V I I I . Zoon met F I L I P S . i n het uitvoeren van het genomen befluit. G enkel. Vorsten zamen December.« 4 K E R K E L I J K E fia C . omtrent eene eenparigheid i n de Byplegtigheden. De Protestantfche gen van Engeland. ook veranderde men het befluit te Smalkalden men . hem tot hoofd en verdediger van het verbond te willen aannemen. dat te de ware was i n en op verdediRoomfche Kerk zich op dezelve o f i n de heerfchappijen der ver- . mits dat hij de leer van C H R I S T U S . de z o u handhaven aanflannde Kerkvergadering aannam gen. alwaar werden. Vorsten noodigden Frankryk en de Konin- Denemarken. ook werden in die bijeenkomst tot het verbond verkozen den Keurvorst van Sakfen. te Frankfort fchikkingen in de maand beraamd der zich thans bij de Nogmaal kwamen de Protestantfche geno- Godsdienflige Her- BARMM. om tot hun verbond toe te treden. In de K o n i n g van uirnoo' Engeland. diging aan HENDP. ook voegde H e r t o g van Pommeren. erkennen. om den de oorlog te kunnen voeren . Bondgenooten. indien het tot oorlog komen m o g t .

Maar deze geheele onderhandeling liep ten einde. en van den anderen kant betwistten zij de verkiezing van 's Keizers Broeder F E R D I N A N D . aanmatigde . met hen van hetzelfde gevoelen te zijn omtrent eene vrije Kerkvergadering. dan die zijne daatkunde en de zucht. 205 verbondene Vorsten eenigen voorrang of gezag. ot ISS2* fchieten ten dienfte der Eedgenooten. dat bij bereid was. de ware leer van C H R I S T U S te handhaven en voort te planten . Op hun voordel antwoordde de Koning . en tweemaal die fom . dat de befchikking van den eeredienst aan eiken Vorst in zijne Staten moest aanbevolen zijn. aar 1517.. om het oppergezag in zaken van Godsdienst te bezitten. doch dat hij zich door geene Geloofsbelijdenis wilde laten verpligten of binden. aan de hand gaven. na den dood van de ongelukkige Koningin A N N A B O E L E N . ia C. welken de Protestanten weigerden. en dat hij 100. om de Protestanten met den Keizer te bevredigen.000 Kronen zou op. ingevalle het tot een' vredebreuk mogt komen. In dezen verwarden daat van zaken. G . welke eenen Vredevat» Neurenoorlog om den Godsdienst in Duitschland voor-burg. hem te verkenen. aan den éénen kant had hij den bijdand der Duitfchers noodig tegen de Turken. dat H E N D R I K geene andere inzigten had. welke den Keizer naar vooidagen van vergelijk moesten doen luisteren.G E S C H I E D E N I S . en men ontdekte. welke in het jaar 1531 op eenen Rijksdag te Keulen met meer» . tot Roomsch Koning. Gelukkig liepen er verfcheidene redenen zamen. boden de Keurvorsten van den Paltz en Mentz hunne bemiddeling aan. tevens verklaarde hij. doch tevens. fpelde.

tot den Turkfchen oorlog.ao<5 K E R K E L I J K E na C. Deze gedurig herhaalde bevestigingen waren echter zoo vele blijken. als Jaar15 tor 15. geene andere. tot dat de zaak van den Godsdienst zou vastgefleld zijn in eene vrije aigemeene Kerkvergadering. Na vele onderhandelingen werd eindelijk in het jaar 153a tusfchen den Keizer en de Protestant fche Vorsten te Neurenberg de vrede gefloten. Daartegen beloofden de Protestantfche Vorsten den Keizer eenen aanzienlijken onderftand in geld. in bet jaar 1534. G. Deze vrede werd vervolgens bij herhaling bevestigd te Kadan in Bohemen. die binnen zes maanden zou bijeenkomen. dat de Protestanten dezen vrede weinig betrouwden. £• Itrijdig met de grondwetten van het Rijk. daarna met eenparige overeenftemming van alle Rijksftenden op eenen Rijksdag te Regensburg in het jaar 1541. zoo deze geene plaats kon hebben . of. op eene voltallige Rijksvergadering. en de tijd van denzelven verlengd te Spiers in het jaar 154a. en weder bevestigd door den Keizer en Koning in het jaar 1544. en niemand om den Godsdienst lastig gevallen of gehinderd worden . meerderheid van ftemmen was doorgedrongen. de Protestanten. en te Worms afgekondigd in het jaar 1545. bij welken de Befluiten en Piakaten van Worms en Augsburg gefchorst en buiten werking gefield werden. blijvende dus ftand houden tot den Smalkaldifchen oorlog in het jaar 1546. gelijk dan . tiing te zullen erkennen. zouden vrije Godsdienst-oefening genieten. en T E R D I N A N D voor wettig verkozenen Roomsch Ko. die de Augsburgfche Geloofsbelijdenis waren toegedaan.

die \ in het vervolg. voornamelijk. van de voorregten van dezen vrede geen genot zouden hebben. in den ouderdom van 63 jaren. dat deze ook met hem zou geflorven zijn. dan ook de Landgraaf in het eerst huiverig was .orstvan akfen. bijge. . die de vreedzame denkwijze van den Keizer aan den Paus overfchreef. Natuurlijk was h e t . naamd^e Standvastige. N. gelijk er ook bedongen was. dat niet alleen de Herdoopers maar ook de Zwin. en voerde haar in alle zijne Staten in. hoopten de vijanden der Hervorming. in het jaar 1525. of de godvruchtige Keurvorst J A N . in de maand Augustus des jaars 1532.G E S C H I E D E N I S . befloot zijnen levensloop. om1552. nademaal feq dert nog verfcheidene landen en fteden van Duitsch. om denzelven te onderteekenen. en zoo veel ijver voor de Roomfche Kerk te kennen gaf. voor dezelve zijn leven veil te S hebben. na C. G . land het Pausdom verlieten. om haar tegen dadelijke aanvalv 5 . de Hervorming zouden aannemen . ~ dat deze vrede aan den Paus KLEMENS VII mishaagde. Doch deze laatfte bepaling i werd eerlang uit het verdrag geligt. Naauwelijks had de tijding van het fluiten der I ood van . en verzuimde ook geene ftaatkundige middelen. dat de genen. overeenkomst te Neurenburg het Sakftfche Hof te-{ eurreikt._ glianen van denzelven uitdrukkelijk waren uitgeflo: ten. In het jaar 1530 ftond hij aan de fpits van derzelver Belijders . • dat hij betuigde . Toen zijn Broeder FREDERIK de Wijze overleed. maar ook Hond zij 'sKeizers Broeder FERDINAND zeer tegen. ao7 . maar JAN verklaarde zich nog bepaalder voor dezelve.

mij o f mijn land en volk „ gij niet o n t z i e n . G o d „ tot l o f en eei e. het te kunnen bewijzen. " hernam h i j : „ „ voor zijne Keizerlijke Majefteit n i e t . dat onze Geleerden ons ontzagen. was h i j . onder anderen. T o e n de Godgeleerden I 5 5 2 gereed ftonden. zeer werkzaam. . ziet dan „ t o e . „ZOO lang de Tegen zijne Hovelingen plag hij „ Ik wenschte. Het leert . dan r i j d e n . gelijk blijkt Jaari5i7. Zijne uit deze woorden beoordeelen. gezindheden kan men . hoe men twee beenen over een paard „ la- . wat geeft een" goeden „ looper. " „ ten „ worden. de Geloofsbelijdenis over te leveren aan den Keizer en de Rijksvorsten . dat zij befchroomd w a ren . zeide hij tegen „ hen: „ Lieve Heeren ! ver- trouwt gij niet. dat gij land en volk „ b r e n g t ! " en als zij hem antwoordden: „ Gena- „ dige Heer! w i l t gij niet bij ons l i a a n . vechten en j a g e n : . uit zijne pogingen rot het i n ftand brengen van het tot .s«8 K E R K E L I J K E na C . wat nuttige inrigtingen betrof. vallen o f bedreigingen te verdedigen. den s s d e n van Zomermaand 1 5 3 0 . regt i s . . en fpraken." In alles. gelijk zijn B r o e d e r . welke hij tegen zijne Edellieden plag te g e b r u i k e n . dat gij mij u i i i l u i t ! mede belijden. en hij vermoedde." ) te zeggen: „ niet moet ( „ D i t w o o r d zal niet verge- zegt LUTHER. ons D a t wille G o d maar fchreven Regt toe regt aan. verbond van Smélkaldefi. velen van welken niets verHonden. dan laat „ ons alleen „ v e r a n t w o o r d e n . G . ." niet i n het ongeluk Ik w i l C H R I S T U S o o k O p eenen anderen tegen de Godgeleerden: tijd zeide hij „ Doet wat regt i s . van z e l v e . . om op den gedenkwaardigen dag ." wereld (laat.

1aari5i7. een' erfgenaam van zijns V a ders deugden. gehouden wordt voor den ijverigften en kloekmoedigften voorftander. s a H E R V . daartoe hebben ik en mijne zoons. die. „ h o e men Godzalig leven. vreesde niet zonder reden. of een' haas vangen moet. O .r a C . I. lige gevolgen zouden voortvloeijen. om eene zoodanige vergadering te ontwijken. hetgeen er te NeurenhurgHandelingen over ten voordeele der Protestanten befloten was. Christelijk regeren.Kerkvergadering.G E S C H I E D E N I S . maar had buitendien nog eene andere reden . op welke de Keizer ten fterkfte bij hem aandrong. met regt. BI." Hij had tot zijnen opvolger zijnen Zoon JAN FREDERIK . Paus KLEMENS V I I . voor het gezag van zijnen Stoel. fio<> . dat daar meene uit. gelijk hij z i c h . welken de leere der Hervorming ooit gehad heeft. Niet min huiverig was hij voor eene aigemeene Kerkvergadering. geleerde Mannen en Boeken „ noodig (*). G . Zich zeiven bewust zijnde van de ortwet« (*) MULLER Gedenhtl. 3ü i 5 5 « „ om kunnen mijne rijdjongens dit ook : D o c h . ook voor de grootfte rampfpoeden heeft blootgefteld. zich tegen vijanden en wilde die. I Deel. 200. Doch de Paus herinnerde zich maar al te wel het voorgevallene op de jongstgehoudene Kerkvergaderingen . zeer nadee. ren verdedigen. „ land en volk beroemd en gelukkig maken kan. naast Gods „ geest en genade. die dezelve zoo plegtig aan de Protesianten had toegezegd. om dezelve met alle kracht te handhaven. laten hangen. enz. vernoeene aigemen hebbende. daar. een' Vorst van onvertfaagde dapperheid en grootheid van ziel.

dat zijne Jaansi7. en welker uitfpraak met geweld tegen de ongehoorzamen zou ten uitvoer gebragt worden. die niet te gelijk partij en regter konden zijn. naar hunne grondftellingen . Op welke voorwaarden de Protestanten nooit eene Kerkvergadering toelaten konden. vijanden.. om deze zaak te rekken. om eene Kerkvergadering te Mantua. door zijnen Afgezant. in allen gevalle. vorderden: dat zoodanige Kerkvergadering de Heilige Schrift ten rigtfnoer zou moeten nemen. in het jaar 1533. In het vervolg zullen wij den voortgang en uitkomst dezer onderhandelingen. in Duitschland ontftaan. eene Kerkvergadering. welke hij te Rome had. tot dat de dood van den Paus KLEMENS VII in het jaar 1534 hem uit zijne verlegenheid redde. ook in Duitschland moest beflist worden. deze omftandigtot 1552. maar de Protestanten drongen er op aan. maar godvruchtige en niet verdachte mannen het befluit zouden behooren op te maken. heid voor de Kerkvergadering zouden brengen. en in welke naar de aangenomene Kerkregelen zou geoordeeld. eenen voorflag. en op een onderzoek aandringen : Of een Bastaard Paus zijn konde ? — De Paus trad dan wel in onderhandeling met den Keizer. De onderhandelingen werden gerekt en de vergadering verfchoven .aio K E R K E L I J K E na C. duchtte hij. G wettigheid zijner geboorte. onder . over het beroepen eener aigemeene Kerkvergadering. dat een gefchil. De Paus deed. daar z i j . hij wilde. in welke de Paus zou voorzitten. en dat niet de Paus met zijnen aanhang. Placentia of Bologna te beleggen. maar gebruikte allerhande voorwendfels.

verfchilTHER . doch zeer tegen den zin van MUSCULUS. trouwens. om de verfchillende partijen tot eendragt te brengen. over de vraag: in hoe verre men den raad van ERASMUS volgen mogt. in hetzelve toonde ERASMUS zich wel niet geheel vreemd van het Geloof en den Godsdienst der Protestanten. fchreef eenen hevigen Brief daar over aan den Raad te Frankfort. Aartsduivels . die in eene Voorrede voor eene Verhandeling van ANT. au PAULUS III. De verfchillen over het Avondmaal gingen in dit Voortder den opvolger van K L E M E N S . dat men hen ter ftad uit z o i zetten. tot dat men met eene Kerkvergadering gereed ware ? zich daar omtrent verklaarde. op welken Brief tien Leeraars van Frankfort O a ooi . mei. gehoord hebbende. na het in het Hoogduitsch vertaald te hebben . CORVINUS. die de gevoelens van vondmaal ZWINGLIUS waren toegedaan. Zijn gefchrift mishaagde ook aan L U T H E R . en eischte. L U . c i'5S2. irisi?* den. in welke hij zijne gedachten ontvouwde over de middelen. om de dwalingen en misbruiken der Roomfchen te ontfchuldigen en te vernisfen. |J gang det jaar 1533 nog met dezelfde hevigheid voort. maar te gelijk (telde hij alles in het werk. dat fommige Predikers len over het Ate Frankfort aan den Main. fchreef _ ERASMUS eene verklaring over P/alm L X X X I V . noemde hen en ie Zwinglianen. De Godgeleerden van Straatsburg verfpreidden dit werkje alom. te kennen gaven. Gedurende den vrede van Neurenburg.na C. G . dat zij met LUTHER in de zaak hetzelfde leerden. een' Hesfifchen Godgeleerden.GESCHIEDENIS.

gelijk hij hem menige nacht gewoon was zuur en bitter genoeg te maken. Renov.21a K E R K E L I J K E na C . T. een' fchielijken dood geftorven was. dat O E C O L A M P A D I U S . om met alle mogelijke vlijt tot vrede te vermanen . 325. het jaar 1531 gefchreven aan den . die in het jaar 1534 te Munfter en elders zulke verwarringen aanrigtten. ook hartig genoeg Jaari5i 7. Een' ioortgelijken. i 3. Daartegen was in dit jaar 1534 de her(*) GERDES Hifi. dat hij met hem een gefprek gehad. L U T H E R S hevigheid ging zoo ver. In dit jaar 1533 gaf hij een Boek uit over de flilh Mis. waarin dit merkwaardig i s . dat hij alle Zwinglianen uit zijne landen zou bannen. en vele misbruiken van de Paapfche Mis van hem verltaan hebbe ( * ) . door den Satan met vurige pijlen en pieken doorboord zijnde. dat hij verhaalt. en hadden reeds eene verantwoording gefchreven. B U C E R U S was zelve te Zurich aangekomen.'Markgraaf van Brandenburg. vredeshalve. uit hoofde van de hevigheid van L U T H E R S aard en geitel. Ey. Lp. met den eisch. dat hij niet fchroomde te fchrijven. Dit alles namen die van Zurich zeer hoog op. . niet in het licht gaven. van welke wij op de behoorlijke plaats fpreken zullen. alzoo de Zwinglianen niet zelden verward werden. dat de Duivel hem midden in den nacht in zijn hart had aangevallen. met de Herdoopers.Brief had hij in tot 155 antwoordden. welke zij echter . Deze inwendige twisten waren zeer nadeelig voor de zaak der Hervorming. waar van hem echter M U S C U L U S de vruchteloosheid onder het oog bragt. op aanraden van B U C E R U S .

B A R N I M en FILIPS van Pommeren . zijn gebied een voordeel voor de Protestanten. Augsburg. „ zoo velen „ God en zijn Euangelie zuiver. Hannover. De-1 >t 155aze Hertog. op. Goslar. Brunswyk. van de Vorsten . De Pro. U L R I C H van Wurtemberg. op hunne be. Landgraaf van Hesfen. zijnde. gelijk er ook eniging :usfchen de Hertog van Mantua weinig zin in had. volger van K L E M E N S V I I . en. Hamburg en Minden. openlijk. In O 3 " d a . Eimbeck.]Cerkver. N a eene ballingfchap van X V jaren door den Landgraaf in zijn Hertogdom herfteld zijnde. had zijne toevlugt genomen tot F I L I P S . behalve de voorheen genoemden." Ook kwamen in het verbond. voerde hij in hetzelve terftond de Hervorming i n . tot hetzelve zou toelaten . iansi7. in het jaar 1519 uit zijn land verdreven . de ftad Mantua voor-: :n over :ene verftelde. met iet Adit merkwaardig bijvoegfel. alimtrent waar zij hun verbond op nieuw bevestigden. zijnen nabeftaanden.G E S C H I E D E N I S . den vrede beminden en als eerlijke en „ deugdzame menfchen leefden. waarna hij ook in het Smalkaldifche verbond deel nam. J A N G E O R G E en J O A C H I M van Anhalt.adering. dat men. Gottingen. aan deszelfs Hof kreeg hij kennis aan de leer van L U T H E R . en van de fteden. Frankfort. gelijk wij zien zullen. ai3 herftelling van U L R I C H Hertog van Wurtemberg in1nC. Het jaar 1535 werd meest doorgebragt met han-1 Iandelin.3eProtes:anten testanten kwamen weder te Smalkalden bijeen. G .en over delen over het bijeenkomen van eene aigemeene \ :ene Kerkvergadering. waartoe de Paus P A U L U S III. en vrij „ beleden. doch welk voorftel van de Protestanten verworpen werd. Eslingen.vondmaal geerte .werd van derzelver waarheid overtuigd.

Doch de Zwitferfche Kerken weigerden dit formulier aan te nemen. als oordeelende hetzelve duister en dubbelzinnig te wezen. die groote beloften omtrent eene Hervorming deden en den bijfland. om eenigzins gematigder te werk te gaan. ten minfte in fcbijn. en wisten ook LUTHER te bewegen. buiten het gebruik van dit Sacrament.214 K E R K E L I J K E na C. G . en ook eene plaatfelijke influiting of aanhoudende vereeniging van CHRISTUS ligchaam met het brood in het Avondmaal. Alleen twijfelde men omtrent het Geloof der kinderen . dien hunne meesters daar toe verkenen wilden. werd verworpen. hetwelk BUCERUS en . arbeidde men aan het bijleggen der verfchillen tusfchen de Protestanten over het Avondmaal in dit en het volgende jaar 1536. Jaari5i7 Hot 1552 Met beter voorfpoed. maar als het bad der wedergeboorte. deze vergadering waren ook Gezanten der Koningen van Frankryk en Engeland tegenwoordig. welke van weerskanten werd aangenomen. in welke de Transfubftantiatie . en daartegen geleerd : dat met het brood en den wijn het ligchaam en bloed van CHRISTUS waarlijk en zelfflandiglijk tegenwoordig i s . dan dat de Protestanten zich dieper met hen konden inlaten. BUCERUS en MELANCHTHON waren daartoe het meest merkzaam. aangeboden en ontvangen wordt. niet als een bloot teeken. zoodat er onder den naam van Concordla of Eendragt eene belijdenis opgefteld werd te Wittemberg. doch al te duidelijk bleken hunne ftaatkundige oogmerken. Men kwam ook overeen omtrent den Kinderdoop . om zich tegen den Keizer te verfterken.

welke wij niet kennen. waar uit men de belijdenis dier Kerk mag opmaken. geplaatst zijn. In deze bijeenkomst werden eenige Artikelen. LUTHER. bij welke men ftandvastig zou volharden. alhoewel zij toe. t 1552te en aanneming tot kinderen naar hunne vatbaar. dat brood en wijn in het Avond " maal zijn het ware ligchaam en bloed van CHRIS " T U S . en der Goddelijke werking. dat in den Doop het beginfel des geloofs was. maar 00ï " * 04 » va 3 . dat hijflechtsbedoelde. ai 5 en anderen niet konden erkennen. verklaarde zich. en dat die wijze door hem Geloof genoemd werd. om de redenen._ heid gefchonken werd.J. en de Keizerlijke Gezant M A T THYS HELDT ten fterkfte bij hen aandrongen. G. welke wij hier voor reeds gemeld hebben. Nuntius VORSTIUS . welke de Protestanten na eene menigvuldige en rijpe overweging volftrekt weigerden. te Mantua te houden. door de Protestantfche Vorsten goedgekeurd. rtikelen. onder de dienstboeken der Lutherfche Kerk. om hunne toeftemming te geven tot eene Kerkvergadering. ari5i7ftonden. Het Artikel van het Avond maal behelst: „ Van het Sacrament des Altaari „ gevoelen wij. en weten.[ C. dat deze toegereikt en ontvan " zen worden niet alleen van goede .en welke als zoodanig. )e SmalIn het jaar 1537 hielden de Protestanten weder j :aldifche eene bijeenkomst te Smalkalden. op eene wijze.G E S C H I E D E N I S . dat aan de kinderen de ware wedergeboor. door LUTHER opgefteld. Zij bevatten de Leerftukken. alwaar des Pausfen . in vervolg van tijd. indien er ooit eene Kerkvergadering zou gehouden worden. welke bekend zijn onder den naam van Smalkaldifche Artikelen .

ook vnnH t geene toeRemming van iemand der die het ten minfte ontijdig oordeelden. seoroKen en h p B W d k e h b 0 V e n d i e W o r d e n mal f e e Z w ^ ^ J ^ P o r e 2 i n HervorDe Paus vruchteloos onderfcheidene Kerkvergamingdoo denngen ^ ^ -ga den Paus ondernoungefdireven. die au onder hem „ . dit thans "e* jennen te geven. ene Hervorming te ondernemen. kan toegeftaan . o p Jast der Keurvorsten en der overige Vorsten van den Paus en de . Eindelijk werd o ' deze t i j komst door BUCERUS de ms overgeleverd met deszelfs verklaring. ^ aanteekenmg met bet vierde S kaldi ck An en met LUTHERS gevoelen ftrijdig is. : " ' *> ook „ van ons .jna ( Jaar rot K E R K E L I J K E 5 S 2 . die verv Igens ee„ n mm amen Brief aan de Zwitfers fchreeff Zie Jxj alle twistfchriften niet onduidelijk a f k e ^ e Schoon de wond naderhand weder opengebroken en ongeneesfelijk geworden is. dat hij bereid wa men.. *"fm>> vt 0 0e T n d h m g t e n h e t f welke insgelijks werd goedgleunT e k e n i n g A " i k - i - v n ons . welke d o LUTHER werd goedgekeurd. vredeshalve en om de aigemeene rust der Christenen. U S ftd d a t n 2 i j e " ? f ° Pf ' * » » « * menfche « lik regt heeft. n nag a a d d e P . waartoe hij v2 Kardmalen en vijf andere Perfonen benoemde ie een ontwerp van Hervorming voor de Kerk in het r t e al- . wilde nu toonen.

en dat men dus voor bekwame hoorde leermeesters voor te zorgen. dat men de vrijheid v a n de D r u k pers moest beteugelen. Pieterskerk met te en h a - bezochten. opftel. Z i j veroordeelden de jeugd bede overbren- gingen van het eene kerkelijke ambt tot het andere. O 5 maar de balken niet aan- . oordeelden. en langs de ftraten o p fraaije Muilezels te zien rijden.G E S C H I E D E N I S . dat geene andere dan geleerde en godvruchtige mannen tot de Heilige Orde zouden worden toegelaten. ai7 G. klagen over het onnoemelijk Z i j befloten getal behoeftige velooze Priesters. de Hoeren z o o prachtig te Rome gehuisvest te z i e n . de afwe- zendheid en de veelheid van kerkelijke ambten. dat z i j de fplinters uitligten w i l d e n . die de S t . en verklaarden ._ algemeen en die van Rome i n het bijzonder den.na i oppervlakkig J ^ ' 15*7' 1552» Z i j erkenden de trotsheid en hoog. bezitten. dat het eene zeer groote ergernis w a s . terwijl de Kardinalen haar op een hoflijke en gemeenzame wijze vergezelden. de vergunningen van aan z i c h b e h o u d i n g . ERASMUS verbieden. en eindelijk. NIUS. geen Kardinaal een B i s d o m moest opzamelaars der aalmoezen van den H e i l . LUTHER dreef den fpot met zoodanige H e r v o r m i n g . Doch dit ontwerp en onvolkomen. dat de bezittingen en per- foonlijke eigendommen der Kerkelijken aan de armen zouden gefchonken worden. dat eenige Kloosters behoorden Zij vernie- tigd te w o r d e n . en iloegen v o o r . was zeer moed der B i s f c h o p p e n . dat dat de ANTHO- en van andere Heiligen dienden te worden afgefchaft. en de zamenfpraken van dat geen Kerkelijke een K e r k e - lijk ambt moest bedienen buiten zijn vaderland. en z e i d e .

noch deszelfs Broeder FERDINAND. Maar dem m a a r floten i n h e t j 4 ze I . tot het hun in het jaar 1539 gelukte. gelijk hij ook kort daarna in ongunst viel bij den Keizer Naderhand echter werd dit verbond in het jaar i vernieuwd. voorts bepaalde men een mondgefprek tot bevordering der eendragt te zullen houden enz. op nieuw een Gezantfchap aan de Koningen van Frankryk en Engeland. De Protestanten nogtans waren hier tegen waakzaam en op" hunne hoede. een nieuw beftand te Frankfort te treffen met den Keizer en deszelfs Broeder FERDINAND . doch daar van in het vervolg. gedurende welken niemand de Protestanten met geweld of wapenen zou aantasten. doch zonder daartoe last van den Keizer te hebben. omdat noch de Keizer. G.218 K E R K E L I J K E «a C. waartoe zij te Brumwyk en vervolgens te Eifenach bijeenkwamen. ook zonden zij hoewel vruchteloos. Het ontwerp ondertusfchen is onder Jaari5 lot 15[J anderen in of omtrent het jaar 1539 te Antwerpen in „ het licht gegeven. malkanderen de handhaving van den renburi • Roomfchen Godsdienst in hunne Staten belovende tegen alle ondernemingen der Protestanten. aanroerden.een verbond. Dit verbond had echter geen gevolg. hetzelve aannamen. onder bemiddeling der Keurvorsten van Mentz en de Paltz. alhoewel 'sKeizers Gezant MATTHVS HELDT er ijverig toe gearbeid had. Verboi d De Roomschgezinde Vorsten zaten intusfchen niet derKaJ'aar 1538 te Neurenburg «holijki „ > teNeu. en alle vervolgingen van het Kamergerigt gefchorst zouden worden. Men kwam hier overeen in eenen wapenftilfland voor X V maanden.

volgde zijn Broeder H E N D R I K hem op. door opftoking van den Paus. onder den Keurvorst J O A C H I M I I . tot een mondge. gekeurd. aangenomen. 'sKeizers Broeder. die nader: hand als Keizer zijnen Vader is opgevolgd. niets af te gaan van de Augs. In dit jaar werd de Augsburgfche Geloofsbelijdenis door M E L A N C H T H O N verbeterd en vermeerderd : in het licht gegeven. invoerde en vastftelde. kwamen de Protestanten deherftelling der i te Smalkalden in het jaar 1540 weder bijeen. Aan dezen man I fehrijft men toe.Handelingen over fprek met de Roomfchen. alfchoon even deze uitgave naderhand < een bron van twisten over de veranderde en onveranderde Geloofsbelijdenis onder de Lutherfchen geworden is. van zijn Hof. Doch hier van meer in het vervolg. Door het overlijden van G E O R G E . maar daar• tegen verbood F E R D I N A N D . Daar er nog fteeds hoop was.eendra gt. om de Hoogefchool te Wittemberg \ te bezoeken. zoo gei matigd omtrent de Protestanten gedacht heeft. den opvoeder van zijne kinderen . en met aigemeene toeftemming . waar zij befloten. zijI ne onderdanen. die . G. aan. nam. toen een knaap van twaalf jaren. ! burgfche Geloofsbelijdenis. Hertog van Sakfen. en geene Misfen of andez n . verdacht < van Lutheranerij.G E S C H I E D E N I S . tevens verzond hij W O L F G A N G S E V E 1 R U S .i C. ook nam het Keurvorstendom Brandenburg het hervormd geloof . terftond de Hervorming in zijn gebied. 219 i e voorwaarden werden van den Keizer niet goed. dat 'sKonings Zoon M A X I M I L I I A A N I . die euvel I larisipi )t 1552. . al. in Meisfen en te Leipzig. den Keizer de handen gebonden zouden worden. dat hij van dit mondgefprek uitgefloten en .

uit vrees voor hunne bezittingen. welke tot in het volgende jaar 1541 duurde. daartegen vonden zij de Bisfchoppen en fommige Vorsten van Duitschland afkeeriger van de Hervorming. waarom hetzelve afgebroken en uitgefteld werd tot de Rijksvergadering te Regenshnrg. zonder eenige vrucht. dan dat men op eenen gewenschten uitflag hopen kon. dere bijgeloovige plegtigheden in hunne landen te zulJaaris tot 15[* Ien dulden. G. in het laatstgemelde jaar te houden.20 K E R K E L I J K E na C. dan dat men te Worms weder eene vergadering houden zou. In dezelve werd een gefprek beraamd tusfchen M E L A N C H T H O N en E C K . Door deze en andere beletfelen wist men telkens een mondgefprek te verhinderen. De inzigten der partijen verfchilden nogtans te veel. De Roomschgezinden namelijk vreesden. Ook fehrijft M E L A N C H T H O N in eenen . maar er werd niets meer befloten . Brief aan CAMEB.IUS . waarom zij thans meer voordeels voor den Paus te gemoet zagen uit eene Kerkvergadering. dat door het inwilligen van een mondgefprek het gel zag van den Paus te veel nadeel zou lijden ..AR. dat de Bisfchoppen hun regtsgebied weder zouden bekomen . werd er echter weder eene bijeenkomst gehouden te Worms. dat de Godgeleerden hadden overeengeftemd. indien zij de gezuiverde leere aannemen en de openbare gebreken der Kerk hertellen wilden. . in welke men de veroordeeling der Protestanten ligtelijk zou kunnen bewerken. welke uit vreeze voor de pest verlegd werd naar Hagenau in den Elzas. In weérwil van den Paus. Niet lang daarna werd er eene vergadering door den Keizer belegd te Spiers.

hetwelk een ontwerp ter bevrediging behelsde. ten aanzien van de Kerkelijke goederen en het herftellen der Kloosters . van de Protestanten de MELANCHTHON. maar de Keurvorst van Sakfen. Evenwel werd hier een mondgefprek gehouden . i ' Roomschgezinden MARTINUS JULIUS BUCERUS en PFLUG. | fchreef aan zijne Gezanten. PISTORIUS. niets zou toegeven. voorwaarden van overeenkomst. i de befluiten van Worms en Augsburg den. maar in onverfchillige dingen gaarne wilde toegeven . I ton. dat hij. fiaï Oe Landgraaf van Hesfen wilde volhar- [aariS!7. ' dat hij kwaad vermoeden had op den Landgraaf en -op B U C E R U S . met d£ om een einde « maken aan de verfchillen over den Godsdienst. tot 1552. hetwelk men onder de onverfchillige dingen wil] de rekenen. Deze onderhandeling had evenwe geen ander I beloofden. om den vrede te bevorderen. dat hij 1 in geloofszaken geen letter veranderen k o n . Mer vindt hetzelve in het lVde Deel der werken var MELANCHTHON. die in perfoon niet tegenwoordig was . algemeen! Kerk . onzeker door wien opgefteld. ook fchreef L U T H E R . De Keizer liet duidelijk blijken . verklaarde. van ( JOAN G R O P P E R en E C K . en vooral. dat men over de onverfchillige dingen en de Kerkelijke goederen niet eer : moest handelen. G . voordat men het onderling eens f zou zijn over zaken van het geloof. de befüsfwg van hunne eifchen en gfr I fchillen over gevolg. dan dat de ftrijdende partijer 1 ! te zullen laten aan eene.G E S C H I E D E N I S . dat hij bijn C . > waartoe van wederzijde drie Godgeleerden verkozen • waren. FILIP JOANNES Het hoofdonderwerp des gefpreks was zeker gefchrift.

of indien dezelve geene plaats mogt hebben. zonder den Godsdienst in aanmerking te nemen. opdat het regt aldaar zou geoefend worden . Hier werd het verdrag van Re* gensburg voor vijf jaren verlengd. FERDINAND en de Roomschgezinde Vorsten gaven dadelijk hunne toeftemming aan 'sPaufen voorflag. Kerkvergadering. indien de Rijksdag niets tegen die ftad had in te brengen. ook werden in het Kamergerigt Pi otestantfche Bijzitters toegelaten. dat hij. aan den naastkomenden Rijksdag in Duitschland. en Buda of Ojfen veroverd hadden. in het jaar 1542 zich infchikkelijker jegens de Protestanten betoonde. Voorflag van den Paus. en de ondernemingen van fommige Roomfche Vorsten tegen de Protestanten afgekeurd en belet. om eene Kerkvergadering te Trente te houden De vrees voor de Turken.22a K E R K E L I J K E na C. toe 1552. G. waarop de Protestanten eenen aanzienlijken bijftand tegen de Turken inwilligden. waartoe hij de ftad Trente bepaald had. niet gedwongen door de voorfchriften van den Paus j noch bevreesd door zijne nabijheid De . dat FERDINAND . zij drongen aan op eene vrije en wettige Kerkvergadeeing. Op dezen Rijksdag gaf de Paus door zijnen Gezant te kennen. beroepen. die alleen op het gezag van den Paus belegd zou worden. in eene Rijksvergadering te Spiers . eene Kerkvergadering tegen het volgende jaar zou. volgens zijne gegevene belofte. intusfehen zouden alle Befluiten en Plakaten tegen de Protestanten gefchorst blijven. welke men daartoe beftemde. Jaari5i7. maar de Protestanten bragten tegen eene Kerkvergadering hunne bezwaren in. ook tegen de plaats. die FERDINAND in Hongaryen eene groote nederlage toegebragt. was oorzaak.

en ongetrouwd. en het geheele Hertogdom van Brunswyk bemagtigden. in plaats van JULIUS P F L U G . maar van een' driftigen en onbuigzamen imborst. zoodat hij Gods woord zuiver zou leeren. die met de Proteftanten zelve meer dan ééns verfchil gehad heeft. tot Bisfchop van Naum* Naumburg aanbreide NICOLAUS AMSDORF. van wel- . De dwaling van FLACIUS . Hertog van Brunswyk fteeds voort. O. Hij werd als Bisfchop plegtig ingewijd. saj De goede beloften aan de Proteftanten op deze1 C. die . ook ontving hij den eed van die van Naumburg.\ M S D O R * Bisfchop vorst van Sakfen. bij welke gelegenheid L U THER zelve eene kerkrede hield. daar tot hier toe het ambt van Superintendent of Opziener der kerk had waargenomen. een zeer burg* ijverig voorftander der Hervorming . en het Sacrament des Avondmaals geheel bedienen volgens de inftelling van CHRISTUS enz. Zij beloofden hunnen Bisfchop gehoorzaamheid volgens het woord van God en het bevel van CHRISTUS . die iran door het Kapittel verkozen was. bleven nogtans enkel bij] iansi7. met de fteden Goslar en Brunswyk wegens den Godsdienst te kwellen en te drukken.G E S C H I E D E N I S . gewapenderhand in zijn land vielen. n n Ook gelukte het den Proteftanten. en vrije tong. dat de Keur. Voorts was deze AMSDORF een deugdzaam man. waardoor aan deze geweldenarijen perk en paal gezet werd. )t 1552» woorden. waarom de Keurvorst van Sakfen en de Landvoogd van Hesfen. in het jaar 1524 naar Maagdenburg beroepen zijnde. onder anderen ging HENDRIK. Rijksvergadering gedaan. doch met verandering van het oude formulier.

tot zijne .) Den vrijen wil ont- kende hij volitrekt. was vol tweedragt en Proteonrust. niet wilden erkennen. van Neef van den Keurvorst. Roomschgezinden het befluit des Keizers te Regensf burg genomen. in het jaar 1565. beweerende.224 K E R K E L I J K E na C. (accidens validisfimum. i 3. ZorgelijDe Rijksvergadering. deze daarentegen waren misnoegd over den aanval der ftanten op Hertog H E N D R I K weigerden de Proteftanten Turken. ProteOok hunnen bijftand tegen de Doch het was voor hun onaangenaam. dat de ftanten. overleden is. welke in het jaar 1543 te ke toeft. dat U L R I C H onder van Wurtemberg verbond gefloten had met Beyeren. duidde hij Jaari5i 7. Keizer dienden. maar eene zeer flerke toevalligheid. en Brandenburg-Baireath. en zonder eenige bekwaamheid ten goede. door de zoons van van ver- uitflag daar werd hij den Keurvorst J A N Kerkelijk Raad en Superintendent te FREDERIK Eifenach ge- maakt: alwaar hij in den hoogen ouderdom van 82 jaren. De Prrotejlanten beklaagden z i c h .ten beste. Na den ongelukkigen den Smalkaldifchen oorlog. dat M A U R I T S van Sakfen. verdediging gefchreven. doch hij verzachtte zijn tot za- hetzelve naderhand in eene verhandeling. dat dezelve enkel lijdelijk zij. van verloor hij zijn Bisdom en begaf zich naar Maagdenburg. welke wij op zijne plaats zullen fpreken. zeggende: dat de erfzonde wel niet eene tot 155 ' zelfftandigheid was. dat zij fchadelijk zijn door de verbeelding dienstelijkheid. Voornamelijk bezwaarde men hem om zijn ge- zegde: dat de goede werken fchadelijk ligheid. ALBERT van Brunswyk. den een en dat de Hertog .'nd de Neurenberg gehouden werd.

zich tegen de vonnisfen van het Kamergerigt te verzetten. door hem op eene buitengewone wijze gefchiedde. en geenen bijftand tegen de Turken te leveren. Ondertusfchen werd de Hertog van Gulik door de wapenen van den Keizer tot onderwerping gebragt. bij verandering van tijden en omftandigheden. werd.G E S C H I E D E N I S . werd een in fchiin zeer gunstig befluit voor de Protestanten genomen . L P 8 > EN . G . het Hertogdom Brunswyk te behouden. i C . en onder de Protestanten zelve heerschte wantrouwen. in welke beiloten . dat alles . gelijk wij zien zullen. iari5iy* Zij hielden daarom eene bijeenkomst te Neurenburg J >t 155*. en met zekere overmate van zijne magt. onderhevig bleef aan de tegenfpraak der andere partij. om het Smalkaldifche verbond aan te nemen. dat men het middel van eene aigemeene Christelijke en vrije Kerkvergadering op eene gefchikte plaats zou beproeven. wat ter gunste der Protestanten door den Keizer gefchiedde. waardoor hetzelve. Dit laatfte echter bleek naderhand heilzaam geweest te zijn voor de zaak der Protestanten. gelijk dan ook MAURITS van Sakfen niet kon overreed worden. az$ rog van Gulik door den Keizer beoorlogd werd. wanneer men die zou kunnen verkrijHERV. Dit befluit behelsde l. 2. en de ftad Hildesheim te befchermen. en vervolgens te Smalkalden . ten einde de verfchillen en fcheuring weg te nemen. waar de Keizer zelve tegenwoordig was. doch tegelijk las men in hetzelve. n Op den Rijksdag des volgenden jaars 1544 te Spiers gehouden. Dewijl het onzeker was.

immers kort daarna Werd de vrede mét de Franfchen gefloten. welke voor de leden van het Kamergerigt. het welk ook de tienden zouden doen. Voorts. Maar LUTHER fchreef tegen dezen en andere Brieven van den Paus. waarbij de Keizer tegenwooi' dig zou zijn.g erkende en hulp aan den Keizer tegen dè Turken beloofde. 3.Wm K E R K E L I J K E . 4. i J gen. die FERTJINAND als Roomsch Konir. zouden andere rigters van beide de godsdiensten in het Kamergerigt toegelaten worden. Inmiddels zou de Keizer een ontwerp van eene Christelijke Hervorming laten opflellen. Dit alles mishaagde den Paus zoodanig. een werk onder den Titel: Tegen het door den Duivel geftichte Pausdom! De Brief van den Paus fcheen nogtans den Keizer getroffen te hebben. die allen Roomschgezind waren . Het Plakaat van Augsburg zou gefchorst en niemand moeite aangedaan worden over zijn geloof. tot op de Kerkvergadering. opdat men ge•meenerhand zou vastftellen. ook zou men aan dezen vrijlaten. als de tijd verftreken was. of zij den eed wilden doen 'hij God en de Heiligen. «iC. niet zonder bedreigingen. dat hij een' uitvoerigen en hevigen Brief aan den Keizer fchreef. of bij God en op het Euangelie. en beide de Keizer en de Koning van Frankryk gaven hunne . bepaald was. wat men zou onderhouden ten aanzien van de betwiste artikelen. op welke de Keizer evenwel niet antwoordde. zou men in den aanilaanden herfst en winter Jaari5! tot 155 < eenen Rijksdag houden. Eindelijk werd er ook een vergelijk getroffen tusfchen FERDINAND en den Keurvorst van Sakfen.

