Está en la página 1de 3

Academisch Nederlands Academiejaar 2013-2014

Opdracht 1 Tekstopbouw

1. Duid de verschillende onderdelen van de wetenschappelijke inleiding aan en benoem ze. Beargumenteer je keuze. 2. Bespreek de tekstopbouw. Focus in je bespreking achtereenvolgens op de pluspunten en de minpunten.
In een samenleving die steeds sneller evolueert, wordt er van de burgers ook almaar meer verwacht. Er moet worden gepresteerd en alles is een kwestie van tijd. In een dergelijke maatschappij is de behoefte aan vrije tijd en ontspanning dan ook meer dan ooit aanwezig. AANLEIDING & BREDE CONTEXT Het voldoen aan die behoefte is zonder twijfel een taak van de toeristische sector. AANZET PROBLEEMSTELLING Een van de communicatiekanalen bij uitstek in deze sector is de toeristische brochure want [] without this discourse of publicity, there would be very little tourism at all (Dann 1996, p.1-2). THEORETISCH KADER Die brochure moet niet alleen vormelijk aantrekkelijk zijn, maar ook verbaal moet de daarin gepromote streek zo duidelijk en aanlokkelijk mogelijk in de verf worden gezet. PROBLEEMSTELLING De centrale vraag van deze paper luidt dan ook als volgt: is het aantrekken van toeristen een kwestie van taal? ^= ONDERZOEKSVRAAG Concreet zal worden onderzocht of teksten in toeristische brochures een bepaalde typische opbouw hebben en of er bepaalde wetmatigheden vast te stellen zijn in de opbouw, de zinsstructuur en woordkeuze van een dergelijke tekst. Daarnaast zal ook worden nagegaan in hoeverre culturele aspecten de talige kenmerken van toeristische brochures benvloedt. AFBAKENING PROBLEEMSTELLING/ONDERZOEKSVRAAG Om een antwoord te vinden op deze vragen baseert dit onderzoek zich enerzijds op Nederlandstalige brochures uit Vlaanderen en Nederland (Brugge en Sluis) en anderzijds op een Duitstalige brochure (Aken). Specifiek gaat het om uitgestippelde wandelroutes, die toeristen langs verschillende bezienswaardigheden brengen en telkens ook wat uitleg geven. MATERIAAL Al deze bronnen zullen zowel op woord-, zins- als tekstniveau geanalyseerd worden. Een antwoord op de laatste onderzoeksvraag is dan weer te vinden in de analyse van de vertalingen van deze brochures. METHODE

Vooraleer echter tot een gedegen analyse te komen, zal in een eerste deel van deze paper dieper worden ingegaan op de brochure als communicatiemiddel. Hierbij gaat er speciale aandacht naar het communicatiemodel en de taalfuncties van deze tekstsoort. Een tweede deel doet de analyses van de drie brochures uit de doeken. In een derde deel staat dan de analyse van hun vertalingen centraal. Na de bespreking van de opmerkelijkste conclusies volgen tot slot nog enkele aanbevelingen voor verder onderzoek. STRATEGIE

1. Beargumenteer je keuze:
Aanleiding/brede context: -Dit onderdeel van de inleiding toont duidelijk een aanknoping bij de maatschappelijke realiteit. Men praat over de toenemende prestatiedruk in de huidige maatschappij en de behoefte aan vrije tijd en ontspanning. Zoals we gezien hebben is dit een kenmerk van de aanleiding/brede context.

Aanzet probleemstelling: -In dit onderdeel komen we tot een verdere inperking van de brede maatschappelijke context. Er wordt verwezen naar de toeristische sector die belangrijk is in deze situatie. Het is ook een vastelling of lacune binnen de bestaande context.

Theoretisch kader: -Hier zien we een verdere inperking van de brede maatschappelijke context. Er wordt gerefereerd naar een andere auteur, en dit is, zoals we gezien hebben in de les, een kenmerk van het theoretisch kader.

Probleemstelling: -In de probleemstelling wordt aangegeven waarover de paper in het algemeen zal gaan. Het geeft de invalshoek van het onderzoek aan, in dit geval de toeristische brochure.

Onderzoeksvraag: -De onderzoeksvraag wordt in deze inleiding voorafgegaan door de zin: De centrale vraag van deze paper luidt dan ook als volgt. Dit geeft aan dat de vraag die hierop volgt de onderzoeksvraag is.

Afbakening probleemstelling/onderzoeksvraag: -Hier geeft men aan wat er concreet zal worden onderzocht en er is een korte aanzet tot de methode die gebruikt zal worden.

Materiaal: -In dit onderdeel van de inleiding wordt de dataset afgebakend, namelijk nederlandstalige brochures uit Nederland en Vlaanderen en anderzijds op een duitstalige brochure. Er wordt verder gespecifieerd welke soort brochures.

Methode: -Hier geeft men aan welke bronnen op welke manier zullen bestudeerd worden. In dit geval zullen ze zowel op woord-, zins- als tekstniveau geanalyseerd worden. Een antwoord op de laatste onderzoeksvraag is dan weer te vinden in de analyse van de vertalingen van deze brochures

Strategie: -In dit laatste deel van de inleiding vertelt men welke onderdelen van het ondezoek waar in de paper worden behandeld. Zo gaat men bijvoorbeeld dieper in op de brochure als communicatiemiddel in het eerste deel van de paper.

Bespreek de tekstopbouw.
De Inleiding bevat alle elementen die een goede inleiding zou moeten hebben. In het eerste deel geeft men een duidelijke aanknoping bij de maatschappelijke realiteit, dat als een belangrijk kenmerk wordt beschouwd van een inleiding. Toch lijkt deze niet wetenschappelijk genoeg. De tekst volgt bijna helemaal het traditionele stramien van een klassieke inleiding en heeft een duidelijke en logische opbouw. Tevens is er een duidelijk onderscheid tussen de methode en de strategie. Naar mijn mening had het theoretisch kader wel meer uitgewerkt mogen zijn. De inleiding is kort en schetst bondig weer wat de probleemstelling is. Ook zijn de zinnen niet te lang, en zijn er geen tangconstructies terug te vinden in de tekst. Wat mij wel opvalt is dat men in de tekst veel passieven gebruikt, wat afgeraden is voor een wetenschappelijke tekst. Wat mij ook stoort is dat de auteur in de methode praat over een antwoord op de laatste onderzoeksvraag, terwijl hij slechts n onderzoeksvraag aanhaalt in de inleiding.