U T H E R . fchreef L U T H E R hem onder anderen: dat hij niets wilde lezen. geplaatst voor zijne werken. en in een werkje: over de gebeden tegen de Turken. die door 1 C. noch hunne verdoemenis en lasterlijke leer deelachtig wezen . en nader bij het gevoelen der Zwitfers gekomen was. vernieuwde I . fchreef hij eene zeer hevige verhandeling onder den Titel: Korte belijdenis van het Sacrament. len omtrent het avondmaal veranderd had. wat van Zurich kwam. .dan tot het gevoelen der Zwitzers overgaan. en zegt. Als de Boekdrukker F R O S C H O R N hem den Bijbel van L E O J U D A E van Zurich gezonden had. ver het Daar was een gerucht uitgeftrooid. tegen de zaak der Protestanten. Onder alle deze bedenkelijke omftandigheden voor \ oortde Protestanten. waarin hij met fcheldwoorden tegen de Zwitfers uitvaart. L U T H E R had reeds federt het jaar 1542 op nieuw eene verbittering opgevat tegen de Zwinglianen . dat Z W I N G L I U S in zijne zonden geftorven was. **7 ne toeftemming tot de kerkvergadering. en onder de verderfelijke fecten en goddelooze ketterijen geplaatst. en dat hij zich liever honderdmaal wilde laten verfcheuren en verbranden. hen onder de Herdoopers en Nestorianen gerekend. ongelukkig den twist over het avondmaal. den Paus was voorgeflagen. O. om hetzelve te keer te gaan. door zijne iing S der visten drift. >t 1552.a mondiaal. door het uitgeven van de Regtzinnige belijdenis der Zurichers. ook vereenigden zij zich f iari51f. maar welke L U T H E R geP a heel n 0 1 . dat hij zijn gevoe. waarop in dat jaar eene verantwoording van Z W I N G L I U S volgde . in het jaar 1543. Hier op antwoordden die van Zurich in het jaar 1545.G E S C H I E D E N I S .

en in zijn Korte Belijdenis. die niets deed dan te plooijen en te draaijen. In dit jaar 1544 liet hij zijnen geest tegen de Zwitzers geheel uit in zijne verklaring van Genejts. GEORGIUS MAJOR. E U G E N H A G E N . j . die hem een' klapper noemde. M . L U T H E R . deed hier veel kwaad aan. op bevel van den Keurvorst van Sakfen zoodanig een voorfchrift van Hervorming opgefteld door de Wittembergfche Godgeleerden .228 K E R K E L I J K E na C. van hetwelk men niet zou afgaan. van wien wij boven gefproken hebben. werd. in het jaar 1545 opftellen van den Godsdienst en Hervorming moesten worden ingeleverd . MELANCHTHON over ' . werd dit verfchil gedoofd . . Dit bevatte vijf hoofdftukken. over de ware leere. die te Worms zon gehouden worden. om deszelfs verdraagzaamheid. over het wettig gebruik der Sacramenten. reïWij! B U C E R U S met zijne pogingen tot vrede L U T H E R flechts tergde. en FIL. die in eenen Brief aan eenige Jaari5i. volgens getuigenis van M E L A N C H T H O N . Dewijl. KASPAR CRUCIGER . J a . fchoon L U T H E R in zijne hevigheid bleef volharden. dat hij zelfs de Transfubftantiatie fcheen te erkennen. maar alzoo L U T H E R niet van hem kon fcheiden en M E L A N C H T H O N met L U T H E R niet wilde twisten. AMSDORF. op de rijksvergadering. door alle woorden en daden der Zwinglianen ten ergfte op te vatten. L U T H E R begon zelfs op M E L A N C H T H O N onvergenoegd te worden . kerken van Italië zich zeiven zoo ver door zijne tot 155: drift liet vervoeren. G heel in vuur bragt. volgens het laatfte befluit te Spiers geRijksdag te Wormsnomen.

G. Dit formulier werd echter niet geheel aan den KeiP 3 z e r . Behalve dit formulier. bij voorbeeld. 't 155a. dat het Bisfchoppelijk ambt. .G E S C H I E D E N I S . als ontijdig en gevaarlijk . ten welken einde hij de gebreken en misbruiken der Roomfche Kerk optelde. in het bijzonder eene befchuldiging in te brengen tegen de Bisfchoppen en Prelaten. en het onderhoud der kerkelijke perfonen. als ook de kloosters.n 1 C. tucht. 229 over den Euangeliedienst. Doch dit formulier mishaagde aan den Keurvorst en anderen. alleen werd er het een en ander in veranderd. maar evenwel beweerd. en Scholen. dat de inwijding aan de Bisfchoppen en de beflisfing van huwelijkszaken aan de geestelijken was overgelaten. en aan die van Straatsburg ter hand gefielde. indien dezelve alleenlijk dienden tot eene godvruchtige opvoeding en onderwijs.de belijdenis des geloofs niet flechts op te geven. ook over de ligchamelijke verdediging. kon geduld worden. Daar werd niets gezegd van de eerstheid van den Paus. door het noodzakelijke te onderfcheiden van het min noodzakelijke. over het onderhouden der Letteroefeningen l ^1517. als het wel beftuurd werd. B U C E R U S had daarbij ten oogmerk. en dus ook over de Protestanten. over de godzalige kerke. omdat zij deze befchuldiging der Bisfchoppen aanmerkten. dewijl daardoor aan den Keizer het oordeel overgegeven werd over de kerkelijken. maar ook een ontwerp eener aigemeene Hervorming der kerk. Maar het opftel van Wittenberg werd ook door den Landgraaf en de Hesfifche godgeleerden goedgekeurd. werd er een ander opgefteld door B U C E R U S . Echter houdt hij naauwkeurig den middelweg.

ten dat L U T H E R toon te ftellen. dat er na zijne begrafenis een o n lijdelijke zwavelftank uit zijn graf was voortgekomen enz. dat de Roomfchen zich den. hetwelk hij i n druk g a f . o v e r lijke trouwbeloften. overen . H e r t o g van zijn Hertogdom met de wapenen te herhoewel hem z u l k s te deerlijk m i s l u k t e . dat de Keizer n e i g d e . ten einde de Protestanten over te h a l e n . dezelve verdicht h a d . waar tegen de Protestanten bleven volharden i n h u n ne weigering. om den weg van geweld i n te flaan. hoe langer hoe meer. LUTHER fukkelde dit jaar aan verfcheidene lig- chaams . dat men na zijnen d o o d zijn ligchaam op den altaar geplaatst zou en aangebeden h e b b e n . bij voorbeeld. zoo- fchaamden en nu uitftrooiom Behalve zijn ongenoegen hen tegen S I E L A N C H T H O N .UTHER'S dood. zer overgeleverd. Ook tot 1551 bleek. LUTHER fpotte gezouten met deze uitftrooi- fels i n een gefchrift. bijzonder aan het graveel. gegaan wilde hebben.230 K E R K E L IJ K E na C. welke reeds dadelijk bijeen gekomen w a s . welke L U T H E R ftreng heimete keer ook verdroot hem de weelde in . ( \. Brunswijk. daar hij alle pogingen i n het werk ftelde .ongemakken. d a a r wij van gefproken h e b b e n . volgens zijne begeerte op zijn doodbed te kennen gegeven. O o k poogde HENDRIK. waaruit een gerucht van zijnen dood ontftond en verfpreid w e r d . om de kerkvergadering te Trente te erkennen. de- wijl hij door den K e u r v o r s t en L a n d g r a a f geflagen en hij zelve gevangen werd. Gerucht van T. maar alleen het een en ander uit Jaari5i ' hetzelve medegedeeld aan zijnen Staatsdienaar. met het bijvoegen van verfcheidene belagche- Iijke fabelen. h a d hij ook verfchil met de regtsgeleerden.

om de dwalingen op te fchikken. Nog werd er eene andere verfchoning. Men had hier de voorbeelden der ouden bijgevoegd. kerkgefchrift opgefteld.te stanten eigeren zelve weigerden te erkennen.g t 1552» berg verliet en niet dan met moeite zich door den _ Keurvorst liet bewegen. in eene B i j . en de zekere getuigen der Apostolifche leere. en deszelfs gezonde uitlegging. Terwijl de Kerkvergadering te Ttente reeds bij een Redenen aarom gekomen was. Bisfchoppen en Monniken. om daar weder te keeren. dat dwalingen bevestigen zouden. 2. het een en ander e C. G . ergadehetwelk ook in de maand Maart 1546. Deze redenen waren ! erkenvoornamelijk: 1. en in fcholastike beuzelingen en ftrikredenen. en dus n a r ng van 'renten L U T H E R ' S dood. die bij geene Synoden tegenwoordig hadden willen zijn. zijn of ongeleerd. een befchermer en uitvinder van groote dwalingen. de redenen. De overige Rigters. in deze bijeenkomst. zoodat de weinige goeden. die er zijn mogen. en een openbare vijand en vervolger der Protestanten. & De geloofsregel wordt niet gefteld in het woord van G o d .G E S C H I E D E N I S . de oude geloofsformulieren.* : Proeenkomst te Frankfort. omdat hij zelve de befchuldigde i s . waarom zij de. door M E L A N C H T H O N in * . in latere overleveringen. welke zij vooruitzagen. in openbaren druk uit te geven. van welke de afgevaardigen P4 6* . beiloten de Protestanten. De Paus kan niet alsRegter erkend „ en. v £( worden. in der vrouwen kleederdragt. of met vooroordeelen ingenomen. maar in Sofistifche verklaringen. ari5i7. nam de driftige man zoo hoog o p . gefchied is. dat hij Wittem. met kikken durven noch gehoord worden. en bovendien aan den Paus gehecht en vervolgers. vastgefteld.

zoo min als in eene bijeenkomst te Worms in het volgende jaar. de dochter van CHRISTIERN. welke nog andere redenen be.55* K E R K E L I J K E na C . gebruik zouden maken. met dit alles werd er niets afgedaan. op welke de verfchillen dienden beoordeeld te worden. dat de Duit. de zaden der zuivere leer reeds ontvangen. bij voorb. (over het Euangelie van MATTHEUS) i . met wiens zusters dochter. Deze had aan het Hof des Keizers. en dien uit de overeenftemming der fchrift opmaken. dewijl hij veelgebruikt was in onderhandelingen met de Protestanten. dat godvruchtige en geleerde lieden vrij en open daarover zamen behoorden te handelen. G. om eene Kerkvergadering te befchrijven. hij getrouwd was. dat dit concilie niet was een algemeen. waar omtrent MELANCHTHON zich verklaard had. hetwelk in het jaar 1536 voor tien jaren gefloten was. fche Vorsten hem niet onderworpen zijn. ming fterk door toedoen van den Keurvorst FREDERIK. waar bij men 2. Men handelde in deze bijeenkomst ook over het vernieuwen van het Smalkaldifche verbond. die men tot deze Kerkverv Jaa»5 tot is. welke in dit jaar ten einde liepen. de toefiemming der zuivere oude kerk moest voegen. K o ning van Denemarken. dat men den zekeren en waren zin van Gods woord moest volgen . ook niet bijeengekomen op eene behoorlijke plaats in Duitschland. . vatte. vrij en Christelijk concilie . £ gadering zenden zou. HervorIn de Paltz vorderde ondertusfchen de Hervorming in de Paltz. Ook ftelde de Keurvorst van Sakfen ter overweging voor de wijze. . zoo als het had behooren te zijn. dat de Paus geen regt heeft. en 3.

(ïefprek ! Reburg eene nieuwe onderhandeling beproefd tusfchen * . ontbood de Keurvorst P A U L U S F A G I U S van Straatsburg naar Hddelberg. J O A N a i n 2 NES BRENTIUS . met oogmerk.-nsburg. Ten einde dit werk in de Kerk en op de Hoogefchool voort te zetten. bevorderde de zaak der Hervorming fterk. en kreeg haar beflag eerst onder den Keurvorst F R E D E R I K III. . was opgevolgd. een Augustijner. hunne bijzitten weg te zenden of eene vrouw te trouwen. eenige godgeleerden der beide partijen. doch door den engelukkigen Smalkaldifchen krijg werd deze zaak zeer achteruit gezet. en de beruchte Fabelfchrijver J O A N N E S C O C H L A E U S . Ondertusfchen werd op den Rijksdag te Regens. *33 ten. zijnen Broeder LODEWYK. en voerde ze in dn jaar openlijk in. meer open. Hond hij toe. een Karmeliet . des Keurvorsten Neef en aanftaande opvolger. ook gebood hij de parochiepriesters . alzoo L U T H E R uitdrukkelijk den Keurvorst afgeraden had. G . de fprekers waren. alzoo de Keurvorst oud van jaren was en geene kinderen bad. M E L A N C H T H O N daartoe af te zenden. O T T O H E N R I K . dat de Mis in het Hoogduitsch bediend werd. J O A N H O F M E I S T E R .I* ari5i7. prndat h\j voorzag. E R H A R D B I L L I C H . om de gefchillen over den godsdienst te vereffenen. GEORGIUS MAJOR eil ERHARD die de plaats van M E L A N C H T H O N vervulde. In dit jaar 1546 . dat dit gefprek zonder eenige P 5 vrucht SCHNEPF. die de leer der Zwitfers aannam. van de Protestanten: M A R T I N U S B U C E R U S . t I53 ' lijk voor de Hervorming verklaard.G E S C H I E D E N I S . en zich van het jaar 1544 f> hetwelk hij tu C. een Spanjaard. van de Roomfche partij: P E T R U S M A L V E N D A .

benevens het gebruik van Gods woord aangeprezen had. om. met ter zijdeftelling van zijne tot hier toe betoonde voorzigtigheid en gematigheid. G vrucht en M E L A N C H T H O N onwaardig zou wezen. terwijl de Roomfchen zich beroemden. werd L U T H E R . op last van den Keizer aan de Protestanten voorgehouden. die verklaarden. die bidden en lijdzaamheid. en niet eer wederkomen. die altijd van alle geweld in het ftuk van den godsdienst afkeerig was . dat de Protestanten waren heengegaan. en dat zij naar huis zouden feeeren. te verdichten en te vertellen. als de eenige wapens. Voordat nog deze ftorm uitbarstte. . Jaari5i7 waarin L U T H E R zich ook geenszins bedroog. Dood vai 1 LUTHER.zulks niet te kunnen aannemen. die de zaak des Christendoms ter harte nemen. Dus werd het gefprek afgebroken.£34 K E R K E L I J K E nsrC. De waarheid was. en dit werd. hetwelk zij noodeloos keurden. welke den genen voegden. dat de Keizer zich eindelijk had laten overhalen. die nuttig zijn kon. met wien hij het ontwerp gevormd had. om hetgeen zij goedvonden. omdat zij hunne zaak niet konden goed maken. De tot 1552 eerfte aanleg van het gefprek werd van de Roomfche zijde aangevangen met kibbelen over de noodzakelijkheid van Schrijvers. voor dat het gefprek op eene billijke wijze werd ingerigt. in de maatregelen van den Paus P A U L U S III te treden. om de gefchillen over den godsdienst met de wapenen te beflisfen. toen men nu begon tot de zaak zelve te komen. waardoor zij in ftaat waren. die van alles aanteekening zouden houden. ook over het geheim houden der Handelingen enz.

dat hij kort daarna overleed. en die drift. ii G E S C H I E D E N I S . en zich alleen op het vervaardigen dier werken toegelegd had. zoo talrijk. in welken hij overleed. De onverfchrokkenheid van LUTHER begaf hem niet bij de aannadering des doods. bragt hij met zijns vrienden door in gefprekken over den gelukftaat. Graaf van Zwartzenburg .I . van welken hij fprak met dat genoegen . te Eisleben. in zijne geboorteftad. Vorst van Anhah . Des avonds van den nacht. eigen aan iemand. 23$ men« door de Voorzienigheid weggenomen van dit na tooneel des oorlogs. De. voor de godvruchtigen in een ander leven te wachten. zoodanig toe. J A N H E N D R I K . als of hij in volmaakte rust en afzondering geleefd. bij de vermoeijenis van geftadigen Letterarbeid. öm derzelver gefchillen met malkanderen. bij te leggen. nam zijne zwakheid. op verzoek van de Graven van Mansfeld.j»j Wén der rampen. die zijn vaderland dreigden. Hij was derwaards gefeisd. 1552- . en met hunne onderdanen. en bevrijd van het aanfchou. Gr. daar hij reeds lang gevoeld had. om zoo tot het genot daar van over te gaan. In deze zaak met W O L F G A N G . gevoegd bij het vlijtig waarnemen van zijne ambtsbediening . Zijne gefteltenis was uitgeput door de verbazende menigte van bezigheden. en de Raden der Graven eenigen tijd vruchteloos gearbeid hebbende. dat zijne krachten afnamen. in de maand February 1546. welke hij op zich geladen had. en het fchrijven van Werken. dit was de 17de van February . die gereed ftaat._ m groote Man ftierf in het LXIlIfte jaar van zijnen ouderdom. l : • . Naar zijne gewoonte was C .

toen hij in eene fhnuwte viel en met gevouwen handen l a g . als de zaak der waarheid. Schwartzenburg. tot hij tusfchen twee en drie uren na middernacht zacht en vreedzaam ontfliep. Papa. met ongemeene pracht gevierd. ook uit zijne fchriften. ook met houtskool op den wand dezen regel: Pestis eram vivus. i n welke de duivel hem zijn achterlte laten z i e n . Graaf van jus- gemalin. Dit was het uiteinde van dezen grooten m a n . onder godzalige gezegden en hij fchikte z i c h en gebeden tot l i e r v e n . van den Duivel op het laatst befpot te worden. te Wittemberg. op last van den K e u r v o r s t . dien w i j . G hij zelfs vrolijk en kortswijlig. en hem btfpot h a d . Graaf A L B E R T met deszelfs en JOAN HENDRIK . deze werd wel haast doodelijk. T U S JONAS . maar na het eten klaagde hij over zware drukking op de b o r s t . zeide L U T H E R .236 K E R K E L I J K E na C . moriens ero mors tua. zijne z o n e n . behalve uit de Gefchiedenis der Kerkhervorming . H i j fchreef. ondet Jaari5i7 anderen. dat hij over tafel eene verfchijning verteltot 1552 de . In alle deze fchriften heeft zaak. Ziine uitvaart w e r d . welke een aan- uitmaken . om daarom leven oude lieden z o o l a n g . kennen hij altijd kunzijne van den G o d s - der geregtigheid en der ware geleerdheid voor^ . zienlijk aantal Boekdeelen nen. waar heen zijn lijk overgebragt w e r d . Hij at dien avond n o g vrij fmakelijk. dat hij hier te vergeefs aan de herltelling der eendragt arbeidde. n o g onhebbelijk zegt men. dien a v o n d . z o o is h e t . dienst. M e n verhaalt. i n tegenwoordigheid van zijne geneesheeien.

geheel misverftaan. even als eene lichtftraal van den hemel. zoo had hij nogtans deszelfs zin van de regtvaardigheid. in het geheel niet lief. door mijne verdiensten God te verzoenen. ons arme verdoemde menfchen. 17. daar aan te Bologna ziek liggende. en had daarbij een angftig ongerust geweten. bevond ik mij toch een' groot zondaar voor G o d . nevens allerlei ellende en droefheid dezes levens.) liefhad en ijverig beftudeerde. en was heimelijk en met regten ernst vertoornd tegen G o d . a? 3 Voorgefleld. en welke hem den waren toeftand van Rome leerde kennen. welke hij het :ot 1552. Het volgende verdient hier aangeteekend te worden: Op zijne reize naar Rome. regtvaardigmaking door het geloof. Gods regtvaardigheid. (Hoofdft. artikel van het (laan of vallen der Kerk gewoon was te noemen. was ik zeer vijandig. van welke wij in ons verhaal gefproken hebben. welke voor God beftaat. I. trof hem. die de zonden ftraft. en had dezen regtvaardigen en vertoornden God . nog door de wet te verfchrik- . dat hij om geene duizend gulden wilde. in 1510. waarom hij naderhand zelve meermalen zeide. Het woord. of hij had deze reize gedaan. maar ik haatte denzelven . [aari5i7. viel hij in eene groote zwaarmoedigheid. zijne hoofdleere was de leere van de ra C O." Hoe zeer hij te voren reeds den Brief van PAULUS aan de Romeinen. " zegt hij zelf: „ a l s een heilige en onberispelijke Monnik leefde. dat hij zich niet vergenoegde.G E S C H I E D E N I S . dit woord in de ziel: „ De regtvaardige zal uit den geloove leven. „ Hoewel ik o o k . vertrouwde ook niet. in welken deze woorden voorkomen.

Doch .toen voelde ik weldra. eene wijde geopende deur. poogde uit te drukken. ik liep derhalve fpoedig den geheelen Bijbel door en verzamelde ook in andere plaatfen .^38 . Gods regtvaardigheid. hoe de woorden aan elkander hingen. alle derzelver uitlegging bijeen. en bleef daarbij tot zijnen dood. en leerde verltaan. door Gods genade. inzag. naar dezen regel. ja door het Euangelie deze ellende e« hartzeer nog grooter te maken enz. en n u . welke hij ook. gevonden had: ook zag ik de lieve Heil. hetzelve als mijn allerliefst en troostelijkst woord dierbaar en hoog te achten." Sedert was L U T H E R vol van deze gedachte. Schrift van nu af heel anders aan.. dat de Christen. G Jaari5i7 tot 1553 K E R K E L I J K E fchrikken. en wat gelooven in de Heilige Schrift beteekent. door het geloof alleen. zijn heil in Gods vrije genade in CHRISTUS zoekt en vindt. toen i k . E n gelijk ik voorheen dit woordje: Gods regtvaardigheid. als 't ware. met regten ernst haatte. dan te voren plaats had. in zijnen handel en wandel. Laat ons eene fterk fprekende verklaring van hem . om zeker te weten. Niemand denke echter. dat hij de hooge waarde der Christelijke deugd miskend hebbe. dat ik wedergeboren was . wat Gods werk. zoo begon ik nu. hoe de regtvaardiging door het geloof in Gods genade en loutere barmhartigheid kome . om in het Paradijs zelve in te gaan. waar van hem zijne vijanden zelve den lof niet hebben kunnen weigeren.ta C . en van toen af was mij deze plaats in den Brief van den Heiligen PAULUS in waarheid de regte pooit van het Paradijs.

„ der eenig werk. alle Kardina. dat „ de Duivel dit hoofdartikel altijd door zijne leer„ aren moet lasteren. de onwaar* „ dige Euangelist van onzen Heere JEZUS CHRIS- . 239 hem over het een en ander hooren. Vader LUTHER ! Daar is toch onderfcheid tusfchen -eene Geloofsbelijdenis en een Gebed. de Turkfcke Keizer . hetwelk £ d e kinderen bidden ( f ) : „ fc geloof in JEZUS „ „ CHRISTUS. de Paus. I Edict. de geheele Wereld „ met alle Duivelen. openlegt. " Euangelie. maakt regtvaardig voor G o d . ten dezen . die gekruist. Dat is mijne. Gods Zoon. Paters. zoo zeg i k . (wanneer zij tegen deze waarheid ftrijden. de Roomfche Kei„ zer. Dr.] T U S . 202. L U T H E R S . „ Ik (*') Zie boven Bladz. Vorsten. G . Nonnen. Want daar ftaat het artikel. Zij ftaat Jj t 1552. en zij zullen. en luidt in LUTHERS fttjl dus: „ Dewijl ik zie. Monniken. . en geenen dank daar ]] voor hebben.) het helfche vuur „' daar voor op hunnen kop. " „ Daar is toch niemand voor onze zonden geftor„ ven. MARTYN L U T H E R . de Tartaar fche K e i - 11 zal der Perfen Keizer. i s . 191. 198. en niet rusten of duren k a n : . . geheele ziel aan ons. dan alleen JEZUS CHRISTUS. Bisfchoppen. (t) Niet bidden. m het jaar 1531 uitgekomen. geftorven enz.G E S C H I E D E N I S . Heeren. Dr. in- „ geving van den Heiligen Geest. na het overleveren van de Geloofsbelijdenis te Augsburg (*). en het ware H . " " moeten laten liaan en blijven.'. zon. len. Koningen. dat dit artikel: „ Het geloof alleen. welke 's mansas C. i in zijne uitlegging van het zoogenoemd Keizerlijk .

. J E Z U S . toen reeds het doodzweet op zijn aangezigt l a g . volgen alsdan „ goede werken. „ Dit is onze leer. anders dan door het geloofaan„ nemen en verkrijgen kan. of regtvaardigheid . en alzoo leert de H . . G „ Ik zeg mg ééns.. dat „ ik zulken Eenigen en Alleen . — — Doch na zulk „ een geloof. waarbij wij . opdat een iegelijk . Geest. Gods Jai. of zonden„ vergeving . gegeven heeft. r 1517 „ Z o o n . als vruchten van zulk een geloof. . van . dat hij zijnen eeniggeboren Zoon . heeft ons van de zonde verlost. „ e n al * zouden alle Duivelen en de geheele We„ reld zich verfcheuren en bersten. volgens de Heilige Schrift. zoo is het toch . gelijk hij nog met dervende lippen betuigde. dan is het toch onmogelijk . en de geheele Heilige Christenheid. Wereld gehad. zijn troost in leven en fterven. Maar is Hij het nu alleen. waar. of ontvangene verlosfmg. . alleen J E Z U S C H R I S T U S . Alzoo lief heeft God de . zeide hij verftaanbaar den Tekst: . Naauwelijks een half uur voor zijn einde. de ziel van zijn geheel Godgeleerd zamenftel. in Gods naam blijven." Verders hield hij zich in alles aan den Bijbel . Met werken is en „ blijft hij onaangegrepen. die in hem „ gelooft.verlosfer van de „ zonden. niet verderve. die de zonde „ wegneemt..440 K E R K E L I J K E T\3 C. dan kunnen wij het met onze wer„ ken niet zijn. en de inhoud der geheele Schrift. dit is tot 1552 „ zeker waar. maar het eeuwige leven „ hebbe. zijn behoedmiddel tegen alle dweeperij. A m e n ! " Deze leer. . was de belangrijklte zaak voor zijn hart.

geloof te verzeke- ren : maar tevens wees hij met de Heilige Schrift de Dweepers tot de orde van gezond verftand en van de Goddelijke leere terug. meermalen. noch ftaat op den weg der noch zit i n het geftoelte der Men verhaalt later tijd echter . zaak der Sacramenten Wanneer MELANCHTHON . . . " op antwoordde: Zurickers. Ik beken. gefchrift uitgeven. buiten het fpoor hem zelfs i n glijkheid vervoerde. ingezien . om dezelve te en z i c h zeiven daar uit van hun gebruiken. welke Zwitfers. waarin wij ons gevoelen d u i „ delijk v e r k l a r e n . weinig met de der welvoe- bij voorbeeld toen i n het jaar 1 5 4 5 ." . dat L U T H E R dit zelve irt en kort voor zijnen dood tot MELANCHTHON gezegd z o u hebben: „ FILIPS ! dat er in de „ veel gedaan i s . G. flijl. gelijk ner te Bremen. te befchaven. zijnen t i j d . . die niet en wandelt in den raad der Sacra- „ Zwin* mentarisfen. ot 1552* tegen de Roomfche Kerk als tegen de Dweepers van . ten aanzien van den en dat dezelve zoo hard waar aan zijne drift en hevigheid ook niet toebragt . zend dat 'smans overlieten. m a n . Laat ons dan te daar een zachtzinnig . . 241 het gezag r a C . . i n eenen Pfahn verba- menigvuldige bezigheden hem te weinig tijds Brief aan anderen verdraaide: „ de eenen hij* Opzie- woorden van Welgelukzalig is de . . glianen. hij beweerde tegen de eerfte het regt en de vrijheid der L e e k e n . zal LUTHER Q hervat hebben: „ Ik . Jammer is het ondertusfchen. L dus onder verfchillen is. I. om zijne w e r k e n . der Heilige Schrift verdedigde hij even z o o krachtig 1 aar 1517. Van dezen liet hij z i c h niet aftrekken.G E S C H I E D E N I S . " H E R V .

ais ook welke openbaringen gin van zijn hervormingswerk hij i n het begehad hebbe. karakterbefchrijving. G . neen . tot 1552. „ i k w i l deze zaak liever aan G o d overlaten. Doet gijlieden ook iets na mijn' d o o d . ZWINGLIUS. maar i n tegendeel vrolijk en o p g e r u i m d . en dat hij buiten dezelve verfchijningen.. Bladz. W i j kunnen van dezen grooten M a n niet afftapKarakter van L U . dat L U T H E R dikwijls plag te zeggen: „ dat hij aan geen fterveling ooit z o u verhalen . . hen van alle OECO- mannen. welke PETRUS SCHADE . " E v e n w e l moet men niet d e n k e n . hij verklaarde tevens. Gefih. „ I k heb hier ook w e l meermalen aan g e d a c h t .p e n . CALVYN. o f begeerde. wier vermoeden van geestdrijverij v o l k o m e n vrijpleiten ( * ) . van fcherts en boert. zonder aan onze Lezers mede te deelen.24a K E R K E L I J K E M C . ge- zegd (*) Zie het Bijvoegfel i n MOSUEIMS Kerke/. " In zijne huisfelijke verkeering en onder zijne vrienden was L U T H E R geenszins ftuurscb. IV Deel. als de overigHervormers . . 231. dat hij daarop o f op droomen hebbe afgegaan . „ wat en hoe zwaar hij o m het Euangelie geleden „ h a d . dat de H e i l . maar dus z o u i k de geheele leer verdacht maken. Schrift hem genoegzaam w a s . J»ari5i7. LAMPADIUS. L U T H E R was z o o m i n een D w e e p e r . en gedrag BUCERUS . een beminnaar zelfs J U S T U S JONAS i n zijne Lijk- rede over L U T H E R gehouden verhaalt ons ook deze bijzonderheid. volgg. fchriften MELANCHTHON . eene THER. noch zelfs wonderwerken behoefde droomen.

. pag CERDES Hifi. n: C G« ansi7. Ren. van hem gegeven heeft. zijne geleerdheid en kennis der Heilige Schrift verwonderlijk. Hij fehrijft in eenen Brief aan J U L I U S P F L U G ( § ) het volgende: „ M A R T E N is middelmatig van geftalte. die zich naar tijd en omftandigheden voegt: in de verkeering is hij heusch en een aangenaam prater: {nugator:') vrolijk en gerust. ( t ) Zie van dit gefprek hier voor Bi. Q * 198. C A . GERUES / . (§) Ap. fchraal van ligchaam. M i s fchien zou men in hem meer oordeel en gebruik van hetzelve kunnen verlangen. Van het Grieksch en Hebreeumch heeft hij tot hier toe zoo veel geleerd. ) en zacht. Monum. c. overal en altijd van een blijmoedig en bloeijend voorkomen. alwaar deze M O S E L L A N U S Hoogleeraar was. (facilis. I. naar de rivier de Moezel. gehouden te Letpzig ( f ) . alhoewel zij(*) M e n zie van dezen T.G E S C H I E D E N I S . ja gedraagt zich als een mensch. Voorts in zijn leven en zeden is hij wellevend . p. het jaar 1514 het gefprek bij tusfchen L U T H E R . Euang. ( civilis. 180._ R O L O S T A D I U S en E C K . S43 zegd M O S E L L A N U S ( * ) . niets verwaands. zoo dat men hem van nabij befchouwende genoegzaam alle zijne beenderen zou kunnen tellen. bijkans alles op zijn duim heeft. Deze geleerde woonde in V' t 1552. hetwelk door zorgen en letteroefeningen tevens is uitgeput. hij is in den mannelijken en frisfehen leeftijd: zijne ftem is fcherp en duidelijk . zoodat h i j . dat hij over de vertalingen oordeelen kan. gelijk men fpreekt. 83.) hij vertoont niets ftoicijnsch. 193.

zijne vijanden hem hard en ftreng bedreigen: zoodaf Jaarisi. van welke de omwentelingen te wege Gefchiedenis gewaagt. o f welvoegelijk voor eenen Godgeleerden. C >. door het meesterlijk penibel van ROLERTSON (*). D o c h ik weet niet. zien omverwerpen. hetwelk genoegzaam iedereen in hem berispt." voegen hier nog bij de karakterfchets Wij van L U T H E R . V Dtel. 02. die door onmiddelijke inbla- zing des hemels geleid w o r d e n . hem alles Sommigen. en den lijke ten tijgden hem niet alleen alle eenes Duivels aan. menfchelijke ondeugden . " Dan (*) Hiftorie der Regering van Karei V . om eene der grootfte en gewigtigfte brengen. o f hij deze fout niet met alle late geleerden gemeen heeft. te was herfteller hem volmaaktheden menfchelijke. maar Vrijheid. M a a r . i n beftraffen en wederleggen nig onvoorzigtiger en te i e m a n d . dat iemand z o o fteile " zaken zonder het Goddelijk beftuur zou kunnen ondernemen. „ D o o r de V o o r z i e n i g h e i d beftemd. wiens karakter met ftrijdiger verwen werd afgemaald. die wat bitter. wat zij door hunne len voor heilig h i e l d e n . en als der Christetoe . . befchouwden alle zijne daden met eenen eerbied. uiterften gebelgd en verontwaaidigd . verre boven het eigenden te vooroordeede boosheid opgetogen zelfs van be- en hem befchouwende de fakkel der K e r k e . — A n d e r e n . welken den zooda- nigen alleen toekomt. wondering en erkentenis. is hij een w e i - dan veilig is voor nieuws leert. tot 155: '• men naauwelijks gelooven k a n .244 K E R K E L I J K E na C. Bladz. er misfchien nooit een mensch.

Zijl I ijver in het aankleven van hetgeen hij voor waarheic l hield. en van Leeraar dier ftad. gen zijner Tijdgenooten. liet hij de eeretitels en inkomflen der Kerk aan zijne leerlingen over. om dezelve te verdedigen. . en alle vermaaknemingen verachtende . zijne bekwaamheid. zijne onverfchrokkenheid in het verkondiger i dier waarheid. den overgrooten l o f . G . en zijm onvermoeide vlijt om dezelve voort te planten . en niet üi t na C. en met zoo vee [ luister. welke zoo duidelijk. in zijn ganfche gedrag doorfchijnen. maar deze gebreken. of de verzwarende bedspin . Voor het overige boven alle zelfsverheffing verheven. 34 5 „ Dan het is uit zijn eigen gedrag. tot 1552.met de geringe wedde aan die bedieningen verknocht. niets ophebbende met de geneugten of aangenaamheden des levens." . welke zijne leer aanzien bijzette: en zulk eene volmaakte belangeloosheid. zich altijd met zijn' eerften post van Hoogleeraar aan de Univerfiteit van Wittemberg. welke zeer wel met het karakter van eenen Hervormer ftrookten. zoo natuurlijki als verkregene. . zijt 1 alle deugden. verge^ noegende. Jaar 1517. eene gere gelde levenswijze. verre van toegefchreven te kunnen worden aan bedorvenheid of boosheid Q 3 van : 1 r . Voeg hier bij eene zuiverheid en ge ftrengheid van zeden. da zelfs zijne vijanden hem dezelve niet hebben kunner : betwisten. Deze ongemeene hoedanigheden gingen gepaard met eenige gebreken van menfchelijke drift en zwakheid .G E S C H I E D E N I S . dat de tegenwoordige eeuv haar oordeel over dezen Man moet vellen. welke geer den minften twijfel wegens zijne opregtheid overlaat.

door gedurig de hartstochten van elk in het bijzonder tegen te gaan. waar aan LUTHER zich fchuldig maakte. als hij T E T Z E L of ECK gedaan had. voer hij met verachting uit tegen allen. vervoerde hem. maar bejegende hen even r u w . onkundig van die grondregelen. niets aan hunne zwakheden of vooroordeelen toegevende. die niet eenftemmig met hem dachten. G Jaari5i7 tot 1552 K E R K E L I J K E van hart." „ Gewoon alles aan de waarheid te onderwerpen. om zoo te fpreken. gedeeltelijk was zij een gebrek van de eeuw. en maakte zich fchuldig aan daden. zonder zich aan rang of verdiensten te ftooren. met eene drift. wanneer zij door groote voorwerpen aangefpoord. — Maar deze onbetamelijkheid . welke. Hij ontzag de Koninklijke waardigheid van HENDRIK V I I I . vorderde hij denzelfden eerbied voor haar van andere menfchen. buiten zich zeiven. en de zeden . welke hem aan berisping blootftelden.nifi Ba C . of door heftige hartstochten geroerd werd. ging hij foms de palen van het goede te buiten. Zijne ziel natuurlijk heftig en geweldig. of de begaafdheden en geleerdheid van ERASMUS niet. welke hij beleefde. Bij een ruw volk. welke zwakker gemoederen verbaasde. — Door eenige zijner prijswaardige hoedanigheden tot uiterften te brengen. moet niet geheel en al aan zijnen driftigen aard worden toegefchreven. fchenen met vele van zijne deugden den oorfprong uit eene en dezelfde bron te ontleenen. of vreemd voorkwam aan lieden in geruster omltandigheden. de Maatfchappij befchaven. Toen men zich tegen zijne leer verzette. viel bij alle zijne tegenftrevers aan met even veel hevigheid.

als in eene levende. in welke koelheid en zoogenoemde befchaafdheid naast grenst aan laakbare onverfchilligheid. dan heeft. in hunne natuurlijke taal. en in welke mannelijke en hartige taal gevoerd mag en moet worden. na c." Ten aanzien van deze aan LUTHER ZOO dikwijl» te laste gelegde ruwheid en hevigheid van ftijl hebben wij reeds te voren het één en ander aangemerkt . zonder de £ j >ri5i7« : 155*. 247 den verzachten.of ingetogenheid te hetoonen . een harde kwast wel eens een' fcherpen bijtel noo» dig.G E S C H I E D E N I S . het volgende nog verdient gevoegd te worden: Daar zijn gevallen. minfte bedaard. welke zij gevoelden. waren alle gefchillen heftig en Kerk. e. bijgeloof en geweld worden gehandhaafd . hunne Tegenltrevers met de fchamperfle bewoordingen te bejegenen} daarenboven klinken alle onbetamelijke en ruwe uitdrukkingen in eene doode taal zoo fcherp niet. waren zij door het voorbeeld der beste Schrijveren in die taal gewettigd. hoe noodig hetzelve was. ook een onbefchofter voorkomen hebben. tot handhaving der waarheid. om zijne zaak Q 4 te . LUTHER begon met zachtheid. en tegen alle overtuiging ftaande gehouden. Wanneer plompe en fchadelijke onwaarheden en dwalingen door vooroordeelen. en (telde het vuur van zijnen ijver niet te werk. gemeenzamer zijnde . voordat hij bemerkte. de _ gemoedsbewegingen uit. waarbij. Dewijl in dien tijd al de werken van geleerde lieden in het Latijn werden opgefteld. en bij hetgeen hier door ROBERTSON aangevoerd wordt. en zij drukten. gelijk het oude fpreekwoord zegt. waarvan de toonvallen en fpreekwijzen. onverftand .

De eerstgemelde deed er velen lagchen . gelijk M E L A N C H T H O N in zijne Lijkrede verhaalt: . maar geen van beiden kon de menfchen i a beweging brengen. en werd door zoodanige tegenkanting te vuriger. In zulk een beflisfend tijdftip was ftoutfpreken en onverfchrokken handelen noodjg. zijne onder. met den fchrik van bloedplakaten. toen alle zachte maatregelen bleken geenen invloed te hebben. Met één woord. welke voor Europa zoo gelukkige gevolgen heeft voortgebragt. E R A S M U S zelve erkende. noch de vernuftige hekelfchriften van E R A S M U S . eenen harden geneesmeester gege„ ven had. Zijne zachtheid . Met hetgeen wij hier het laatst hebben aangemerkt .348 K E R K E L I J K E na C. Doch. daar hij dus ver- . ften tijd. ftem des gezags. noch de befchroomde verklaringen van M E L A N C H T H O N . laat ons R O B E R T S O N verder hooren. ftemt R O B E R T S O N mede i n . zouden immer in ftaat geweest zijn. de ander bewoog fommigen tot redekavelen. om de Hervorming der Kerk tot ftand te brengen. te doen gelukken. werd beantwoord met de beflisfende tot 1552. of handen aan het werk doen liaan. zijn gedrag op den vermaarden Rijksdag te Worms was wel kloekmoedig en Itandvastig. Onder dit alles behield L U T H E R zijne bedaardheid ." Jaari5i7 werpelijkheid." D o c h . Inderdaad. voegde hij eene nieuwe mate van hitte bij de kracht van zijnen ijver. uit hoofde van de grootheid der kwa„ len en ziekten . dat God aan dezen laat. om die gelukkige Hervorming daar te ftellen. . met lagen tegen zijn perfoon. maar niet minder eerbiedig en zedig.. G.

een groot gedeelte van Europa zijne leer te zien omhelzen. op te wekken. Zachte uitnoodigingen zouden noch de zulken. welke LUTHER durfde tarten. om het groote werk. want . had gewis de gevaren ontzien. te volvoeren. noch hen opgewekt hebben. als hij werd tegengefproken. — Om het menschdom. fchoon deugd en ondeugd in alle tijden dezelfde zijn. de grondvesten te zien waggelen van den Pausfelij.G E S C H I E D E N I S . die hem juist gefchikt maakten. voor welken de grootfte Monarchen hadQ 5 « 1 d e . dat in onkunde en bijgeloof gedompeld lag." „ LUTHER fmaakte het genoegen van den verbazenden voorfpoed zijns ijvers te beleven. te beurijden. fchoon zijn ijver of zijne bekwaamheden niet zigtbaar verminderden. doch min wakkere geest . welke wij thans geredelijk laken. oploopender en ongeduldiger werd." „ Omtrent het einde zijns levens zag men. i& vervolgt: „ Daarenboven moet men. en de woede der Dweeperij. Hetgeen ons in LUTHERS gedrag als zeer berispenswaardig voorkomt. rakter opmakende. Het waren zelfs eenige dier hoedanigheden.Jaarisi?. hem beoordeelen naar de begin. was een hevige ijver en een onvertraagd karakter noodig. Een minzamer. hetwelk hij durfde ondernemen. de zeden en gewoonten nogtans veranderen onophoudelijk. die geroepen werden. dan die van LUTHER . zoodat hij gemelijker. iémands k a . zijne ligchaamskwalen toenemen. ter ooren gekomen zijn. die de magt in handen had. ot 1552.a C. en wist te boven te komen. ergerde zijne Tijdgenooten niet. ken troon. felen en grondregels zijner eeuw. G.

volgg. III Deel. overleed in hare teedere kindsheid.. inderdaad. ( . den gefidderd: Dit had ten eigenaardigen gevolge.2. Jaarisi 7. Bladz. zegt M E LANCHTHON. en over(*) Men vergelijke hier mede ROSCOZ Leven van Paus LEO X . Dit beduidde. met een vrolijke lieftaligheid. nooit eenige gewaarwordingen van dien aard had voelen opwel- len." LUTHERS HuiSVrOUW. en deze fpreuk: Der Christen hertz auf rofen geht. ftierf in 154. waarmede hij zijne Brieven ge> woon was te verzegelen. 251. dat twe Engelen haar tot de eeuwige verkeering met God zouden leiden." — Dus verre ROBERTSON (*). Ik dacht aanftonds aan deze beduidenis. Van deze verhaalt MELANCHTHON ergens de volgende bijzonderheid: „ Twee dagen voor haren dood vertelde zij. E L I Z A B E T H . foms eenitot 155: ' ge blijken te geven van trots en zelfsgoedkeuring. was eene roos met een kruis . hoe twee jongelingen in denzelven haar naar eene bruiloft geleid hadden. Obs mitten tinternn Creutze fteht. op het befchouwen van al de groote zaken door hem volvoerd. LUTHERS zegel. MAGDALENA. . eene andere.dat LUTHER zich niet wederhouden kon. E n . eenen droom. overleefde haren man nog omtrent zes jaren. een dochtertje. in mijn bijzijn . haren Vader . indien hij. KATHARINA VAN BORRHE.25° K E R K E L I J K E na C. Bij zijne Huisvrouw had hij verfcheidene kinderen verwekt. hij moest meer dan mensch geweest zijn.

te erkennen. o o k drong hij a a n . n a eng begeven met hare kinderen. die (*) Clasf. dat w i j tot de Gefchiedenis Sr der H e r v o r m i n g wederkeeren. G . w e r d door den Keizer i n perfoon b i j g e w o o n d . . fprong van het r i j t u i g . verviel ziekte . Q ( ïalkalche rlog. 251 overleed i n het jaar 1552. 233. fase. dat hij hen als wederfoannelingen z o u aanmerken. ingerigt ter bevrediging. en i n het begin der jongstverlopene eeuw waren er i n Sakfen n o g afftammelingen grooten M a n i n w e z e n . die i n goeden van dezen doene leef- den. 2. meest om hare met water. en viel in eenen kuil Door den fchrik den v a l . ( t ) Bladz. wilde z i c h naar Torgau In dit jaar kin- d e r e n . I. 117. Wittemberg. om de Kerkvergadering te Trente bijeengekomen. waar v a n w i j hier voor ( f ) gemeld hebben. onder zware bedreigingen. Protestantfche V o r s t e n niet i n perfoon dat de tegenwoordig w a r e n . en tevens aan de Protestanten de fchuld gaf van het afbreken van het mondgefprek. verliet z i j en de gevolgen van bezeerd had . D o r h . pag. gedurende welken het vruchteloos mond- gefprek gehouden w e r d . daar zij z i c h zij zwaar i n eene uitterende _ 1552- fchichtig en gingen D e moeder v e r f c h r i k t . het is t i j d .G E S C H I E D E N I S . De Rijksdag te Re- gensburg. D e overige kinderen van L U T H E R overleefden h u n ne ouders. Brem. Onder weg werden de paarden door. 2. na eene bedlegering van drie maanden. Vergeefs deden de V o r s t e n . die z i c h ten fterkfte beklaagde. overleed ( * ) . alwaar de pest was u i t g e b r o k e n . aan welke zij .

dat de Keizer alle voorgaande vredesverdragen. maar hier in h e t h u n n e zag . dat zij . op welken hij de geweldige befluiten. 3. meermalen tegen de Protestanten genomen. zoo de vrede verbroken werd. 2. die terftond daarop een leger bij Landshut verzamelde.) Omdat het duidelijk bleek. G. de Protestanten onbereid te zullen overvallen. deze ftraffe verdiend hadden. dat Ichuld niet ware. en door dezen met hulptroepen onderfteund werd. maar de Vorsten verklaarden in een openlijk Manifest . Het befluit der vergadering werd opgemaakt naar den zin des Keizers.) Op verfcheidene plaatfen heerschten dadelijke vervolgingen tegen de Protestanten. om daar de hulpbenden uit Italië af te wachten.252 K E R K E L I J K E na C. die te Frankfort bijeenwaren. De Keizer had gedacht. dat zij dezen oorlog als eenen oorlog om den Godsdienst moesten aanmerken. hunne betuiging daar Jaari5] tot I5« 7 tegen. ten uitvoer zou kunnen brengen. 1. op' eene listige wijze. ingevolge het genomen befluit op den Rijksdag. en men tot de wapenen komen moest. onder voorwendfel. verklarende voor God en de Wereld.) Eindelijk de Paus zelve had dit oogmerk te kennen gegeven in eenen Brief aan de Zwitfers. 4.) Omdat de Keizer zich uitdrukkelijk met den Paus ten dien einde verbonden had. De Keizer had hen. gelegenen tijd af te wachten. om den. had aangegaan. terwijl aan den anderen kant de Keurvorst van Sakfen en de Landgraaf v~n Hesfen hunne troepen vereenigden en tegen den Keizer te veld togen. tegen de befluiten en wetten van het Rijk ongehoorzaam en oproerig zijnde. in den Rijksban gedaan.

Advokaat aan het Roomfche H o f .» C. welke nog gedurende het bijeenzijn der Rijksvergadering te Regensburg in die ftad is voorgevallen. een Spanjaard. ot i55 meenlijk den Smalkaldifchen krijg noemt. dus berstte de oorlog uit. door beftelling van zijnen Broeder A L O N Z O . dan omdat hij de Hervormde leer had aangenomen . ut. in wiens gezelfchap hij te Regensburg gekomen was.difchen nige gunftige gelegenheid deden verwaarloozen. 253 zag hij zich door den ijver van den Landgraaf be. die hen me.G E S C H I E D E N I S . De krijg. van eenen omgekochten booswicht het hoofd met een' bijl gekloofd . willen wij hier gewag maken van eene gebeurtenis. een Moord man van letteren. De oorlog werd aan weêrskanten met hevigheid Vervolg van den voortgezet. doch de Protestantfche Bondgenooten Smalkalhadden te worftelen met verdeeldheden. om geene andere reden. welken men ge-. en dit onfchuldig bloed gewroken wilden hebben. G . deswegens eenige ftraf ondervonden. 1 2 .ZIUS. J O A N N E S D I A Z . voor dat wij echter deszelfs voortgang en uitflag verhalen. of D I A Z I U S . die op heeter daad gevat waren. en welke een overtuigend bewijs is van de hooggaande verbittering van velen tegen de Protestanten. drogen. angelieleer overtuigd was geworden. aan5i7. hoe zeer de Protestanten daar op aandrongen. zonder dat de moordenaars. had zich eerst naar K A L V Y N en van daar naar B U C E R U S te Straatsburg begeven. kort na' het overlijden van L U T H E R . die opzettelijk daartoe te Regensburg gekomen was . die uit de Boeken en Schriften v a n J O A N NES DIAvan L U T H E R en K A L V Y N van de waarheid der Eu. Hier werd hem op zijne kamer.

dat de Keurvorst alles zou goedkeuren. ook vermeesterde hij het Bisdom Halberflad. alwaar het hem gelukte. hun leger te verdeelen. wat de Kerkvergadering of de Keizer zou goedvinden omtrent den Godsdienst . voor. welke hij overftroomde. en kreeg ALBERT . ik bid u . Bij den Keizer gebragt. zoodat de Keurvorst van Sakfen met zijne benden naar huis keerde. veroordeelde den Keurvorst ter dood. en zelve gevangen genomen werd. doch als de Keurvorst zulks volftandig weigerde. alwaar de Keurvorst op den c^flen April 1547 geheel verflagen. behandelen zult. zeide hij: „ i k geef mij gevangen . den Keurvorst fpoedig gevolgd zijnde." Waarop de Keizer hernam: „ Zoo ben ik dan nu Keizer ! ik zal u onthalen. van zijn Keurvorstendom voor zich en zijne Da kin- . genadigfte Keizer. maar ook MAURITS van deszelfs landen te berooven. gevangen. werd hem voorgefchreven. Doch de Keizer .fi54 K E R K E L I J K E C. die zijn vonnis onverfchrokken ontving ." De Keizer vervolgens naar Wittenberg voortgetrokken zijnde. alleen zeggende: dit niet verwacht te hebben! Hij behield echter het leven op voorfpraak van den Keurvorst van Brandenburg. in het eerst. De Keizer fchreef hem. zoo als gij verdiend hebt. maar op zeer harde voorwaarden. al het verlorene niet alleen te heroveren . bewogen tot 1552. eenen Vorst waardige wijze. de Protestanten. G inval van MAURITS van Sakfen in de landen van den Keurvorst . ontmoetten de beide legers malkander bij Mulberg aan de Elbe . Markgraaf van Brandenburg . uitgezonderd de fteden Dresden en Leipzig. dat gij mij op eene.

en i n de bewaring des o f van deszelfs Z o o n FILIPS te blijven. dat de Landgraaf o p i worden. De goede- K e u r v o r s t werden FERDINAND ver- en MAURITS I gefchonken.I* ansi7. maar Bisfchop van Arras. j| m e n . . vrije voeten gefield z o u M e n verhaalt namelijk. naderhand als Kardinaal z o o berucht i n onze Vader- i landfche Gefchiedenis . . dat hij nooit beloofd • h a d . ren en bezittingen van den beurd v e r k l a a r d . liet z i c h n u ook overhalen. drag tusfchen den Keizer en dat i n het ver- den Landgraaf bedon- gen w a s . zijn i hield den L a n d g r a a f gevangen. alwaar z i c h dezelve thans b e v o n d . deze. en i zelfs ook MAURITS. dat de L a n d g r a a f vrij z o u blijven . het w o o r d einiger op die wijze i n het verdrag had laten fchrijven. het andere Hoofd I der Protestanten. van toen KAREL. die zijn S c h o o n z o o n was . z o u I de Keizer geantwoord h e b b e n . van het verbond tegen den Keizer n u en voor " altijd af te ftaan. woord wanneer doch de brekende.G E S C H I E D E N I S . en aan Keizers. MAURITS Keurvorftendom. ohne einiger gevangenis. wordende flechts een jaarlijksch inkomen | aan zijne < kreeg zijn vrouw en kinderen gelaten. L a n d g r a a f van Hesfen. de Rijkskamer te gehoorza. kinderen afftand te doen. en deed denzelven op de k n i e ë n de nederigfte K e i z e r . en dat aan 255 des Keizers m C. FILIP. willekeur over te l a t e n . op eene lage w i j z e . hulde. G . en Staatsdienaar dat GRANVILLE . voornamelijk op de voorftellen en de beloften RITS . Op van MAU- om zijnen zoen de toezegging v a n vergiffenis vervoegde hij z i c h bij den Keizer te HaU le. dat men het * 1552* . z i c h daar over beklaagde. met den Keizer te maken.

Xyi. De(-*) JAC. ohne ewiger gevangenis. heid wordt evenwel door Deze bijzonder- vele geleerden g e t r o k k e n . het lezen konden ewiger. z i c h vijf jaren daarna i n een openlijk gefchrift over het noch gevangennemen van zijnen MAURITS Sakfen. begon den Keizer tegen te w e r k e n . G . Het InteDeze was de ongelukkige uitflag van den Smalkalrim doo ' difchen k r i j g . 373. den Keizer voor. fchoon zoo veel blijkbaar i s . op het loslaten van zijnen Schoonvader aandrong. ganscb Duitschland hem ook i n Italië te onder de gebragt wet z o u voor- fchrijven. j>. beducht z i j n d e . . om het gevangen houden 5 van den Landgraaf te verfchoonen.en de Keizer ten hoogden toppunt van magt geklomgefchre. was. daar geheel Duitschland aan hem onderworpen ven. Sec. hoe zeer vernederd. den Keizer werk te verfchaffen door hunne o n w i l l i g h e i d . voor de Rijksvergadering. aan ' s K e i z e r s voorfcbriften te onderwerpen.m e n . Jsan i. • en dat de Keizer hier van op eene listige wijze getot 1552 ' bruik gemaakt hebbe . omdat de Z o o n in van twijfel FILIPS. om zich . dat de Keizer met FILIPS niet ter goeder trouw gehandeld heeft (*). Ondertusfchen ontmoette hij i n zijne ontwerpen o p n i e u w hinderpalen. van dit bedrog eenige melding gemaakt h e b b e n . ook zag hij niet ongaarne .2J6 K E R K E L I J K E na C . PERIZONIÜS Hiftor. toen h i j . bijzonder. door zijne geleverde hulptroepen terug te ontbieden. i n zaken des geloofs. dat de Protestanten . hebbende. De Paus z e l v e . bleven v o l h a r d e n . fa Protestanten waren diep vernederd. dat KAUEL. van V a d e r beklagende .

I. om eene andere plaats te verkiezen.G E S C H I E D E N I S . bijzonder de Keurvorst van de Paltz zwarigheid . door bedrei- bijzonder. bleven ftaan zonder invloed van Evenwel wist de Keizer te bewerken. in vrijheid zou Rellen. en er zich geene hoop opdeed. dat hij den Land- graaf. van Sakfen . gingen en beloften. de Roomschgezinde Rijksleden namen dit voordel gaaf over. en MAURITS alzoo zij Kerkvergadering. een formulier van geloof te laten opftellen. maakten op eene vrije den Paus. vergadering ftelde hij aan de leden voor. Terwijl de zaken in dien Haat hingen. Schoonvader van MAURITS . 'Doch niettegenftaande deze toeftemming der Rijksvergadering. om- trent de onvoegzame plaats der Kerkvergadering weder vernieuwd werden. dat de Godsdienstverfcb. B5? Deze ondertusfchen hield eenen Rijksdag te Augsburg. alwaar een Keizerlijk leger bij de hand om alles naar des Keizers zin te leiden.illen door de Kerkvergadering fpoedig zouden beflist worden. dat zich in die ftad de pest geopenbaard h a d . om de Kerkvergadering te Trente te erkennen. dat de vergadering algemeen toeftemde. maar de Protestanten. verlegd had naar na. R die- na C . te leur ge- die de Kerkvergadering van onder voorwendfel. werd de Keizer op nieuw field door den Paus. de de uitfpraak der Kerkvergadering verfchillen te aan Trente zou was. O . waar door de bezwaren der Protestanten Bolog. JanriSi?» cot I55 » 2 . of de Kerkvergadering geregeld te vervolgen. In deze dat men wijsheid der overlaten . hetwelk inmiddels (interim") H E R V . vond de Keizer goed. zonder dat de Keizer den Paus kon bewegen. Trente.

1liet langer van kracht zouden j . en dat dezelve blijven. alleen werd de beker i n het \vondmaal aan de Leeken toegedaan. door aan alle G o d s - D o o r welke laatfte bepaling op losfe fchroeven gefield werd.•258 K E R K E L I J K E na C . AGIUCOLA A l h o e w e l fommigen het onzeker a c h t e n . gaarne z o u beantwoorden. G . en het h u \ velijk der Geestelijken ( l o c h het een en ander verbonden \ vaarden : aan deze gebruik te m a k e n . tot behoud van den v r e d e . Dit formulier kreeg den naam van interim. en in naam van al de leden fpreende. dat dan tot het eene Kerkvergadering einde z o u maken verfchillen. ze zoo gewenschte zaak eenen gelukkigen uitllag z o u verkrijgen. nam de | eizer de gezegden van dezen Keurvorst aan als eene . voor de opflellers Bis- P F L U G . eenen Protestant en JOANNES JULIUS MICHAEL en van Ghleben. z o o als het gevoegelijkst z o u oordeelen. van deze 1'ergunningen 1dj voor geoorloofd verklaard. o f niet. SIDONIUS. wie men van hetzelve te houden hebbe. in duistere en dikwijls dubbel- zinnige bewoordingen. i lare uitfpraak een ( lienftige 9 Hes voor- Dat het een ieder z o u vrijftaan. aan welke m e n . D e Keizer dit opftel aan de vergadering te Augs- 1urg hebbende doen v o o r l e z e n . het be- aelsde i n het wezenlijke de leere van de Roomfche Kerk i n allen deele. Z u l k een formulier werd ontworpen door twee Pausgezinden fchop van Naumburg. bedankte hij den Keizer voor deszelfs zorg c mtrent den G o d s d i e n s t . Zonder h et gevoelen der leden bijzonder te vragen. door ge- l oorzaamheid. tot dat deJaarisi^.elukkig tijdftip.tot 1552. flond de Keurvorst \ an Mentz o p . . dienen z o u .

voerde het Interim in zijne Staten i n . 250 eene toeflemming der geheele vergadering. vervolgens dit Boek Interim drukken in de Latijn.G E S C H I E D E N I S . Onder de Protestanten kon dit opflel natuurlijk geene goedkeuring vinden. den Godsdienst betreffende. ten lande uit. gelijk ook de Keurvorst van de Paltz.f ï a r i s i ? * K 155»' fche en Hoogduitfche talen en alom verfpreiden. die geheel Duitschland in den diepften poel van onheil dompelden. behaagde het inderdaad aan niemand. ook dreef hij de bedienaars van het Euangelie. verre dat dit opflel algemeen werd goedgekeurd . en wilde geene verandering in zijn land gedogen. dat hij het niet kon aannemen. . W O L F G A N G van Tweebruggen volgde zijn voorbeeld. den Keizer willende behagen. en deed ij i C . om den Keizer te wille te zijn . waarop W O L F G A N G U S M U S C U L U S de ftad ver* R 2 liet. De Raad van Augsburg toonde zich huiverig. onder welke S C H E P F I U S zich bevond. dat men zich daar naar zou hebben te gedragen. verklaarde aan den Keizer. waar uit vele jammerlijke tooneelen van vervolging hier en elders ontftonden. Maar de Vorst van Wurtemberg liet het Interim in de Kerken aflezen. dat Leeken zich het oordeel hadden aangematigd over zaken. Het Hof van Rome zelve nam het euvel op. J O A C H I M . De Keurvorst van Brandenburg. anderen door geweld genoopt . met bevel. en vele Vorsten en fteden werden door vrees. des Keurvorsten Broeder. alleen den Paus toekwam. Evenwel. maar J O A N van Brandenburg. G . naar deszelfs voorgeven. Nogtans dreef de Keizer het aannemen van hetzelve ten krachtigfte door . die dit weigerden. hetwelk.

om hetwelk ten uitvoer te brengen de Aartsbisfchoppen van Mentz. maar waren eindelijk genoodzaakt tot eene foort van verdrag te komen . en werden van F E R D I N A N D onder zijn gebied getrokken. liet. waarom zijne gevangenis verzwaard werd. maar liet hem onder eene Spaanfche wacht dan hier dan elders voeren. De Zoons van den Keurvorst van Sakfen verzetten zich insgelijks tegen het Interim. ook konden de vrije Rijksfteden niet bewogen worden. om hem daartoe te bewegen. door de belofte van zijne vrijheid te zullen erlangen. wat ook de Keizer beproefde . onder het doorftaan van vele gevaren. Behalve het Interim had de Keizer ook nog een voorfchrift van Hervorming laten opftellen. om hetzelve aan te nemen. en de wijk naar Bern in Zwitferland nam. Keulen en Trier eene bijeenkomst hielden. onderwierpen zich aan het Huis van Oostenryk. Die van Konftans. die 21 Jaari5i7 Dus verliet tot 1552 . waarbij zij drie Kerken in hunne ftad aan den Bisfchop afftonden. doch de Keizer hield zijn woord niet. waarom ANDREAS O S I A N D E R Neurenburg verliet en naar Pruisfen vlugtte.260 K E R K E L I J K E na C. De gevangene Keurvorst van Sakfen weigerde ftandvastig het Interim goed te keuren. maar de Landgraaf van Hesfen voegde zich in alles naar des Keizers z i n . Bijkans al de fteden in Zwaben onderwierpen zich aan den Keizer. J O A N N E S B R E N T I U S Halle. Andere Leeraars op andere plaatfen ondervonden een gelijk lot. tot het uiterfte gebragt. G. Die van Straatsburg verzetten zich een' geruimen tijd tegen het een en ander. in welke de Roomfche Godsdienst .

aan den éénen kant voor den Keizer vreezende. fchen de navolgers van LUTHER zeiven ontltond. G . floeg een middel van verdrag voor. deed in het Twisten over het jaar 1548 den Sakfifchen Adel en Geestelijkheid bijInterim. en die men als onverfchillig op zich zelve kon aanmerken. te kleinhartig en onverfchillig zich be< toonden voor de waarheid. om raad te plegen. hetwelk hij hoopte. en vrees voor kruis er vervolging. wat er in dit hagchelijk tijdsgewricht te doen ftond. Jaan5i7« fteld werd. dat aan beide partijen voldoen zou. eenkomen . Deze. Wij zullen van dit verR 3 fchi .na C . MELANCHTHON was de voornaamfte en als het hoofd der Geestelijken. tot 1552. dat zij. ( onverfchilligen. dat daaruit eene fcheuring tus. Doch gelijk doorgaans het geval is . die het voorftel var MELANCHTHON omhelsden. den naam van Adiaphori. MAURITS. waartoe hij inzonderheid bragt de gebruiken en plegtigheden van den uitwendigen eeredienst. dat de ganfche inhoud van het Boek Interim door de Profes. tot eene regelmate in ftukken. geene reden te zien. Men gaf aan de Godgeleerden. dit plooijen van MELANCHTHON werd door velen zoo hoog opgenomen . in het jaar 1550 weder her. doch verklaarde tevens. Hij erkende. de tegenwoordige Keurvorst van Sakfen. tanten niet kon aangenomen worden. 261 jaren had ftilgeftaan. en aan den anderen kant acht gevende op de begrippen van zijnen Vorst. die het wezen van den Godsdienst niet raakten. uit liefde tot de wereld . van den Rijksdag thuis gekeerd. waarom men dit Boek niet zou aannemen .G E S C H I E D E N I S . ) en befchuldigde hen.

die i n het voorgaande jaar overleden w a s . waar uit b l i j k t . omdat d e . wien hij verfcheidene dwalin- gen te last l e i d e . G fchil op eene andere plaats breeder moeten fpreken. twist over de onverfchillige dingen ren later vereffend door het zoogenoemde van Eendrage. dat er i n dit verfchil vrij veel woordenfhijd mede onderliep. die i n het jaar 1550 den Pausgargvau felijken Zetel b e k l o m . bewegen. was i n dit g e v a l . D i t gaf den Keizer aanleiding.*62 K E R K E L IJ K E na C. 1) Dat de leer- welke reeds i n die Kerkvergadering beflist . H e t meerendeel der Vorsten gaf :>ok dadelijk zijne toeftemming. en niet iets toevalligs. om daar aan hunne toefremming te geven. Deze bijgenaamd. maar M A U R I T S van Sakfen enkel op deze voorwaarden: ïeliingen .derden. dat de erfzonde iets ven zelfftandigs hij beweer- i n den bedor- mensch i s . Trente.en die vergadering te erkennen. en daar te vervolgen. dat M E L A N C H T H O N tot 1552 naderhand zijn gevoelen nader verklaard heeft i n eenen Brief aan F L A C I U S i n het jaar M A T T H I A S F L A C I U S . i n plaats van P A U L U S den de Kerkvergade. Jaar 1517 • hier zeggen wij er alleen v a n . o m de Kerkvergadering op nieuw te Trente zamen te roepen . waar een mondgefprek gehouden over tusfchen hem en J A C O B U S A N D R E A E is i n het jaar 1571.) VoortPaus J U L I U S I I I . o m op den Rijksdag i n dit jaar te Augsburg gehouden. l i e t ring te z i c h . bij de Rijksvorsten aantedringen. o p het dringend aanhouden v a n den K e i z e r . naar zijn de hevigfte tegenpartij M E L A N C H T H O N . Illyricus v a d e r l a n d . (formula De werd eenige j a Formulier concordiae. en JACOBUS COLE- R U S in het jaar 1 5 7 4 . maar deze ijveraar werd zelve naderhand van dwaling o v e r t u i g d . van 1556.

3) Dat de Protestanten op de Kerkvergadering zoo wel vrijheid. G. ar. hoewel M A U R I T S haar. hetwelk echter door den Keurvorst van Mentz volftrekt geweigerd werd. liet M A U R I T S van Sakfen doo f MELANCHTHON eene korte Geloofsbelijdenis opftel s R 4 l e n . onder de hand. maar dat de tijd daartoe nog niet gunftig was. die door den Keizer in den Rijksban gedaan was. wogen worden.ri5i7. doch vergeefs. dat hij deszelfs vrijheid zou bewerken. Na het fcheiden der Rijksvergadering. ot 1552den in tegenwoordigheid der Proteftanten of derzelver Afgevaardigden. De gevangen Landgraaf van Hesfen. van ftemmen als van raadplegen zouden hebben. en zijne Afgevaardigden drongen er op aan. die thans te Mechelen bewaard werd . zich te onderwerpen. De ftad Maagdenburg. dat dezelve in de registers zou worden aangeteekend . 2) Dat dit onderzoek zou gelelde-. toezegging deed van de behoudenis van haren ge^ zuiverden Godsdienst. 263 (list waren. om in deze vergadering het zij in perfoon of door zijne Gezanten voor te zitten.G E S C H I E D E N I S . en eindelijk 4) dat de Paus zich het regt niet zou aanmatigen. ook beproefde hij met de vlugt te ontkomen. en genoodzaakt. Deze verklaring van M A U R I T S werd in de Rijksvergadering voorgelezen. op nieuw zouden onderzocht en over-1 ia C . Evenwel beloofde M A U R I T S aan des Landgraafs Zonen. als de Kei zer met ernst aandrong op de uitvoering van he genomen befluit. werd door M A U R I T S in naam des Keizers belegerd. hield door zijné Zonen en Raden ten fterkfte aan om zijne bevrijding.

welke ^ïij behalve het vrijgeleide van den K e i zer geëischt h a d . Wordt. ning van Denemarken. welke den naam kreeg van herhaalde Augsburg. D e den KeiK e i z e r had hem (leeds met goede woorden en bezer tot vrede. met verklaring . hoe langer hoe meer. en i n het t jaar 1551 heimelijk een verbond gefloten met den K o n i n g van Frankryk. tot verlos- .fche Geloofsbelijdenis. dan de leer der Proteftanten geheel uit te roeijen. hebbende met wien de K e i z e r en met den K o - en verfcheidene Vorsten van gaf hij een Manifest i n het l i c h t . dat hij de wapenen opvatte tot be- houd van de vrijheid van den G o d s d i e n s t . en F I L I P S van dwingt Hesfen. op bevel van M A U R I T S namelijk had dezelve geen vrijgeleide van de Kerkvergade- r i n g . en z a g . <J l e n . voor vervaardigd gingen niet verder dan zij . Jaari5i ten einde die op de Kerkver'tot 15 7. Godgeleerden met M E L A N C H - aan het h o o f d . o m het ontflag der twee gevangene V o r s Keizer ei 1 ten J O A N F R E D E R I K van Sakfen. eene dergelijke werd op last $ van den Vorst JOANNES berg van Wurtenberg BRENTIUS.£64 K E R K E L I J K E na C. maar niets volbragt. befloot tot ernltiger maatregelen te k o m e n . gadering in te leveren. welke laatfte zijn Schoonvader w a s . er door uit Wurten- op reis naar Trente. die echter Neurenburg alwaar hunnen K e u r v o r s t . Duitschland. bleven. MAURITS Reeds lang had M A U R I T S bij den Keizer aangebeoorloogt dei h o u d e n . kunnen verkrijgen. . op nieuw i n oorlog was geraakt. verfcheidene Leeraars gelijk ook de Sakfifche THON Ook kwamen. dat de Roomschgezinden geen ander oogmerk h a d d e n . di ! loften geftreeld. M A U R I T S over te Pas (au gefloten deze handelwijze van den Keizer verontwaardigd .

welke in datzelfde jaar te Pas/au geteekend werd. zonder eenig gevaar te duchten. G . op deze voorwaarden: 1 M A U R I T S en zijne Bondgenooten zouden de wapenen nederleggen . hebbende flechts eene hand vol krijgsvolk bij zich. 2 Binnen zes maanden zou er eene Rijksvergadering bijeenkomen . als nietig en van onwaarde. om de zaken van den Godsdienst en het Rijk op eenen effenen voet te brengen. Ter naauwer nood hunne handen ontkomen . dat hij eerlang tot den vrede befloot. en hunne troepen aan F E R D I N A N D leenen. en er zou altijd een zeker getal van de L u therfche partij in dat hooge Gerigtshof zitting hebR 5 ben. was K A R E L nogtans zoodanig door den fchrik getroffen. en herftel der Duitfche n a C . vrijheid. zou de nu bepaalde Godsdienstvrijheid ten allen tijde ftand houden. dat zij den Keizer onbereid overvielen. 6 De Keizerlijke Kamer te Spiers zou zoo wel voor de Protestanten. daar hij aan tafel zat. 5 Ingevalle het op den aanftaanden Rijksdag onmogelijk werd bevonden. en in 1552 te Infpruk verraschten. zoo veel fpoed te werk. | >t 1552M A U R I T S en de verbondene Vorsten gingen met . 265 losfwg van den Landgraaf. zonder dat iemand deswegens eenige moeite zou worden aangedaan. 3 Inmiddels zou ieder in vrede zijnen Godsdienst behouden. als voor de Roomschgezinden openftaan. 4 De geloofsregel. zou aangezien worden. daartegen zou de Landgraaf van Hesfen op vrije voeten gefteld worden. om tegen de Turken gebruikt te worden. de eenigheid in leer en eerdienst vast te ftellen.G E S C H I E D E N I S . jari5i7. . het Interim genoemd.

die had . verhinderden het bijeenkovestigd men van de Rijksvergadering.a66 K E R K E L Ij K E n a C . onder het aanrigten van vreesfelijke verwoestingen tot hij eindelijk in dat jaar uit in het Rijk. C . van den voorregten O p dezen Landgraaf. In het volgende jaar verloor hij zijn leven aan eene w o n d e . o f eenigen anderen ramp hadden geleden. dat zij deel hadden gehad aan het Smalkaldisch en verbond bezittingen volgde dat het van o f o o r l o g . zijne lauden en be. en de binnenlandfche onlusten i n de wordt nog te Augs. den Keurvorst van Sakfen . ook de Euangeliedienaars te Augsburg vrede als ook werden en elders terug geroepen en herfteld. h a d . zittingen verdreven w e r d . die balling 's kinds Jaar'5!. M a r k g r a a f van Brandenburg. Godsdienftige hen i n de uiterfte als de grondflag vrijheid . hunne Godsdienstvrijheid te M A U R I T S overleefde echter den gelukki- gen uitflag van zijne onderneming niet lang. welke hij bekomen had i n eenen veldflng tegen B E R T . o m hun dit bolwerk van bezorgen. zouden allen. in hunne herfteld ontflag worden.Duitschland z e l v e . door A L B E R T van Brandenburg burg been anderen veroorzaakt. ben. tot 155: ' om reden. • z w o r v e n . dezelfde engte gedreven van V o r s t . den Pasfaufchen die den oorlog tegen vrede te AL- die geweigerd onderteekenen. hetwelk de Voorzienigheid gebruikte. 7 E i n d e l i j k . de Keizerlijken en en Roomsch- gezinden nog eenigen tijd voortzette. was het w e r k t u i g . welke binnen zes maan- . Dit verdrag van Pasfan Proteftanten hunne wordt van de Duit fche aangemerkt . die dienstvreaanhield. De GodsD e oorlog met den K o n i n g van Frankryk.

door de ftandvastigheid der Protestantfche Vorften. 's Keizers naam door zijnen Broeder F E R D I N A N D . gelijk het ook aan alle in- . voortaan zouden worden aangemerkt. Brandenburg en Hesfen. dewijl de Protestanten wilden. werd eindelijk den XXVften September de Geloofsvrede gefloten en het befluit opgemaakt. geopend. dat zij volkomene vrijheid zouden genieten van Godsdienst . ia het jaar 1555 gehouden te Augsburg. door het verdrijven van 200 Euangeliedienaren uit Bohemen. als zij zouden goedvinden. van Godsdienst veranderende . het jaar niet gezind. en in ï' ari5!7« (t 1552. C. die het befluit van Augsburg van het jaar 1547 hadden aangenomen. Na eenige verfchill e n . waar van hij nog in ditzelfde jaar blij. als geheelenal ontflagen van den Roomfchen Paus en van het gezag der Bisfchoppen.G E S C H I E D E N I S . F E R D I N A N D was den Protestanten geheel h . om op deze Rijksvergadering veel toe te geven . en de Roomschgezinden hiervan die leden wilden uitzonderen. 267 maanden had moeten plaats hebben. zoodat een Bisfchop of A b t . G . op dezen voet: dat de Proteftanten. dat de Geloofsvrede allen zou betreffen. Protestantfchen Godsdienst beleden. zoodanige fchikkingen omtrent den openbaren eeredienst te maken . of in het vervolg belijden zouden. die zich hielden aan de Augsburgfche Geloofsbelijdenis . als ook de geheele Orde der Geestelijkheid . zijn Bisdom of Abdij zou moeten verlaten. elk in den zijnen. die in eene bijeenkomst te Naumburg een erfverbond vernieuwden tusfchen de Huizen van Sak' fen. Dezelve werd n. die den . en o m . nogtans zag hij zich genoodzaakt .555ken gaf.

zoo wel ten aanzien van het Keizerrijk. afftand te doen van zijne waardigheid en Rijksbeduur. na het overlijden van Keizer K A R E L V . aangemerkt en behandeld zouden worden. de Nederlanden. met eene aandoenelijke redevoering over aan zijnen Zoon . Zijr dood. in zijnen Iaatden oorlog met de Protestanten en den Koning van Frankryk. het geluk den nek begon toe te keeren . Deze Godsdienstvrede werd . die zijnen Broeder in de Keizerlijke waardigheid opvolgde . in het jaar 1559 op nieuw bevestigd op eenen Rijksdag te Augsburg. door F E R D I N A N D . als openbare vijanden des Rijks . uit oorzake van Godsdienstbegrippen. welke elk voor zich de bes- ' te zou keuren . het zij uit andere beweegredenen. G. en eindelijk . met een zeldzaam voorbeeld . dat Keizer K A R E L V . zoodat hij geene ongegronde aanfpraak fcheen te kunnen maken op eene aigemeene heerfchappij over Europa. iemand beleedigden of vervolgden. In ditzelfde jaar 1555 droeg hij . in eene vergadering der Staten. o m .268 K E R K E L I J K E aa C . tot 1552 • bij die Kerk te voegen. belagers van de vrijheid en verftoorders van de aigemeene rust. het befluit nam . zich Jnari5i. omdat hem. na veel tegenftands en moeijelijkheden. Eer wij dit Hoofdftuk eindigen. het zij uit verdriet. dat allen . Op deze wijze verkregen de Protestanten in Duitschland. Keizer HAREL V doet affland van de regering. die . als van zijne overigeerfbezittingen. ingezetenen van Duitschland vrij zou (taan. na zoo veel voorfpoeds genoten te hebben. den gewenschten zegen van volkomene veiligheid en het vrij gebruik van hunnen Godsdienst. moeten wij nog meteen woord aanftippen.

in deze zijne afzondering.„ lijke waardigheid willen bezorgen. dat hij reden gehad hebbe. de Geestelijken zongen en baden voor de . maar zijn Broeder F E R D I N A N D . hetwelk hij voor zich uitbedongen had. ten einde eene ftille rust te genieten. omdat het jaarlijkfche inkomen. met na <3. om daarmede Gods genade. zijne uitvaart Hatelijk te vieren. en nam de bijgeloovigtte gebruiken waar. Eenmaal kwam hij op den zonderlingen inval. hier leide men hem . zich over zijnen afftand te beklagen. in de Spaanfche Provincie Eslremadura. in eenen vermakelijken oord. om van zijn daar door verkregen regt op het Keizerrijk af te zien. zoo hij meende. tot zijnen dood.zijn eigen ligchaam kwellende en geesfelende. om. liet zich met bewegen. niet rigtig voldaan werd. met een doodsgewaad. en kort daarna de kroon van Spanje. een geftreng leven . 1517. In de Kloosterkapel werd een graf voor hem gereed gemaakt . bij zijn leven. in het jaar 1558 geleefd heeft. hoewel dit werk eerst in het jaar 155S zijn beüag kreeg. op de wijze der Kloostermonniken .{£» 1552. alle de daaraan verknochte wijduitgeftrekte bezittin. op de wijze der Roomfche Kerk. te verwerven. naar het Klooster St. Justi. rondom dezelve Honden zijne huisbedienden met brandende waskaarfen. 269 F I L I P S . Hoe het z i j . alwaar hij. ten zijnen behoeve dan ontdeed K A R E L zich in het volgende jaar 1556 van zijne Keizerlijke waardigheid. hij leidde. gen. Gaarne had hij aan denzelven ook de Keizer. K A R E L begaf zich vervolgens. dien hij reeds in het jaar 1530 tot Roomsch Koning had doen verkiezen. G .G E S C H I E D E N I S . Men zegt. in eene kist.

zoodat het geheel noodeloos i s . Zoodanige bijzonderheden begun- tot ffigen weinig de meening. Art. als de dageraad der Hervorming in Duitschland doorbrak. dat men onder de Martelaren of Bloedgetuigen voor de Euangelieleer gemeld vindt KONST. Biechtvader van K A R E L V . en ten laatften werd zijne kist met gewijd 1552 water befprengd. in zijne laat- fte oogenblikken. welke fommigen gemeld hebben. aan wien de eer zou toebehooren. p. (*) BAYLE KosiiLiM . in de laatfte jaren van zijn leven . Tenzelfden tijde. H O O F D S T U K . de rust zijner z i e l . 3. Gefchi edenis der Hervorming Hervorming in Zwhferland. een groot aantal menfchen der Hervorming waren toegedaan. .270 K E R K E L I J K E na C . pertin. 'CKaUèqüint Not. hij baa . en zoo als fommigen daarbij voegen. G . die hem . tot het Protestantendom hebbe overgeheld. Vergelijk bisf. tot welk gerucht misfchien aanleiding zal gegeven hebben. maar ook wel bijzonder. bitterlijk fchreijende . indien men wilde twisten. in Zwitferland. dat K A R E L . Eccl. ad Hifi. niet alleen. dat te dezen tijde in Spanje . van het eerst Dia. T. I. Jaari5i7 mede. 685. de gewezen Hofprediker. PONTIUS .ging het licht eener zui- verder Euangeiieprediking ook in Zwitferland op. volgens het verhaal van THUANUS D E R D E (*). zal hebben bijgeftaan.

Hoogleeraar te i zij met elkander zamenge- N a a r waarheid fchreef J . 271 j eerst deze groote zaak der Hervorming ondernomen a 1 C . 103.G E S C H I E D E N I S . Straatsburg : S T U R M . en F I L I P S . i n het eerst. De door eene oude be- Keurvorst FREDERIK M A R T E N L U T H E R . de (*) Vruchteloos hebben daarom fommigen met ijver beweerd. i heeft. G . ZWINGLIUS Bist. T. . Hesfen toe. heb? GERDES ^1517-. Renov. Buiten best van Zurich 1 aanmatigen. eenige kennis van elkan. deren droegen. I. Landgraaf van mag het zich onder de fteden gemeene- de eerfle eer In het Rijk en onder de vrije Rijksfte- i den is onze ftad. dat de zaden. veel minder onder verdenking k u n - 1 nen k o m e n . die aan eene Hervorming gedacht hebbe.w e r d daartoe o p g e w e k t . ( Straatsburg. terwijl sndes . openbaarden. welke de eerfte ge- aan anderen het voorbeeld gegeven E v e n w e l hebben de Zwitfers t| trekking met het Rijk. te hebben. door aanleiding van foortgelijke omftaudigheden. komt onder ! de Vorsten van het Duitfche Rijk aan i Keurvorst van Sakfen. dat LUTHER volftrekt de eerfte geweest z i j . D e Goddelijke Voorzienigheid beftuurde £ n den loop der gebeurtenisfen z o o d a n i g . die eere aan i ben toegekend. >• 1552. „ D e eerfte l o f van het Euangelielicht ontftoken te h e b b e n . als hadden 1 fpannen (*). . en zeker met niet minder regt. en als nuttige en heilzame l plantfoenen verfpreiden.) : weest. et 130. zich 1 te gelijk. met denzelfden ijver. r e n . Evang. 1 die reeds in onderfcheidene landen geftrooid lagen . < en zelfs begonnen hadden w o r t e l te fchieten. het Rijk FREDERIK . p. zonder dat de voornaamfte ! Hervormers .

GANGUS CAPITO.272 K E R K E L I J K E m C . en de leer van onzen Heere J E Z U S C H R I S T U S aan het volk van Straatsburg te verkondigen (*).de ftad Zurich door U L R I C H Z W I N G L I . Zijn Vader bedemde hem van kinds af tot den dienst der Kerk. en zond hem al vroeg. toen behoorende onder het gebied van den Abt van St. ULRICH ZWINGLE of Z W I N G L I . naar Bazel. die door zijne kunde en deugdzaam leven zich de achting van zijne mededorpelingen had verworven .B E R C H T O L D H A L L E R te Bern . hadden opgedragen. Laat ons vooraf deze uitmuntende mannen een weinig nader aan onze Lezers bekend maken. in onze Jaari5i7. om in de noodige kundigheden onderwezen te worden. 's Paufen gezag te verachten . Zijn Vader was een welgezeten landman. UDALRICUS ZWINGLIUS. te Wildhaus of Wildenhaus. in de Latijnfche taal oefende. die daar onlangs eene Latijnfche School had opgerigt. C. ftad. Gal. alwaar hij zich bij het onderwijs van H E N DRIK LUPULUS. G . Zwitfer. die hem met aigemeene (temmen den post van Am~ man. en van daar naar Bern. (Straatsburg. eerst beftaan. F A B R I C I U S W O L F - land. (HULDRICUS of werd geboren den iften Januarij 1484. aan Voornaamfte welke hetzelve zijne Godsdienftige vrijheid verfchulHervormers van digd i s .) en (*) Ap. G E R D E S / . een dorp in het Graaffchap Tockenburg in Zwitferland. . De voornaamfte Hervormers in Zwitferland'. en JOANNES OECOLAMPADIUS te Bazel.p. waren U L R I C H Z W I N G L I U S te Zurich. ULRICH ZWINGLIUS. zijnde den hoogden post in deze vrije gemeente.) heeft M A T T H Y S Z E L L het tot 1552. I84.

.

.

waa t hij tot Onderwijzer op de Latijnfche School wer< I aangefteld.G E S C H I E D E N I S * a?3 tn gemeenzaam werd met de oude Latijnfche Schrij. geen ande: voordeel aanbragt. welke beftemd was voor het Noviciaat. en hadden hem reeds in hun Klooster genomen. die edeler denkbeelden reeds uit het lezer i der oude Schrijveren verzameld had. die toenmaals eene groote vermaardheid had. e n fpoorde reeds toen de waarheid op. dan dat hij. naderhand. welke aan ZWINGLIUS . zich ii i ftaat bevond. zochten de faari5i7» tot 155*» Dominikanen den jongen ZWINGLIUS aan hunne Orde te verbinden. te voren Hooj r. G . vers. leide hij zich te gelijk voor zich zeiven tc e op de beoefening der Godgeleerdheid. tot hij den ouderdom bereikt zou hebben. begaf hij zich andermaal naar Bazel. in de jeugd gedaan . Gedurende zijn verblijf te Bern. geen vriend zijnde van Kloostergeloften. hoe zeer de Godgeleerdheid verba terd was van hetgeen zij behoorde te wezen . naauwelijks den ouderdom van achttie i jaren bereikt hebbende. maar zijn Vader. Hier ontdel te hij fpoedig. maar gedrongen door leet zucht. Terwijl hij met allen ijve r de leerlingen onderwees in de kennis der oude ti len. zond hem Van Bern naar de Hoogefchool te Weenen .na C. om zijne partijen met hunne eigen i wapenen te kunnen beftrijden. waarin hij bi )zonder werd geholpen en voorgeügt door zijne n leermeester THOMAS WYTTENBACH .HERV. Hier oefende ZWINGLIUS zich in de toenmaals in zwang zijnde Schoolfche Wijsbegeerte. t S les [-' . Na twee jaren te Weenen vertoefd te hebben kwam hij weder t'huis.

niet door gunst. • ZWINGLIUS tot aan zijnen dood toe. dat wij de vergeving onzer zonden en de zaligheid alleen aan de geregtigheid en verdiensten van CHRISTUS te danken hebben. den titel van Artium Magister. Deze geleerde man had reeds vele dwalingen in de leer ontdekt en afgekeurd . maar door zijne bekwaamheid en verdiensten. de hoofdplaats van het Zwitfersch Canton van dien naam. die een werkzaam en zittend leven moeten leiden. Jaari5i. Dus bragt ZWINGLIUS vier jaren te Bazel door. bitterlijk beklaagde. met wien. met zijnen ouden leerling. bijzonder vindt men nog van hem aangeteekend.274 K E R K E L I J K E naC. G . nam WYTTENBACH het grootfte belang in zijne pogingen . welke hij vervolgens ontving van den Bisfchop van Konflans. leeraar te Tubingen. dat hij een groot liefhebber was van de Muzijk . meer dan eens . wanneer de gemeente van Glaris. eer hij nog de Orde van het Priesterfchap ontvangen had. Meester der vrije kunften. alhoewel zijn vergevorderde ouderdom hem niet toeliet. Toen ZWINGLIUS in vervolg van tijd de gevoelens der Roomfche Kerk aantastte. welke hij ook aan allen aanprees. daartegen kerende. vervolgens te Bazel. Te Bazel verkreeg ZWINGLIUS . dat hij zich zeiven" en zijne leerlingen zoo vele kostelijke jaren in ijdele twisten over woorden en kinderachtige beuzelingen had doen verliezen. zich onder-de ftrijdenden te mengen : terwijl hij zich. Ten . onder wiens geestelijk regtsgebied dit Canton behoorde. hem in het jaar 1506 tot haren Pastoor of Herder verkoos . de naauwfte tot 1552 vriendfchap en gemeenzame briefwisfeling onderhouden heeft.

De voorzigtigheid gebood hem. vervolgens de duistere Schrijvers der middeleeuwen . of er groeit hier of daar nog wel eene heilzame plant. van R A T R A M N U S . hij vond. welk belangrijk Handfchrift nog bewaard wordt in de openbare Bibliotheek te Zurich. uit zuivere Waarheidsliefde. G . voor hij dezelve aan het beproefd oordeel van geleerde lieden had onderworpen. en den grondflag van dezelve te leggen.G E S C H I E D E N I S . die als Ketters veroordeeld waren. hetwelk hij . a Dit zijn onderzoek . Tien jaren lang S 2 pre- . met welke hij eene leerzame Briefwisfeling onderhield. door het lezen en onderzoeken van het Nieuwe Testament. enz. en niet ns C . waarbij hij op den rand uittrekfels uit de Kerkvaderen en zijne eigene aanteekeningen voegde. naar de gewoonte dier tijden. J O A N N E S H U S . zijne Godgeleerde oefenin. om met beleid te werk te gaan en zijne ontdekkingen niet openbaar te maken.* gen met ijver door te zetten. met vrucht te kunnen ï ari$'7t 1552» waarnemen. W I K L E F . ondernam. en dat de Geestelijkheid geheel van hare eerfte zuiverheid en bedoeling verbasterd was. leidde hem tot onverwachte ontdekkingen. Hij fchreef den Griekfchen Tekst van P A U L U S Brieven met zijne eigene hand af. dat in de leere der Christenen vele dwalingen waren ingeflopen. " Zoo las hij ook de fchriften van zulken. dat de eeredienst opgevuld was met eene menigte bijgeloovigheden. befloot hij. De fchriften der Kerkvaderen lagen nu bij hem aan de beurt. 175 Ten einde zijnen dienst. van welke hij plag te zeggen: „ Geen veld is zoo met onkruid bezet. naar behooren.

zoo als dat in de Schrift geopenbaard is.. ten dezen tijde. verklaard . maar alleen door vergelijking der Bijbelfchriften. welke beftond uit Dekens van het platte land. ten tijde. Z W I N G L I U S zelve fehrijft (*): „ In het jaar 1516 heb ik „ al begonnen het Euangelie te prediken. ook in Zwitferland.. Zoo groot trouwens was. Ik predikte hetzelve." Hoe voorzigtig Z W I N G L I U S ook handelde. dat zij ter naauwer nood kennis hadden van het Nieuwe Testament. om zich in alle zaken van Godsdienst aan het woord van God te houden. hij kon evenwel den haat en laster van onkundige en domme Geestelijken niet ontgaan. . hetwelk in de Mis gele„ zen werd.276 K E R K E L I J K E na C . . niet naar verdichtfelen der menfchen . Deze laster en haat bleef nogtans voor Z W I N G L I U S zonder gevolg. dat men in eene Sijnode. aan het volk verklaard . . die den Bijbel gelezen hadden. zonder de dwalingen en misbruiken der Roomfche Kerk aan te tasten of te wederleggen. . G predikte hij te Glaris eenvoudig de leerftukkeu . nog niet gehoord had. . „ en heb het Euangelie.. de anderen bekenden. en daaruit voortvloeiende .37a . de Mis nog bij de Pausgezinden in gebruik was. zijne Toehoorders. Alleen vermaande hij. zeg ik. de onkunde onder de Geestelijken. flechts drie leden vond. omdat hij zich de liefde van (*) OpP- - Tom L P S. toen men den naam van L U T H E R in onze landen . Iaari5i7 welke klaar in het Euangelie worden voorgefteld en tot 1552 de zedeleer. toen . op deze leerftukken rustende. bij alle gelegenheden .

alwaar eene Kapel was aan MARIA toegewijd. der kundigfte en aanzienlijkfte lieden uit het Canton Jaari5i7. waarom dezelve ook door de Paus(*) Het was dus niet voor de eerfte keer. S 3 . ter befcherming van het Hertogdom Milaan. dat ZWINGLIUS naderhand ook dit ambt heeft waargenomen in den oorlog tusfchen de Hervormde en Roomschgezinde Cantons. hier woonde hij onder anderen den veldflag van Marignano bij. welken de Zwitfers met de Franfchen in Italië voerden. gelegen in eene Vallei van het Canton Schweitz. In dezen veldtogt werd ZWINGLIUS bekend met MATTHEUS SCHINN E R . Glaris verworven had. beroemd in de overlevering door wonderwerken. en die door CHRISTUS zei ven zou ingewijd zijn. Terwijl ZWINGLIUS Herder en Leeraar te Glaris was. in den oorlog. noch iets vreemds. van welken de Maarfchalk TRIVULCIO. te veld te trekken. Kardinaal van Sion. =77 van zijne gemeente en de vriendfchap en achting na C. om. die als Pausfelijk Legaat eenige jaren lang eene groote rol in Zwitferland gefpeeld heeft. G. in het jaar 1516. in welken hij zijn leven verloren heeft. getuigde: dat alle de andere bij dezen flechts kinderfpel geweest waren. naar de gewoonte der Zwitfers. als Veldprediker ( * ) . tot 1552. werd ZWINGLIUS naar Einfidlen beroepen . maar deze een waar gevecht van Reuzen. werd hij verpligt. gelijk wij zien zullen. Korten tijd na zijne wederkomst van Milaan. met het leger.G E S C H I E D E N I S . die achttien veldflagen bijgewoond had. eene Benedictijner Abdij.

te Glaris met zich . in hope. hetgeen de laster naderhand heeft uitgeftrooid . Baron van Gerold/eek. LEO JUDE. die hem ook naderhand in het werk der Hervorming de hand geboden hebben. ) weggedaan . Z W I N G Jaarisi?. en dezen door Z W I N G L I U S beter onderwezen. onder welken genoemd worden FRANS Z I N G G . maar maakte van zijnen invloed bij den Beftuurder gebruik . L I U S nam de liefde en achting van zijne gemeente tot 1553. beklom hij op den . als of hij van daar met fchande verjaagd was . en uit wraak deswegens zijne gevoelens over den Godsdienst veranderd had. De befluurder van de Abdij van Einfidlen. Eindelijk na eenigen tijd de gemoederen dus te hebben voorbereid . zoo onwaarachtig is . begraven . en anderen.278 K E R K E L I J K E n a C . dat hij tot hen nog zou wederkeeren . een voorftander van geleerdheid en geleerden . zij lieten zijne plaats zelfs twee jaren lang onvervuld blijven. had Z W I N G L I U S derwaards overgebragt . G. die deze roeping des te blijmoediger opvolgde . Z W I N G L I U S bepaalde zich echter niet alleen tot zijne Boekoefeningen . Op zijne voorflelling werd het opfchrift boven den ingang der Abdij: Hier verkrijgt men volkomene aflaat of vergeving van alle zonden. JAN OECHBLEIN . ook werden de heilige overblijffelen . om dadelijke Hervormingen in het werk te ftellen. Pausfen rijkelijk van Aflaten voorzien was. de voorwerpen van de godsdienltige vereering der Pelgrims. T H E O I J A L D . et poena. ook in gezelfchap van andere geleerden. omdat hij hier gelegenheid vond . QHic est plena remisfio omnium peccatorum h culpa. zijne letteroefeningen voort te zetten.

w i j . w i j . G . die het zout der aarde moesten zijn. Helaas! ik weet het. den Predikfloel . Hij is nabij u . in welk land der wereld gij ook woont. zijn alleen bedacht . de wet van God te vervullen. die de onkundige en ligtgeloovige menigte in eenen doolhof van dwalingen gevoerd hebben. door verre Bedevaarten . dat God in dezen Tempel meer zou wonen. wij zelve zijn het. Verzoekingen wederllaan. waarna hij dus voortging: „ Houdt eens op te gelooven. niet om hunne S 4 zon- .G E S C H I E D E N I S . welke den Heere aangenaam zijn. om aan God te behagen. zult gij de Goddelijke gunst niet verkrijgen. omtrent hunne keuze der middelen. den verdrukten onderfleunen. fprak hij van de beweegredenen van hunne bijeenkomst in deze Kerk. maar door onvruchtbare geloften. te veel naar onze ftem luisterende. indien uwe gebeden der verhooring waardig zijn. door offers . hebben wij nuttelooze en ijdele verrigtingen tot den rang van goede werken verheven. zie daar de werken. en fchatten te verzamelen. hij verhoort u . Om aan onze gierigheid te voldoen. den ongelukkigen vertroosten . wanneer 1 aan5i7 ot 1552eene groote menigte Bedevaartgangers gewoon was te dezer plaats zamen te vloeijen. 279 den plegtigen dag der gedachtenis van de inwijding 1ia C. en verzuimende. De Christenen van onzen tijd . beklagende hunne verblinding. hij omringt u . beftemd om levenlooze beelden te vertieren. dan elders. en na eene inleiding vol vuur en kracht. der Kapel door C H R I S T U S en de Engelen. bedienaars van den altaar. om de aandacht op te wekken. alle ongeregtigheid vlieden. fchuldige begeerlijkheden beteugelen.

die zelve aan den vijand vergeeft. die hem beleedigd heeft. door op eens anders verdienden te fteunen? Neen. in den dag der benaauwdheid. van hun echtbreken. Laat ons Jaari51 i leven. van hunne onreinheden . door den dood te verachten. door den wil des Allerhoogflen te volbrengen. gij verbijsterd volk! De God der geregtigheid laat zich niet bewegen door woorden. Zijn deze uitverkorenen G o d s . Hij vergeeft niet dan aan den genen. die door zijn woord den hemel en de aarde gefchapen heeft. maar welke het hart loochent." Volgt de heiligheid van hun leven na. niemand aan . roept. aan wier voeten gij u zeiven hier komt nederwerpen. van hunne verraderijen te zuilen verkrijgen door middel van eenige gebeden op te zeggen ter eere van de K o ninginne des Hemels. C zonden af te breken. laat ons niet fchroomen onze han den met bloed en moord te bevlekken. zeggen z i j . welke de mond uitfpreekt. alleen door het pad der wet te bewandelen . laat u daar van niet afbrengen door gevaren noch door verleidingen. om getrouw te blijven aan hunnen Zaligmaker. Maar fielt. bij het naderen van den dood. de vergiffenis van hunne leugens. wandelt in hunne voetflappen. van hunne doodflagen. maar af te koopen. als of zij de befchermfler ware van alle boosdoenders! A c h ! bezin u . dan J E ZUS . naar onze lusten en begeerlijk' tot 1552 heden. uw vertrouwen alleen op G o d .s8o K E R K E L I J K E na C. wij zullen in de genadegiften der Kerk ligtelijk verzoening vinden. in de heerlijkheid des hemels ingegaan . O ! die dwazen! gelooven zij. laten wij ons zeiven verrijken met het goed van •een' ander.

door weldaden. door zijnen invloed en bekwaamheid. welken Iaatden hij zelve mondeling onderhield. tusfchen God en de menfchen. gekocht heeft. dat zij door dezelve getroffen waren. 281 zus CHRISTUS. die de eenige Middelaar is [aan 517. en een hoofsch leven dreefde." Bevreemding . en den titel fchonk van dienstdoende K a pellaan van den Heiligen Stoel. evenwel zien wij niet. verwondering . als Godgeleerde en vriend S 5 der . Voor de bovengemelde leerrede leEin/idlen had ZWINGLIUS aan HUGO V A N LANDENBERG . ten dezen tijde. dan dat hij hem. aan zich zocht te verbinden. dat ZWINGLIUS wegens deze redenen eenig leed wedervaren i s . Ondertusfchen vermeerderde de achting en het aanzien van ZWINGLIUS. eerzuchtig. integendeel. die. alleen naar luister. men had hem namelijk aan den Paus voorgedeld als iemand. waarom de Paus hem. gelijk ZWINGLIUS verlangd had. hem. maar de Kardinaal kende den Paus. te wel. . die .ot 1552. die u voor den prijs van zijn bloed i a C G . de openingen omtrent eene noodige Hervorming zou hebben medegedeeld.G E S C H I E D E N I S . pracht. Zelfs ontving ZWINGLIUS. over de noodzakelijkheid eener Hervorming der ingeflopene misbruiken gefchreven. verontwaardiging . zonder zich diep met Kerkelijke zaken te willen inlaten. die hem eene Bulle toezond. vertoonden zich beurtelings op de aangezigten der Toehoorders. Bisfchop van Konftans. een blijk van de gunst van den Paus LEO X . nuttig zou kunnen zijn aan de Roomfche K e r k . en aan den Kardinaal van Sion. zeer velen toonden met woorden en daden.

waarvan hij den 11 den October 1518 berigt ontving. nen van zijnen tijd. zonder zich aan de voor eiken zondag bepaalde Euangelieteksten te verbinden . F A B E R .AREANUS . dat het Kapittel hem dezen post opdroeg. deze. Op Nieuwjaarsdag 1519. zijn s6ften geboortedag. dat hij. KA S P A R HEDION . J . eii weinige dagen daarna op reis ging. Jaari5i7. bijzonder had hij eene naauwe verbindtenis met OSWALD MYCONIUS. G. der Wetenfchappen van dag tot dag. dus kwam hij in de laatfte dagen van het gemelde jaar 1518 te Zurich aan. hieid geftadige Briefwisfeliug met de geleerdfte mantot 1552. en anderen. en van alle beuzelachtige verdichtfelen. beijverde z i c h . tot groote droefheid van zijne vrienden te Einfidlen. Hij onder. gaf hij te kennen. om in zijn ambt te worden ingehuldigd. met verwerping der Schoolfche Godgeleerdheid. en Z W I N G L I U S was buitendien zoo zeer tot zijn voordeel te Zurich bekend. begon hij zijnen WOLFGANG CAPITO. om dien te aanvaarden. H E N DIUK LORTT Of GI. E R A S M U S .E82 K E R K E L I J K E 6a C. die in de School te Zurich de geleerde talen onderwees. wanneer de post van Prediker bij de Hoofdkerk te Zurich was opengevallen . maar dat hij de gewigtigfte Boeken der Heilige Schrift naar vervolg meende te verklaren. ? BEATUS RHENANUS . Weinige dagen na zijne aankomst voor het Kapittel ontboden zijnde. om denzelven door het beroepen van zijnen vriend Z W I N G L I U S te doen vervullen . de van de Kerkvaderen gebruikte oud Christelijke manier van homilie weder in zou voeren. bij welke hij omtrent drie jaren had doorgebragt .

daarna predikte hij over Genefts. N a dezen verklaarde hij de Handelingen 1 der Apostelen. om zijne Hoorders over het werk en de heerlijkheid van CHRISTUS nog uitvoeriger te onderwijzen. j Wanneer fommigen hem de tegenwerping maakten. en deed dit in vier en dertig weken geheel af. G. den eerften Brief aan TIMO. I MATTHEUS Euangelie. hetwelk hij van toen af aan _ vervolgde. geloof en huichelarij. de overeenftemming van dezen met PAULUS te bei wijzen. den predikte hij pver JESAIA. T H E U S . I „ PAULUS was toch geen van de onmiddelijke leerlingen van CHRISTUS geweest. r welke hij opwekte.en Domkerk te Zu. om den grond des geloofs te leeren. Hij verzette zich tegen bij." . zonder 1 die te laten verkoelen.t c . Vervolgens verklaarde hij den Brief aan m i I I ii I de Hebreen . Tien maan. en THOMAS en scoTUS verdienden even zoo veel geloof als PAULUS .G E S C H I E D E N I S . om zijne gemeente te leeren . een naarftig gebruik . : onmatigheid. buitenfporige weelde . hij voer ernftig uit tegen luije ledigheid. 2S3 itien Predikdienst in de Hoofd. verklaarde hij de beide Brieven van PETRUS . om de Christelijke pligten. In zeven en een half jaar predikte hij bijna over het geheele Nieuwe Testament en de Pfalmen. ZWINGLIUS maakte van de eerfte indrukken. Yrich volgens dit ontwerp. hoe Ü en door welke perfonen het Euangelie het eerst is ii uitgebreid geworden. met de uitlegging van Jt 155*. De nieuwigheid van deze wijze van prediken verI wierf hem eenen ongemeenen toeloop van ToehoorI ders. hij drong aan op waarachtige 1 bekeering. drift voor den dienst . daarna die aan | de Galatiërs. om .

284 K E R K E L I J K E » a C . zoo niet grootere. G . aan bij ZWING- den tegenltand en haat (*) Vie d Ulrich Zwing li. J. L I U S . . onbefchaamdheid i n land te koop veilende.het te Bern. gelijk wij uit hunne Briefwisfeling weten. S 5 om de Zwitferfche vrijheid ongefchonden r e n . dat hij moedeloos door daad wederzijdfche HALLER . om men G o d . Velen der Waarheid. d o c h vreesachtig van a a r d . toen in 1518 deAflaat- kramer B E R N A R D I N SAMSON zijne waren met dezelfd e . de la Suisfe. dienst van vreemde Mogendheden. gelijk wij vervolgens gezien zullen (*) E E R eu- r o LD KILLER.hij HAL- zuiver E u a n g e l i e . dan T E T Z E L i n Zwitfer- Duitschland ten dezen tijde d e e d . i n het openbaar prediken. HE. geleerd en veel begaafdheid bezittende. ( . algemeen dankte te bewa- verleidende en over voor dezen het Prediker Eerlang had Z W I N G L I U S gelegenheid.SS. o m het regt onpartijdig te oefenen. in- van alle rangen en ftaten hoorden hem met genoegen. i n het jaar 1522 o f 1 5 2 3 . was een man van opregte zeden. die hem ook met raad en behulpzaam w a s . malen de bemoediging en waarom hij meer- opwekking van ZWING- L I U S noodig h a d . en het oor te fluiten voor de gevingen der heerschzucht. Dus fchreef voorbeeld. openlijker uit te k o m e n .. geboortig vmRotweiler. aanleiding g a f tot eene geheele H e r v o r m i n g van den Godsdienst i n een groot deelte vaii Zwitferland. Paris 1810. Reformateur par M . en bezwoer h e n . hij vermaande de Jaari5i '• O v e r h e i d . we^ i ' duwen en wezen te befchermen. Omtrent het jaar 1520 leerde B E R C H T O L D L E R .

II. en zich na C . en op de Hoogefchool te Bazel in het jaar 1493 (*) Men zie dezen Brief in GERDES Hift. fehrijft E R A S M U S FABRICIUS CAPI- in eenen Brief van het jaar 1513. 85. om dnar de Griekfche en Hebreeuwfche Talen te onderwijzen . WOLFGANG FJW ERICIÜS CAPITO. :ot 1552. Renov. fqq.G E S C H I E D E N I S . zal hebben als in bal- naar mijn vermogen herfteld (*). met W Y T T E N B A C H naar Bazel zou begeven hebben. G . " vervolgt hij ." Onder de Zwitferfche Hervormers heeft zich ook een' naam gemaakt WOLFGANGUS T O . werd hij van zijn Vader. Br. „ door heb ik alle krachten onbevreesd verzameld. waar zijn Vader L i d van den Raad was. T. pag. in zijne jeugd genegenheid toonende. van een deugdzaam leven en godvruchtige zeden. en ben door uwe allerchristeüjkfte vermaning overreed. een man. die het Hechte leven der daar van afgeraden . niet onervaren in het Grieksch. Latijn en Hebreeuwsch . . dat ik het Euangelie verkondige. in dezen ongelukkigen tijd. Hij was geboren in het jaar 1478 in den Elzas. C H R I S T U S . uwen vriendelijken Brief opgewekt . ja lingfchap verjaagd i s . 285 haat van velen van het prediken afgezien . „ maar . waarom hij zich tot de beoefening Geestelijken verfoeide . [aar 1517. dan dat ik mij op Letteroefeningen toelegge. der Geneeskunde begaf. te Hagenau. als de Heere zijn woord met kracht verfterkt. beter i s . Mon. om zich op de Godgeleerdheid toe te leggen. dat het. tot dat i k . behalve andere uitmuntende kundigheden. die door ingevoerde beuzelingen ver van ons verdreven.

na met zijnen invloed . om den post van Prediker bij de Hoofdkerk te bekleeden. maar in het jaar 1523 het Hofleven moede zijnde. de zaak der Hervorming uitnemende dienften bewezen te hebben. na het overlijden van zijnen Vader. dat hij in het jaar 1504 in dezelve insgelijks met de hoogfte Akademifche eer verwaardigd werd. In het jaar 1514 kreeg hij hier tot zijnen Ambtgenoot J O A N N E S O E C O L A M P A D I U S . Keurvorst van Mentz. vertrok hij naar Straatsburg. ( o f ge f lijk . beroepen als Kerkelijke Raad en Kanfelier. Jaari5(7 Doch . alwaar hij met M A R T . B U C E R U S den Euangeliedienst in de St. welk ambt hij daar drie jaren heeft waargenomen. welke hij met prediken en leeren onder de inwoners van Bazel verbreidde. oefende hij zich in deze wetenfchap zoo vlijtig. OECO- lust in de Godgeleerde Boekoefeningen botvierende. fchriften en werkzaamheden . toen hij door den Raad te Bazel naar Bazel beroepen werd. G 1493 Doctor in de Medicijnen bevorderd werd. Vervolgens werd C A P I T O in het jaar 1520 door A L B E R T . ook heeft hij vier jaren lang de lesfen van U L R I C H Z A S in de Regtsgeleerdheid bijgewoond.286 K E R K E L I J K E na C . De gemelde J O A N N E S O E C O L A M P A D I U S . gingen zijne oogen meer en meer open voor de waarheid. Thomaskerk heeft waargenomen tot het einde van zijn leven. dien hij in het jaar 1516 tot Leeraar in de Godgeleerdheid inhuldigde. zijnde in het jaar 1541 overleden. zijn' tot 1552 t o t j. Als hij te Bazel in zijne Kerkredenen den Brief van P A U L U S aan die van Rome verklaarde. In het jaar 1510 werd hij door den Bisfchop van Spiers tot Prediker aangefteld te Bruchfel.

hem de opvoeding zijner jongde kinderen toevertrouwde. eene bankbreuk maakte. daar hij in den L A M P A ouderdom van XII jaren reeds proeven van zijne DIUS. bezocht bij Heidelberg andermaal . alwaar hij in zijn XlVde jaar den graad van Baccalaureus verwierf. werd O E C O L A M P A D I U S nog in datzelfde jaar 1514 door den Bisfchop van Bazel naar die ftad geroepen.G E S C H I E D E N I S . . het levenslicht in het jaar 148a te Winfperg in }aari5i7. deels omdat de koopman. dat F I L I P S . met zoo veel vlijt en roem de Godgeleerdheid beoefende. 2S7 lijk zijn naam eigenlijk luidde. en hier werd h i j . die hem eeld van zijnen vader bezorgen moest. werd hij eerst naar Heilbron. Door toedoen van C A P I T O . ) zag na C. Keurvorst van den Paltz . de Regtsgeieerdheid verlatende. G . Vervolgens begaf hij zich naar de Hoogefchool van Bologna. kort daarna werd hij te Winfperg als Prediker beroepen. in het jaar 1516. tot den dienst der Ploofdkerk aldaar. Na de gronden der Latijnfche Taal gelegd te hebben. die in het jaar 1508 overleden i s . wiens boezemvriend hij was. deels omdat de luchtsgefteldheid van Italië voor zijne gezondheid nadeelig fcheen. tot a . alwaar hij . alwaar hij omtrent het jaar 1514 C H R I S T U S in zijne geboorteplaats verkondigde. H A U S S C H E I N . bekwaamheid in de Dichtkunst gaf. om zich op de Regten toe te leggen. Dus thuiswaarts gekeerd . en van daar naar Heidelberg gezonden. doch zijn verblijf alhier duurde niet langer dan zes maanden. alhoewel nog met inmengfelen van het oude Bijgeloof. tot I 5 5 » Frankenland. reeds in zijne vroegfte jeugd vertoonde hij blijken van geest en vernuft.

Dit deed hem befluiten . waardoor hij met gevangenis of zelfs met den dood gedreigd werd. bood O E C O de behulpzame band aan E R A S M U S . maar hoewel hij befloten had in hetzelve zijn leven door te brengen. reeds in het volgende jaar 1519 leide hij deze bediening neder. gelijk E R A S M U S in de Voorrede voor de uitgave van zijn Nieuwe Testament van het jaar 1516 zelve erkent. G tot Leeraar der Godgeleerdheid door C A P I T O inge. tot 1552 Gedurende zijn verblijf te Bazel. maar ziende daar weinig voordeel te kunnen behalen.*8S K E R K E L IJ K E na C . die toen zijn Nieuwe Testament in het licht gaf. of dat hij te zacht van aard en wat vreesachtig was. dat men op zijn verderf bedacht was. het zij dat men te zeer vooringenomen was tegen de Euangelieleere. Na weinige maanden gebeurde het. op deszelfs Slot Ebernburg. gelijk hij deed in het jaar 1522. LAMPADIUS l al- . gelijk wij reeds gezegd hebben. Bij den bekenden Ridder F R A N S V A N S I C K I N G E N vond h i j . van Bazel derwaards . ontwaar werd. Jaari5i7 huldigd. dat h i j . hoe het z i j . alwaar hij de Mis hielp affchaffen. een veilig verblijf. Een of twee jaren daarna in het jaar 1518 vertrok O E C O L A M P A D I U S . had toch de Voorzienigheid het anders beftemd. zich in een Klooster niet ver van Augsburg begevende. zijne gedachten wat vrijmoedig gezegd hebbende over de waarheden van den Godsdienst. door de Kanunniken der Hoofdkerk te Augsburg beroepen zijnde. Na den ongelukkigen dood van dezen held. begaf hij zich weder naar Bazel. om het Klooster te verlaten . om naar vereisch vol te 'houden.

G E S C H I E D E N I S . om zijne Aflaten te verkoopen.ia ntpredf* der gedachten. liet hij vooraf in elke ftad H E R V . zonder echter de B E R N H A & dwalingen en misbruiken der Roomfche Kerk en de DIN S A M SON Armagt van den Paus regelregt aan te tasten. Hij predikte overal. heel Zwitferland met ZWINGLIUS geworden is. om zich van die Kerk af te fchei ker in Zwitfer* den. om niet alleen de fchuld maar ook de ftraffe der zonden weg te nemen. niet verlosfen kon. Pieterskerk. Ten einde te beter te flagen. I. O» Jaar 1517. -welke hij. tot den ontvangst ge* fchikt. ook dat geene zielen in het Vagevuur zoo vast befloten waren . Deze was een welbefpraakt. In het jaar 1518 zond de Paus L E O X den Franciskaner Monnik B E R N H A R D I N SAMSON naar Zwit~ ferland. dat hij kon befchikken over al de fchatten van het bloed van JEZUS en dat der Martelaren . en zon.die daar in met T E T Z E L wedijverde. ter voltooijing van de St.na C. even als in Duitschland. en met wakkerheid doorgezet wordende. ook in Zwitferland een Aflaatkramer aanleiding gaf. met een gelukkig einde bekroond werd.. T en .maar tevens onbefchaamd mensch. dat de Icheuring eenen aanvang nam. ja hem zelfs te boven ging. gebeurde. dat op den oogenblik. tot 155a. door de Aflaatkramerij van T E T Z E L . Tot hiettoe hadden ZWINGLIUS en anderen met hem de zuivere leer gepredikt . door zijne Aflaten. waar hij kwam: dat de Paus eene onbepaalde magt bezat in hemel en op aarde. als de penningen in het bekken. en des Paufen juk van den hals te werpen . de zondaar der Goddelijke genade en vergiffenis deelachtig werd. toen. klonken. land. 289 alwaar hij de Hervormer van die ftad en van ge.

" Evenwel ontving niemand. omtrent zes Huivers. liet hij onder klokkengelui het volk bij- . in de maand September veilde hij zijne Aflaten drie dagen lang te Zug. en maakte een begin van zijne kramerij te Uri. de rijken betaalden eene kroon. talen kunnen.. . Laat eerst de rijke lieden „ komen. hoe arm ook. en kwam van daar te Bern. Voor bijzondere perfonen betaalden de armen een' Aflaat met twee Batfen. voor geheele familien. doch voor armen was de prijs der Aflaten minder. gaf een kostbaar paard om eene vrijfpraak te koopen voor zijne voorouders en voor de onderdanen van zijn land. die de vergiffenis van hunne zonden be. ja voor geheele gemeenten bepaald. door allerhande listen en toezeggingen van bijzondere Pausfelijke gunsten. aan zijne zijde zocht te brengen. G en plaats. een aanzienlijk Heer te Bern. Te Bern had hij eene goede markt gehad . zal „ men ook de gebeden der armen hooren. Hij reisde met eenen grooten ftoet en praal. onderzoek doen naar de gegoedfte en aanzienlijkfte lieden in dezelve. iets om niet. welke plaats aan Zwitferland den naam gegeven beeft. Deze prijzen waren voor bijzondere perfonen . bij welke gelegenheid één zijner bedienden onbefchaamd uitriep: . welke hij voornemens was een bezoek ie Jaarisi^ tot 1552 •geven. van daar op zijn vertrek ftaande. onder een grooten toeloop. welke hij.290 K E R K E L I J K E na C . en kwam van daar te Zweitz. J A K O B V A N S T E I N . Aflaten voor gemeenten waren duurder. als een Afgezant van den Paus. Van Zug toog S A M S O N op Lucern en VnterwaU den. wanneer deze voldaan zijn.

G E S C H I E D E N I S .

391

c. e,

bijeenroepen, en door den Kanunnik H E N D R I K , L U - u
terwijl hij zelve bij het altaar ftond, uit- [aar 151?*
:ot 155a.
roepen, eene drieerlei gunst van den Paus, vooreerst voor allen, die knielende hunne zonden beleden, het Onze Vader en het ave Maria driemaal
opzeiden, vergiffenis van fchuld en ftraf voor alle
hunne zonden, en eene zuiverheid, zoo als zij door
den Doop deelachtig waren geweest. Ten tweeden i
alwie dagelijks driemaal biddende de Hoofdkerk
zouden rondgaan, zouden eene ziel, welke zij wilden, uit het Vagevuur verlosfen. De derde gunst
was allermilddadigst. Nadat al de tegenwoordigen
met gebogene knieën, het Pater noster, en ave
Maria, ten behoeve der overledenen vijfmaal hadden opgezegd, riep hij met verheffing van ftem :
„ Dat van dien oogenblik af alle overledene ingezetenen van Bern, waar zij ook mogten geftorven
zijn, vrij waren geworden, van de pijnen zoo wel
der Hel als van het Vagevuur, en dat zij in den
Hemel waren overgebragt."
Deze onbefchaamdheid vond echter al ras tegenftand; de Bisfchoppen en gewone Geestelijken zelve
konden met geene goede oogen aanzien , dat deze
kwakzalver in hun gebied, zonder zelfs zich te verwaardigen, om hun eerst de Pausfelijke Bullen en
zijnen Lastbrief te vertoonen, of verlof te vragen,
zich zoo veel aanmatigde. Onder anderen gebood
H U G O , Bisfchop van Konftans, aan alle zijne onderhoorige Geestelijken, dat zij hunne Kerken voor
hem fluiten en hem niet toelaten zouden, Z W I N G L I U S , die toen nog te Einpdlen was, had, reeds
T 2
voof
POLUS,

aoa

K E R K E L I J K E

na C . l J . voor dit bevel van den B i s f c h o p , den m o e d , om
Jaarisi
7- zijne Parochianen omtrent deze Aflaten te verlichten
tot 155
. en hen v o o r deze bedriegerijen te waarfchuwen ,
door welke hun geld h u n afgekneveld

werd,

zon-

der eenig voordeel; hij hield niet op hun voor te
houden , hoe ongerijmd , ja goddeloos
dat men eene vergelijking maakte
misdaden , en de confcientïen

het ware ,

tusfchen

geld en

tot eene gevaarlijke

gerustheid i n flaap zuste.
Ondertusfchen
Lentzburg,

vertrok

alwaar

SAMSON

van Bern

naar

hij tegenftand

vond van J O A N -

N E S F R E Y , Pastoor van Staufberg,

die onderfteund

w e r d door des Bisfchops V i k a r i s , J O A N N E S

FABRI;

S A M S O N den Pastoor en den Bisfchop zeiven zware
bedreigingen doende, vervolgde zijne reize naar
den,

het K e r k h o f , na het vieren der M i s , uitriep:
vliegen

zij!

Daar

als z a g hij de zielen i n menigte het

Vagevuur verlaten, en n u als i n vrijheid
ven;

Ba.

alwaar hij d i k w i j l s , met een groot g e v o l g , op

rondzwe-

hetwelk aanleiding gaf, dat i e m a n d , op den to-

ren g e k l o m m e n , daar een kusfen met veeren openfneed
en uitfehudde, roepende, z o o hard hij k o n :
vliegen

zij! daar

vliegen

zij!

mens zijnde, z i c h naar Zurich

te begeven,

de aigemeene vergadering der Cantons thans
w a s , kwam hij te Bremgarten,
omtrent vier uren van Zurich.

Daar

Vervolgens voorne-

een klein

alwaar
bijeen
ftadje,

H i e r werd hij van

den Pastoor N I C O L A U S C H R I S T I A N U S en den S c h o u t

der plaats w e l onthaald,
BULLINGERUS
zonder

zich
y

maar de Deken

HENDRIK

verbood hem den ingang der K e r k ,
door

SAMSONS

bedreigingen, met de
gram-

G E S C H I E D E N I S .

£93

gramfchap van den Paus, of der Cantons, te laten , ia C. G .
affchrikken, ja niettegenftaande S A M S O N hem dade- . aar 1517.
ot 1552.
lijk in den ban deed. Deze H E N D R I K B U L L I N G E R U S
mag tot een bewijs ftrekken, hoe men ten dien tijde
een ongeregeld gedrag der Geestelijken duldde , indien zij flechts niets ondernamen tegen de hoogheid
van den Paus. Alhoewel hij Priester en Deken was
van een Landkapittel, leefde hij openlijk met eene
vrouw, bij welke hij zes Zonen had, die zijnen
naam voerden, en die hij op eene deftige wijze bij
zich opvoedde. Hij heeft in het vervolg de Hervormde leere omhelsd en zich naar Zurich begeven,
alwaar hij, in den ouderdom van zestig jaren , de
moeder van deze zijne kinderen getrouwd heeft.
Een van deze zonen was H E N D R I K B U L L I N G E R U S ,
Schrijver van eene vermaarde Zwitferfche Chroniek.
Thans vervolgde S A M S O N zijnen weg naar Zurich,
alwaar Z W I N G L I U S reeds in bediening was, en met
nadruk en goed gevolg tegen de Aflaten predikte , zoodat de gemoederen alle tegen S A M S O N ingenomen waren. De Raad van Zurich zond hem
dan Afgevaardigden te gemoet, om hem aan te zeggen , dat hij niet in de ftad zou komen, waar hij
een geheel onaangename gast wezen zou. Toen
men in den Raad overleide, of men hem in de ftad
zou toelaten , zeide een der leden: „ Er wolk ihm
woll helffen herein lasfen, aher von ftund an einen
heken wasfer auffhehen, " willende te kennen geven: dat men hem kon binnen laten, maar hem op
ftond in het water behoorde te werpen en te verzuipen. Evenwel, alzoo hij te kennen gaf, met
T 3
'
e e n

294

K E R K E L I J K E

C. (ï. een' bijzonderen last van den Paus bij de Cantons
7- voorzien te zijn, werd hij ter gehoor bij den Landtot 155
' dag toegelaten; maar de valschheid van zijn voorgeven fpoedig ontdekt zijnde, gaf de Landdag hem
bevel, om hoe eer hoe liever Zurich en het geheele
Zwitferfche grondgebied te verlaten, met den bijgevoegden eisch, dat hij den Deken van Bremgarten
van den ban ontflaan zoude, S A M S O N bevreesd geworden , dat men ftrenger met hem handelen , en
hem misleiden het opgehaalde geld ontnemen z o u ,
pakte zijne goederen zamen, en haastte zich , om
naar Italië te keeren.
118

Ds regering van Zurich fchreef over het gebeurde
met S A M S O N aan den Paus, om over S A M S O N S onbefchaamdheid te klagen. De Paus beantwoordde
dezen Brief zeer flaauw, belovende wel, dezen Aflaatprediker te zullen doen ftraffen, indien de klagten tegen hem gegrond bevonden weiden, maar tevens bevelende, dat men des Paufen magt in het
verleenen van Aflaten eerbiedigen, en gehoorzamen
z o u , onder bedreiging van den ban.
Op deze wijze werden de gronden der Hervorming in Zwitferland gelegd, niet dat de Aflaatprediking op zich zelve aan te merken zou zijn, als
de oorzaak der Hervorming; neen, beide Z W I N G L I U S en L U T H E R hadden reeds voor de Aflaatkramen) waarheden geleerd, welke het zuiver Euangelie uitmaakten: maar het verkoopen der Aflaten gaf
aanleiding, dat deze verkondiging meer openlijk gefchiedde, en dat het tot eene fcheuring kwam met
4e Roomfcne Kerk; trouwensj daar liepen meer
re-

G E S C H I E D E N I S .

S95

H e r v o r m i n g thans deden na C. G .
«•1517.
de voorgaande eeuwen Jj
: 1552.
door godvruchtige mannen beproefd, maar tot hier- _
redenen

z a m e n , welke de

g e l u k k e n , welke reeds i n

toe gefmoord was g e w o r d e n ;

de herleving der W e -

tenfchappen, de uitvinding der Drukkunst enz. gelijk

wij

reeds

i n het

voorgaande

hebben

opge-

merkt ( * ) .

. , „

oortng der
v o o r t , het Euangelie te p r e d i k e n , dat men de w e l - ervoringin
daad van de vergeving der zonden niet verfchuldigd n
iiricb..
was aan de Pausfelijke A f l a t e n , maar aan de ver.
Gedurende

dit alles ging Z W I N G L I U S

te

Zurtea

^
H

dienden en dood van C H R I S T U S ,

en dat men

den

Hemel met geen geld k o o p e n , maar alleen door het
waar geloof i n C H R I S T U S
Bisfchop van Kor.ftans,

verkrijgen k o n .

HUGO ,

zelve prees hem o m zijnen

ijver en vermaande h e m ,

om daarin te

volharden ,

waar tegen Z W I N G L I U S , aan dezen Bisfchop fchrijvende, hem de goede zaak v a n het

Euangelie aan-

b e v a l , gelijk hij deze zaak bij A N T O N I U S
des Paufen Legaat bij de Zwitfers,
ijver behandelde , o m den Paus

PUCCIUS,

insgelijks
daar

met

over te o n -

derhouden, verklarende, dat hij ( Z W I N G L I U S )

zou

v o o r t g a a n , door de zuivere leer van het E u a n g e l i e ,
o p allerlei w i j z e , het R i j k en de dwalingen van het
Pausdom te bedrijden, opdat het licht en de
heid van G o d s w o o r d eens wederom i n
telijke Kerk helder fchijnen m o g t ;

de

waarin

waarChris-

ZWING-

LIUS o o k w o o r d gehouden heeft.
(*) Vergel. ROSCOE Leven van Paus LEO X . III Deel,
BI. 251. en M . J . G . HESS vietfUlrich Zwingiep. 107-115.
T

4

296

K E R K E L I J K E

na C . G. Deze prediking van Z W I N G L I U S maakte al vroeg
Jaari
rot i g goeden opgang, reeds i„ het jaar 1510 telde men
— omtrent 2,000 menfchen in Zurich, die de zuivere
leer hadden aangenomen, en in datzelfde jaar of in
het volgende jaar 1530 beval de Raad van Zurich,
op den raad en vermaning van Z W I N G L I U S , aan alle
Predikers en Pastoors in hun gebied, dat zij, met
terzijdeftelling van alle menfchelijke verdichtfelen,
zouden leeren en prediken, hetgeen in de fchriften
der Profeten, Euangelisten en Apostelen bevat i s ,
en dat zij zich daarbij alleen houden zouden. In
dit jaar befloot L E O X , L U T H E R dadelijk in den
ban te doen; op het gerucht van dit Pausfelyk befluit fprak Z W I N G L I U S des Paufen Commisfaris W I L L E M te Zurich aan, en verzocht hem ten ernltigfte, dat hij den Paus daarvan zou afmanen, hem
voor/pellende, dat de Duitfchers niet flechts den
ban maar den Paus zeiven zouden verachten (*).
Z W I N G L I U S had tot hier toe een jaargeld van den
Paus getrokken, als Capellanm Acolijthus van den
Roomfchen Stoel, maar in dit jaar weigerde hij
hetzelve aan te nemen, opdat hij zijn geweten niet
mogt bezwaren, door geld te trekken van den Paus,
tegen wiens aangematigd gezag hij zich openlijk
verzette, terwijl hij dus te gelijk een openbare blijk
gaf, dat hij door edJer beweegredenen dan die van
geldzucht of tijdelijk voordeel gedreven werd ( f ) .
,
De
(*) ZWINGLIUS in Epist. ad Mycomtm in Epistt. Zwing-,
lii et Oecolamp. pag. 1746.
( f ) ZWINCL. Opp.

Tom. J, pag,

341. &

G E S C H I E D E N I S .

S97

De verlichting, welke Z W I N G L I U S , die in het na C. G .
jaar 1521 door die van Zurich tot Kanunnik verko- Jaarisi/.
tot 1552.
zen was, in de plaats van H E N D R I K E N G E L H A R D ,
Tigendie daar van vrijwillig afftand gedaan had , verftand tefpreidde, veroorzaakte, dat men van lieverlede de gen de
achting en eerbied voor menfchelijke voorfchrifien leer van
afleide, en van de Christelijke Vrijheid gebruik be- Z W I N G LIUS.
gon te maken. In het jaar 1522 onderftondeii dus
verfcheidene ingezetenen van Zurich, zonder daartoe Kerkelijk ontflag te vragen, de vasten te breken. De Geestelijkheid klaagde hen deswegens aan
bij den Raad, die hen in hechtenis deed nemen,
omdat zij naar eigen goedvinden de Kerkelijke wetten hadden overtreden, Z W I N G L I U S nam terflond
hunne verdediging op zich, en gaf eene Verhandeling uit over het vasten en het onderfcheid der [pijzen, het eerfte werk, hetwelk Z W I N G L I U S in druk
gaf; in hetzelve toonde hij de nutteloosheid en ongerijmdheid van zoodanig vasten aan, hetwelk eene
uitvinding was van de Paufen, om zich een' nieuwen tak van inkom ften te bezorgen voor de dispenfatien of vrijdommen , die zij zich voorbehielden te
fchenken, wanneer zij gevraagd en betaald werden.
Hij befloot hetzelve met een verzoek aan de verftandigen, die in de Heilige Schrift ervaren waren,
om hem te wederleggen, „ indien zij meenden,
„ dat hij den zin der Schrift geweld had aange„ daan (*}."
Dit werk maakte zijne tegenftrevers
(*)

ZWIiNGL, Opp.

T.

Lp.

T

Z^.fqq.
5

tegen hem
gaan-

om ZWINGLIUS het fHlzwijgen op te leggen. fchreef aan het Kapittel. duidelijk genoeg op ZWINGLIUS doelende. en die eenig en alleen bedoelde. waartoe ZWINGLIUS de naaste betrekking had. Jaari5r7. zijne bedoeling bij den Raad misfende. die een mandement uitvaardigde aan al de Priesters en Leeken van zijn geestelijk regtsgebied. fchroomde. welke aan het Bisfchoppelijk zoo wel als Pausfelijk gezag den ondergang dreigde. dat hij de Prelaten en Godgeleerden van zijn Bisdom in eene Sijnode mogt doen bijeenkomen. die voor alle onderzoek. bij hetzelve beklaagde zich de Bisfchop over zekere Nieuwigheidzoekers . Zij vertoonden'aan den Bisfchop van Konwt 1552 flans. De Raad beantwoordde des Bisfchops fchrijven met een verzoek. om zich door wargeesten niet te laten vervoeren. Doch dit antwoord voldeed den Bisfchop niet. welke de ware oorzaak zij van de verdeeldheden. Dit had invloed op den Bisfchop. gaande. De Bisfchop. ZWINGLIUS. om zich niet te laten bewegen tot het verbreken van de oude geboden der Kerk. G. de noodzakelijkheid. denzelven waarfchuwende. over welke de Bisfchop klaagde. om zich tegen eene leer te verzetten. om . die hem tot hier toe niet ongenegen was ge. met vermaning. verzocht het Kapittel vrijheid . die in hunnen dwazen hoogmoed voorwendden. ten einde met hen te onderzoeken. weest. zeker zijnde.298 K E R K E L I J K E sa C. de Kerk te willen hervormen. dat deze vermaning tegen hem gerigt was. Te gelijker tijd fchreef hij aan den Raad van Zurich. zonder dien echter te noemen. en niet van de Kerk af te zonderen.

" Het zal niet vreemd zijn van ons onderwerp. ( A U G U S T I N U S . dan dat zij de Jpokrijfe Euangelien hebben verworpen. zult gij bekennen.—Gods woord heeft geene bevestiging van menfchen noodig: de Kerkvaders zelve hebben niet anders gedaan. dat deze woorden van A U G U S T I N U S of roekeloos of ten minfte onbedachtzaam zijn. indien de Kerk het Euangelie niet had goedgekeurd. in welke deszelfs vijanden het geklonken hebben. J 3t 1552. beroept gij u op eenen Heiligen m a n . het van zijne boeijen bevrijden .iansi7. !>-99 «tn te antwoorden. en alle twisten te beflisfen. wij willen flechts het Christendom zuiveren van hetgeen voor hetzelve vreemd i s . In dezelve betoogde hij: „ dat het Euangelie alleen een onverwerpelijk gezag heeft. en dat de uitfpraken der Kerk niemand verpligten kunnen. dan voor zoo verre dezelve op het Euangelie gegrond zijn. ) die gezegd heeft: „ I k zou aan het Euangelie geen geloof geven. indien gij ter goeder trouw wilt handelen . de menfchelijke overleveringen boven het E u angelie verheft. zulke.G E S C H I E D E N I S . en de fonteinen van levend water n < we- . tot hetwelk men de toevlugt moet nemen. en fchreef eene Verhandeling. en den 22ften Augustus 1522 in het licht gaf. dat is . welke hij archeteles. iC. dus ook w i j . om van alle onzekerheden een einde te maken."" Maar. het een en ander uit deze Verhandeling liier te plaatfen: „ Wanneer gijlieden. ten einde u te regtvaardigen.) noemde. waarvan de Schrijvers onbekend of verdicht waren. G. (begin en einde.

" — Jaarisi. B A R T H O L U S .ten . en niet tegen lieden. dat de fchriften van J E Z U S eerfte leerlingen niet alles bevatten. ze ons onvolmaakt geleerd heeft. of B A L D U S . 130. wat noodig is ter zaligheid. (Joann.300 K E R K E L I J K E «a C . dat zij noodzakelijk zijn tot zaligheid ! Me? één woord. die de menfchelijke overleveringen gelijk ftellen met. of die voorwen. tot 155: • „ Gijlieden verdedigt de menfchelijke overleveringen. die gijlieden tot opperfte Wetgevers verheven hebt. dan van J E Z U S C H R I S T U S . die zij gedempt hadden ( * ) . L p. indien men niet zalig kan ( * ) ZWINGL. dat J E Z U S hier fpreekt tot de Apostelen. genoemd te worden. hetgeen aan dezelve ontbrak. T. dan fpreekt hij weder tegen de Apostelen. en door u te beroepen op J E Z U S gezegde. ja dat J E Z U S C H R I S T U S . dan moet men erkennen. . Opp. 12. meer om leerlingen van A R I S T O T E L E S . Indien deze beroemde Leeraars bij de Euangelieleer gevoegd hebben. die zal u in alle •waarheid leiden . door te beweren. Wanneer J E Z U S er onmiddelijk op Iaat volgen: Wanneer de geest der waarheid zal gekomen zijn. Welke lasterlijke ftellingen! En nogtans zeggen die genen niets anders. en dat de Apostelen ze ons onvolmaakt nagelaten.) Nog vele dingen heb ik u te zeggen: doch gij kunt die nu nog niet dragen. of verheffen boven de Goddelijke wet. — Doch bedenkt. niet tegen eenen T H O M A S D ' A Q U I N O . Gods Zoon. X V I . die gefchikt zijn . dat onze Voorouders dezelve onvolmaakt bezeten. CI weder openen. S C O T U S .

nademaal zij deze be. „ u w leven verdedigen. verontwaardiging niet maar ik kan mijne b i n n e n h o u d e n . het onze te w a g e n . hoe ver gij (*)!" verdedigt alle uwe bijplegtigheden. 301 K e r k v e r . I. wij zijn de ver„ lichte mannen. Opp. u w brood eten i n het „ gij moet u wachten „ ons ftraffeloos zweet van u w aangezigt. tegen kudde fchijnen te zeggen: „ W i j zijn de ik hunne uitver- „ k o r e n e n . i n lutje ledigheid te l e v e n . wanneer zij dien in alle zijne zuiverheid l e e r e n . aan 517. gij weetnieten. d i e . en nogtans oefende de Godsdienst een veel verlich- ter gebied over de h a r t e n . l o o f d . en i n eenvoudigheid beoefenen. door hun gedrag.1 ia C G . . gijlieden de onheiligen. dat ik den vermaningen uitmaakten. gaderingen. alsof zij noodzakelijk waren voor den Godsdienst. die de bedienaren van den Godsdienst meer eerbiedigt. terwijl aan gij moet wij alle buitenfporigheid zullen „ overgeven. omdat ik openlijk de ondeugden der Geestelijkheid beftraffe. Christenen zalig g e w o r d e n .G E S C H I E D E N I S . p. . gijlieden moet . B o e k e n . — Daar is niemand . zonder zekere befluiten van fluiten niet gekend hebben. van alle z o n d e . het is ons geoor- . 137. z o o zijn de Apostelen noch de eerfte] ot 1553. dan i k . het gebed en de onderlinge alleen den eeredienst der Geloovigen Gijlieden befchuldigt m i j . kan w o r d e n .. toen het lezen der H e i l . buiten het fpoor zijt „ Gijlieden Z i e eens. . — Staat i n ver- warring b r e n g . den Staat met gevaar van „ biedt o n s . wanneer herders z i e . T. " " maar de Godsdienst ver- „Ik (*) ZWINGL.

Ik wil u voorts leeren. het w i l . lasten en fchattingen te bètalen. welk het Christendom Jaarisi. om U R B A N U S W Y S . die in hem gelooven." r Eerfte voorbeeld var vervolging in Zwitferland. tot 155! is. die in het jaar 1522 te Baden vergaderd was. van welke ik in mijn prediken nooit ben afgeweken (*). K E R K E L I J K E na C . in hechtenis te nemen. omdat hij tegen de aanroeping der Heiligen gepredikt had. dat zij dadelijk daartoe werkzaam wilden zijn. het zijne toetebrengen. gaven zij bevel. . om hem de hand te bieden. die aan allen. De Bisfchop van Konflans fchreef ondertusfehen ook aan den Zwitferfchen Landdag. bij Baden. zoodanige zijn de grondbeginfelen. en ten blijke. met dén woord. het eeuwig leven geeft. alle menchen. dat de Christen zijne zaligheid alleen verwachten moet van God en J E Z U S C H R I S T U S . Cr . dan in wel te doen. aan te merken. zijnen eeniggeboren Z o o n . en de Overheden te eerbiedigen.302 . als onze broeders. de wetten te gehoorzamen. dat ik belijde. pag. Dit was het eerfte voorbeeld in Zwitferland van geweldige maatregelen tegen de begunftigers en aanhangers der Hervorming. Pastoor in het Dorp Wislitzbach. De Afgevaardigden op den Landdag ftonden hem dit verzoek toe. hetwelk (*) Ibid. 144. en hetwelk gijlieden verdacht ' zoekt te maken. om den armen te troosten. aan wien het behoort. geen deel te nemen in de onderdrukkingen van den evenmensen. Het Christendom gebiedt eik en een ieder. door . ten einde zijne gemeenten in gehoorzaamheid aan de Kerk te bewaren. niemand te willen overtreffen.

dat men de prediking van het Euangelie vrij mogt laten. gelijk hij ook op de Rijksvergadering te Worms in den Rijksban gedaan was . Schrift. 3°3 door het aanftooken der Geestelijkheid weldra van i laC. waarbij zij denzelven zochten te bewegen . reeds in den ban gedaan en voor ketter verklaard had. met een aantal plaatfen uit de H . die de Hervorming begunftigden. ten einde hen tot betere gedachten over te brengen. het voorbeeld van geëerbiedigde Heiligen. [aan 517meer andere gevolgd werd. hetwelk ook van zijne ambtgenooten en vrienden onderteekend was. overziende . en allen. op eene . De Predikftoelen daverden van deze befchuldigingen en van de verfchilftukken. aan hen een kort begrip van zijne leer. die eene Hervorming wilden bewerkftelligen. waar bij zij een verzoek voegden.G E S C H I E D E N I S . en de uitfpraken van verfcheidene Kerkvergaderingen. welk laatfte verzoek aangedrongen werd. met het ftandvastig gebruik der eerfte Christenen. waren de Monniken en Geestelijken wakker in de weer. om tegen alle nieuwighedeii uit te varen. dat hij zich aan het hoofd ftelde van hen. ot 1552. welken tegenftand de Hervorming te wachten zou hebben van den kant der regering van Zwitferland. dit bleef echter zonder gevolg. zond. integendeel. dewijl de Paus LUTHER. ten minfte dulden wilden. als mede dat de Kantons het huwelijk der Geestelijken veroorloven. Te gelijker tijd zonden ZWINGLIUS en zijne vrienden een verzoekfchrift aan den Bisfchop van Konftans. welke op dezelve. ZWINGLIUS . niet zelden. van Lutheranerij en Ketterij te befchuldigen. G .

gelast o m G o d s woord aan het volk te . dat hij. hadden die van Konftans nog uitzigt. Openlij] : gefprek te Zuric gehoudi n over dei Godsdienst. vervoegde in. Kerkvergadering? z o u kunnen geven i n het- van zijne tegenwoordigheid van Afgevaardigden van den Bisfchop van Konftans. Z W I N - G L I U S floeg daarom eenen anderen weg begin hij z i c h des jaars 1523 grooten Raad te Zurich. dat hij dwaalde. hij rekenfehap leer. z o u herroepen. en voor zijne vijanden w i j k e n . h W a t ftond hier voor Z W I N G L I U S . iudien men k o n bewijzen. met belofte. de waarheid te verkondigen? op eene wettige aigemeene W a s er kon men aan dezelve de beflisfing der rust overlaten? W a t men eenig van Kerkvergaderingen en Bazel niet lang geleden overtuigend doen zien. Overeenkomftig dit voordel van den H e r v o r m e r . Z o u hij zwijgen . hjke omftandigheden. welke van hem eischte. en dus den pligt z i j ner bediening verzaken. om de bijzondere befcherming der regering. om zijne vijanden tot zwijgen te brengen. en hem begon te wederleggen. 3. z o n d de R a a d weinige dagen daarna aan al de Geestelijken van het Canton den volgenden Brief: rondgaanden „ Daar heerscht eene groote wanorde onder de bedienaren. te doen ? i n deze zorge. Z W I N G L I U S . maar met verzoek. eene plompe wijze behandeld werden . welk En gefchillen ge- te wachten h a d . in In het bij den en v e r z o c h t . al hetwelk'voor groote wanordens de deur wagenwijd openzette. waar door Jaari5i toe 155 £ het o o k meermalen gebeurde. indien hij Haagd e . dat men een openbaar mondgefprek z o u bewerkdelligen.304 K E R K E L I J K E ns C . dat deze o f gene ' openlijk den Prediker op den Predikftoel tegenfprak.

alwaar wij willen. zich aan de wetten te onderwerpen . met het Euangelie in de hand. welke hen verdeden. Desniettemin zwijgen de Hoofden der Kerk. Met dit oogmerk bevelen wij al de leden van onze Geestelijkheid. zullen wij ons genoodzaakt zien. Dezen verzekeren. 305 te verkonJigen. als gefchikt zullen zijn. en alle onze aandacht leenen aan hetgeen van weêrskanten gezegd zal worden: voorgelicht door de kundigheden van onze voornaamfte Godgeleerden en Predikers. G . dat zij het E u . (29 Januarij. van hunne zijde. dat de Almagtige ons in ons HEIIV. I. Het is dus noodzakelijk. en een einde maken van de verfchillen. dat wij zelve de zorg voor onze onderdanen en voor ons zeiven op ons nemen. om zich daags voor het feest van K A R E L den Greeten. tegen hem te procederen . angelie in alle deszelfs zuiverheid prediken. zonder ophouden fpreken van valfche Leeraars. V oor- . om de ergernis te doen ophouden. •ot 155afchuldigen hunne partijen van kwade trouw en onwetendheid. welken deze dingen aangaan. dat het ieder een zal vrijftaan. waarvan wij wenschten verfchoond te blijven. en be. zonder dat hij zijne weigering grondt op Gods woord. en dat hij ze beflrijde.G E S C H I E D E N I S . de gevoelens aan te wijzen. Indien in het vervolg iemand zou weigeren . welke hij als kettersch befchouwt. Overigens verhopen wij.ia C. of zij putten zich uit in nuttelooze vermaningen. terwijl de anderen. zullen wij zoodanige maatregelen nemen.) op ons Stadhuis te laten vinden. verleiders en Ketters. welke de liefde tot orde ons zal voorfchrijven. Wij zullen bij deze vergadering tegenwoordig zijn .|aari5l7.

dan om openbaar gegevene ergernisfen. dat het Euangelie niets i s . en welke zijne leere . — Het regtsgebied. en Broeders onder malkanderen. welke in het mondgefprek zouden moeten behandeld worden. welke de Paus en le Bisfchoppen zich aanmatigen. wanneer men andere leeringen gelijk acht met üe van het Euangelie. waarvan emand lidmaat is. is niet gegrond op ie Schrift. in tegenHelling met de Roomfche. zonder de goedkeuring der Kerk. Het zal genoeg zijn . — Het Euangelie leert ons. hare rijkdommen. — De overleveringen. Gegeven in de maand Januarij 1523. zijn de oorzaak van de verdeeling der Kerk. Zij moeten daarom op aarde niemand Vader noemen. insgelijks is het eene dwaling . — De magt. dat voorfchriften van menfchen niet dienftig zijn ter zaligheid." Stellingen Zoodra dit befluit bekend gemaakt was . G. lingen. hetwelk de Geestelijk- . in zich bevatten. — De Mis is geen offer. Hier door vervallen partijfchappen m fecten. JaariS!7 tot 1552 van het offer van JEZUS CHRISTUS. en ons te helpen in het ontdekken der waarheid. maar eene gedachtenisviering na C . roet welke de Geestelijkheid haren hoogmoed. hare waardigheden regtvaardigt. indien wij eenige van de merkwaardigfte hier plaatfen : „ Alle Christenen zijn Broeders van CHRISTUS. — Niemand kan noch mag in den ban gedaan worden. — Het is eene dwaling. gaf van Z W I N ZWINGLIUS een opflel in het licht van L X V I I HelGLIUS. hij mag noch kan iiitgefproken worden dan door de gemeente. wanneer men beweert.3cö K E R K E L I J K E oordeelen zal gelieven te befturen en te geleiden. hare vereering.

en niet als eene daad. moeten wij ons van alle onbefcheidene gisfingen deswegens onthouden. maar door Gevolmagtigden tegenwoordig. aan welke ieder Christen onderworpen behoort te I aan 517. wier ongehuwde ftaat oorzaak van eene groote ongeregeldheid in de zeden is geworden. is zich fchuldig maken aan Simonie.G E S C H I E D E N I S . V a U . De Bisfchop van Konftans was niet in perfoon. om den voortgang van zulke gevoelens te fluiten. behoort aan de Wereldlijke Overheid. dat er een Vagevuur i s . wel ten getale van 600. G . — De biecht. behalve eene verbazende menigte Toehoorders van alle rangen en ftaten. het ftaat aan de Overheid. — Vergiffenis voor geld te fchenken. hetwelk hij zich voorbehoudt over de dooden. — Men moet niemand lastig vallen om zijne gevoelens. ook was hier de groote Raad der tweehonderd vergaderd. n1 C. p. God alleen kent het oordeel. Opp. — God heeft aan geene klasfe van Christenen . 307 Üjkheid bezit. dat men hetzelve aan de Priesters verboden heeft. T. als een onderzoek van het geweten. het huwelijk verboden. aan den Priester gedaan. welke ftrekken." Op den bepaalden dag kwamen de Geestelijken van het Canton. den Rid(*) ZWINGL. zijn. dus heeft men ongelijk. moet befchouwd worden. I. om de openbare rust te ftooren (*). en vele vreemden te Zurich op het Stadhuis bijeen. — De Heilige Schrift zegt nergens. en dewijl hij ons hetzelve niet heeft willen openbaren. 3t 1553. den Intendant van zijn huis. welke de vergiffenis kan verdienen.

om zijnen Bisfchop te verdedigen. zijn GrootVikaris. maakte flechts eenige aigemeene aanmerkingen over de noodzakelijkheid van de eenheid in de Kerk. dat hij. en Z W I N G L I U S . om hem de redenen mede te deelen. in plaats van op zijn voorftel te antwoorden.SoS K E R K E L IJ K E na C. die den Raad bewogen hadden. dezen gevangene overtuig 1 had. zonder dat men bepaaldelijk over één punt van belang gefproken had. ( . die zich daartoe bekwaam oordeelde. elk op zijn beurt. rrx eenige gefprekken. op hetwelk deze Hervormer de aandacht der bijeenkomst vestigen wilde. zich zonder eenigen fchroom te verklaren.Vikaris J A N F A Jaar 151 tot 155: 'S B E K . om zijne dwalingen te erkennen en die te herroepen. In . hij vermaande elk. en zijnen Groot . om zijne gevoelens omtrent de aanroeping der Heiligen en der Moedermaagd. door welke hij deze overtuiging bewerkt had. dewijl dit juist één der artikelen was. Dus fcheen de vergadering te zullen fcheiden. Na dezen fpraken de Intendant van den Bisfchop. hij verzocht derhalve den Groot-Vikaris . wanneer eenige Kerkdijken zich beklaagden. om Z W I N G L I U S van ketterij te overtuigen. dat men zijne gevoelens aan een ftreng onderzoek zou onderwerpen. De laatstgemelde drong aan. Ridder D ' A N W E I L .. Bij deze woorden bepaalde Z W I N G L I U S hem. F A B E R . verzeld van zeer vele Godgeleerden. en voegde er bij. dat één hunner ambtgenooten te Konftans in de gevangenis geworpen was. vatte F A B E R het woord op. om deze vergadering te doen bijeenkomen. doch. De Burge" meester van Zurich opende de vergadering met een verflag der beweegredenen.

" zeide beroepen. Grieksch . dat het niet ge- noeg i s . ik in het van het Latijn redelijk ervaren ben. In zaken van geloof moest eenheid in de Kerk heerfchen. Doch de gave der uitlegging is eene dierbare gave. om de aanroeping der Heiligen en van M A R I A te bewijzen. den HIERONYMUS. maar in een algemeen Concilie. dat de Groot-Vikaris plaatfen uit de Heilige Schrift zou bijbrengen. er in het geheel geen Euangelie. en over de roekeloosheid van fommige woelachtige menfchen. " al was ZWINGLIUS . ik antwoord hun .G E S C H I E D E N I S . welke G o d niet aan fchehkt. hij. uit in eene vrij lange redevoering over de Ketterijen [aan S17. „ hetwelk men die zich op de Heilige Schrift in drie talen . over de pogingen der Paufen en Kerkvergaderingen. maar men moet ze ook goed verftaan. 309 In plaats van antwoord ." Nog zeide hij ftout weg: „ Men zou vriendelijk en vreedzaam kunnen leven. F A - B E R beriep zich op den op den Canon der Kerkvader Misfe. liet F A B E R zich toen na C. Kerkedienst van G R E G O R I U S . welke dagelijks door de Heiligen verrigt werden. der eerfte eeuwen. de Schrift aan te halen. Ik beroem mij niet. om dezelve te beteugelen. die de oude twisten weder levendig maakten. maar alles vergeefs. moest gehoorzamen. met deze uitvlugten niet voldaan. bleef aandringen . ken geen Hebreeuwsch . en alhoewel ik weet weinig ik allen dat ik ze bezitte. en op de wonderwerken. V 3 ZWINGLIUS be- . geef ik mij echter niet voor een' handig Redenaar uit. blindelings Wat hen betreft. daarom moesten dezelve niet in een bijzonder min talrijk Sijnode-worden verhandeld. G . tot 1552.

— J a . die onfeilbaar i s . dat er onder het aantal Paufen velen zijn. dat ik mij aan de uitfpraken der Kerk zal onderwerpen . dat dezelve niet dwalen kan? — Runt gij ontkennen. die van zijn Priesterfchap te bekrompene inkomften heeft. niet feilen kan. wier gedrag den wil van JEZUS CHRISTUS gefchenen heeft te tergen? — Indien gij door de Kerk verftaat de Conciliën of Kerkvergaderingen. vereenigd door den band van geloof en liefde. maar deze is niet zigtbaar dan voor de oogen van haren Goddelijken S. als het Nieuwe Testament. en door den Heiligen Geest geleid wordt. omdat z i j . zich niet hebben ontzien. Wat iemand dan te doen ftond. de onderdanen tegen hunne wettige Vorsten op te hitfen? E i ! hoe zou ik gelooven kunnen. alles. hoe dikwijls deze Kerkvergaderingen malkanderen over en weder van kwade trouw en ketterij befchuldigd hebben. Indien gij door de Kerk verftaat de Paufen met hunne Kardinalen . die zich hebben overgegeven aan alle woede der heerschzucht.310 K E R K E L I J K E na C . . dat de Heilige Geest menfchen verlicht heeft. hoe durft gij er voor inftaan. dan dat hij dergelijke Boeken . tot 1552.ich- . daar is eene Kerk. buiten allen kijf. G beantwoordde dit Jaari5i7 •Schrift beroepen. om hunne wereldlijke magt te vergrooten. van haat en wraak. die zeer ongeregeld geleefd hebben. dan vergeet gij. die. zou kunnen koopen?" ZWINGLIUS eindigde zijne reden met deze nadrukkelijke woorden : „ Gijlieden wilt. en bleef zich op de Heilige eenige Roomscbgezinde Priesters murmelden tusfchen beide: . gelijk gij zegt. Deze beftaat uit alle ware geloovigen.

indien de Roomscbgezinden zich niet achtetlijk hadden gehouden. waartoe hij fprak van de Hoogefchool van Parys. bleef beweren. zij heeft geen wereldlijk rijk." Hierbij bepaalde zich dit mondgefprek. of Leuven. deRoomsch. dat LUTHER daar te digt bij was. gezinden wilden of konden niets wezenlijks aanvoeren. of Keulen . die de zijne na C. befloot de Burgemeester het gefprek. als niet overtuigd van Ketterij. het E u angelie te prediken . waarom hij niet de Hoogefchool van Erfurt of Wittemberg noemde. zij i55*« kondigt hare befluiten niet af op de wijze van de _ Koningen der aarde. omtrent de zaken. en ook ten aanzien van zijne gevoelens niet wederlegd zijnde. zijn. dit befluit nam. Zij vergadert niet met uiterlijke pracht. De Raad van Zurich genoeg opheldering meenende te hebben. of eene der Hoogefcholen. die alleen kent de genen . . noch heerfchappij: hare eenige zorg i s . over welke in dit mondgefprek gehandeld was.G E S C H I E D E N I S . ZWINGLIUS vraagde hem. dat eene aigemeene Kerkvergadering moest beflisfen. met aigemeene ftemmen. G. en FABER. en openlijk deed afkondigen : „ Dat ZWINGLIUS . die vergaderd gebleven was. zij zoekt geene eer. na eene korte overweging. 3™ Stichter. den Goddelijken wil te volbrengen. zou voortgaan. gelijk hij tot hiertoe gedaan had. dat de Herders en Leeraars van Zurich en deszelfs gebied zich daar bij zouden bepalen. terwijl de Raad. maar kreeg van F A BER tot befcheid. en over welke had moeten gehandeld worden. dat zij hunne prediking zouden gronden op de Heilige V4 Schrift.

verzekerde w e l de vrije prediking van de Godsdienstwaarheden volgens het Euangelie waarin ZWINGLIUS door L E O JUDE ." Zoodaniger wijze eindigde dit mondgefprek. maar ia den eeredienst werden verders vooreerst'geene veranderingen ingevoerd. geheel ten voordeele van ZWINGLIUS. en dat deze Heilige overtui- . de Kerken van bleven hare de Beelden der Heiligen behouden. dat men door overtuiging der waarheid Schrift behoorde uit en volgens de te hervormen. en de H e r v o r m i n g was nu niet langer de zaak van eenig bijzonder p e r f o o n . denlijk. ZWINGLIUS. S c h r i f t . De gelukkige uitflag van het mondgefprek van den softenJanuari) 1 5 2 3 . en door het be- fluit alle ondernemin- van den R a a d was hij tegen gen gedekt. 7 perfonelijke beleedigingen z o u onthouden. de kracht zijner redenen en zijne overtuigende welfpre- k e n d h e i d . Tweede mondgefprekovei de Beel den der Heiligen en over de M i s . die daarmede niet bedoeld h a d . en dat men z i c h van w e ê r s k a n t e n van alle Jaari5 tot 15. en met openbaar en maar kon or- wettig gezag bekleed voortgezet worden. . had de aanfchou- wers geheel voor hem ingenomen. HENDRIK E N ' GELHART en anderen wakker werd bijgedaan. aanhouverfiering ZWINGLIUS handelde dus volgens zijne beginfelen. maar deze zijne gevoelens voor de Geestelijkheid des lands openlijk voor te geheele dragen en te verklaren. had dit oogmerk volkomen bereikt. en de zaak der H e r v o r m i n g .31a K E R K E L I J K E na C . de M i s werd bij dendheid gevierd. zijne wederfprekers tot zijne gevoelens over te h a l e n . G . waarbij het zwijgen en de uitvlugten van zijne partijen z o o fterk affiaken .

een gefchrift in het licht. De Raad vond zich verlegen. en de zaak met meer ijver en vuur wilden doorgezet hebben.naar oproer fmaakte. onder den titel: Gods oordeel ever de Beelden. omdat de meeste andere Cantons. omdat zij hier in zonder gezag der Overheid gehandeld hadden. tegen Z W I N G L I U S waren ingenomen. hoewel hij hen flrafbaar oordeelde . met eenen N I C O L A U S H O T T I N G E R . maar verfchilde over het vonnis. eenige burgerlieden . niet kon betichten van heiligfchennis. die dezelve voor berispelijke flaauwheid aanzagen . Z W I N G L I U S predikte openlijk. hetwelk boven eene der ftadspoorten ftond. te meer. opdat alles met orde gefchiedde en volbragt werd. waar uit hij als een gevolg afleidde. dat de vereering der Beelden met de wet van God en het Euangelie (treed.G E S C H I E D E N I S . deed de handdadigen gevangen nemen . Daar verfcheen dan. zonder openbaar gezag ondernomen zijnde. 313 tuiging bewerkt zijnde . G . De Raad. tot 1552. in hetwelk de vereering der Beelden van de Heiligen als eene volflagene afgoderij werd afgefchilderd . zoodanige daad veroordeelende. dat men deze lieden. welke te Bern vergaderd waren. als V 5 om- . en verbraken een Crucifix of Beeld van J E Z U S aan het kruis. eigen| lijk niet zoo zeer uit beginfelen van Godsdienst. omdat z i j . kwamen zelfs tot dadelijkheden . de noodige veranderingen na C. hetwelk men tegen hen had te vellen. Maar deze behoedzaamheid behaagde niet aan allen. moesten daargefteld worden. die het kruisbeeld hadden omgeworpen. eu verbeteringen in den eeredienst door de Overheid Jaansi^. aan het hoofd.

' den.3H K E R K E L I J K E naC. 180. in hechtenis te nemen. dat i s . §. I. Kollegien. en of men de Misfe behoorde te behouden of af te fchaffen. om ZWINGLIUS . hoe met de gevangenen te handelen . verkoos de Raad. die bij dezelve werd waargenomen . ap. kinderachtig. om hen te kunnen befchuldigeu. CXVI. Anglia Reg. omdat ZWINGLIUS begreep. ad Henr. waar omtrent hij zich wel met een* Brief ontfchuldigde. D O R F Hifi. In deze verlegenheid. fel. en dus met zijn' geheelen buik. G . van verfcheidenen op verfchei(*) Libr. want. dat zij zich in deItaliaanfcheoorlogen meng. en noemde denzelven „ vol onkunde . dat de Cantons een befluit namen. SECKEN- . waar dit gefchieden k o n . integendeel leest men. eer men een befluit nam. op de Mis fteunt het geheele Pausdom met zijne Kloosters. Altaren . over de geheele Kerkdienst . VIII. Een gewigtig onderwerp zeker! Trouwens. en aan vreemde Vorsten hunne^rijgsbenden voor geld leverden. Ook gingen zij naauwkeurig de ftappen van het Canton Zurich na. ten einde te onderzoeken : of de vereering der Beelden gewettigd was door de Heilige Schrift. dat de Zwitfers niet wel tot 1552 • deden. Dienaren en Leere. wanneer men de Mis overwint. L. overwint men het Pausdom. maar zonder vrucht. Lutheran. heid en goddeloosheid. Bisdommen . ZWINGLIUS fchreef nu eene Verhandeling over den Canon der Mis. dat zij de ketterij onder hunne befcherming genomen hadden. een nieuw mondgefprek te laten houden . ten aanzien der Misfe fchreef L U T H E R ( * ) .

om te zorgen. om dit mondgefprek bij te wonen. Het mondgefprek duurde drie dagen." De Raad van Zurich noodigde weder tot dit mondgefprek de geheele Geestelijkheid van Zwitferland. ZWINGLIUS en LEO JUDE hadden de beantwoording van alles op zich genomen. om hunne Afgevaardigden tot deze vergadering te zenden . Ook werden de Bisfchoppen van Konftans. die de voorgeftelde vragen zouden willen behandelen. en de verbondene Cantons uitgenoodigd. dat aan de voorgefchrevene voorwaarden voldaan mogt worden. maar de fteden Schafhaufen en St. en het gefprek werd gehouden in de Hoogduitfche taal.1 aan 517. waarom hij beweerde.G E S C H I E D E N I S . Gal waren de eenige. met alle bijzondere Kerkelijke perfonen of leeken. Gal en een van Schafhaufen werden tot Voorzitters der Vergadering benoemd. op den eerften dag werd de vraag omtrent de Beelden behandeld . den 28ften October 1523. Chur en Bazel. meermalen verbeterd t a C. Twee Afgevaardigden van St. wat ten voordeele van de Beelden en de Mis zou ingebragt worden . lingen en bijgelovigbeden bezoedeld. Op den bepaalden dag. G . de Hoogefchool dezer laatstgemelde plaats. LEO JUDE betoogde de ongeoorloofdheid van den . ot 1552. verfchenen de Geestelijken van het Canton Zurich. en veranderd. welke aan deze uitnoodiging voldeden. zamen wel ten getale van 900 perfonen. en zeer vele Leeken. dat men denzelven geheel moest affchaffen en verwerpen. en met vele en zeer gewigtige dwa. met last. 3*5 fcheidene tijden bijeengelapt .

die zeer verkleefd was aan den gewonen eeredienst. de Prior der Augustijnen. (jus canonicum. met Z W I N G L I U S eens te wezen. Dus werd het gefprek van den eerften dag door den Voorzitter befloten met eene dankzegging aan G o d . en dat de tegenwoordige wijze van dezelve te vieren niet overeenkomftig zij met de inftelling van C H R I S T U S . dat zij niets ten voordeele van de Beelden konden of wilden inbrengen.) de toevlugt te nemen .Stf K E R K E L I J K E aa C. bekende. Z W I N G L I U S uit de Heilige Schrift te wederleggen. i3. dat het Heilig Avondmaal alleen eene gedachtenisviering zij van den dood van C H R I S T U S . De voornaamfte Geestelijken. fommigen beriepen zich op den onechten Brief van K L E M E N S van Rome aan JACOBUS . om de gevangenen te ontdaan. den Beeldendienst. en een verzoek aan de regering van Zurich. anderen betuigden . De Voorzitters deden uitfpraak. indien het hem niet vrijttond tot het Kerkelijke Regt. die iets ten voordeele der Beelden had in te brengen. en dat men de Mis met alle derzelver bijplegtigheden niet kunne gedogen. dat hij de ftellingen van Z W I N G L I U S niet kon tegenfpreken . ter tafel gebragt. waar van Z W I N G L I U S het bewijs op zich nam. de voornaamfte Roomschgezinden hielden zich geheel (til. Op den tweeden dag werd de tweede (telling. dat de Mis geen offer. niemand ondernam het. alhoewel daartoe uitgenoodigd. al de Leeraars en Predikers der ftad en van het Canton Zurich verklaarden . bragten ook op dit ftuk niets i n . zonder iemands tegenzeggen . Men . Jaarisi £ot 155 7 niettegenfTaande de Voorzitter elk en een' ieder uit' noodigde.

om de wettigheid van hunne huwelijken te betwisten.G E S C H I E D E N I S . zijnde deze naderhand getrouwd met R O D O L F of R O E L O F G U A L T H E R U S . tot 1552. De Z W I N G Raad onthield zich van hier over uitfpraak te doen. De Burgemeester van Z«rich befloot dezelve met dankzegging aan het Opperwezen. LIUS b e geefrzich gelijk hij ook. in den ouderdom van 40 jaren. R E G U L A . U L R I C H . gelijk zij begonnen en voortgezet was . Z W I N G L I U S zelve trouwde. evenwel ging de Raad van Zurich met alle mogelijke behoedzaamheid te werk. Uit dit huwelijk is een zoon geboren. Heer van Weiningen. Z W I N G L I U S betoogde de onvoegzaam. in het vervolg. eenen beroemden Godgeleerden. Doch. 1 De vergadering eindigde. voor geoorloofd of ongeoorloofd te verklaren. J O A N M E Y E R . in de grootfte orde . den vader overleefd. zich niet uitdrukkelijk in het verklaard heeft. die de loopbaan van zijnen vader betreden en een' der aanzienlijklte posten in de Kerk van zijn vaderland bekleed heeft. 31? Men fprak nog over den ongehuwden ftaat der nu C . zonder dat iemand dacht. heden van denzelven. Ondertusfcben deden de redenen van Z W I N G L I U S hare uitwerking: verfcheidene Geestelijken trouwden op eigen gezag. en behield . Behalve dezen zoon heeft nog eene dochter .Jaari5i7. G . om het huwelijk der Geestelijken huwelijk. en de Hervormers droegen de aigemeene toejuiching weg. keeren wij van dezen kleinen uitflap terug. weduwe van eenen geachten Magiftraatsperfoon . en met alle betamelijke deftigheid. in het Graaffchap Baden. dat het Euangelie het huwelijk ook aan de Kerkelijken vrijliet. A N N A R E I N H A R D . Geestelijken. en bewees.

maar allerhande vuiligheden. het fpelen der orgels in de K e r k . en het o f om het onweder wijden van palmtakken . Bijzonderheden van N I C . • werkftelligen. om naar pligt voor z i c h te handelen. in fommi- gen derzelven vond men iijken noch beenderen. in het vervolg dadelijk te zullen be- Jaari5i7 tot 1552. en geweten oordeelen. werden op eene tige wijze weggenomen en elders met verfmading weggeworpen. op eigen g e z a g . als zijnde dit alles enkel bijgel o o f en ftrijdig met het Euangelie. uitgezonderd N I C . def- en niet naderhand verders verbood de regering. H O T - T I N G E R . het van zalven van ftervenden met o l i e . dat ligchamen o f overblijffelen van Heiligen bewaard w e r d e n . HOTTIN- G F . het luiden der klokken over overledenen.3iS K E R K E L I J K E na C. insgelijks het ten toonftellen der gewijde Hostie ter aanbidding. ftraffe nogtans voor hem H i j begaf z i c h namelijk naar het . in welke gezegd w e r d . z o u t . Ook alle openbare omgangen. water o f waschkaarfen enz. welke men in anderen vond. dat hunne langdurige hechtenis verbre- werd ge- ftraf ge- noeg ware voor hunne roekelooze onderneming.) werden verboden . Daarenboven de Overheid uit de ruimden Gelastigden voornaamfte Kerken de uit tomben o p . Z i j werden derhalve ontflagen. eerften M a r telaar voor de Hervorming in Zwitfer- land. G hield voor z i c h . oordeeld. z o o als door partijen werd uitgeftrooid. en de lijken o f beenderen . R . hetgeen hij voegzaam zou Inmiddels werd elk vrijheid gegeven. welke ligte doodelijk geworden is. om het ken van het k r u i s b e e l d . die als de voornaamfte aanftoker tot deze daad voor twee jaren uit het Canton Zurich gebannen w e r d . begraven. af te w e r e n . (Procesfien. T e n aanzien van de gevangenen.

die alle gefprekken en twisten over den Godsdienst verboden had. die hij bezwoer. niettegenftaande de nadrukkelijke tusfchenfpraak van den Raad van Zurich. en zich niet te verzetten .J iansi7. ftmird werd. dat hij. als ftrijdig met Gods woord. ontveinsde geenszins . Deze belijdenis fcheen aan zijne regters eene ge«. Hier leefde hij van zijn handwerk. Cantons behoorde. gelijk de oude Martelaars voor het Christendom. om onthoofd te worden. nam hem in hechtenis . een ijverig Roomschgezinde. 3*9 het Graaffchap Baden. n: HOTTINGER. deed de Baljuw zijnen gevangenen naar Lucerne brengen. welke tegen HOTTINGER werden ingebragt. als een overtreder van de wet van den Souverein. . HOTTINGER ondervraagd zijnde over zijn geloof. om met hunne Bondgenooten van Zurich vereenigd te blijven. vertoonde eene verbazende welgemoedheid in zijne gevangenis . maar ook zonder die te mijden. )t 1552. Wel ras werd hij bij den Groot-Baljuw aan» gebragt. en verzamelde zorgvuldig alle verklaringen. zonder gelegenheid te zoeken. om hem ter dood te veroordeelen. noegzame reden. dewijl echter de Regtbank te Baden een zoo ftreng vonnis niet durfde vellen. en zelfs op het fchavot. alwaar de Afgevaardigden van zeven Cantons hem veroordeelden. voor zijne Regters . het aanbidden der Beelden en de aanroeping der Heiligen aanmerkte. Op hetzelve deed hij nog eene aanfpraak aan de Afgevaardigden der Cantons. om van zijne godsdienftige gevoelens te fpreken.G E S C H I E D E N I S . en door eenen Groot-Baljuw be. volgens zijne innigfte overtuiging. G . De Baljuw. hetwelk aan de acht eerfte i C.

met wien zij in gevoelens overeenftemden. zullen uwe gebe. en de voorftanders der Hervorming behielden fteeds een diep gevoel over het vooroordeelen van iemand. met God om deszelfs barmhartigheid over de Regters te bidden . en voor welke men hem met blijdfchap den wt 155 dood zag ondergaan. openbaar Plakaat. hetwelk men uit de Heilige Schrift niet zou kunnen bewijzen. Hij befloot. dat hij het mij vergeve. zonder eenige acht te flaan op zijne voorftellingen. doch dat men niets zou voordragen . welken men voltrokken had. Bidt God . zeide hij: „ Indien ik iemand onder ulieden beleedigd „ heb." Deze H O T T I N G E R was de eerfte . VoortTe Bern maakte de Hervorming in dit' jaar 1523 gang der Hervor. De Raad van Zurich kon zijnen Bondgenooten de ongeregeldheid van dezen gerigtshandel niet vergeven. daar de Preming te dikers onderling verfchilden en de Predikftoelen van Bern en te Bazel deze twisten daverden. . door anderen als verhevene ftandvastigheid. en dat hij hunne oogen wilde openen voor de waarheid. Vervolgens zich tot het volk keerende.aanzienlijke voortgangen. welke deze thans onder. dat het Euangelie in de ftad en ten platten lande openlijk en vrij gepredikt zou worden . Te weten. Jaari5i 7. den mij nutteloos wezen.3=o K E R K E L I J K E na C. gelijk ik aan alle „ mijne vijanden vergeven heb. i }. .namen. dat „ hij mijn geloof beware tot mijn' laatften oogen„ blik! als ik overleden zal zijn. ten tegen de Hervorming. die in Zwitferland voor de zaak der Hervorming den dood geleden heeft. gebood de regering bij een enz. zijne lijdzaamheid werd door fommigen befchouwd als hardnekkigheid.

alwaar O E C O L A M P A DIUS en PELLICANUS . het gewone geloof aan. G . dat ging de den Paus is. Mulbaufen. o f zulks z o u met de Beelden gebeurd z i j n .G E S C H I E D E N I S . regering. na C . De R a a d te Zurich. te prediken. dat de alzoo het grootfte gedeelte Bisfchop van Laufanne zijn Kerkelijk regtsgebied. I. o m hetzelve van Ketters te zuiveren. onder voortgingen .fadr-i 517. dan zij b e v a l . ( Procesfien . nogtans wilde men niet dulden . de de beide T e Lucern en Zug L U T H E R onderdrukt. wat voor den predikte . ook trouwden ver- fcheidene Kerkelijken aldaar echte vrouwen. die na het tweede mondee. z o u bezoeken. en het A v o n d m a a l onder van Men voor L U T H E R alwaar A U G U S T I N U S C R E M E R vorming der alten moe- gedaan- werd de zaak en de Leeraars der Her- T e Schafhaufen hield de kleine R a a d het met het Roomfche geloof. en weinig ook werden fcheelde het . Maar Kinderdoop in dertaal. Char < 1 ver de fprek zich voorbehouden h a d . te de H e r - niet verder . E R A S M U S fchreef daarom aan zijne vrienden: mag hier alles drukken . waar onder ook Bern behoorde. z o o bij monde als bij gefchrifre.J nondgeprek te trent de vereering der Beelden en de M i s . ) afgefchaft.. maar de groote Raad en Burgerij met de Hervorming. wat maar niets . het de befcherming Euangelie met ijver. Dus w e r d hier wel aan verboden. HERV. regering ten te bedienen. tot 155a. fchreef j 'urich intusfchen aan de Bisfchoppen van Konftans. vorming verdreven. Hetzelfde gebeurde te Bazel. kleefde . )erde hoe te handelen o m . zen. is. X en . 321 Evenwel bleef de verdeeldheid aanhouden . HOFMEISTER het prediken maar de plegtige omgangen.

V a n Beelden deze Bisfchoppen z o n d alleen die van Konftans eene en de Mis verantwoording over voor de Beelden. en z i c h verzekerd hielden. fchen van dezelve af te wee- In dezelve werd een onderfcheid Afgodsbeelden. welke hunne Godgeleerden tegen tot 1552. ten einde de befchuldiging van Afgoderij ren. ZWINGLIUS gelijk hij deed . bij een herhaald mondgefprek. dewijl zij o f hetgeen reeds . HOFMAN. gelijk natuurlijk indruk op zal niets integendeel. en na hunnen dood i n den hemel geplaatst zijn.3S2 K E R K E L I J K E n a C . hunne gevoelens gelukkiger zouden verdedigen. E N G E L H A R D en deren kant JUDE van voor de Afgevaardigden uit de r i n g . verfchenen H O F M A N en de zijnen van den eenen . zij te kweeken en de onderhouden. dat z i j . den R a a d . de ftellingen van Z W I N G L I U S te maken hadden. omdat fommige Kanunniken en Priesters te Zurich en anderen. op gezag van den R a a d . de Beelden en de D e Roomschgezinden delf- den hier weder het onderfpit. z i c h beklaagden. gemaakt tus- die valfche G o d e n verbeeld- d e n . den 13 en i4den Januarij 1 5 2 4 . die op aarde geleefd hebben. hebben. weinig evenwel kreeg antwoorden. bijzonder K O E N R A A D Kanunnik te Zurich. Op den gemclden dag. om de G o d s v r u c h t aan aandacht te bewezen. G. en Beelden der H e i l i g e n . om daar op te i s . l a s t . dat zij niet voldaan w a r e n . De hulde aan deze laatfte berispelijks o f misdadigs dienen. en Bazel. den an- Rege- de M i s . Dit gefchrift maakte. een derde mondgefprek ge- houden . den mededeelen. en fpraken over aanroeping der Heiligen. opdat deze hun de tegenwerpingen z o u Jaarisi/. en Z W I N G L I U S . vervolgens w e r d .

323 reeds voorhenen ingebragt en wederlegd was. hetwelk zonder eenige opfchudding voltooid werd. :ot 1552. om te beletten . Affchaffing der Beelden. om de Beelden uit de Kerken te laten wegnemen. De regering liet voorloopig alle deze Kerkfieraden in eene zaal bij malkanderen plaatfen. dat zij nooit weder voorwerpen van bijgeloovigen eeredienst zijn zouden. doch als deze voorzegging onvervuld bleef. door een uitfpraak van eene aigemeene Kerkvergadering. X a in- ia C. dat het verfchil moest geëindigd worden. welke zij van alle overige verfierfelen deden ontbloten. Vervolgens begaven zich twee Regeringsleden in de Kerken. zonder zulks echter bij eene wet te bevelen. dat de weggeruimde Beelden van zelve naar hunne plaatfen zouden wederkeeren. Alleen voorfpelden eenige Dweepers. om dezelve weg te nemen. Beelden of Schilderijen aan de Kerken vereerd hadden. de oude uitvlugt te baat namen . om ze te bewaren : maar een blinde ijver fprak er weldra een doodelijk vonnis over uit. flechts herhaalden. die.G E S C H I E D E N I S . Dus werd eene menigte gedenkftukken vernield. [aar 1517. verloren de Beelden geheel en al hun gezag en achting. . of zelve of hunne voorouders. Eerst gaf dezelve verlof aan die genen. Hierop nam de Raad het befluit. en de Beelden verbrijzeld. of als zij niets meer wisten te zeggen. om de Beelden uit hare Kerken weg te doen. G . Voorts gaf de Raad vrijheid aan de overige gemeenten in het Canton. met oogmerk. waar over de Hervormden zelve zich naderhand beklaagd hebben. De Schilderijen werden verbrand . of van beroemde Hoogefcholen.

z i c h op vrijdag van vleescheten onthouden. op de grenzen van Turgau. z o u aan de regering worden aangebragt. verachte o f verfmade. en het voorJaarr5 tot 15 •7. en in de veertigdaagfche vasten ook van eijeren en men niets van L U T H E R zou groote kaas. dat openlijk D a t men in herbergen o f op maaltijden geen gewag z o u maken van L U T H E R . derzelve te De Lucern aigemeene nam . ming. Opfchu 3." De Raad van Zurich verzocht daarop de noodige ophelderingen van de Bondgenooten. G. dat de biecht en alle plegtig- heden der Kerk zouden i n ftand blijven . was afhankelijk heim. o f van eenige nieuwe leer enz. z o o als e 2 het nu federt 1400 jaren verkondigd was . Een onvoorzien geval vermeerderde het misverding te ftand tusfchen de Bondgenooten. indien de meerderheid zulks begeerde. den 6ften Januarij 1 5 2 4 . in het geheim o f leeren tegen de gewoonten der K e r k . Deze eerde openbare onderneming tegen den voorWeder . en ook zouden overal T o e z i e n ders worden aangefteld. dat zij het Bondgenootfchap wilden handhaven.324 K E R K E L I J K E na C . Het dorp StammStnmmheim. dat een ieder zijnen Pastoor z o u gehoorzamen.beeld der ftad werd algemeen nagevolgd. die in aigemeene bewoordingen verzekerden . deszelfs Ujfftraffeüjk regtsgebied alleen be- . i n welke C H R I S T U S ligchaam ter zijner de eere en tot troost van levenden en dooden gewijd w o r d t . verga- zonder eenige tegen c Hervoi _ voorkennis van Zurich. Die dit befluit z o u overtreden . een befjuit: „ Dat niemand G o d s w o o r d . die op dit alles zouden letten. o f M i s . van Zurich.gaanden eeredienst veroorzaakte een groot misnoe- flandv andere 1 gen bij de Cantor s dering overige Cantons.

om de fchilderijen. W I R T H . welke van de wonderen van S T . 325 behoorde aan den Groot. een' ijverig aanhanger van Z W I N G L I U S en zijne twee zonen. noch als ten ongeoor- loofd werd aangemerkt. te voten niet ongenegen lens van Z W I N G L I U S . Daar hij regelregt geene magt had. ANN'A getuigden. van menigvuldige Bedevaartgangers. Deze vader en zoons bewogen hunne medeburgers. om dit ambt te bekomen. geklaagd. toegewijd was aan S T . dat hij de nieuwe fecte met alle vermogen in Torgaü zou uitroeden. Terwijl de gemoederen dus ongerust waren . A N N A . Dit n C . welke beide kerkelijke perfonen waren. fommigen bij den voor de gevoe- maar die. hetwelk in Zwitferland dien tijde niet ongewoon was .G E S C H I E D E N I S . Hier over Baljuw werd door van Torgau. (Confederatie. 01 1552. In dezen ftaat van zaken bewerkte W I R T H eene verbindtenis. te verbranden. Groot- J O Z E F A M B E R G .) gemeenten van Torgau tusfchen en Zurich. G . verfcheidene ten einde eikan- deren wederzijds tegen alle beleedigingen en aanvallen te vrijwaren. tegen wien hij een' doodelijken haat had opgevat. en alle voetftappen van de hulde. aan deze Heilige bewezen . liet X 3 " de . zijnde daartoe aangemaand door den Baljuw der plaats. vergenoegde hij zich vooreerst met verklaringen in te winnen tegen den Baljuw W I R T H . rijk door de gaven dorp bezat federt eenige jaren eene Kapel. Desniettemin toonden de bewoners van dit dorp groote genegenheid voor de Hervorming. Iets. beloofd had. om iets te Stammheim te verrigten. welke [aari5i7. een' man.Baljuw van Torgau. uit te delgen.

eischte van den Groot-Baljuw.en opgezetenen van Stein en Stammheim Klooster in de nabuurfchap. trokken zij de alarmklok en vervolgden "met de opgezetenen der naburige dorpen. dat hij den gevangene zou ontdaan. Ondertusfcheu onthielden zich de in. plunderden. bij nacht uit het bed ligten en Zoodra de ingezetenen van Stein wegvoeren. een' bijzonderen vriend van ZWINGL I U S . het Klooster. dat rij zonder uitdel naar hun dorp terug zouden kee•en. hij in een geregeld geding voor zijne wettige regtbank te regt mogt daan. ftadje Stein. OECHSLI .en jpgezetenen van Torgau en die van Stein. hier van kennis hadden. dewijl de Groot-Baljuw insgelijks van zijne zijde. genoemd in een Ittingen.' ver- . om hen te bedaren . Pastoor van het tot 1552. wanneer er berel van Zurich aan die van Stammheim kwam. maar de in . de Soldaten. die OECHSLI hadden opgeligt. De Groot-Baljuw aan de vergadering der j erfche Cantons van het gebeurde r berigt Zwit~ doende . ten einde. anmiddelijk onder Zurich die niet donden. of op last der Cantons. De Baljuw WIRTH 3ced zijn best.de Men alarmklok deed luiden. na iet vertrek der eerstgemelden. waar aan zij gehoorzaamden. dat men zijn verhaal op de Monniken te Ittingen moest zoeken. Jaari5i7. waar onder ook Stammheim. hetzij eigener gezag.326 K E R K E L I J K E naC. Toen het gevraagd ontflag door den Groot-Baljuw geweigerd werd . en daten hetzelve in den brand. indien er grond van befchuldigingen tegen denzelven ware. doch te vergeefs. G . de Groot-Baljuw A M B E R G . begonnen eenige muitzuchtige Boeren te roepen.

thans te Baden. ^1517 geven had. en het Klooster in brand gedoken te hebben. maar befchuldigde de ingezetenen van Stammheim en venal den Baljuw W I R T H en deszelfs beide van de Heilige Ciborie verbroken. tijen. delwijze omtrent den Pastoor O E C H S L I . maar W I R T H en zijne zonen bleven gerust. bewilligden die van Zurich eisch. in dezen van eenen De gevangenen werden dus naar Baalwaar z i j . maar de Can- tons hiermede niet te vrede. Velen (lelden zich door de vlugtin veiligheid. dat hij zelve de aanleiding tot alles ge-1 ia C . uit vreeze voor de bedreigingen Burgeroorlog. Hostie ont- heiligd . ot 1552. zond de Raad van Zurich een' van zijne le- den met een geleide foldaten. bij gebrek van tegen hen. eischten de overgave der gevangenen en dat dezelve voor hunne vergadering. De Landdag wilde terftond te vuur 'en te zwaard deze euveldaad wreken. en onfchuldig bevonden. werden zij daar verhoord. den gevoerd. dat men naar alles geregtelijk on- derzoek zou doen.. op welke zij evenwel flandvastig bleven. 32? verzweeg. om zich van de voornaamfte dor befchuldigden te verzekeren.G E S C H I E D E N I S . vergeefs beriep zich de huisvrouw X 4 vai 1 . onfchuld. en dewijl W I R T H hun onderdaan was. maar dit vermeerderde flechts de woede en haat van hunne par.te en niettegenflaande regt gefield zouden worden. op de bewijzen pijnbank werden gebragt . maar die van Zu- rich bewerkten. de bo- zonen . G . den raad en het gevoelen van Z W I N G L I U S . Vergeefs drongen die van Zurich aan pt derzelver ontflag. door zijne onwettige en geweldige han. Naar Zurich (leunende op hunne gevoerd.

en na het laatst vaarwel eikanderen gezegd te hebben. heeft verbrand. omdat hij de Lutherfche en Zwingüaanfche fecte gepredikt had' Met bedaarde kalmte hoorden vader en zoon hun vonnis aan. ontvingen beiden. het verbrijzelen der Beelden te Stammheim. Zij waren onfchuldig! W I R T H vergde zijnen jongden zoon. ja zelfs gemoord had. maar nu hij het Beeld der zalige S T . met diezelfde dandvastigheid.gedrag. zeide deze : gaarne zijn voorfpraak zijn. De vader W I R T H en de oudfte zoon werden ter dood gedoemd. A N N A . de Moeder der Heilige Maagd. zijne deugd verkreeg zelfs het getuigenis _ van den voorgaanden Groot-Baljuw. Den vader werd als misdaad te last gelegd zijne deelneming in de verbindtenis (Confederatie. De oudfte zoon werd verooi deeld. den doodelijken dag op het fchavot. die daartoe had medegewerkt. geplunderd. Het . zijne poging .-) der gemeenten. kan er gene genade voor hem wezen." Eindelijk ontvingen de ongelukkigen hun vonnis. om deze wreedheid met een' fchijn van genade te vernisfen. G. „ Ik zou . tegen de Beelden gehouden. in de laatde oogenblikken nog de belofte af. dat hij nooit zijns vaders dood zou wrecken op iemand. indien hij geroofd. van den Baljuw W I R T H op haar mans voorgaande Jaaris tot 15 7. welke zij te midden der folteringen getoond hadden. doch. fchonk men den jongden zoon het leven. vader en zoon. om den Pastoor van Stein te verlosfen.328 K E R K E L I J K E na C. thans Afgevaardigde van Zug. en oproerige gelprekken.

maar de barbaarschheid noodzaakte de weduwe twaalf kronen aan den beul te betalen. W I R T H . ring der goederen van de weduwe Bazel.en die befbot over te laten aan de uitfpraken eener aanftaande K e r k v e r g a d e r i n g . en eene doodelijke bron van nieuwe verdeeldheden en rampen! De Hoofden der Cantons . o f eenige leerftukken van den Godsdienst aan te roeren . die in het vonnis werd deze verbeurd- verklaring herroepen. eenige Godgeleerde verfchillen te befloten eene vervol- o m . doch op de tusfchenfpraak der Cantons van . G . niettegenftaande hunnen haat tegen Z W I N G L I U S . niet konden ontkennen . en hen binnen de behoorlijke palen van hunne bediening te brengen. en kinderen van 1 aan 517. te Einjidlen. welke reeds zoo lang gevraagd en beloofd was. Het doodvonnis bragt mede eene verbeurdverkla- r a C. Schafhaufen en Appenzel. maar dit befluit bij de Geestelijkheid zelve z o o veel tegenftand. die haren man en zoon onthoofd had. alwaar hij eene De om eene maar vrijplaats vond. ot 1552. plegtige fchuldbeliidenis te doen hij vlugtte naar Zurich. Zoo eindigde deze rampzalige treurig voorbeeld van de woede gebeurténis. men eindelijk alle behandeling van vond dat Kerkelijke zaken uitftelde. fchikkingen te maken . jongde z o o n werd omflagen.G E S C H I E D E N I S . een der Dweeperij en des Bijgeloofs. dat het Hervorming zedenbederf noodzakelijk der Geestelijkheid maakte. gens op eenen L a n d d a g te Lucerne. om de zeden der Kerkdijken te verbeteren. die . geen deel genomen hadden. met b e v e l . X 5 Ter- . zonder in treden.

fprak dén der Secretarisfen . Toen hier over met dien Raad gehandeld werd. op de laatfte Brieven aan den Bisfchop van Confians gefchaft. had. H ? r . XIIJ. hoegenaamd. Z W I N G L I U S en die toonden hem aan. antwoord wachtte. overzond. De Misfe De Mis was tot hiertoe nog gevierd geworden. die deze bijzonderheid zelve verhaalt (*). dat deze man hem geheel onbekend was. Tm.) de aiher is de wereld enz. hetwelk hij wel toegaf. en eischte onder anderen. G Terwijl dit te Lucerne gebeurde. Toen de Bisfchop geen antwoord. dat men eindelijk eens dezen hoek/leen van het Roomfche geloof weg zou ruimen. p*g. (Matth. VIII. toen hij zeide: Dit is mijn ligchaam. willende met deze Latijnfche fpreuk te kennen geven. (qui albus an ater fit. zegt Z W I N G L I U S . drong Z W I N G L I U S met zijne ambtgenooten L E O . M E G A N D E R en M Y C O N I U S den nden April 1525 bij den Raad der Tweehonderd aan.33o K E R K E L I J K E na C. op eene voorzigiige en bedaarde wijze. non est hujus inftituti clicere.) doch bij het Avondmaal fprak C M H I S T C S niet in gelijkenis. li. E N G E L H A R D . omdat men wordt te Zurich af . dat men een voorbeeld' zou bijbrengen uit de Heilige Schrift.) deze Secretaris fprak ter verdediging der M i s . dat C H R I S T U S die fpreekwijze gebruikte. voort met het werk der Hervorming. ging men te Jaari5i] tot 1553 Zurich. waar in het woord het is gebruikt wordt in den zin van het beteekent. plaats te hebben bij de verklaringen der gelijkcnisfen van J E Z U S : Het zaad is het woord van God. (Luk. nadat hij zijne geJijkciiisfen reeds geëindigd (*) Opp.

(ater an albus. of hij niet wist. geheel voldoen- Maar hem kwam geen voorbeeld in den zin. Zeker eene ongegronde befchuldiging! ater an albus fit. dat een perfoon ons onbekend i s . G . is eene Latijnfche fpreekwijze. te herinneren: voor: Het is des Heeren het beteekent het voorbijgaan Exod. verhaalt eenvoudig zijnen droom . Doch 's nachts in den droom fcheen hem iemand. men niets naders van denzelven weet te dat zeggen./ G E S C H I E D E N I S . alhoewel nu deze oplosfing genoeg voldeed. tropus. van welken geest. welke plaats Z W I N G L I U S ook den volgenden dag ter voldoening van allen bijbragt en behandelde. ter gerustftelling van allen. waar mede men aanduidt. een tropus en eene parabel geheel onderfcheidene zaken zijn. ) zijne bot- heid te verwijten en hem tevens het gezegde XII. en n i | niet meer in gelijkenis. was Z W I N G L I U S nog bedacht. (tropice. gelijk Z W I N G L I U S ter dezer zelfder plaatfe die gebruikt van den gemelden Secretaris. maar met een' tia C . als of hij zijne leer op eenen droom vestigde. 331 had. en dat tot 155a. dat de Mis zou afgefchaft wezen. Men heeft naderhand uit dit verhaal van Z W I N G L I U S aanleiding genomen. om den waardigen man te laken . ZWINGLIUS die zeker merk- waardig genoeg was. [omnium nihil memini . des Heeren . hij deze aanwijzing ontvangen had enz. om een voorbeeld te vinden van het gebruik van het woord het is. en de Raad den iaden April een befluit nam. maar die tevens zeer wel kar ver' . de aan den gedanen eisch. voor: het bet eekent. {aan 517.) voortging te fpreken. als een' witten ol zwarten. enim narro . Pafcha. zegt Z W I N G L I U S .

aan een zeer groot aantal Christenen. wit be- van den van onzen Zaligmaker met zijne De eerfte leeraar. en op Pafchen den en den vrijdags den l ó d e n April . G.332 K E R K E L I J K E na C. des 3 I4den . plaatfte zich aan deze tafel. en hield eene aanfpraak aan de gemeente. en kers met wijn vernieuwden de gedachtenis laatften maaltijd leerlingen. verklaard worden uit de werkzaamheid van ZWING. Renov. T. door een vurig gebed. Na dit gebed. u u s geest in eene zaak. de Mis bleef afgefchaft. grooter dan men verwacht of gedacht had. in alle harten een berouw en boete over voorledene misdrijven en het voornemen. Evang. in welke hij veel gewigt _ ftelde. het brood en den drinkbeker toe onder het gefproken uitfpreken der woorden . heeft bij de inftelling welke J E Z U S ' van het Heilig Avond- C ) OERDES Hijl. haar voorhoudende. malkanderen over en weder. 322. deze was Z W I N G L I U S zelve. die zij (tond te verrigten een onderpand der zaligheid of eene reden van veroordeeling was. Eene tafel. . dat de godsdienflige plegtigheid. den i d e n . I. zoodat hij ook in den droom voortging over 5 2 dezelve te denken (*_). met groote (lichting bediend . over welke een tafellaken gefpreid was. te leiden' reikten Z W I N G L I U S ' en de twee dienaren. die hem hielpen. met welke men dezelve verrigtte. p. volgenden donderdag. Jaarij tot 15 . Hoe het z i j . ongezuurd brood. naar mate van de gefteldheid en gezindheid. vervolgens poogde hij. om een nieuw leven op te wekken. werd het Avondmaal eenvoudig naar de infielling van J E Z U S .

ning te king tusfchen de Geestelijkheid en de Regering. A v o n d m a a l . met vele Richting'. alleen op de H e i l .Bijbel te Daar het werk der H e r v o r m i n g . daarna deelden het ligchaam en bloed des 333 van na C . treffende O p deze wijze dacht Z W I N G L I U S . en andere heilige liederen. . vertaald. was men in Zurich i n dit jaar 1525 reeds bedacht.Verdere Hervor- volgd door verfcheidene veranderingen in de betrek. tegenwoordig zijnde Christenen . tot 1552. Bijbels K A S P A R GROSSMAN en GLIUS zelve werkten taling in het te gemeenbezorgen. leerling E e n tweede die gebed en een Pfalmgezang. ZWIN- aan eene zoodanige Bijbelver- Zwitfersch of Hosgduitsch. G . Het Kapittel der Hoofdkerk onafhankelijk van den Raad te Zurich was der ftad. intusfchen de laatfte redenen van J E Z U S hoorden v o o r l e z e n . dat men het naaste kwam aan de verhevene eenvoudigheid der oorfpronkelijke infielling. z o o als zijn heeft opgeteekend geliefde en nagelaten. Helde voor. eindigden deze deftige en plegtigheid. nieuw uit den grondtekst De maar Testaments werden Hervorming van de overige geheel op vertaald. v o l dankbaarheid en liefde jegens h e m . d i e . hetwelk Zurich L I U S tot dus ver bevorderd h a d . die mede als Kanunnik l i d van hetzelve geheel ZWINGLIUS. die geftorven is v o o r z o n d a r e n . Z W I N G . den eeredienst werd achter. Zurich. Schrift gegrond moest w e z e n . anderen. zij deze teekenen Zaligmakers uit aan alle [aan 517. om aan de ten eene goede vertaling des LEO JUDE.G E S C H I E D E N I S . Bij de Boeken van M O Z E S en de overige Hiftorifche Boeken des Ouden Testaments werd de Overzetting van LUTHER ten Boeken des grondflag Ouden gelegd . was.

in hetwelk een zeker getal jonge lieden. G. als niet willende leven onder een wereldlijk gezag. volgens welke het Kapittel den eed van trouwe en gehoorzaamheid aan den Raad afleide . gehuisvest. dat hetzelve zich aan Jaarj5j 7-den Raad onderwierp. verlieten de ftad. Vijf Kanunniken. waartegen de Raad zich verbond. tot den dienst der Kerk. en van alle regten en voorregten af/land deed. zou herfteld worden. het Kapittel en den Raad eene overeenkomst gefloten . Nog waren er in de ftad verfcheidene Bedelordens en Monniken overig. maar de Raad benam hun fpoedig deze hoop. die geen' lust toonden. en ipoedig werd tusfchen tot 15. en het te befchermen. de inkomften van het Kapittel zouden hefteed worden. door den ijver der andere Cantons. De Abdis ftond af van al de heerlijke regten en de Abdij werd veranderd in een Seminarium of Kweekfchool. het Kapittel in deszelfs eigendommen en bezittingen te zullen handhaven. gekleed en om niet onderwei zen werden. om hun nutteloos en ledig leven te verlaten. Het voorbeeld van het Kapittel werd gevolgd door de Abdij van Fraumunfter. die hier in weigerden toe te ftemmen. welke het van verfcheidene Keizers en Paufen ontvangen had. tot het onderhoud van Predikanten en Profesforen enz. dat eens de oude orde van zaken. en begaven zich naar de Roomschgezinde Cantons. gefpijsd. hopende. door het vernie- . indien het uit hoofde van dezen afftand ontrust mogt worden.voor. tegen hetwelk zij meer dan eens zich verzet hadden. dat het billijk ware.334 K E R K E L I J K E na C.

en deszelfs inkomften verordend tot onderhoud en genezing der zieken van de ftad en het Canton. Dewijl er te Zurich geen genoegzaam getal geleerden was. Alle andere godsdienftige gedichten kregen eene foortgelijke beltemming. werden in ftaat gefield. Een ander vreemdeling. Het Klooster der Dominikanen werd in een Gasthuis veranderd. was R O E L O F C O L L I N U S . zich geoefend had en in het Hebreeuwsch zeer ervaren was. een Elzasfer. Een Kanunnik van deze dad gaf hem de eerde lesfen in het Latijn.« C. ken werden genoodzaakt een handwerk te leeren . naar Zurich re komen. 1= 11552ten einde hen nuttig te maken voor de zamenleving. beriep men daartoe vreemde geleerden. Hij was tot hier toe Hoogleeraar te Bazel. De jongen en fter. toen Z W I N G L I U S hem in het jaar 1526 verzocht. gezegd C A P N I O . om onderwijs te genieten. 335 nietigen van al de Bedelordens.G E S C H I E D E N I S . vervolgens aan zich zeiven overgelaten. onder dezen was K O E N R A A D P E L L T C A N . die onder R E U C H L I N . las . een Boerenzoon uit den ommedreek van Lucerne. hetgeen hij te liever deed. die te Zurich tot Hoogleeraar beroepen werd. omdat de Hervorming te Bazel nog niet ingevoerd was. Ook werden er behoorlijke fchikkingen gemaakt voor de opvoeding en het onderwijs der jeugd. aan oude mannen fchonk men een jaargeld en inwoning in het Klooster der Franciskanen. waartoe Z W I N G L I U S met allen ijver met raad en daad werkzaam was". . G . die lust hadden tot de Letteroefeningen. bekwaam om de Leerdoelen aan de Hoogefchool te vervullen.

begaf C O L L I N U S z i c h rich. gevaars voorziende. te Zijne betrekking o p Z W I N G L I U S en eenige andere H e r v o r mers verwekte hem vijanden. welke de In deze taal is er een „ Boek gedrukt. ken van te ketterij Lucerne een en papieren na De gelastigden tot dit onderzoek. met Lutheranij befmet moesten wezen ." I V . waarom zij dezelve verbeurd verklaarden ( * ) . op den en en ZWINGLIUS tegen allen. . en van den die hem van Raad bevel verwierven. 455. Prediktloel uitvarende tegen Een M o n n i k . las hij de oude Dichters met onvermoeiden ijver. gedrukt in eene t a a l . Jaarisi ?• Vervolgens bezocht hij de Hoogefcholen van Bazel . (*) Deze onkunde van Leeken was zoo veel ligter te begrijpen. hetwelk men het Nieuwe Testament „ noemt. dachten . S. onlangs eene Griekfche. zeide „ M e n heeft taal uitgevonden. de werPLATO. hen te onderwijzen. befchuldigden. Lucerne. wier post was. dewijl zij door lieden gevoed w e r d . Gefch. ge- „ vormd. BI. en hetwelk vele gevaarlijke dingen „ Tegenswoordig wordt er nog eene andere taal behelst. en deed afltand van zijne Meer naar waardigheid Zua!s Ka. dat B o e k e n . en verkreeg. die van derzelver gevoelens tegen zijne Toehoorders : „nieuwe waren . alwie dezelve leert. D. MULLLR Seh». bij zijne t'huiskomst in die ftad eene Kanunniksplaats. de Hebreeuwfchc. A R I S T O T E L E S en eenige Griekfche Dichters i n zijne Boekerij v i n d e n d e . welke zij niet ver- ftonden. wordt „ op (taande voet een Jcod. en Weenen. om zijne boeken te zien.33°" K E R K E L I J K E na C . de „ moeder is van alle ketterijen. LUTHER.

I.Dpfchudb e u r t . z o o had dit ook plaats bij de Kerk. vige plegtigheden af te fchaffen. die alle teugels en Wereldlijk afwierpen en Kerkelijk Beftuur en orde met voeten traden . d o c h niet zonder o p f c h u d d i n g .ierdoohervorming. trad hij i n dienst bij den Hertog ULRICH van Wirtemberg. keerde COLLINUS weder naar 7. ook 1 ningin werden de Beelden te Schafhnufen w e g g e r u i m d . die toen zijne verlorene maar als deze Staten trachtte V o r s t genoodzaakt te heroveren. alwaar ZWINGLIUS. deden er z i c h menfchen v o o r . G . Y niet wel- . welken COLLINUS met verrukking omhelsde. levendigen Doch geest deze levenswijze te eentoonig voor zijnen zijnde. fchaffen der M i s en der diking van HOFMEISTER ook hun ontflag Beelden gegeven . Hier 3J7 door van alle beftaan b e r o o f d . dat de menfchen van het eene uiterfte i n het iingen Ier Weander v a l l e n . Kanunnik te Lucerne. T e r w i j l men z i c h beijverde o m het jersin ïwkferBijgeloof te beteugelen. door het af ' foort. om zijne troepen af te d a n k e n . doch langzaam.ang der lervorfpoedig nagevolgd door die van Wintherturn. de H e r v o r Bazel e n z .G E S C H I E D E N I S . die hem niet uit het oog verloren h a d . O o k ging ming . terwijl hij z i c h des . en met roem bekleedde. voort te Bern. en werkte over £ dag o m den kost te w i n n e n . j ^witferand. door de hevige preHet voorbeeld van die van Zurich.urich. C. avonds vermaakte met het lezen van HOMERUS en PINDARUS. werd \ en HOFMAN. en noodelooze o f bijgelooand. Gelijk het i n menfchelijke zaken veelmalen ge. werd. hem den leerdoel der Griehfche T a a l bezorgde. 11552. leerde hij een handwerk. z i c h beroepende op de ingevingen van ik weet H E R V . die daarom kregen. ansi7.

— De hervormde Predikanten hebben geene ware roeping. om geen deel te hebben aan hunne zonden en verdoemenis.of Wederdoopers. maar zij vertoonen geen teeken van ware bekeering. welken geest van vrijheid. nemen bezolding aan.. „ . behalve het verwerpen van den Kinderdoop. verwerpende . zij misfen de hoedanigheden. fchoon reeds gedoopt zijnde. Hier melden wij flechts. Zij beweerden hoofdzakelijk. betrachten zelve niet. met één woord. Men moet zich daarom van hen affcheiden. die voelt. dat hij door den Heiligen Geest gedreven wordt .. de volwasfenen . Jaarisr '• Deze lburt van menfchen zijn bekend geworden ontot 155 '" der den naam van Anabaptisten of Her. deze twee hoorden te Zurich thuis. Den gemelden naam kregen z i j . of liever losbandigheid.. als eene uitvinding des Duivels. . . — elk geloovige. een welfprekend Predikant te Walshllt. „ „ „ zoo.. De Hervormden . volgen het Euangelie. . welke wanordens zekere Geestdrijvers of Dweepers onder dezen naam in Zwitferland hebben aangerigt.. welke Geestelijke leidslieden behooren te bezitten. hetgeen zij anderen leeren. FELIX MANTZ en K O E N R A A D GREBEL . het M is gen > . ten minfte gedeeltelijk. . om te prediken in de vergaderin- van C H R I S T U S . herdoopten.. De voornaamfte aanftokers der opfchuddingen deswegens in Zwitferland waren B A L T H A Z A R H U B M A I E R .. ( . Wij zullen van hen opzettelijk op zijne plaats moeten fpreken. heeft het regt.338 K E R K E L I J K E na C. omdat zij den Kinderdoop. de volgende ftellingen : „ N o c h de Roomfche noch de gewaande Hervormde zijn de ware „ Kerk „ „ .

die deze leer. door hen uit de gemeenfchap der uitverkorenen . en met geduld de vervolgingen . „ gen . iets voor zich in eigendom „ te bezitten. eenen leerftoel te bekomen. en wilden. Men „ moet de kwaaddoeners niet anders ftraffen. Toen dit van Z W I N G L I U S verworpeii werd. en het is geen' _ Christen geoorloofd. zijn handelingen. Hieruit vloeit „ voort. dat men twee Kanunniken van hunne jaargelden zou ontzetten. — De ware Christenen behooren „ zich af te fcheiden van de genen. te ondergaan. . . welke door Z W I N G L I U S hare inrigting kreeg." De beide Zurichers M A N T Z en G R E B E L bedoelden in de Hoogefchool. „ behoeft te behooren. verwijderden zij zich van den Hervormer. onder welk voor„ wendfel het zijn moge. Hellingen niet omhelzen. zonder dat hij rot eenige bijzondere orde na C . dat de nieuwe Kerk geene Overheden . noch Regering behoeft. — De bedieningen van het Overheids„ ambt waar te nemen. om hun daarvan op die posten een goed inkomen te bezorgen. om Z V V I N C L I U S daar toe Y 2 over . — De liefde vordert de ge. . dan .G E S C H I E D E N I S . welke dit gedrag hun zou kunnen „ veroorzaken. .. omdat den Kanunniken hun inkomen tot aan hunnen dood was toegezegd. oorlog te „ voeren. het zwaard van Justitie te . welke „ door het Euangelie verboden zijn. het geweld te wederftaan. „ noch Regtbanken. G . eenen eed af te leggen. alle gemeenfchap met „ hen te verbreken. en leenden het oor aan de dweeperijen van T H O M A S M U N T Z E R » Zij deden zelfs pogingen . uit te fluiten. „ meenfchap van alle goederen .T1517 t 1552. gebruiken.

met dezen naam Z W I N G L I U S bedoelende. wilden zij hem doen begrijpen. zoodat Z W I N G L I U S moeite had. en verklaarde hun de geoorloofdheid van denzelven. N u werden de onderhandelingen afgebroken . naar de ftad . dat zij in den grond met hem in gevoelens overeenftemden. maar wetende. met wilgetakken in de hand. Z W I N G L I U S zag zich dus verpligt. en geheel zonderling gekleed. hier bij hetot )5SS ten zij het niet blijven. die zij veroorzaakt hadden. dezen naam gaven zij zich. dat zij geen'ftap doen zouden. om zich aarf Jaari5i. dat Z W I N G L I U S in vroeger tijd den Kinderdoop had afgekeurd. nam de toevJugt . evenwel beloofden zij aan Z W I N G L I U S . over te halen. mids dat hij zich verpligtte. en omgord met koorden. te (lillen. ü e Broeders . zoo in de ftad als buiten op het land. hunne leer niet in het openbaar te zullen aanvallen. dit verftaande.340 K E R K E L I J K E na C . fcheldende op den ouden draak. om openlijk hun doen af te keuren. om zich te bekeeren. welken zij reeds gemaakt hadden . en hem te bewegen . G . Dit gefchreeuw en geweld dezer Dweepers ontftelde de gemoederen. maar Z W I N G L I U S zeide hun: dat hij zijne gedachten omtrent den Kinderdoop na rijper overweging had veranderd. om de beweging. De Raad. begaven zich met een' grooten aanhang. • het hoofd der nieuwe Kerk te Hellen. en het wee over de ftad uitroepende. ten einde foortgelijke tooneelen voor het vervolg voor te komen. wekten zij het volk. volwasfenen. liepen zij door de ftraten. welke de Kerk zou kunnen beroeren. Maar weinige dagen daarna doopten de Broeders.

gedreven gevoelens te zijn? Hunne z i c h meer en meer. a l - van Z W I N G L I U S hen i n teugel h i e l d . profeteerden z i j . verlieten hunne Huisvaders vrouwen en k i n d e r e n . omdat zij niet in het vleesch w a r e n . d i e . wat zij ook d e d e n . onder den fchijn der vrij- heid en gemeenfchap van goederen . dat deze plegtigheid hen met een onuitfprekelijk gevoel van zaligheid vervulde. als het onderpand van hunne toelating tot de Kerk zonder vlek. die alle redenen verwierpen en zich achtten. maar welke vrucht k o n Jaansi/. tot 1552. z a g men de hevigfte Dweeperij v o l g e n . het prediken van de hoofden der fecte. i n fpraak. de omftanders fchreeuwden o m den waren D o o p . tot flechte zeden en allerhande fpoorloosheden vervielen. maar ook daar waren lieden onder h e n . gedroeg z i c h . men hier van hopen bij menfchen. en verzek e r d e n . mannen te blijven leven. dat Zij hare zaligheid in gevaar fielden. door met hare M e n zag haar in ftuip- trekkingen v a l l e n . om de leer der Herdoopers te gaan prediken: vrouwen fcheid- den z i c h van hare mannen. en uit eenen verrukten flaap ontwakende . E e n Goudfmit te St. gelijk kinderen . dat zij niet meer z o n d i g d e n . als w e l in de dorpen en op het platte Op Geest verfpreidden land. Sommigen beweerden . deren . G . den van J E Z U S : maar Gal de woor- weest gelijk de kinderkens! ver- keerdelijk opvattende. in den geest.G E S C H I E D E N I S . Herdoopers en Z W I N G L I U S . niet waar het aanzien z o o zeer i n de ftad. Deze konden voor belagchelijke tooneelen geacht w o r d e n . onder v o o r w e n d f e l . door den H e i l . Y 3 met eenige anwijze van doen en . 34i vlugt tot een mondgefprek tusfchen de hoofden der na C .

dan. Een voorbeeld zij genoeg voor allen: In den omtrek van St. op eens oprijzende. die de doodelijke gevolgen van hunne vaifche ftelfels niet . Tenzelfden tijde beveelt hij hem neder te knielen. alwaar deze aanhang vrij talrijk was. die flechts den wil van God volbragt had. zeide zekere Jaansi ?• M A R I A M O L E R I N A dan. bitter zal zijn. ' z i j die Hoer uit de Openbaring was. fioot hij hem dat in de borst. dat men hem osfengal brengt. Gal. hij lag een' geruimen tijd op den grond in ftuiptrekkende bewegingen . dat tot 155 . Gal. en de Overheid begon deze bewegingen zorgelijk in te zien. en onthaalde hen rijkelijk. dat zij C H R I S T U S . Tegen het einde van den maaltijd viel één van zijne zonen in eene verrukking. maar de Broeders befchouwden hem als een' Martelaar. De moorddadige Dweeper werd gegrepen en onderging de ftraf zijner misdaad waardig. dat de dag des Heeren gekomen was. Doch niet zelden leverde deze verblindheid van het verftand droevige gevallen op. i j . en een mes nemende. fchreeuwde h i j . zonder dat iemand der omftanders eenige beweging maakte. deed een rijke Boer de Broeders op Vastenavond bijeenkomen. Z W I N G L I U S befcbouwde deze menfchen als krankzinnigen . beveelt hij.34a K E R K E L I J K E na C. dien gij ondergaan zult. Overal begonnen zich de fpranken van oproer onder de Boeren te vertoonen. In diezelfde ftad St. Vervolgens de deur uitvliegende. e n gebaren. dat de dood. welke hij zijnen broeder deed drinken. die den Antichrist baren zou. om zulks te beletten. zeggende op eenen plegtigen toon: Denk.

om verdronken te worden. D:ze volkomene ongehoorzaamheid. welke het oogmerk aankondigde. van een' algemeenen opdand. date a C. en voedde nog (leeds hoop. Men zette een twintigtal £w!:ri in hechtenis. wat zachtheid te vergeefs beproefd had . N u verbood de Raad. z->odat zij de wanorde niet weder konden dillen. op doodflraffe.G E S C H I E D E N I S . met de Herdoopers gehouden. weinige dagen na dit laatlle beduit ontdagen zijnde. betuigde. bekende hij openlijk. dat vrees uitwerken zou . Maar ook deze hoop werd te leur gedeld. en dat hij befloten had. men hen door redenen zou kunnen te regt brengen. op hoop. verbood thans . maar zij vonden middel om xz ontkomen. wat hij gedaan had. volwasfenen te doopen. Hij werd aangebragt en op nieuw in hechtenis genomen. Voor zijne regters gedeld. fcheen den Raad de uiterde draf te verdienen. J aar»5i7' ït 155»Op zijn verzoek werd er weder een mondgefprek . miar verloren tevens allen invloed bij hunne partij. deze. Een der hoofden van de Herdoopers. dat een Engel voor hen de deuren des Kerkers geopend had. en MANTZ werd veroordeeld. Dus vermeerderde het kwaad van dag tot dag. eene nieuwe Kerk op te rigten. aan de Herdoopers. dat hij hetzelve ook in het vervolg doen z o u . maar zij (loegen geene acht op dit verbod. Sommigen gaven ï de voordellen van ZWINGLIUS. 343 niet voorzagen. en drooiden u i t . M A N Z . Eindelijk was het geduld van den Raad ten einde. C . of hij vergat zijne beloften. Hij Y 4 on- . op de bucte van een mark zilver. om volwasfenen te doopen . zag zich niet zoodra in vrijheid.

dat men deze de vonnisfen. hetwelk de veiligheid en het leBaden. en het bannen Broeders. tot 15 . aan hadden. en bekeer- den eeii groot getal van hunne aanhangers: de overigen . doch bij kon met dit al niet ontveinzen. die hem eene Jaaris [7. zagen van het denkbeeld af. ' D e ftraf van M A N T Z . waarin niemand hen zocht te verhinderen. GREBEL. dat de openbare rust en veiligheid deze ftrengheid fchenen te vereifchen. o m eene afzonderlijke K e r k op te rigt e n . G onderging den dood met eenen m o e d . Zelfs verzachtten zich hunne gevoelens o n g e v o e l i g . ven van Z W I N G L I U S dreigde.plaats verwierf i n het Martelaarsboek der Herdoopers. viel Z W I N G L I U S hard . en Kanfeüer der Univerfiteit van Ingoiftad.Vikaris van den Bisfchop van Konftans. fchriften H e t prediken die van vele vrij wat ver- van ZWINGLIUS en zijne deden ook de gisting bedaren . zoodat zij zich te vrede hielden. D e G r o o t . deden den ijver der fecte koelen. Mondge In het midden van deze verwarringen fmeedde fprek te men een o n t w e r p . drongen bij de Cantons aan op een nieuw mondgefprek met Z W I N G L I U S . met z i c h i n bet geheim aan de oefeningen van eene buitenfpo- rige Godsdienftigheid over te geven. ter zelfder tijd de dood van voorviel. J A N F A B E R ECK. die door het gedrag der Dweepers verwekt was .344 K E R K E L I J K E na C . van hunne hoofden beroofd. ook nam hij geen die tegen hen geveld ftrengaandeel werden. en verloren allengskens hetgeen zij oproerigs en onrustigs Het heid gebruiken m o e s t . dien E C K reeds . be- kend door zijne onderhandelingen en fchriften in de zaak van L U T H E R .

Tteds in het jaar 1523 voor een oproermaker. als het ware. men zeide. dan om op hetzelve eenig vertrouwen te ftellen. en verdraaijer der Heilige Schrift had uitgemaakt.. Maar de eerY 5 fte . De Raad van Zurich ftelde zijne ftad Zu~ rich voor. Zij bedoelden eigenlijk ZWINGLIUS uit Zurich te cot 1552* lokken. als reeds voor ketter verklaard zijnde. jaar 1517. de ftad Baden in Argau tot de plaats van eene bijeenkomst tusfchen ECK en ZWINGLIUS. maar dit voordel werd afgeflagen. dewijl het vrijgeleide . hun oogmerk doorgrondende. In het eerst hield hij vriendelijke betrekkingen op de Hervormers. 345 . maar deze weigerde zulks. Evenwel had het mondgefprek te Baden voortgang. die te Einftdlen vergaderd waren. in al te dubbelzinnige bewoordingen vervat was. te meer. hetwelk LUTHER had uitgebroeid. weigerden ZWINGLIUS derwaarts te laten gaan. volftrekt weigerde. en gaf hun grooten lof. G . In de maand April 1526 bepaalden de Cantons. om zich naar Baden te begeven. door bij te wozijne fchriften. zonder dat ZWINGLIUS tegenwoordig was. en wiens boeken en beeldtenis de Cantons hadden doen verbranden. Hervorming helpen banen. gelijk ook ZWINGLIUS. De Cantons verzochten den vermaarden ERASMUS E R A S M U S dit gefprek bij te wonen. weigert hetzelve Deze had. den weg tot eene nen. hetwelk men hem aanbood. en verzochten die van Zurich onj ZWINGLIUS derwaarts te zenden.G E S C H I E D E N I S . gelijk hij zelve in een' zijner Brieven fchreef. dat hij het ei gelegd had. hem te vatten en te veroordeelen. doch dezen. ketterna C. en beloofde aan ECK alle mogelijke veiligheid . gelijk wij reeds gezien hebben.

in L U T H E R en Z W I N G L I U S al te geduchte tegenpartijen te zullen vinden. met omzigtigheid te handelen. oprezen. het zij dat hij niet wilde te werk gaan tegen zijne eigene overtuiging." fchreef hij aan eenen vriend.345 K E R K E L I J K E naC. Hij veifcheen te Baden ai- . welke hem ontbraken. welke men bezitten moet. „ om voor de waarheid te fter„ ven. waar de hebbelijkheid om in het openbaar te fpreken aan de Hervormers voordeden gegeven had. die zij liepen. of dat hij geloofde. en indien ik op de proeve gefield „ was." Evenwel. De zaak der Hervormden werd te Bazel voornamelijk verdedigd door J O A N O E C O L A M P A D I U S en m R T H O L D H A L L E R . uitgezonderd zijn verfchil met L U T H E R . deden hem van toon en taal veranderen. G . noodzaakte hem. fte verfchillen. om zijne achting en rust niet te wagen in een mondgefprek . tot 1552 Hij voorzag de gevaren. zoo veel hem mogelijk was. „ Ik heb mij nooit gefchikt gevonden. tegen hen iets te fchrijven. een Martelaar te wezen. welke tusfchen L U T H E R en den Paos Jaarisi. de ander te Bern. is niet aan alle men„ fchen gegeven. welken hij ontmoette. de moed. en poogde dezelve te Bern te doen omhelzen. en hij had nog meer reden. fchreef hij niets tegen denzelven . om mede in dezelve ingewikkeld te worden. vrees ik.. de een Predikant te Bazel. dat ik zou gehandeld hebben als „ PETRUS. over den vrijen wil. hij vermijdde. en was bevreesd . en zich niet openlijk voor de Hervorming van Zurich te verklaren. om . H A L L E R had al vroeg de gevoelens van Z W I N G L I U S aangenomen. De tegenfiand.

5 Dat er na dit leven een Vagevuur is. begreep hij . maar van C H R I S T U S wordt nfgewasfchen. welke de zaken nemen. terwijl hij zich . De keer. geheel door den Kanfelier E C K beheerscht. doet mij klaar zien. zonder eenig voordeel voor de zaak der Hervorming. Doch.voorfpraken moeten aangeroepen worden. „ Ik dank G o d . onverfaagdheid en geleerdheid. dat. aariSTT» Qi IS5*« hoedde. van den Kerkelijkcn ban tegen Z W I N G L I U S en . om zijne bedenkingen en tegenwerpingen . De vergadering. 4 Dat men de Beelden der Heiligen niet behoort weg te nemen. deed uitfpraak. het befluit was vooraf genomen. dat Z W I N G L I U S zijn leven zou blootgefteld hebben . door zijne zachtmoedigheid . dat deze zich onttrokken had. nam hij het zijnen vriend Z W I N G L I U S kwalijk. aan de vergadering te onderwerpen. hoe zeer O E C O L A M P A D I U S uitmuntte. welke E C K bad voorgefteld. ia C V G . welke 7 niet door den Doop van J O A N N E S .G E S C H I E D E N I S . 6 Dat de kinderen in erfzonde geboren worden. i Dat er in de M i s een waar offer is voor levenden en dooden. „ dat gij niet hier zijt. i Dat het waarachtige ligchaam en bloed van C H R I S T U S in het Avondmaal tegenwoordig is. om zich duidelijker te verklaren. maar dra na zijne komst aldaar. 34? alleenli'k. en alles werd van de Roomjche zijde met drift en gefchreeuw behandeld. indien sij gekomen waart. w i i . den brandftapel ontkomen zouden zijn. Toen O E C O L A M P A D I U S zich naar Baden begaf. " fchreef hij hem. Het mondgefprek werd nu gehouden over deze ftellingen. de een zoo min als de ander. 3 Dat de Maagd M A R I A en de andere Heiligen als.

maar door de Cantons van Bern. en van vreemdelingen WOLFGANG CAPITO en MARTINUS BUCERUS. benevens de Bisfchoppen van Laufanne. de genoegdoening van . Bazel. de Heilige Schrift. den eenigen rigtfnoer des Geloofs. C O L L I N U S .348 K E R K E L I J K E na C. Predikanten van Straatsburg. en verboden zelfs voor anderen den doortogt door hun gebied naar Bern. waartoe hij ook de Geestelijken uit de andere Cantons en derzelver Bondgenooten. Bazel] Konftans en Sion in het land van Faud. ferland aangenomen . In de bijeenkomst van den iften tot den i7den Januarij 1528 werden tien ftellingen. Schafhaufe en Appenzel afgekeurd. noodigde. tegenwoordig waren. en alle veranderingen in den eer . O M A A N Deze befluiten werden echter niet in geheel Zwit.en leerdienst. Glaris. om een mondgefprek te laten houden. Op aandrang van H A L L E R begaf Z W I N G L I U S zich derwaarts. G en zijne aanhangers. alwaar O E C O L A M P A D I U S . het eenig en alleen hoofd der Kerk. Maar de Roomfche Cantons weigerden hunne Geestelijken naar Bern te laten gaan. Daarenboven verbood zij ftrengelijk het verkoopen der boeken en fchriften van L U T H E R en Z W I N G L I U S . en H A L L E R te Bern. door H A L L E R voorgefleld. Tegen het einde van het jaar 152? befloot de Raad aldaar. In Bern kreeg de Hervorming van tijd tot tijd meer aanhangers. en hem te bannen. B U L L I N C E R . en verzocht de ftad Bazel ja'in 5 J O E C O L A M P A D I U S zijn ambt als Predikant te* ontnemen. OECOLAMPADIUS behield zijn ambt te Bazel. behandeld: over C H R I S T U S . P E L L I C A N U S .

om de Misfe te lezen. als Z W I N G L I U S den Predikltoel beklom. om te prediken . Sion en Konftans vervallen van hunne geestelijke regten in de geheele uitgeltrektheid van het gebied van Bern. Hier werd hij door de redenen en welfprekendheid van Z W I N G L I U S zoo getroffen. Het gebeurde eens. om den Misdienst uit te Hellen . en de Voorzitters der vergadering den Raad verzochten. de Beelden. en zich onder de Toehoorders te begeven.na C G . dat een Priester gereed ftond. De nieuwsgierigheid. onzen eenigen voorfpreker bij G o d . om voor de belangen van den Godsdienst zoodanige maatregelen te nemen . gen de ligchamelijke tegenwoordigheid van C H R I S T U S Jaari5i7. en den ongehuwden ftaat der Geestelijken. in tegenwoordigheid van al het volk.G E S C H I E D E N I S .vormd. Gedurende den tijd van deze bijeenkomst predikten de Hervormde Godgeleerden beurt om beurt in de Hoofdkerk te Bern. en tegen de M i s . en gebood alle predikers in het Canton. tegen het Vagevuur. 349 Van C H R I S T U S . en de Hervorming omhelsde. zel. dat ver de meerderheid van de Geestelijken te Bern de ftellingen van H A L L E R onderteekende. dien men moet aanroepen. tot 1552. de eenige oorzaak der zaligheid. dreef den Priester. verders over C H R I S T U S . zijn Misgewaad op het Altaar nederleide. Ba. op het Altaar. als zij zouden oordeelen te behooren. om dezen vermaarden Ketter te hooren prediken. te. . Het mondgefprek werd met zoo veel deftigheid en kracht van overtuiging gehouden. dat hij. Na het eindigen der bijeenkomst verklaarde de Bern herRaad van Bern de Bisfchoppen van Laufanne.

Schweitz. VerbindTen einde den voortgang der Hervorming. Zug en Unterwahlen onBern. te fluiten. e n . de ronde doende. de Raad gaf voorts aan de tut 1552 Geestelijken verlof om te trouwen. De HerTe Bazel had de Hervorming langzamen voortvorming gang. rich en Lucerne. en ten dien einde de Roomfche Raadsleden uit den Raad zou weren. gebeurde Terwijl de Raad het . dat men een einde en begeerde van zaken zou maken. in Bukken brak.mogelijk . en aan de Kloosterlingen . alhoewel de eerstgemelden reeds heengegaan waren. o m . gekeurde ftellingen . der eede. het verkondigen der leer van L U T H E R waartegen en Z W I N Q L I U S te verbieden . van den Raad . de godsdienftige geftichten en de inkomften der Kloosters werden tot nuttige einden beftemd.1517. Uri. alzoo verfcheidene leden van den Raad den te Bazel voltooid. indien tenis tusfchen Zu. wierpen de- . om de rust in de ftad te behouden. Roomfchen Godsdienst toegedaan bleven. verbonden zich vijf Cantons. en er niets te doen w a s . dat ftrijdig ware met de goedJaa. Eindelijk kwam de Burgerij op den 8ften Februarij 1529 bij malkanderen in de Franciskaner Kerk. hetwelk op den grond vallende.35o K E R K E L I J K E ps C . Gt ton. op zware ftraffen. zich de Cantons van Zurich en Bern door een verweerend verbond vereenigden. riets te leeren. D e ftad nam den Hervormden eeredienst aan. en alle gemeenten in het Canton volgden weldra het voorbeeld der ftad. hier over beraadflaagde. in de Hoofdkerk kwamen . dat eene wacht Burgers. alwaar een van hen met zijne piek een Beeld van boven nederftiet. om hunne Kloosters te verlaten. Op het gerucht fchoten andere Bur- gers toe.

waar gijlieden nu al driejaren over beraadflaagd hebt.." In dezen ftaat van zaken oordeelde de Raad te moeten toegeven . omdat hij nog fteeds bevreesd was. en nu werden twaalf Raadsleden uit den Raad gezet. tusfchen de Roomgaf natuurlijk aanleiding tot wederzijdsch wantrouwen. volgens ook in de overige Kerken deden. in een uur voltooijen. dat de M i s . C . ontving ten antwoord : . opdat er voortaan tusfchen ons over de Beelden geen verfchil meer plaats hebbe. en de verbindtenis van Zurich en Bern. en onder dezen E R A S M U S . dat hij met de Hervormers had zamengefpannen . weder te Bazel. Drie dagen daarna. met al de Afgoden. hen deswegens onderhoudende . dewijl deze Hervormde Canlaatstgemelde telkens befcherming verleenden aan de ton. in welke laatstgemelde ftad hij overleden is in het jaar De verbindtenis van de vijf Roomfche Cantons met Oorlog eikanderen. en het befluit genomen. fche en hetwelk van dag tot dag vermeerderde. Bij gelegenheid van deze opfcbudding weken verfcheidenen der Hoogleeraars van de Hooge School . werden de houten Beelden der Heiligen in bet openbaar tot asfche verbrand. op den zoogenoemden Aschdag. maar.G E S C H I E D E N I S . E K A S M U S begaf zich naar Freyburg.ia C. 35* deze de beelden en fchilderijen af. na zeven jaren. niet omdat hij met eenig geweld gedreigd werd. Wij willen hetgeen. ERASMCS kwam eerst. door het geheele Canton zou worden afgefchaft. dat hij verdacht zou gehouden worden. hetwelk zij ver. ot 155*. Her- . wier zaak hij goedkeurde. De Raad iaari5i?. uit de ftad. fchoon de wijze van hun hervormen hem mishaagde. .

alwaar h i j . hetwelk ten God van Schafhaufen lei van Hasii. Bemfche over van de der z i c h de dallieden . en die van Unterwalden hun troepen toe ter h u l p e . K o n i n g hertog van Oostenryk.352 K E R K E L I J K E pa C.. De vijf Cantons floten bovendien met F E R D I N A N D . een van Bohème. bewoners weigerden z i c h aan de bevelen der ring van Bern. verongelijkt en beleedigd werden. in zulke plaatfen en gemeenten. G H e r v o r m d e n . dan omdat hij de leer geene andere mis- van Z W I N G L I U S ge- predikt had. V . tot den brandftapel verwezen w e r d . alwaar de Beelden insgelijks wegge- nomen en verbroken werden. en de huis. en gevoerd. foldaten de va. te onderwerpen. onder anderen Protestantsch Predikant werd van een' dezer onder het waarnemen van zijnen d i e n s t . Ondertu:fchen werd de Hervorming ook ingevoerd te Mulhaufen. Bern en op de men den noemde. w a n . Unterwalden Raad van Bern zonden aannadering keerden nam het naar gedrag z o o hoog o p . onderlleund door . braken groo- maar i n de V a - der de beide Cantons verfchillen den Godsdienst uit in een' openbaren opftand. tot 1552 'neer dezelve. wel]aart5i7 • ke aan de Cantons i n het gemeen behoorden. niettegenftaaude de tusfchenfpraak van verfcheidene C a n t o n s . Unterwalden op onderwierpen hulpbenden Doch De rege- onder welk Canton zij behoorden . inzonderheid een Beeld van gedrochtelijke grootte. grenzen Unterwalden. gevat. dat h i j . om d a a d . gelijk niet zelden gebeurde. verbond en Aarts- Broeder van Keizer KAKEL ter handhaving van den Roomfchen Godsdienst. naar Schweitz een gemeenten.

de verfchillen uit ten einde. omdat de (temden Koning FER- DINAND hun Bondgenoot door eenen nieuwen inval der Turken i n Hongaryen dadelijke hulp verhinderd dus getrotfen. mogelijk. dat elk Canton in zijn zoodanige dienst z o u mogen Het verdrag hun werd gebied te zenden. D i t j:iar 1529 i s . die o n - zijdig waren gebleven.Z W I N G l e e r d e n . B o vendien zouden de vijf Cantons afzien van hun verbond met werd K o n i n g FERDINAND. dat ZWINGLIUS voor L U T H E R . fchikkingen maken.fprek !US(chen fchen ZWINGLIUS en LUTHER . I.UTHFR weg te ruimen . i n het gemeen het CHRISTUS lig- W i j zullen daar van op H i e r zij het volgende aan te genoeg. om de Hervorming aan te nemen. op v o o r w a a r d e n . na C . tegen malkan. omtrent den als hetzelve Gods- goedvond. gehouden te Marburg. i n de Gelehiedenis der Hervor. Z op .(aar 1517. merken. Wij hebben reeds g e z i e n .G E S C H I E D E N I S . H E R V . evenwel werd de oorlog nog voorgekode troepen trokken van w e ê r s k a n t e n men door de tusfchenlpraak der C a n t o n s . G . eene oorlogsverklaring uitgaf. Zuch.Mondgem i n g . deren o p . aan de gemeenten. waren over de tegenwoordigheid van chaam i n het A v o n d m a a l . te Marwelke ongelukkig tusfchen de Hervormden ontftaan burg.v e r ^ e i p e n . bij meerderheid van Hemmen. 353 door die van Zurich. indien den LIUS e n I. werd. werd vrijheid 'van geweten gelaten . zijne plaats breeder fpreken. en zij geregtigd. ook merkwaardig. en de vijf Cantons te eer tot een verdrag t o e . o f t e . geteekeud den Dit vredesverdrag 25flen Junij 1529 te een dorp op de grenzen van Zurich en Cappel. die tot alle de Cantons i t het gemeen benoorden. tot 1552. door het mondgefprek tus. en eenige Godge.

i 2. Doch naderhand ontftond tusfchen hen verfchil over den zin van CHRISTUS woorden: Want dit is mijn ligchaam! bij de infielling des Avondmaals. of malkanderen te kennen. onderling de Christelijke liefde te betrachten. voldeed niet volkomen aan het oogmerk. eenige gemeenfchap met malkanderen te hebben. dat dit verfchil hunne eensgezindheid niet behoorde te doren. zijne omfchrijving van het Gebed des Heeren. evenwel delde men wederzijds vast. of hen beletten. Toen LUTHER in den Kerkelijken en Rijksban gedaan was. zonder . zullen wij in het vervolg vernemen. opdat hunne overeendemming.354 K E R K E L I J K E na C. Omtrent het einde van het jaar 1510 kwam een der eerde fchriften van L U THER . alhoewel hij zelve er zich van onthield. omtrent het punt van de ligchamelijke tegenwoordigheid van CHRISTUS bij het Avondmaal. Welke treurige gevolgen deze twist gehad hebbe. en beval aan elk het lezen van LUTHERS fchriften aan. in het eerst. dit behelsde zoo volkomen de leer. welke ZWINGLIUS leerde. ZWINGLIUS verheugde zich over deze overeendemming. zoo veel elks geweten hem zou toelaten. te meer kracht en gewigt zou hebben. niets wilde toegeven. dat men het. terwijl zij volkomen op zich zeiven handelden. bood ZWINGLIUS hem eene vrijplaats in Zwitferland aan. op hervorming bedacht was . ten minfte hij en L U Jaarisi tot 155 7-THER arbeidden daar toe tenzelfden tijde. alzoo LUTHER dijf op zijn duk daande. in Zwitferland aan dezen toefchreef. De Landgraaf van Hesfen. Het mondgefprek te Marburg gehouden. op wiens aandringen het . in Zwitferland.

maar alles. XI. altijd en overa omtrent neigde hij tot zachtheid. In de opdragt van een werk. de hand van broederfchap zouden geven . Voorts waren ook de gevoelens van ZWINGL I U S . boven ban en boete terug gekeerd . dat h i j . doch in de Hervormde Cantons werden z i j .) verzekert. als een ver. zeer gematigd. dat zij . aan FRANCOIS I . of ook door hen in het water te verdrinken. door onthoofding. zette men hen voor eenigen tijd gevangen . het mondgefprek gehouden was. als hij van de Zwitfers zot fpreken. vorderde van LU. was eene belofte. in het vervolg. dat het. dat zij malkanderer Jaari5i7. wat men van LUTHER kon verkrijgen. zijne uitdruk kingen zou matigen. met betrekking tot de Herdoopers. andermaal in het land te komen. 6. fchreef hij : „ Wanneer PAULUS (Hebr. gelijk wij reeds gezier de zaligheid der hebben. bevattende een Kort begrip van zijne leere. G . ZWINGLIUS vertoonde bij deze gelegenheid zijner Z W I N G L I U S geimborst op eene zeer loffelijke wijze. evenwel met dit onderfcheid. Koning van Frankryk. tot 155a. in andere opzigten. 35. bij dezen ontdekt zijnde.na C. werden zij ter dood gebragt. ten lande uitgebannen . T H E R en ZWINGLIUS beiden.voelen Handig en gematigd Godgeleerde.en zij dus voor de derde keer werden ontdekt. terftond tel dood veroordeeld werden . gelijk thans plaats had. voor de eerfte keer. onmogeZ a lijk . doch wanneer zij zich verftoutten.G E S C H I E D E N I S . waartoe ZWINGLIUS zich bereidvaardig verklaarde. welke Heidenen hij niet met den dood geftraft wilde hebben .. zoo wel bij de Hervormden als Roomschgezinden . zonder geloof.

wat mij betreft. ik ben overtuigd. in dezelfde verdoemenis zou begrepen hebben. Opp. in de wedervereeniging in den Hemel . de zeden . met één woord. maar ook een' S O C R A T E S . fpreekt hij van ongelooJaari5i7 vigen. II. zijnen arbeidzamen levensloop geëindigd heeft. God te behagen . roekeloos palen te ftellen aan de Goddelijke Barmhartigheid. vervuld hebben. of in welk land. . weinige weken daarna. een' CAMILLUS. Neen. laat ons niet voortvaren. in welke eeuw. aan zijn vaderland ontrukt. welke in hun geweten is ingefchreven. die toegelaten worden. lijk is. 559. fil. dat de Heere ver van zich verwerpt volken . die. Ik kan niet gelooven. wier misdaad daarin beftaat. die vrijwillig zijne oogen fluit voor het licht. dat zij het Euangelie nooit hebben hooren prediken.S5ö K E R K E L I J K E na C. dat God den genen. een' A R I S T I D E S . door een' doodelijken flag. die de wet. dat wij. om de heerlijkheid des Allerhoogften te aanfchouwen . de (*) ZWINCL. en den genen. T. dat alle deugdzame menfchen. maar aan hetzelve tot 1552 geen geloof gegeven hebben. zullen ingaan in de eeuwige zaligheid (*). ik ben overreed . die het Euangelie gekend. Arbeidzaam waarlijk! In den korten tijd van elf jaren gelukte het hem . hetwelk uit de pen van Z W I N G L I U S is voortgevloeid. ik kan niet geloven . niet alleen zien zullen de heilige mannen van het Oude en Nieuwe Verbond. zij ook geleefd hebben. die . zonder zulks te willen. van alle fcbepfelen." Dit was het laatfte gefchrift. een' CATO. G . in de duisternisfe leeft.

G E S C H I E D E N I S . faarisi7. om denzelven met zijnen raad te dienen. In Soleure of of Solothurn. Hier uit omftonden bewegingen . en zonden aan al de Gemeenten van dit Canton . als Leeraar des Volks en Godgeleerde. tien flechts wilden de Mis behouden. En bij dit alles heeft deze Hervormer zoo veel gefchreven. Door het verdrag van Cappel was de zaak der Pogingen ter HerHervorming merkelijk bevoordeeld. 35? de godsdienftige en ftaatkundige beginfelen zelfs. om niet van zijne Briefwisfeling met de voornaamfte geleerden van zijnen tijd te fpreken. dat hij bijwoonde. Arbeidzaam in het getrouw en ijverig waarnemen van zijn ambt. zijn aangenomen vaderland Zurich te veranderen. de burgers en de kundigfte ingezetenen hadden dezelve omhelsd. Schafhaufen va-Bazel werd aan dezelve ter teSoleura voltooijing de laatfte hand gelegd. dat zijne werken vier Deelen in Folio uitmaken. inzonderheid toen H A L L E R van Bern kwam. dat de Raad van Zurich hem over alle belangen van hunne ftad en ftaat raadpleegde. was zijne wijsheid en doorzigt zoo bij allen erkend. maar de Grooten en de Kanunniken bleven bij het Roomfche Geloof. . G . welke de Raad wilde. om elke derzelve af te vragen: of zij de Mis wilden behouden of afgefchaft hebben? Vier en dertig Gemeenten verklaarden zich voor het laatfte. De Euangelifchen hadden nu vrijheid van geweten verkregen. welke thans nog na drie eeuwen ftandhouden. In de Cantons vorming Glaris.van na C. om Z 3 GRO- . Solothurn had F I L I P G R O T I U S reeds federt eenigen tijd de hervormde leer gepredikt. en hem zitting gaf in hunne vergadering.ot 155 aen (richtingen te vestigen.

welke tot het Zwitfersch Bondgenootfchap behoor- . dat het Beeld van ST. Ten tweede: men zou na eenige maanden. de Hervorming ook op vele plaatfen veld won . maar de gemoederen niet bevredigd. hetwelk men verklaarde van de bekommering van dezen Heiligen voor den Roomfchen Godsdienst. Eenige Afgevaardigden van Bern vonden echter middel. Dit uitllel was nadeelig voor de Euangelifchen. dat de Hervormden eene Kerk zouden hebben. Jaari5i. had wel de vijandelijkheden doen ophouden. in ditzelfde jaar 1530. waar door. De heerfchende partij in de vijf Cantons had niet dan door de omftandigheden gedwongen zijnde. een godsdienfh'g mondgefprek houden. in welke zij hunnen Godsdienst vreedzaam zouden verrigten.55» M C . Kort na het fluiten van den vrede ontfïond er een ernftig verfchil met betrekking tot de Abdij van St. bij ontftane verfchillen ondervonden de Hervormden den veelvermogenden invloed van den Raad van Zurich. tot 155:'• K E R K E L I J K E GROTIUS bij te ftaan. terwijl zij daartegen vele onderdrukkingen van den kant der vijf Cantons moesten uitftaan. "URSUS begonnen was te zweeren. hetwelk echter tot het volgende jaar werd uitgefteld. Gal. door de gebeurtenisfen van het volgende jaar 1531. Daartegen vertelde men onder de Roomschgezinden. als noodeloos . gelijk wij zagen. C!. De vrede in het voorgaande jaar te Cappel gefloten. om den Raad van Solothurn tot een befluit te bewegen: Vooreerst. in dezen vrede bewilligd. dewijl de Kanunniken hetzelve. in welken de Hervormden zoo zeer bevoordeeld waren. verwierpen.

Schweitz en Glaris. over welke men . 259 hoorde. maar niet als onderdaan van Zwitferland kon worden aangemerkt. uit aanmerking. waarin zij onderdeund werden door Lucerne en Schweitz.G E S C H I E D E N I S . terwijl men met die van St. om de Abdij in hunnen naam te beduren. Deze nieuwe Abt vergeefs gepoogd hebbende. zonder echter eenigen inbreuk daarmede te willen toebrengen aan de regten van den A b t . wel als bondgenoot. eenen nieuwen A b t . nam de wijk naar Zwaben. ari5i7« Zurich. De Abt van t£1552» deze Abdij in 1529 overleden zijnde. door hare verbindtenis met de Cantons m C . Lucerne. ter gelijker tijd . G . en de Abdij wereldlijk verklaren. Gal overeenkwam. Zurich benoemde dus den eerden dezer beduurderen. den voortgang der Hervorming onder zijne onderdanen te (tuiten. een bedisfend befluit zou nemen. gelijk ook de volgende. te* vens een Rijksvorst zijnde. elk voor een jaar. Men wilde dit te Zurich houden voor een' vrijwilligen afftand van zijne waardigheid. maar ook bij vele Protestanten. dat de A b t . Schweitz en Glaris. dat hij de vrijheid van het geweten zou bewaren en handhaven. poogde de Raad . Doch dit vond tegen(tand. met allen fpoed. _ Z 4 D e . maar de Kloosterlingen verkozen. dat dezelve. beurtelings. eenen eed zou afleggen. de vier Cantons Zurich. eenen Landshoofdman zouden benoemen. van Zurich de Abdij wereldlijk te verklaren. Na veel moeite kwam men overeen dat. uit aanmerking van de afwezendheid van den Abt . Lucerne. en zich te Si: Gal niet veilig oordeelende. niet alleen bij de Roomfchen.

die hem goede diensten bewezen h a d . terwijl dit Canton zich den vrede te Cappel beriep. ook v o n - den . V o r s t . D e vijf dat Zurich weigerden keerde. M e t dit alles baarde het gedrag der vijf Cantons een levenmg ongenoegen aan de overige. uitgezonderd de vijf Cantons onder v o o r w e n d l è l . zoodat hij naar Lucerne Bewindsman van Zurich nemen. weigerde dezen eed _ te d o e n . een Wem Vorflendom bij het Meer Come.. waarop die van St. door eerzucht gedreven. Deze riepen hunne Bondgenooten. Gal hem te erkennen. te h u l p . en de zijne bediening bleef waar- Cantons beklaagden z i c h hevig z i c h willekeurig zoo veel gezags aanma- tigde. Bij dit geval kwam een ander. die z i c h daar toe gereed betoonden. m e e r v a n waar door eikanderen de ge- verwijderd wer- Keizer K A R E L V fchonk aan eenen J A N JAKOB M E D I C I S . Deze kleine zich mees- behoorende aan de Bondgenooten van Zwitferland Grifons..3&> K E R K E L I J K E na C D e Landshoofdman. moederen nog den. te meer daar zij voortgingen de Hervormden in hun gebied met d ift . de Zwitfers.e vervolgen. die voor het volgende jaar Jaari . Intusfchen kwamen evenwel de andere Cantons de Gnfons te hulp. zoodat de Valtelin weldra weder heroverd werd en deze kleine veldtogt binnen weinige maanden een einde genomen had. maakte ter van het Faltelin.. op het artikel van hetwelk de vrijheid van geweten had vastgefteld. dat zij zelve niet veilig waren van de zijde der Protestantfche Cantons. door Lucerne verkozen w e r d . G tot i ^ 7 . die de befcherming van f nc: Zu- met dringende beden te hulp riepe.

indien niet de vijf Cantons hun voordeel gevonden hadden i n denzelven uit te (tellen. hoewel genoegzaam tegen Zurich en tegen den raad van ZWINGLIUS. O p zijn' t aandrang 1 deed de R a a d van Zurich de dringendfte voordellen . Daar werden zelfs lieden g e v o n d e n . bij de vijf C a n t o n s . en h u n . rleti zij i n Z W I N G L I U S voorftander 361 een' ijverig en welfprekend van hunne zaak. den z i n v a n die zulk een ontwerp voor onmenfchelijk h i e l d . o m een beflisfend antwoord van de vijf Cantons te vragen. zonder deze echter a C. maar drongen integen- deel d o o r . doch de overige C a n t o n s . dat men allen uitvoer van levensbehoeften. ot 1552. Dezelve drukte de geringe ingezetenen veel meer dan de rijke. G . deed eene verkeerde uitwerking. weigerden daar hunne toeftemming aan te geven . a a n 517. ook te Zu. of z i j . welke de vijf Cantons uit o f over het gebied der andere ontvangen ten . ingevalle van weigering. gelijk waarfchuwd moes- ten einde de vijf tot reden te brengen. de Cantons niet eensgezind waren dat de H e r v o r m onder malkande- r e n . Zijwisten. en eikanderen verwijtingen deden. en er verhief z i c h een algemeen geroep van verontwaardiging tegen de Hervormde Cantons. ZWINGLIUS voorzien en ge- h a d . vrijheid van geweten aan hunne ingezetenen al dan niet verkenen w i l d e n . moest beletten en verbieden. T e Zu- rich nam men n u in overweging. Cantons door dezen dwang Deze maatregel.ZWING- Z 5 rich 3 . volgens het verdrag van Cappel.G E S C H I E D E N I S . De oorlog z o u terftond zijn uitgeborften. tot meer- dere verdraagzaamheid te kunnen bewegen. die met Zurich i n verbond ftonden. den oorlog te verklaren .

die enkel hun eigenbelang in het oog hebben. vreezende. zij alleen hebben het beduur van zaken. die zijne zijn ambi raadgevingen dwarsboomde. als een getrouw en waakzaam herder. wogen hetzelve dat h i j . waar tegen hij zich te neder. ik z i e . als die. verfcheen in den. verzoek ik ulieden om mijn ontflag. Zoo lang gij op die wijze handelen zult. in veie gelegenheden heb ik ulieden voorgehouden. Aan hen leent men het oor. dat men menfchen zonder zeden en zonder godsdienst in den raad laat komen. alhoewel men mijnen raad nergens in volgt. om ZWINCJaari5i. beflraffingen. noch raadgevingen gefpaard. en ga elders eene vrijplaats zoeken. voortaan zonder vrucht de aantehou • pligten van zijn ambt zou verrigten. op deze wijze. G . zal er voor het toekomende niets goeds te hopen zijn . die deze gelegenheid waarnamen. tot 1552 • LIUS te befchuldigen. Gijlieden hebt op mijne redenen en vertoogen geen acht gegeven. maar minder kon verdedigen. omdat zij heimelijk en in wordt be ' het verborgene werkte. De groote man. wier heerschzucht hun God is. indien gijlieden op nieuw u liet leiden door lieden.S62 K E R K E L I J K E na C. de maand Julij 1531 voor den Raad. riek. hoe ongelukkig het zijn zou voor geheel Zwitferland. en naardien men aan mij alle onze rampen toefchrijft. de ' zaden van tweedragt in Zwitferland geftrooid had. LIUS legt en er vormde zich eene partij tegen hem. door zijne leere. en fprak denzelven met deze woorden aan: „ Ik heb nu elf jaren lang ulieden het Euangelie in alle deszelfs zuiverheid verkondigd: ik heb. ijverige aanhangers van onze partijen." Dit . geene vermaningen. vijanden der Euangelieleer.

" fchreef hij aan een' zijner vrienden. om zich bij den Hervormer te begeven. Zijne vrees echter voor het toekomende. dat hij zich geheel tot zijn laatfte levensuur aan zijn vaderland toewijdde. Voor £ nri5i7. dat hij toch zijne gemeente niet mogt verlaten. konden zijnen moed ter neder flaan. 3*3 Dit onverwacht verzoek ontftelde beide de vrien. door mij het treurig einde voor te houden van die genen. . „ Vergeefs. maar vergeefs. welke men hem kwam te betoonen.G E S C H I E D E N I S . en deze tweedragt deed ZWINGLIUS alle kwaad voorfpellen . de oude harmonie te herftellen. Ik zal mijnen Zaligmaker niet verloochenen voor de menfchen. den en de vijanden van ZWINGLIUS even zeer.m i C. die mij zijn voorgegaan.. en hem te verzoeken. maar het was hem onmogelijk. en dit gelukte alleen toen men hem onder het oog bragt. vergeefs zoekt gij mij van mijne loopbaan af te trekken. de Raad bleef in twee partijen verdeeld. . welken flag hij door zijn vertrek van Zurich aan de zaak der Hervorming zou toebrengen. die in last kreeg. dat de Iaatden tijd hadden. G. N a drie dagen verfcheen hij in den grooten Raad. 't 1552. om zijn befluit te veranderen. dien hij dank zeide voor de blijken van genegenheid . uwe voorspellingen kunnen mij niet affchrikken. noch de bekommering zijner vrienden . om zich te bezinnen. benoemde de Raad eene deputatie. en te gelijk plegtig beloofde . ZWINGLIUS liet zich niet dan met moeite bewegen. opdat hij mij niet verloochene voor zijnen Vader en zij- . Dus bleef ZWINGLIUS te Zurich onophoudelijk werkzaam om de gemoederen të vereenigen.

zegevieren. dat z i j . om den vrede te bew a r e n . 76. . ik w e e t . vereeniging der troepen van Zurich de de te be- bijeenverza- bewegingen waarop gaven 1531 eene oor- kwam Raad te aan- ftonds CO ZWINGL. 7 . weigerden voordat het naar verbod eenig van uit- voer en doortogt van levensmiddelen door die van Zurich en Bern was de vijf Cantons den opgeheven. D o o d va ZWINGLIUS. D e verdeeldheid van gemoederen n te Zurich was oorzaak . h i j . fül. die zich tot hiertoe onzijdig hadden gehouden . te flap handelden. wat de vijf Cantons tijd van tijd tot eischten. zijne Engelen. maar de vijf Cantons voorftel te l u i s t e r e n . niettemin eeuwig waarheid blijven.f t o r v e n . naar mate van het gevaar . om en Bern te Cappel De tijding van deze . van naar Bremgarten. Z a l ik u . die de waarheid zelve i s . ' van de Apostelen fpreken ? Z a l i k u fpreken van die fchare van Martelaren nen? onder de eerfte Z i j zijn gevallen onder de Hagen Christe- van vijanden. maar hetgeen zij geleerd h e b b e n . en genoegzaam dies i n w i l l i g d e n . alleen vrijheid van geweten wilde de Raad van Zurich ftrekt gehandhaafd hebben. H i j is ook voor de waarheid geJaar151 tot 15. 6den October Eindelijk logsverklaring in het l i c h t . de vol- Ondertusfchen deden de Cantons .36*4 K E R K E L I J K E na C . wijl het hoofdleger melde. wat mogelijk w a s . wanneer dat mijne hunne zal des- W e l k ook mijn de waarheid zal beenderen al lang tot ftof zullen geworden zijn (*) ? " Burgeroorlog. Zurich tegen den Lucerne nacht. d a n . a i l e s . te. et OECOLAMP. 1500 man trokken ten zelfden tijde \ letten. lot zal mogen z i j n . Epist.

deszelfs verblindheid was zoo C. ge vijandelijke oogmerken der Roomfche Cantons. alzoo kwalijkgezinde lieden uitftrooiden . dat men de terugkomst der Gelastigden behoorde af te wachten. dat het gevaar niet zoo drukkend was. maar zich versenoegde twee Gelastigden naar Cap. om de grenzen te verdedigen . om tijding te brengen van de aannadering der vijanden. als men voorwendde . die in de ftad waren. door de aankomst van bode op bode van wege de landlieden . en die om onverwijlden bijttand verzochten. t 1552. die het gevaar verborgen had. dat hij nog geen geloof wilde Haan aan eeni-J ariS'7. Deze tijding bragt den fchrik in het hart der genen. Deze maatregel had de verwachte uitkomst niet. G. en beval de alarmklok te trekken.G E S C H I E D E N I S . ten einde kennis te nemen van den ftaat van zaken. en dat de Raad zelve niet ééns was omtrent . Deze . Het bijeenroepen van den Raad op een zoo ongewoon uur veroorzaakte echter groote ontfteltenis in de ftad. welke des anderen daags nog vermeerderd werd . naar Cappel te zenden. en die nog geftadig op vredesvoorflagen van wege de vijf Cantons wachtten. groot. 3^5 RdndS vergaderde. en zonden flechts eenen postbode naar Zurich. om de weinige troepen. . die tot hier toe de mogelijkheid van eenen oorlog geweigerd hadden te gelooven. en de verwarring volgde op hunne gerustheid. ni De Raad oordeelde nog. Men haastte z i c h . van de oogen. om de militie van het Canton op te roepen. die zich gewapend hadden. N u viel hun de fluijer. hunne tegenwoordigheid te Cappel noodig achtende. pel en Bremgarten te zenden. bleven daar.

gelijk hij. dan de onzekere aankomst der landmilitie afwachten. zijne vrienden geloofden. dat het corps te Cappel van uur tot uur verzwakte door de fchermuifelingen. ZWINGLIUS kreeg last. maar zonder dat er eenige fchikking gemaakt. Met aigemeene overeen (lemming werd hij thans weder tot dezen post benoemd. niet zou ont- . trent hetgeen te doen llond.of Veldprediker vervuld had. eu de onzekerheid en tot 155 ' het wantrouwen toenemen. i 5. men had gebrek aan krijgsvoorraad en voornamelijk aan manfchap. hoopten. o m . om het ge•fchut te vervoeren . en te gelijk ontving men tijding. waar het mede bedreigd werd. naar de gewoonte der Zwit* fers.000 foldaten. die door den Raad benoemd was. wilde de Bevelhebber.3öö K E R K E L I J K E na C. In deze benarde omftandjgheden. zoo als wij gezien hebben. reeds vele jaren te voren. zelfs geene Leeraars van den Godsdienst.000 man zich den joden October naar Cappel begeven. den dienst van Leger. dat zijne tegenwoordigheid de troepen zou bemoedigen . daar waren geene paarden. zich liever met eene handvol volks op marsch begeven . hem te verzeilen . Volgens befluit van den Raad moest een corps van 4. niet mier dan 700 onder de vaandelen. dus deden zij den ijver Jaansi der Landlieden verflaauwen. voor welke hij bloot zou (laan. of ergens in voorzien was. die zijnen moed kenden. en dat het geenszins beftand was tegen eenen algemeenen aanval. dat hij de gevaren. zijne geheime vijanden . in plaats van 4. bij welken niemand. 's Middags bevonden zich. van den krijgsdienst ter verdediging des vaderlands vrij was .

G. Kalm in het midden zijner vrienden." riep hij: „ Indien wij talmen." Met deze woorden nam ZWINGLIUS affcheid van zijne vrienden . 367 ontkomen. ik onderwerp mij aan zijnen wil.G E S C H I E D E N I S . Mijn vertrouwen rust op hem alleen. Het zij zoo. die aan den Godsdienst zijne oorfpronkelijke eenvoudigheid en aan ons vaderland deszelfs oude zeden verlangden weder te geven. die voor zijn leven vreesden. De weg derwaarts loopt over den berg Albis. om fpoed te maken. hij zal hun te hulp komen. zullen wij misfchien te laat komen. „Onze zaak is goed. dat het gevecht reeds een' aanvang had genomen. „maar zij wordt kwalijk verdedigd. ZWINGLIUS zelve durfde zich geen' ge. zocht hij hen met geduld en onderwerping te wapenen. toen hij den togt op bevel der Overheid ondernam . om zijnen medeburgeren te hulp te fnellen. lukkigen uitüag van dezen krijgstogt beloven. Het zal mij en een groot getal deugdzame menfchen het leven kosten." zeide hij. [aari5i7. wanneer gij gelooven zult. onverduldig. maar hij ot 1552achtte het nogtans zijn' pligt te zijn. dat alles verloren is. Ik voor mij. gaf te kennen. hetwelk men in de verte hoorde bulderen. en niet op menfchen. drong de Bevelhebbers aan. zonder zich eenigzins daartegen te verzetten. doch het gefchut. ik wil mij bij mijne broe- . God zal zijne dienaren niet verlaten. „ Verhaasten wij onzen togt. ZWINGLIUS.ia C. deszelfs fteilte vertraagde den marsch van het zwaargewapende voetvolk. om de bevelen zijner Overheid te gehoorzamen. Cappel ligt niet meer dan drie uren van Zurich. welke hem werkelijk het leven kostte.

batterijen Roomfchen omringden zij de bezetten. h u n voordeel deden. en deszelfs vijand geen' algemeenen aanval met een hevig en noegd. hoe zwak zij w a r e n . hen te v o l g e n . tot 1555 • o m k o m e n . welke z i i ontvangen hadden. landslieden voordeelig fterk te niet kennende. omtrent 8. van aanhoudend geplaatst hadden maar fchutgevaarte zich verge- dat ZWINOLIUS bij zijne was aangekomen. geraakte De Zurichers. hjks 1500 man ZWINGLIUS . " De woorden van Z W I N G L I U S vervulden de Bevelhebbers met eene edele drift. geheele leger in beweging. Z i j geboden hun v o l k . hen helpen behouden o f met hen Jaari5i. het Canton Uri. den ziende .000 man fterk. dat de flag een begin had genomen . naderde een Officier met 300 vrijwilligers. den vijand af te flaan. en dat Vernemende. nam de v l u g t . C . maar verdedigden zich aangemoedigd in het hun naauwedoor eerst niet zonder voordeel. De Roomschgezincle Z w i t f e r s . die van om kondfchap te verkrijgen. de verfterking. en trokken voorwaarts. en het gelukte h u n . broederen voegen. Zurich. willen wagen . hetwelk men verzuimd had om te houwen o f te doorgetrokken. gering was . Z o o d r a de Roomschgezinden zagen. fterk. terwijl vijandelijke verfpieders z i c h onder hen niengi . toen het zwijgen van een hunner verwarring veroorzaakte.368 K E R K E L I J K E na C. Om drie uren na de middag kwamen zij op het flagveld aan. In den o o g e n b l i k . ftandplaats der E e n gedeelte van derzelver achterhoede. Zurichers. vreezende afgefneden te zullen worden . befloot h i j . hen aan te tasten. waarmede de en een klein boschje.

om de orde te herftellen. geeffche pogingen. I. ZW1NGLII. G. D (*) Men heeft deze bijzonderheden naderhand vernomen van eenige Boeren. H E R V . zij _ werden niet gehoorzaamd. Zonder hem te kennen. gaf hij zijne weigering met eene beweging van het hoofd te kennen. Fit. en weldra was de nederlaag algemeen. na E S ZWINGLII. Reeds in het begin van het gevecht. 11552. orde vermeerderden. met de handen kruiswijze over de borst geflagen. maar zijne ftem te zwak zijnde. waar hij liggen bleef. hardnekkig Ketter!" riep één van hen. M Y C O N .C. eene doodelijke wonde. die hem buiten kennis op het flagveld deed nedervallen. die achter aan waren gebleven. De Bevelhebbers deden ver. en doorftak hem tevens met zijnen degen (*). dat hij gedood werd. Weder bijgekomen. en de anderen werden verftrooid. G U A L T H E U .G E S C H I E D E N I S . Aa . om zich te doen verftaan . vonden hem in dezen toeftand. Eenige Roomfche foldaten. rigtte hij zich met moeite o p . Z W I N G L I U S poogde hun te antwoorden. en door het roepen van verraad. Die in de eerfte gelederen ftreden. Itierven allen op hunnen post. die Z W I N G L I U S herkenden in den oogenblik. de w a n . „ Sterf dan . terwijl hij den zijnen moed infprak. terwijl de vijanden hunne overwinning vervolgden. boden zij hem eenen Biechtvader aan.J->3 1 1 5 1 7 . ontving ZWINGLIUS. dat hij zijne ziel aan de Heilige Maagd zou aanbevelen. Toen vermaanden de foldaten hem. 6r> S mengden. en de ftervende oogen ten hemel gerigt. Een tweede teeken van weigering bragt hen in woede. in Apo/.

welken men aan de dooden verfchddigd i s . de Protestanten niet te tergen. Te midden der uitlatingen van hunne dweepzuchtige blijdfchap. vergeefs herinnerden de Bevelhebbers het razende volk den eerbied . die. Zurich verlaten had. Zij konden zijne gelaatstrekken . dat gij uw vaderland bemind . wegens de Hervorming. zonder zijne godsdienflige gevoelens aan te nemen. dien zij als den voornaamften (leun der Ketterij befchouwden .Hervormer gevonden en aan het leger ten toon gelot 155 field. Velen onder hen. welke de dood niet veranderd had. welke de nieuwsgierigheid herwaarts trok. zonder aandoening niet aanfchouwen. vergeefs vermaanden zij hen. met aandoening: „ Uw geloof zij geweest . Onder de menigte bevond zich een voormalig ambtgenoot van Z W I N G L I U S . zijne welfprekendheid bewonderd. verheugden zich over den dood van den man. hadden Z W I N G L I U S gekend . e n . en altijd ter goeder trouw gehandeld hebt: God wille uwe ziel in vrede bewaren!" De foldaten. die zijne tegenpartij geweest was. en omringden het bloedig lijk van den Hervormer met gewoel en getier. en de opregtheid van zijne oogmerken erkend. die zich den eenen of anderen tijd zouden kunnen wreken. Hem . hoorde men enkele flemmen fchreeuwen : „ Laat ons de overblijffelen van dezen Aartsketter aan de vlammen overgeven!" Allen juichten dezen voorflag toe. lang befchouwd hebbende.370 K E R K E L I J K E M C < Des anderen daags werd het ligchaam van den Jaari5i 7. zoo het wille. verre van in dit gevoel van medelijden te deelen. ik weet. zeide hij eindelijk. alles was .

De tijding van zijnen dood ftortte zijne vrienden in eene diepe ontfteltenis en fchrik. als ware het lot Aas der n r . en dit vonnis werd op fiaande voet ten uitvoer gebragt. bij welken het verdrag van 1529 vernietigd en een merkbare meerderheid toegeftaan werd aan de vijanden der Hervorming. De wanorden ftegen ten top. Men. Na den eerften oogenblik van ontfteltenis. de traagheid en onvoegzaamheid deï maatregelen tot voortzetting van den oorlog.maakte zich meester van het s C .G E S C H I E D E N I S . en twee maanden na het gevecht van Cappel. De geheime aanhangers der Roomfche Kerk te Zurich beurden het hoofd op. 01 • was vruchteloos. fprak het vonnis uit. dat zij zich verbeeld hadden. Dus eindigde ZWINGLIUS zijnen levensloop in den ouderdom van X L V I I jaren. met welke ZWINGLIUS zijne vrienden. zagen de Heden Zurich en Bazel zich genoodzaakt . bij toejuiching I mrisi?» M 1553benoemd. G lijk van ZWINGLIUS. en fchreven de rampen van het vaderland toe aan de veranderingen door den Hervormer ingevoerd. bij het affcheid nemen . bloosden t i j . Thans fcheen het. dat het zou verbrand worden. Vervallen z o u . om elke voor zich zelve eenen afzonderlijken vrede te maken. gaven aanleiding tot meer volgende tegenfpoeden . dat geheel Zwitferland weder jevofgen < in den vorigen ftaat ten aanzien van den Godsdienst' an dezen lood. De wijfeling van den Raad. eene regtbank. vertroost had. het gebrek van overeenftemming tusfchen de Bevelhebbers en foldaten. maar weldra zag men de voorfpel-' tingen vervuld worden. en deden de krijgsverrigtingen verflaauwen.

Reformateur de la JSuisfe. waar in ZWINGLIUS. te Bazel. befcheiden. als Dood var OECOeen echt Vaderlander en Christen Held. van wien alleen eene teugellooze drift LUTHER heeft doen fchrijven. derland en Godsdienst fneuvelde. begeerlijkheid en wraakzucht. In hetzelfde jaar 1531. maar tevens vredelievend Godgeleerde. Liefde voor vrede. en het gelukte hun. welke de binnenlandfche rust zoo menigmalen verftoord hadden. Door zijnen geest bezield. dat hij door de vurige pijlen en fpiefen des Satans doorboord. een kundig. •'• tot 155' der goede zaak verbonden aan het leven van eenén enkelen mensch. door den Hervormer gevestigd. volgden op heerschzucht. werden eene bron van nieuwen voorfpoed. alwaar hij negen of tien jaren den dienst van Euangelieprediker had waargenomen. beijverden zij zich de hoop te verlevendigen. . Hij had eene ziekte van veertien dagen met ftille ge(*) M. Eene werkdadige liefde. 1. overleed ook den iften December zijn boezemvriend JOANNES OECOLAMPADIUS . zeden fterker dan de wetten. HES Fie d'Uliich Zwingli. eene aartsvaderlijke eenvoudigheid. G . orde en geregtigheid. ijverig. welke ZWINGLIUS aan zijn vaderland heeft nagelaten (*). Jaari5i. wijze wetten. in den ftrijd voor Vapius.37» K E R K E L I J K E na C C !. docr eenen fchielijken dood om het leven was gekomen. de bedaarde kalmte weder te heritellen. De ftichtingen. in den ouderdom van X L I X jaren. waren de edele erfmakingen. gelijk MOSLAMPAHEIM hem met regt noemt. alle haat te ftillen.

waar toe onder anderen dienen kon het Catechetisch onderwijs . dat de Roomfche Godsdienst in hetzelve het oude . tige gefprekken met zijne kinderen en verfcheidene l larisi/. die alom werd aangenomen en in gebruik gebragt. G . Kerkendienaren. maar daartegen vereenigden de Hervormde Cantons zich naauwer met malkanderen. In het jaar 1536 werd ook op eene Sijnode te Bern de Aa 3 Zwitn . en het gelukte hen. om kennis en verlichting . onder anderen te Frihurg en Solothurn den Roomfchen Godsdienst te herftellen. hoe zeer hetzelve nadeeüg was voor de Protestanten. Ten welken einde LEO JUDE eenen Katechismus opftelde. en waren te meer bedacht. om het Protestantendom alle mogelijke afbreuk toe te brengen.G E S C H I E D E N I S .. aangemoedigd door hunnen voorfpoed . eh overleed onder godvruch. tm gelatenheid verduurd.iC. als de ware grondflagen der Hervorming te verbreiden. ongetwijfelde geloof genoemd werd. vervangen heeft. >t 1553. ware. godzalig en ftandvastig in zijn ge. Het vredesverdrag. welks plaats echter vervolgens het onderwijs van C A L V Y N . waren ijverig werkzaam . hetwelk bij de Zwitfers in het jaar 1531 een einde maakte van hunnen Burgeroorlog om den Godsdienst. die dulden moesten. hetwelk in Zwitferland in het jaar 1534 werd ingevoerd en geregeld. bleef desniettemin van toen af den grondflag uitmaken van alle volgende onderhandelingen en overeenkomften tusfchen de Roomfche en Euangelifche Cantons. De Roomfche Cantons. loof. in vragen en antwoorden gebragt. in verfcheidene plaatfen van Zwitferland.

MYCONIUS en CRYNEUS . verdient het opmerking. alhoewel LUTHER erkende. dat in dezelve . en dus van de tweede meer breedvoerige. St. behalve de uitwendige teekenen. hebben aangenomen. en ten aanzien der Sacramenten. dat. naar . Schafhaufen. waar bij zich de Godgeleerden van Straatsburg. wordt er in gezegd. Eer wij van de Hervorming van Zwitferland afftappen. Deze Geloofsbelijdenis wordt de eerfte genoemd. welke Geloofsbelijdenis met aigemeene goedkeuring werd aangenomen. dat deze Belijdenis op zich zelve goed was. te openbaren. welken nog 'gevoegd werden LEO JUOE en GROSMAN. BUCERUS en CAPITO voegden. door JOAN CALVYN bevorderd .. die in het jaar 1566 opgefteld i s . Ondertusfchen .a C . Zurich. daar men. Gal. uitgezonderd die van Bazel en Neuffchatel. door BUL* LINGER . onderfcheiden. Jaarisi. ( ï. inzonderheid omtrent de tegenwoordigheid van CHRISTUS in het Avondmaal. door meer gematigdheid. de geestelijke zaak zelve gegeven wordt. waartoe L U T H E R . ten einde de vereeniging der Protestanten in dat ftuk te bevorderen . volgde nogtans de bedoelde vereeniging niet. 7 i K E R K E L I J K E Zwitferfche Geloofsbelijdenis opgefteld . bij. Bazel. dat men openlijk het geloof der Zwitfers zon kunnen kennen. tot 155. om over te gaan tot het verhaal van de Hervorming. Mulhaufen enz. te Geneve. hope gegeven had. In deze Belijdenis komt niets voor van de Voorver ordinering. welke laatstgemelde al de Zwitferfche Kerken.3 . dan in het eerst. en welke voornamelijk ten oogmerk had. In dit Sijnode waren tegenwoordig Godgeleerden van Bern.

Een eeredienst. juist omdat het plaats greep onder deze -bergbewoners.[aari5i7. . moest hen dus verkieslijk wezen. V I L L E R S ( * ) . had. de Hervorming zouden omhelsd hebben . ia C. was zeer naauw verbonden met den Catholijken eerdienst en deszelfs plegtigheden. en onder dezen juist die Cantons. Uri en Unterwalden. Aa 4 . als Republikeinen en ijverige vrien. dat de eerfte grondleggers der Zwitferfche vrijheid gewoond hadden. van al de groote mannen van dit Tijdperk .ot 1552. Hij fehrijft: „ Het Catholicismus der kleine Cantons van Schweitz. terwijl ook de werkeloosheid van het herdersleven vele godsdienftige feesten en vertooningen vordert. Onder hen was het. eene gedaante aangenomen. welke met hun karakter overeenkomftig en naar hunne zeden gefchikt was. boven eenen eenvoudigen Godsdienst. . 375 naar alle waarfchijnlijkheid. 153. De bewoners der bergen hebben bovendien eene levendige verbeelding. en de gedachtenis van alle deze gebeurtenisfen. waar men het ijverigst gemeenebestgezind was. dat de Zwitfers. waarop de uitwendige voorwerpen eenen fterken indruk maken. Het waren geene ge(*) Proeve over de*. die deze waarneming ook in het midden brengt. den der vrijheid. die van nature Republikeinen zijn. G. nogtans zeven Cantons Roomschgezind gebleven zijn . Bladz.Geest en Invloed der Kerkelijke Hervorming enz.G E S C H I E D E N I S . alle zonder onderfcheid . had mogen verwachten. tracht dit opmerkelijke verfchijnfel uit verfcheidene gronden te verklaren. waarmede vele plegtigheden verbonden zijn .

en dat z i j . doch er is nog eene omflandigheid." Men zal ligtelijk aan den geleerden Schrijver toeftaan. en zoodanig is ook nog heden hun Catkolicismus. voorheen de vrijheid bezorgd hebbende .3?<S K E R K E L I J K E naC. dat de door hem bijgebragte omftandigheden. de misbruiken in de Kerk hebben zich naauwelijks bij hen doen gevoelen. en onder dezelve voornamelijk wel het gebrek aan verlichting en de groote invloed der Geestelijkheid op deze min verlichte bergbewoners onder de oorzaken kunnen en • mogen geplaatst worden . hadden en hebben ook nog tegenwoordig eenen zeer grooten invloed op de beraadflagingen der vergaderingen en op alle zaken. welke deze vermenging van den dienst der vrijheid met den Godsdienst veroorzaakte. die hen de vermaarde veldflagen en de daden hunner voorvaderen ' herinnerden. de Paufen vorderden geene fchattingen van deze arme bergbewoners. Jaarisi. • tot 1552 gedenkzuilen. Men voege hier nog b i j . niet goedfchiks door hen zich eene verandering in den Godsdienst wilden laten voorfchrijven. Wie toch heeft in Zwitferland gereisd. waarom de gemelde Cantons bij het Roomfche Geloof zijn blijven vol» harden. en is de Kapel van WILLEM T E L L niet gaan zien? Het was eene nationale dweepzucht. deze hunne naburen. Van eenen anderen Godsdienst hebben zij geen denkbeeld. eene foort van afgoderij. dan bij hunne rijke bondgenooten. G . wien men eenige kundigheden kon toefchrijven. het waren kapellen. en hunne Priesters in hunne gehuchten en vlekken de eenige perfonen zijnde. welke hier . dat de verlichting onder hen minder was doorgedrongen.

en zich buiten derzelver verfchillen hadden gehouden. mengden zich van dien tijd af in de belangen en verfchillen van uitheemfche Mogendheden. weder anderen met den Keizer. der. Onder dezen was ZWINGLIUS. waardoor hunne oude eerwaardige zeden bedorven en hunne eensgezindheid geftoord werd. Vruchteloos deden eerlijke en vooruitziende lieden hun best. die . en welke ons oplosfiug geeft omtrent de ongeneigd. op het laatst van de XVde en in het begin der XVIde eeuw. . a C. 377 hier vooral niet uit het oog moet verloren worden. om hunne landgenooten te waarfchuwen. heid der vijf Cantons tegen die van Zurich bijzon. anderen met den Paus. aan welke zij hunne troepen voor geld verhuurden. .J aan 517.. behalven dien tot verdediging van het vaderland (*). die allen oorlog afkeurde. Hertog van Burgondië. r De Zwitfers. kozen zij de partij van den eenen of anderen der oorlogende Vorsten. door hunne overwinning op' KAREL den Stouten. G . Hier uit ontftonden haat en partijfchap. ftout geworden. federt het bevechten van hunne vrijheid. Sommigen verbonden zich met Frankryk. welke niet zelden erfelijk werden.G E S C H I E D E N I S . hunne voordellen vónden geen' ingang. Bijzonder openbaarde zich deze oneenigheid. 3t 1552. in de oorlogen van KAREL van Oostenryk (*) HESS Pie de Zwingli p. Deze omftandigheid is het verfchil van ftaatkundige gevoelens tusfchen deze Cantons en Zurich. en tegen ZWINGLIUS. den vrede met andere volken gehandhaafd. 5<S. In de Italiaanfche oorlogen.

ryk en FRANCOIS I van Frankryk. door Zurich te overreden. De Zwitfersfloteneen verbond met FRANCOIS. die onzijdig wilden blijven. T T T S L . 128. om het Hertogdom Milaan. behalve die van Zurich. Dit gedrag der Zurichers namen de andere Cantons euvel op. G. Jaari5i7 tot 1552 GESCHIEDENIS. om zich niet met hen tot het verbond met de Franfchen te verbinden. l s het a hoofd der voorftanders van de onzijdigheid. .378 K E R K E L I J K E na C . de eensgezindheid der Zwitfers geftoord te hebben. en daarom hunne toeftemming terug hielden. Van dien tijd af moet men het ongenoegen der overige Cantons tegen Zurich rekenen. en toonde zich even afkeerig van de laatfte als van de eerfte (*) Pag. voornamelijk viel hun haat op ZWINGLIUS. en in dezen haat vermengde men zijne ftaatkundige beginfelen met zijne godsdienftige gevoelens. e n t e g e n Z W I M G I . wien zij befchuldigden . 125.